bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 3 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vogelsBeflijster17 apr 2010april

Beflijster, 17 apr 2010

 beflijster

Van de lijsterachtigen kent iedereen de merel, velen kennen de zanglijster en ook wintergasten als de koperwiek en de kramsvogel zijn vast redelijk bekend. Maar wie heeft er ooit in de Haarlemmermeer een beflijster gezien? Ik zeker niet, maar een lezeres uit de wijk Vrijschot bij het Haarlemmermeerse bos overkwam dat vorige week wel. De beflijster lijkt erg op de merel, maar onderscheidt zich vooral bij het mannetje door een brede witte band of zijn borst. Deze band heeft de soort zijn naam en ook zijn bijnaam dominee-merel gegeven. Ook de lichte randen rond zijn zwarte veren (zie foto) geven deze vogel een iets gedistingeerds, alsof hij een krijtstreep pak aan heeft. De bef is bij het bruine vrouwtje minder duidelijk. Terwijl de merel een standvogel is, is de beflijster net als de koperwiek en de kramsvogel een trekvogel met een krachtige vlucht. De maand april is de kans het grootst om er één of meer te zien. Dan trekken ze in Nederland in de grootste aantallen door van de Middellandse zee naar hun Scandinavische

broedgebieden.

Bijzonder

In Nederland worden de meeste exemplaren op de voorjaarstrek in april op de Waddeneilanden gezien. Soms alleen of samen met koperwieken en kramsvogels. In deze voorjaarstrek terug naar hun broedgebieden in het noorden lijken deze vogels minder haast te hebben. Ze worden dan vaker gezien en blijven soms een tijd hangen. In de herfsttrek naar het zuiden hebben ze meestal veel meer haast en worden minder gezien.

Waar

Beflijsters zijn broedvogels van bergachtige gebieden en rotsachtige natte heiden met een spaarzame begroeiing. Het nest wordt op de grond gemaakt, bij voorkeur onder een overhangende rots. De belangrijkste broedgebieden van de beflijsters liggen in Noorwegen, delen van Schotland en Engeland, in de Alpenlanden en de Balkan. In grote delen van west en midden Europa wordt de soort als trekvogel waargenomen. In Nederland broedt de beflijster zelden of nooit.

 beflijster2

 vogelsBergeend23 feb 2007februari

Bergeend, 23 feb 2007

 bergeend

De bergeend is een grote eend. Het verenkleed is opvallend wit, zwart en roodbruin. Het mannetje is van het vrouwtje te onderscheiden door een knobbel op de snavel (zie foto) Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit slakken, wormen, schelpdieren, kleine kreeftjes en insecten. De bergeend is een typische modderaar. Hij zoekt het liefst voedsel in slikkige, open gebieden, zoals de Waddenzee. De soort is een holenbroeder en bouwt zijn nest vaak in een verlaten konijnenhol. Helaas neemt het aantal konijnen in de duinen sterk af, en daarmee de beschikbaarheid van geschikte broedplaatsen. Er vindt enige omschakeling plaats naar broeden in een dichte vegetatie.

Bijzonder

De naam bergeend heeft niets met bergen in de zin van ′hoge heuvels′ te maken, maar met de voortplanting; de soort kan relatief veel jongen grootbrengen of bergen. Van de bergeend

is daarnaast bekend dat een paartje makkelijk zijn jongen verlaat, b.v om te ruien. Gelukkig zijn de achterblijvende paartjes goede pleegouders. In mei kunnen dan ouders met 20-40 jongen van verschillend leeftijden worden waargenomen.

Waar

Nederlandse bergeenden zijn deels standvogel, een deel van de vogels trekt in de winter weg naar Ierland, Engeland of Frankrijk. De bergeend komt de laatste decennia steeds meer voor in het binnenland, waar ze vooral langs de rivieren, maar ook op akkers, aangetroffen kunnen worden.
Sinds de jaren ′70 is er een lichte maar constante toename in Nederland Dit komt vooral doordat gebieden in het binnenland gekoloniseerd zijn. Er is een groot verschil tussen het aantal paren dat een territorium heeft (11.000), en het aantal paren dat ook daadwerkelijk tot broeden komt (5.000 - 8.000).
Ook in de Haarlemmermeer is de bergeend een steeds bekender wordende verschijning. Schattingen over het aantal paren met territoria variëren van 50-100. De grootste aantallen komen voor rond de Groene Weelde en bij de gekantelde percelen. Losse paartjes die rond deze tijd weer aan het vestigen van territoria beginnen te denken, kunnen overal in de polder worden aangetroffen.

 paddenstoelenBerijpt varenschoteltje25 mrt 2017maart

Berijpt varenschoteltje, 25 mrt 2017

 bberrijptvarenschoteltje

De Nederlandse Mycologische (paddenstoelen) vereniging bestaat nu een jaar of 100. Toen de vereniging in 1995 begon met systematische registratie waren er ca 3500 paddenstoelen soorten bekend. En nu inmiddels ruim 6000. Dat ligt niet aan de ‘gewone’ (grote) paddenstoelen. Die waren wel zo’n beetje bekend en daar worden er maar af en toe nieuwe soorten ontdekt. Het gros van de nieuwe ontdekkingen bestaat uit kleine en mini soorten. Vaak zijn dat soorten die super gespecialiseerd zijn en bv alleen voor komen op eikels of beuken nootjes of op drollen van bepaalde soorten dieren. Deze week liep ik dankzij de scherpe blik van Lou van der Linden aan tegen weer een nieuwe soort die in dat verhaal past. Het was het Berijpt Varenschoteltje. Dit mini paddenstoeltje met een diameter van 2-3 mm

(zie foto) komt alleen voor op de oude stelen van tongvarens.

Bijzonder

Paddenstoelen die alleen varens verteren komen meer voor . De familie van de varenschoteltjes telt bijna 250 soorten. Daarbij moet u bedenken dat ver voor er bloemen en bomen waren, varens (en paardenstaarten) de belangrijkste planten soorten op land waren. Dat was inde tijd van de Dinosauriërs en daarvoor. Ook in die oude tijden speelde het probleem dat oude biomassa weer vrij moest komen na een groei seizoen en in die tijd ontwikkelde zich al de wederzijdse afhankelijkheid en samen werking tussen planten en de eerste paddenstoelen soorten.

Waar

De familie van de varenschoteltjes bestaat vooral uit kleine schotelvormige soorten die gespecialiseerd zijn in het verteren van specifiek varenmateriaal. Bijna elke varensoort heeft een eigen soort: het gewone varenschoteltje komt bv voor op adelaars varens. En het berijpt varenschoteltje tref je in het hart van tongvarens aan als die bladeren na de winter hun tijd gehad hebben, net voor de nieuwe bladeren zich uit rollen. En omdat tonvarens al vrij zeldzaam zijn, zijn deze varenschoteltjes dat nog meer.

 paddenstoelenBerkenboleet27 okt 2012oktober

Berkenboleet, 27 okt 2012

 berkenboleet

De modder-race in de Groene Weelde heeft zijn sporen achtergelaten. Een deel van het parcours liep dwars door de door MEERGroen beheerde orchideeënweide en zelfs dwars over de door ons aangelegde ringslangen broedhoop. Enigszins gealarmeerd ben ik gaan kijken hoe groot de schade was. Het leek er op dat de modderfiguren weinig oog hadden voor ecologische pareltjes. Gelukkig waren de ringslangen-eieren al uitgekomen en zijn de meeste orchideeën al weer ondergronds gegaan. De controletocht leverde (zoals meestal) wel een onverwachte verrassing op. Tientallen soorten paddenstoelen, waarvan de berkenboleet de leukste was. In de Haarlemmermeer heb ik al eekhoorntjesbrood, kastanjeboleet en inktboleet gevonden, maar dit was een nieuwe boletensoort. Boleten zijn bekend uit de keuken omdat bijna alle soorten eetbaar en smakelijk zijn. Het zijn vaak forse exemplaren die meer dan een

kilo per stuk kunnen wegen en in goede staat tientallen euro’s/kilo kunnen opbrengen.

Bijzonder

In Nederland komt een 30-tal soorten boleten voor, waarvan alleen al de berkenboleet een stuk of tien ondersoorten of variëteiten kent, zoals zwarte, de witte en de oranje berkenboleet. De berkenboleet heeft zich gespecialiseerd in het leveren van diensten aan berken. Op dezelfde manier zijn er ook elzen, populieren, eiken en kastanjeboleten. Bv het eekhoorntjesbrood is minder soortspecifiek en groeit bij eiken, lindes, andere loof- en zelfs naaldbomen.

Waar

De nauwe band van de boleten met bomen gaat verder dan dat ze er vlak bij groeien. Ze hebben een intense en wederzijds voordelige relatie. De boleten vormen dichte netten van zwamdraden om de wortels van een specifieke soort of een groep van boomsoorten en wisselen onderling voedsel uit. De bomen leveren suikers of zetmeel en de boleten maken mineralen en water beschikbaar uit de grond waar de boom zelf niet bij kan. Deze symbiose stelt hen beiden in staat op voedselarme of droge plaatsen te groeien waar dat anders niet lukt.

 bomenBeuk25 apr 2016april

Beuk, 25 apr 2016

 beuk_staand

Eind april, begin mei is er een explosieve groei gaande in de natuur. In vier weken tijd verandert onze omgeving van grijs en grauw naar fris groen in duizend tinten. Een van de meest indrukwekkende gedaanteverwisselingen om te volgen, is die van de beuk. Meestal gebeurt dat in de eerste week van mei, maar door het zachte weer lijkt ook deze boom zich te laten verleiden om eerder in blad te gaan. De beuk maakt namelijk lange winterknoppen die zich in luttele dagen lijken uit te rollen. En dan komt er niet alleen een blad uit, maar een hele twijg met een stuk of 6 bladeren. De beuk maakt zo’n dicht bladerdak dat er bijna geen andere planten onder kunnen groeien.

Bijzonder

De beuk is een boom die niet erg houdt van de zware Haarlemmermeerse klei. Op goed doorlatende zandgrond staan er veel meer. Toch staan er in onze polder vaak mooiere exemplaren

dan op de arme ‘voorkeursgronden’. Een paar van de mooiste bomen uit de ‘Bomenroutes om bij weg te dromen’ zijn beuken. Let maar eens op langs de Hoofdvaart in Hoofdorp bij de afrit van de N201, waar een prachtige treurbeuk staat. Honderd meter verder, bij de inrit van Industrieterrein Noord (Woodward) staat een prachtige beuk van 5 meter omtrek. De allermooiste beuk staat aan de Kromme Spieringweg bij een van de eerste boerderijen van de polder. Die is echt net zou oud als de polder + 10 jaar en meet 6 meter in omtrek. De oudste beuk van polder staat bij gemaal Buitenkaag. Die is waarschijnlijk geplant als 20 jarige rond 1845. Helaas is er om deze boom te ruw gemaaid, zodat een platte tonderzwam vat heeft gekregen op het hout en deze boom binnen 20-30 jaar dood zal zijn.

Waar

De beuk is een van de inheemse bomen van Europa, die verder alleen in de Verenigde Staten is ingevoerd. Mede om dat hij op arme grond groeit, maakt de beuk gebruik van schimmels om aan moeilijk beschikbare voedingsmiddelen te komen. Zulke schimmels die ook weer profiteren van suikers die de boom hen teruglevert, zijn bijvoorbeeld het eekhoorntjesbrood en andere smakelijke boleten.

 bomenBeuk10 dec 2010december

Beuk, 10 dec 2010

 beuk

De aanleiding voor deze column is, dat er afgelopen zaterdag op de natuurspeelplaats (in aanbouw) op De Heimanshof een monumentale beukenstam is geplaatst als (liggende) klauterboom. Deze beuk van 180 jaar oud was in de duinen geveld door een storm. De beuk is een inheemse boomsoort met hardhout en een gladde bast die misschien wel 20 jaar als klauterboom geschikt blijft. In de Haarlemmermeer op de klei staan bijna geen beuken. Op het zand in de duinen des te meer. Grote bomen in onze polder zijn meestal wilgen of populieren, die na rooien in 3- 5 jaar verteren. Deze zijn dus minder geschikt als speelbomen. Volwassen beuken zorgen in bossen voor een dicht bladerdek, waardoor ondergroei weinig kans krijgt. Met zijn grootte tot 40 meter is het een hoge boom. De boom leeft in symbiose met schimmels. De boom levert suikers en de schimmel levert mineralen daarvoor terug. Beukenbossen behoren

tot de mooiste bossen. De bestuiving vindt plaats door de wind. De beuk kan goed tegen schaduw en is een climax-soort, dwz dat ze het eindstadium van de ontwikkeling van een bos vormen.

Bijzonder

De vrucht van de beuk bestaat uit nootjes. Beukennootjes worden verspreid door dieren, die ze als wintervoorraad gebruiken. De beuk heeft een zeer gevoelige bast voor zonneschijn. Als er door b.v. storm of een andere reden een deel van de kroon afbreekt, kan dit leiden tot de dood van de boom, door teveel zon op de stam. De knoppen van de beuk zijn erg lang en bevatten de volledige bladeren, die rond half mei in een paar dagen uitrollen. Beukenhout is zeer buigzaam en gemakkelijk te draaien, waardoor het uitstekend geschikt is voor het maken van meubilair. Het heeft een fijne nerf en geen knoesten, aangezien de takken al jong afvallen.

Waar

Van nature staat een beuk op zware bodems met een goede drainage, maar aangeplant vind je hem ook elders. De oudste boom van het nieuwe land in onze polder is een beuk van nu 158 jaar oud bij boerderij de Eersteling met een stamdiameter van ruim 2 m.

 paddenstoelenBeukendopgeweizwam21 mrt 2015maart

Beukendopgeweizwam, 21 mrt 2015

 beukendopgeweizwam

Afgelopen week was de nationale boomfeestdag en dus liep ik te zoeken naar een onderwerp over bomen: Het bomenpad in het Haarlemmermeerse bos is heropend, de 14 routes langs monumentale bomen om ’bij weg te dromen’ zijn gelanceerd en op De Heimanshof staan tot 1 april10.000 gratis boompjes van 54 soorten klaar om mee te nemen. Een van de soorten die we dit jaar in grote getalen beschikbaar hebben, (2500) zijn beuken. Die beuken groeien uit beukenootjes, waarvan er in sommige jaren miljoenen zijn per boom. Als er zo’n top jaar van beukenootjes is, worden lang niet al die nootjes een boom: muizen, eekhoorns, vogels eten het gros op. Maar ook op andere manieren komen de beuken aan hun eind. En dat brengt me op het eigenlijke onderwerp van deze week: de superspecialisten: de natuur zit zo mooi en ingewikkeld in elkaar dat er overal waar er wat te halen valt, soorten

ontstaan die er gebruik van maken. Een van die superspecialisten is de Beukendopgeweizwam (foto). Dat is een verwant van het zeer algemene gewone geweizwammetje wat op oude stronken groeit. Deze soort groeit alleen op de schillen van beukennootjes en dan nog alleen als die onder een laag bladeren liggen.

Bijzonder

De beukendop geweizwammetjes lagen in een dikke laag strooisel onder een beuk in Burgerveen en zijn prachtig gefotografeerd door Laurens v/d Linde, die al vaker leuke ontdekkingen heeft vast gelegd. De natuur zit vol met de superspecialisten. Maar je moet er een oog voor ontwikkelen om ze te ontdekken: een schotelzwammetje dat ook alleen in een leeg beukendopje groeit; de rupsendoder, een zwam die alleen op vlinderpoppen groeit en de larvendoder die alleen op de larve van de spinnende water kever leeft; en uit de insectenwereld: hyperparasieten: zeer kleine sluipwespen die leven op de larven en poppen van al zeer kleine sluipwespen die bv op bijen en vliegen parasiteren.

Waar

De beukendopgeweizwam groeit alleen op vochtige beukendopjes onder een laag strooisel.

 plantenBijenbloem17 jun 2017juni

Bijenbloem, 17 jun 2017

 bbijenbloem-phacelia

Op het Raadhuisplein in Hoofddorp lag tot ruim een jaar geleden een skatebaan. Om dat er gebreken ontstonden, werd deze afgekeurd. In het kader van de vergroening van het winkelcentrum werden er niet alleen fruitbomen geplaats door de winkeliers, maar werd ook de skatebaan een jaar geleden voorzien met 100 m3 grond. Verschillende pogingen om er groen tot ontwikkeling te brengen hadden veel van ‘jeugderosie’ te leiden. In april mocht Stichting MEERGroen het proberen en de gecombineerde opzet van dicht groen, vervolgbeheer en samenwerking met de jeugd lijkt vruchten (bloemen) af te werpen. Na de bloei van vruchtbomen en de viooltjes is nu de dominante bloeier de bijenbloem of Phacelia en andere soorten en mediterrane kruiden volgen nog. Tussen deze planten zijn veel bloeiende stuikjes en wilgen geplant, die de bloei en de groei volgend jaar overnemen Het is een aanrader om bv in combinatie met het Groene Loper festival

op 25 juni deze Groene Oase eens te bezoeken. Er wordt dan uitleg over deze Groene oase gegeven en rondleidingen.

Bijzonder

Phacelia wordt in de landbouw veel gebruikt als groenbemester na een vroeg gewas omdat deze soort door zijn snelle groei andere ongewenste soorten onderdrukt en zelf makkelijk te hakselen en onder te ploegen is. Onder gunstige omstandigheden produceert de soort veel nectar en stuifmeel, onder droge omstandigheden alleen stuifmeel. Daarom is Phacelia ook populair bij bijen en imkers. En daar dankt Phacelia zijn Nederlandse naam bijenbloem of bijenvoer aan. De bloeiers in de Groene Oase zelf staan er vitaal bij met 60 cm hoogte, omdat er water gegeven wordt (foto). In de droge boomspiegels van de bomen ernaast staat dezelfde Phacelia er met 10 cm hoogte minder goed bij dan de wespenorchissen die hun voedsel en vocht via schimmels betrekken (inzet). Phacelia behoort met longkruid, smeerwortel of ossentong tot de familie van de ruwbladigen.

Waar

Phacelia is van oorsprong geen inheemse soort en is afkomstig uit de Verenigde Staten. Vanuit de landbouw is de soort overal in Nederland ingeburgerd en handhaaft zich.

 plantenBijenorchis in de winter4 mrt 2018maart

Bijenorchis in de winter, 4 mrt 2018

 winterbijenorchis

Het is in deze column niet gebruikelijk om een soort 2x te behandelen, maar deze week gebeurde er zo iets bijzonders dat ik me daar toch aan bezondig. Het gaat om de bijenorchis. Dat is wat mij betreft de mooiste wilde orchidee (inzet foto), die we in Nederland en zelfs in Europa hebben. Deze soort bootst zo perfect de vorm van een bij na en daar horen ook de lokstoffen bij ze gebruiken om elkaar te vinden, dat mannelijke bijen (darren) uitgenodigd worden om te paren met deze bloem. En dan krijgen ze een halter met miljoenen stuifmeelkorrels omgehangen die ze in een keer bij een andere bloem weer afgeven.

Bijzonder

Een van de ander bijzondere kwaliteiten van deze orchidee is dat hij als enige Nederlandse orchideeënsoort niet pas in mei of juni boven de grond komt vanuit de knol die ze allemaal

vormen: deze soort overwintert als bladrozet. Dat kwam goed uit bij een nieuw project dat we afgelopen week begonnen: de aanleg van een groente- en kruidentuin bij Restaurant Den Burgh. Omdat we als natuurliefhebbers eerst de plek goed bekeken zagen we honderden bladrozetten van de bijenorchis in het gazon. Die hebben we allemaal uitgestoken en verplant voordat een grote tractor de grond bouwrijp maakte ( op de foto 3 geredde exemplaren). Daar kunnen veel aannemers en hoveniers nog een puntje aan zuigen. Meestal wordt alle flora en fauna ‘over het hoofd gezien’.

Waar

De Haarlemmermeer lijkt wel een kale polder, maar wat betreft orchideeën is het een unieke plek in Nederland. In aantallen komen er bijna nergens zovele orchideeën voor. Wel niet de 60-70 soorten zoals in Limburg: maar ‘onze’ 16 soorten staan vaak met tienduizenden bij elkaar. Dat komt door de schelpenkalk in de grond, de op sommige plekken arme zandgrond van oude zandbanken in de Waddenzee die hier ooit lag (vooral rond Hoofddorp) en brak grondwater. De bijenorchis, die ooit in Beukenhorst vaste voet aan de grond kreeg heeft zich nu overal in de regio tot in Amsterdam uitgezaaid.

 plantenBitterling4 aug 2011augustus

Bitterling, 4 aug 2011

 bitterling

Er komen in Nederland ca 1400 wilde zaadplantensoorten (inclusief grassen) voor. Een paar honderd soorten daarvan domineren het landschap op de meeste plaatsen en dat zijn meestal de soorten van voedselrijke omstandigheden. Want die zijn in Nederland als rivierdelta alom tegenwoordig. Verreweg de meeste soorten hebben een beperkte verspreiding omdat zij zich toegelegd hebben op een speciale combinatie van groeiomstandigheden. En een zeer groot aantal van deze soorten zijn ronduit zeldzaam of bedreigd in hun bestaan. Voedselarme en extreme milieus zijn daarom vaak interessant en soortenrijk. Voor veel bijzondere soorten is ook belangrijk dat groeiomstandigheden zich rustig kunnen ontwikkelen en dus dat er niet om de haverklap grondwerken worden uitgevoerd. Gelukkig zijn wij ook in de Haarlemmermeer gezegend met een aantal gebieden, die niet al te voedselrijk zijn.

Ook het zout en kalk(schelpen) in onze bodems zijn floristisch gezien vaak verrijkende factoren. Een van die potentieel soortenrijke gebieden die zich gestaag ontwikkelen, ligt in het Groene Carré Zuid en met name in de orchideeënweide rond de amfibieënpoel. Daar dook vorig jaar een uiterst zeldzame soort op, die zich dit jaar weer verder uitbreidde: de bitterling.

Bijzonder

De bitterling is een 50 cm hoge blauwgroene plant met heldergele bloemen. Er bestaan 2 ondersoorten. De inheemse herfstbitterling is zeer zeldzaam en valt in de hoogte categorie van wettelijk beschermde (en dus bedreigde) rode lijst soorten. De zomerbitterling is ook heel zeldzaam, en komt voor bij Amsterdam en op Voorne. De Groene Carré bitterlingen zijn zomerbitterlingen.

Waar

Bitterling houdt van zonnige, open plaatsen op vochtige, voedselarme, kalkrijke, humusarme grond (zand met veel schelpgruis). De soort komt daarom vooral in duinvalleien en voormalige strandvlakten. Het is een zuidelijk soort die in Nederland op de noordelijke rand van zijn verspreidingsgebied leeft.

 insectenbladpootwants2 mrt 2012maart

bladpootwants, 2 mrt 2012

 bladpootwants

Er wordt tegenwoordig heel wat afgereisd en getransporteerd over de wereld en dat blijft niet altijd zonder gevolgen voor de Flora en Fauna. De meeste ’introducees’ overleven het niet in een vreemde omgeving of klimaat, maar ondanks dat, is er een alarmerend hoog aantal soorten wat door ons toedoen in een gespreid bedje beland en zich explosief ontwikkeld. Neem bv de bekende halsbandparkiet (gewaardeerde tuingast?) , de driehoeksmossel (nieuw voedsel voor duikeendjes), maar ook de varoamijt (die bijen verzwakt) en uit het plantenrijk de kroosvaren en de grote waternavel (die sloten verstoppen). De lijst van voorbeelden is eindeloos en elk jaar duiken er weer nieuwe voorbeelden op. Recentelijk kreeg ik een vraag over een onbekend insect, dat massaal in een huis aan het overwinteren was geslagen. Enig speurwerk leidde tot de bladpootwants. Dit

is een vrij forse wants van 1.5 cm die haar naam dankt aan de verbrede schenen van de achterpoten(zie foto).

Bijzonder

In Noord-Amerika staat de Bladpootwants bekend als een schadelijke soort voor naaldbomen. De wants zuigt plantensappen, waardoor de vitaliteit kan afnemen. Of het hier ook een schadelijke soort wordt, is nog niet duidelijk. De soort overwintert in het volwassen stadium en heeft de neiging beschutte plekjes in huizen en gebouwen op te zoeken.

Waar

Oorspronkelijk kwam de soort voor in Mexico, de Verenigde Staten en Canada. De laatste jaren verspreidt de soort zich in een recordtempo over het noordelijk halfrond tot in Japan. De Bladpootwants kwam in 1999 waarschijnlijk met een houttransport naar Italië. En daarna dook de soort snel op in de meeste West-Europese landen: In 2002 in Zwitserland, in 2003 in Spanje, in 2004 in Hongarije, in 2005 in Frankrijk, in 2006 in Duitsland en in 2007 in Nederland, België en Engeland. In Nederland werd de soort in 2008 op tien locaties aangetroffen. En nu duikt de soort dus op in een huis in Hoofddorp.

 insectenBlauw Munthaantje14 jan 2016januari

Blauw Munthaantje, 14 jan 2016

 munthaantje

Elke plant (en dier) probeert zo effectief mogelijk te overleven. Daartoe hebben ze een heel arsenaal aan ′trucs′ ontwikkeld. Het zijn al die trucs die de natuur zo interessant maken, als je er op gaat letten. Heel veel van mijn columns gaan over die fascinerende mechanismen. Deze week wil ik het hebben over de chemische oorlogvoering. Elke plant en misschien wel elke cel is een soort chemische fabriek. Heeft u zich wel eens afgevraagd waarom er zo veel al of lekker geurende planten zijn: sommige ruiken naar citroen, sommige naar munt, sommige naar ui en zo zijn er duizenden geuren ( en smaken) te onderscheiden, waar wij als mens ons voordeel mee doen. Veel van die stoffen zijn etherische oliën of alkaloïden. Planten maken die stoffen niet voor ons plezier maar omdat die stoffen bewezen hebben, dat ze effectief zijn tegen vraat. Insecten houden niet van de smaak, en

de effectiviteit van de chemische fabriek in die plant valt af te lezen aan de mate waarin bladeren van deze planen niet zijn aangevreten. De natuur zou echter de natuur niet zijn als er niet een beest vroeg of laat ontdekt dat er een tafeltje dekje voor hem klaar ligt als hij zijn tegen zin m.b.t. die bepaalde smaak of geur overwint. Het klassieke voorbeeld daarvan is de Jacobsvlinder die het gif van zijn waardplant op weet te slaan en daarmee zelf oneetbaar wordt. Een ander voorbeeld is het munthaantje, dat gespecialiseerd is in het eten van muntsoorten.

Bijzonder

Het munthaantje is een opvallende fel blauwe kever (foto) die van maart tot september aan te treffen is op populaties van muntplanten. In de Heimanshof staan veel muntsoorten en de munthaantjes die daar altijd in grote aantallen op aan te treffen zijn, vormen een groot succes bij kinderen die in de tuin op bezoek komen. Het munthaantje en zijn larven leven van de bladeren van verschillende muntsoorten.

Waar

Het munt haantje is algemeen in Nederland. Op sommige plaatsen kan hij zich tot een plaag ontwikkelen.