bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Merel(sterfte), 22 sep 2018

 merel

De aanleiding voor deze column is het feit dat ik normaliter 10-12 merels rond mijn huis heb die de druiven van onze gevel plunderen. Dit jaar is niet alleen een uitzonderlijk goed (zoet) druivenjaar, er wordt ook helemaal niet van gegete, terwijl ze voor de zomer wel de bessenstruiken leeg aten. Dat geeft mij het angstige gevoel dat de gevreesde Usutu merelziekte nu ook (half augustus) de Haarlemmermeer bereikt heeft. Graag reacties van lezers of dit kunnen bevestigen of andere ervaringen hebben. Het Usutu-virus komt uit Afrika en wordt verspreid door muggen. Het virus is via trekvogels naar Europa overgebracht, waar het 2001 voor het eerst opdook in Oostenrijk. Vanuit daar verspreidde het zich over Europa, met in 2012 een massale slachting onder de merels in Duitsland tot gevolg. Meer dan 300.000 vogels stierven. In sommige Duitse steden was de sterfte zo massaal

dat de merels praktisch verdwenen waren uit de tuinen en parken. In 2016 bereikte het zuid-oost Nederland.

Bijzonder

De merel is een van de meest algemene zangvogels in Nederland en zeker in stedelijk gebied. Maar dit was niet altijd zo. Tot ca 1900 was de merel een schuwe bosvogel. Ze leefden teruggetrokken in dichte loofbossen van Europa. Bij elk kleinste teken van gevaar trokken ze zich in het dichte kreupelhout terug en waarschuwden ze met hun typische alarmroep de andere bosbewoners. Ze hebben zich echter ontwikkeld tot cultuurvolgers en komen nu vrijwel overal in tuinen voor. Merels zijn alleseters en voeden zich onder meer met wormen, insecten, bessen, brood, zaden, afval en diverse soorten vogelvoer. De merel is een uitbundige zanger en zingt vaak vanaf een hoog punt. Het mannetje zingt vanaf februari, vooral ’s morgens, ’s avonds en bij regen.

Waar

De merel komt van nature voor ten zuiden van de poolcirkel in heel Europa en grote delen van Azië. Elders is de merel ook uitgezet en in Australië en Nieuw-Zeeland wordt hij gezien als een plaag. Afgezien van de noordelijkste populaties zijn merels meestal geen trekvogels.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 5 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 paddenstoelenKersentrilzwam25 mei 2007mei

Kersentrilzwam, 25 mei 2007

 kersentrilzwam

Direct na het invallen van de regen, na de lange droge periode in maart en april werd er bij De Heimanshof een onbekende paddestoel binnengebracht die uit de takken van een levende conifeer groeide (zie foto) Het heeft even tijd gekost, maar uiteindelijk zijn we uitgekomen op kersentrilzwam. Hoewel de naam aangeeft dat deze soort meestal op een kersenboom voorkomt, worden zij soms ook op andere soorten aangetroffen.
Trilzwammen zijn een groep van primitieve zwammen die eruit zien als gelei, met soms opvallende kleuren zoals de gele trilzwam. De bekendste Nederlandse trilzwam is de Judasoor, die vooral op oude vlieren groeit. De kersentrilzwam is zowel paraset, d.w.z. dat hij groeit op levend hout als saprofiet, d.w.z. dat hij dood hout afbreekt.

Bijzonder

De

kersentrilzwam is net als de Judasoor eetbaar, maar daarvoor veel te zeldzaam. Verder is er geen enkele smaak en geur, zodat de consistentie van koud kraakbeen vrijwel de enige ‘sensatie’ is. Trilzwammen kunnen in tegenstelling tot andere paddestoelen tegen vorst en tegen uitdrogen. Als ze ontdooien gaan ze gewoon door met sporenvorming. Wanneer het heel droog wordt, drogen ze helemaal uit en worden het donkere vlekken. Wordt het weer vochtiger, dan zwellen ze weer op. Dit proces kan zich tot vijftien keer herhalen, waarna de zwam afsterft. De kersentrilzwam vormt sporen over zijn volledige oppervlakte. Doordat het oppervlak niet vlak is, maar sterk gelobd, kunnen er enorm veel sporen gevormd worden,

Waar

De trilzwammen zijn een groep van ongeveer 500 soorten, die vooral in de tropen voorkomen, waar de kans op uitdroging niet zo groot is. In Nederland komen er ongeveer 20 soorten voor waarvan een 7-tal vrij algemeen zijn. De kersentrilzwam is niet beschermd, maar wordt toch zelden of nooit aangetroffen en daarmee is het een interessante aanwinst voor de Haarlemmermeerse flora.

 insectenHoningbijen31 mei 2007mei

Honingbijen, 31 mei 2007

 honingbijen

Door het warme en droge voorjaar is dit jaar een goed bijenjaar. Het gevolg van het mooie weer is dat de bijen uitzonderlijk vroeg en veel aan het ‘zwermen’ slaan. Zwermen is de reactie van het volk op overbevolking. De oude koningin neemt dan de ‘vliegbijen’ mee terwijl de ‘huisbijen’ een nieuwe koningin opkweken. Voor imkers is dit geen leuke ontwikkeling omdat hun volk hiermee gehalveerd wordt. Zeker als er net een periode is met veel nectar (b.v als de linde bloeit of het koolzaad). Aan de andere kant is het zwermen voor een imker een buitenkansje, als hij een zwerm kan ‘opkorven’ om een nieuw volk te beginnen of een zwak volk te versterken.

Bijzonder

Honing is nectar, dat door bijen zo is ingedikt dat het niet meer kan bederven. Een koningin leeft 5 jaar. Een werkbij leeft 6 weken, waarvan drie weken als huisbij om larven te verzorgen en voor de klimaathuishouding en 3 weken als haalbij om water, nectar en stuifmeel te verzamelen.
Zwermen lijkt een angstaanjagende gebeurtenis omdat

zo’n 20.000 tot 60.000 bijen in een grote luidruchtige kluwen om hun koningin heen vliegen. Meestal strijkt een zwerm op minder dan 100 m van hun vertrekpunt neer op een boomstam in een grote ‘tros’. De koningin wordt zo beschermd tegen koude en aanvallers. Daar blijven ze 1- 3 dagen en verkennen de omgeving voor een geschikte plek voor de definitieve kolonie. De zwerm op de foto kon niet echt beslissen en hing er al 4-5 dagen. In die tijd waren er al 7 raten gebouwd in de open lucht.
Zwermende bijen zuigen zich voor vertrek voor 3 dagen vol met honing. Omdat ze zo vol zitten kunnen ze hun lijf niet eens krommen om te steken. Er zijn dus (ondanks het vervaarlijke geluid) geen vredelievender bijen dan zwermbijen.

Waar

Er zijn met dit weer nog meer bijenzwermen te verwachten. Wees niet bang daarvoor en laat de zwerm met rust. Er is een imkervereniging die u kunt bellen. Zij halen de zwerm graag bij u weg. Meestal doen ze dat na het donker, omdat dat dan alle haal- en verkennerbijen teruggekeerd zijn. Bel Jack van Aert, 0297-328237.

 honingbijenzwerm1

 plantenWaterranonkel8 jun 2007juni

Waterranonkel, 8 jun 2007

 waterranonkel1

De natuur is in juni op zijn mooist, met het grootste aantal bloeiende planten. Meestal is de bloemenpracht te bewonderen in bermen en in tuinen.
Aan de Sweelincksingel in Hoofddorp- Oost was in die tijd een indrukwekkende bloemenpracht in het water van de vijver te bewonderen. Bijna de hele oppervlakte van de vijver is dan bedekt met een wit bloemetje met een geel hartje dat net 5 cm boven het water wordt opgetild door een dicht massa van volledig onder water groeiende planten. Het kan in dit geval niet gaan om een wier zoals Canadese waterpest of gedoornd hoornblad, want die bloeien niet.
Het gaat om een boterbloem en wel de waterranonkel. Van de Waterranonkel-familie

komen in Nederland 7 soorten voor. De enige die al zijn stengels en bladeren onder water houdt en alleen het bloemetje boven water drukt, is de stijve waterranonkel.

Bijzonder

Alle waterranonkels hebben bladeren die zo diep ingesneden zijn dat ze bijna alleen uit draadvormige slippen lijken te bestaan. Deze soort heet ‘stijf’ omdat de bladeren niet zoals bij de andere soorten als zij uit het water getild worden slap naar beneden gaan hangen, maar in dezelfde stand blijven staan.

Waar

De stijve waterranonkel houdt van een zonnige plek en vrij ondiep voedselrijk water, dat ook wel een beetje brak mag zijn en liefst een klein beetje moet stromen. De bodem mag voor deze soort zowel venig als kleiig zijn. Daarom komt deze soort het meest in West-Nederland voor.

Voorkomen: niet algemeen en niet zeldzaam

Status: niet speciaal beschermd

 plantenKlimopbremraap13 jun 2007juni

Klimopbremraap, 13 jun 2007

 klimopbremraap

Planten zijn normaliter groen en bouwen met dat bladgroen hun eigen weefsel op. Maar er bestaan ook parasitaire planten, die geen bladgroen hebben en al hun voedsel uit hun gastheer onttrekken. Het bekendste voorbeeld daarvan uit de hogere planten is de bremraapfamilie. Bremrapen zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden. Het beste herkenningsmiddel is hun waardplant. Zo woekert de grote bremraap op brem en is daarmee de naamgever van de hele bremrapenfamilie, de klavervreter op klaver en andere vlinderbloemigen, de rode bremraap op sikkelklaver en de walstrobremraap op walstro. De zeldzaamste soort van deze familie, die dan ook op de rode lijst van beschermde soorten staat is de klimopbremraap. De klimopbremraap bloeit in juni.

Bijzonder

: Net als de orchideeën, waar hij op lijkt, maar geen familie van is, produceert een bremraap heel veel fijn stofzaad, dat door de wind over duizenden kilometers verspreid kan worden. Het zaad is zo klein, dat het geen eigen reservevoedsel heeft. Het zaad schijnt pas te ontkiemen

in de buurt van de wortel van een waardplant. Daarvoor moet het dus eerst onder de grond terechtkomen, door gegraaf van zoogdieren, insecten of wormen. Vindt het prille bremrapenworteltje de wortel van een waardplant, dan boort het zich onmiddellijk naar binnen en onttrekt daar de voedingsstoffen om verder te kunnen groeien. Wanneer het na enkele jaren ondergronds tot een knolletje gegroeid is, zal er pas een bovengrondse bloem gevormd worden. Deze steel tot ongeveer dertig centimeter lengte, met enkele tientallen bleek paarsbruine bloempjes, bloeit in juni. Daarna verdrogen alle bloempjes en lijkt de plant meer op een dood rafelig stokje. Vaak staan ze met tientallen bij elkaar.
Op De Heimanshof staat ook een ander bremraap, de fel oranjegele zuurbesbremraap, die in juli en augustus bloeit.

Waar

: In de Haarlemmermeer kennen we twee plaatsen waar klimopbremrapen groeien. Op De Heimanshof staat al 10 jaar een groepje net voor het verenigingsgebouw. Een spectaculaire groep van ruim 300 exemplaren werd in 2006 gevonden op de Beukenhorst Oost. Het lijkt erop op Beukenhorst-Oost samen met de ook al heel bijzondere bijenorchis grossiert in grote aantallen van bijzondere soorten. Omdat klimop in tuinen nogal algemeen is het best mogelijk dat er op meer plaatsen bremrapen voorkomen. Graag worden wij hiervan op de hoogte gesteld.
Status: wettelijk beschermde rode lijst soort

 andersHeksenboter20 jun 2007juni

Heksenboter, 20 jun 2007

 Heksenboter

Bij regenachtig en warm weer zijn de omstandigheden gunstig voor een wel heel bijzonder soort organisme. Het is zo bijzonder omdat het nog een dier-, noch een plant, noch een schimmel noch een bacterie is. De slijmzwammen, want daar hebben we het over, zijn een eigen ‘rijk’ in de indeling van de levende organismen. Het is onbekend hoeveel soorten slijmzwammen er zijn. Wel is het zo dat de meeste soorten over de hele wereld voorkomen en dat de meeste in rottend hout, turf en ondergronds leven. Slechts een paar soorten hebben een Nederlandse naam, zoals de hierbij afgebeelde ‘heksenboter’. Slijmzwammen kennen drie levensstadia. Uit sporen ontstaan microscopisch kleine eencellige organismen, die zich kruipend of zwemmend voortbewegen. Die voegen zich samen tot een rondkruipende kolonie. Dit plasmodium vormt als het droger wordt een vlies, waarop kussen- of knotsvormige sporenlichamen zitten. Daarin worden de sporen gevormd, waarmee de slijmzwammen zich verspreiden.

Bijzonder

: Slijmzwammen hebben vaak prachtige kleuren. In vroeger tijden werden ze om hun kleur verzameld en gebruikt

om er kleurstoffen, vaak helderrood (bloedweizwam) of geel (heksenboter) van te maken. Het plasmodium maakt dat slijmzwammen nergens anders in het dieren- of plantenrijk passen. Het bestaat namelijk uit een enorme in elkaar gevloeide massa van celmateriaal, zonder er in de massa celwanden bestaan. Het geheel ziet eruit een klodder slijm en kan zich gedragen als een gigantische amoebe, maar wel met miljoenen celkernen. Die zitten dus samen met elkaar binnen 1 reusachtige ‘cel’! Veelal huizen slijmzwammen in dode plantenresten, zoals vermolmd hout of dode bladeren, maar daar leven ze niet van. Het plasmodium omvloeit bacteriën en schimmels en voedt zich daarmee, terwijl het al kruipend een soort slakkenspoor achterlaat. Sommige soorten kunnen plasmodia vormen van wel een vierkante meter groot, maar de meest zijn een paar millimeter. Als dat over je tuinpad kruipt weet je niet wat er gebeurt!

Waar

: Slijmzwammen zijn helemaal niet zeldzaam. Hoe meer je zoekt op vermolmd hout, op half vergaan snoeihout, dor blad en composthopen, hoe meer soorten slijmzwammen je vindt. Sommige zoals de heksenboter vind je het hele jaar door, andere verschijnen in het voorjaar of in de zomer, de meeste in de herfst als er veel bacteriën en schimmels zijn, die helpen de vele dode plantenresten op te ruimen

Terugmeldingen

: geen Voorkomen: warm vochtig weer Status: onbekend

 insectenIepenspintkevers21 jun 2007juni

Iepenspintkevers, 21 jun 2007

 iepenspintkever

Met het invallen van de zomer gaat het weer gebeuren. Plotseling verdort een tak of een hele kroon van een iep. Zo’n boom heeft last van een schimmel die vlak onder de bast zit en zich net iets sneller door de boomvaten verspreidt dan de boom zijn vaten kan afsluiten. Hierdoor doodt de boom eigenlijk zichzelf. Dit gaat vooral heel snel als de schimmel de wortels bereikt en met de sapstroom uit de wortels in één klap door de hele boom wordt verspreid. Deze iepenziekte bestaat pas 70 jaar. Toen trad de mutatie op waardoor de schimmel zich sneller kon verspreiden dan de boom zijn ‘irritatie’ kon indammen.
De schimmel zou niet zo’n plaag zijn, als hij niet werd geholpen door iepenspintkevers. Deze kevers (4 mm lang) maken de schors los van bomen. Daar beginnen ze mee zodra ze niet meer verdrinken in de sapstoom van een levende boom. Dit gaat in enorme aantallen. In een dode iep met een diameter van 40 cm wordt het schors losmaken binnen 6 weken uitgevoerd door zo’n 500.000 keverlarven. Deze larven vreten in karakteristieke patronen hun gangen vanuit de gangen die het vrouwtje heeft gemaakt. Bij een zieke iep zit de laag net onder de schors tjokvol met schimmelsporen en de jonge kevers dus ook. Ook dit zou nog niet zo erg zijn, als die kevers, om zelf weer eieren te kunnen

leggen, eerst van een gezonde iep wat verse bast willen eten. In die stap brengen ze de schimmel over op alle bomen binnen een straal van 5 km met de wind mee. Dat gebeurt op de eerste dag met een temperatuur van meer dan 20 graden na de 6 weken dat de broedboom doodging.

Bijzonder

: In hun poging om de iepen van Amerika te redden van de iepenziekte werden er in de 40tiger jaren enorme hoeveelheden van het net ontdekte wondermiddel DDT ingezet om de kevers te doden. Door dit overmatig gebruik werd het gevaar van DDT ontdekt. Alleen de iepenziekte werd niet ingedamd. Iepenziekte in het Engels heet ‘Dutch Elm Disease’ Dat wordt door veel mensen net als ‘double Dutch ‘en ‘going Dutch’ als iets negatiefs beschouwd. Het is echter een eerbetoon aan de Nederlandse wetenschappers die het ecologische mechanisme ontdekten, waardoor bestrijding mogelijk werd.

Waar

Zieke iepen kunnen bij de gemeente gemeld worden. Het is van het grootste belang dat deze bomen binnen 6 weken na het bruin worden gerooid en van hun bast ontdaan worden. Bewaar ook nooit iepenhout voor uw open haard. Uw hout is een bron van ellende voor uw wijde omgeving.

 iepespintkeverpatronen

 plantenRolklaver26 jun 2007juni

Rolklaver, 26 jun 2007

 rolklaver

De midden- en zijbermen van de N201 tussen Claus en de afslag naar de van Heuven- Goedhartlaan hebben een tamelijk voedselarme grond. Daardoor staat er een laagblijvende grasmat en niet zoals in het grootste deel van de Haarlemmermeer, het dominerende gras glanshaver (vroeger heette dat frans raaigras) van 1- 1,5 m hoog. Tussen deze lage grassen valt de heldergele kleur van een vlinderbloemige sterk op. Het is rolklaver. De rolklaver is een algemeen voorkomende, vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie. De naam rolklaver is aan de plant gegeven vanwege de ronde peulen. De 5 tot 25 cm hoge plant heeft een bloeiwijze van tot ongeveer 7 gele tot oranje, 15 mm grote bloemen. De bloemknop is meestal rood. De bloeiperiode

loopt van mei tot september, met een hoogtepunt in juni.

Bijzonder

: Net als ander vlinderbloemigen vormt de rolklaver wortelknolletjes waarin een bacterie leeft, die stikstof bindt voor de gastheer, in ruil voor suikers van de plant. Vanwege deze stikstofbron, kan de rolklaver op voedselarme grond groeien en is het groen van de rolklaver veel dieper (d.w.z. gezonder) dan van de planten in zijn omgeving. De rolklaver is waardplant voor veel vlinders, zoals de sint-jansvlinder, het icarusblauwtje, het boswitje en het ernstig bedreigde bruin dikkopje. Ook het zwartsprietdikkopje en het klein geaderd witje bezoeken deze plant. Voor diverse solitaire bijen, zoals de grote harsbij, kleine wolbij, het zilveren fluitje en de goudenslakkenhuisbij is deze plant een drachtplant. Ze verzamelen nectar en stuifmeel. Ook bevliegen diverse soorten hommels deze plant, waaronder de steenhommel.

Waar

: De rolklaver groeit graag op matig voedselrijke grond; de plant komt voor in de duinen en in laag grasland. De plant is inheems in Eurazië en Noord-Afrika.

 vogelsNachtegaal29 jun 2007juni

Nachtegaal, 29 jun 2007

 nachtegaal

Bijna iedereen heeft wel eens gehoord over de zangkwaliteiten van de nachtegaal. Ook zijn naam is afgeleid van het Germaanse "galan": zingen. Slechts weinigen hebben ′m ook wel eens gezien. Maar zoals het vaker is in de vogelwereld hebben de minst opvallende soorten de meest uitbundige zang en moeten bont gekleurde vogels het doen met magere stem. De nachtegaal is bovenop dan ook onopvallend roodbruin gekleurd met een lichte buik en houdt zich vooral in het struikgewas op. Dichte braamstruwelen met brandnetels in bosranden en houtwallen zijn favoriet. De nachtegaal is zowel een broedvogel als een doortrekker in ons land. Het aantal broedparen wordt geschat op ongeveer 7000 in heel Nederland. Dat is niet zoveel en daarom staat deze vogel dan ook op de rode lijst van streng beschermde soorten.

Bijzonder

: In

de winter trekt de nachtegaal naar de savannes van Afrika. Als de vogels in het voorjaar terug komen, kiezen de mannetjes een territorium, waarbij ze met hun zang hun aanwezigheid kenbaar maken. Doordat er minder vrouwtjes zijn dan mannetjes en doordat sommige mannetjes meerdere vrouwtjes hebben, blijft een gedeelte van de mannetjes zonder partner. Hierdoor is de zang van de nachtegaal nog tot diep in de zomer te horen. Ook bijzonder is dat de nachtegaal 24 uur per etmaal te horen is, alsof hij nooit slaapt.

Waar

: Vergeleken met enkele decennia geleden (begin jaren 1980) zijn de aantallen broedende nachtegalen kleiner geworden. Een sterke inkrimping van het verspreidingsgebied is zichtbaar in Oost-Nederland. In West-Nederland is echter enige toename te zien. Die is helaas niet voldoende om de sterke afname te compenseren. Deze afname is in geheel Europa zichtbaar. Een flinke toename is zichtbaar in het duingebied. In de Haarlemmermeer zijn er dit jaar twee broedgevallen bekend geworden: 1 op de Olmenhorst en 1 aan de noordelijkste punt van het zojuist geopende Bomenpad in het Haarlemmermeerse Bos. Voor andere meldingen houden wij ons aanbevolen.

 insectenSabelsprinkhaan2 jul 2007juli

Sabelsprinkhaan, 2 jul 2007

 sabelsprinkhaan

De grote groene sabelsprinkhaan is met 8 cm een van de grootste insecten van Nederland. Van de lengte bepalen de vleugels en de legbuis ongeveer de helft. Door zijn grasgroene kleur valt deze grote sprinkhaan niet op tussen planten en struiken. De achterpoten zijn ongeveer twee keer zo lang als de andere poten. De twee voelsprieten zijn even lang als het lichaam. De sabelsprinkhaan is een goede springer en vliegt weg bij verstoring of gevaar. De mannetjes ′zingen′ door de voorvleugels langs elkaar te wrijven, en zijn te horen van de middag tot diep in de nacht. De vrouwtjes leggen rond september eitjes die met de legbuis, in schorsspleten of in de bodem worden afgezet. De nimfen komen in de lente uit het ei. De jonge groene sabelsprinkhanen blijven de eerste vervellingen nog in de lagere begroeiing omdat ze nog niet

kunnen vliegen. Pas als ze volwassen worden, rond eind juni wordt wat meer op bomen en hogere planten gekropen om beter te kunnen jagen en te zonnen.

Bijzonder

: De sabelsprinkhaan heeft een goede schutkleur, maar hij verraadt zich door zijn lied’, dat klinkt als her ratelen van een naaimachine. Het is tot op 100m ver te horen en kan minutenlang aanhouden. De legbuis die alleen bij het vrouwtje voorkomt, heeft het dier zijn naam gegeven. De legbuis wordt onterecht nog wel eens aangezien voor een angel. Hoewel sprinkhanen als schadelijk worden gezien, is deze soort vrij nuttig. Het voedsel bestaat naast planten voor een groot deel uit andere insecten. Prooien worden met de stekelige voorpoten gegrepen en met de sterke kaken in stukjes geknipt.

Waar

: Sabelsprinkhanen zijn zo algemeen in de Haarlemmermeer, dat ze gedurende de zomer (dit jaar begon het zingen precies op 21 juni) tot eind september overal te horen zijn en om die reden als een van de karakteristieke geluiden van de Haarlemmermeer in het Kunstproject 2006 zijn opgenomen.

 vogelsBoomvalk5 jul 2007juli

Boomvalk, 5 jul 2007

 boomvalk

De boomvalk ziet eruit als een kleine slechtvalk. Mannetjes en vrouwtjes hebben hetzelfde kleed. Jongen zijn over het algemeen veel bruiner van kleur. Het is een elegante roofvogel, die er met zijn langgepunte vleugels uit ziet als een grote gierzwaluw. Boomvalken nemen oude nesten van kraaien en andere vogels over en leggen twee tot vier eieren. De boomvalk jaagt vooral op grote insecten zoals libellen, die in de vlucht worden opgegeten. Ook kleine vogels worden in de vlucht gevangen. Omdat de boomvalk op grote insecten jaagt begint hij pas laat te broeden. Het paartje dat in de buurt van De Heimanshof nestelt, maakte dit eind mei luidruchtig duidelijk door wilde ‘baltsvluchten’, waarbij luidruchtig geroepen werd. Nu zit het vrouwtje op de eieren en is het stil om het nest.

Pas als de jongen uitvliegen, zo eind juli, laten de boomvalken weer van zich horen. Dit boomvalkenpaartje jaagt vrijwel boven heel de bebouwde komt van Hoofddorp. Boomvalken op hun beurt worden af en toe door haviken en andere grote roofvogels gevangen.

Bijzonder

: Zijn snelheid en vliegkunsten stellen de boomvalk in staat om zelfs zwaluwen te grijpen. De huiszwaluw en boerenzwaluw hebben dan ook een specifieke boomvalk-alarmroep.

Waar

: De boomvalk is verspreid over Europa en Azië. Het is een trekvogel die grote afstanden aflegt en overwintert in Afrika. Het is een weinig talrijke broedvogel van open bossen en parken. In het verleden kwam de boomvalk in Nederland vooral voor in de bossen op de zandgronden. De soort doet het daar de laatste jaren erg slecht. In halfopen (agrarisch) landschap wordt de soort echter steeds meer gezien. Dit geldt ook voor de Haarlemmermeer. Er broeden meestal zo’n 5-8 paartjes per jaar in onze polder, afhankelijk van het voedselaaanbod.

 vogelsCanadese Ganzen2 aug 2007augustus

Canadese Ganzen, 2 aug 2007

 canadesegans

Deze forse ganzensoort (bijna zo groot als een zwaan) komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Echte wilde Canadese ganzen zijn zeer zeldzaam. Vrijwel alle Canadese ganzen in Nederland zijn verwilderde afstammelingen van vogels die voor de jacht zijn uitgezet, aangevuld met siervogels uit parken.
De Canadese gans is een planteneter, met zijn lange hals gespecialiseerd in het eten van voor andere grondelaars onbereikbare onderwaterplanten. Maar ook mals gras, sappige kruiden en jonge blaadjes van struiken worden wel gegeten.

Bijzonder

: Ganzen kunnen tot 30 jaar oud worden. Adulte ganzen ruien alle slagpennen tegelijkertijd en kunnen daardoor ongeveer 1 maand niet vliegen. De rui valt meestal samen met de periode waarin de jongen zich in het nest bevinden. Anders dan bij eenden hebben mannetjes en vrouwtjes hetzelfde verenkleed. Ganzen trekken in familieverband of grote troepen. Ze vliegen in V-vormige formaties of golvende linies. Door

in V-formatie te vliegen hebben de vogels een voordeel. De ganzen die volgen maken gebruik van de lift die volgt uit de vleugelslag van de voorganger. Tijdens het vliegen communiceren de ganzen met elkaar. De achterste ganzen moedigen de voorste aan om op snelheid te blijven.
Als een gans ziek wordt of gewond raakt en daardoor niet meer in staat is mee te vliegen dan zullen twee ganzen bij de zieke gans blijven totdat deze hersteld is of overleden. Samen zullen de ganzen trachten hun groep in te halen.

Waar

Sinds circa 1650 is de Canadese gans begonnen aan zijn opmars in Europa, nadat de vogels als jachtwild naar Europa zijn gehaald. De verwachting is dat de soort zich nog verder over Europa en Azië zal gaan verspreiden. Het bestand in Nederland bedraagt ongeveer 1.000 tot 1.400 paren, maar daarnaast leven er een flinke hoeveelheid jonge vogels. Canadese ganzen zijn pas geslachtsrijp op tweejarige leeftijd. Vooral in de natte delen van Nederland weet de Canadese gans zich uitstekend te handhaven. Rond de grote rivieren zijn Canadese Ganzen al een gewoon verschijnsel geworden. Het lijkt erop dat de Canadese gans ook zijn weg naar de Haarlemmermeer heeft gevonden. Bij Fort Vijfhuizen verblijft al het hele jaar 2007 een groepje van 5-6 onvolwassen dieren, overigens in het gezelschap van een brandgans.

 insectenStadsreus17 aug 2007augustus

Stadsreus, 17 aug 2007

 stadsreus

De stadsreus of hoornaarzweefvlieg is met 2cm de grootste zweefvlieg die voorkomt in Nederland. 20 jaar geleden was deze soort nog zeer zeldzaam en kwam alleen op de trek hier af en toe hier verzeild. Waarschijnlijk door de klimaatsontwikkeling is het nu een vrij algemene soort, die zich hier ook voortplant. Vooral zijn grootte en de gele driehoek tussen de ogen zijn onmiskenbaar.
Ten opzichte van de veel zwaardere hommels, bijen en wespen zijn zweefvliegen heel wendbaar en hebben ze het vermogen perfect stil te hangen, te ′zweven′; vandaar ook hun naam.

Bijzonder

: Dat de stadsreus op een hoornaar (een grote wesp) lijkt, is geen toeval. Volwassen zweefvliegen zijn totaal onschuldige nectar- en stuifmeeleters, die behalve vluchten geen verweer tegen vijanden hebben. Ter bescherming bootsen de soorten van deze groep vaak wespen, bijen en hommels na, die zich goed kunnen verdedigen met een angel. Het nabootsen van andere, gevaarlijkere dieren heet mimicry en komt bij zeer veel diergroepen voor.
Hoewel alle volwassen zweefvliegen vrijwel

uitsluitend van nectar en stuifmeel leven, hebben hun larven een heel andere voorkeur. Deze larven zien er dan ook heel verschillend uit, afhankelijk van waar ze leven en wat ze eten:
- Bladluisetende larven lijken op een kruising tussen een naaktslak en een worm en leven op planten
- Afvaletende larven op het land zijn meestal plat en wormachtig en leven soms in wespennesten, zoals de stadsreus of in rottend hout(molm)
- Afval- en bacterie-etende larven leven in (vooral vuil)water of mest en zien eruit als dikke maden met zeer lange telescopische adembuis die boven water wordt gestoken, om aan zuurstof te komen. Deze larven worden ook wel rattenstaartlarven genoemd.

Met name de bladluisetende soorten en de rattenstaartensoorten worden als zeer nuttig beschouwd.

Waar

De stadsreus kan op veel plaatsen worden waargenomen. B.v. in gezelschap van andere zweefvliegen, vliegen, bijen en vlinders op het koninginnekruid wat op dit moment uitbundig bloeit en veel nectar levert.

Terugmeldingen n.a.v. eerdere onderwerpen

N.a.v. de melding van bonte spechten, die metalen lichtmasten gebruikten om hun territoriumroffel te versterken, kwamen zeer veel andere meldingen binnen over hetzelfde gedrag, b.v. schoorsteenkappen, straatlantaarns, etc. Het lijkt erop dat spechten zich goed aanpassen aan het leven in de stad.