bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Steenrode Heideibel, 18 aug 2018

 steenrodeheidelibel

Libellen zijn er in soorten en maten. De meest algemene kleine soorten heten waterjuffers. Die vouwen hun vleugels samen boven hun lichaam als ze zitten. De grootste soorten van wel 8 cm groot, heten glazenmakers. Dat komt omdat ze hun vleugels breeduit hebben als ze zitten, net zoals de glazenmakers uit de middeleeuwen het glas op hun rug droegen bij aflevering. En dan zijn er de meer gedrongen ‘middensoorten’ die in grootte tussen de juffers en de glazenmakers inzitten. De meest algemene daarvan in onze regio is de oeverlibel, waarvan de mannetjes blauw zijn en de vrouwtjes geel en er is een groep van rode soorten die heidelibellen genoemd worden.

Bijzonder

Ook de midden soorten dragen hun vleugels bij zitstand breeduit. Wereldwijd zijn er ongeveer 70 soorten, waarvan er 10 in Nederland voorkomen, waarvan er 6 nogal zeldzaam

zijn. Hoewel je dat niet zou verwachten, komen heidelibellen op veel plekken voor en niet alleen op heide terreinen. Er zijn 4 vrij algemene soorten, die dit jaar waarschijnlijk door de hoge temperaturen extra algemeen zijn: de zwarte heidelibel die zoals de naam zegt zwart is, de bloedrode heidelibel, de steenrode heidelibel en de bruinrode heidelibel. Het zijn de volwassen manentjes die rood zijn. De vrouwtjes en jonge mannetjes zijn geel, oranje of bruin. Op de foto staat een mannetje van de steenrode heidelibel. Het onderscheid tussen de soorten is vaak niet zo makkelijk. Maar op de foto is te zien dat de poten niet egaal zwart zijn (bloedrode heidelibel), maar gestreept. Dus het is een mannetje steenrode heidelibel. En deze was ver van de heide, gewoon in de Haarlemmermeer te vinden.

Waar

Bruinrode en steenrode heidelibellen zijn algemeen bij allerlei stilstaande wateren en niet zelden komen beide soorten op dezelfde plek voor. De bruinrode heidelibel heeft een lichte voorkeur voor watertjes met weinig vegetatie op de zandgronden en Oost- en Zuid Nederland, terwijl de steenrode heidelibel algemener is bij sterker begroeide wateren op de veengronden in West- en Noord-Nederland.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 1 ] Ga naar 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 insectenSteenrode Heideibel18 aug 2018augustus

Steenrode Heideibel, 18 aug 2018

 steenrodeheidelibel

Libellen zijn er in soorten en maten. De meest algemene kleine soorten heten waterjuffers. Die vouwen hun vleugels samen boven hun lichaam als ze zitten. De grootste soorten van wel 8 cm groot, heten glazenmakers. Dat komt omdat ze hun vleugels breeduit hebben als ze zitten, net zoals de glazenmakers uit de middeleeuwen het glas op hun rug droegen bij aflevering. En dan zijn er de meer gedrongen ‘middensoorten’ die in grootte tussen de juffers en de glazenmakers inzitten. De meest algemene daarvan in onze regio is de oeverlibel, waarvan de mannetjes blauw zijn en de vrouwtjes geel en er is een groep van rode soorten die heidelibellen genoemd worden.

Bijzonder

Ook de midden soorten dragen hun vleugels bij zitstand breeduit. Wereldwijd zijn er ongeveer 70 soorten, waarvan er 10 in Nederland voorkomen, waarvan er 6 nogal zeldzaam

zijn. Hoewel je dat niet zou verwachten, komen heidelibellen op veel plekken voor en niet alleen op heide terreinen. Er zijn 4 vrij algemene soorten, die dit jaar waarschijnlijk door de hoge temperaturen extra algemeen zijn: de zwarte heidelibel die zoals de naam zegt zwart is, de bloedrode heidelibel, de steenrode heidelibel en de bruinrode heidelibel. Het zijn de volwassen manentjes die rood zijn. De vrouwtjes en jonge mannetjes zijn geel, oranje of bruin. Op de foto staat een mannetje van de steenrode heidelibel. Het onderscheid tussen de soorten is vaak niet zo makkelijk. Maar op de foto is te zien dat de poten niet egaal zwart zijn (bloedrode heidelibel), maar gestreept. Dus het is een mannetje steenrode heidelibel. En deze was ver van de heide, gewoon in de Haarlemmermeer te vinden.

Waar

Bruinrode en steenrode heidelibellen zijn algemeen bij allerlei stilstaande wateren en niet zelden komen beide soorten op dezelfde plek voor. De bruinrode heidelibel heeft een lichte voorkeur voor watertjes met weinig vegetatie op de zandgronden en Oost- en Zuid Nederland, terwijl de steenrode heidelibel algemener is bij sterker begroeide wateren op de veengronden in West- en Noord-Nederland.

 kleine dierenMollenellende3 aug 2018augustus

Mollenellende, 3 aug 2018

 mollenellende

Deze column (sinds juni 2006) heet Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer. De reden is, dat er over het algemeen gedacht wordt dat de Haarlemmermeer een zeer arme polder is in biodiversiteit (en dat er daarom ook makkelijk nieuw beton en asfalt wordt aangelegd). De afgelopen 12 jaar heeft al wel geleerd dat er een ongelofelijke verscheidenheid aan soorten in onze polder voor komen en mijn inschatting is dat ik voor het behandelen van alle ca 10.000 soorten een jaar of 400 nodig zal hebben. Zo nu en dan gaat het niet alleen over nieuwe soorten maar gebeurt er iets bijzonders. Zo zitten we nu midden in de grootste droogte- en hittegolf sinds er weergegevens worden bijgehouden. En die droogte heeft ook effecten in de natuur op soorten. Zo vind ik aan de lopende band dode mollen en dat is opmerkelijk.

Bijzonder

De

eerste 3 mollen heb ik in de composthopen verwerkt, maar bij nr 4 en 5 begon er enige ongerustheid op te spelen. Op mol 4 heb ik daarom een gecombineerde anatomische les en sectie uitgevoerd (foto met inzet) en wat bleek: de arme mol was heel mager, geen vet en geen inhoud in het spijsverteringssysteem. Dat mollen van de honger sterven kan samenhangen met de droogte omdat hun voornaamste voedsel: regenwormen steeds dieper in de aarde wegkruipt en de Haarlemmermeerse klei bij droogte hard als beton wordt. Een mol moet dus steeds harder werken om steeds minder voedsel buit te maken. Als hij een ons wormen verbrandt om 50 gram te vangen, sterft hij na 4-6 weken van honger en uitputting. Graag hoor ik van lezers of er op andere plaatsen ook extra mollensterfte geconstateerd wordt.

Waar

Mollen zijn zeer algemene bewoners van onze polder. Ze graven gangen waarin ze via hun neus wormen en ander bodemleven opsporen. Ze leven 4 uur op en 4 uur slapen, jaarrond. Meestal zijn de Nederlandse condities ideaal om wormen te kunnen zoeken in bijna altijd vochtige humusrijke grond. Dit jaar zou wel eens een mollenramp jaar in een groot deel van Europa kunnen worden.

 bomenBuxusproblemen?20 jul 2018juli

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.

 insectenKoolrupssluipwesp8 jul 2018juli

Koolrupssluipwesp, 8 jul 2018

 koolrupssluipwespcombi

Koolrupssluipwesp: Apanteles glomerata

Een van de wetten van de natuur dicteert dat er overal evenwichtssystemen zijn. Een opvallend mechanisme daarbij is het evenwicht tussen prooidieren en jagers. Overal in de natuur houden die elkaar in een eeuwige strijd om te overleven in evenwicht: leeuwen eten zebra’s en gnoes, vossen eten muizen, roofvogels eten zangvogeltjes etc. Die wet gaat ook in de insectenwereld en een voorname speler daarbij is de sluipwesp. Er zijn in Nederland zo’n 48.000 soorten planten en dieren beschreven (excl bacteriën). De helft daarvan zijn insecten. En de helft daarvan, zo’n 12000 soorten bestaat uit wespen en dan meestal sluipwespen. Voor zo’n beetje elke soort insect bestaat er dus een gespecialiseerde soort sluipwesp. De angst voor wespen bij veel mensen is dus niet zo erg gegrond, want van sluipwespen hebben we alleen maar plezier. Als die er niet waren dan was de hele wereld zwart van

de vliegen, muggen, bladluizen en wat niet al. De meest sluipwespen zijn erg klein .Je ziet ze niet of nauwelijks.

Bijzonder

Maar er is een soort die heel goed zichtbaar te maken is, middels een experiment, dat het best uit te voeren is als er een groentetuin met koolplanten beschikbaar is. Op die koolplanten komen namelijk die koolwitjes af. En die heten niet voor niets KOOLwitje. Ze leggen namelijk eieren op koolplanten waaruit zeer nijvere rupsen komen, die een koolplant in een paar dagen tijd tot de nerf kaal kunnen vreten. Doodspuiten adviseren we nooit. Dat middel is erger dan de kwaal. Vooral met kinderen is het leuk en leerzaam om deze rupsen te zoeken en ze in en bak, met daarover vitrage, te doen. Ik heb dat wel eens gedaan met 500 rupsen. Natuurlijk moeten deze rupsen dan met koolbladeren gevoerd worden, maar die inspanning is wel de moeite waard: na een dag op wat gaan de rupsen verpoppen (foto onder). De sluipwespen zelf (3 mm) komen uit op de inzet (foto boven).Hoeveel van de 500 rupsen zou een koolwitje worden? En hoeveel ‘veranderen’ er in sluipwespjes?

Waar

De soort komt bijna overal voor in de wereld behalve in Antarctica en de Amerika’s

 plantenGeitenruit23 jun 2018juni

Geitenruit, 23 jun 2018

 geitenruit

Soms weet je niet waar een bijzondere plant opeens vandaan komt. Nota bene voor De Heimanshof in het gazon aan de Wieger Bruinlaan bloeit dit jaar een vrij grote vlinderbloemige met lila bloemen. Hij is wel 1.5 m hoog en zit vol met paarse bloemen (foto). Ook wij als plantenkenners moesten 2 plantendeterminatie app’s gebruiken om achter de naam te komen. De Nederlandse naam is geitenruit. Die naam stamtuit de tijd toen men dacht dat het een familie van de ruitfamilie (zoals kleine ruit en poelruit) was.

Bijzonder

Geitenruit heeft veel gebruiksmogelijkheden. De plant bloeit erg lang en is een rijke bron van nectar en stuikmeel voor insecten. Hij werd veel geteeld voor bodemverbetering en als voedsel voor vee. Ook heeft het vele medicinale gebruiksmogelijkheden. Het gebruik als veevoer viel niet goed bij alle soort vee. Mogelijk heet het daarom

geitenruit, omdat die het wel konden eten zonder bijwerkingen. De meest gebruikte toepassing is zijn bloedsuikerspiegel verlagende werking bij diabetespatiënten. Dankzij onderzoek aan deze plant is het meest gebruikte diabetesmedicijn ontdekt. Daarnaast vermindert het de eetlust wat bij meeste zware diabetes type 2 patiënten ook een pre is. De Latijnse naam slaat op het effect op melkproductie bij zogende vrouwen. Galega staat nl voor ‘melk voortbrengen’ omdat het melkklieren stimuleert. Maar er zijn nog meer werkingen: het is ook een diureticum, dwz de nieren worden gestimuleerd om meer urine te produceren en ook de zweetproductie wordt verhoogd en als zodanig helpt het bij griep, bloedstolsels worden tegen gegaan en het heeft een antibacteriële werking waardoor wonden sneller genezen. Het is dus een behoorlijk interessante plant die meer aandacht en plek verdient.

Waar

Oorspronkelijk komt deze uit Rusland, maar is al lang in heel Europa ingeburgerd. Het is een zonminnende plant die zoals veel vlinderbloemigen houdt van arme bodems: omdat ze zelf met bacteriën stikstof uit de lucht kunnen vast leggen hebben deze een concurrentie voordeel.

 plantenRapunzelklokje9 jun 2018juni

Rapunzelklokje, 9 jun 2018

 rapunzelklokje

Regelmatige lezers weten van de afgelopen 12 jaar, dat er overal bijzondere planten en dieren te vinden zijn. Deze week kwam ik weer eens een bijzondere plant op een wel heel curieuze plek tegen: midden op het enorme versteende en geasfalteerde kruispunt Hoofdweg/Van Heuven Goedhartlaan tegen over het politiebureau (foto). Midden tussen de bestrating onder het verkeerlicht stond een heus Rapunzelklokje. Die naam alleen al maakt natuurlijk al nieuwsgierig. Alleen op De Heimanshof weet ik nog 12 andere Rapunzelklokjes te staan in de Haarlemmermeer. Verder komt de soort vooral voor in Limburg en langs de rivieren met kalk houdende zandgrond. Ook hier is dat het geval. Hoofddorp is namelijk grotendeels gebouwd op een oude zandbank uit de Waddenzee die hier ooit lag. Diezelfde arme zandgrond met kalk is ook de reden dat er zoveel orchideeën in en

om Hoofddorp groeien.

Bijzonder

Het Rapunzel klokje is een twee- of meerjarige soort die tot 90 cm hoog wordt. In de Middeleeuwen was deze soort zo algemeen dat de bladeren en wortels een geliefde groente in rauwkost en salades vormde. De smaak van de wortel lijkt op radijs, maar dan zoet en opvallend zacht. Het blad is fijn en neutraal van smaak. Het woord Rapunzel’ komt van rapa pontica (Latijn voor ‘raap van de Zwarte Zee’). In het sprookje Rapunzel krijgt de dochter de naam van de raapjes die haar moeder zo graag at toen ze haar verwachtte. De medicinale werking van de plant stoelt op het gehalte aan inuline (multifructose),vitamine C en een antiseptische werking.

Waar

Het rapunzelklokje groeit in ons land op voedselarme dijken en in bermen, op kalkhoudende grond in Limburg, langs de rivieren en aansluitende zandgronden en regelmatig ook op spoorterreinen. De meeste van deze graslanden zijn tegenwoordig overbemest en daarmee is ook het rapunzelklokje bijna uitgestorven. Alle klokjessoorten zijn overigens wettelijk beschermd, of ze nu ergens talrijk staan of niet. De soort komt alleen in Europa, West Azië en NW Afrika voor.

 insectenGewone Pendelzweefvlieg27 mei 2018mei

Gewone Pendelzweefvlieg, 27 mei 2018

 gewonependelzweefvlieg

Insecten hebben het zwaar in onze stedelijke samenleving en zitten niet zitten in het ‘verdom’ hoekje van de vooroordelen. In 99.99% van de gevallen is dat onterecht en zijn ze alleen maar nuttig en fascinerend. Prachtige voorbeelden daarvan naast vlinders, libellen en de solitaire bijen en wespen, waar ik het al vaker over heb gehad, zijn de zweefvliegen. Vandaag vloog een mooie soort die veel in en om huizen voorkomt bij mij naar binnen: de gewone pendelzweefvlieg (foto): Het is erg algemene en heel makkelijk te herkennen vrij grote soort van 1.5 cm groot, door de zware horizontaal strepen op de rug van het borststuk. Om zich enigszins tegen vogels en andere belagers te beschermen, hebben ze kleurpatronen ontwikkeld die doen denken aan wespen en bijen. Alleen missen ze de kenmerkende wespentaille. Zweefvliegen heten

zo omdat ze het vermogen hebben stil in de lucht te hangen. Daarbij maken ze wel 150 vleugelslagen per seconde.

Bijzonder

Er zijn zweefvlieg soorten waarvan de larven bladluizen eten (die larven lijken op naaktslakken), er zijn soorten die afval eten op land, en heel veel soorten leven in onmogelijk smerig water waar ze letterlijk rommel (detritus) en bacteriën eten. Al deze larven doen dus zeer nuttig werk en de zowel jong als volwassen zijn ze nog onschuldig ook. Dus zweefvliegen verdienen het om beschermd te worden en dat doen we het beste door hen met veel plekken met wilde bloemen te voorzien. De larve van de Pendelzweefvlieg is zo’n smerig water opruimer. Die larven hebben een lange staart, waardoor ze adem kunnen krijgen in zuurstofloos water. De pendelzweefvlieg heet ook in het latijn zo en zijn Naam Helophilus pendulus betekend letterlijk dat het een zonminner is die in de lucht schommelend stil hangt.

Waar

Er zijn in Nederland ruim 300 soorten zweefvliegensoorten bekend, die op alle mogelijk plekken en in alle biotopen voorkomen. Ze zijn volstrekt onschuldig en leven als volwassen dieren alleen van nectar, vooral van schermbloemen.

 plantenRoomse Kervel12 mei 2018mei

Roomse Kervel, 12 mei 2018

 roomsekervel

In deze tijd van het jaar staan de bermen en bosranden vol met fluitenkruid. Fluitenkruid is een soort van de schermbloemenfamilie, die in Nederland honderden soorten kent. Bij voorbeeld ook de bij velen beruchte reuzenberenklauw hoort daarbij. Naast de reuzenberenklauw is de Europese berenklauw heel algemeen, die nauwelijks problemen geeft met blaarvorming. Maar de geelbloeiende pastinaak heeft ook variëteiten die dat wel doen. En wat dacht u van de gewone wortel, peterselie, selderij, kervel, dille, koriander en ga zo maar door. Zonder de schermbloemfamilie was ons leven lang zo leuk en lekker niet. Er is op dit moment een soort die bloeit, die de moeite waard is om beter bekend te worden.

Bijzonder

Net als fluitenkruid bloeit de Roomse Kervel met witte schermen. De bloeiwijze is iets rommeliger dwz het scherm is minder vlak) en iets romiger

van kleur en niet spierwit. En net als fluitenkruid wordt deze soort 1-1.5 m hoog ( foto). Een heel duidelijk kenmerk is dat de grote varenachtig geveerde bladeren lichtgroene plekjes hebben bij de nerf van het blad inzet). En het duidelijkste kenmerk is dat het blad bij kneuzing naar anijs ruikt. Er zijn restaurants waar ik dit blad aan lever om er toetjes of salades van te maken. Dat kan van februari tot september. Niet alleen de bladeren zijn (alleen vers) te gebruiken, ook de zaden, de stengels en de wortels. En zoals de meeste schermbloemigen is de Roomse Kervel een sieraad in een tuin die garant staat voor veel nectar en stuifmeel voor insecten: een biodiversiteitsaanrader dus.

Waar

Oorspronkelijk komt de roomse kervel uit Zuid-Europa ,bv de Pyreneeën, maar het werd al door de romeinen gebruikt en is waarschijnlijk door hen meegenomen en is sindsdien ingeburgerd, net als wijngaardslakken en konijnen. De soort is een zeldzame vaste plant die graag op kalkrijke bodem staat in bosranden/half schaduw. In de Haarlemmermeer zijn verschillende groeiplekken, meestal op plaatsen waar De Heimanshof of MEERgroen actief zijn geweest.

 insectenGewone Wolzwever28 apr 2018april

Gewone Wolzwever, 28 apr 2018

 wolzwever

Deze week kwam ik regel matig een insect tegen die als een kolibri stil kon staan in de lucht. Hij was bruin met een soort bontjasje net als hommels en hij had een zuigsnuit die bijna net zo lang was als de rest van z’n lichaam (foto). Het leek dus verdacht veel op een solitaire bij. Solitaire bijen bestaan naast sociale bijen zoals hommels en honingbijen, waarbij er maar 1 koningin is die de eieren legt. Bij solitaire bijen legt elk vrouwtje eieren. Vooral de solitaire bijen hebben het moeilijk in onze samenleving bij gebrek aan een bloemenvariatie, gebrek aan nestgelegenheid en door het menselijk spuitgedrag. Tot mijn eigen verbazing leerde nader onderzoek dat ook ik gefopt was door mimicry. Mimicry komt veel voor in de natuur. Zo doen onschuldige zweefvliegen zich bijna standaard voor als wespen of bijen in de hoop dat predatoren zoals vogels zich niet aan hun durven te wagen. Deze ‘bij’

bleek dat ook te doen en te horen bij de familie van de wolzwevers.

Bijzonder

Wolzwevers zijn een soort vliegen. Wereldwijd zijn er tot dusver 5500 soorten ontdekt, waarvan er een 20-tal in Nederland voorkomen. Wolzwevers hebben wel iets met bijen. Net als de muurrouwzwever die ik eerder behandeld heb (en die van metselbijen leeft) is de gewone wolzwever een jager op zandbijen. Zandbijen gebruiken geen holletjes in hout, maar graven holletjes in zand, waarin ze hun eieren leggen. De volwassen wolzwever leeft van nectar uit bloemen waar de nectar heel diep zit zoals hondsdraf en andere lipbloemigen. Vandaar de lange snuit. De larven van de wolzwever worden groot ten koste van die van de zandbij gastheer. Moeder wolzwever dropt haar eitjes in de nestgangen van zandbijen waar de larve zich tegoed doe aan voedselvoorraad die moeder zandbij heeft aangelegd en ze eten ook de larve op.

Waar

De wolzwever is te vinden in de buurt van zonnige zandhellingen, waar zandbijen voorkomen. Z’n verspreidingsgebied is het warmere deel van Europa en Azië en Noord-Afrika.

 kleine dierenPissebed31 mrt 2018maart

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.

 vogelsWinterperikelen:Meerkoet en Aalscholver18 mrt 2018maart

Winterperikelen:Meerkoet en Aalscholver, 18 mrt 2018

 aalscholvercombi

Deze maand hadden we voor het eerst in 5-6 jaar echt winterweer met temperaturen rond de -10. Door de sterke zonnestraling en de wind wilde het ijs niet echt betrouwbaar worden. Pas op de laatste dag toen het al weer dooide vond ik een plekje waar ik meer dan 200 m niet door wind wakken gestuit werd. Winterweer heeft ook veel impact op het dieren leven. Zo was de ijsvogel van De Heimanshof al op 12 februari met zijn vrouwtje present om te gaan nestelen. Maar na de vorstperiode heb ik hem nog niet terug gezien. Ik vrees het ergste. Op weg naar m’n schaatsplek nam ik de uitvalsweg naar de A4 door Park 2020: de weg die zo raar kronkelt, dat er elke week wel een auto uit de bocht vliegt…. Op die bewuste zondag had een groep meerkoeten zich verzameld in een windwak naast die weg (foto onder)en graasden op de oever. De auto’s voor mij reden zo belachelijk hard met brullende motoren dat ze de vogels

opjoegen, waardoor er maar liefst 8 tegelijk op de weg fladderden en dood/aangereden werden. Een triest voorbeeld van hoever mens en natuur uit elkaar gegroeid zijn

Bijzonder

Bij het schaatsen zelf liep ik nog zo’n voorbeeld tegen het lijf. Op het ijs lag een dode aalscholver. Bij nadere inspectie bleek hij visdraad om z’n kop te hebben en niet alleen dat: aan de buitenkant zat een gemene snoekhaak in z’n hals zo vast dat we hem er niet eens uit konden krijgen (foto boven) en ook had hij nog zo’n haak met 4 weerhaken vast in zijn keel. Wat een verschrikkelijke manier om dood te gaan. Is vis’plezier’ zoiets waard?

Waar

Meerkoetenzijn zeer algemene water vogels die van alles eten, zowel groen als dierlijk. Bijna elke vijver en kanaal wordt wel door een paartje in bezit genomen. In de winter komen er veel vogels bij uit Centraal Europa. Ook de aalscholver is na een periode van zware vervolging halverwege de vorige eeuw weer met een opmars bezig. Ook in de Haarlemmermeer kunnen ze overal op lantaarnpalen, in bomen en vissend in het water waargenomen worden.

 plantenBijenorchis in de winter4 mrt 2018maart

Bijenorchis in de winter, 4 mrt 2018

 winterbijenorchis

Het is in deze column niet gebruikelijk om een soort 2x te behandelen, maar deze week gebeurde er zo iets bijzonders dat ik me daar toch aan bezondig. Het gaat om de bijenorchis. Dat is wat mij betreft de mooiste wilde orchidee (inzet foto), die we in Nederland en zelfs in Europa hebben. Deze soort bootst zo perfect de vorm van een bij na en daar horen ook de lokstoffen bij ze gebruiken om elkaar te vinden, dat mannelijke bijen (darren) uitgenodigd worden om te paren met deze bloem. En dan krijgen ze een halter met miljoenen stuifmeelkorrels omgehangen die ze in een keer bij een andere bloem weer afgeven.

Bijzonder

Een van de ander bijzondere kwaliteiten van deze orchidee is dat hij als enige Nederlandse orchideeënsoort niet pas in mei of juni boven de grond komt vanuit de knol die ze allemaal

vormen: deze soort overwintert als bladrozet. Dat kwam goed uit bij een nieuw project dat we afgelopen week begonnen: de aanleg van een groente- en kruidentuin bij Restaurant Den Burgh. Omdat we als natuurliefhebbers eerst de plek goed bekeken zagen we honderden bladrozetten van de bijenorchis in het gazon. Die hebben we allemaal uitgestoken en verplant voordat een grote tractor de grond bouwrijp maakte ( op de foto 3 geredde exemplaren). Daar kunnen veel aannemers en hoveniers nog een puntje aan zuigen. Meestal wordt alle flora en fauna ‘over het hoofd gezien’.

Waar

De Haarlemmermeer lijkt wel een kale polder, maar wat betreft orchideeën is het een unieke plek in Nederland. In aantallen komen er bijna nergens zovele orchideeën voor. Wel niet de 60-70 soorten zoals in Limburg: maar ‘onze’ 16 soorten staan vaak met tienduizenden bij elkaar. Dat komt door de schelpenkalk in de grond, de op sommige plekken arme zandgrond van oude zandbanken in de Waddenzee die hier ooit lag (vooral rond Hoofddorp) en brak grondwater. De bijenorchis, die ooit in Beukenhorst vaste voet aan de grond kreeg heeft zich nu overal in de regio tot in Amsterdam uitgezaaid.