bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 7 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 insectenKleine WespenBoktor2 jul 2016juli

Kleine WespenBoktor, 2 jul 2016

 kleinewespenboktor

Deze week kwamen we een zwart met geel gestreepte kever tegen in De Heimanshof. Het bleek te gaan om de kleine wespenboktor. Deze soort heet zo omdat zijn uiterlijke verschijning doet denken aan de gewone wesp. Alle vogels en rovers die wel eens uit onervarenheid een gewone wesp hebben op gepikt zullen dat niet gauw een 2e keer doen. Heel veel onschuldige insecten zoals deze boktor, maar ook zweefvliegen maken gebruik van het feit dat felle zwart met gele kleuren om die reden een behoorlijke bescherming bieden. De wespenboktor heeft die gelijkenis nog verder door gevoerd door ook op dezelfde manier te bewegen zoals wespen. De soort is zeer beweeglijk en druk; hij is altijd in beweging, loopt net zoals wespen een beetje zijwaarts en zwaait onrustig met de antennes, hij vliegt een beetje zijwaarts zoals wespen en aan zijn achterlichaam

ziet een punt die wel een beetje lijkt op een angel, maar dat niet is.

Bijzonder

Boktorren hebben een slechte naam. Dat komt vooral door 1 soort, waarvan de larven leven in droog hout. Als deze huisboktor z’n eitjes afzet op de balken van een monumentaal huis of boerderij, dan kunnen deze aan stevigheid in boeten. Alle andere inheemse boktorren hebben deze eigenschap niet. Ze zetten hun eitjes af op levend of vermolmd hout van een specifieke soort boom. Zo bestaat er een populieren boktor, de grote wespenboktor prefereert vers gezaagd eikenhout waar de schors nog om heen zit en de larven van deze kleine wespen boktor leven bij voor keur in vermolmd beukenhout. En dan nog specifiek in hout waar een bepaalde schimmel in voor komt. Welke deze schimmel dat is, heb ik niet kunnen uit vinden. Boktorren hebben meestal zeer lange antennes, maar dat heeft deze soort net weet niet om z´n gelijkenis met de wesp niet te verstoren.

Waar

De kleine wespenbok komt voor in Europa, Klein-Azië en Rusland en is in Nederland een vrij algemene soort die leeft in loofbossen en voornamelijk op boomschors en bladeren wordt aangetroffen.

 insectenRoodwitte celspin7 mrt 2016maart

Roodwitte celspin, 7 mrt 2016

 roodwittecelspin

De afgelopen tijd zijn we op De Heimanshof bezig met het bouwen van een nieuwe natuurmuur. Die bouwen we van stenen die elders niet meer van pas komen. De tegels, klinkers en andere minder mooie stenen vormen de achterwand en aan de voorkant en bovenop komen mooie natuurstenen met daartussen planten. Al met al gaat het om tienduizenden stenen. Bij het af- en opstapelen kwamen vele diertjes te voorschijn: pissebedden, duizendpoten, wormen en wat vandaag erg opviel was een aantal soorten wolfspinnen. De meeste mensen kennen vooral webspinnen zoals de kruisspin. Maar zoals altijd in de natuur zijn er vanuit het ′spinnenconcept′ weer talloze soortvertakkingen ontstaan. Een van de grotere spinnenfamilies bestaat uit wolfspinnen. Zij maken geen web, maar vangen hun prooi door ze te bespringen. De celspinnen binnen

die groep kunnen wel draden spinnen, maar gebruiken die om voor zichzelf een cel te spinnen, van waaruit ze in hinderlaag liggen.

Bijzonder

We kwamen wel 3-4 soorten overwinterende wolfspinnensoorten tegen, maar de meest herkenbare daarvan was een rode spin met een bleek opgezwollen achterlijf, dat ongetwijfeld vol zat met eitjes. En dat was dus de Roodwitte celspin. Het bijzondere van deze spin is dat hij (vrijwel) uitsluitend leeft van pissebedden. Om door het stevige pantser van die pissebedden heen te komen, is deze spin uitgerust met vervaarlijke kaken(foto). Deze kaken, die bij vrouwtjes soms een halve cm. lang zijn, kunnen ook door onze huid steken en pijnlijke blaasjes geven. Het is een nachtjager die slecht ziet met z′n 6 oogjes. De vrouwtjes kunnen ruim 2 cm. groot worden en zijn - zoals bij alle spinnen - aanmerkelijk groter dan de mannetjes.

Waar

De Roodwitte celspin komt bijna wereldwijd voor in de gematigde streken. Dat komt omdat hij met de mensen is meegelift. Oorspronkelijk zou de soort uit Zuid Europa of Noord Afrika komen. Zijn leefgebied is tussen stenen, tussen rottend hout en in composterend materiaal.

 insectenGroene Stink- of Schildwants15 feb 2016februari

Groene Stink- of Schildwants, 15 feb 2016

 groenestinkwants

Het zou nog midden in de winter moeten zijn, maar het weer is al maanden zo zacht dat veel planten zes weken eerder bloeien. En niet alleen temperatuur-gevoelige planten reageren (er zijn ook daglengte-gevoelige planten die niet reageren) maar ook insecten beginnen zich te roeren. De eerste hommels zijn er, honingbijen vliegen volop en recentelijk zag ik ook al een aantal wantsen. Er bestaan tienduizenden soorten wantsen, waarvan er in Nederland ruim zeshonderd soorten voorkomen. Wantsen voeden zich met een steeksnuit, waarmee ze (meestal planten) sappen opzuigen. Zo zijn bladluizen ook verwant aan wantsen en de bekende schaatsenrijders. Verder zijn ze over het algemeen platter dan de meestal bolronde kevers. Wantsen hebben net als sprinkhanen een ontwikkeling die niet van rups of made gaat via een verpopping, maar in vijf nimfenstadia die steeds meer op een volwassen dier gaan lijken. Minder bekend is dat

vele wantsen zich kunnen beschermen door het afscheiden van geurstoffen. Een van de meest algemene wantsensoorten die hier bijzonder goed in is, is de Groene Stinkwants.

Bijzonder

Groene Stinkwantsen zijn ‘s zomers helder groen, maar bij overwinteren worden ze bruin, waarschijnlijk om in de bladloze tijd minder op te vallen. Ze hebben zo′n sterke geur dat als ze aan bramen gesnoept hebben deze zo weeïg ruiken dat ze oneetbaar gevonden worden. En als deze soort door vogels wordt opgepikt, kan hij een druppel geurstof afscheiden die moeilijk afwasbaar is en in de mond tot blaren kan leiden. Hierdoor kan deze wants het zich veroorloven open en bloot te leven in tegenstelling tot de meeste andere insecten die zich liever verstoppen. De foto van deze wants is gemaakt door Theo Terwiel die al jaren in De Heimanshof fotografeert. Hij heeft deze week bijna 1500 foto′s van ca 800 soorten gedoneerd, waar u nog vaak voorbeelden van zult zien. Van veel soorten die hij documenteerde, kende ik zelfs de familie nog niet.

Waar

Deze soort tref je heel vaak aan op braamstruiken en hazelaars.

 insectenBlauw Munthaantje14 jan 2016januari

Blauw Munthaantje, 14 jan 2016

 munthaantje

Elke plant (en dier) probeert zo effectief mogelijk te overleven. Daartoe hebben ze een heel arsenaal aan ′trucs′ ontwikkeld. Het zijn al die trucs die de natuur zo interessant maken, als je er op gaat letten. Heel veel van mijn columns gaan over die fascinerende mechanismen. Deze week wil ik het hebben over de chemische oorlogvoering. Elke plant en misschien wel elke cel is een soort chemische fabriek. Heeft u zich wel eens afgevraagd waarom er zo veel al of lekker geurende planten zijn: sommige ruiken naar citroen, sommige naar munt, sommige naar ui en zo zijn er duizenden geuren ( en smaken) te onderscheiden, waar wij als mens ons voordeel mee doen. Veel van die stoffen zijn etherische oliën of alkaloïden. Planten maken die stoffen niet voor ons plezier maar omdat die stoffen bewezen hebben, dat ze effectief zijn tegen vraat. Insecten houden niet van de smaak, en

de effectiviteit van de chemische fabriek in die plant valt af te lezen aan de mate waarin bladeren van deze planen niet zijn aangevreten. De natuur zou echter de natuur niet zijn als er niet een beest vroeg of laat ontdekt dat er een tafeltje dekje voor hem klaar ligt als hij zijn tegen zin m.b.t. die bepaalde smaak of geur overwint. Het klassieke voorbeeld daarvan is de Jacobsvlinder die het gif van zijn waardplant op weet te slaan en daarmee zelf oneetbaar wordt. Een ander voorbeeld is het munthaantje, dat gespecialiseerd is in het eten van muntsoorten.

Bijzonder

Het munthaantje is een opvallende fel blauwe kever (foto) die van maart tot september aan te treffen is op populaties van muntplanten. In de Heimanshof staan veel muntsoorten en de munthaantjes die daar altijd in grote aantallen op aan te treffen zijn, vormen een groot succes bij kinderen die in de tuin op bezoek komen. Het munthaantje en zijn larven leven van de bladeren van verschillende muntsoorten.

Waar

Het munt haantje is algemeen in Nederland. Op sommige plaatsen kan hij zich tot een plaag ontwikkelen.

 insectenGraanklander19 dec 2015december

Graanklander, 19 dec 2015

 graanklander

In de zaadvoorraad van onze granen ontdekten we deze week honderden kleine zwarte kevertjes. Deze 3-4 mm waren graanklanders, een snuitkeversoort. De snuitkevers zijn met 35000 soorten wereldwijd een van de meest soortenrijke families van alle diergroepen. Graanklanders zijn oorspronkelijk geen inheemse soort. Ze leven in tropische en mediterrane streken en zijn met graantransporten hier lang geleden al terecht gekomen om niet meer te verdwijnen. Ze planten zich niet voort als de temperatuur lager dan 13 of hoger dan 30 graden is en hebben een hoge relatieve vochtigheid nodig.I.t.t vele andere keversoorten ,waaronder de verwante rijstklander en maisklander kunnen ze niet vliegen om zich te verspreiden. Lopen doen ze echter als de beste en ze zijn ook heel goed in staat om gebruik te maken van allerlei transportmogelijkheden. Hun voorkeurvoedsel bestaat uit graankorrels, maar bij gebrek daaraan nemen ze soms ook

genoegen met andere zetmeelproducten zoals koekjes of dierenvoer. De kwaliteit van graanvoorraden gaat achteruit doordat het graan muf wordt en door de achtergelaten uitwerpselen.

Bijzonder

Een graanklander kan 100 dagen tot een jaar oud worden onder gunstige omstandigheden en 3 -4 generaties per jaar produceren. De wijfjes leggen maar 2-3 eieren per dag, maar door hun lange leefduur kan het aantal dieren toch flink oplopen. Ze hebben in graan voorraden een voorkeur voor het midden van hopen omdat het daar iets warmer is. Het wijfje ligt 1 ei per graankorrel, door er een gaatje in de knagen, daarin een ei in te leggen en het gat weer af te dekken met een soort stopverf in dezelfde kleur als de korrel. Bij het bestrijden van graanklanders helpen bestrijdingsmiddelen niet, al was het maar om dat de graanvoorraden dan onbruikbaar worden. Droog en koel bewaren en liefst invriezen is een probaat middel of in een afgesloten zak of vat weggooien.

Waar

Graanklanders komen wereldwijd voor zowel in huiselijke voorraden als professionele graan opslagplaatsen.

 insectenZilvervisje5 nov 2015november

Zilvervisje, 5 nov 2015

 zzilvervisje

Zo nu en dan kom je ze in huis tegen, vaak in een bad of wastafel, waar ze niet tegen de gladde wanden op kunnen lopen. Als je zo’n zilvervisje van 1- 1.5 cm lang tegen komt, hoef je niet meteen alarm te slaan. Ze zijn namelijk geen teken dat je huishouding niet op orde is en ze zijn ook niet of nauwelijks schadelijk of smerig. Ze leven van suikers en zetmeel achtige stoffen en zijn vooral actief in het donker. Ze kunnen niet tegen koude en droogte en daarom zijn vochtige huizen hun ideale woonplaats. Zilvervisjes heten zo, omdat de schubben waarmee hun lichaam bedekt is een zilverachtige glans hebben. Het zijn een primitieve soort insecten: ze hebben nl wel 3 paar poten, maar ze missen het voor insecten karakteristieke harde uitwendig skelet dat bestaat uit chitine. Omdat ze geen hard buitenskelet hebben, zijn ze buiengewoon fragiel en kwetsbaar. En net als een iets minder primitieve

groep insecten de sprinkhanen. ontwikkelen ze zich niet van een rups of een larve via een verpopping tot een volwassen insecten, maar lijken hun larven op de ouders en worden de larfjes bij elke vervelling iets groter.

Bijzonder

Naast zilvervisjes bestaan er 2 verwante soorten: de papiervisjes, die juist wel goed tegen droogte kunnen en van papier leven en ovenvisjes die juist onder hele warme omstandigheden kunnen gedijen. Alle drie de soort hebben karakteristieke staart draden. Ondanks hun fragiele bouw en hun kleine verschijning kunnen zilvervisjes bijzonder oud worden: de meeste insecten leven maar 6-10 weken, maar zij kunnen 3- 8 jaar oud worden en blijven hun hele leven vervellen. En daarbij kunnen ze ook zeer lang zonder eten: tussen 100 dagen en een jaar. Indien het aantal zilvervisjes de spuigaten uit loopt, volstaat het dichten van kieren, maar vooral het verlagen van de luchtvochtigheid tot onder de 50 %.

Waar

Zilvervisjes zijn een permanente begeleider van de mensheid en cultuurvolger geworden en komen wereldwijd voor in bij voorkeur vochtige huizen.

 insectenVarroa Mijt24 jun 2015juni

Varroa Mijt, 24 jun 2015

 varroamijt

Het droge weer van dit voorjaar maakt het tot een goed bijenjaar. In De Heimanshof kwamen we de winter uit met 3 bijenvolken en door het grote aantal zwermen zijn het er nu al 9. Zo kan het gaan in een goed jaar. Maar andere jaren waren minder goed. Iedereen weet dat de bijen het moeilijk hebben. Wat niet iedereen weet, is dat de 3 belangrijkste oorzaken daarvan allemaal aan mensen te wijten zijn. De voornaamste is het ’netheids’ ideaal van de burgers waardoor er in de steden vooral kale bloemloze gazons overblijven. Het gebruik van insecticiden draagt ook niet bij. Maar ik wil het nu vooral hebben over de varroa mijten. Dat zijn parasieten die het op het bloed van bijen en hun larven gemunt hebben. Als wij zelf een bij zouden zijn, zouden de mijten bij ons zo groot als muizen zijn en vele larven en bijen dragen er 3-10 met zich mee (foto van bijenlarf met mijten en

uitvergroting). Daardoor komen er uit larven vaak mismaakte bijen en worden de bijen verzwakt. Het is nl. een parasiet die van nature op Aziatische bijen voorkomt. Maar die hebben een poetsreflex ontwikkeld waarmee ze zich van de mijten kunnen ontdoen. Door de introductie van Aziatische bijen door imkers om te proberen de honing opbrengst te vergroten zijn de varroa mijten hier terecht gekomen. En onze bijen hebben die poets reflex Niet. Een soortgelijke kruisactie in Amerika met Afrikaanse bijen heeft daar de killer bijen op geleverd. Deze bijen passen zo goed op hun honig dat ze niet rusten voor een verstorend element afgemaakt is. Dat kost jaarlijks honderden mensen het leven

Bijzonder

De varroa mijt is te bestrijden met het toedienen van zuur op de bijenkast en door aangetaste ramen en volken te verwijderen. Maar helemaal kwijtraken lukt niet meer.Toch lijkt natuurlijke selectie ook hier op te treden. Want wilde bijen volken die niet behandeld worden, overleven ook.

Waar

Varroa mijten komen nu overal in Europa voor en komen oorspronkelijk uit Azië.

 insectenGeleklisboorvlieg30 mei 2015mei

Geleklisboorvlieg, 30 mei 2015

 geleklisboorvlieg

Het droge voorjaar van 2015 lijkt zeer insectenvriendelijk te zijn.

Zo hebben zich in de afgelopen 2 weken zeker 14 honingbijzwermen in en om De Heimanshof vertoond. Maar ook andere insectensoorten lijken te gedijen en de plantengroei lijkt van de droogte weinig last te hebben.

Zo is de grote klis aan een groeispurt bezig die in de komende maand planten van wel 2- 2.5 m hoog gaat opleveren en die de stekelige klitten maken die in haar en kleren vast blijven zitten.

Bij het verwijderen van een groot deel van deze dominante planten viel ons oog op een bijzonder insect (foto Lou vd Linden), die weer inzicht in een hele nieuwe wereld van insectenleven opleverde. Het was de Gele Klisboorvlieg.

Bijzonder

Boorvliegen zijn een familie van insecten uit de orde vliegen en muggen of tweevleugeligen. Ze

heten ook wel fruitvliegen, maar horen niet tot de bekende laboratorium fruitvliegjes familie.

Wereldwijd zijn er wel 5000 soorten boorvliegen beken in ca 500 geslachten.

Boorvliegen onderscheiden zich van deze soorten en van andere insecten door de mooie tekeningen van vlekken, banden of zigzagstrepen op de vleugels, waardoor ze op het eerste zicht op een springspin kunnen lijken. Zij danken hun naam aan het feit dat de vrouwtjes de eitjes in een plant leggen met behulp van hun puntige legboor, die vaak langer is dan de rest van het lichaam. De lichaamslengte bedraagt maximaal 1,5 cm.

De larve van aantal boorvliegsoorten is heel klein en vreet gangen uit tussen de onder- en bovenkant van bladeren. Andere soorten leven parasitair op andere insecten.

Volwassen vliegen voeden zich met plantensappen en vocht uit rottend plantenmateriaal. De eieren worden apart of groepsgewijs afgezet onder de schil van vruchten.

Enkele boorvliegsoorten staan bekend als plaagsoorten van fruitbomen zoals de appelvlieg uit Noord-Amerika en kersenvliegen uit Zuid-Europa, die via transport hier terechtgekomen zijn.

Waar

De Gele klisboorvlieg is gebonden aan de Grote klis als waardplant.

 insectenAspergehaantje16 mei 2015mei

Aspergehaantje, 16 mei 2015

 aspergehaantje

In april en mei explodeert de natuur in volume en soortenrijkdom.

Het is de tijd van de blijde verwachting als je er oog voor hebt: of het nu de 1e gierzwaluw is in de lucht of de 1e orchidee, het houdt niet op.

Bij al dat rondspeuren is het natuurlijk een uitdaging om bijzondere soorten op te merken. Zo liep ik deze week langs het duinbiotoop op De Heimanshof om te kijken of onze wilde asperges al boven de grond kwamen. Behalve dat het leuk is bezoekers te wijzen op een eetbare wilde soort en hoe die er in het wild uitziet is het ook de moeite waard om de prachtig gekleurde aspergehaantjes te ‘spotten’.

Want zo werkt het in de natuur: bij elke plantensoort hoort een hele gemeenschap van soorten die ‘mee liften’.

Bijzonder

Aspergehaantjes horen bij de familie van bladhaantjes. Ze zijn ca 6 mm lang. Er zijn veel soorten bladhaantjes: munthaantjes,

elzenhaantjes, wilgenhaantjes, leliehaantjes en ga zo maar door, voor bijna elke plantengroep wel een.

Ze zijn bijna allemaal fel gekleurd als waarschuwing dat ze niet lekker smaken.

De aspergehaantjes maken 2 generaties per jaar en volwassen kevers overwinteren in de grond. Ze leven alleen op asperge en de larven kunnen in een productieveld schade doen, maar in De Heimanshof mogen ze hun gang gaan.

Vogels lusten de haantjes niet, maar de natuur zou de natuur niet zijn als er niet een andere soort een ongebreidelde voortplanting onder controle zou houden.

Bijna alle larven van de aspergehaantjes worden namelijk belaagd door sluipwespen die hun eitjes daarin leggen. Terwijl de larve de asperge aanvreet, eten de larfjes van de sluipwerp de larve van binnenuit leeg. Net voor hij volwassen is, barst hij open en komt er geen aspergekever uit maar een groep sluipwespjes. Zo gaat dat bij de meeste insecten.

Daarom zijn er honderden tot duizenden sluipwespen soorten, die we nooit zien, maar permanent hun ‘regulerende’ taak vervullen.

Waar

Aspergehaantjes leven alleen van asperge. Ze komen overal voor waar asperge groeit.

 insectenKameleonspin2 mei 2015mei

Kameleonspin, 2 mei 2015

 kameleonspin

Een van de leuke dingen van het schrijven van deze column, is dat mensen met bijzondere zaken langs komen. Een paar weken geleden meldde zich iemand, die zich zorgen maakte over het feit dat er in haar sierdistel in de tuin elk jaar grote aantallen dode bijen hingen.

Deze oplettende lezer kwam op het spoor ven een witte spin, die in de bloem zat en wel eens de oorzaak kon zijn. Omdat haar kogeldistel een niet inheemse tuinplant is, bestond het vermoeden dat ook de spin wel eens een exoot kon zijn, die mogelijk gevaarlijk voor onze inheemse bijen kon zijn. De oplossing kwam zoals zovaak weer van professor Ernst. Het bleek te gaan om een soort krabspin en wel de gewone kameleonspin, die hier van nature voorkomt.

Bijzonder

Er bestaan in Nederland tientallen soorten krabspinnen. Ze ontlenen

hun naam aan het feit dat ze niet zoals andere spinnen vooruit kruipen, maar net als krabben een zijwaartse gang hebben. Deze soort leeft vooral van bijen en hommels. Ze maken geen web en wachten geduldig op de bloem tot haar prooien de bloemen komen bestuiven. Zo kunnen ze dagen tot weken in eenzelfde hinderlaag blijven zitten. Kameleonspinnen ontlenen hun naam aan het feit dat ze geel ( inzet) of wit ( grote foto) zijn, wat afhangt van de kleur van de bloem waarin ze zich ophouden. Dankzij deze camouflage kunnen ze hun prooien verrassen. Die prooi kan tot 3x groter zijn. Hun gif is snelwerkend en sterk. De leeggezogen prooi blijft soms aan de bloem hangen, wat de aanwezigheid van de spin kan verraden.

Het bijzondere aan deze spin is dat ze net als een kameleon de kleur van de bloem waarop ze kruipen aannemen. Om van kleur te veranderen doet deze spin er echter langer over dan een kameleon. De kleurverandering van wit naar geel duurt 10 tot 25 dagen en terug van geel naar wit duurt 6 dagen.

Waar

Kameleonspinnen hebben een voorkeur voor witte en gele bloemen, waarbij hun schutkleur strategie optimaal werkt.

 insectenwc-motmug7 mrt 2015maart

wc-motmug, 7 mrt 2015

 wcmotmuggestippelde

U bent van mij gewend om intrigerende natuurverschijnselen overal vandaan te toveren. Deze week een tropische soort die recentelijk (10 -20 jaar geleden of zo) is meegelift met internationale reizigers.

Zijn levenscyclus is niet heel appetijtelijk, want hij legt z’n eitjes (soms massaal) in de slijmerige prut van gootsteen- en wc-zwanenhalzen. Daar kauwen de larfjes zich door die prut. De volwassen exemplaren houden zich in en bij gootstenen en wc-potten op. Daar kunnen ze jaar rond aangetroffen worden.

Ze heten motmuggen. En om preciezer te zijn wc-motmuggen.

Het zijn circa 5 mm grote zwarte insecten met donkere zware beharing. Die beharing valt af als ze wat ouder worden.

Er zijn inmiddels 2 soorten bekend: de gestippelde wc motmug, die zijn vleugels horizontaal houdt en rijen witte stippels op de randen heeft (foto) en de gewone wc-motmug

die wat kleiner is zonder stippen en die zijn vleugels dakpansgewijs boven zijn lichaam houdt.

In de zomer kunnen de wc-motmuggen ook buiten leven. Daar worden ze soms aangetroffen in compostvaten en -hopen, vooral als deze vol met natte inhoud zitten.

Hoewel hun larvale stadium zich niet afspeelt in de meest fantasievolle omgeving, brengen ze voor zover bekend geen ziekten en plagen met zich mee.

Bijzonder

De wc-motmuggen ken ik zelf al een jaar of 10, maar naar nu blijkt stonden ze tot voor kort niet eens geregistreerd als een soort die in Nederland voorkomt. Dat heeft waarschijnlijk meer te maken met de aandacht voor deze soortgroep dan met hun daadwerkelijke voorkomen.

De levenscyclus van de motmuggen is heel snel: van ei tot volwassen exemplaar duurt ca. 17 dagen. De motmugjes zelf leven ca 10 dagen en na ongeveer 9 uur kunnen ze zich al voort planten met 200-300 eitjes per vrouwtje. Dat kan in korte tijd duizenden nakomelingen opleveren.

Waar

Voor het waarnemen van motmugjes hoeft u de deur niet uit. Ze leven in gootstenen, wcpotten en blubberige composthopen.

 insectenRamshoorn­gal­we­sp­pa­rasiet24 jan 2015januari

Ramshoorn­gal­we­sp­pa­rasiet, 24 jan 2015

 Ramshoorngalcomb1

Al 8 jaar mag ik u eerst wekelijks en nu 2-wekelijks van de HC op de hoogte houden van de verbazingwekkende flora en fauna in onze polder.

In augustus 2008 kon ik u melden dat de EU-eenwording ook ecologische invloeden had: met vrachtwagens was uit Hongarije en omstreken de ramshoorngalwesp meegelift.

Tot 1990 was de Ramshoorngalwesp bekend van Oost-Europa tot Iran.

Vanaf 1990 heeft de Ramshoorngalwesp zich naar West-Europa uitgebreid. In het jaar 1990 komt de eerste waarneming uit Duitsland. In de omgeving van London was de eerste waarneming in 1998, nog voor het eerste exemplaar in Nederland (2003), in Diemen werd gezien.

In Nederland heeft zich deze galwesp vooral in het zuiden van Noord-Holland en in Zuid-Holland sterk uitgebreid en

is nauwelijks in Oost-Nederland te vinden.

In De Heimanshof was de eerste gal in de zomer van 2008 op een jonge zomereik.

Bijzonder

Nieuwe soorten kunnen zich vaak snel ontwikkelen omdat ze geen vijanden hebben. Hoe snel de natuur zich soms kan aanpassen, bleek deze winter toen de galwespjes in hun ’veilige’ gallen opgepeuzeld bleken: De vrouwtjes van zogenaamde bronswespen (foto) kunnen met hun sprieten waarnemen waar de larve van de galwesp in de gal zit. Ze boren met hun legboor dan door de buitenschil van de gal en leggen een ei in de galwesplarve. Zodra de parasiet uit het ei kruipt, wordt de galwesplarve opgepeuzeld. Bij kweekexperimenten bleek dat in de late herfst zowel wijfjes als mannetjes van de parasitaire bronswesp Sycophila biguttata uitkwamen.

Ramshoorngalwespen zelf zijn ook bijzonder. Zij kennen twee generaties per jaar die elk een andere soort eik nodig hebben; de moseik of Turkse eik en de inheemse zomereik. In de Wieger Bruinlaan groeien moseiken en overal staan zomereiken. Uit de gallen op de zomereik komen alleen vrouwtjes, uit de gallen op de moseik komen mannetje en vrouwtjes.

Waar

De parasitaire bronswesp komt overal in Europa en West-Azië voor waar ook de Ramshoorngalwesp aanwezig is.