bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 6 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 grote dierenVos (3)18 mei 2008mei

Vos (3), 18 mei 2008

 vos3burchthmeer

e Vos 3 Elk jaar zwemmen er vossen de ringvaart over, vanuit de duinen of het Groene Hart. Over de vos is zoveel interessants te melden, dat dit een serie van 3 columns is geworden. De vorige twee weken de algemene gegevens en de bijzonderheden. Deze week het voorkomen in en buiten de Haarlemmermeer: De rode vos heeft het grootste verspreidingsgebied van alle roofdieren (vroeger was dit de wolf). Hij komt in praktisch het gehele Noordelijk Halfrond voor en ontbreekt alleen in woestijnen, toendra′s en afgelegen eilanden. Dat komt omdat hij zich goed kan aanpassen en niet kieskeurig is. Zijn favoriete leefgebied is bos met open gebieden. Een zelf gegraven hol bevindt zich meestal in een zandbank, onder een omgevallen boom, tussen boomwortels en heeft vaak 2-4 ingangen. Zo’n groot hol wordt een burcht genoemd. Meestal gebruiken alleen drachtige vrouwtjes het hol. Buiten het voortplantingsseizoen verblijft de vos overdag meestal op beschutte plaatsen. Elk

jaar worden er vossen in de Haarlemmermeer aangetroffen. Ze zwemmen van alle kanten de ringvaart over. De meeste meldingen heb ik gekregen uit het Haarlemmermeerse Bos en van de Geniedijk bij Aalsmeerderbrug, maar ook in Lisserbroek was er zo’n 6 jaar geleden een verkeersslachtoffer. Ook de dieren in het Haarlemmermeerse Bos eindigen bijna allemaal als verkeerslachtoffer op de N201 of de Driemerenweg. De vossen op de Geniedijk hebben het voor zover ik weet, nooit verder gebracht dan de A4. Op een plek bij Vijfhuizen is er al bijna 5 jaar regelmatig een koppeltje dat een burcht bouwt. Of dit hetzelfde koppel is of telkens een ander is onbekend. In de afgelopen 5 jaar zijn er tenminste 2 keer jongen tot volwassenheid opgevoed. Eenmaal 3 jongen (waarvan er minstens 1 aan het verkeer ten slachtoffer viel) en vorig jaar 1 jong. De burcht van vorig jaar (zie foto) is dit jaar nog leeg gebleven. Graag houden we ons aanbevolen voor andere meldingen over het voorkomen van vossen in onze polder.

 vos2uitholgegraven

 grote dierenVos (2)11 mei 2008mei

Vos (2), 11 mei 2008

 vos2jacht

Elk jaar zwemmen er vossen de ringvaart over, vanuit de duinen of het Groene Hart. Over de vos is zoveel interessants te melden, dat dit een serie van 3 columns wordt. Vorige week de algemene gegevens. Deze week de bijzonderheden en volgende week het voorkomen in en buiten de Haarlemmermeer. Een vos kan tenminste 28 verschillende geluiden voortbrengen en hij kent ook een groot aantal houdingen om mee te communiceren. Onderdanige vossen houden bijvoorbeeld de oren naar achter, de mond lichtelijk open met opgetrokken lippen, en kwispelen met hun staart. Agressieve vossen plaatsen de oren zijdelings en houden hun bek wagenwijd open. Een vos kan 10 jaar worden, maar de meeste vossen worden niet ouder dan 3 jaar. Jacht is de voornaamste doodsoorzaak. Ook worden veel vossen verkeersslachtoffer. Belangrijke ziektes waaraan vossen kunnen lijden zijn schurft en hondsdolheid.

Over de jacht op vossen zijn de meningen verdeeld. Voorstanders van de jacht vinden:
- Dat de vos ziekten en parasieten met zich mee kan dragen, met name hondsdolheid en bepaalde soorten lintwormen;
- De vos jaagt op allerlei soorten fauna, waaronder weidevogels, landbouwdieren als kippen en konijnen en fazanten, waarbij hij soms meer

doodt dan hij nodig heeft;
- Bejaging van vossen dient ter bescherming van weidevogels;
- Jacht maakt natuur natuurlijk. In de kleine Nederlandse natuurterreinen is geen plaats voor grote roofdieren. Jacht compenseert dat door het aantal vossen te controleren.

Tegenstanders van de jacht hebben andere argumenten:
- Vossen vangen grote aantallen veldmuizen, en woelratten, die in economisch opzicht veel meer schade veroorzaken dan vossen.
- Door jacht zwermen dieren uit aangrenzende gebieden de vrijgekomen territoria in. Dit kan juist leiden tot het verspreiden van ziekten via migrerende vossen.
- Er is een alternatief voor beheersing van hondsdolheid door de jacht: de vos kan d.m.v. uitgelegd aas gevaccineerd worden tegen hondsdolheid. En Nederland en België zijn momenteel vrij van hondsdolheid.
- Houders van kippen en konijnen kunnen hun dieren beschermen met een deugdelijk hok.
- Jacht is onnatuurlijk. Vossen als deel van het ecosysteem geeft een natuurlijker evenwicht.
- De vos is niet de directe veroorzaker van een lage weidevogelstand. Hiervoor zijn vele andere oorzaken te noemen. Bijvoorbeeld de verlaging van de grondwaterstand, bemesting en de tegenwoordige landbouwmethoden.

 vos2wegslachtoffer

 grote dierenVos (1)4 mei 2008mei

Vos (1), 4 mei 2008

 vos1muizensprong

Elk jaar zwemmen er vossen de ringvaart over vanuit de duinen of het Groene Hart. Over de vos is zoveel interessants te melden, dat dit een serie van 3 columns wordt. Deze keer de algemene gegevens. Volgende week de bijzonderheden en vervolgens het voorkomen in en buiten de Haarlemmermeer. De vos is één van de grootste roofdieren van Nederland en dat is een hele prestatie. Hij weegt 6-10, soms 15 kilo. Mannetjes zijn meestal groter dan vrouwtjes. Vossen jagen alleen, meestal ′s nachts en in de schemering, maar waar hij niet belaagd wordt is het een dagdier. Hij kan hard rennen, tot 60 kilometer per uur, met 6-13 km als kruissnelheid. De vos leeft het liefst in een groep van zo′n 6 dieren. Een dominante rekel (mannetjesvos) en een dominante moervos worden begeleid door ander moervossen, vaak uit vorige worpen. Rekels worden, zodra ze volwassen zijn,

uit de groep verjaagd. De ondergeschikte moervossen helpen bij de opvoeding van de jongen. Het leefgebied van een vossenpaar is 1-12 km², afhankelijk van het voedselaanbod. De paartijd duurt van december tot februari. De jongen worden tussen maart en mei geboren. Een worp telt meestal 4-6 jongen. De worpgrootte is afhankelijk van het voedselaanbod. Veel jacht leidt tot grotere worpen. Bij de geboorte zijn de jongen blind en doof en wegen ongeveer 100 gr. Na 10 maanden zijn ze geslachtsrijp. De vos is een opportunist en eet bijna alles. In tegenstelling tot de heersende ideeën leeft een vos vooral van grote kevers en muizen. Deze vangt hij met de karakteristieke ‘muizensprong’ (zie foto). Verder vangt hij konijnen, hazen, vogels en katten, eieren, regenwormen en egels. Ook vruchten en bessen worden gegeten, evenals aas en afval. Ooit kon ik een uur lang een vos volgen, die al die tijd gevallen pruimen zocht en at. Dagelijks eet een vos ongeveer een pond aan voedsel. Soms doodt een vos meer dan hij nodig heeft. Vooral op plaatsen waar meerdere prooidieren op elkaar zitten en niet kunnen ontsnappen, kan hij een slachtpartij aanrichten, bijvoorbeeld in kippenhokken of kolonies van grondbroedende vogels zoals kokmeeuwen.

 insectenKoolrupssluipwesp8 jul 2018juli

Koolrupssluipwesp, 8 jul 2018

 koolrupssluipwespcombi

Koolrupssluipwesp: Apanteles glomerata

Een van de wetten van de natuur dicteert dat er overal evenwichtssystemen zijn. Een opvallend mechanisme daarbij is het evenwicht tussen prooidieren en jagers. Overal in de natuur houden die elkaar in een eeuwige strijd om te overleven in evenwicht: leeuwen eten zebra’s en gnoes, vossen eten muizen, roofvogels eten zangvogeltjes etc. Die wet gaat ook in de insectenwereld en een voorname speler daarbij is de sluipwesp. Er zijn in Nederland zo’n 48.000 soorten planten en dieren beschreven (excl bacteriën). De helft daarvan zijn insecten. En de helft daarvan, zo’n 12000 soorten bestaat uit wespen en dan meestal sluipwespen. Voor zo’n beetje elke soort insect bestaat er dus een gespecialiseerde soort sluipwesp. De angst voor wespen bij veel mensen is dus niet zo erg gegrond, want van sluipwespen hebben we alleen maar plezier. Als die er niet waren dan was de hele wereld zwart van

de vliegen, muggen, bladluizen en wat niet al. De meest sluipwespen zijn erg klein .Je ziet ze niet of nauwelijks.

Bijzonder

Maar er is een soort die heel goed zichtbaar te maken is, middels een experiment, dat het best uit te voeren is als er een groentetuin met koolplanten beschikbaar is. Op die koolplanten komen namelijk die koolwitjes af. En die heten niet voor niets KOOLwitje. Ze leggen namelijk eieren op koolplanten waaruit zeer nijvere rupsen komen, die een koolplant in een paar dagen tijd tot de nerf kaal kunnen vreten. Doodspuiten adviseren we nooit. Dat middel is erger dan de kwaal. Vooral met kinderen is het leuk en leerzaam om deze rupsen te zoeken en ze in en bak, met daarover vitrage, te doen. Ik heb dat wel eens gedaan met 500 rupsen. Natuurlijk moeten deze rupsen dan met koolbladeren gevoerd worden, maar die inspanning is wel de moeite waard: na een dag op wat gaan de rupsen verpoppen (foto onder). De sluipwespen zelf (3 mm) komen uit op de inzet (foto boven).Hoeveel van de 500 rupsen zou een koolwitje worden? En hoeveel ‘veranderen’ er in sluipwespjes?

Waar

De soort komt bijna overal voor in de wereld behalve in Antarctica en de Amerika’s

 insectenGewone Pendelzweefvlieg27 mei 2018mei

Gewone Pendelzweefvlieg, 27 mei 2018

 gewonependelzweefvlieg

Insecten hebben het zwaar in onze stedelijke samenleving en zitten niet zitten in het ‘verdom’ hoekje van de vooroordelen. In 99.99% van de gevallen is dat onterecht en zijn ze alleen maar nuttig en fascinerend. Prachtige voorbeelden daarvan naast vlinders, libellen en de solitaire bijen en wespen, waar ik het al vaker over heb gehad, zijn de zweefvliegen. Vandaag vloog een mooie soort die veel in en om huizen voorkomt bij mij naar binnen: de gewone pendelzweefvlieg (foto): Het is erg algemene en heel makkelijk te herkennen vrij grote soort van 1.5 cm groot, door de zware horizontaal strepen op de rug van het borststuk. Om zich enigszins tegen vogels en andere belagers te beschermen, hebben ze kleurpatronen ontwikkeld die doen denken aan wespen en bijen. Alleen missen ze de kenmerkende wespentaille. Zweefvliegen heten

zo omdat ze het vermogen hebben stil in de lucht te hangen. Daarbij maken ze wel 150 vleugelslagen per seconde.

Bijzonder

Er zijn zweefvlieg soorten waarvan de larven bladluizen eten (die larven lijken op naaktslakken), er zijn soorten die afval eten op land, en heel veel soorten leven in onmogelijk smerig water waar ze letterlijk rommel (detritus) en bacteriën eten. Al deze larven doen dus zeer nuttig werk en de zowel jong als volwassen zijn ze nog onschuldig ook. Dus zweefvliegen verdienen het om beschermd te worden en dat doen we het beste door hen met veel plekken met wilde bloemen te voorzien. De larve van de Pendelzweefvlieg is zo’n smerig water opruimer. Die larven hebben een lange staart, waardoor ze adem kunnen krijgen in zuurstofloos water. De pendelzweefvlieg heet ook in het latijn zo en zijn Naam Helophilus pendulus betekend letterlijk dat het een zonminner is die in de lucht schommelend stil hangt.

Waar

Er zijn in Nederland ruim 300 soorten zweefvliegensoorten bekend, die op alle mogelijk plekken en in alle biotopen voorkomen. Ze zijn volstrekt onschuldig en leven als volwassen dieren alleen van nectar, vooral van schermbloemen.

 insectenGewone Wolzwever28 apr 2018april

Gewone Wolzwever, 28 apr 2018

 wolzwever

Deze week kwam ik regel matig een insect tegen die als een kolibri stil kon staan in de lucht. Hij was bruin met een soort bontjasje net als hommels en hij had een zuigsnuit die bijna net zo lang was als de rest van z’n lichaam (foto). Het leek dus verdacht veel op een solitaire bij. Solitaire bijen bestaan naast sociale bijen zoals hommels en honingbijen, waarbij er maar 1 koningin is die de eieren legt. Bij solitaire bijen legt elk vrouwtje eieren. Vooral de solitaire bijen hebben het moeilijk in onze samenleving bij gebrek aan een bloemenvariatie, gebrek aan nestgelegenheid en door het menselijk spuitgedrag. Tot mijn eigen verbazing leerde nader onderzoek dat ook ik gefopt was door mimicry. Mimicry komt veel voor in de natuur. Zo doen onschuldige zweefvliegen zich bijna standaard voor als wespen of bijen in de hoop dat predatoren zoals vogels zich niet aan hun durven te wagen. Deze ‘bij’

bleek dat ook te doen en te horen bij de familie van de wolzwevers.

Bijzonder

Wolzwevers zijn een soort vliegen. Wereldwijd zijn er tot dusver 5500 soorten ontdekt, waarvan er een 20-tal in Nederland voorkomen. Wolzwevers hebben wel iets met bijen. Net als de muurrouwzwever die ik eerder behandeld heb (en die van metselbijen leeft) is de gewone wolzwever een jager op zandbijen. Zandbijen gebruiken geen holletjes in hout, maar graven holletjes in zand, waarin ze hun eieren leggen. De volwassen wolzwever leeft van nectar uit bloemen waar de nectar heel diep zit zoals hondsdraf en andere lipbloemigen. Vandaar de lange snuit. De larven van de wolzwever worden groot ten koste van die van de zandbij gastheer. Moeder wolzwever dropt haar eitjes in de nestgangen van zandbijen waar de larve zich tegoed doe aan voedselvoorraad die moeder zandbij heeft aangelegd en ze eten ook de larve op.

Waar

De wolzwever is te vinden in de buurt van zonnige zandhellingen, waar zandbijen voorkomen. Z’n verspreidingsgebied is het warmere deel van Europa en Azië en Noord-Afrika.

 insectenSynophropsiscicade7 okt 2017oktober

Synophropsiscicade, 7 okt 2017

 ccycadeSynophropsis7

Meestal zoek ik een Nederlandse naam van de soort die behandeld wordt. Maar de soort cicade die vorige week in De Heimanshof werd aangetroffen was een nieuwe soort in Nederland, waarvan dit pas de tweede waarneming in het land was. In mei dit jaar werd deze soort voor het eerst in Nederland in Limburg aangetroffen. Dus we moeten het voorlopig doen met deze tongbrekende naam. Een goede kans voor een naam is de Lauriercicade, want de Mediterrane (echte) laurier is zijn favoriete voedingsplant. Maar bij gebrek daaraan wordt hij ook wel op andere struiken met harde bladeren aangetroffen zoals de Portugese Laurier, Hulst en zoals in De Heimanshof op de liguster. De wakkere waarnemer was Theo Terwiel , een fotograaf die veel natuuropnamen maakt en stad en land afstruint op bijzondere insecten en ook vaak in De Heimanshof op bezoek

is.

Bijzonder

Er zijn wereldwijd ongeveer 40.000 soort cicaden bekend. De meeste soorten zijn rond een halve cm groot Rond de Middellandse zee komt een grote soort van 2 cm voor die op zomerse dagen permanent een oorverdovend gesnerp produceert. Bladluizen en wantsen zijn verwante soorten, die net als de cicaden een zuigsnuit hebben waarmee ze plantensappen opzuigen. Sommige soorten cicaden produceren het bekende schuimbeestje. In dat zelf geproduceerde schuim beschermt de larve zich tegen vogels. Een dergelijk nest wordt wel koekoeksspuug genoemd. Een bijzonderheid van cicaden is dat veel soorten een symbiotische relatie hebben met bepaalde bacteriën. Deze helpen de cicade bij het verteren van z´n voedsel. Cicaden zijn driehoekig en hebben een springpoot waar mee ze tientallen keren hun eigen lengte weg kunnen springen (foto)

Waar

Sommige soorten komen in grote aantallen voor op door de mens geteelde gewassen en worden beschouwd als plaaginsecten. Synophropsis was tot 1850 vooral bekend van de Balkan en is sinds die tijd een opmars begonnen rond de Middellandse zee en recentelijk noordwaarts. Mogelijk dankzij de klimaatverandering.

 insectenKnoppergalwesp26 aug 2017augustus

Knoppergalwesp, 26 aug 2017

 knoppergalwespcombi

Onder veel eiken regent het dezer dagen knoppergallen ( foto) , die massaal vallen. In de Heimanshof onder 3 grote bomen, kruiwagens vol. Knoppergallen ontstaan uit eikels. Die eikels wordt door een klein wespje (zie inzet) ingespoten met een stof die de eikels aanzet tot woekeren. En die woekering lijkt op een ouderwetse Duitse muts die Knoppe werd genoemd (foto). Vandaar de naam knoppergal. De knoppergal is niet de enige soort gal. Niet op de eik, want er zijn wel 40 soorten gallen bekend, die op eiken groeien. En in totaal zijn er wel 1400 soorten gallen bekend in Nederland. Daarmee heeft bijna elke soort plant of boom wel een of meer galwespen als parasiet. De eik is met stip favoriet. Dat komt omdat de eik lang doorgroeit in het jaar. En dat is gunstig voor de ontwikkeling van de galwesplarfjes.

Bijzonder

Het

verschijnsel gallen is een van de succesverhalen van de evolutie. Ooit, 1 of meer miljoen jaar geleden is er eens een wespje geweest die ontdekte dat het stofje waar mee hij zich beschermde (ook wij krijgen een bultje als een gewone wesp ons steekt) leek op een planten hormoon, die die plant aanzette tot woekeren. En de buitenkant van die woekering was hard en daarmee een zeer goede bescherming tegen rovers en de binnenkant was zacht en voedzaam voor de larve. Voel maar eens aan een verse knoppergal die op de grond gevallen is. Die is kleverig van het suikerhoudende sap wat er uitloopt. Ook die larve maakt dat stofje zodat de gal doorgroeit op bestelling, zolang de larve leeft. En als er eenmaal (toevallig) zo’n gouden greep is gemaakt, duurt het niet lang voordat zich van de wespjes ook gaan specialiseren op ander soorten planten. En zo krijg ze duizenden verwante soorten.

Waar

Knoppergallen kunnen op vele zomer- en winter eiken worden aan getroffen. Deze wespjes hebben een complexe levenscyclus waar ook de Turkse of moseik een rol in speelt. Die moet dus ook ergens in de buurt staan. En dat is in De Heimanshof het geval.

 insectenBoerenwormkruidzijdebij30 jul 2017juli

Boerenwormkruidzijdebij, 30 jul 2017

 boerenworm1

Tussen december en oktober zijn er altijd bloemen die bloeien. Die bloei heeft een sterk interactie met insecten. Zonder nectar en stuifmeel kunnen veel insecten namelijk niet leven en zonder bestuivende insecten kunnen de planten geen zaad vormen. Bijen zijn de meest bekende bestuivende insecten, maar ook talloze kevers, vliegen vlinders en wespen spelen een rol in deze interactie. Na de uitbundige bloei van mei en juni zijn er wat minder soorten in bloei. Een van de meest opvallende inheemse soorten op dit moment is het boerenwormkruid met zijn fel gele bloemhoofdjes. Een mooi voorbeeld van de fascinerende interactie tussen flora en fauna is dat alleen als het boerenwormkruid bloeit, de boerenwormkruidzijdebij vliegt.

Bijzonder

De boerenwormkruidzijdebij (foto) is een van de ca 450 soorten bijen in Nederland.

De honingbijen komen in 2-3 soorten voor, hommels in ca 40 soorten en beide zijn sociale of kolonievormende soorten. De andere 400 soorten zijn solitaire soorten. D.w.z. dat ze geen koningin kennen die geholpen wordt door 100-100.000 werkbijen, maar dat elk vrouwtje apart haar eitjes legt en verzorgt, net als de meeste andere insectensoorten. En zoals gezegd, de boerenwormkruidzijdebij vliegt alleen als zijn waardplant bloeit. Deze soort nestelt in holletjes in dood hout of in bijenhotels. De soort valt onder de zijdebijen omdat ze coconnetjes metselen met speeksel dat zijdeachtig opdroogt (inzet). Dat is net weer anders dan metselbijen (met klei : ook inzet ), tronkenbijen (met hars en zand :ook inzet), wolbijen (met haartjes) en behangersbijen met stukjes blad.

Waar

De boerenwormkruidzijdebij is samen met de tronkenbijtjes in grote aantallen te bewonderen in De Heimanshof en overal waar grote concentraties van deze planten voorkomen. Deze bijen soorten hebben een zeer korte tong, en zijn daarom aangewezen op soorten als boerenwormkruid waar stuifmeel en nectar heel dicht aan de oppervlakte beschikbaar is (zie ook foto top).

 insectenGewone Slijkvlieg8 apr 2017april

Gewone Slijkvlieg, 8 apr 2017

 sslijkvlieg

Slijkvlieg

Van de insectensoorten di er in de Haarlemmermeer voorkomen is nog maar een heel klein deel in deze column behandeld. Er zijn namelijk tienduizenden soorten in honderden of misschien wel duizenden families. Vandaag probeer ik uw belangstelling te wekken voor een soort die redelijk makkelijk te herkennen is en soms massaal aanwezig is. Het is de slijkvlieg of elzenvlieg. De naam slijkvlieg komt van het feit dat zijn larven in het water op de bodem leven. Een ander naam is de elzenvlieg. Dat komt was om dat elzen langs wateren groeien en dat de volwassen insecten daar vaak op aangetroffen zullen worden. Deze soort is makkelijk te herkennen aan het feit dat hij 2 grote dakpansgewijs over zijn rug liggende vleugels heeft waar zeer duidelijk dikke aderen op liggen (foto). Volwassen elzenvliegen leven van nectar en worden meestal zittend op oevervegetatie

gevonden. Het zijn zwakke vliegers; bij verstoring vliegen ze op maar gaan een eindje verder weer zitten in plaats van weg te vliegen.

Bijzonder

De larve van de gewone slijk vlieg doet er ongeveer 2 jaar over om volwassen te worden. De larven leven onder water van kleine diertjes en lijken wel op een duizendpoot vanwege de vele, poot-achtige kieuwen aan het achterlijf. Het zijn goede zwemmers die tweemaal overwinteren voordat verpopping plaatsvindt. Dit gebeurt op het land. De familie van de slijkvliegen heet grootvleugeligen. Onze slijkvlieg heeft al grote vleugels, maar in de tropen komen soorten voor met ene spanwijdte van 15 cm.

Waar

Er bestaan 6 soorten slijkvliegen in Europa, waarvan er 3 in Nederland voorkomen. Ze zijn alleen microscopisch aan de vorm van hun geslachtsorganen te herkennen, maar gelukkig leven ze alle drie in heel andere milieus. Verreweg de meest algemene soort leeft in stilstaande sloten en vijvers. Een nogal zeldzame soort heeft zich gespecialiseerd in snelstromende schone beken en dan is er nog een soort die in en bij grote rivieren voor komt.

 insectenRode ren kakkerlak28 feb 2017februari

Rode ren kakkerlak, 28 feb 2017

 roderenkakkerlak

Bij flora en fauna denk je meestal aan inheemse planten. Maar met al ons gereis over de wereld, die steeds kleiner lijkt te worden, slepen we vaak lifters mee. Sommige daarvan zijn een verrijking, bv de halsbandparkiet en andere soorten worden minder gewaardeerd. Kakkerlakken horen bij die laatste categorie. De Duitse kakkerlak is een soort die in deze streken al meer dan 150 jaar voorkomt. Er zijn wereldwijd bijna 5000 soorten kakkerlakken bekend. Verreweg de meeste soorten daarvan leven buiten in de strooisellaag en houden zich nuttig bezig met het verteren van oude biomassa. Van een 20-tal soorten is bekend dat ze zich tot een plaag kunnen ontwikkelen. Dat gebeurt meestal in niet optimaal hygiënische omstandigheden die mensen zelf creëren. Zo woonde ik ooit in Mozambique tegen over flats die door ‘niet aan steden aangepaste’ plattelanders waren ‘gekraakt’.

Zij kweekten mais in de badkuip en gooiden de stortkokers vol met rotzooi.Toen wij terug verhuisden naar Nederland moesten we eerst 20.000 kakkerlakken opruimen, die vanuit die flats bij ons ingetrokken waren. Deze week vond iemand een rode renkakkerlak (3 cm) in z’n huis (Floriande). Deze soort leeft normaliter buiten in de strooisellaag en komt uit het verre oosten .

Bijzonder

De rode renkakkerlak kan op papier worden gekweekt (dat hij eet) als voer voor reptielen in terraria of in een vakantie koffer mee gelift zijn.. De snelheid van hun voortplanting hangt af van de temperatuur en het voedselaanbod. Een vrouwelijke kakkerlak draagt ongeveer dertig kakkerlakjes in een eipakket op het lichaam die na 3 à 5 weken worden afgezet. Kakkerlakken zijn nachtdieren die vooral op geur afgaan die ze met hun grote antennes kunnen ruiken. Ze kunnen snel lopen en hebben een karakteristiek afgeplat lichaam dat heel klein of 8 cm groot kan zijn.

Waar

In Nederland leven een 5-tal geïntroduceerde soorten, die zich vaak in vochtige huizen kunnen handhaven. Ze leven van schimmel en oude biomassa, waaronder papier.

 insectenGrote Wolbij21 jul 2016juli

Grote Wolbij, 21 jul 2016

 grotewolbij

In de zomer wordt ik bijna elke week wel een keer gebeld door mensen die last hebben van wespen of bijen. Soms is zo’n telefoontje interessant omdat het een zwerm honingbijen betreft, die we kunnen vangen. In andere gevallen denken mensen dat wij een soort destructiebedrijf zijn om hun van een wespenvolk af te helpen. Dat doen we als natuurvereniging nooit. In weer andere gevallen blijkt het dat mensen niet het verschil weten tussen bijen en hommels. Ik kan dan ook niet vaak genoeg herhalen dat er ca 450 soorten bijen en duizenden soorten wespen zijn die allemaal ( behalve 2 of 3) volledig onschuldig zijn om dat ze niet eens een angel hebben! Honingbijen hebben nl alleen een angeltje om hun honingvoorraad (van soms 25 kg) te beschermen waarmee hun volk de winter mee door moet komen. De andere bijen zijn geen volkenvormende, maar alleen levende soorten, die zo weinig honing verzamelen dat het de

moeite van een angel niet eens waard is. En die soorten zijn fascinerend in hun verscheidenheid waarmee ze hun leven hebben ingericht. Recentelijk kreeg ik een mooie foto van zo’n fascinerende soort: de grote wolbij

Bijzonder

De meeste solitaire bijen benutten natuurlijke holletjes om cocons voor hun jongen te maken. Metselbijen gebruiken daarvoor klei, tronkenbijen maken van hars en zandkorrels een soort beton, behangersbijen maken veilige cocons met stukjes blad en wolbijen maken een prachtig huisje door haren af te knippen van soorten zoals toortsen. De grote wolbij is een van de 4 soorten in Nederland en is sterk territoriaal. Het mannetje verdedigd een territorium fel tegen andere soorten zodat vrouwtjes bij hem komen om nectar te halen. Terwijl ze dat doen kan hij met ze paren. Deze soort lijkt op een wesp, maar kan niet steken (mimicry). Mannetjes hebben wel stekels aan hun achterlijf, waarmee ze van andere soorten de vleugels kunnen beschadigen of zelfs afrukken.

Waar

De grote wolbij komt over een groot deel van de wereld voor in Eurazië en Noord en Zuid Amerika.