bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Salomonszegel, 10 mei 2019

 salomonszegel

Salomonszegel is een plant die op dit moment bloeit met witte bloemen en vooral voorkomt in bossen en houdt van niet te voedselrijke, droge of natte standplekken liefst in de schaduw. De plant heeft een bijzondere vorm: aan een gebogen stengel staan om enom horizontale bladeren waaronder aan de stengel trosjes witte bloemen hangen. Deze vormen zwarte bessen. De naam Salomonszegel is natuurlijk intrigerend en afgeleid van Salomon, de zoon van de joodse koning David, aan wie grote wijsheid werd toegeschreven. Ook deze plant heeft medicinale toepassingen en met name de eetbare wortel, waaraan een helend effect op (gebroken) botten en kneuzingen werd toegeschreven, net als effecten op bloeddruk, diarree, aambeien, op vele manieren verzachtend en genezend en wat al niet meer. De prestigieuze naam Salomonszegel heeft mede daarom ook te maken met de wortel. Op die knoestige wortelstok

die gestaag uitgroeit en vertakt groeien elk jaar de bloeistengels omhoog. Op de plek waar die stengels hebben gezeten, blijft een vergroeiing achter (foto inzet) die lijkt op een zegelring met daarin als merktekens, putjes van de vaten die door die stengel liepen.

Bijzonder

Er bestaan op het Noordelijk halfrond ca 50 soorten Salomonszegel, waarvan er 2 inheems zijn in Nederland: de gewone salomonszegel groeit in het bos en de welriekende of duinsalomons zegel op zandgronden en duinen. De gewone is ca 40 cm hoog en de duinvorm 20 cm. Deze soorten kunnen echter met elkaar kruisen (ook in de natuur) en dan ontstaat de steriele tuinsalomons zegel, die een stuk groter (50-60 cm) is . Deze maakt dus geen bessen, maar kan vegetatief via wortelstokken lang standhouden en zich uitbreiden. Alle soorten zijn op De Heimanshof te bewonderen op dit moment.

Waar

Zowel de gewone salomonszegel als de duinsalomonszegel komt in Nederland vooral voor op zandige bodems in bossen in oost en zuid Nederland en in de duinen, waarbij de duinsalomonszegel zich met name tot de duinen beperkt.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 6 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vleugelnootwinter 001bomenVleugelnootboom15 mrt 2007maart

Vleugelnootboom, 15 mrt 2007

 vleugelnootwinter 001

Deze week op 21 maart was de vijftigste boomfeestdag. 14 scholen in de Haarlemmermeer hebben dit jaar meegedaan. Zowel voor de aankleding van de omgeving, voor het wegvangen van stof en voor het opslaan van CO2 (en het daarvoor terugleveren van zuurstof) worden bomen steeds belangrijker. In de Haarlemmermeer zijn 400 monumentale bomen bekend en 200 die dat binnen 10 -15 jaar kunnen zijn. Een deel van deze bomen is inheems, maar vele zijn ook van overal uit de wereld afkomstig. Deze bomen verdienen extra zorg en aandacht. Een van de mooiste monumentale bomen is de Kaukasische Vleugelnoot aan de Kruisweg in Hoofddorp bij het oude marktplein.

Bijzonder

De vleugelnoot is een tamelijk snelgroeiende boom die een hoogte kan bereiken van 20-25 meter. De naam van vleugelnoot heeft te maken met twee vleugels waartussen de vrucht zit. De vleugelnoot is niet kieskeurig wat standplaats betreft. Zijn voorkeursplek bestaat echter uit vochtige terreinen bij rivieren. De vleugelnoot is een tamelijk snelgroeiende boom die een hoogte kan bereiken van 20-25 meter. De naam van vleugelnoot heeft te maken met twee vleugels waartussen de vrucht zit. De vleugelnoot is niet kieskeurig wat standplaats betreft. Zijn voorkeursplek

bestaat echter uit vochtige terreinen bij rivieren. De boom is erg gevoelig voor late nachtvorst en vraagt dus om een beschutte plek.
Karakteristiek voor vleugelnoot is de veelarmigheid van de kroon. De boom aan de Kruisweg, met zijn door kabels verankerde takken, is daar een prachtig voorbeeld van.
De vleugelnoot vormt een dicht bladerdak. Ook heeft de boom de neiging om meerdere stammen te vormen uit wortelopslag. Her en der verschijnen dan kleine ′boompjes′ op de worteluitlopers. Hoe ouder de boom wordt, des te meer kurklijsten er op de stam en takken verschijnen. Het hout is van goede kwaliteit, hoewel niet even dicht en sterk als (wal)notenhout.
Kaukasische of gewone vleugelnoot is een boom, die het beste als solitair in een grote tuin uitkomt. In parken zie je de boom meestal als solitair, maar je kunt er ook een indrukwekkende laan mee maken.

Waar

Deze boom zoals zijn naam al zegt, is afkomstig uit de Kaukasus. In de 18e eeuw kwam hij naar Europa. Met zijn regelmatige, koepelvormige kroon en fraai gebladerte is deze boom een bijzondere verschijning in tuinen en parken. De boom behoort net als de walnoot tot de Okkernootfamilie. Er zijn ongeveer 6 soorten vleugelnoot, waarvan er 5 in China voorkomen.

 Vleugelnoot1

 ssteenmartergrote dierenSteenmarter23 sep 2017september

Steenmarter, 23 sep 2017

 ssteenmarter

Al jaren zijn er onbevestigde berichten over steenmarters en/of boommarters in de Haarlemmermeer. Een jaar of 3 geleden hebben veel mensen aan de Ijweg zo’n marter gezien, maar niemand had een foto en het jaar erop leek een melding uit het Haarlemmermeerse Bos er ook op. Maar met meldingen van niet geoefende waarnemers is het erg op passen. Vaak blijkt het toch om een bunzing te gaan, die hier vrij algemeen is of zelfs om een kat. Maar dit jaar is het dan toch gebeurd. In april werd een dode steenmarter uit Hillegom bij De Heimanshof gebracht (zie foto boven) en in augustus kwam er een foto binnen van een jonge steenmarter uit een tuin in Hoofddorp (onder).

Bijzonder

De steenmarter (stadsmarter) is een marter net als hermelijn, wezel, bunzing, fret, das, otter en nerts. Marters kunnen goed klimmen en passen zich makkelijk

aan. Een volwassen steenmarter is 40-50 cm lang, plus een staart van 25 cm. Ze zijn bruin met een witte vlek op hun keel en borst. Steenmarters hebben een heel eigen ′huppelende′ manier van lopen. Ze kunnen goed klimmen en springen tot 1,5 m. hoog. Ze zijn zeer flexibel en kunnen door kleine gaten (5-7 cm) kruipen. Ze eten vooral kikkers, muizen, ratten, eekhoorns, aangevuld met vruchten en eieren. In steden eet hij ook afval en soms kippen, konijnen of andere kleine huisdieren. Ze zijn vooral ′s nachts actief. Overdag zoeken ze vaak een rustige plek op zoals hopen takken, greppels, holle bomen of lege schuren. De steenmarter maakt meestal weinig of geluid behalve stommelen in of rondom het nest.

Waar

De steenmarter komt uit Zuid- en Oost-Europa en Azië maar trekt de laatste decennia naar NW Europa. In Nederland tot nu toe vooral in het Oosten. Zijn voorkeursbiotoop is een landelijke omgeving bij menselijke activiteit (ivm voedsel). Maar steeds vaker wordt hij in steden en dorpen gesignaleerd. Omdat ze afkomen op bekabeling van (warme) automotoren omdat daar visolie in verwerkt zit, reizen ze soms grote afstanden mee als verstekeling.

 eegelgrote dierenEgel11 sep 2015september

Egel, 11 sep 2015

 eegel

Deze week kwam ik overal egels tegen. In m’n eigen tuin, in De Heimanshof en helaas ook veel te veel platgereden op straat. Dat geeft aan dat de egels heel druk zijn om zich voor te bereiden op hun winterslaap. Ze leggen grote afstanden om zich vol te eten en een dikke vetlaag te maken voor een winterslaap van 6 maanden. Die winterslaap gaan ze in als het kouder dan 12 graden wordt, en dat gaat deze week gebeuren. Door al die stekels op hun huid zijn ze nl niet heel goed geïsoleerd tegen koude. Indien u om egels geeft, zorg dan dat er in hoekjes van uw tuin bergen takken en bladeren beschikbaar zijn, waar ze een nest in kunnen maken. Een egelkast onder een takkenhoop (met een gang ervoor om roofdieren buiten te houden) is ook een optie. Die maken we bv in De Heimanshof. In deze tijd eet de egel per dag 70g insecten, wormen, pissebedden en ook wel aas en groeit aan tot 1.5kg. In de winterslaap kan

dat teruglopen tot 350g. In Scandinavië kan de winterslaap 8 maanden zijn. En in Zuid-Europa nul, maar daar houdt hij weer een zomerslaap bij gebrek aan eten in de droge tijd.

Bijzonder

Van de zintuigen is vooral de reukzin goed ontwikkeld. Hierdoor kan een egel insecten die zich 3 cm onder de aarde bevinden opsporen. Onbekende stoffen of nieuwe geurtjes onderzoekt de egel met een extra zintuig dat tussen het gehemelte en de neusholte ligt. Daarbij produceert hij enorme hoeveelheden speeksel. Na afloop spuugt hij het speeksel op zijn rug terwijl hij zich in de vreemdste bochten wringt. Het zichzelf ′bespeekselen′ wordt vaak voor hondsdolheid aangezien. Van deze gevaarlijke ziekte hebben egels juist weinig last. De egel is beter bestand tegen gif dan veel andere dieren. Zo kan hij bijvoorbeeld 40x beter tegen adder- en wespengif dan een cavia. Ook kan hij tegen een dosis arseen die 25 mensen zou doden.

Waar

De egel is een van de bekendste en meest voorkomende grotere zoogdieren. Hij komt in heel west en Midden-Europa voor in landelijke en stedelijke streken.

 damhert2grote dierenDamhert (2)6 feb 2011februari

Damhert (2), 6 feb 2011

 damhert2

Dit is de tweede column over het optrekken van het Damhert in onze polder en de ecologie van deze soort.

Bijzonder

Het damhert werd in 2004 op de Nederlandse Rode Lijst voor zoogdieren gezet in de categorie bedreigd. De actuele status is ´gevoelig´. Er mag dus niet zomaar op gejaagd worden. Zowel in de duinen als op de Veluwe is daar wel spraken van. Damherten zijn dagdieren. In verstoorde gebieden worden het echter meer schemeringsdieren. Oudere mannetjes hebben de neiging vooral ´s nachts te leven. Het damhert is een goede zwemmer. Half oktober is een heftige tijd voor het damhert: de bronstperiode. De herten vechten dan om een territorium en om en de gunst van een roedel vrouwtjes. Je kunt dan

vaak ondiepe kuilen vinden waar deze arena zich meestal bevindt (wordt ook wel ´lek´ genoemd, mogelijk omdat deze flink met urine besproeid wordt). In deze periode zijn de bokken niet toerekeningsvatbaar.

Waar

Het damhert komt van nature voor in volwassen loofbossen en gemengde bossen, zelden in naaldbossen. Hij heeft een voorkeur voor bossen met een dichte onderbegroeiing, in de buurt van open parkachtig bosgebied en landbouwgronden. De bossen dienen voornamelijk als schuilplaats, terwijl de meer open gebieden als graasplek dienen. In Nederland komt het damhert voor op de Veluwe, in de duinen en op kinderboerderijen en hertenkampen. Tussen de ijstijden leefden de damherten onder andere tot in West-Europa, maar de laatste ijstijd heeft de dieren naar Klein-Azië verdreven. De Romeinen brachten de soort weer met zich mee en verspreidden het dier door het gehele Romeinse Rijk. In onze regio zijn damherten sterk toegenomen in de Kennemer- en Waterleidingduinen. Deze winter waagden weer meer damherten de oversteek over de ringvaart. Het zijn meestal door dominante bokken verjaagde jonge mannetjes. Een exemplaar werd langs de Hoofdvaart doodgereden. Graag hoor ik van andere waarnemingen

 damhert1grote dierenDamhert (1)30 jan 2011januari

Damhert (1), 30 jan 2011

 damhert1

Het kon niet uitblijven. De aantallen damherten in de duinen nemen de laatste jaren snel toe. Afgelopen november zag ik er 35 tegelijk in verschillende roedels in Landgoed Leyduin, toen we de Heimanshofklauterboom ophaalden. 2 dominante mannetjes hadden het merendeel van de vrouwtjes onder hun hoede, 1 mannetje had er 2 en de rest bestond uit groepjes jonge mannetjes. Het zijn vooral die jonge mannetjes die uit de beste plekken gejaagd worden en dan gaan zwerven. Elk jaar zijn er meer die daarbij de ringvaart oversteken (zwemmend of via tunnels en bruggen) net als de vossen. Dit jaar waren er verschillende waarnemingen: 2 liepen er op de Driemerenweg bij de Groene Weelde, één in het centrum van Nieuw- Vennep en 1 mannetje werd dood gereden langs de Hoofdvaart. En waarschijnlijk zijn er nog veel

meer geweest. Ik hoor graag van andere waarnemingen. Het damhert is zeer gevarieerd qua uiterlijk, van zeer lichte tot bijna zwarte exemplaren(zie foto). De vacht is meestal bezaaid met witte vlekjes. Een ander kenmerk, waarmee het damhert zich onderscheidt van andere echte herten (zoals het edelhert), is het schoffelgewei. Hierbij zijn de einden van de takken met elkaar verbonden door platen. Enkel het mannetje draagt een gewei. Het wordt in april en mei afgeworpen, waarna het gelijk weer begint aan te groeien. De basthuid wordt in augustus en september afgeschuurd. Damherten leven in roedels. Na de paartijd leven de volwassen herten in aparte roedels en leven de vrouwtjes (hindes) samen met hun nageslacht en enkele jonge mannetjes (die later de roedel verlaten om in vrijgezellengroepen op te groeien). Het damhert voedt zich voornamelijk met grassen, biezen en kruiden, aangevuld met jonge bladeren, bessen (rozenbottel, braam, bosbes), eikels, granen, wortelen en ´s winters schors, hulst en heide. Het kan twintig jaar oud worden in gevangenschap en meer dan zestien jaar oud in het wild. Dit was de eerste van 2 columns over het Damhert. Volgende week het vervolg

 vos3burchthmeergrote dierenVos (3)18 mei 2008mei

Vos (3), 18 mei 2008

 vos3burchthmeer

e Vos 3 Elk jaar zwemmen er vossen de ringvaart over, vanuit de duinen of het Groene Hart. Over de vos is zoveel interessants te melden, dat dit een serie van 3 columns is geworden. De vorige twee weken de algemene gegevens en de bijzonderheden. Deze week het voorkomen in en buiten de Haarlemmermeer: De rode vos heeft het grootste verspreidingsgebied van alle roofdieren (vroeger was dit de wolf). Hij komt in praktisch het gehele Noordelijk Halfrond voor en ontbreekt alleen in woestijnen, toendra′s en afgelegen eilanden. Dat komt omdat hij zich goed kan aanpassen en niet kieskeurig is. Zijn favoriete leefgebied is bos met open gebieden. Een zelf gegraven hol bevindt zich meestal in een zandbank, onder een omgevallen boom, tussen boomwortels en heeft vaak 2-4 ingangen. Zo’n groot hol wordt een burcht genoemd. Meestal gebruiken alleen drachtige vrouwtjes het hol. Buiten het voortplantingsseizoen verblijft de vos overdag meestal op beschutte plaatsen. Elk

jaar worden er vossen in de Haarlemmermeer aangetroffen. Ze zwemmen van alle kanten de ringvaart over. De meeste meldingen heb ik gekregen uit het Haarlemmermeerse Bos en van de Geniedijk bij Aalsmeerderbrug, maar ook in Lisserbroek was er zo’n 6 jaar geleden een verkeersslachtoffer. Ook de dieren in het Haarlemmermeerse Bos eindigen bijna allemaal als verkeerslachtoffer op de N201 of de Driemerenweg. De vossen op de Geniedijk hebben het voor zover ik weet, nooit verder gebracht dan de A4. Op een plek bij Vijfhuizen is er al bijna 5 jaar regelmatig een koppeltje dat een burcht bouwt. Of dit hetzelfde koppel is of telkens een ander is onbekend. In de afgelopen 5 jaar zijn er tenminste 2 keer jongen tot volwassenheid opgevoed. Eenmaal 3 jongen (waarvan er minstens 1 aan het verkeer ten slachtoffer viel) en vorig jaar 1 jong. De burcht van vorig jaar (zie foto) is dit jaar nog leeg gebleven. Graag houden we ons aanbevolen voor andere meldingen over het voorkomen van vossen in onze polder.

 vos2uitholgegraven

 vos2jachtgrote dierenVos (2)11 mei 2008mei

Vos (2), 11 mei 2008

 vos2jacht

Elk jaar zwemmen er vossen de ringvaart over, vanuit de duinen of het Groene Hart. Over de vos is zoveel interessants te melden, dat dit een serie van 3 columns wordt. Vorige week de algemene gegevens. Deze week de bijzonderheden en volgende week het voorkomen in en buiten de Haarlemmermeer. Een vos kan tenminste 28 verschillende geluiden voortbrengen en hij kent ook een groot aantal houdingen om mee te communiceren. Onderdanige vossen houden bijvoorbeeld de oren naar achter, de mond lichtelijk open met opgetrokken lippen, en kwispelen met hun staart. Agressieve vossen plaatsen de oren zijdelings en houden hun bek wagenwijd open. Een vos kan 10 jaar worden, maar de meeste vossen worden niet ouder dan 3 jaar. Jacht is de voornaamste doodsoorzaak. Ook worden veel vossen verkeersslachtoffer. Belangrijke ziektes waaraan vossen kunnen lijden zijn schurft en hondsdolheid.

Over de jacht op vossen zijn de meningen verdeeld. Voorstanders van de jacht vinden:
- Dat de vos ziekten en parasieten met zich mee kan dragen, met name hondsdolheid en bepaalde soorten lintwormen;
- De vos jaagt op allerlei soorten fauna, waaronder weidevogels, landbouwdieren als kippen en konijnen en fazanten, waarbij hij soms meer

doodt dan hij nodig heeft;
- Bejaging van vossen dient ter bescherming van weidevogels;
- Jacht maakt natuur natuurlijk. In de kleine Nederlandse natuurterreinen is geen plaats voor grote roofdieren. Jacht compenseert dat door het aantal vossen te controleren.

Tegenstanders van de jacht hebben andere argumenten:
- Vossen vangen grote aantallen veldmuizen, en woelratten, die in economisch opzicht veel meer schade veroorzaken dan vossen.
- Door jacht zwermen dieren uit aangrenzende gebieden de vrijgekomen territoria in. Dit kan juist leiden tot het verspreiden van ziekten via migrerende vossen.
- Er is een alternatief voor beheersing van hondsdolheid door de jacht: de vos kan d.m.v. uitgelegd aas gevaccineerd worden tegen hondsdolheid. En Nederland en België zijn momenteel vrij van hondsdolheid.
- Houders van kippen en konijnen kunnen hun dieren beschermen met een deugdelijk hok.
- Jacht is onnatuurlijk. Vossen als deel van het ecosysteem geeft een natuurlijker evenwicht.
- De vos is niet de directe veroorzaker van een lage weidevogelstand. Hiervoor zijn vele andere oorzaken te noemen. Bijvoorbeeld de verlaging van de grondwaterstand, bemesting en de tegenwoordige landbouwmethoden.

 vos2wegslachtoffer

 vos1muizenspronggrote dierenVos (1)4 mei 2008mei

Vos (1), 4 mei 2008

 vos1muizensprong

Elk jaar zwemmen er vossen de ringvaart over vanuit de duinen of het Groene Hart. Over de vos is zoveel interessants te melden, dat dit een serie van 3 columns wordt. Deze keer de algemene gegevens. Volgende week de bijzonderheden en vervolgens het voorkomen in en buiten de Haarlemmermeer. De vos is één van de grootste roofdieren van Nederland en dat is een hele prestatie. Hij weegt 6-10, soms 15 kilo. Mannetjes zijn meestal groter dan vrouwtjes. Vossen jagen alleen, meestal ′s nachts en in de schemering, maar waar hij niet belaagd wordt is het een dagdier. Hij kan hard rennen, tot 60 kilometer per uur, met 6-13 km als kruissnelheid. De vos leeft het liefst in een groep van zo′n 6 dieren. Een dominante rekel (mannetjesvos) en een dominante moervos worden begeleid door ander moervossen, vaak uit vorige worpen. Rekels worden, zodra ze volwassen zijn,

uit de groep verjaagd. De ondergeschikte moervossen helpen bij de opvoeding van de jongen. Het leefgebied van een vossenpaar is 1-12 km², afhankelijk van het voedselaanbod. De paartijd duurt van december tot februari. De jongen worden tussen maart en mei geboren. Een worp telt meestal 4-6 jongen. De worpgrootte is afhankelijk van het voedselaanbod. Veel jacht leidt tot grotere worpen. Bij de geboorte zijn de jongen blind en doof en wegen ongeveer 100 gr. Na 10 maanden zijn ze geslachtsrijp. De vos is een opportunist en eet bijna alles. In tegenstelling tot de heersende ideeën leeft een vos vooral van grote kevers en muizen. Deze vangt hij met de karakteristieke ‘muizensprong’ (zie foto). Verder vangt hij konijnen, hazen, vogels en katten, eieren, regenwormen en egels. Ook vruchten en bessen worden gegeten, evenals aas en afval. Ooit kon ik een uur lang een vos volgen, die al die tijd gevallen pruimen zocht en at. Dagelijks eet een vos ongeveer een pond aan voedsel. Soms doodt een vos meer dan hij nodig heeft. Vooral op plaatsen waar meerdere prooidieren op elkaar zitten en niet kunnen ontsnappen, kan hij een slachtpartij aanrichten, bijvoorbeeld in kippenhokken of kolonies van grondbroedende vogels zoals kokmeeuwen.

 goudwespinsectenGoudwesp13 apr 2019april

Goudwesp, 13 apr 2019

 goudwesp

We maken niet voor niets veel insectenhotels. Het zijn natuurkunstwerken, die een veilige nestelplek leveren aan de meest fantastische insecten. Al die soorten zijn ook nog eens allemaal onschuldig en steken niet: ze zijn dus ideaal om het te algemene beeld dat ‘insecten’ eng en gevaarlijk zijn onderuit te halen. De mooiste ambassadeur van de deze insectenwereld is de goudwesp. Eerst even de theorie: in een insectenhotels leggen solitaire bijen hun eitjes met nectar en stuifmeel als voedsel. Ook veel wespen soorten leggen er hun eitjes, maar die brengen daar als voedsel levende prooien bij, die verlamd zijn. Overal in de natuur waar voedsel te vinden is, komen rovers op af. Dan kan een specht zijn of de ‘batman’vlieg’ die larfjes van de metselbij oppeuzelt en tal van soorten andere rovers, waarvan talloze gespecialiseerde wespensoorten het meest algemeen zijn. Wespen zijn de roofdieren van de insectenwereld, waar

leeuwen en wolven dat van de zoogdieren zijn. De Goudwesp is een van die profiteurs.

Bijzonder

De Goudwesp heet niet voor niets zo. Het is een van de mooiste insecten van Nederland met metaalachtig glanzende groene, blauwe en rode kleuren. Er zijn 13 geslachten in Nederland bekend met ca 60 soorten. De afgebeelde soort, die deze week op een van onze insectenhotels zat, is de meest algemene gewone goudwesp. Deze soort parasiteert vooral op andere solitaire wespensoorten zoals de plooivleugelwesp. Goudwespen zijn zgn. koekoekswespen: ze leggen nl een eitje bij de larve van hun waardsoort. Bij deze groep wespen is de angel omgevormd tot een legbuis. Steken kunnen ze dus niet. Dat eitje komt eerder uit dan zijn slachtoffer. En het kleine wespje eet eerst dat larfje op en daarna de voedselvoorraad die de moeder van het slachtoffer voor haar jong heeft aangesleept. Koekoeksparasitisme komt in de natuur vaker voor en niet alleen bij vogels. Koekoekshommels steken bv een hommelkoningin dood en laten zich verzorgen door de werkster van die hommelkoningin.

Waar

Goudwespen komen behalve op Antarctica op alle continenten voor.

 bilobellaspringstaartinsectenBilobella Springstaart29 mrt 2019maart

Bilobella Springstaart, 29 mrt 2019

 bilobellaspringstaart

Deze column schrijf ik nu 13 jaar vanaf mei 2006 en nog steeds zijn er hele familiegroepen aan planten en dieren, waar ik nog geen lid van behandeld heb. Deze week kwam er een bijzondere soort van de springstaartenfamilie op mijn pad. In Nederland zijn daar een paar honderd soorten van bekend. Bilobella is knalroze en heeft zoals de meeste springstaart soorten geen Nederlandse naam. Weinig mensen kennen springstaarten. Het zijn primitieve insecten die meestal in de strooisellaag leven van rottend plantenmateriaal en schimmels. Ze zijn allemaal vrij klein: tussen de 0.1 mm en een paar mm, maar er zijn er onvoorstelbaar veel van. In een liter tuingrond of plantenaarde kunnen duizenden exemplaren leven! Ze vormen daarmee een belangrijke en bijna onuitputtelijke voedselbron voor de meeste kleine dieren en insecten die wij met het blote oog kunnen zien. Met de mieren hebben ze gemeen

dat het er zo veel zijn dat ze vechten om de eerste plaats in het hoeveelheid biomassa die ze op aarde vertegenwoordigen als diergroep!

Bijzonder

Springstaarten vallen uit een in 2 groepen. Bilobella hoort tot de trage bolvormige groep. De meeste springstaarten zijn langwerpig van vorm en hebben naast de drie paar gewone poten een set extra poten die vergroeid is tot een vork die onder hun lichaam vastgezet kan worden. Daar kunnen ze spanning mee opbouwen, waardoor ze bij gevaar met een katapultachtige sprong ver weg kunnen schieten. De bolle springstaarten zoals Bilobella missen deze springvork meestal, maar hebben wel andere kenmerken gemeen zodat ze toch tot dezelfde familie gerekend worden.

Waar

Springstaarten komen wereldwijd voor op alle continenten. Ze leven in de bodem in vochtige rottende strooisellagen. Maar ze kunnen ook op oppervlaktewater voor komen en daarop lopen. De opvallend roze gekleurde Bilobella soort is pas in 2007 in Nederland voor het eerst gevonden onder oude schors van populieren en nu dus ook al hier. Mogelijk weer een gevolg van klimaatverandering.

 Gehakkelde_Aurelia2insectenGehakkelde Aurelia3 mrt 2019maart

Gehakkelde Aurelia, 3 mrt 2019

 Gehakkelde_Aurelia2

We hebben net een week record warm weer achter de rug. Die week met temperaturen van boven de 20 graden in februari gaf ook een explosieve ontwikkeling te zien van activiteit in de natuur: vroeg bloeiende planten, zingende vogels en een keur aan insecten die een maand eerder dan gebruikelijk actief werden. Van die insecten zijn de dagvlinders opvallende en vrolijke verschijningen. Naast de citroenvlinder die altijd een van de eerste is, zag ik ook verschillende gehakkelde aurelia’s. Deze gehakkelde aurelia’s’ zijn oranje rood gekleurd en hebben opvallende inkepingen in hun vleugelranden, die hen helpt om er als verdord blaadje uit te zien en zo predatie door vogels te vermijden.

Bijzonder

Met de kleine vos , de atalanta en de dagpauwoog heeft de gehakkelde aurelia zijn voornaamste waard plantgemeen: de grote

brandnetel. Maar de rups van deze soort leeft ook wel op de hop, of de ruwe iep, de berk. Die brandnetel is trouwens pas recentelijk zijn voornaamste waardplant geworden. En er verandert meer bij deze soort. 20 jaar gelden kwam deze soort niet off nauwelijks in de Haarlemmermeer en West-Nederland voor en tegenwoordig is hij een van de meest algemene soorten. De gehakkelde aurelia heeft in Nederland meestal 2 generaties. De overwinterende eerst generatie is meestal donkerder van kleur en de zomergeneratie is meestal lichter. Beide generaties hebben op de buitenvleugels een witte c of komma bij dichtgeslagen vleugels.

Waar

De vlinder komt voor in vrijwel heel Europa, in Noord-Afrika en in Noord-en Centraal-Azië tot en met China, Korea en Japan. De soort vliegt tot hoogtes van 2000 meter boven zeeniveau. De areaalgrens van de gehakkelde aurelia is behoorlijk variabel. Door de tijd heen vinden flinke verschuivingen plaats. De laatste jaren schuift het voorkomen op naar het noorden onder invloed van de klimaatverandering. Deze verschuivingen zorgen voor fluctuaties in het voorkomen in landen dicht tegen de areaalgrens, zoals Nederland en Groot-Brittannië.

 kaneelwant01insectenKaneelwants30 dec 2018december

Kaneelwants, 30 dec 2018

 kaneelwant01

Het is al weer een tijdje geleden, dat ik van Janet Bakker een melding kreeg van een oogstrelende aanwinst van onze polderfauna. Die foto wil ik u niet onthouden: het gaat om 2 kaneelwantsen op een Verbena of Baardbloem in Cruquius. 2018 was voor warmte minnende insecten een goed jaar. Of de planten ook zo blij waren en voldoende vocht en energie voor nectar en stuifmeel hadden, durf ik te betwijfelen. Maar daar hebben wantsen i.t.t. bijen, wespen, zweefvliegen en vlinders geen boodschap aan. Het hoofdkenmerk van wantsen is dat ze een steeksnuit hebben, die ze in plantencellen of -vaten prikken om daar sappen uit te zuigen. Niet alleen in nectar zit suiker, ook bladeren produceren suikers. Een bekende soort die veel suikers maakt is de Linde. En bladluizen (ook verwant aan wantsen) zuigen die vloeistof op. Omdat er meer dan genoeg suikers beschikbaar zijn, maar slechts een kleine concentratie eiwit, pompen die bladluizen er met z’n allen liters

suikerwater door heen. Meestal tot genoegen van mensen die hun auto daaronder parkeren.

Bijzonder

Kaneelwantsen hebben een voorkeur voor planten met sterke of zelfs giftige stiffen . Ook Verbena’s hebben zo’n sterke smaak, net als toortsensoorten, heide en allerlei andere heesters. Naast de suikers en eiwitten waar de kaneelwants van leeft, neemt hij ook die stoffen op. Dat kan deze soort zonder er zelf last van te hebben. Dat doen meer soorten bv de Jacobsvlinder die gifstoffen van kruiskruiden opneemt. Door die stoffen smaakt zo’n insect smerig en laten vogels en andere rovers het wel een 2e keer uit hun hoofd om ze te eten. Om die reden zijn felle kleuren van een insect vaak een teken om ze NIET te eten. Dat gaat op bij lieveheersbeestjes, de zebrarups van de Jacobsvlinder, etc. De kaneelwants heet zo, omdat hij bij verstoring een geurstof afgeeft die (voor ons) juist weer heel lekker ruikt: kaneel. Maar dat zal voor predatoren wellicht anders zijn.

Waar

De kaneelwants houdt van droge warme plekken zoals duinen en heides. Zoals veel soorten lift hij mee op de klimaatverandering van Zuidelijk naar Noord-Europa.