bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 5 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 bomenWilgen13 mrt 2010maart

Wilgen, 13 mrt 2010

 wilgboswilg

De jaarlijkse boomplantdag rond 21 maart vraagt om een column over een boom. De Heimanshof heeft de hele winter 5000 bomen en struiken verzameld. Deze worden ter gelegenheid van het 35-jarig jubileum weggegeven om te stimuleren dat tuinen natuurvriendelijker ingericht worden. Wilgen zijn daarbij een onderschatte en onbekende groep. De meeste mensen kennen knotwilgen, treurwilgen en kronkelwilgen, maar weinigen weten dat er wel 300 soorten bestaan met vele nuttige toepassingen en kwaliteiten. Hiervan komen er tientallen in Nederland voor. Knotwilgen zijn geen soort, maar een snoeivorm van boomvormende soorten. Omdat deze soorten zoals de grijze of schietwilg heel snel groeien, storten ze binnen 40-60 jaar onder hun eigen gewicht in. Door ze regelmatig te knotten kan de levensduur tot 250 jaar verlengd worden en komen

er allerlei nuttige producten vrij zoals vlechttenen, palen of brandhout.

Bijzonder

Andere interessante wilgensoorten voor een tuin zijn: boswilgen of grauwe wilgen, die prachtige grote katjes produceren die een sieraad zijn in een vaas (foto). Deze katjes produceren ook veel stuifmeel, wat in maart en april het hoofdvoedsel voor jonge insecten, zoals honingbijen vormt; kruipwilgen worden niet hoger dan 1 meter; goudwilgen hebben prachtige goudbruine takken; laurierwilgen mooie donkergroene glanzende bladeren;katwilgen doen het met lange gedistingeerde bladeren en geoorde wilgen met extra voetblaadjes aan elk blad. En ga zo maar door. En de meeste wilgen kruisen ook nog makkelijk met elkaar, dus tussenvormen zijn er legio. De schors van enkele soorten, zoals amandelwilg en schietwilg, bevatten salicine, dat lang geleden gebruikt werd als pijnstiller(aspirine). Salicine wordt ook gebruikt voor leerlooien.

Waar

Wilgen zijn snelgroeiende pioniersoorten van natte deltagebieden zoals Nederland. Wilgen en vooral knotwilgen hebben mede het aanzien van ons landschap bepaald. De meeste genoemde soorten zijn tot 1 april gratis verkrijgbaar in De Heimanshof.

 bomenHazelaar6 mrt 2010maart

Hazelaar, 6 mrt 2010

 hazelaar

Windbestuivende bomen en struiken zijn de eerste soorten die na de winter gaan bloeien op het kale hout, zonder blad. De eerste daarvan is meestal de hazelaar: overal zijn de mannelijke katjes al aan de struiken te vinden. In aanleg zijn deze katjes zijn al in de zomer aanwezig in de bladoksels. De knalrode minuscule vrouwelijke bloempjes zitten met 3-4 op een soort knopje bij elkaar(zie inzet). Door het koude weer van deze winter bloeit de hazelaar pas nu. Soms is dat al in januari. De hazelaar wordt tot 6 m hoog en draagt pas na 10 jaar noten. Hazelaars worden door vogels als de Vlaamse gaai verspreid. Verder verspreidt de hazelaar zich via worteluitlopers. Een hazelaar is dan ook altijd een veel-stammige struik. Productierassen zijn veredeld op de productie van grote noten met weinig vliezen.

Bijzonder

Hazel komt van het Oud-Engelse haes, wat bevelen betekent. De hazelaarsstaf was nl. ooit een teken van gezag. Het rechte hout van de hazelaar werd ook gebruikt voor wandelstokken, bezems,

staken voor hekken, wichelroedes en speren. Verder wordt hazelaarhout vaak gebruikt voor het vlechtwerk van met leem of kalk gebouwde muren. De wortel is vanwege z´n vlammende tekening geliefd als inleghout. De vezelige binnenschors is bruikbaar als touw. Hazelnoten bevatten vitamine A en B, ijzer, calcium, kalium en zwavel en alleen walnoten en puur vet bevatten meer calorieën.
Zoals bij de meeste inheemse planten leeft er een hele levensgemeenschap op en van de boom: de hazelnootknopmijt laat de knoppen opzwellen en afsterven; de larven van de curieuze hazelnootboorder (zie een eerdere column) eet het binnenste van de jonge noten en de prachtige rode bladsnuitkever vreet het blad aan en rolt het op. De hazelaarhoutzwam en hazelaarschijfzwam leven vooral op hazelaarhout.

Waar

De hazelaar is een algemene inheemse struik, die overal in Europa voorkomt. In Haarlemmermeer is hij veel in het bosplantsoen aangeplant en bij de Vogelhoeve aan de Rijnlanderweg is een hazelnotenbos.

 hazelaarbloemvrouwelijjk

 bomenLijsterbes20 sep 2009september

Lijsterbes, 20 sep 2009

 lijsterbes

Het is een bijzonder goed bessenjaar dit jaar. Dat komt door de warme april maand waarin geen bloesem bevroor en door het optimaal warme en vochtige weer van mei tm juli. Alleen augustus was wat droog. Maar daar konden de meeste bomen en struiken wel tegen. Zo´n jaar is voor een ´wildplukker´ een groot genoegen. Overal hangen producten die erom vragen geplukt en tot jam en wijn verwerkt te worden. Het is wel jammer dat de meeste mensen zover van de natuur vervreemd zijn, dat ze denken dat alles wat er hangt te lonken giftig is. Daarom wil ik u graag bekendmaken met de geheimen van één van de opvallendste vruchtdragers van dit moment: de lijsterbes. De takken van deze boom hangen zwaar neer van de enorme oranje bessenvracht. Node wachten zij op de hordes spreeuwen, kramsvogels, koperwieken, duiven en merels om hen van deze last af te helpen. De lijsterbes wordt tot 15 m hoog. De lijsterbes is een aanrader voor een natuurvriendelijke tuin: de bloesem trekt veel insecten aan, de bessen zijn een tafeltje-dekje voor de vogels gedurende

een lange tijd en bovendien is de lijsterbes een zeer geschikte plek voor vogels om te broeden vanwege de dichte takstructuur.

Bijzonder

De Latijnse naam van de lijsterbes betekent vogelvangst, want de Romeinen gebruikten de bessen al als lokaas. De bessen van de lijsterbes zijn eetbaar, maar ´puur´ niet erg lekker. Nadat de vruchten 8 tot 12 uur geweekt zijn in verdunde azijn, kunnen zij tot jam verwerkt worden, liefst gemengd met appels of sinasappels. In Duitsland worden de bessen op jenever gezet. Zij bevatten veel vitamine C en het hoogste percentage zetmeel van al onze vruchten: 20 % . Gedroogd en gemalen leveren zij een smakelijk meel op. Geroosterd zijn zij als koffiesurrogaat te gebruiken. Het hout van de lijsterbes is hard, dichtgenerfd en zeer geschikt om er meubels, keukengerei, gymnastiektoestellen, duim - en meetstokken van te maken. Het hout wordt ook gebruikt door houtdraaiers. Met de bast van de lijsterbes werd vroeger leer gelooid.

Waar

De wilde lijsterbes is een zeer winterharde inheemse boom en wordt ook vaak aangeplant. De wilde lijsterbes komt voor in Noord-Europa, op de bergen in Zuid-Europa en in Zuidwest-Azië. Ook in onze polder zijn de inheemse en verschillende uitheemse lijsterbessoorten aan te treffen

 bomenPaardenkastanje5 okt 2008oktober

Paardenkastanje, 5 okt 2008

 paardekastanjemineermot

Het is volop kastanjetijd. Onze gewone kastanje heet eigenlijk paardenkastanje. Zo’n boom kan 20 tot 25 m hoog worden en 200- 400 jaar oud. Er bestaat een rode en een witte soort, waarvan de witte veel algemener is. De latijnse geslachtsnaam ′Aesculus′ betekent "Eik met eetbare eikels", maar eigenlijk zijn kastanjes niet echt eetbaar, door het hoge tanninegehalte, behalve voor geiten en varkens. De soortnaam ′hippocastanum′ slaat op het feit dat de kastanjes aan paarden werden gegeven om ze van hoest te genezen. Op dit moment zijn de knoppen voor volgend jaar al aangemaakt. In zo’n knop wordt het tere weefsel van nieuwe bloemen en bladeren met een wollig dons tegen kou en vocht beschermd. Het hout van de paardenkastanje is licht en niet duurzaam, net zoals de wilg. Duurzaam kastanjehout komt van de tamme kastanje, die ook de eetbare kastanjes levert.

Bijzonder

Sinds ongeveer 1995 hebben kastanjebomen

veel last van vroeg bruin wordend blad. Dit wordt veroorzaakt door mineermotjes die grote aantallen eitjes op de bladeren leggen. Daaruit ontwikkelen zich piepkleine larfjes, die leven van de bladgroenkorrels tussen de onder- en bovenkant van het blad. De kastanjemineermot komt uit Roemenië, Bulgarije en Hongarije. Door de eenwording van Europa zijn deze motjes met opkomend vrachtverkeer meegelift naar West-Europa. Hoewel het bruine blad niet mooi is, gaan er zelden bomen door dood. In 2002 werd voor het eerst in Nederland en wel in de Haarlemmermeer, een nieuwe ziekte op de kastanje geconstateerd, waaraan de bomen wel kunnen doodgaan. Deze ziekte wordt voorlopig de bloedingsziekte genoemd. Op de bast van de boom ontstaan roestbruine, vochtige plekken, die gaan bloeden met een dikke bruinrode vloeistof. De ziekte heeft zich inmiddels over het gehele land verspreid. Ruim 30 % van de bomen heeft deze ziekte inmiddels. Het lijkt er steeds meer op dat een vorm van bacteriekanker de oorzaak is. Tegen deze ziekte is door een Nederlands bedrijf een middel ontwikkeld, maar resultaten zijn nog niet beschikbaar.

Waar

De paardenkastanje komt in ongeveer 20 soorten op het Noordelijk halfrond voor, voornamelijk in N-Amerika,en van ZO-Europa tot China en Japan. Pas in de 17e eeuw is de boom ingevoerd in Nederland om landgoederen te verfraaie

 bomenOudste boom: de Olijf (650 jaar)6 apr 2008april

Oudste boom: de Olijf (650 jaar), 6 apr 2008

 oudste3olijf650jaar

Bij de prijsvraag van 2 weken geleden over de oudste boom van de Haarlemmermeer had ik u beloofd het gerucht uit te zoeken dat er nog veel oudere bomen in de Haarlemmermeer staan dan de essen op de eendenkooi te Vijfhuizen. Navraag naar een oude olijvenboom die in 2002 op de Floriade was geplaatst leverde niet alleen een antwoord op, maar ook weer een aantal nieuwe verrassingen. Deze olijf was namelijk afkomstig van een tuincentrum dat zich in dit soort bomen heeft gespecialiseerd en was maar liefst 450 jaar oud.
De tweede verrassing was, dat dit niet eens de oudste boom was. Er is inmiddels een hele familie van olijven aanwezig in onze jonge polder:
- 2 exemplaren van ongeveer 300 jaar oud staan in de Bijbelse tuin
- en 2 blikvangers op dit

centrum zelf (die ook nog te koop zijn) zijn respectievelijk ongeveer 650 jaar en 575 jaar oud.

Bijzonder

Al deze bomen komen oorspronkelijk uit Toscane in Italië of uit Spanje. De twee oudste exemplaren moesten een jaar of 5 geleden in Toscane wijken voor een weguitbreiding. Het oudste exemplaar is met zijn enorme stam (1 meter 20 in diameter) en kluit van tezamen 3, 5 ton in een dieplader aangevoerd (zie foto) Al deze olijfbomen zijn van rassen, die goed bestand zijn tegen Nederlandse winters en kunnen 15 tot 16 graden vorst doorstaan.

Waar

De oudste bomen met hun 360 jaar, die hun hele leven in de Haarlemmermeerse grond hebben gestaan blijven de essen die in de buitenring van Eendenkooi van Vijfhuizen op de ‘oude grond’ staan. De oudste boom op de ‘nieuw ingepolderde’ grond is de bruine beuk van 156 jaar aan de Kromme Spiering weg bij de eerste boerderij. De alleroudste boom in leeftijd is de olijf van 650 jaar (maar met nog maar 5 jaar in de Haarlemmermeer) bij Global garden in Zwaanshoek. Wie deze alleroudste boom in zijn tuin wil hebben, heeft die mogelijkheid nog. Meldingen bijzo

 bomenGinkgo20 mrt 2008maart

Ginkgo, 20 mrt 2008

 ginkgoboom+blad

In het kader van de Nationale boomfeestdag, waar in de Haarlemmermeer ook 9 scholen aan meedoen, aandacht voor een bijzondere boom. De Ginkgo of tempelboom is een levend fossiel, dat in zijn eentje een eigen orde vormt. In het Perm, zo’n 270 miljoen jaar geleden, bestonden er a1 8 soorten. Dat is nog voor het tijdperk van de dinosauriërs. Ook in de Limburgse steenkool zijn vaak afdrukken van Ginkgobladeren te vinden. De kroonvorm van de Ginkgo is bijzonder onregelmatig. Soms blijven de takken kort en soms groeien ze heel ver uit. De ginkgo kent zowel vrouwelijke als mannelijke exemplaren. Het verschil tussen beide geslachten is pas te zien wanneer de boom volwassen is. De boom wordt 40 meter hoog. In Nederland en België worden kleinere kweekvormen gebruikt.

Bijzonder

De Ginkgo is een evolutionaire overgangsvorm tussen naaldbomen en loofbomen. Dat is te zien aan de bladeren die lijken te bestaan

uit netjes naast elkaar liggende naalden.
De zaden zijn abrikoosvormig met een zilveren gloed (vandaar de naam Ginkgo: gin = zilver; kyo = abrikoos). Wereldwijd zijn er minder vrouwelijke Ginkgobomen dan mannelijke. Dit komt omdat de mens selectief mannelijke bomen aanplant: De zaadhuid van de zaden ruikt nl als ranzige boter na het op de grond vallen. De inhoud van de zaden wordt in China en Japan beschouwd als delicatesse, waaraan ook veel heilzame werkingen wordt toegeschreven. In Japan wordt de boom als een god vereerd. Het feit dat 4 bomen in Hiroshima de atoombom overleefden, heeft hier ook aan bijgedragen.

Waar

Ongeveer 7 miljoen jaar geleden verdween de Ginkgo uit Noord-Amerika en ongeveer 2.5 miljoen jaar geleden uit Europa. Wetenschappers dachten dat de boom was uitgestorven maar iemand herontdekte ze in 1691 in China. Daar werden ze door Boeddhistische monniken als heilige boom gekweekt. De oudste Ginkgo in de Haarlemmermeer staat op het kerkhof van de Hoofdvaartkerk en dateert uit de eerste jaren na de drooglegging. In de Bijbelse tuin achter de Katholieke Kerk aan de Kruisweg staan een groot mannelijk en vrouwelijk exemplaar van zo’n 100 jaar oud, naast elkaar. Ze staan ook in het bomenpad in het Haarlemmermeerse Bos en op het Aalburgplein in Floriande.

 bomenOudste bomen24 mrt 2008maart

Oudste bomen, 24 mrt 2008

 oudsteboom1_300jaarminstens

Vorige week schreven we n.a.v. de boomfeestdag een prijsvraag uit naar de oudste Boom in de Haarlemmermeer. De polder is in 1852 drooggelegd. De meeste mensen zullen dus verwachten dat de oudste boom niet ouder dan 156 jaar oud kan zijn. Verrassend genoeg is dat wel zo.

Bijzonder

Er bestaan namelijk een aantal kleine stukjes oud land, die met het graven van de ringvaart ‘mee zijn ingepolderd’. Dat zijn het eiland Abbenes, een stukje polder bij Lisserbroek rond het Turfspoor en een stukje polder bij Vijfhuizen rond de eendenkooi.
Als onze gegevens kloppen zijn alle oudste bomen rond Abbenes en bij Lisserbroek verdwenen. De eendenkooi is echter eeuwenlang uitstekend beheerd. De oudste harde informatie over het bestaan van deze kooi is een brief uit het jaar 1700, waarin ene Jan Willems de kooi overneemt uit de nalatenschap van een priester Paelsteyn. Mogelijk dateert de kooi van rond 1647, toen een naburige kooi deels in het meer verdween (en deze ‘nieuwe kooi’ opgericht werd). Van 1757 af is de kooi in beheer van de familie Stokman.
De eendenkooi zelf bestaat uit een hakhoutbosje van vooral essen. Al die eeuwen werden de essen om de 10 jaar afgezet (geknot). Het lange rechte hout was uitstekend voor palen, brandhout en gereedschap. Dit soort beheer verlengt de levensduur van bomen aanzienlijk. Van wilgen is bekend dat deze normaliter niet ouder worden dan 40 jaar, terwijl een knotwilg wel 250 jaar oud kan worden. Een es wordt normaliter 250-300 jaar. Een ring van essen rond de kooi dateert grotendeels van het originele ontwerp van 308-361 jaar geleden. De mooiste boom staat bij de ingang van de kooi. De machtige onderstam meet 5 m in omtrek

en 1.30 m in doorsnede (zie foto). Op deze onderstam staan 3 enorme takken. Van andere, waarschijnlijk even oude exemplaren is de onderstam in het midden weggerot en staan de verschillende onderdelen van dezelfde boom los van elkaar in een cirkel. De kooi kan alleen onder begeleiding bezocht worden in de maanden april en mei. Voor reservering bel:5581343 (Simone Stokman).

Resultaat prijsvraag

Op de prijsvraag hebben tot maandagavond 24 maart nog maar vrij weinig mensen gereageerd. De fles Haarlemmermeerse polderwijn voor de juiste inzending gaat naar Mieke Ooms. Hoewel zij de soort niet wist, gaf zij de juiste locatie en leeftijd van de kooi van ruim 300 jaar aan. Interessante bomen die ook gemeld zijn, waren: tot 3x toe de Ginkgo uit de column van vorige week. Een doordenkertje van Mieke waar we nog niet uit zijn, is de voor de Floriade van 2002 aangevoerde ‘stokoude’ olijfboom in een kist. Hoe oud die is zoeken we nog uit, maar zijn 6 Haarlemmermeerse jaren tellen voor ons nog niet zo mee.
Voor wie van mooie oude bomen houdt, zijn er een aantal aanraders:
Naast de oude essen aan de rand van de eendenkooi, staat er ook in het centrum van de kooi een monumentale paardekastanje. Deze is geen 300 jaar oud, maar zeer de moeite waard. De oudste boom in de Haarlemmermeerse klei is de rode beuk die bij een van de eerste boerderijen staat aan de Kromme Spieringweg (zie foto). Deze boom meet ook 5 m in omtrek en bereikte deze omvang in 156 jaar. Naast deze boom staat een waarschijnlijk even oude paardekastanje. Verder horen de Ginkgoboom op het kerkhof van de Hoofdwegkerk (150 jaar) en natuurlijk de Kaukasische Vleugelnoot (70 jaar) in het centrum van Hoofddorp naast het Dik Tromplein bij mijn favorieten.

 oudste2beukhabitus

 bomenVleugelnootboom15 mrt 2007maart

Vleugelnootboom, 15 mrt 2007

 vleugelnootwinter 001

Deze week op 21 maart was de vijftigste boomfeestdag. 14 scholen in de Haarlemmermeer hebben dit jaar meegedaan. Zowel voor de aankleding van de omgeving, voor het wegvangen van stof en voor het opslaan van CO2 (en het daarvoor terugleveren van zuurstof) worden bomen steeds belangrijker. In de Haarlemmermeer zijn 400 monumentale bomen bekend en 200 die dat binnen 10 -15 jaar kunnen zijn. Een deel van deze bomen is inheems, maar vele zijn ook van overal uit de wereld afkomstig. Deze bomen verdienen extra zorg en aandacht. Een van de mooiste monumentale bomen is de Kaukasische Vleugelnoot aan de Kruisweg in Hoofddorp bij het oude marktplein.

Bijzonder

De vleugelnoot is een tamelijk snelgroeiende boom die een hoogte kan bereiken van 20-25 meter. De naam van vleugelnoot heeft te maken met twee vleugels waartussen de vrucht zit. De vleugelnoot is niet kieskeurig wat standplaats betreft. Zijn voorkeursplek bestaat echter uit vochtige terreinen bij rivieren. De vleugelnoot is een tamelijk snelgroeiende boom die een hoogte kan bereiken van 20-25 meter. De naam van vleugelnoot heeft te maken met twee vleugels waartussen de vrucht zit. De vleugelnoot is niet kieskeurig wat standplaats betreft. Zijn voorkeursplek

bestaat echter uit vochtige terreinen bij rivieren. De boom is erg gevoelig voor late nachtvorst en vraagt dus om een beschutte plek.
Karakteristiek voor vleugelnoot is de veelarmigheid van de kroon. De boom aan de Kruisweg, met zijn door kabels verankerde takken, is daar een prachtig voorbeeld van.
De vleugelnoot vormt een dicht bladerdak. Ook heeft de boom de neiging om meerdere stammen te vormen uit wortelopslag. Her en der verschijnen dan kleine ′boompjes′ op de worteluitlopers. Hoe ouder de boom wordt, des te meer kurklijsten er op de stam en takken verschijnen. Het hout is van goede kwaliteit, hoewel niet even dicht en sterk als (wal)notenhout.
Kaukasische of gewone vleugelnoot is een boom, die het beste als solitair in een grote tuin uitkomt. In parken zie je de boom meestal als solitair, maar je kunt er ook een indrukwekkende laan mee maken.

Waar

Deze boom zoals zijn naam al zegt, is afkomstig uit de Kaukasus. In de 18e eeuw kwam hij naar Europa. Met zijn regelmatige, koepelvormige kroon en fraai gebladerte is deze boom een bijzondere verschijning in tuinen en parken. De boom behoort net als de walnoot tot de Okkernootfamilie. Er zijn ongeveer 6 soorten vleugelnoot, waarvan er 5 in China voorkomen.

 Vleugelnoot1

 grote dierenSteenmarter23 sep 2017september

Steenmarter, 23 sep 2017

 ssteenmarter

Al jaren zijn er onbevestigde berichten over steenmarters en/of boommarters in de Haarlemmermeer. Een jaar of 3 geleden hebben veel mensen aan de Ijweg zo’n marter gezien, maar niemand had een foto en het jaar erop leek een melding uit het Haarlemmermeerse Bos er ook op. Maar met meldingen van niet geoefende waarnemers is het erg op passen. Vaak blijkt het toch om een bunzing te gaan, die hier vrij algemeen is of zelfs om een kat. Maar dit jaar is het dan toch gebeurd. In april werd een dode steenmarter uit Hillegom bij De Heimanshof gebracht (zie foto boven) en in augustus kwam er een foto binnen van een jonge steenmarter uit een tuin in Hoofddorp (onder).

Bijzonder

De steenmarter (stadsmarter) is een marter net als hermelijn, wezel, bunzing, fret, das, otter en nerts. Marters kunnen goed klimmen en passen zich makkelijk

aan. Een volwassen steenmarter is 40-50 cm lang, plus een staart van 25 cm. Ze zijn bruin met een witte vlek op hun keel en borst. Steenmarters hebben een heel eigen ′huppelende′ manier van lopen. Ze kunnen goed klimmen en springen tot 1,5 m. hoog. Ze zijn zeer flexibel en kunnen door kleine gaten (5-7 cm) kruipen. Ze eten vooral kikkers, muizen, ratten, eekhoorns, aangevuld met vruchten en eieren. In steden eet hij ook afval en soms kippen, konijnen of andere kleine huisdieren. Ze zijn vooral ′s nachts actief. Overdag zoeken ze vaak een rustige plek op zoals hopen takken, greppels, holle bomen of lege schuren. De steenmarter maakt meestal weinig of geluid behalve stommelen in of rondom het nest.

Waar

De steenmarter komt uit Zuid- en Oost-Europa en Azië maar trekt de laatste decennia naar NW Europa. In Nederland tot nu toe vooral in het Oosten. Zijn voorkeursbiotoop is een landelijke omgeving bij menselijke activiteit (ivm voedsel). Maar steeds vaker wordt hij in steden en dorpen gesignaleerd. Omdat ze afkomen op bekabeling van (warme) automotoren omdat daar visolie in verwerkt zit, reizen ze soms grote afstanden mee als verstekeling.

 grote dierenEgel11 sep 2015september

Egel, 11 sep 2015

 eegel

Deze week kwam ik overal egels tegen. In m’n eigen tuin, in De Heimanshof en helaas ook veel te veel platgereden op straat. Dat geeft aan dat de egels heel druk zijn om zich voor te bereiden op hun winterslaap. Ze leggen grote afstanden om zich vol te eten en een dikke vetlaag te maken voor een winterslaap van 6 maanden. Die winterslaap gaan ze in als het kouder dan 12 graden wordt, en dat gaat deze week gebeuren. Door al die stekels op hun huid zijn ze nl niet heel goed geïsoleerd tegen koude. Indien u om egels geeft, zorg dan dat er in hoekjes van uw tuin bergen takken en bladeren beschikbaar zijn, waar ze een nest in kunnen maken. Een egelkast onder een takkenhoop (met een gang ervoor om roofdieren buiten te houden) is ook een optie. Die maken we bv in De Heimanshof. In deze tijd eet de egel per dag 70g insecten, wormen, pissebedden en ook wel aas en groeit aan tot 1.5kg. In de winterslaap kan

dat teruglopen tot 350g. In Scandinavië kan de winterslaap 8 maanden zijn. En in Zuid-Europa nul, maar daar houdt hij weer een zomerslaap bij gebrek aan eten in de droge tijd.

Bijzonder

Van de zintuigen is vooral de reukzin goed ontwikkeld. Hierdoor kan een egel insecten die zich 3 cm onder de aarde bevinden opsporen. Onbekende stoffen of nieuwe geurtjes onderzoekt de egel met een extra zintuig dat tussen het gehemelte en de neusholte ligt. Daarbij produceert hij enorme hoeveelheden speeksel. Na afloop spuugt hij het speeksel op zijn rug terwijl hij zich in de vreemdste bochten wringt. Het zichzelf ′bespeekselen′ wordt vaak voor hondsdolheid aangezien. Van deze gevaarlijke ziekte hebben egels juist weinig last. De egel is beter bestand tegen gif dan veel andere dieren. Zo kan hij bijvoorbeeld 40x beter tegen adder- en wespengif dan een cavia. Ook kan hij tegen een dosis arseen die 25 mensen zou doden.

Waar

De egel is een van de bekendste en meest voorkomende grotere zoogdieren. Hij komt in heel west en Midden-Europa voor in landelijke en stedelijke streken.

 grote dierenDamhert (2)6 feb 2011februari

Damhert (2), 6 feb 2011

 damhert2

Dit is de tweede column over het optrekken van het Damhert in onze polder en de ecologie van deze soort.

Bijzonder

Het damhert werd in 2004 op de Nederlandse Rode Lijst voor zoogdieren gezet in de categorie bedreigd. De actuele status is ´gevoelig´. Er mag dus niet zomaar op gejaagd worden. Zowel in de duinen als op de Veluwe is daar wel spraken van. Damherten zijn dagdieren. In verstoorde gebieden worden het echter meer schemeringsdieren. Oudere mannetjes hebben de neiging vooral ´s nachts te leven. Het damhert is een goede zwemmer. Half oktober is een heftige tijd voor het damhert: de bronstperiode. De herten vechten dan om een territorium en om en de gunst van een roedel vrouwtjes. Je kunt dan

vaak ondiepe kuilen vinden waar deze arena zich meestal bevindt (wordt ook wel ´lek´ genoemd, mogelijk omdat deze flink met urine besproeid wordt). In deze periode zijn de bokken niet toerekeningsvatbaar.

Waar

Het damhert komt van nature voor in volwassen loofbossen en gemengde bossen, zelden in naaldbossen. Hij heeft een voorkeur voor bossen met een dichte onderbegroeiing, in de buurt van open parkachtig bosgebied en landbouwgronden. De bossen dienen voornamelijk als schuilplaats, terwijl de meer open gebieden als graasplek dienen. In Nederland komt het damhert voor op de Veluwe, in de duinen en op kinderboerderijen en hertenkampen. Tussen de ijstijden leefden de damherten onder andere tot in West-Europa, maar de laatste ijstijd heeft de dieren naar Klein-Azië verdreven. De Romeinen brachten de soort weer met zich mee en verspreidden het dier door het gehele Romeinse Rijk. In onze regio zijn damherten sterk toegenomen in de Kennemer- en Waterleidingduinen. Deze winter waagden weer meer damherten de oversteek over de ringvaart. Het zijn meestal door dominante bokken verjaagde jonge mannetjes. Een exemplaar werd langs de Hoofdvaart doodgereden. Graag hoor ik van andere waarnemingen

 grote dierenDamhert (1)30 jan 2011januari

Damhert (1), 30 jan 2011

 damhert1

Het kon niet uitblijven. De aantallen damherten in de duinen nemen de laatste jaren snel toe. Afgelopen november zag ik er 35 tegelijk in verschillende roedels in Landgoed Leyduin, toen we de Heimanshofklauterboom ophaalden. 2 dominante mannetjes hadden het merendeel van de vrouwtjes onder hun hoede, 1 mannetje had er 2 en de rest bestond uit groepjes jonge mannetjes. Het zijn vooral die jonge mannetjes die uit de beste plekken gejaagd worden en dan gaan zwerven. Elk jaar zijn er meer die daarbij de ringvaart oversteken (zwemmend of via tunnels en bruggen) net als de vossen. Dit jaar waren er verschillende waarnemingen: 2 liepen er op de Driemerenweg bij de Groene Weelde, één in het centrum van Nieuw- Vennep en 1 mannetje werd dood gereden langs de Hoofdvaart. En waarschijnlijk zijn er nog veel

meer geweest. Ik hoor graag van andere waarnemingen. Het damhert is zeer gevarieerd qua uiterlijk, van zeer lichte tot bijna zwarte exemplaren(zie foto). De vacht is meestal bezaaid met witte vlekjes. Een ander kenmerk, waarmee het damhert zich onderscheidt van andere echte herten (zoals het edelhert), is het schoffelgewei. Hierbij zijn de einden van de takken met elkaar verbonden door platen. Enkel het mannetje draagt een gewei. Het wordt in april en mei afgeworpen, waarna het gelijk weer begint aan te groeien. De basthuid wordt in augustus en september afgeschuurd. Damherten leven in roedels. Na de paartijd leven de volwassen herten in aparte roedels en leven de vrouwtjes (hindes) samen met hun nageslacht en enkele jonge mannetjes (die later de roedel verlaten om in vrijgezellengroepen op te groeien). Het damhert voedt zich voornamelijk met grassen, biezen en kruiden, aangevuld met jonge bladeren, bessen (rozenbottel, braam, bosbes), eikels, granen, wortelen en ´s winters schors, hulst en heide. Het kan twintig jaar oud worden in gevangenschap en meer dan zestien jaar oud in het wild. Dit was de eerste van 2 columns over het Damhert. Volgende week het vervolg