bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 11 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 insectenWilgenhaantje16 okt 2010oktober

Wilgenhaantje, 16 okt 2010

 wilgenhaantje

Kleine Populierenhaan

De Heimanshof heeft inmiddels met de gemeente en Recreatieschap Spaarnwoude 6 ha aan bloemenweides in beheer rond Ravensbos, in Floriande, bij het insectenpad, in de Fruittuinen en op het Groene Carré Zuid. Deze bloemenweides moeten om volgend jaar weer te bloeien, voor 15 oktober weer losgewoelde grond krijgen. De wilgenaanplant in het verlaagde eerste gedeelte van het Groene Carré leek er bij mijn werkbezoeken steeds minder vitaal bij te staan. Bijna alle bladeren vielen weg en dat kwam niet door de herfst, meldde prof. Ernst, mijn vaste steun en toeverlaat voor moeilijke insectenvragen. Het kwam door de kleine populierenhaan, een soort wilgenhaantje. Zowel de larven als de volwassen kevers van deze soort, eten in groepen van het blad van de wilg of populier. Net als het rozemarijngoudhaantje

van vorige week behoort het wilgenhaantje tot de ´goudhaantjes´.

Bijzonder

De meeste goudhaantjes eten van een bepaalde groep planten. Veel Nederlandse namen wijzen hierop: aspergehaantje, elzenhaantje, zuringhaantje enz. Kevers die slechts één plantengeslacht eten, worden monofaag genoemd. Soms gaat dit zover dat de kevers eerder sterven dan een andere plant eten! Het merendeel eet echter van meerdere plantengeslachten. Deze kevers (waaronder de kleine populierenhaan) worden oligofaag genoemd. Zowel de voorkeur om eieren te leggen, als de mogelijkheid om de plant te kunnen eten, zijn genetisch in de kever vastgelegd. De kevers kunnen de afweerstoffen van hun waardplanten opslaan en zijn daardoor zelf giftig worden voor roofdieren. Opvallend gekleurd zijn, heeft daarom een belangrijke afschrikkende functie. Meestal geldt dat blauw meer voorkomt in bos en een goudkleur meer in het open veld.

Waar

De waardplanten van wilgenhaantjes komen vooral voor bij water en staan vaak periodiek in het water. De wilgenhaantjes zijn van oorsprong Europese soorten die zich sinds de ijstijden over een groot deel van de wereld verspreid hebben.

 insectenRozenmarijngoudhaantje9 okt 2010oktober

Rozenmarijngoudhaantje, 9 okt 2010

 rozenmarijngoudhaantje

De zomer ligt al weer achter ons. Dus de tijd van insecten zou voorbij moeten zijn. Maar niets is minder waar. Ik wordt de laatste weken overspoeld met interessante waarnemingen over torren, kevers en andere kruipers. Opvallend is dat er veel ´exoten´ of zo u wilt ´allochtonen´ of ´asielzoekers´ bij zitten. Sommige daarvan zijn absoluut een verrijking van onze fauna, terwijl ander soorten de potentie van een plaag in zich hebben. Een soort die in beide categorieën valt, is het rozenmarijngoudhaantje. Deze prachtige koperrood en -groen gekleurde soort werd in Cruquius waargenomen door een trouwe lezeres en ook al meteen correct op naam gebracht! Zoals de naam al zegt leeft hij (o.a.) op rozemarijn, maar ook lavendel, salie, tijm en munt worden niet versmaad.

Het is een prachtige kever, echter hij kan zo algemeen worden dat van deze soorten niet veel meer overblijft.

Bijzonder

Insecten en speciaal mediterrane soorten hebben de naam warmte minaars te zijn. Het rozemarijngoudhaantje echter niet. In de zomer gaat deze soort in het warme zuiden al in zomerrust als de temperatuur boven de 14 graden Celsius komt. En pas als de dagen korter en koeler worden, wordt hij weer actief. In Nederland is al waargenomen dat de kevers zich pas half december verschuilen voor de koude, om al weer half januari actief te worden. In Nederland worden de meeste waarnemingen wel in de zomer gedaan.

Waar

De latijnse naam van dit goudhaantje is Chrysolina americana. Echter uit Amerika zijn geen waarnemingen bekend. Het is een Zuid-Europese soort die voorkomt van Spanje tot in Frankrijk. Ook in Groot-Brittannië rukt het rozemarijngoudhaantje de laatste jaren op. En nu begint deze soort ook als dwaalgast in Nederland op te duiken. Op Waarneming.nl staan 63 waarneming van ruim 600 exemplaren vermeld over de laatste 5 jaar. De waarneming uit Cruquius met 18 volwassen exemplaren en een paar larven is de eerste uit de Haarlemmermeer.

 insectenBramengalmijt5 sep 2010september

Bramengalmijt, 5 sep 2010

 bramengalmijtmetmijt

Deze column gaat over een dier dat nauwelijks te zien is en dat op bramen leeft. Sommige braamstruiken krijgen bramen die niet rijp worden. Vooral de bovenste helft van de braam wordt wel rijp, maar de onderste helft blijft rood en smakeloos. Dat wordt veroorzaakt door een miniscuul beestje dat familie is van de spinnen: de bramengalmijt. Dit heet ook wel rode vruchtziekte. Rode vruchtziekte dankt zijn naam aan de rood en onrijp blijvende korrels van bramen. De rode vruchten blijven tot het volgende voorjaar aan de struik hangen.

Bijzonder

De bramengalmijt is 0,18 mm lang, wittig van kleur en heeft twee paar ´poten´. Je hebt een 10-15x vergrotende loep nodig om hem te kunnen zien. Aangezien de bramengalmijt een vrij verborgen levenswijze heeft, is bestrijding niet eenvoudig. De enige

vorm van natuurlijke bestrijding is het verwijderen van aangetaste vruchten om de populatie mijten laag te houden het verwijderen en verbranden van afgedragen stengels vòòr de winter.

Waar

Aantasting van de vruchten ontstaat doordat de bramengalmijt zijn eieren legt in de bloem. De daaruit ontwikkelende mijten zitten in de vrucht en spuiten een stof in de korrels, waardoor deze niet verder rijpen. Van de bramengalmijt overwintert alleen het vrouwtje als volwassen mijt achter de knopschubben of diep in knoppen. Vanaf oktober gaat ze in rust en begin maart komt ze weer tevoorschijn. Ze begint zich te voeden aan de openbrekende knop en de ontvouwende blaadjes. Vanaf begin april legt ze haar eieren tussen de haren aan de onderkant van het blad. Na enkele weken ontwikkelen zich daaruit de larven, die zuigen aan het blad. Vanaf half mei zijn ze ontwikkeld tot volwassen mijten, die vanaf begin juni hun eieren afzetten in de bloemen. Deze ontwikkelen zich vrij snel weer tot een nieuwe generatie mijten en zo kunnen er vanaf augustus tot oktober verscheidene generaties mijten ontstaan. Het zijn de mijten van deze generaties die de deels onrijp blijvende vruchten veroorzaken.

 insectenGrote Populierenboktor29 aug 2010augustus

Grote Populierenboktor, 29 aug 2010

 populierenboktorcombi

Op het artikel over de boktorren van twee weken geleden, kwamen allerlei reacties over nog minstens 7 in onze polder gesignaleerde soorten. Een aantal hiervan wil ik u niet onthouden. Deze week de Grote Populierenboktor. Deze soort voldoet redelijk aan het imago van boktorren. De grote populierenboktor wordt 2-3 cm groot. Hij leeft in 1 generatie van juli tot november. De volwassen kevers leven van de bladeren van de populier waardoor er gaten in ontstaan. De kever wordt niet vaak gezien omdat hij alleen in de schemer actief is en zich na zonsondergang in de kruin van de boom terugtrekt. Aan het eind van de zomer worden de eitjes één voor één afgezet in de schors van de stam.

Bijzonder

Als de larven uitkomen, leven ze het eerste jaar nog van schors. Pas in het tweede jaar maken ze gangen in het hout waarna uiteindelijk een kamertje wordt uitgeknaagd waarin de verpopping plaatsvindt. De

keverlarve kan ruim 3 centimeter lang worden. De larve is vanwege zijn voedselvoorkeur voor hout van levende populieren schadelijk omdat de gangen de boom verzwakken waardoor deze makkelijker omwaait (Zie foto inzet) Ook tasten de gangen de gezondheid van de boom aan waardoor de bladeren kunnen vergelen. Het is echter vaak moeilijk te zien of een boom is aangetast. Alleen de uitvlieggaten van de kever zijn een aanwijzing maar dan is het al te laat. De uitvlieggaten zijn te herkennen aan hun grootte en de grove boorspaanders.

Waar

De grote populierenbok komt voor in een zeer groot deel van Europa tot in Scandinavië, en is ook in Nederland en België vrij algemeen. Ondanks de nachtelijke levenswijze, waardoor de kever zelden overdag wordt aangetroffen, worden ze wel eens ´s avonds gezien op een zomeravond omdat de kevers op licht afkomen. In onze polder die vol staat met populieren komt hij ook voor, maar wordt zelden gezien.

 populierenboktorlarf

 insectenHartdragende Smalboktor15 aug 2010augustus

Hartdragende Smalboktor, 15 aug 2010

 hartdragendesmalboktor

De afgelopen maand was het nationaal nieuws dat na de eerste vondst van de Oost-Aziatische boktor in Boskoop er maar liefst 2 x een exemplaar (mannetje én vrouwtje) opdook in Floriande. Deze boktor is schadelijk omdat de larve in veel soorten levende bomen leeft en deze dat vaak op den duur niet overleven. Andere soorten schadelijke boktorren zoals de huisbok leven in dood hout en hun larven kunnen de draagkracht van steunbalken ernstig aantasten. Hun larven leven 2-4 jaar in het hout voordat de kevers verpoppen en uitvliegen. Voor mensen die bij het woord boktor nu rillingen over hun rug krijgen, wil ik graag een andere kant van het verhaal belichten. Zo bestaan er wereldwijd wel 20.000 soorten boktorren en in Nederland een stuk op 90. Verreweg de meeste soorten zijn volledig onschadelijk. En niet alleen dat, boktorren behoren tot de mooiste en kleurrijkste

insecten. Je herkent een boktor of hij nu 4 mm of 4 cm groot is, vooral aan zijn voelsprieten, die bijna net zo lang of langer dan zijn lichaam zijn.

Bijzonder

Afgelopen maand werd niet alleen de Oost-Azialtisch boktor in Hoofddorp gevonden. Een bekend bioloog en mijn steun en toeverlaat bij moeilijke vragen van lezers van deze column (professor Ernst) trof op een plant op de parkeerplaats van de Fanny Blankers KoenHal (naast De Heimanshof) ook een interessante boktor aan. Dit bleek na controle in wetenschappelijke kring het eerste ooit in Nederland waargenomen exemplaar van de Hartdragende smalbok te zijn. Deze soort komt normaliter niet ten noorden van de Alpen voor. Ik denk dat dit weer een voorbeeld van een klimaatvolger is. Deze smalbok komt vaak op bloeiende roosachtigen af, maar ook op schermbloemigen en composieten. De larve ontwikkelt zich vermoedelijk in vermolmd loofhout.

Waar

Het waargenomen exemplaar van de Hartdragende smalbok is zo bijzonder, dat hij in de wetenschappelijke collectie van Naturalis in Leiden is opgenomen. Of hij daar bezoek mag ontvangen, weet ik niet.

 insectenCitroenlieveheersbeestje29 mei 2010mei

Citroenlieveheersbeestje, 29 mei 2010

 citroenlieveheersbeestje

Lieveheersbeestjes zijn zeer bekende en ook wel gewaardeerde insectensoorten. In Nederland komen een zestigtal soorten voor, die lang niet allemaal rood met zwarte stippen zijn. De grootte van de Nederlandse soorten ligt tussen 2 en 10 mm. De kevers en de larven zijn meestal roofdieren, die vooral leven van bladluizen, maar er zijn ook lieveheersbeestjes met een plantaardig dieet. Een van die vegetarische lieveheersbeestjes is het citroenlieveheersbeestje of 22-stippelig lieveheersbeestje. Dit kleine kevertje wordt 3 tot 4,5 mm lang. In tegenstelling tot de bekende rode lieveheersbeestjes leeft deze soort als volwassen insect niet van bladluizen maar van een schimmelsoort genaamd meeldauw. Meeldauw is een beruchte plantenschimmel. Behalve dat het citroenlieveheersbeestje deze schimmels onschadelijk maakt draagt hij ook bij aan de verspreiding daarvan. Het citroenlieveheersbeestje

dankt zijn naam aan zijn gele kleur, en heeft 22 kleine, ronde zwarte stippen op de dekschilden, het halsschild en de kop. Ook de larve en de pop hebben dezelfde kleuren. Ook de larve leeft van meeldauw. Omdat deze niet kan vliegen draagt de larve veel minder bij aan de verspreiding.

Bijzonder

Als je een lieveheersbeestje plaagt door zachtjes op hem te drukken dan produceert hij een gele vloeistof. Dit gedrag heet ´reflexbloeden´. De vloeistof (hemolymfe), die tevoorschijn komt bij een pootgewricht, heeft een kwalijk geurtje en smaakt erg bitter. Vogels die een lieveheersbeestje oppakken, proeven dit bloed en laten hem dan soms snel vallen. De felle kleur van lieveheersbeestjes is dan ook te beschouwen als een waarschuwing. Dit zie je vaak bij insecten of andere dieren met een giftige of vieze smaak. De vieze smaak wordt veroorzaakt door een stof die per soort verschilt.

Waar

Het citroenlieveheersbeestje heeft een voorkeur voor bosranden en houtwallen. Het is een vrij algemene soort in heel Europa. Door zijn kleine postuur wordt hij vaak over het hoofd gezien.

 insectenMuurwesp25 apr 2010april

Muurwesp, 25 apr 2010

 muurwesp

Al 3 weken is het behoorlijk droog en warm. Dat betekent dat een stimulans voor de insectenwereld. De hoogste tijd dus om het insectenhotelproject af te ronden wat we in november gestart zijn. De rijkdom aan mogelijke bouwsels en fascinerende insecten wordt goed geschreven in de website: biodiversiteitsjaar-2010.nl onder ´overzicht´. Daar staan ook de Heimanshoftypen en de aan te treffen soorten. 24 april droegen we 20 van de 24 insectenhotels over aan de nieuwe eigenaars. Een nieuw ontdekte insectenhotel´gast´ is de muurwesp. Deze is verwant aan de gewone wesp, maar is volledig onschuldig, heeft geen angel en leeft niet in kolonies maar alleen. Na de overwintering zoekt het vrouwtje een holle rietstengel, een oude kevergang in hout of een ander holletje. Per broedcel brengt ze 2-4 larven van kleine vlinders en bladkevers en sluit deze met klei af. De aantallen kever- en/of vlinderlarven bepalen de broedcellen in een gang. Uiteindelijk wordt het hele nest met een extra dikke prop afgesloten, bestaand uit zaagsel gemengd met klei dat met in de

krop meegevoerd water vermengd wordt. Om die reden werden muurwespen vroeger metselwespen genoemd. De muurwesp kent 2 generaties per jaar van half april tot begin oktober.

Bijzonder

Als de nesten eieren van beide seksen bevatten dan worden de eieren die later vrouwtjes leveren het eerst gelegd en aan het eind volgen de eieren van toekomstige mannetjes, die dus ook meer aan parasieten blootstaan. De muurwespen worden geparasiteerd door de schitterende gekleurde goudwesp. De goudwesplarve komt iets eerder uit en vreet eerst het eitje van de muurwesp op, en daarna de aanwezige prooidieren.

Waar

De muurwesp is in de Haarlemmermeer nog vooral bekend uit Hoofddorp. In de Heimanshof komen drie soorten muurwespen voor die moeilijk uit elkaar te houden zijn. In Europa komen tientallen soorten voor, sommige in noordelijk landen en andere in zuidelijke. We houden ons aanbevolen voor meldingen van muurwespen van buiten Hoofddorp.

 muurwespmanenvrouw

 insectenHoutbij23 okt 2009oktober

Houtbij, 23 okt 2009

 houtbij1

Op het Tolheksbos meldde een oplettende lezer, dat bijzonder grote pikzwarte bijen zich in haar tuin in een berkenstammetje hadden ingevreten. Zij had zelfs al de naam van deze bij gevonden: de blauwzwarte houtbij. Een mannetje was zo vriendelijk bij mijn bezoek (20 oktober!) bij een waterig herfstzonnetje naar buiten te komen en vertoonde daarbij gedrag dat ik uit Italië kende:linea recta vloog hij naar een naburige passiebloem om na luttele seconden volgetankt met nectar weer naar zijn holletje terug te keren. De blauwzwarte houtbij is een solitaire bijensoort (zie ook de columns over de wormkruidzijdebij en de muurrrouwzwever op De Heimanshofwebsite). Terwijl een hommel- of honingbijenkoningin vele werksters heeft, werkt een solitaire bijenvrouw alleen, met af en toe bezoek van een mannetje.

Bijzonder

De houtbij is één van de grootste bijen van Europa. Behalve de grootte is ook de kleur bijzonder: zwart met een dieppaarse glans. De houtbij is niet agressief

en steekt alleen in uiterste nood, en dan alleen de vrouwtjes (3 cm) want mannetjes (2 cm) hebben geen angel. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes overwinteren, om in het voorjaar te paren. De eitjes worden afgezet in pas afgestorven hout, dat nog een harde structuur heeft, b.v. in lariks, pruim, kers of berk. Het vrouwtje knaagt nesttunnels die 30 centimeter lang kunnen zijn en stouwt het einde vol met nectar en stuifmeel als voedsel voor de larven. Op iedere voedselvoorraad wordt een eitje afgezet, de eitjes worden in aparte kamertjes afgezet en gescheiden door houtsnipperschotjes.

Waar

De houtbij is een zuidelijke soort die de laatste jaren vaker gesignaleerd wordt: op de Veluwe, bij Rotterdam, in het Gooi en bij Uithoorn. De waarneming in het Tolheksbos is de eerste uit de Haarlemmermeer. De betreffende tuin ligt vlak bij de bloemrijke ecologische IJtochtzone die De Heimanshof i.s.m. de gemeente heeft aangelegd. Mogelijk is deze bloemenrijkdom mede een reden dat deze soort daar is neergestreken.

 houtbij2

 insectenCompostduizendpoot27 sep 2009september

Compostduizendpoot, 27 sep 2009

 compostduizendpootgroot

De aanleiding voor deze column was de groentetuinactiviteit van de jeugdnatuurclub. De deelnemende kinderen worden steeds alerter op de natuur om hen heen en proberen elkaar af te troeven met nieuwe ontdekkingen. Er kwam zoals gebruikelijk van alles boven water, zoals koolrupsen, parelstuifzwammen, lieveheersbeestjes en zelfs een heuse koekoekshommel. Maar de topper van een dag was voor Kenmar Kuiper met een lichtschuw, zeer dun en 7 cm lang rennend wezen, dat een compostduizendpoot bleek te zijn. Duizendpoten hebben per segment één paar poten, kunnen hard lopen, zijn felle rovers en hebben gif, waarmee ze hun prooi kunnen verlammen. Ze eten insecten, slakken en wormen, pissebedden en spinnen, die ze verlammen en daarna in stukjes knippen. De kop van een duizendpoot heeft ook 2 grote voelsprieten en puntogen, waarmee ze alleen licht en donker mee kunnen onderscheiden. Nederlandse soorten zijn ongevaarlijk maar kunnen wel bijten. De beet voelt aan als een wespensteek. Vijanden van duizendpoten zijn grotere roofinsecten, zoals loopkevers, amfibieën en vogels.

Bijzonder

Duizendpoten worden in het Engels

(centipede) en in het Duits (Hundertfüsser) "honderdpoot" genoemd. Wat wij in Nederland ´miljoenpoot´ noemen, heet in het Engels millipede (dus ´duizendpoot´). Duizendpoten zijn gevoeliger voor droogte dan miljoenpoten. Ze zijn daarom vooral ondergronds of ´s nachts en na regen actief. Eitjes worden meestal bewaakt door het vrouwtje, die ze ook schoonhoudt om beschimmeling en uitdroging te voorkomen. Als de nimfen net uit het ei kruipen hebben ze altijd minder segmenten en poten dan volwassen dieren. Bij iedere vervelling komt er een segment met potenpaar bij. Het duurt vaak enkele jaren voor een nimf volwassen is. De gewone duizendpoot kan 5-6 jaar worden.

Waar

In Nederland komen 2 typen duizendpoten voor: de kortere, bredere en vaak donkere soorten, die hard kunnen lopen en de langere, blekere soorten, die wat minder snel zijn en in de grond leven. Beide typen vind je vooral onder stenen en hout. De compostduizendpoot is met ruim 110 paar poten één van de langste soorten van ons land. Zijn vorm maakt het deze soort mogelijk om in wormengangen onder de grond en in losse aarde van onder andere composthopen te leven

 compstduizendpoot2

 insectenHazelnootboorder5 sep 2009september

Hazelnootboorder, 5 sep 2009

 hazelnootboordervrouw

Deze week landde de hiernaast afgebeelde kever op de schouder van iemand waarmee ik stond te praten. Een dergelijk vreemd creatuur van 8 mm lang, met een kop die bijna 2 keer zolang is als zijn lichaam, wekt natuurlijk mijn nieuwsgierigheid op en het duurde dan ook niet lang voor we uitgevonden hadden dat we te doen hadden met een hazelnootboorder. En wel met een vrouwelijk exemplaar. Die onderscheiden zich van mannetjes door de extreem lange smalle kop met zaagvormige tanden aan het eind en een paar voelsprieten halverwege. De hazelnootboorder behoort tot de snuitkevers. Voor de voortplanting is deze kever streng gebonden aan hazelnoten. De kever komt in het voorjaar uit de pop. Hij bezoekt in juni vooral roosachtigen zoals kers en meidoorn en voedt zich met bloesem, bladeren en vruchten. Voor de voortplanting vliegt het vrouwtje naar een hazelaar en bijt met haar lange snuit een diepe schacht in de jonge, nog groene noten. Het vrouwtje legt ongeveer 40 eieren. Meestal wordt er één ei in het gat van een noot geschoven. Het ei komt na een dag of 10 uit. De larve ontwikkelt zich in 4-5 weken in de noot. In de herfst bevrijdt de volgroeide

larve zich uit de inmiddels afgevallen noot door zich een weg naar buiten te knagen. De larve overwintert in een zelf gesponnen zijden cocon in een holletje in de bodem en verpopt zich pas in het voorjaar. Sommige larven kunnen ook 2-3 jaar in rust blijven. De witte, vrijwel onbehaarde larve lijkt op een vliegenmade, maar is daarvan te onderscheiden door een goed ontwikkelde kop met stevige kaken. Een vliegenmade heeft sterk gereduceerde kaken en voedt zich met vloeibaar voedsel.

Bijzonder

De hazelnootboorder wordt in de literatuur beschouwd als een schadelijk insect en kan in zuidelijke landen zoals Turkije een aanzienlijk deel van de hazelnootoogst ´verpesten´.

Waar

De hazelnootboorder leeft wijd verspreid in grote delen van Europa, Noord-Afrika, Azië en Noord-Amerika, maar natuurlijk alleen waar hazelaars staan. In Nederland is deze soort vooral bekend uit het binnenland. Dat blijkt ook op waarneming.nl, waar een paar tientallen waarnemingen staan. Maar ook in onze polder komt hij dus voor.

 hazelnootboorderman

 insectenWormkruidzijdebij9 aug 2009augustus

Wormkruidzijdebij, 9 aug 2009

 wormkruidbijvrouw

Sinds kort bloeit het boerenwormkruid. Dat is een plant uit de composietenfamilie (waar ook margriet, madeliefje en paardenbloem bij horen), die zijn lintbloemen heeft afgeschaft en alleen zijn gele nectar- en stuifmeelbloemhoofdjes heeft overgehouden. Deze plant is de waardplant van een soort solitaire bij, die om die reden ook nu pas verschenen is op de insectenhotels in De Heimanshof. Hij is op dit moment zelfs bijna de enige bijensoort die druk nesten aan het bouwen is. Zijdebijen hebben in verhouding een korte tong en een niet echt goed ontwikkeld verzamelapparaat voor het vervoer van stuifmeel: gewoon vrij los in de haren aan de achterpoten(zie foto). De soort nestelt van nature in vrij harde leem- en zandwanden en maakt daarin nestgangen tot zo´n 5 cm diep. Deze zijn min of meer horizontaal en soms vertakt. Vaak liggen honderden of zelfs duizenden nestopeningen dicht bij elkaar. Ze hebben stevige kaken waarmee ze zelfs in zachte steensoorten een nestgang kunnen uitkauwen. Een nestblok met gaten van 6 mm is ook aantrekkelijk. De larven overwinteren als ´rustlarve´ in een cocon en verpopping vindt

plaats in het voorjaar.

Bijzonder

De wormkruidzijdebij volgt in de insectenhotels in De Heimanshof de metselbij (maart - juni), en de behangersbij (juni-juli) op, die respectievelijk hun larven beveiligen met propjes klei en met stukjes blad, waarmee het hele hol kunstige bekleed wordt. De zijdebij heeft weer een andere manier om zijn jongen te beschermen tegen rovers: zijn naam dankt zij aan de zijdeachtige weerschijn van hun nestruimte. Ze bekleden de nestgang met een zelf via een mondklier geproduceerde vloeistof. Deze bekleding lijkt op cellofaan, wat een zijdeglans geeft.

Waar

Wormkruidzijdebijen hebben een voorkeur voor zonnige, zandige of lemige steilwanden, b.v. in groeven, langs grindafgravingen of holle wegen. Het is de meest algemene soort van de 10 zijdebijen, die in Nederland en België voorkomen. De wormkruidzijde komt voor vooral voor op de hogere zandgronden in het Oosten en Zuiden van Nederland en is in het westen zeldzamer. En natuurlijk moet er boerenwormkruid in de buurt staan. In de Haarlemmermeer kennen we deze bij alleen uit De Heimanshof, maar we houden ons aanbevolen voor meldingen uit andere locaties.

 wormkruidbijman

 insectenElzenhaantje12 okt 2008oktober

Elzenhaantje, 12 okt 2008

 elzenhaantje

De aanleiding voor deze week is een explosie van ‘rupsen’ in Getsewoud- Noord vorige week. Deze rupsen trokken massaal tuinen in en langs muren omhoog op zoek naar voedsel, nadat zij de elzen in de straat van al hun blad hadden ontdaan. Deze rupsen bleken de larven van het elzenhaantje. Dit 6-7 mm lange kevertje, met een opvallende glanzend donkerblauwe kleur, behoort tot de familie van de bladhaantjes. Dit kevertje is het belangrijkste bladetende insect op de els, maar komt ook voor op de populier, de hazelaar en de wilg. De elzenhaantjes overwinteren als kever op de grond onder bladeren en afgestorven plantenresten. Van april tot juni planten zij zich voort op elzen. De volwassen kevers knagen aan de bovenkant van het blad, terwijl de larven aan de onderkant hun best doen. Er blijft soms niet veel meer over dan kale takken of takken met bladsteeltjes en enkele nerfrestanten. De vrouwtjes leggen tot 900 oranje eitjes, die in groepjes aan de onderkant van een blad worden afgezet.

Uit de eitjes komen na 5 tot 14 dagen olijfgroene en later zwart wordende keverlarven, die zich na drie weken, vanaf juli, op de grond onder afgestorven plantenresten gaan verpoppen. Na 8 tot 11 dagen komt de nieuwe generatie kevertjes uit de poppen. Die daar normaliter blijven tot het volgende voorjaar.

Bijzonder

In Getsewoud waren het vorige week de jonge olijfgroene larven van het Elzenhaantje die, toen de elzen op waren, massaal op zoek gingen naar nieuw voedsel. Het Elzenhaantje vormt meestal geen echte plaag en ook de elzen die kaal worden gevreten, gaan daar meestal niet dood aan en lopen weer opnieuw uit. Het bijzondere aan deze uitbraak was dat deze zich voordeed in september, wanneer de nieuwe generatie kevers van dit jaar zich normaliter onder de grond stil houdt tot het volgende voorjaar. Het van slag raken van het bioritme van deze kevers kan te maken hebben met het veranderende klimaat, maar ook met andere nog onbekende ecologische factoren. Het probleem heeft zich inmiddels opgelost doordat de jonge larven door gebrek aan eten grotendeels omgekomen zijn.

Waar

Het elzenhaantje is een van de algemeenste bladkevers en komt in het hele noordelijke halfrond voor, overal waar Elzen staan.