bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Groeiplek Keverorchis in de Haarlemmermeer, 16 mrt 2019

 keverorchiskiem

Afgelopen vrijdag en zaterdag was het Nldoet, waarbij een hartverwarmend aantal mensen en vooral bedrijven vrijwillig de handen uit de mouwen steken om er samen iets leuks van te maken. Bij stichting MEERGroen is het elke dag van het jaar Nldoet en dus deden we met 16 locaties mee. Sommige van de 32 MEERGroen projecten hebben wekelijks aandacht nodig, maar een aantal kunnen met 1 beurt toe. Daarbij horen de orchideeënweides van de Groene Weelde en het Groene Carre, die we elk voorjaar maaien en van zaailingen ontdoen, die de orchideeën verdringen. Als je dat al 10 jaar doet is het leuk om (positieve) trends te ontwaren als resultaat van het beheerwerk.

Bijzonder

En die trends zijn er volop. We troffen in de Groene Weelde de 4e groei plek van de Grote Keverorchis aan. In de amfibieënkuil van het Groene Carre zuid is de

situatie nog mooier: daar staan inmiddels meer dan 25000 moeraswespenorchissen, 5000 rietorchissen en 20 brede wespenorchissen. Maar daarnaast is er door het beheer een explosie van andere leuke soorten ontstaan: 8000 parnassia, 3 soorten duizendguldenkruid, 3 soorten ogentroost, rondbladig wintergroen en nog 30 andere rode lijst soorten. Waarom komen die hier voor: arme zandgrond, kalk, brakke kwel en een wisselend niveau van de waterstand: iets waar de ‘standaard’ planten in ons land niet van houden maar waar de oorspronkelijke en dus zeldzame soorten goed bij gedijen. Veel Nederlandse orchideeën ontlenen hun naam aan een insect. Dat komt omdat ze ontdekt hebben dat insecten hun maatjes vinden met sexgeurstoffen. En die maken ze na zodat die insecten met de bloemen paren en dat werkt probaat!

Waar

Bij de Big Spotters Hill groeide eerst alleen de rietorchis. Daar kwamen in de loop van tijd de brede wespenorchis en de moeraswespenorchis bij en dit jaar ontdekten we de eerste Grote Keverorchissen: en wel meteen een stuk of 200 of meer ( foto). Daarmee is dit naast oorspronkelijke locaties van het Wandelbos Hoofddorp, De Heimanshof en het Haarlemmermeerse Bos de 4e bekende locatie. De bloei is in mei.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 9 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 kraanvogelvogelsKraanvogel17 mrt 2012maart

Kraanvogel, 17 mrt 2012

 kraanvogel

Kraanvogel Het voorjaar is in volle hevigheid losgebarsten. Minstens 20 plantensoorten kwamen er afgelopen week in bloei, de zangvogels zingen massaal en de eerst insecten komen uit hun schuilplaatsen. Uit tientallen mogelijke onderwerpen kies ik toch maar voor een bijzondere doortrekker. Er werd een groep van 20 kraanvogels waargenomen boven de polder bij Badhoevedorp. Kraanvogels spreken tot de verbeelding en ze zijn omgeven door symboliek en mythes. Ze zijn een stuk groter dan ooievaars en broedden vroeger massaal in Nederland. Maar het is ze te druk geworden. Ze zijn erg schuw omdat er massaal op geschoten wordt tijdens hun trek. Kraanvogels zijn alleseters. Wanneer ze in hun broedgebied of in hun winterverblijf zijn, eten ze voornamelijk dierlijk voedsel zoals grote insecten, wormen en amfibieën. Op doortrek eten ze

eikels, en achtergebleven maïskorrels, granen en aardappelen op de velden.

Bijzonder

In de broedtijd baltsen de kraanvogels met luide trompetgeluiden en wilde dansbewegingen. Door afname van het aantal vochtige broedgebieden is de populatie kraanvogels in Europa sterk afgenomen. Elk jaar komen op een aantal plaatsen groepen kraanvogels op de grond in Nederland. De belangrijkste rustplaatsen zijn in Oost-Brabant en Noord-Limburg en Overijssel. De kraanvogel staat op de Nederlandse Rode Lijst. De redenen hiervoor zijn de geringe verspreiding en de gebondenheid aan kwetsbare gebieden in de trektijd.

Waar

Kraanvogels was eens een gewone inheemse vogel. Door ontginning van moerassen en drukte is dat verleden tijd. Ze broeden nog wel in Rusland en Scandinavië in uitgestrekte moerassen. In Nederland zien we ze vooral als doortrekkers en dan bijna alleen over Oost-Nederland. Dat er verschillende groepen over de duinen trokken en tenminste een over onze polder is dan ook al opmerkelijk. Sinds 1999 hebben een aantal paartjes een plek gekoloniseerd in het uitgestrekte Fochteloerveen in Drenthe. De voortplanting gaat langzaam met gemiddeld 0.5 tot 1 jong per nest.

 bosbingelkruid2plantenBosbingelkruid (2)11 mrt 2012maart

Bosbingelkruid (2), 11 mrt 2012

 bosbingelkruid2

Bosbingelkruid 2 van 2 Dit is het vervolg van de column over bosbingelkruid van vorige week. Fijn gewreven of gekneusd blad van Bosbingelkruid ruikt onaangenaam: naar rotte vis. Bosbingelkruid heeft nog een andere bijzondere eigenschap, namelijk dat het al duizenden jaren wordt gebruikt om wol en linnen te verven. Gedroogde stengels krijgen al een typisch metaalblauwe glans. Stoffen krijgen na een verfbad dezelfde blauwe kleur. Alles kleurt echter rood wanneer dit verfbad gemengd wordt met een zuur zoals azijn. Blauw of rood, beide kleuren zijn dus mogelijk, afhankelijk van de samenstelling van het verfbad. Dit tweeledige karakter van Bosbingelkruid komt ook terug in de wetenschappelijke naamgeving: Mercuriallis perennis. Mercurialis wil zeggen: lijkend op de god Mercurius. Mercurius was niet alleen de godheid

die als eerste wees op de geneeskrachtige eigenschappen van planten, ook had hij de gewoonte om onder verschillende gedaanten te verschijnen. Net als deze plant: Het ene moment kleurt deze blauw en op een ander moment rood en de plant is òf mannelijk òf vrouwelijk.

Waar

Bosbingelkruid groeit bij voorkeur op de donkerste plekken in eiken- beukenbos. Net zoals Klimop stelt de soort nauwelijks eisen aan de hoeveelheid licht. Echt prettig voelt de soort zich wanneer er sprake is van stromend grondwater. De soort heeft een hekel aan stilstaand grondwater. De planten van Bosbingelkruid hebben dicht vertakte wortelstelsels, die samen een compacte kluwen vormen Dit hechte wortelstelsel houdt grond prima vast. Op boshellingen, begroeid met Bosbingelkruid, treden dan ook nagenoeg nooit bodemerosie of aardverschuivingen op. Bosbingelkruid of Overblijvend bingelkruid komt in Nederland slechts zeldzaam voor; de soort groeit van nature eigenlijk alleen in het heuvelland van Zuid Limburg. Op een aantal plekken in de Haarlemmermeer groeit het bijzonder uitbundig, waaronder in de Heimanshof.

 bosbingelkruid1plantenBosbingelkruid (1)3 mrt 2012maart

Bosbingelkruid (1), 3 mrt 2012

 bosbingelkruid1

De meeste planten hebben zonlicht nodig om te groeien en dat licht is vaak pas sterk genoeg vanaf half april. Bosplanten hebben om die reden een probleem om dat tegen die tijd de boomkruinen zich sluiten en er nog steeds niet voldoende licht is. Voor dit probleem hebben veel bosplanten een elegante oplossing gevonden door ’voor de zon uit te groeien’ vanuit bolletjes of wortelstokken. Een van deze planten is het onaanzienlijke bosbingelkruid. Bosbingelkruid is eenhuizig en de bloemen zijn eenslachtig. Dat betekent dat elke bloem òf vrouwelijk (dus alleen stampers) òf mannelijk (heeft alleen meeldraden) is. Elke plant draagt daarnaast ook nog eens òf alleen vrouwelijke òf alleen mannelijke bloemen. Voor zaadvorming zijn daarom minstens 2 planten van een verschillend geslacht nodig. De bloemen

zijn maar een halve cm groot en groen. Bosbingelkruid had 300 jaar geleden grote wetenschappelijke betekenis. In die tijd kwamen de geleerden erachter dat meeldraden mannelijke en stampers vrouwelijke organen waren. Men vond het wel altijd vreemd dat bosbingelkruid in 2 verschillende vormen voorkwam, in een - pas toen duidelijk werd - mannelijke of een vrouwelijke vorm. Iemand ontdekte m.b.v. o.a. bosbingelkruid dat planten pas zaad vormden na bestuiving van de stampers.

Bijzonder

Bosbingelkruid komt begin maart al boven de grond met blad, bloemstelen en bloemknoppen op hetzelfde moment. In de weken erna vouwen de bladeren zich uit, wordt de lichtgroene kleur donkerder en strekken de bloemaren zich. Dit is een beetje te vergelijken met het uitkomen van een vlinder uit een cocon: poten, ogen, kop en vleugels zijn direct zichtbaar maar het duurt een tijdje voordat alle lichaamsdelen uitgehard zijn. De spinaziegroene bladkleur nodigt soms uit om het blad als groente te gebruiken. Dit is echter niet aan te raden. Het blad bevat namelijk stoffen die sterk laxerend werken. Niet voor niets wordt Bingelkruid in Vlaanderen Schijtkruid genoemd.

 bladpootwantsinsectenbladpootwants2 mrt 2012maart

bladpootwants, 2 mrt 2012

 bladpootwants

Er wordt tegenwoordig heel wat afgereisd en getransporteerd over de wereld en dat blijft niet altijd zonder gevolgen voor de Flora en Fauna. De meeste ’introducees’ overleven het niet in een vreemde omgeving of klimaat, maar ondanks dat, is er een alarmerend hoog aantal soorten wat door ons toedoen in een gespreid bedje beland en zich explosief ontwikkeld. Neem bv de bekende halsbandparkiet (gewaardeerde tuingast?) , de driehoeksmossel (nieuw voedsel voor duikeendjes), maar ook de varoamijt (die bijen verzwakt) en uit het plantenrijk de kroosvaren en de grote waternavel (die sloten verstoppen). De lijst van voorbeelden is eindeloos en elk jaar duiken er weer nieuwe voorbeelden op. Recentelijk kreeg ik een vraag over een onbekend insect, dat massaal in een huis aan het overwinteren was geslagen. Enig speurwerk leidde tot de bladpootwants. Dit

is een vrij forse wants van 1.5 cm die haar naam dankt aan de verbrede schenen van de achterpoten(zie foto).

Bijzonder

In Noord-Amerika staat de Bladpootwants bekend als een schadelijke soort voor naaldbomen. De wants zuigt plantensappen, waardoor de vitaliteit kan afnemen. Of het hier ook een schadelijke soort wordt, is nog niet duidelijk. De soort overwintert in het volwassen stadium en heeft de neiging beschutte plekjes in huizen en gebouwen op te zoeken.

Waar

Oorspronkelijk kwam de soort voor in Mexico, de Verenigde Staten en Canada. De laatste jaren verspreidt de soort zich in een recordtempo over het noordelijk halfrond tot in Japan. De Bladpootwants kwam in 1999 waarschijnlijk met een houttransport naar Italië. En daarna dook de soort snel op in de meeste West-Europese landen: In 2002 in Zwitserland, in 2003 in Spanje, in 2004 in Hongarije, in 2005 in Frankrijk, in 2006 in Duitsland en in 2007 in Nederland, België en Engeland. In Nederland werd de soort in 2008 op tien locaties aangetroffen. En nu duikt de soort dus op in een huis in Hoofddorp.

 maretak1plantenMaretak (1)24 mrt 2011maart

Maretak (1), 24 mrt 2011

 maretak1

De Heimanshof is een heemtuin waar we de inheemse flora (en bijbehorende fauna) van heel Nederland proberen aanschouwelijk te maken. Om die reden zijn we altijd bezig ontbrekende biotopen en floristische elementen aan de tuin toe te voegen. Een van de grote frustraties van alle beheerders sinds 1975 is dat we nog nooit de aansprekende plant Maretak ´aan de praat hebben kunnen krijgen´. Deze halfparasiet, die vooral voorkomt in kalkrijke gebieden, heeft zelf bladgroen, maar tapt ook voedingsstoffen af uit zijn gastheer, meestal een populier of vruchtboom. Talloze pogingen zijn ondernomen om zaden of geënte exemplaren aan te laten slaan in de tuin. Tot dusver altijd tevergeefs. Maretakken zijn vrij algemeen in Limburg en zuidelijker en kunnen sporadisch door heel Nederland worden gevonden. In Utrecht langs de A2 kan er 1 exemplaar worden waargenomen.

In Noord-Holland is de plant bijzonder zeldzaam. Daarom was mijn vreugde dan ook groot toen ik in de Groene Weelde maar liefst 8 exemplaren bij elkaar aantrof op populieren en wilgen. 3 exemplaren waren in puike conditie, waarvan 1 vrouwelijk exemplaar vol met bessen en 5 stuks leken het moeilijk te hebben. De bloei vindt plaats in april/mei. Maretak is tweehuizig, d.w.z. er bestaan vrouwelijke en mannelijke planten. De bessen blijven tot ver in de voorjaar aan de plant.

Bijzonder

Maretakken groeien bijzonder langzaam en de Groene Weelde is nog maar recentelijk aangelegd. De grootste planten (10-14 jaar oud) leken niet veel ouder dan de bomen waarop zij groeiden (15- 20 jaar). Mogelijk zijn de eerste exemplaren met plantmateriaal zijn meegekomen of anders moeten de zaden met vogels van verre zijn aangevoerd. De vruchten zijn bijna witte, iets doorzichtige bessen met een dunne schil die twee afgeplatte, ovale zaadjes en zeer kleverig sap omhullen. Merels, maar vooral lijsters eten deze zoete bessen. Dit is de eerst van 2 afleveringen over de tot de verbeelding sprekende maretak, die nu ook de Haarlemmermeer gevonden is.

 klapekster1vogelsKlapekster19 mrt 2011maart

Klapekster, 19 mrt 2011

 klapekster1

Deze week werd een heel bijzondere vogel gemeld uit Zwaanshoek en wel een klapekster. Bijna alles aan deze vogel is bijzonder. Het is b.v geen eksterachtige, maar een zangvogel. Waarom hij klapekster heet heb ik niet kunnen achterhalen. En verder is het een zangvogel die zich roofvogelmanier heeft eigen gemaakt. Hij heeft nl een haakvormige bek, waarmee hij zijn prooien vangt. Klapeksters zijn, als je hun gewoonten ken, al vanaf een afstand te ontdekken, omdat ze in de topjes van boompjes, struiken, hekken of telefoondraden zitten. Daarvandaan speuren ze de omgeving af naar prooi die meestal bestaat uit wat grotere insecten, hagedissen, kleine knaagdieren of zangvogeltjes tot wel de grootte van een zanglijster. In Nederland zijn het meestal muizen en kevers. En als hij een goede vangdag heeft, gebruikt hij doorns, takjes en prikkeldraad om zijn prooien tijdelijk ´op te slaan´ als voedselvoorraad, soms nog half levend.

Bijzonder

De klapekster was tot 1950

een vrij zeldzame broedvogel van ons land. In 1998 is het laatste broedpaar geconstateerd. Maar in de winter kan deze bijzondere soort als wintergast en doortrekker uit Scandinavië nog wel eens gezien worden. Maar ook dan is hij met 200- 400 exemplaren niet erg algemeen. De klapekster heeft in Nederland de status van zeer bedreigde rode lijst soort. De achteruitgang is begonnen door de ontginning van zijn voorkeursbiotoop. De overgebleven gebieden werden ongeschikt door recreatie en spontane opslag van bos. Dat komt omdat de klapekster jaagt vanuit uitzichtpunten.

Waar

Voor 1950 was de klapekster een schaarse broedvogel (mogelijk enkele honderden broedparen) van uitgestrekte heidevelden en hoogvenen met wat struikgewas en her en der een boompje. Dergelijke landschappen waren te vinden in Drenthe en het zuidoosten van Friesland en in Gelderland en Noord-Brabant en de duinstreek. De klapekster heeft een brede verspreiding over het hele noordelijk halfrond, en wereldwijd is de soort daarom niet bedreigd.

 klapekster2

 zwartepopuliergeniedijkbomenZwarte Populier13 mrt 2011maart

Zwarte Populier, 13 mrt 2011

 zwartepopuliergeniedijk

21 maart is het begin van de lente en nationale boomfeestdag. Ook De Heimanshof doet weer volop mee met de boomweggeefdag. Duizenden bomen staan klaar vanaf 23 maart. Daarom een boom vandaag, en geen boom is Haarlemmermeerser dan de populier. De Geniedijk in Hoofddorp wordt gedomineerd door majestueuze populieren, die daar na de oorlog geplant zijn (zie foto). Dit zijn zwarte populieren: knoestige bomen met machtige brede takken. Zwarte populieren zijn sterk, mede omdat ze inheems zijn. Jammer genoeg voor hen beginnen hun takken al laag en is de groei breed. De mens heeft liever rechte, kale, nog sneller groeiende stammen, die makkelijker te verwerken zijn (tot klompen en papier). Daarom worden er nauwelijks meer zwarte populieren geplant, maar vooral kruisingen van de zwarte en de Amerikaanse populier: de Canadapopulier. Deze cultivars domineren alle nieuwe bomen op de dijk, en veel andere

aanplant van de laatste 50 jaar. Deze ´Canadezen´ zijn veel minder sterk en breken zelfs regelmatig doormidden. De zwarte populier kan meer dan 35 m hoog worden en 100-300 jaar, de Canadese populier 30 m en meestal niet ouder dan een jaar of 75.

Bijzonder

Populieren hebben aparte mannelijke en vrouwelijke bomen en bloeien in april. Mannelijke katjes hebben rode meeldraden. De vrouwelijke katjes blijven tot mei/juni hangen. Het zaad is omgeven door donzig pluis. Sommige bomen produceren zoveel pluis dat het lijkt of het sneeuwt. In Amerika heten populieren daarom ´cotton´ trees. Vanwege brandgevaar en allergie worden er vaak alleen mannelijke bomen aangeplant. Toen boeren in groepen op het land werkten, stonden er overal ´500-el´ bomen om onder te schaften. Een van de laatste 500-el bomen is een (zwarte? ) populier op het land tussen De Aalsmeerderweg en de A4 bij de oprit N201 naar de A4 richting Schiphol.

Waar

De zwarte populieren op de Geniedijk behoren tot een bedreigde inheemse soort. De Canadese populier is een gekweekte niet natuurlijke soort die overal aangeplant staat

 sijsgrootvogelsSijs5 mrt 2011maart

Sijs, 5 mrt 2011

 sijsgroot

De laatste weken is het een lust voor het oor om door De Heimanshof te lopen. Naast een elke minuut roepende groene specht en een miauwende buizerd telde ik vandaag maar liefst 10 soorten roepende en fluitende zangvogels met de lente in het hoofd. Het betrof de pimpel- en de koolmees, zanglijster, putter, vink, heggenmus, winterkoning, roodborst en groenling en 1 soort die ik maar niet thuis kon brengen. Het was een klein bewegelijk vogeltje dat in groepen hoog in de lariksen, berken en elzen zat en zich duidelijk te goed deed aan de eindeloze voorraad zaadjes die daar bij warm weer uit vrij komen. En daarbij stroomde een onafgebroken stroom van gezellige geluidjes naar beneden. Maar zien lieten ze zich niet- tot vandaag. Ik twijfelde tussen sijs, barmsijs en Europese

kanarie en het bleken sijsjes.

Bijzonder

De sijs behoort tot de vinkachtigen, net als de vink, de putter en de groenling en is een van de kleinste soorten. Net iets groter dan een pimpelmees. Als vinkachtige eet hij voornamelijk zaden en hangt daarbij vaak behendig aan het uiteinde van een dunne tak.

Waar

De sijs is vooral een vogel van naaldbossen. Enkele decennia geleden was de sijs als broedvogel nog zeldzaam in Nederland. Tegenwoordig broeden jaarlijks enkele duizenden sijzen in Nederland en dan vooral in het oosten van het land. Veel vogels uit Scandinavië en Rusland overwinteren in Nederland, waardoor de vogel ´s winters in veel grotere aantallen aanwezig is. In de winter komt de sijs ook meer buiten naaldbossen voor. En dat verklaart de sijsjes in De Heimanshof. Dat ze al ruim 2 maanden hier verblijven, geeft hoop dat ze hier misschien ook genoeg voedsel vinden om te blijven broeden. Gezien hun gezellige stemmingmakerij in het vroege voorjaar zou dat een aanwinst voor de flora en fauna van de Haarlemmermeer zijn. Graag hoor ik waar ze nog meer in onze polder zijn waargenomen

 vingerhelmbloemplantenVingerhelmbloem28 mrt 2010maart

Vingerhelmbloem, 28 mrt 2010

 vingerhelmbloem

Terwijl de gazons en veldennog winters kaal zijn, is er in de ondergroei van veel bossen en bosplantsoen een explosieve groei en bloei waar te nemen. Deze bosplanten (ook wel stinzenplanten genoemd) moeten hun levenscyclus afronden voordat bomen en struiken in blad staan. Dan doen ze veelal met in bollen opgeslagen reservestoffen. Van half december tm mei leveren deze soorten bijna elke week een nieuwe kleurenpracht op. In De Heimanshof zijn ze allemaal te zien, maar ook op talloze andere plaatsen, in het wild of in tuinen. Met het mooie weer van de afgelopen week is er in luttele dagen een nieuwe plant verschenen: de Vingerhelmbloem, die grote paars bloeiende groepen vormt. Deze plant is giftig, behoort tot de papaverfamilie en wordt zo´n 20 cm hoog. Hij bloeit van eind maart tot eind april. In de voorzomer sterven de bovengrondse delen van de plant alweer af. In de bodem zit een knolletje ter grootte van een hazelnoot.

Binnen de oude knol komen na de bloei twee nieuwe knollen tot ontwikkeling en vergaan de resten van de oude. Door deze vermeerderingswijze groeien de planten vaak in groepen bijeen. Verspreiding over grotere afstanden bereikt de plant door mieren. Die verslepen de zaden omdat ze voorzien zijn van een zoet ´mierenbroodje´.

Bijzonder

Waar

om de bloem helmbloem heet, is op de foto goed te zien en ook de ´vingers´ van het schutblaadje aan het steeltje van elke bloem. Vingerhelmbloem is nauw verwant aan de holwortel. Het verschil tussen holwortel en vingerhelmbloem is dat holwortel een holle stengel en knol heeft en dat deze bij de vingerhelmbloem massief zijn.

Waar

De Vingerhelmbloem heeft een voorkeur voor losse, vochthoudende, voedselrijke en kalkhoudende bodems. Ze is vaak te vinden in loofbossen aan de voet van hellingen van Frankrijk en Italië tot ver in Noord-Rusland. De enige plek waar Vingerhelmbloem bij de kust groeit, is in Nederland. Op de kalkrijke Haarlemmermeerse grond, in humusrijk bosplantsoen doet deze soort het ook goed.

 ruigpootbuizerdvogelsRuigpootbuizerd19 mrt 2010maart

Ruigpootbuizerd, 19 mrt 2010

 ruigpootbuizerd

De buizerd is in onze polder de laatste jaren gelukkig weer een gewone verschijning geworden. Dat hebben we voor een groot deel te danken aan het terugdringen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Overal zie je ze vooral in de winter op paaltjes, in bermen en in bomen zitten. Daar wachten ze op het moment dat hun voornaamste prooidier, de woelmuizen belieft omuit hun holletjes te komen. De meeste van deze vogels komen uit noordelijke streken, maar talloos zijn al de paartjes, die ook hier blijven en broeden. Een veel minder algemene en bekende wintergast is de ruigpootbuizerd. Niet weinig verrast was ik dan ook toen ik er vorige week (voor het eerst in 15 jaar) langs de spoorweg tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep wel zes in een groep zag jagen. De ruigpootbuizerd herken je aan

zijn witte stuit en aan zijn zwarte polsvlekken op de ondervleugel.

Bijzonder

De ruigpootbuizerd is groter dan de buizerd en kan een spanwijdte tot wel 1,5 m hebben. De naam ruigpootbuizerd komt van het feit dat zijn poten tot aan de tenen bevederd zijn. Bij de meeste ander Nederlandse roofvogels zijn de poten kaal. De manier van jagen is ook anders. Hij leeft vooral van op de grond levend kleine zoogdieren, die hij vangt door er net als een torenvalk vanuit ´bidstand´ of na een korte stootduik vanaf een zitplaats op te duiken.

Waar

Ruigpootbuizerds komen voor in een groot gebied rond de Noordpool in Noord-Europa, Azië en Noord-Amerika. Broedvogels uit Scandinavië komen in de winter in een groot deel van Europa voor. Ook in Nederland zijn ze alleen ´s winters aan te treffen. In de zomer broeden de vogels, die in Nederland overwinteren, in de Noorse berggebieden in boomloze moerassige terreinen, afgewisseld met heide, wilgenstruweel en rotsen. Het voorkomen in Nederland in de winter heeft een grillig karakter met kleine aantallen. Sinds het jaar 2000 lijken deze wintergasten in aantal toe te nemen.

 wilgboswilgbomenWilgen13 mrt 2010maart

Wilgen, 13 mrt 2010

 wilgboswilg

De jaarlijkse boomplantdag rond 21 maart vraagt om een column over een boom. De Heimanshof heeft de hele winter 5000 bomen en struiken verzameld. Deze worden ter gelegenheid van het 35-jarig jubileum weggegeven om te stimuleren dat tuinen natuurvriendelijker ingericht worden. Wilgen zijn daarbij een onderschatte en onbekende groep. De meeste mensen kennen knotwilgen, treurwilgen en kronkelwilgen, maar weinigen weten dat er wel 300 soorten bestaan met vele nuttige toepassingen en kwaliteiten. Hiervan komen er tientallen in Nederland voor. Knotwilgen zijn geen soort, maar een snoeivorm van boomvormende soorten. Omdat deze soorten zoals de grijze of schietwilg heel snel groeien, storten ze binnen 40-60 jaar onder hun eigen gewicht in. Door ze regelmatig te knotten kan de levensduur tot 250 jaar verlengd worden en komen

er allerlei nuttige producten vrij zoals vlechttenen, palen of brandhout.

Bijzonder

Andere interessante wilgensoorten voor een tuin zijn: boswilgen of grauwe wilgen, die prachtige grote katjes produceren die een sieraad zijn in een vaas (foto). Deze katjes produceren ook veel stuifmeel, wat in maart en april het hoofdvoedsel voor jonge insecten, zoals honingbijen vormt; kruipwilgen worden niet hoger dan 1 meter; goudwilgen hebben prachtige goudbruine takken; laurierwilgen mooie donkergroene glanzende bladeren;katwilgen doen het met lange gedistingeerde bladeren en geoorde wilgen met extra voetblaadjes aan elk blad. En ga zo maar door. En de meeste wilgen kruisen ook nog makkelijk met elkaar, dus tussenvormen zijn er legio. De schors van enkele soorten, zoals amandelwilg en schietwilg, bevatten salicine, dat lang geleden gebruikt werd als pijnstiller(aspirine). Salicine wordt ook gebruikt voor leerlooien.

Waar

Wilgen zijn snelgroeiende pioniersoorten van natte deltagebieden zoals Nederland. Wilgen en vooral knotwilgen hebben mede het aanzien van ons landschap bepaald. De meeste genoemde soorten zijn tot 1 april gratis verkrijgbaar in De Heimanshof.

 hazelaarbomenHazelaar6 mrt 2010maart

Hazelaar, 6 mrt 2010

 hazelaar

Windbestuivende bomen en struiken zijn de eerste soorten die na de winter gaan bloeien op het kale hout, zonder blad. De eerste daarvan is meestal de hazelaar: overal zijn de mannelijke katjes al aan de struiken te vinden. In aanleg zijn deze katjes zijn al in de zomer aanwezig in de bladoksels. De knalrode minuscule vrouwelijke bloempjes zitten met 3-4 op een soort knopje bij elkaar(zie inzet). Door het koude weer van deze winter bloeit de hazelaar pas nu. Soms is dat al in januari. De hazelaar wordt tot 6 m hoog en draagt pas na 10 jaar noten. Hazelaars worden door vogels als de Vlaamse gaai verspreid. Verder verspreidt de hazelaar zich via worteluitlopers. Een hazelaar is dan ook altijd een veel-stammige struik. Productierassen zijn veredeld op de productie van grote noten met weinig vliezen.

Bijzonder

Hazel komt van het Oud-Engelse haes, wat bevelen betekent. De hazelaarsstaf was nl. ooit een teken van gezag. Het rechte hout van de hazelaar werd ook gebruikt voor wandelstokken, bezems,

staken voor hekken, wichelroedes en speren. Verder wordt hazelaarhout vaak gebruikt voor het vlechtwerk van met leem of kalk gebouwde muren. De wortel is vanwege z´n vlammende tekening geliefd als inleghout. De vezelige binnenschors is bruikbaar als touw. Hazelnoten bevatten vitamine A en B, ijzer, calcium, kalium en zwavel en alleen walnoten en puur vet bevatten meer calorieën.
Zoals bij de meeste inheemse planten leeft er een hele levensgemeenschap op en van de boom: de hazelnootknopmijt laat de knoppen opzwellen en afsterven; de larven van de curieuze hazelnootboorder (zie een eerdere column) eet het binnenste van de jonge noten en de prachtige rode bladsnuitkever vreet het blad aan en rolt het op. De hazelaarhoutzwam en hazelaarschijfzwam leven vooral op hazelaarhout.

Waar

De hazelaar is een algemene inheemse struik, die overal in Europa voorkomt. In Haarlemmermeer is hij veel in het bosplantsoen aangeplant en bij de Vogelhoeve aan de Rijnlanderweg is een hazelnotenbos.

 hazelaarbloemvrouwelijjk