bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Citroelieveheersbeestje, 2 dec 2018

 citroenlieveheersbeestjecombi

Citroenlieveheersbeestje

Recentelijk hebben we in een aantal wijken van Hoofddorp het beheer van het openbaar groen gekregen. Daarbij gaat het om het betrekken van de buurt bij het zo inspirerend en biodiverser maken. Een van die projecten is de Ijtochtzone in Overbos en Floriande. Sinds 2007 werken we daar al regelmatig aan de ontwikkeling van orchideeën weides, akkerkruidenvakken(meest opvallende soort: klaproos) en bloemrijk grasland. Maar vanaf nu kunnen we voluit gaan om het maximale ecologische, sociale en recreatieve rendement eruit te halen. Sinds 1 september is er al volop gemaaid, gehooid, gefreesd en gezaaid. Behalve het grootschalige werk door tractoren is er ook veel handwerk. Zo staan er veel notenbomen en vruchtbomen. Vele daarvan moeten regelmatig vervangen worden omdat de grond bij de aanleg van de wijk zo dicht gereden is dat de wortels niet kunnen gedijen. Bij een

18-tal van de recentelijk vervangen exemplaren zijn er plastic kuipen aangebracht om extra water te kunnen geven. In die kuipen kan niet gemaaid worden en bij het handmatig wieden kwam er een leuke verrassing te voorschijn:

Bijzonder

In de gemaaide velden is er geen beschutting, maar de kuipen met de uitbundige kruiden daarbinnen hebben die beschutting wel. Per kuip troffen wij tussen de 500 en 1000 citroenlieveheersbeestjes aan. Totaal tegen de 20.000 stuks. Die proberen daar te overwinteren. Citroenlieveheersbeestjes of 22 stippelige lieveheersbeestjes zijn 3-4 mm groot en heldergeel met 22 zwarte stippen. Ze leven itt de meeste soorten lieveheersbeestjes niet van bladluizen, maar van meeldauw. Meeldauw is een schimmel die op blad ontstaat als de conditie van de planten achteruit gaat bv aan het einde van het seizoen of bij droogte stress. Natuurlijk hebben we na het wieden en de ontdekking de kuipen weer afgedekt met los hooi. Lieveheersbeestjes hebben een felle waarschuwingskleur omdat ze een onaangenaam vocht kunnen afscheiden als ze op gegeten worden.

Waar

Citroenlieveheersbeestjes leven op veel soorten kruiden en bomen.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 9 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 klapekster1vogelsKlapekster19 mrt 2011maart

Klapekster, 19 mrt 2011

 klapekster1

Deze week werd een heel bijzondere vogel gemeld uit Zwaanshoek en wel een klapekster. Bijna alles aan deze vogel is bijzonder. Het is b.v geen eksterachtige, maar een zangvogel. Waarom hij klapekster heet heb ik niet kunnen achterhalen. En verder is het een zangvogel die zich roofvogelmanier heeft eigen gemaakt. Hij heeft nl een haakvormige bek, waarmee hij zijn prooien vangt. Klapeksters zijn, als je hun gewoonten ken, al vanaf een afstand te ontdekken, omdat ze in de topjes van boompjes, struiken, hekken of telefoondraden zitten. Daarvandaan speuren ze de omgeving af naar prooi die meestal bestaat uit wat grotere insecten, hagedissen, kleine knaagdieren of zangvogeltjes tot wel de grootte van een zanglijster. In Nederland zijn het meestal muizen en kevers. En als hij een goede vangdag heeft, gebruikt hij doorns, takjes en prikkeldraad om zijn prooien tijdelijk ´op te slaan´ als voedselvoorraad, soms nog half levend.

Bijzonder

De klapekster was tot 1950

een vrij zeldzame broedvogel van ons land. In 1998 is het laatste broedpaar geconstateerd. Maar in de winter kan deze bijzondere soort als wintergast en doortrekker uit Scandinavië nog wel eens gezien worden. Maar ook dan is hij met 200- 400 exemplaren niet erg algemeen. De klapekster heeft in Nederland de status van zeer bedreigde rode lijst soort. De achteruitgang is begonnen door de ontginning van zijn voorkeursbiotoop. De overgebleven gebieden werden ongeschikt door recreatie en spontane opslag van bos. Dat komt omdat de klapekster jaagt vanuit uitzichtpunten.

Waar

Voor 1950 was de klapekster een schaarse broedvogel (mogelijk enkele honderden broedparen) van uitgestrekte heidevelden en hoogvenen met wat struikgewas en her en der een boompje. Dergelijke landschappen waren te vinden in Drenthe en het zuidoosten van Friesland en in Gelderland en Noord-Brabant en de duinstreek. De klapekster heeft een brede verspreiding over het hele noordelijk halfrond, en wereldwijd is de soort daarom niet bedreigd.

 klapekster2

 zwartepopuliergeniedijkbomenZwarte Populier13 mrt 2011maart

Zwarte Populier, 13 mrt 2011

 zwartepopuliergeniedijk

21 maart is het begin van de lente en nationale boomfeestdag. Ook De Heimanshof doet weer volop mee met de boomweggeefdag. Duizenden bomen staan klaar vanaf 23 maart. Daarom een boom vandaag, en geen boom is Haarlemmermeerser dan de populier. De Geniedijk in Hoofddorp wordt gedomineerd door majestueuze populieren, die daar na de oorlog geplant zijn (zie foto). Dit zijn zwarte populieren: knoestige bomen met machtige brede takken. Zwarte populieren zijn sterk, mede omdat ze inheems zijn. Jammer genoeg voor hen beginnen hun takken al laag en is de groei breed. De mens heeft liever rechte, kale, nog sneller groeiende stammen, die makkelijker te verwerken zijn (tot klompen en papier). Daarom worden er nauwelijks meer zwarte populieren geplant, maar vooral kruisingen van de zwarte en de Amerikaanse populier: de Canadapopulier. Deze cultivars domineren alle nieuwe bomen op de dijk, en veel andere

aanplant van de laatste 50 jaar. Deze ´Canadezen´ zijn veel minder sterk en breken zelfs regelmatig doormidden. De zwarte populier kan meer dan 35 m hoog worden en 100-300 jaar, de Canadese populier 30 m en meestal niet ouder dan een jaar of 75.

Bijzonder

Populieren hebben aparte mannelijke en vrouwelijke bomen en bloeien in april. Mannelijke katjes hebben rode meeldraden. De vrouwelijke katjes blijven tot mei/juni hangen. Het zaad is omgeven door donzig pluis. Sommige bomen produceren zoveel pluis dat het lijkt of het sneeuwt. In Amerika heten populieren daarom ´cotton´ trees. Vanwege brandgevaar en allergie worden er vaak alleen mannelijke bomen aangeplant. Toen boeren in groepen op het land werkten, stonden er overal ´500-el´ bomen om onder te schaften. Een van de laatste 500-el bomen is een (zwarte? ) populier op het land tussen De Aalsmeerderweg en de A4 bij de oprit N201 naar de A4 richting Schiphol.

Waar

De zwarte populieren op de Geniedijk behoren tot een bedreigde inheemse soort. De Canadese populier is een gekweekte niet natuurlijke soort die overal aangeplant staat

 sijsgrootvogelsSijs5 mrt 2011maart

Sijs, 5 mrt 2011

 sijsgroot

De laatste weken is het een lust voor het oor om door De Heimanshof te lopen. Naast een elke minuut roepende groene specht en een miauwende buizerd telde ik vandaag maar liefst 10 soorten roepende en fluitende zangvogels met de lente in het hoofd. Het betrof de pimpel- en de koolmees, zanglijster, putter, vink, heggenmus, winterkoning, roodborst en groenling en 1 soort die ik maar niet thuis kon brengen. Het was een klein bewegelijk vogeltje dat in groepen hoog in de lariksen, berken en elzen zat en zich duidelijk te goed deed aan de eindeloze voorraad zaadjes die daar bij warm weer uit vrij komen. En daarbij stroomde een onafgebroken stroom van gezellige geluidjes naar beneden. Maar zien lieten ze zich niet- tot vandaag. Ik twijfelde tussen sijs, barmsijs en Europese

kanarie en het bleken sijsjes.

Bijzonder

De sijs behoort tot de vinkachtigen, net als de vink, de putter en de groenling en is een van de kleinste soorten. Net iets groter dan een pimpelmees. Als vinkachtige eet hij voornamelijk zaden en hangt daarbij vaak behendig aan het uiteinde van een dunne tak.

Waar

De sijs is vooral een vogel van naaldbossen. Enkele decennia geleden was de sijs als broedvogel nog zeldzaam in Nederland. Tegenwoordig broeden jaarlijks enkele duizenden sijzen in Nederland en dan vooral in het oosten van het land. Veel vogels uit Scandinavië en Rusland overwinteren in Nederland, waardoor de vogel ´s winters in veel grotere aantallen aanwezig is. In de winter komt de sijs ook meer buiten naaldbossen voor. En dat verklaart de sijsjes in De Heimanshof. Dat ze al ruim 2 maanden hier verblijven, geeft hoop dat ze hier misschien ook genoeg voedsel vinden om te blijven broeden. Gezien hun gezellige stemmingmakerij in het vroege voorjaar zou dat een aanwinst voor de flora en fauna van de Haarlemmermeer zijn. Graag hoor ik waar ze nog meer in onze polder zijn waargenomen

 vingerhelmbloemplantenVingerhelmbloem28 mrt 2010maart

Vingerhelmbloem, 28 mrt 2010

 vingerhelmbloem

Terwijl de gazons en veldennog winters kaal zijn, is er in de ondergroei van veel bossen en bosplantsoen een explosieve groei en bloei waar te nemen. Deze bosplanten (ook wel stinzenplanten genoemd) moeten hun levenscyclus afronden voordat bomen en struiken in blad staan. Dan doen ze veelal met in bollen opgeslagen reservestoffen. Van half december tm mei leveren deze soorten bijna elke week een nieuwe kleurenpracht op. In De Heimanshof zijn ze allemaal te zien, maar ook op talloze andere plaatsen, in het wild of in tuinen. Met het mooie weer van de afgelopen week is er in luttele dagen een nieuwe plant verschenen: de Vingerhelmbloem, die grote paars bloeiende groepen vormt. Deze plant is giftig, behoort tot de papaverfamilie en wordt zo´n 20 cm hoog. Hij bloeit van eind maart tot eind april. In de voorzomer sterven de bovengrondse delen van de plant alweer af. In de bodem zit een knolletje ter grootte van een hazelnoot.

Binnen de oude knol komen na de bloei twee nieuwe knollen tot ontwikkeling en vergaan de resten van de oude. Door deze vermeerderingswijze groeien de planten vaak in groepen bijeen. Verspreiding over grotere afstanden bereikt de plant door mieren. Die verslepen de zaden omdat ze voorzien zijn van een zoet ´mierenbroodje´.

Bijzonder

Waar

om de bloem helmbloem heet, is op de foto goed te zien en ook de ´vingers´ van het schutblaadje aan het steeltje van elke bloem. Vingerhelmbloem is nauw verwant aan de holwortel. Het verschil tussen holwortel en vingerhelmbloem is dat holwortel een holle stengel en knol heeft en dat deze bij de vingerhelmbloem massief zijn.

Waar

De Vingerhelmbloem heeft een voorkeur voor losse, vochthoudende, voedselrijke en kalkhoudende bodems. Ze is vaak te vinden in loofbossen aan de voet van hellingen van Frankrijk en Italië tot ver in Noord-Rusland. De enige plek waar Vingerhelmbloem bij de kust groeit, is in Nederland. Op de kalkrijke Haarlemmermeerse grond, in humusrijk bosplantsoen doet deze soort het ook goed.

 ruigpootbuizerdvogelsRuigpootbuizerd19 mrt 2010maart

Ruigpootbuizerd, 19 mrt 2010

 ruigpootbuizerd

De buizerd is in onze polder de laatste jaren gelukkig weer een gewone verschijning geworden. Dat hebben we voor een groot deel te danken aan het terugdringen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Overal zie je ze vooral in de winter op paaltjes, in bermen en in bomen zitten. Daar wachten ze op het moment dat hun voornaamste prooidier, de woelmuizen belieft omuit hun holletjes te komen. De meeste van deze vogels komen uit noordelijke streken, maar talloos zijn al de paartjes, die ook hier blijven en broeden. Een veel minder algemene en bekende wintergast is de ruigpootbuizerd. Niet weinig verrast was ik dan ook toen ik er vorige week (voor het eerst in 15 jaar) langs de spoorweg tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep wel zes in een groep zag jagen. De ruigpootbuizerd herken je aan

zijn witte stuit en aan zijn zwarte polsvlekken op de ondervleugel.

Bijzonder

De ruigpootbuizerd is groter dan de buizerd en kan een spanwijdte tot wel 1,5 m hebben. De naam ruigpootbuizerd komt van het feit dat zijn poten tot aan de tenen bevederd zijn. Bij de meeste ander Nederlandse roofvogels zijn de poten kaal. De manier van jagen is ook anders. Hij leeft vooral van op de grond levend kleine zoogdieren, die hij vangt door er net als een torenvalk vanuit ´bidstand´ of na een korte stootduik vanaf een zitplaats op te duiken.

Waar

Ruigpootbuizerds komen voor in een groot gebied rond de Noordpool in Noord-Europa, Azië en Noord-Amerika. Broedvogels uit Scandinavië komen in de winter in een groot deel van Europa voor. Ook in Nederland zijn ze alleen ´s winters aan te treffen. In de zomer broeden de vogels, die in Nederland overwinteren, in de Noorse berggebieden in boomloze moerassige terreinen, afgewisseld met heide, wilgenstruweel en rotsen. Het voorkomen in Nederland in de winter heeft een grillig karakter met kleine aantallen. Sinds het jaar 2000 lijken deze wintergasten in aantal toe te nemen.

 wilgboswilgbomenWilgen13 mrt 2010maart

Wilgen, 13 mrt 2010

 wilgboswilg

De jaarlijkse boomplantdag rond 21 maart vraagt om een column over een boom. De Heimanshof heeft de hele winter 5000 bomen en struiken verzameld. Deze worden ter gelegenheid van het 35-jarig jubileum weggegeven om te stimuleren dat tuinen natuurvriendelijker ingericht worden. Wilgen zijn daarbij een onderschatte en onbekende groep. De meeste mensen kennen knotwilgen, treurwilgen en kronkelwilgen, maar weinigen weten dat er wel 300 soorten bestaan met vele nuttige toepassingen en kwaliteiten. Hiervan komen er tientallen in Nederland voor. Knotwilgen zijn geen soort, maar een snoeivorm van boomvormende soorten. Omdat deze soorten zoals de grijze of schietwilg heel snel groeien, storten ze binnen 40-60 jaar onder hun eigen gewicht in. Door ze regelmatig te knotten kan de levensduur tot 250 jaar verlengd worden en komen

er allerlei nuttige producten vrij zoals vlechttenen, palen of brandhout.

Bijzonder

Andere interessante wilgensoorten voor een tuin zijn: boswilgen of grauwe wilgen, die prachtige grote katjes produceren die een sieraad zijn in een vaas (foto). Deze katjes produceren ook veel stuifmeel, wat in maart en april het hoofdvoedsel voor jonge insecten, zoals honingbijen vormt; kruipwilgen worden niet hoger dan 1 meter; goudwilgen hebben prachtige goudbruine takken; laurierwilgen mooie donkergroene glanzende bladeren;katwilgen doen het met lange gedistingeerde bladeren en geoorde wilgen met extra voetblaadjes aan elk blad. En ga zo maar door. En de meeste wilgen kruisen ook nog makkelijk met elkaar, dus tussenvormen zijn er legio. De schors van enkele soorten, zoals amandelwilg en schietwilg, bevatten salicine, dat lang geleden gebruikt werd als pijnstiller(aspirine). Salicine wordt ook gebruikt voor leerlooien.

Waar

Wilgen zijn snelgroeiende pioniersoorten van natte deltagebieden zoals Nederland. Wilgen en vooral knotwilgen hebben mede het aanzien van ons landschap bepaald. De meeste genoemde soorten zijn tot 1 april gratis verkrijgbaar in De Heimanshof.

 hazelaarbomenHazelaar6 mrt 2010maart

Hazelaar, 6 mrt 2010

 hazelaar

Windbestuivende bomen en struiken zijn de eerste soorten die na de winter gaan bloeien op het kale hout, zonder blad. De eerste daarvan is meestal de hazelaar: overal zijn de mannelijke katjes al aan de struiken te vinden. In aanleg zijn deze katjes zijn al in de zomer aanwezig in de bladoksels. De knalrode minuscule vrouwelijke bloempjes zitten met 3-4 op een soort knopje bij elkaar(zie inzet). Door het koude weer van deze winter bloeit de hazelaar pas nu. Soms is dat al in januari. De hazelaar wordt tot 6 m hoog en draagt pas na 10 jaar noten. Hazelaars worden door vogels als de Vlaamse gaai verspreid. Verder verspreidt de hazelaar zich via worteluitlopers. Een hazelaar is dan ook altijd een veel-stammige struik. Productierassen zijn veredeld op de productie van grote noten met weinig vliezen.

Bijzonder

Hazel komt van het Oud-Engelse haes, wat bevelen betekent. De hazelaarsstaf was nl. ooit een teken van gezag. Het rechte hout van de hazelaar werd ook gebruikt voor wandelstokken, bezems,

staken voor hekken, wichelroedes en speren. Verder wordt hazelaarhout vaak gebruikt voor het vlechtwerk van met leem of kalk gebouwde muren. De wortel is vanwege z´n vlammende tekening geliefd als inleghout. De vezelige binnenschors is bruikbaar als touw. Hazelnoten bevatten vitamine A en B, ijzer, calcium, kalium en zwavel en alleen walnoten en puur vet bevatten meer calorieën.
Zoals bij de meeste inheemse planten leeft er een hele levensgemeenschap op en van de boom: de hazelnootknopmijt laat de knoppen opzwellen en afsterven; de larven van de curieuze hazelnootboorder (zie een eerdere column) eet het binnenste van de jonge noten en de prachtige rode bladsnuitkever vreet het blad aan en rolt het op. De hazelaarhoutzwam en hazelaarschijfzwam leven vooral op hazelaarhout.

Waar

De hazelaar is een algemene inheemse struik, die overal in Europa voorkomt. In Haarlemmermeer is hij veel in het bosplantsoen aangeplant en bij de Vogelhoeve aan de Rijnlanderweg is een hazelnotenbos.

 hazelaarbloemvrouwelijjk

 wintertalingvogelsWintertaling30 mrt 2008maart

Wintertaling, 30 mrt 2008

 wintertaling

Ook vanuit de trein kun je leuke dingen zien. Van Hoofddorp tot Nieuw-Vennep ligt langs de spoorlijn aan de westkant een ecologische oever (herkenbaar aan riet en glooiende en golvende oevers).
Zulke waterpartijen zijn een paradijs voor allerlei waterdieren, zoals wilde eenden, meerkoeten en waterhoentjes, maar ook voor bijzondere soorten zoals de krakeend, de slobeend, de smient en tot mijn verrassing ook 2 paartjes wintertalingen. Al die watervogels maken zich klaar voor, of zijn reeds aan het broeden.
Een wintertaling is het kleinste eendje van Nederland. Hij meet nog niet de helft van een wilde eend. Vooral het mannetje heeft een prachtig kleed (zie foto). Met de kop onder water zoeken ze kleine waterdieren en plantaardig materiaal. Waterrijke gebieden met een welige begroeiing van de oevers vormen zijn favoriete leefgebied, maar alleen op voorwaarde dat het er rustig is. Watersport en recreatie verjagen deze soort heel snel. Met het sterk groeiend aantal ecologische oevers zou de Haarlemmermeer

een nieuwe uitwijkplaats voor deze bijzondere soort kunnen worden.

Bijzonder

Sinds de jaren tachtig is het aantal broedende wintertalingen flink afgenomen. Hoewel deze soort, in tegenstelling tot de zomertaling, geen beschermde Rode Lijstsoort is, betekent dat niet dat de wintertaling heel algemeen zou zijn of niet wordt bedreigd. In veel kleinere moerasgebiedjes, vennen en in hoogveengebieden is deze soort inmiddels zeldzaam geworden. Dit effect is vooral merkbaar in het oosten en in het zuiden van Nederland. Vooral als het voorjaar erg droog is, heeft de wintertaling het moeilijk. Het aantal wintertalingen zit in de lift - omlaag, welteverstaan. In de periode 1998 - 2000 is vastgesteld dat er zo′n 2000 tot 2.500 paren in Nederland broeden, maar dat de soort sterk inlevert aan verspreidingsgebied.

Waar

In de winter komen vaak hoge aantallen voor. Bij wintertellingen in de jaren negentig zijn wel eens 25.000 exemplaren geteld. In koude jaren trekt de soort naar Zuidwest- Europa. In ons land mag hij niet bejaagd worden, maar in die regio vallen er tienduizenden slachtoffers per jaar. In onze regio komt de wintertaling het hele jaar voor, als broedvogel en wintergast. In het noordoosten van Europa komt het dier alleen in de zomer voor, terwijl in het Middellandse Zeegebied wintertalingen alleen ′s winters te vinden zijn. Meldingen bijzo

 ginkgoboom+bladbomenGinkgo20 mrt 2008maart

Ginkgo, 20 mrt 2008

 ginkgoboom+blad

In het kader van de Nationale boomfeestdag, waar in de Haarlemmermeer ook 9 scholen aan meedoen, aandacht voor een bijzondere boom. De Ginkgo of tempelboom is een levend fossiel, dat in zijn eentje een eigen orde vormt. In het Perm, zo’n 270 miljoen jaar geleden, bestonden er a1 8 soorten. Dat is nog voor het tijdperk van de dinosauriërs. Ook in de Limburgse steenkool zijn vaak afdrukken van Ginkgobladeren te vinden. De kroonvorm van de Ginkgo is bijzonder onregelmatig. Soms blijven de takken kort en soms groeien ze heel ver uit. De ginkgo kent zowel vrouwelijke als mannelijke exemplaren. Het verschil tussen beide geslachten is pas te zien wanneer de boom volwassen is. De boom wordt 40 meter hoog. In Nederland en België worden kleinere kweekvormen gebruikt.

Bijzonder

De Ginkgo is een evolutionaire overgangsvorm tussen naaldbomen en loofbomen. Dat is te zien aan de bladeren die lijken te bestaan

uit netjes naast elkaar liggende naalden.
De zaden zijn abrikoosvormig met een zilveren gloed (vandaar de naam Ginkgo: gin = zilver; kyo = abrikoos). Wereldwijd zijn er minder vrouwelijke Ginkgobomen dan mannelijke. Dit komt omdat de mens selectief mannelijke bomen aanplant: De zaadhuid van de zaden ruikt nl als ranzige boter na het op de grond vallen. De inhoud van de zaden wordt in China en Japan beschouwd als delicatesse, waaraan ook veel heilzame werkingen wordt toegeschreven. In Japan wordt de boom als een god vereerd. Het feit dat 4 bomen in Hiroshima de atoombom overleefden, heeft hier ook aan bijgedragen.

Waar

Ongeveer 7 miljoen jaar geleden verdween de Ginkgo uit Noord-Amerika en ongeveer 2.5 miljoen jaar geleden uit Europa. Wetenschappers dachten dat de boom was uitgestorven maar iemand herontdekte ze in 1691 in China. Daar werden ze door Boeddhistische monniken als heilige boom gekweekt. De oudste Ginkgo in de Haarlemmermeer staat op het kerkhof van de Hoofdvaartkerk en dateert uit de eerste jaren na de drooglegging. In de Bijbelse tuin achter de Katholieke Kerk aan de Kruisweg staan een groot mannelijk en vrouwelijk exemplaar van zo’n 100 jaar oud, naast elkaar. Ze staan ook in het bomenpad in het Haarlemmermeerse Bos en op het Aalburgplein in Floriande.

 oudsteboom1_300jaarminstensbomenOudste bomen24 mrt 2008maart

Oudste bomen, 24 mrt 2008

 oudsteboom1_300jaarminstens

Vorige week schreven we n.a.v. de boomfeestdag een prijsvraag uit naar de oudste Boom in de Haarlemmermeer. De polder is in 1852 drooggelegd. De meeste mensen zullen dus verwachten dat de oudste boom niet ouder dan 156 jaar oud kan zijn. Verrassend genoeg is dat wel zo.

Bijzonder

Er bestaan namelijk een aantal kleine stukjes oud land, die met het graven van de ringvaart ‘mee zijn ingepolderd’. Dat zijn het eiland Abbenes, een stukje polder bij Lisserbroek rond het Turfspoor en een stukje polder bij Vijfhuizen rond de eendenkooi.
Als onze gegevens kloppen zijn alle oudste bomen rond Abbenes en bij Lisserbroek verdwenen. De eendenkooi is echter eeuwenlang uitstekend beheerd. De oudste harde informatie over het bestaan van deze kooi is een brief uit het jaar 1700, waarin ene Jan Willems de kooi overneemt uit de nalatenschap van een priester Paelsteyn. Mogelijk dateert de kooi van rond 1647, toen een naburige kooi deels in het meer verdween (en deze ‘nieuwe kooi’ opgericht werd). Van 1757 af is de kooi in beheer van de familie Stokman.
De eendenkooi zelf bestaat uit een hakhoutbosje van vooral essen. Al die eeuwen werden de essen om de 10 jaar afgezet (geknot). Het lange rechte hout was uitstekend voor palen, brandhout en gereedschap. Dit soort beheer verlengt de levensduur van bomen aanzienlijk. Van wilgen is bekend dat deze normaliter niet ouder worden dan 40 jaar, terwijl een knotwilg wel 250 jaar oud kan worden. Een es wordt normaliter 250-300 jaar. Een ring van essen rond de kooi dateert grotendeels van het originele ontwerp van 308-361 jaar geleden. De mooiste boom staat bij de ingang van de kooi. De machtige onderstam meet 5 m in omtrek

en 1.30 m in doorsnede (zie foto). Op deze onderstam staan 3 enorme takken. Van andere, waarschijnlijk even oude exemplaren is de onderstam in het midden weggerot en staan de verschillende onderdelen van dezelfde boom los van elkaar in een cirkel. De kooi kan alleen onder begeleiding bezocht worden in de maanden april en mei. Voor reservering bel:5581343 (Simone Stokman).

Resultaat prijsvraag

Op de prijsvraag hebben tot maandagavond 24 maart nog maar vrij weinig mensen gereageerd. De fles Haarlemmermeerse polderwijn voor de juiste inzending gaat naar Mieke Ooms. Hoewel zij de soort niet wist, gaf zij de juiste locatie en leeftijd van de kooi van ruim 300 jaar aan. Interessante bomen die ook gemeld zijn, waren: tot 3x toe de Ginkgo uit de column van vorige week. Een doordenkertje van Mieke waar we nog niet uit zijn, is de voor de Floriade van 2002 aangevoerde ‘stokoude’ olijfboom in een kist. Hoe oud die is zoeken we nog uit, maar zijn 6 Haarlemmermeerse jaren tellen voor ons nog niet zo mee.
Voor wie van mooie oude bomen houdt, zijn er een aantal aanraders:
Naast de oude essen aan de rand van de eendenkooi, staat er ook in het centrum van de kooi een monumentale paardekastanje. Deze is geen 300 jaar oud, maar zeer de moeite waard. De oudste boom in de Haarlemmermeerse klei is de rode beuk die bij een van de eerste boerderijen staat aan de Kromme Spieringweg (zie foto). Deze boom meet ook 5 m in omtrek en bereikte deze omvang in 156 jaar. Naast deze boom staat een waarschijnlijk even oude paardekastanje. Verder horen de Ginkgoboom op het kerkhof van de Hoofdwegkerk (150 jaar) en natuurlijk de Kaukasische Vleugelnoot (70 jaar) in het centrum van Hoofddorp naast het Dik Tromplein bij mijn favorieten.

 oudste2beukhabitus

 vroegelingplantenVroegeling9 mrt 2008maart

Vroegeling, 9 mrt 2008

 vroegeling

Bolgewassen zoals sneeuwklokjes, narcissen en winteraconieten kunnen met het reservevoedsel in de bol een snelle start na de winter maken. Een van de eerste planten die dit reservevoedsel niet hebben en daarmee (voor sommigen) de echte start van het voorjaar aangeven, is de vroegeling. De vroegeling is een onooglijk klein plantje van soms maar 1 cm hoog , maar meestal zo’n 4-10 cm. Het is een kruisbloemige, die b.v. familie is van koolzaad. Dit plantje bloeit van februari tot mei met kleine 2 tot 5 mm grote, witte bloempjes. Vroegeling plant zich voort via zaad. Vaak komt de plant massaal voor op geschikte standplaatsen. De grote aantallen kleine bloempjes en later in het jaar de zaaddoosjes, zien er vanuit menselijk perspectief uit als een witte waas over de grond.

Bijzonder

Vroegeling is een winterannuel. Dit zijn éénjarige planten die als zaad ′overzomeren′. De ecologische verklaring

hiervoor is, dat vroegeling bij voorkeur voorkomt op schrale zandige plekken. En die plekken worden in de zomer zeer droog en gloeiend heet. Door in de herfst te kiemen, als bladrozet te overwinteren en dan vroeg te bloeien en zaad te vormen heeft dit plantje een werkbare levenscyclus gevonden.

Waar

De plant groeit op open zandgrond. Vroegeling komt in alle streken met een gematigd klimaat voor. In de Haarlemmermeer is de vroegeling vaak in boomspiegels en tussen stoeptegels te vinden.

Terugmeldingen

Uit vele meldingen wordt duidelijk dat er op veel plaatsen in de Haarlemmermeer ijsvogels aanwezig zijn. Op tenminste 1 plaats is inmiddels bevestigd dat zich een paartje gevormd heeft, dat bezig is met het graven van nestgangen in een aangelegde ijsvogelnestwand. Bergeenden die in de winter in de Waddenzee verblijven, keren weer terug naar hun nestholen op akkerranden, terwijl de grote zaagbekken nog aarzelen om naar Oost- en Noord-Europa terug te keren. Overal in de bebouwde kom zijn er paartjes te zien die net als aalscholvers aan het vissen zijn. Groene Spechten slaken soms om de 10 minuten hun schallende territoriumroep, die wel een km ver draagt en die lijkt op een uitdagende lach.

 tijgerslakkleine dierenTijgerslak2 mrt 2008maart

Tijgerslak, 2 mrt 2008

 tijgerslak

Door het zachte en natte weer kroop er vorige week een grote tijgerslak door mijn tuin. De tijgerslak of Grote aardslak is een van de grootste naaktslakken in Europa en wordt wel 20 centimeter lang en tot 3 jaar oud. De kleur is grijsbruin met donkere strepen op het lichaam en vlekken op het mantelschild. De Grote aardslak is een grote eter. Hij eet niet alleen planten, maar ook voorraden in kelders, honden- en kattenvoer, paddenstoelen en zelfs andere naaktslakken. Bij droog weer kruipt deze naaktslak onder stenen of in de grond. Vorst overleeft geen enkele slakkensoort door hun hoge watergehalte (meer dan 90%)

Bijzonder

Slakken zijn hermafrodiet en 2 willekeurige dieren kunnen elkaar dus wederzijds bevruchten. De paring van de tijgerslak is bijzonder spectaculair en duurt zo’n 25 minuten: Twee slakken maken samen een dikke slijmlaag op een hoger punt, waarna ze zich aan een slijmdraad in elkaar gedraaid laten zakken. Elk dier tovert een orgaan van wel 5 cm lang tevoorschijn, die samen ook in elkaar strengelen. De einden stulpen

zich breed uit en vormen een bal van 2 cm waarin geslachtscellen worden uitgewisseld. Daarna worden ze weer snel teruggetrokken. De doorzichtige ovale eieren worden onder planken en losse stenen gelegd, in groepjes van 100. Deze zijn van augustus tot in de herfst te vinden en komen na ongeveer 3 weken uit.

Waar

Tijgerslakken leven vooral in tuinen, plantsoenen, afvalhopen, kelders, schuren en andere vochtige plekken in de buurt van woningen. In Noord-Italië komt de soort wel voor in natuurlijk terrein. Waarschijnlijk is deze soort via plantgoed in de rest van Europa terechtgekomen. Ook is hij onopzettelijk naar andere continenten overgebracht, waar hij zich uitstekend handhaaft. Hij houdt geen winterslaap, maar kruipt in de grond als het gaat vriezen.

Terugmeldingen

De voorjaarstrek is al weer op gang. De eerste ooievaars en lepelaars werden deze week waargenomen. Ook de houtsnippen zijn weer op weg terug en de eerste scholeksters nemen hun territoria in.

 tijgerslakparing