bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 8 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 dennennaaldspleetlippaddenstoelenSpleetlippen9 mrt 2014maart

Spleetlippen, 9 mrt 2014

 dennennaaldspleetlip

Reeds 8 jaar schrijf ik deze columns en mijn indruk wordt steeds sterker dat de variatie in de natuur onuitputtelijk is.

Zo’n 500 soorten zijn er inmiddels behandeld. Maar aan kruiden en grassen alleen zijn er al 1500 soorten, aan paddenstoelen 6000 en aan vogels 400, om maar een greep te doen. Van alle soorten is wel iets bijzonders te vermelden: anders hadden ze zich in de felle overlevingsstrijd niet kunnen handhaven.

Mijn verrassing van deze week kwam van Lou van de Linde, een natuurfotograaf, die zijn ogen niet in zijn zak heeft. In De Heimanshof toverde hij 2 paddenstoelensoorten tevoorschijn waar ik zelfs nog nooit van had gehoord.

Het waren leden van de curieuze familie van spleetlipzwammen: ze zaten op rietstengels en op dennennaalden: en heten dan ook toepasselijk

rietspleetlip en dennennaald spleetlip (foto). Op zijn foto van een stukje dennennaald is goed te zien hoe piepklein deze soort is.

Bijzonder

Op de afbeelding is ook goed te zien waarom deze groep spleetlippen genoemd wordt.

De rietspleetlip is net zo klein en ook behoorlijk zeldzaam.

Op de grove den komt de opgezwollen spleetlip voor en dan is er de jeneverbesbes spleetlip en de braamspleetlip die te vinden zijn. In sommige gevallen kunnen de dennenspleetlippen zo algemeen worden, dat ze een plaag vormen. Maar de meeste soorten worden als zeldzaam betiteld. Of dat zo is omdat ze echt zeldzaam zijn, of omdat iedereen er over heen kijkt, laat ik maar in het midden. Wereldwijd zijn er van de familie van de spleetlippen 9 geslachten onderscheiden met bijna 800 soorten. Ze hebben allemaal de karakteristieke spleet in het midden, waardoor ze in de 19e eeuw ook wel venuszwammetjes werden genoemd.

Waar

De spleetlipzwammen komen wereldwijd voor in gematigde regio’s. Ze groeien in of op de oppervlakte van cellulose bevattende biomassa of op schors. Vele soorten zijn specifiek in hun voorkeur voor een bepaalde gastheerplant

 roodborstlijstervogelsRoodborstlijster31 mrt 2013maart

Roodborstlijster, 31 mrt 2013

 roodborstlijster

De roodborstlijster is een prachtig gekleurde lijsterachtige die in Amerika algemeen is. Het is een trekvogel die net als de Kramsvogel en de Koperwiek een krachtige vlucht heeft. Het wordt ook onder de Europese vogels gerekend als een zeer zeldzame dwaalgast (in 10 jaar 3 meldingen in Nederland). Recentelijk was er opwinding in vogelaarsland toen er in Hoofddorp bij het station een en mogelijk 2 exemplaren werden waargenomen. De roodborstlijster is een uitermate fraai gekleurde vogel(foto). Beide geslachten zijn vrijwel gelijk, alleen zijn de vrouwtjes wat doffer van kleur. De mannen hebben een nagenoeg zwarte kop met een zwart-wit gestreepte keel. Om het oog zit een opvallende, onderbroken witte ring. Aan de oranjerode borstkleur hebben de vogels hun naam te danken. Die kleur doet denken

aan de borstkleur van het bekende Europese roodborstje. Om die reden wordt deze vogel in Amerika Robin (Roodborstje) genoemd.

Bijzonder

De roodborstlijster zou je de Amerikaanse merel kunnen noemen, want de gedragingen van deze vogelsoort komen op heel wat punten overeen met onze merel. Zo heeft hij zich, net als de merel in Europa, van schuwe bosvogel ontwikkeld tot een cultuurvolger. De vogel heeft een groot deel van zijn aangeboren schuwheid afgelegd, leeft graag in de buurt van mensen en is tot in de grote steden te vinden in tuinen, parken en op sportterreinen etc. Als er maar bosjes, gecombineerd met grasvelden of gazons zijn, dan is hij er te vinden. Hij nestelt, evenals zijn neef de merel, op de meest uiteenlopende plaatsen.

Waar

De roodborstlijster is een echte trekvogel. Met name uit Alaska en uit Canada komen vogels die ieder jaar grote trektochten ondernemen tot in Mexico. De roodborstlijsters uit het midden en zuiden van de V.S. zijn standvogels. Soms raken de vogels tijdens stormen uit de koers boven de Atlantische oceaan. Tijdens zo’n tocht wordt er onderweg soms meegelift op zeeschepen en bereiken ze soms de kusten van Europa.

 tepelgalvlieg1insectenTepelgalvlieg23 mrt 2013maart

Tepelgalvlieg, 23 mrt 2013

 tepelgalvlieg1

In deze column hebben we al eens een aantal soorten wespen behandeld, die voor hun larven en hun nageslacht een comfortabele plek hebben weten te creëren door planten aan te zetten tot de vorming van gallen. Gallen, die aan de buiten kant een harde beschermlaag vormen en aan de binnenkant een eetbare substantie. Geen wonder dat er alleen al in Nederland ruim 2000 galvormende insecten zijn ontstaan, waaronder ook muggen,vliegen en motten. Op bladeren en stengels worden de meeste gallen gevonden, maar ook op eikels, knoppen en bloemen en wortels van alle denkbare soorten zijn er gallen te ontdekken. Maar de soort die we vandaag behandelen, heeft wel een hele curieuze manier ontwikkeld: De tepelgalvlieg legt zijn eieren onder een meerjarige verhoutende paddenstoel: De platte tonderzwam. Dat hij onder de brede hoed van de tonderzwam groeit, is natuurlijk handig tegen de regen. De platte tonderzwamtepelgalvlieg is 4-5 mm lang en behoort tot de familie van breedvoetvliegen (foto onder) . Er bestaan 250 soorten breedvoetvliegen wereldwijd. In Europa

is dit de enige breedvoetvlieg die gallen op paddenstoelen vormt.

Bijzonder

Omdat de platte tonderzwam meerjarig is, blijven de gallen lang onder de zwam zitten. De zwam vormt tijdens en na de galvorming nieuw sporenvormend weefsel om de gal heen (zie foto boven). Uiteindelijk verdwijnen de gallen in dit weefsel, waarop in volgende jaren weer nieuwe gallen kunnen worden gevormd. Er zijn in en op zo’n tonderzwam wel eens 600 gallen geteld. Verschillende graafwespen, solitaire bijen en sluipwespen nestelen graag in oude, verlaten gallen. Galbewoners hebben zoals vele andere organismen ook hun vijanden. Niet alleen vogels weten de larven in de gallen te vinden, ook bepaalde parasieten kraken het huisje van de galverwekker. Zo zijn sluipwespen geduchte vijanden van galbewoners.

Waar

De tonderzwamtepelgalvlieg komt voor in het noorden van Azië en in Europa en natuurlijk alleen waar tonderzwammen groeien.

 tepelgalvlieg2

 waterspitsmuis3kleine dierenWaterspitsmuis (3)17 mrt 2013maart

Waterspitsmuis (3), 17 mrt 2013

 waterspitsmuis3

In de perioden dat de waterspitsmuis actief is, is hij op zoek naar voedsel, waarbij hij continu in beweging is. Deze actieve periodes duren enkele minuten tot 2 uur en worden onderbroken door rustperiodes. Ze rusten nooit langer dan een uur. De rustperioden worden doorgebracht in ondergrondse holen. Er bestaan 2 groepen spitsmuizen op basis van hun tanden. De helft van de soorten heeft witte tanden. De andere helft, waaronder de waterspitsmuis heeft tanden met rode punten, die hun schedels (vaak in braakballen) een bloeddorstig uiterlijk geven. Op de foto staan drie spitsmuissoorten met rode tandpunten. De tanden zijn spits om levende prooien te kunnen vastpakken en verscheuren.

Waar

De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij

snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Dat is vaak bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar schoon grondwater opwelt. Ook wordt hij aangetroffen langs de binnenduinrand, natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten. Het verspreidingsgebied van de waterspitsmuis ligt in een groot deel van Europa. Van de Middellandse zee tot in het noorden van Scandinavië. In Nederland heeft de waterspitsmuis een zeer versnipperde verspreiding, maar hij komt het meest voor in de waterrijke provincies Friesland en Overijssel. In Oost- en Zuid-Nederland komt zijn verspreiding overeen met beek- en rivierdalen van de zand- en lössgronden, in laag Nederland betreft het vooral kwelgebieden. Ook in De Heimanshof is de waterspitsmuis in het verleden aangetroffen. De populatie in Poelbroek vlak buiten de Haarlemmermeer bij Vijfhuizen geeft hoop dat deze soort ook in de vochtige veenpolder rond de Eendenkooi Stokman kan voorkomen en langs de steeds frequenter aangelegde ecologische oevers in onze polder.

 waterspitsmuis2kleine dierenWaterspitsmuis (2)10 mrt 2013maart

Waterspitsmuis (2), 10 mrt 2013

 waterspitsmuis2

De waterspitsmuis heeft giftig speeksel. Dit wordt vooral gebruikt om prooidieren als vissen en kikkers te verlammen, die groter kunnen zijn dan hijzelf (foto). De waterspitsmuis leeft solitair. Alleen in de voortplantingstijd leven meerdere dieren bijeen in een los familieverband.

Het voedsel van de waterspitsmuis bestaat uit prooidieren die hij zowel op het land als in het water vangt. Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit insecten en andere ongewervelden zoals kreeftachtigen, waterslakken, kevers, motten, vliegen, larven en wormen. Daarnaast eet hij ook kleine vissen, amfibieën(eieren) en aas. Soms legt de waterspitsmuis een voorraad aan. Waterspitsmuizen eten per dag minstens hun eigen lichaamsgewicht en kunnen twee dagen zonder

voedsel.

De waterspitsmuis is vrij luidruchtig. Hij maakt fluitende kreten, trillers en schrille krijsende en sissende geluiden.

Bijzonder

De waterspitsmuis is in Nederland bedreigd en staat op de rode lijst als kwetsbaar. Dit is het gevolg van de vernietiging van hun leefgebied door o.a. de aanleg van waterwegen, de drainage van landerijen, het verwijderen van oevervegetatie en watervervuiling.

Ook in veel Europese gebieden is de populatie van waterspitsmuizen hierdoor teruggelopen. Maar omdat ze zo klein en ongrijpbaar zijn, is het moeilijk een juiste schatting te maken van de mate van achteruitgang. Natuurlijke bedreigingen van de waterspitsmuis zijn kerkuil, steenuil, steenmarter en boommarter. Daarnaast worden waterspitsmuizen ook wel gevangen door o.a. bunzing, kat, vos en ransuil, maar niet door hen opgegeten. Dit komt omdat spitsmuizen, vooral de mannetjes, een ranzig ruikende stof uitscheiden en dan door deze geur of smaak niet worden opgegeten.

De waterspitsmuis is een ontzettend schuw dier, dat zich dood kan schrikken van een plotseling, hard geluid. De soort is zowel overdag als ′s nachts actief, maar vooral voor zonsopgang.

 waterspitsmuis1kleine dierenWaterspitsmuis (1)3 mrt 2013maart

Waterspitsmuis (1), 3 mrt 2013

 waterspitsmuis1

Afgelopen zaterdag werkte ik mee aan een project vlak bij Vijfhuizen net over de ringvaart. Een ruig en nat weiland, genaamd Poelbroekpark. Met 10 man deden we het achterstallig maaiwerk wat paarden de jaren ervoor gedaan hadden. De snijdende koude voelden we niet door het harde werken en vooral de vele leuke dingen die we zagen: een vossenburcht en maar liefst een stuk of 10 bijzonder spitsmuizen: de waterspitsmuis had het hier goed naar zijn zin. Normaliter zijn deze dieren in de ruige natte gebieden waar ze leven niet te vinden of te vangen, maar door het maaien krioelden ze overal. Zoals de naam doet vermoeden, zijn waterspitsmuizen waterdieren. Spitsmuizen zijn verder geen gewone muizen die zaad of gras eten, maar het zijn jagende carnivoren. Er zijn 6 spitsmuissoorten in Nederland,

waarvan de waterspitsmuis de grootste is. En de specialiteit van de waterspitsmuis is jagen onder water. Ook loopt hij over de bodem van het water. Hij kan tot 20 seconden onder water blijven. De waterspitsmuis zwemt met zijn staart en poten. De onderzijde van de staart is voorzien van rijen witte borstelharen, die dienen als een soort kiel bij het zwemmen en franje bij met name de achterpoten en zwemvliezen. De oren liggen geheel verborgen in de vacht en worden bedekt door huidflapjes tegen inkomend water. Hij heeft kleine zwarte ogen en een spitse snuit met lange witte snorharen. De vacht is waterafstotend, door de afscheiding van vetklieren, die hij op het land door zijn vacht poetst. Als een waterspitsmuis zwemt, blijven er luchtbellen tussen de vacht zitten, waardoor deze een zilveren kleur krijgt (foto). Deze luchtbellen houden warmte vast, maar zorgen er ook voor dat de waterspitsmuis blijft drijven. Om bij de bodem te komen, moet een waterspitsmuis met een sprong het water induiken. De waterspitsmuis heeft gevoelige, beweeglijke snorharen en een spitse snuit, waarmee hij naar prooi kan zoeken in de modder en onder steentjes. Volgende week verder.

 kniptoren ritnaaldinsectenKniptor31 mrt 2012maart

Kniptor, 31 mrt 2012

 kniptoren ritnaald

Kniptorren danken hun naam aan het vermogen om liggend op de rug omhoog te springen. Hun achterlijf heeft een uitsparing aan de buikzijde en het borststuk heeft een uitstekende pin die hierin past. Het raakvlak kan op spanning gebracht worden door spieren, bij genoeg spanning knikt het lijf en wordt het omhoog geworpen. Dit wordt net zolang herhaald tot de kever op de buik ligt, en gaat gepaard met een ’klik’-geluid vergelijkbaar met twee knippende vingers. Het wordt ook gebruikt om vijanden af te schrikken. Er zijn meerdere geslachten en soorten. De antennes kunnen net zoals de pootjes in een groef op de buik worden teruggetrokken bij gevaar. Kniptorren kunnen ook vliegen maar niet makkelijk. Ze klimmen eerst op een tak of halm voor de vleugels uitgevouwen worden. Ieder vrouwtje legt 50 -150 eieren. Na circa 5 weken komen de larven (ritnaalden)

uit. De ritnaalden zijn hard, dun en maximaal 3 cm lang. Ze zijn te herkennen aan hun geelbruine kleur, vandaar ook de naam koperworm.

Bijzonder

De kever eet bloemen, nectar en bladeren, maar ritnaalden kunnen grote schade aan gewassen toebrengen. De eerste 2 jaar voeden ritnaalden zich met dode organische stof. In het voorjaar van het 3e jaar beginnen ze zich aan gewassen tegoed te doen. De ritnaalden overwinteren in akkerbouwpercelen diep in de grond. In het voorjaar komen ze weer boven en kunnen dan aanzienlijke schade aan gewassen aanrichten. Na vier tot vijf jaar zijn ritnaalden volgroeid en gaan zich verpoppen. Na circa 4 weken, in juli/augustus, komt de kniptor uit de pop. Deze verblijft dan in de grond tot het volgende voorjaar.

Waar

Kniptorren leven bij voorkeur in vochtige grond op ruigten, grasland, luzerne, klaver en graspercelen. De grootste aantallen in oppervlakkige bodemlagen komen voor in de maanden april en mei. Bij droogte trekken de larven zich terug naar diepere lagen. In vochtiger omstandigheden, vaak in augustus/september, komen ze weer omhoog.

 kraanvogelvogelsKraanvogel17 mrt 2012maart

Kraanvogel, 17 mrt 2012

 kraanvogel

Kraanvogel Het voorjaar is in volle hevigheid losgebarsten. Minstens 20 plantensoorten kwamen er afgelopen week in bloei, de zangvogels zingen massaal en de eerst insecten komen uit hun schuilplaatsen. Uit tientallen mogelijke onderwerpen kies ik toch maar voor een bijzondere doortrekker. Er werd een groep van 20 kraanvogels waargenomen boven de polder bij Badhoevedorp. Kraanvogels spreken tot de verbeelding en ze zijn omgeven door symboliek en mythes. Ze zijn een stuk groter dan ooievaars en broedden vroeger massaal in Nederland. Maar het is ze te druk geworden. Ze zijn erg schuw omdat er massaal op geschoten wordt tijdens hun trek. Kraanvogels zijn alleseters. Wanneer ze in hun broedgebied of in hun winterverblijf zijn, eten ze voornamelijk dierlijk voedsel zoals grote insecten, wormen en amfibieën. Op doortrek eten ze

eikels, en achtergebleven maïskorrels, granen en aardappelen op de velden.

Bijzonder

In de broedtijd baltsen de kraanvogels met luide trompetgeluiden en wilde dansbewegingen. Door afname van het aantal vochtige broedgebieden is de populatie kraanvogels in Europa sterk afgenomen. Elk jaar komen op een aantal plaatsen groepen kraanvogels op de grond in Nederland. De belangrijkste rustplaatsen zijn in Oost-Brabant en Noord-Limburg en Overijssel. De kraanvogel staat op de Nederlandse Rode Lijst. De redenen hiervoor zijn de geringe verspreiding en de gebondenheid aan kwetsbare gebieden in de trektijd.

Waar

Kraanvogels was eens een gewone inheemse vogel. Door ontginning van moerassen en drukte is dat verleden tijd. Ze broeden nog wel in Rusland en Scandinavië in uitgestrekte moerassen. In Nederland zien we ze vooral als doortrekkers en dan bijna alleen over Oost-Nederland. Dat er verschillende groepen over de duinen trokken en tenminste een over onze polder is dan ook al opmerkelijk. Sinds 1999 hebben een aantal paartjes een plek gekoloniseerd in het uitgestrekte Fochteloerveen in Drenthe. De voortplanting gaat langzaam met gemiddeld 0.5 tot 1 jong per nest.

 bosbingelkruid2plantenBosbingelkruid (2)11 mrt 2012maart

Bosbingelkruid (2), 11 mrt 2012

 bosbingelkruid2

Bosbingelkruid 2 van 2 Dit is het vervolg van de column over bosbingelkruid van vorige week. Fijn gewreven of gekneusd blad van Bosbingelkruid ruikt onaangenaam: naar rotte vis. Bosbingelkruid heeft nog een andere bijzondere eigenschap, namelijk dat het al duizenden jaren wordt gebruikt om wol en linnen te verven. Gedroogde stengels krijgen al een typisch metaalblauwe glans. Stoffen krijgen na een verfbad dezelfde blauwe kleur. Alles kleurt echter rood wanneer dit verfbad gemengd wordt met een zuur zoals azijn. Blauw of rood, beide kleuren zijn dus mogelijk, afhankelijk van de samenstelling van het verfbad. Dit tweeledige karakter van Bosbingelkruid komt ook terug in de wetenschappelijke naamgeving: Mercuriallis perennis. Mercurialis wil zeggen: lijkend op de god Mercurius. Mercurius was niet alleen de godheid

die als eerste wees op de geneeskrachtige eigenschappen van planten, ook had hij de gewoonte om onder verschillende gedaanten te verschijnen. Net als deze plant: Het ene moment kleurt deze blauw en op een ander moment rood en de plant is òf mannelijk òf vrouwelijk.

Waar

Bosbingelkruid groeit bij voorkeur op de donkerste plekken in eiken- beukenbos. Net zoals Klimop stelt de soort nauwelijks eisen aan de hoeveelheid licht. Echt prettig voelt de soort zich wanneer er sprake is van stromend grondwater. De soort heeft een hekel aan stilstaand grondwater. De planten van Bosbingelkruid hebben dicht vertakte wortelstelsels, die samen een compacte kluwen vormen Dit hechte wortelstelsel houdt grond prima vast. Op boshellingen, begroeid met Bosbingelkruid, treden dan ook nagenoeg nooit bodemerosie of aardverschuivingen op. Bosbingelkruid of Overblijvend bingelkruid komt in Nederland slechts zeldzaam voor; de soort groeit van nature eigenlijk alleen in het heuvelland van Zuid Limburg. Op een aantal plekken in de Haarlemmermeer groeit het bijzonder uitbundig, waaronder in de Heimanshof.

 bosbingelkruid1plantenBosbingelkruid (1)3 mrt 2012maart

Bosbingelkruid (1), 3 mrt 2012

 bosbingelkruid1

De meeste planten hebben zonlicht nodig om te groeien en dat licht is vaak pas sterk genoeg vanaf half april. Bosplanten hebben om die reden een probleem om dat tegen die tijd de boomkruinen zich sluiten en er nog steeds niet voldoende licht is. Voor dit probleem hebben veel bosplanten een elegante oplossing gevonden door ’voor de zon uit te groeien’ vanuit bolletjes of wortelstokken. Een van deze planten is het onaanzienlijke bosbingelkruid. Bosbingelkruid is eenhuizig en de bloemen zijn eenslachtig. Dat betekent dat elke bloem òf vrouwelijk (dus alleen stampers) òf mannelijk (heeft alleen meeldraden) is. Elke plant draagt daarnaast ook nog eens òf alleen vrouwelijke òf alleen mannelijke bloemen. Voor zaadvorming zijn daarom minstens 2 planten van een verschillend geslacht nodig. De bloemen

zijn maar een halve cm groot en groen. Bosbingelkruid had 300 jaar geleden grote wetenschappelijke betekenis. In die tijd kwamen de geleerden erachter dat meeldraden mannelijke en stampers vrouwelijke organen waren. Men vond het wel altijd vreemd dat bosbingelkruid in 2 verschillende vormen voorkwam, in een - pas toen duidelijk werd - mannelijke of een vrouwelijke vorm. Iemand ontdekte m.b.v. o.a. bosbingelkruid dat planten pas zaad vormden na bestuiving van de stampers.

Bijzonder

Bosbingelkruid komt begin maart al boven de grond met blad, bloemstelen en bloemknoppen op hetzelfde moment. In de weken erna vouwen de bladeren zich uit, wordt de lichtgroene kleur donkerder en strekken de bloemaren zich. Dit is een beetje te vergelijken met het uitkomen van een vlinder uit een cocon: poten, ogen, kop en vleugels zijn direct zichtbaar maar het duurt een tijdje voordat alle lichaamsdelen uitgehard zijn. De spinaziegroene bladkleur nodigt soms uit om het blad als groente te gebruiken. Dit is echter niet aan te raden. Het blad bevat namelijk stoffen die sterk laxerend werken. Niet voor niets wordt Bingelkruid in Vlaanderen Schijtkruid genoemd.

 bladpootwantsinsectenbladpootwants2 mrt 2012maart

bladpootwants, 2 mrt 2012

 bladpootwants

Er wordt tegenwoordig heel wat afgereisd en getransporteerd over de wereld en dat blijft niet altijd zonder gevolgen voor de Flora en Fauna. De meeste ’introducees’ overleven het niet in een vreemde omgeving of klimaat, maar ondanks dat, is er een alarmerend hoog aantal soorten wat door ons toedoen in een gespreid bedje beland en zich explosief ontwikkeld. Neem bv de bekende halsbandparkiet (gewaardeerde tuingast?) , de driehoeksmossel (nieuw voedsel voor duikeendjes), maar ook de varoamijt (die bijen verzwakt) en uit het plantenrijk de kroosvaren en de grote waternavel (die sloten verstoppen). De lijst van voorbeelden is eindeloos en elk jaar duiken er weer nieuwe voorbeelden op. Recentelijk kreeg ik een vraag over een onbekend insect, dat massaal in een huis aan het overwinteren was geslagen. Enig speurwerk leidde tot de bladpootwants. Dit

is een vrij forse wants van 1.5 cm die haar naam dankt aan de verbrede schenen van de achterpoten(zie foto).

Bijzonder

In Noord-Amerika staat de Bladpootwants bekend als een schadelijke soort voor naaldbomen. De wants zuigt plantensappen, waardoor de vitaliteit kan afnemen. Of het hier ook een schadelijke soort wordt, is nog niet duidelijk. De soort overwintert in het volwassen stadium en heeft de neiging beschutte plekjes in huizen en gebouwen op te zoeken.

Waar

Oorspronkelijk kwam de soort voor in Mexico, de Verenigde Staten en Canada. De laatste jaren verspreidt de soort zich in een recordtempo over het noordelijk halfrond tot in Japan. De Bladpootwants kwam in 1999 waarschijnlijk met een houttransport naar Italië. En daarna dook de soort snel op in de meeste West-Europese landen: In 2002 in Zwitserland, in 2003 in Spanje, in 2004 in Hongarije, in 2005 in Frankrijk, in 2006 in Duitsland en in 2007 in Nederland, België en Engeland. In Nederland werd de soort in 2008 op tien locaties aangetroffen. En nu duikt de soort dus op in een huis in Hoofddorp.

 maretak1plantenMaretak (1)24 mrt 2011maart

Maretak (1), 24 mrt 2011

 maretak1

De Heimanshof is een heemtuin waar we de inheemse flora (en bijbehorende fauna) van heel Nederland proberen aanschouwelijk te maken. Om die reden zijn we altijd bezig ontbrekende biotopen en floristische elementen aan de tuin toe te voegen. Een van de grote frustraties van alle beheerders sinds 1975 is dat we nog nooit de aansprekende plant Maretak ´aan de praat hebben kunnen krijgen´. Deze halfparasiet, die vooral voorkomt in kalkrijke gebieden, heeft zelf bladgroen, maar tapt ook voedingsstoffen af uit zijn gastheer, meestal een populier of vruchtboom. Talloze pogingen zijn ondernomen om zaden of geënte exemplaren aan te laten slaan in de tuin. Tot dusver altijd tevergeefs. Maretakken zijn vrij algemeen in Limburg en zuidelijker en kunnen sporadisch door heel Nederland worden gevonden. In Utrecht langs de A2 kan er 1 exemplaar worden waargenomen.

In Noord-Holland is de plant bijzonder zeldzaam. Daarom was mijn vreugde dan ook groot toen ik in de Groene Weelde maar liefst 8 exemplaren bij elkaar aantrof op populieren en wilgen. 3 exemplaren waren in puike conditie, waarvan 1 vrouwelijk exemplaar vol met bessen en 5 stuks leken het moeilijk te hebben. De bloei vindt plaats in april/mei. Maretak is tweehuizig, d.w.z. er bestaan vrouwelijke en mannelijke planten. De bessen blijven tot ver in de voorjaar aan de plant.

Bijzonder

Maretakken groeien bijzonder langzaam en de Groene Weelde is nog maar recentelijk aangelegd. De grootste planten (10-14 jaar oud) leken niet veel ouder dan de bomen waarop zij groeiden (15- 20 jaar). Mogelijk zijn de eerste exemplaren met plantmateriaal zijn meegekomen of anders moeten de zaden met vogels van verre zijn aangevoerd. De vruchten zijn bijna witte, iets doorzichtige bessen met een dunne schil die twee afgeplatte, ovale zaadjes en zeer kleverig sap omhullen. Merels, maar vooral lijsters eten deze zoete bessen. Dit is de eerst van 2 afleveringen over de tot de verbeelding sprekende maretak, die nu ook de Haarlemmermeer gevonden is.