bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Merel(sterfte), 22 sep 2018

 merel

De aanleiding voor deze column is het feit dat ik normaliter 10-12 merels rond mijn huis heb die de druiven van onze gevel plunderen. Dit jaar is niet alleen een uitzonderlijk goed (zoet) druivenjaar, er wordt ook helemaal niet van gegete, terwijl ze voor de zomer wel de bessenstruiken leeg aten. Dat geeft mij het angstige gevoel dat de gevreesde Usutu merelziekte nu ook (half augustus) de Haarlemmermeer bereikt heeft. Graag reacties van lezers of dit kunnen bevestigen of andere ervaringen hebben. Het Usutu-virus komt uit Afrika en wordt verspreid door muggen. Het virus is via trekvogels naar Europa overgebracht, waar het 2001 voor het eerst opdook in Oostenrijk. Vanuit daar verspreidde het zich over Europa, met in 2012 een massale slachting onder de merels in Duitsland tot gevolg. Meer dan 300.000 vogels stierven. In sommige Duitse steden was de sterfte zo massaal

dat de merels praktisch verdwenen waren uit de tuinen en parken. In 2016 bereikte het zuid-oost Nederland.

Bijzonder

De merel is een van de meest algemene zangvogels in Nederland en zeker in stedelijk gebied. Maar dit was niet altijd zo. Tot ca 1900 was de merel een schuwe bosvogel. Ze leefden teruggetrokken in dichte loofbossen van Europa. Bij elk kleinste teken van gevaar trokken ze zich in het dichte kreupelhout terug en waarschuwden ze met hun typische alarmroep de andere bosbewoners. Ze hebben zich echter ontwikkeld tot cultuurvolgers en komen nu vrijwel overal in tuinen voor. Merels zijn alleseters en voeden zich onder meer met wormen, insecten, bessen, brood, zaden, afval en diverse soorten vogelvoer. De merel is een uitbundige zanger en zingt vaak vanaf een hoog punt. Het mannetje zingt vanaf februari, vooral ’s morgens, ’s avonds en bij regen.

Waar

De merel komt van nature voor ten zuiden van de poolcirkel in heel Europa en grote delen van Azië. Elders is de merel ook uitgezet en in Australië en Nieuw-Zeeland wordt hij gezien als een plaag. Afgezien van de noordelijkste populaties zijn merels meestal geen trekvogels.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 7 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vogelsGrote Zaagbek2 feb 2007februari

Grote Zaagbek, 2 feb 2007

 grotezaagbekmanenvrouw

De grote zaagbek is een broedvogel van brede, langzaam stromende rivieren en meren omgeven door uitgestrekte bossen met oude bomen. Voor broeden is de vogel aangewezen op boomholtes. In Nederland komt zo′n habitat niet of nauwelijks meer voor en de grote zaagbek broedt dan ook niet in ons land. In de winter kunnen grote zaagbekken echter regelmatig binnen onze grenzen worden aangetroffen. Vooral de mannetjes (wit-met-groene-kop) zijn dan een opvallende verschijning op plassen en rivieren. Het vrouwtje is totaal anders gekleurd met een rode kop met grote kuif en een grijze rug. De grote zaagbek leeft van vis en jaagt groepsgewijs.

Bijzonder

Maximaal 25% van de Noordwest-Europese populatie van de grote zaagbek verblijft ′s winters in Nederland. Dat zijn ongeveer 20.000 vogels. Op het Ijselmeer lijken de aantallen achteruit te gaan. Mogelijk is dit te wijten aan een verminderde beschikbaarheid

van spiering. ′s Winters baltsen mannetjes door met opgezette kruinveren tegenover elkaar hals- en kopbewegingen te maken.

Waar

De Grote Zaagbek is een wintergast van december tm februari. Het IJsselmeer en het aangrenzende deel van de Waddenzee zijn de belangrijkste overwinterings- gebieden. Daarnaast komt de soort ook voor in het rivierengebied, het Deltagebied, de Biesbosch, op de Noordzee, en in verschillende zoete wateren in het binnenland. Vooral bij strenge vorst verschuift het zwaartepunt van de verspreiding naar het zuiden en neemt het belang van het rivierengebied en het Deltagebied toe. In zulke vorstperioden is de kans zeer groot om groepjes in de Haarlemmermeer te vinden, b.v. in vijvers binnen de bebouwde kom, op de hoofdvaart en op de grotere plassen zoals de Toolensburgse plas. Vorig jaar omstreeks deze tijd verbleef een groep van 2 mannetjes en 11 vrouwtjes in het achterkanaal van de Geniedijk binnen de bebouwde kom van Hoofddorp.

 grotezaagbekman

 kleine dierenPissebed31 mrt 2018maart

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.

 vogelsWinterperikelen:Meerkoet en Aalscholver18 mrt 2018maart

Winterperikelen:Meerkoet en Aalscholver, 18 mrt 2018

 aalscholvercombi

Deze maand hadden we voor het eerst in 5-6 jaar echt winterweer met temperaturen rond de -10. Door de sterke zonnestraling en de wind wilde het ijs niet echt betrouwbaar worden. Pas op de laatste dag toen het al weer dooide vond ik een plekje waar ik meer dan 200 m niet door wind wakken gestuit werd. Winterweer heeft ook veel impact op het dieren leven. Zo was de ijsvogel van De Heimanshof al op 12 februari met zijn vrouwtje present om te gaan nestelen. Maar na de vorstperiode heb ik hem nog niet terug gezien. Ik vrees het ergste. Op weg naar m’n schaatsplek nam ik de uitvalsweg naar de A4 door Park 2020: de weg die zo raar kronkelt, dat er elke week wel een auto uit de bocht vliegt…. Op die bewuste zondag had een groep meerkoeten zich verzameld in een windwak naast die weg (foto onder)en graasden op de oever. De auto’s voor mij reden zo belachelijk hard met brullende motoren dat ze de vogels

opjoegen, waardoor er maar liefst 8 tegelijk op de weg fladderden en dood/aangereden werden. Een triest voorbeeld van hoever mens en natuur uit elkaar gegroeid zijn

Bijzonder

Bij het schaatsen zelf liep ik nog zo’n voorbeeld tegen het lijf. Op het ijs lag een dode aalscholver. Bij nadere inspectie bleek hij visdraad om z’n kop te hebben en niet alleen dat: aan de buitenkant zat een gemene snoekhaak in z’n hals zo vast dat we hem er niet eens uit konden krijgen (foto boven) en ook had hij nog zo’n haak met 4 weerhaken vast in zijn keel. Wat een verschrikkelijke manier om dood te gaan. Is vis’plezier’ zoiets waard?

Waar

Meerkoetenzijn zeer algemene water vogels die van alles eten, zowel groen als dierlijk. Bijna elke vijver en kanaal wordt wel door een paartje in bezit genomen. In de winter komen er veel vogels bij uit Centraal Europa. Ook de aalscholver is na een periode van zware vervolging halverwege de vorige eeuw weer met een opmars bezig. Ook in de Haarlemmermeer kunnen ze overal op lantaarnpalen, in bomen en vissend in het water waargenomen worden.

 plantenBijenorchis in de winter4 mrt 2018maart

Bijenorchis in de winter, 4 mrt 2018

 winterbijenorchis

Het is in deze column niet gebruikelijk om een soort 2x te behandelen, maar deze week gebeurde er zo iets bijzonders dat ik me daar toch aan bezondig. Het gaat om de bijenorchis. Dat is wat mij betreft de mooiste wilde orchidee (inzet foto), die we in Nederland en zelfs in Europa hebben. Deze soort bootst zo perfect de vorm van een bij na en daar horen ook de lokstoffen bij ze gebruiken om elkaar te vinden, dat mannelijke bijen (darren) uitgenodigd worden om te paren met deze bloem. En dan krijgen ze een halter met miljoenen stuifmeelkorrels omgehangen die ze in een keer bij een andere bloem weer afgeven.

Bijzonder

Een van de ander bijzondere kwaliteiten van deze orchidee is dat hij als enige Nederlandse orchideeënsoort niet pas in mei of juni boven de grond komt vanuit de knol die ze allemaal

vormen: deze soort overwintert als bladrozet. Dat kwam goed uit bij een nieuw project dat we afgelopen week begonnen: de aanleg van een groente- en kruidentuin bij Restaurant Den Burgh. Omdat we als natuurliefhebbers eerst de plek goed bekeken zagen we honderden bladrozetten van de bijenorchis in het gazon. Die hebben we allemaal uitgestoken en verplant voordat een grote tractor de grond bouwrijp maakte ( op de foto 3 geredde exemplaren). Daar kunnen veel aannemers en hoveniers nog een puntje aan zuigen. Meestal wordt alle flora en fauna ‘over het hoofd gezien’.

Waar

De Haarlemmermeer lijkt wel een kale polder, maar wat betreft orchideeën is het een unieke plek in Nederland. In aantallen komen er bijna nergens zovele orchideeën voor. Wel niet de 60-70 soorten zoals in Limburg: maar ‘onze’ 16 soorten staan vaak met tienduizenden bij elkaar. Dat komt door de schelpenkalk in de grond, de op sommige plekken arme zandgrond van oude zandbanken in de Waddenzee die hier ooit lag (vooral rond Hoofddorp) en brak grondwater. De bijenorchis, die ooit in Beukenhorst vaste voet aan de grond kreeg heeft zich nu overal in de regio tot in Amsterdam uitgezaaid.

 paddenstoelenBerijpt varenschoteltje25 mrt 2017maart

Berijpt varenschoteltje, 25 mrt 2017

 bberrijptvarenschoteltje

De Nederlandse Mycologische (paddenstoelen) vereniging bestaat nu een jaar of 100. Toen de vereniging in 1995 begon met systematische registratie waren er ca 3500 paddenstoelen soorten bekend. En nu inmiddels ruim 6000. Dat ligt niet aan de ‘gewone’ (grote) paddenstoelen. Die waren wel zo’n beetje bekend en daar worden er maar af en toe nieuwe soorten ontdekt. Het gros van de nieuwe ontdekkingen bestaat uit kleine en mini soorten. Vaak zijn dat soorten die super gespecialiseerd zijn en bv alleen voor komen op eikels of beuken nootjes of op drollen van bepaalde soorten dieren. Deze week liep ik dankzij de scherpe blik van Lou van der Linden aan tegen weer een nieuwe soort die in dat verhaal past. Het was het Berijpt Varenschoteltje. Dit mini paddenstoeltje met een diameter van 2-3 mm

(zie foto) komt alleen voor op de oude stelen van tongvarens.

Bijzonder

Paddenstoelen die alleen varens verteren komen meer voor . De familie van de varenschoteltjes telt bijna 250 soorten. Daarbij moet u bedenken dat ver voor er bloemen en bomen waren, varens (en paardenstaarten) de belangrijkste planten soorten op land waren. Dat was inde tijd van de Dinosauriërs en daarvoor. Ook in die oude tijden speelde het probleem dat oude biomassa weer vrij moest komen na een groei seizoen en in die tijd ontwikkelde zich al de wederzijdse afhankelijkheid en samen werking tussen planten en de eerste paddenstoelen soorten.

Waar

De familie van de varenschoteltjes bestaat vooral uit kleine schotelvormige soorten die gespecialiseerd zijn in het verteren van specifiek varenmateriaal. Bijna elke varensoort heeft een eigen soort: het gewone varenschoteltje komt bv voor op adelaars varens. En het berijpt varenschoteltje tref je in het hart van tongvarens aan als die bladeren na de winter hun tijd gehad hebben, net voor de nieuwe bladeren zich uit rollen. En omdat tonvarens al vrij zeldzaam zijn, zijn deze varenschoteltjes dat nog meer.

 bomenKurkiep12 mrt 2017maart

Kurkiep, 12 mrt 2017

 kurkiep

De meeste mensen zijn wel bekend met de kurkeik, die in mediterrane landen groeit. Zijn kurkschors kan wel 3-5 cm dik worden. Maar de schors van de meeste bomen bevat kurk als isolatie materiaal. De ene boom meer dan de ander. Een soort die in Nederland groeit met opvallende kurklijsten is de iep. Deze week kwam ik een fraai exemplaar tegen met dikke kurklijsten, die daarnaast ook nog eens massaal in bloei stond. Iepen zijn zgn naaktbloeiers. Ze bloeien en maken zaad voordat ze in blad komen. En op elk plek waar een blad komt zat een bloem(foto).Gek genoeg bleek bij verder nazoeken dat de opvallende kurklijsten geen soortskenmerk zijn. Ze komen voor bij de gladde iep, maar ook bij de ruwe iep en de kruising daar van die de Hollandse iep wordt genoemd. Deze kurklijsten zouden een isolerende functie kunnen hebben, maar ook een rol kunnen spelen om vraat te ‘demotiveren’. Iepen

hebben nl een zeer voedzame bast, die bij veel dier- en insecten soorten erg gewild is. In tijden van voedselschaarste werd zelfs door mensen iepenbast in voedingsmiddelen verwerkt.

Bijzonder

Een iep met kurk lijsten is dus waarschijnlijk een gladde iep, maar in de winter zijn iepensoorten niet met zekerheid te determineren. De massale bloei geeft aan dat de iep een windbestuiver is. Windbestuivers moeten enorme hoeveelheden pollen produceren om er een paar op een andere bloem te krijgen. En bladeren zitten bij windbestuiving alleen maar in de weg. Iepen zaden hebben de vorm van een muntstukje. En veel mensen denken dat de groene muntjes de bladeren zijn. Als deze zaden dan na 2 weken afrijpen en er kruiwagens vol met bruine zaden door de straat waaien denken sommige mensen dat de bomen hun blad verliezen en ziek zijn, maar kort daarop komen dan pas de echte bladeren. Alle iepenbladeren kenmerken zich door een gezaagde rand en een scheve bladvoet: dwz de linker en de rechterkant van het blad bij de blad steel zitten ongelijk.

Waar

Iepen komen op het hele noordelijk half rond voor.

 bomenGewone Esdoorn13 mrt 2016maart

Gewone Esdoorn, 13 mrt 2016

 gewoneesdoorn

Op de woensdag voor 21 maart wordt in heel Nederland de Nationale Boomfeestdag gehouden. Bij veel scholen en in parken worden dan ceremonieel bomen geplant om de waarde van bomen te onderstrepen. De waarde van bomen wordt niet alleen door hun aantal bepaald, maar eerder door hun kroonvolume en ecologische relaties met andere soorten: een kroon van een gekapte boom van 10 x 10 x 10 meter, heeft dan een waarde van 1000, en dat wordt niet gecompenseerd door een boom met een kroon van 1 x 1 x 3 meter met een waarde van 3! (zoals maar al te vaak gebeurt). Ook veel burgers die hun tuin liever bestraten omdat dat ′makkelijker′ is, doen zichzelf, de flora en fauna en de samenleving tekort (omdat al die bestrate oppervlaktes grote problemen geven met opvang van regenwater). Daarom is De Heimanshof al 9 jaar geleden gestart met de boomweggeef-traditie: uit de tuin en de gebieden onder beheer van MEERgroen

verzamelen we boompjes die meerwaarde in tuinen en terreinen hebben. Dit jaar zijn er tussen 16 maart en 1 april 10.000 boompjes van 60 soorten te vergeven. De enige tegenprestatie die verlangd wordt voor het natuurvriendelijk inrichten van uw eigen terrein, is het lid worden of sponsoren van De Heimanshof.

Bijzonder

Een van de best uitzaaiende soorten in Nederland is de Gewone Esdoorn. De esdoorn is een soort die 35m hoog en 500 jaar oud kan worden en opvalt door z′n vlammende herfstkleuren. Esdoornbladeren zijn kenmerkend handvormig ingesneden met groffe punten (foto) en de zaden bestaan uit dubbel gevleugelde ′helikoptertjes′. Esdoorns kunnen last hebben van een schimmel die ronde zwarte vlekken op de bladeren geeft. De meeste van de weggeef-esdoorns komen uit het Groenendaalse bos, waar een paar moederbomen miljoenen zaailingen hebben geproduceerd, die niet in de smaak vallen van de Schotse Hooglanders die er grazen.

Waar

De Esdoorn komt oorspronkelijke uit Zuid-Europa, maar voelt zich al sinds de Middeleeuwen in onze regio op elke bodem thuis, zolang die niet te nat is.

 insectenRoodwitte celspin7 mrt 2016maart

Roodwitte celspin, 7 mrt 2016

 roodwittecelspin

De afgelopen tijd zijn we op De Heimanshof bezig met het bouwen van een nieuwe natuurmuur. Die bouwen we van stenen die elders niet meer van pas komen. De tegels, klinkers en andere minder mooie stenen vormen de achterwand en aan de voorkant en bovenop komen mooie natuurstenen met daartussen planten. Al met al gaat het om tienduizenden stenen. Bij het af- en opstapelen kwamen vele diertjes te voorschijn: pissebedden, duizendpoten, wormen en wat vandaag erg opviel was een aantal soorten wolfspinnen. De meeste mensen kennen vooral webspinnen zoals de kruisspin. Maar zoals altijd in de natuur zijn er vanuit het ′spinnenconcept′ weer talloze soortvertakkingen ontstaan. Een van de grotere spinnenfamilies bestaat uit wolfspinnen. Zij maken geen web, maar vangen hun prooi door ze te bespringen. De celspinnen binnen

die groep kunnen wel draden spinnen, maar gebruiken die om voor zichzelf een cel te spinnen, van waaruit ze in hinderlaag liggen.

Bijzonder

We kwamen wel 3-4 soorten overwinterende wolfspinnensoorten tegen, maar de meest herkenbare daarvan was een rode spin met een bleek opgezwollen achterlijf, dat ongetwijfeld vol zat met eitjes. En dat was dus de Roodwitte celspin. Het bijzondere van deze spin is dat hij (vrijwel) uitsluitend leeft van pissebedden. Om door het stevige pantser van die pissebedden heen te komen, is deze spin uitgerust met vervaarlijke kaken(foto). Deze kaken, die bij vrouwtjes soms een halve cm. lang zijn, kunnen ook door onze huid steken en pijnlijke blaasjes geven. Het is een nachtjager die slecht ziet met z′n 6 oogjes. De vrouwtjes kunnen ruim 2 cm. groot worden en zijn - zoals bij alle spinnen - aanmerkelijk groter dan de mannetjes.

Waar

De Roodwitte celspin komt bijna wereldwijd voor in de gematigde streken. Dat komt omdat hij met de mensen is meegelift. Oorspronkelijk zou de soort uit Zuid Europa of Noord Afrika komen. Zijn leefgebied is tussen stenen, tussen rottend hout en in composterend materiaal.

 paddenstoelenBeukendopgeweizwam21 mrt 2015maart

Beukendopgeweizwam, 21 mrt 2015

 beukendopgeweizwam

Afgelopen week was de nationale boomfeestdag en dus liep ik te zoeken naar een onderwerp over bomen: Het bomenpad in het Haarlemmermeerse bos is heropend, de 14 routes langs monumentale bomen om ’bij weg te dromen’ zijn gelanceerd en op De Heimanshof staan tot 1 april10.000 gratis boompjes van 54 soorten klaar om mee te nemen. Een van de soorten die we dit jaar in grote getalen beschikbaar hebben, (2500) zijn beuken. Die beuken groeien uit beukenootjes, waarvan er in sommige jaren miljoenen zijn per boom. Als er zo’n top jaar van beukenootjes is, worden lang niet al die nootjes een boom: muizen, eekhoorns, vogels eten het gros op. Maar ook op andere manieren komen de beuken aan hun eind. En dat brengt me op het eigenlijke onderwerp van deze week: de superspecialisten: de natuur zit zo mooi en ingewikkeld in elkaar dat er overal waar er wat te halen valt, soorten

ontstaan die er gebruik van maken. Een van die superspecialisten is de Beukendopgeweizwam (foto). Dat is een verwant van het zeer algemene gewone geweizwammetje wat op oude stronken groeit. Deze soort groeit alleen op de schillen van beukennootjes en dan nog alleen als die onder een laag bladeren liggen.

Bijzonder

De beukendop geweizwammetjes lagen in een dikke laag strooisel onder een beuk in Burgerveen en zijn prachtig gefotografeerd door Laurens v/d Linde, die al vaker leuke ontdekkingen heeft vast gelegd. De natuur zit vol met de superspecialisten. Maar je moet er een oog voor ontwikkelen om ze te ontdekken: een schotelzwammetje dat ook alleen in een leeg beukendopje groeit; de rupsendoder, een zwam die alleen op vlinderpoppen groeit en de larvendoder die alleen op de larve van de spinnende water kever leeft; en uit de insectenwereld: hyperparasieten: zeer kleine sluipwespen die leven op de larven en poppen van al zeer kleine sluipwespen die bv op bijen en vliegen parasiteren.

Waar

De beukendopgeweizwam groeit alleen op vochtige beukendopjes onder een laag strooisel.

 kleine dierenHuisspitsmuis12 mrt 2015maart

Huisspitsmuis, 12 mrt 2015

 hhuisspitsmuis

Bij het tuinieren met de ouders en kinderen van de Jeugdnatuurclub ontstond er hilariteit toen de kinderen een dode muis op het pad ontdekten. Deze veldmuis bleek een spitsmuis te zijn. Hij had wat bloed aan zijn kop, wat er op wijst dat een kat hem gedood had. Omdat hij witte tanden had en zowat egaal grijs was, gaf aan dat het een huisspitsmuis een geen veldspitsmuis was. Het controleren van de kleur van de tandjes gaf weer hilariteit , want ‘alle dode dieren zouden vies zijn’. Maar de bloeddruppels gaven aan dat het dier niet langer dan 2 uur dood was: Hoezo vies? Er worden tientallenkeren per jaar dode mollen en (spits) muizen aangetroffen. De goed doorvoede katten die De Heimanshof als jachtgebied uitkiezen doden ze uit jachtdrift, maar zeker spitsmuizen vinden ze na een uur spelen, niet om te pruimen. Spitsmuizen scheiden

nl een nare muskusachtige geur af. Alleen uilen en dan vooral de kerkuil hebben daar geen moeite mee.

Bijzonder

Spitsmuizen zijn geen echte muizen. Het zijn insecteneters. Ze leven in het wild meestal niet langer dan 1.5 jaar. Na 3 maanden zijn ze volwassen en kunnen dan wel 5 worpen van zo’n 4 jongen krijgen per jaar. Je kunt de leeftijd van dieren meten in jaren, maar ook in hartslagen. De meeste zoog dieren krijgen ongeveer het zelfde aantal harslagen mee bij hun geboorte. Sommige (grote) walvissen doen er 300 jaar over om die op te gebruiken. Wij als mensen een jaar of 80, maar de spitsmuis 1 of 2 jaar. Ze hebben dan ook een razend intensieve hartslag van 1000- 2000 slagen per minuut. Een spitsmuis kan zich dan ook letterlijk doodschrikken. Spitsmuizen zijn de kleinste zoogdieren. Om zich warm te houden, verstoken ze heel veel energie en moeten daarom dagelijks minstens hun eigen gewicht aan voedsel innemen en hebben zeker geen tijd voor een winterslaap.

Waar

Een huisspitsmuis komt wel vaak in de buurt van huizen voor, maar leeft meestal gewoon in tuinen en velden. Hij komt voor in Noord Afrika en West, Midden en Zuid Europa.

 insectenwc-motmug7 mrt 2015maart

wc-motmug, 7 mrt 2015

 wcmotmuggestippelde

U bent van mij gewend om intrigerende natuurverschijnselen overal vandaan te toveren. Deze week een tropische soort die recentelijk (10 -20 jaar geleden of zo) is meegelift met internationale reizigers.

Zijn levenscyclus is niet heel appetijtelijk, want hij legt z’n eitjes (soms massaal) in de slijmerige prut van gootsteen- en wc-zwanenhalzen. Daar kauwen de larfjes zich door die prut. De volwassen exemplaren houden zich in en bij gootstenen en wc-potten op. Daar kunnen ze jaar rond aangetroffen worden.

Ze heten motmuggen. En om preciezer te zijn wc-motmuggen.

Het zijn circa 5 mm grote zwarte insecten met donkere zware beharing. Die beharing valt af als ze wat ouder worden.

Er zijn inmiddels 2 soorten bekend: de gestippelde wc motmug, die zijn vleugels horizontaal houdt en rijen witte stippels op de randen heeft (foto) en de gewone wc-motmug

die wat kleiner is zonder stippen en die zijn vleugels dakpansgewijs boven zijn lichaam houdt.

In de zomer kunnen de wc-motmuggen ook buiten leven. Daar worden ze soms aangetroffen in compostvaten en -hopen, vooral als deze vol met natte inhoud zitten.

Hoewel hun larvale stadium zich niet afspeelt in de meest fantasievolle omgeving, brengen ze voor zover bekend geen ziekten en plagen met zich mee.

Bijzonder

De wc-motmuggen ken ik zelf al een jaar of 10, maar naar nu blijkt stonden ze tot voor kort niet eens geregistreerd als een soort die in Nederland voorkomt. Dat heeft waarschijnlijk meer te maken met de aandacht voor deze soortgroep dan met hun daadwerkelijke voorkomen.

De levenscyclus van de motmuggen is heel snel: van ei tot volwassen exemplaar duurt ca. 17 dagen. De motmugjes zelf leven ca 10 dagen en na ongeveer 9 uur kunnen ze zich al voort planten met 200-300 eitjes per vrouwtje. Dat kan in korte tijd duizenden nakomelingen opleveren.

Waar

Voor het waarnemen van motmugjes hoeft u de deur niet uit. Ze leven in gootstenen, wcpotten en blubberige composthopen.

 vogelsKleine Bonte Specht23 mrt 2014maart

Kleine Bonte Specht, 23 mrt 2014

Kleine_Bonte_SpechtIedereen kent inmiddels wel de Grote Bonte Specht.
Deze soort heeft zich de laatste 10- 20 jaar zo aan een stedelijke omgeving aangepast dat zijn verschijning vooral in wat oudere wijken gewoon is geworden.
Een 2e spechtensoort (waarmee ik deze column in 2006 ben begonnen) is de groene specht. In 2006 kende ik slechts 3 - 4 paartjes in de polder. Inmiddels ben ik de tel bij minstens 50 kwijt. Deze specht is zo schuw en goed gecamoufleerd dat je hem eigenlijk alleen opmerkt door zijn opvallende roep: een keiharde, uitdagende kakelende lach. Alsof je uitgelachen wordt.

De laatste tijd is er weer een nieuwe spechtensoort aan het verschijnen: De kleine bonte specht. Dit voorjaar kreeg ik een aantal meldingen uit Hoofddorp en

het Haarlemmermeerse Bos. Een reden dat spechten in aantal toenemen, is dat zij profiteren van het feit dat we tegenwoordig toleranter zijn in het laten staan van dode bomen en takken. In de ogen van een ecoloog is het nog lang niet genoeg. Zie De Heimanshof. Als dit hout van allerlei soorten bomen versnipperd wordt, dan profiteren slechts een paar soorten. Als we de verschillende houtsoorten in 10 - 40 jaar op natuurlijke wijze laten gaan, profiteren honderden of zelfs duizenden soorten.

Bijzonder

Een van die soorten is de kleine bonte specht, nauwelijks groter dan een mus, die houdt van kleinere takken die op de grond liggen, terwijl zijn grote neef grote takken hoog in de boom prefereert. De kleine bonte specht kwam niet of nauwelijks in het open laagland van Holland voor. Wel in de bossen van Oost- en Zuid Nederland en in de duinen. Het lijkt er nu op dat er een soort overloop van de duinen naar onze polder aan de gang is. Dat hebben we 3 jaar geleden ook zien gebeuren met de boomklever.

Waar

Er zijn kleine bonte spechten gemeld uit het Haarlemmermeerse Bos en uit Pax. Als deze soort in onze polder ook een broedplek vindt, zou dat weer een verrijking van onze flora en fauna zijn. Graag hoor ik meldingen daarvan.