bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Merel(sterfte), 22 sep 2018

 merel

De aanleiding voor deze column is het feit dat ik normaliter 10-12 merels rond mijn huis heb die de druiven van onze gevel plunderen. Dit jaar is niet alleen een uitzonderlijk goed (zoet) druivenjaar, er wordt ook helemaal niet van gegete, terwijl ze voor de zomer wel de bessenstruiken leeg aten. Dat geeft mij het angstige gevoel dat de gevreesde Usutu merelziekte nu ook (half augustus) de Haarlemmermeer bereikt heeft. Graag reacties van lezers of dit kunnen bevestigen of andere ervaringen hebben. Het Usutu-virus komt uit Afrika en wordt verspreid door muggen. Het virus is via trekvogels naar Europa overgebracht, waar het 2001 voor het eerst opdook in Oostenrijk. Vanuit daar verspreidde het zich over Europa, met in 2012 een massale slachting onder de merels in Duitsland tot gevolg. Meer dan 300.000 vogels stierven. In sommige Duitse steden was de sterfte zo massaal

dat de merels praktisch verdwenen waren uit de tuinen en parken. In 2016 bereikte het zuid-oost Nederland.

Bijzonder

De merel is een van de meest algemene zangvogels in Nederland en zeker in stedelijk gebied. Maar dit was niet altijd zo. Tot ca 1900 was de merel een schuwe bosvogel. Ze leefden teruggetrokken in dichte loofbossen van Europa. Bij elk kleinste teken van gevaar trokken ze zich in het dichte kreupelhout terug en waarschuwden ze met hun typische alarmroep de andere bosbewoners. Ze hebben zich echter ontwikkeld tot cultuurvolgers en komen nu vrijwel overal in tuinen voor. Merels zijn alleseters en voeden zich onder meer met wormen, insecten, bessen, brood, zaden, afval en diverse soorten vogelvoer. De merel is een uitbundige zanger en zingt vaak vanaf een hoog punt. Het mannetje zingt vanaf februari, vooral ’s morgens, ’s avonds en bij regen.

Waar

De merel komt van nature voor ten zuiden van de poolcirkel in heel Europa en grote delen van Azië. Elders is de merel ook uitgezet en in Australië en Nieuw-Zeeland wordt hij gezien als een plaag. Afgezien van de noordelijkste populaties zijn merels meestal geen trekvogels.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 6 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 kleine dierenHuisspitsmuis27 feb 2010februari

Huisspitsmuis, 27 feb 2010

 huisspitsmuis

Aangemoedigd door vele sporen in de sneeuw hebben we met de jeugdnatuurclub een muizenonderzoek in De Heimanshof uitgevoerd met vallen waar je muizen levend in vangt. Eén van de aangetroffen soorten was de huisspitsmuis. Spitsmuizen zijn geen echte muizen, want dat zijn knaagdieren. Spitsmuizen jagen op insecten, larven, pissebedden, slakken, wormen en ze eten ook jonge muizen en aas. De huisspitsmuis maakt op een beschutte plaats als een composthoop een nest van droog gras en bladeren. De huisspitsmuis is socialer dan de meeste spitsmuizensoorten. In de winter kunnen tot 6 exemplaren dezelfde slaapplaats gebruiken en beide ouders zorgen voor de jongen. Bij de eerste verkenningen buiten het nest neemt moeder de jongen op sleeptouw waarbij ze zich aan elkaar vasthouden: dit heet karavaangedrag. De huisspitsmuis is vooral ´s nachts actief, maar omdat hij per dag zijn eigen lichaamgewicht moet eten is hij ook overdag actief. Dat gaat op en af in periodes van een half uur.

Bijzonder

Spitsmuizen behoren met 6-14 gr. tot de kleinste zoogdieren (een brief weegt 20 gr.) De huisspitsmuis heeft net als andere spitsmuizen muskusklieren, waarmee hij een vrij penetrante geur verspreidt. Hierdoor worden ze door de meeste roofdieren niet graag gegeten, behalve door de kerkuil. Spitsmuizen hebben een extreem hoge hartslag: tot 600 slagen per minuut. Hierdoor leven ze ook relatief kort, maximaal 2,5 jaar. Spitsmuizen hebben een cloaca: een primitieve uitgang van zowel het voortplantings- als het spijsverteringsstelsel. Bij de meeste zoogdieren zijn deze uitgangen gescheiden. Ook is hun speeksel giftig.

Waar

De huisspitsmuis komt voor in braakland, weilanden, hooilanden en wegbermen. Zoals de naam al aangeeft, is deze soort niet mensenschuw en komt hij dichtbij huizen, in tuinen en parken voor. In de winter concentreren de dieren zich op voedselrijke plaatsen, zoals composthopen, in en rond stallen en soms zelfs in huizen. Huisspitsmuizen komen overal voor in Europa.

 huisspitsmuis2

 vogelsBrandgans20 feb 2010februari

Brandgans, 20 feb 2010

 brandgans1

Met alle sneeuw van deze winter is het in het luchtruim boven de Haarlemmermeer niet alleen druk met vliegtuigen. Nederland is namelijk een belangrijk toevluchtsoord voor allerlei soorten ganzen uit het hoge noorden. Een van de talrijkste en meest opvallende soorten in Nederland is de brandgans. Een groot gedeelte van de wereldpopulatie overwintert in Nederland. Afhankelijk van de vorst en de sneeuwgrens verplaatsen veel ganzen zich tussen het Waddengebied, Flevoland, de veenweiden van Holland en de Zeeuwse Delta. Bij die verplaatsingen treken er vaak grote groepen over de Haarlemmermeer en komen ook hier op akkers en weilanden fourageren. De brandgans is door zijn contrastrijke zwart-witte verenkleed ook in de lucht goed te herkennen.

Bijzonder

Brandganzen eten vooral gras, maar ook mos en ongebruikelijk voor ganzen ook veel zaden. Het eiwit daarvan wordt verteerd, en het groene gras zelf wordt weer uitgescheiden. Ze eten vooral overdag en tegen het

vallen van de avond zoeken ze een veilige rustplaats. Tijdens de poolzomer zijn ze 24 uur per dag actief, om hun jongen te beschermen en om reserves op te bouwen voor de trek naar het zuiden.

Waar

De brandgans broedt op rotskusten op Groenland, Nova Zembla en Spitsbergen. Tegen roofdieren bouwt de vogel zijn nest op een plaats die meestal alleen vliegend te bereiken is. Er zijn brandganzen die ook in Nederland broeden. Net als bij Canadese ganzen en Nijlganzen stammen deze af van uit parken ontsnapte dieren. De vogels overwinteren, vaak in groepen van duizenden vogels, vooral in Friesland, het Deltagebied, Noord Groningen en de Dollard. In de wintermaanden worden er honderdduizenden exemplaren waargenomen. Het maximum aantal in één groep was 150.000. Over de Haarlemmermeer vliegen vooral de inheemse grauwe en nijlganzen. Maar ook groepen brandganzen kunnen van tijd tot tijd worden waargenomen en bij het Kunstfort verblijven ´inheemse´ brand- en Canadese ganzen jaarrond.

 brandgans

 vogelsBlauwe Kiekendief14 feb 2010februari

Blauwe Kiekendief, 14 feb 2010

 blauwe-kiekman

Natuurwaarnemen kan zo eenvoudig zijn als het over de A4 rijden, terwijl er een grote roofvogel overzweeft met v-vormig omhooggehouden vleugels en een witte stuit. Dat is een beeld dat ´s winters vaker te zien is dan zomers. In de winter komen namelijk de Skandinavische blauwe kiekendieven naar ons land en dat zijn er veel meer dan de100 paar die nog in ons land broeden. Bij de kiekendieven zijn de mannetjes en de vrouwtjes verschillend gekleurd. Het mannetje is blauwgrijs met zwarte vleugelpunten en die witte stuit, terwijl de vrouwtjes en de onvolwassen dieren bruin gekleurd zijn. Maar die zweefvlucht met opgeheven vleugels en de witte stuit zijn onmiskenbaar. Muizen en zangvogels staan meestal op het menu in maar ook grote prooien, zoals konijn en fazant.

Bijzonder

De blauwe kiekendief was vroeger een vrije algemene broedvogel. Door het in cultuur brengen van het land is de soort steeds meer naar uithoeken verdreven. De soort zit nu als broedvogel

in de gevarenzone in Nederland en staat op de rode lijst van bedreigde soorten als gevoelig. Die achteruitgang komt o.a. door het verdwijnen van geschikte leefgebieden, maar ook doordat de vogel vaak broedt in weilanden, waar regelmatig eieren en jongen verloren gaan als het gras wordt gemaaid. De populatie floreerde tijdelijk in de jaren tachtig door het droogleggen van de Flevopolders.

Waar

Blauwe kiekendieven leven in open, vochtige gebieden. Zij zoeken hun voedsel en maken hun nest bij voorkeur in moerassen met een lage, dichte vegetatie en brede rietkragen en in kruidenrijke akkerranden. De meeste Blauwe Kiekendieven broeden op de Waddeneilanden en rond de Oostvaardersplassen, maar elk jaar broeden er ook één of meer paar in de akkers onze polder, samen met de laatste bruine kiekendieven (hierover is al een column verschenen). Door het steeds verder ´omvormen´ van akkerland is er een gerede kans dat we de kiekendieven als Haarlemmermeerse soorten gaan verliezen.

 blauwekiekvrouw

 plantenWrangwortel6 feb 2010februari

Wrangwortel, 6 feb 2010

 wrangwortelgroot

Na de donkere dagen rond kerst en zeker door de ruimhartige portie sneeuw van deze winter, hebben velen behoefte aan het voorjaar. Voor wie het wil zien, zijn voorjaarstekenen al volop aanwezig. Met de jeugdclub van de Heimanshof zijn we daarom met het jaarlijkse fenologieproject gestart: we houden voor vogels bij wanneer de eersten gaan zingen of terugkomen uit het zuiden, voor insecten wanneer ze voor het eerst uit de winterrust komen en voor planten wanneer de eerste bloemen per soort verschijnen. Er gaat dan een wereld open: sinds half december bloeit de reuzensneeuwklok, sinds 2 weken de boerensneeuwklok en sinds vandaag de winteraconiet. En ook de de wrangwortel staat op het punt van bloeien. Wrangwortel is een zeer zeldzame rode lijst soort uit de kerstroosfamilie. Het is een plant die in al zijn onderdelen giftig is. Zelfs wrijven aan de plant kan irritatie geven, net als bij zijn naaste familielid: het stinkend nieskruid. De plant bloeit in de winter met groene bloemen.

Bijzonder

Voor de vreemde naam

zijn twee verklaringen: 1: Wrang is het droogstaan van de koeien. Dit wordt veroorzaakt door een bacterie die een ontsteking veroorzaakt in de uier. Vroeger werd een stukje wortel van de wrangwortel onder de huid aangebracht om deze ontsteking te genezen. 2: Van een uitspraak van Eli Heimans (naamgever van De Heimanshof): ´doet iemand een hap in de wortel in de mening een delicatesse voor zich te hebben, dan krijgt men het gevoel alsof zijn tong wordt rondgedraaid en uitgewrongen en de tanden met geweld achterste voren in de kaken worden gedraaid´.

Waar

Wrangwortel is een bergplant uit Midden- en West-Europa, die in Nederland zijn noordelijkste verspreiding heeft. De plant wordt gerekend tot de stinsenplanten en groeit in het wild in Limburg en in het rivierengebied. Elders staat hij vooral in heemparken en buitenplaatsen. In de Haarlemmermeer houden we ons aanbevolen voor informatie over groeiplaatsen

 wrangwortel

 paddenstoelenReuzenchampignon3 feb 2010februari

Reuzenchampignon, 3 feb 2010

 reuzenchampignon

Naast De Heimanshof probeer ik mij nuttig te maken met de verbouw van biologische streekgroenten. Mijn grote afnemer is het Restaurant Vork en Mes, het enige restaurant dat met hun hoofdmenu ´Laat je verrassen´ in staat is gebleken om de eindeloze variatie die de natuur van week tot week produceert in een leuk menu om te zetten. Natuurlijk passeren ook de wekelijkse bijzonderheden in de wilde natuur de revu. En elke keer als er weer een leuke (dwz eetbare ) paddenstoel massaal ergens verschijnt (b.v. de geschubde inktzwam, de reuzenbovist of de judasoor) , smeken de koks mij om ze mee te nemen. Helaas voor hen, ben ik daar tot op heden niet op in gegaan. Wel lever ik ze zevenblad, daslook, vogelmuur en brandnetel uit het seizoen, maar wilde paddenstoelen gaat mij nog een stap te ver. Daarom zijn we uit arrenmoed over gegaan op het kweken van paddenstoelen en wel oesterzwammen, die het prima doen op tot de kern natgemaakte strobalen. Maar toen. Wat verscheen er in de eigen groentetuin voor het restaurant deze week:

een groot aantal dicht opeen groeiende clusters van grote paddenstoelen met donkere sporen, en een geschubde hoed van wel 15 cm in diameter. Het was al snel duidelijk dat het in ieder geval een soort wilde champignon moest zijn (die vrijwel altijd eetbaar en smakelijk tot zeer smakelijk zijn) en de meest waarschijnlijke soort was de grootsporige champignon..

Bijzonder

De Grootsporige champignon is de grootste van de ongeveer 15 wilde champignon soorten. Hij kan een hoeddoorsnede van wel 25 cm hebben, maar wordt meestel 10-20 groot. De soort is zeer zeldzaam en staat als kwetsbaar op de rode lijst van beschermde paddenstoelen. Het is een zeer smakelijke paddenstoel. De grootsporige champignon is vleziger dan de gekweekte champignon.

Waar

De Grootsporige champignon groeit van augustus tot en met oktober op grazige bij voorkeur lemige gronden. Tot op heden was deze soort niet bekend uit de Haarlemmermeer.

 reuzenchamp2

 plantenSteenbreekvaren24 feb 2008februari

Steenbreekvaren, 24 feb 2008

 steenbreekvaren

Steenbreekvarentjes zijn rotsplanten, met een voorkeur voor beschaduwde vochtige noordhellingen. Soms staan ze ook op de zonkant, maar dan moet de standplaats vochtig genoeg zijn. De naam komt van de misvatting dat deze varen stenen zou splijten en verweren. De werkelijkheid is anders. Alleen als stenen en met name het cement ertussen verweerd is, maakt de plant een kans om zich te vestigen. Het is een fraai plantje dat zomers en ’s winters groen blijft. De geveerde bladen zijn meestal 20 cm lang. De blaadjes vallen in het 2e jaar van de nerf. De steenbreekvaren heeft net als andere varens en mossen geen bloemen, maar vormt sporen. De sporen zijn rijp tussen mei en oktober.

Bijzonder

In Nederland komt de steenbreekvaren vooral voor op oude muren met verwerend cement. De Nederlandse neiging om alles netjes te restaureren en op te knappen is de grootste bedreiging. De soort staat in Nederland op de Rode lijst van bedreigde soorten. Dit lot staat ook binnenkort 33 steenbreekvarens in Haarlem te wachten. De gemeente Haarlem zoekt naar een alternatieve locatie. Mogelijk komen deze

als logee’s in De Heimanshof terecht of elders in de Haarlemmermeer.

Waar

De steenbreekvaren komt overal ter wereld in gematigde streken voor. Omdat In Nederland zo weinig rotsen voorkomen, is de soort zeldzaam in Limburg en daarbuiten zeer zeldzaam. Op waarneming.nl worden 92 vindplaatsen in Nederland vermeld, waaronder geen enkele in de Haarlemmermeer. Toch komt het plantje hier voor. Natuurlijk is het plantje te bewonderen in De Heimanshof. Maar ook in het wild is 1 vindplaats bekend op één van de oude vervallen sluisjes in de Geniedijk. Daar staan sinds lange tijd een stuk of 4 kleine plantjes en een groot cluster van vele planten (totaal 50?) . Ook in de Haarlemmermeer is het niet denkbeeldig dat de oude muren in de Geniedijk gerestaureerd gaan worden. Indien dit niet zorgvuldig gebeurt met in achtneming van de regels van de Flora en Fauna wet zal onze unieke steenbreekvaren zeker het loodje leggen. En niet alleen de steenbreekvaren maar ook andere muur- en rotsplanten zoals de muurvaren. Graag worden we daarom op de hoogte gesteld van andere groeiplaatsen van deze en andere muurplanten.

 steenbreekvarenhmeer2

 kleine dierenHaas17 feb 2008februari

Haas, 17 feb 2008

 haas

Op dit moment verzamelen de hazen zich in kleinere en grotere groepen voor het paringsritueel. Bij Schiphol- Rijk zag ik er 30 bij elkaar. De haas is vooral een nachtdier. Overdag ligt hij meestal plat tegen de grond. Hij is zeer honkvast binnen zijn leefgebied van zo’n 300 ha en raakt daarbuiten in stress. De paartijd ("rammeltijd") loopt van januari tot april. Als meerdere rammelaars op een moerhaas afkomen, vechten zij om het recht om te paren. Deze gevechten lijken op kickboksen. Na een tijdje zal de moer wegrennen. Alleen voor de grootste volhouder zal zij stoppen. De haas krijgt 1-4 worpen per jaar. De jongen zijn nestvlieders. Pasgeboren haasjes zijn geheel geurloos, zodat roofdieren ze niet kunnen ontdekken. Een moeder zoogt ze slechts 5 minuten per dag, meestal na het invallen van het donker. Jonge haasjes die alleen aangetroffen worden, zijn

dus niet verlaten en kunnen het beste met rust gelaten worden.

Bijzonder

Een haas drinkt zelden en haalt het meeste vocht uit zijn voedsel. Het gedrag van hazen zijn in het vroege voorjaar is zo wild en onvoorspelbaar dat de uitdrukking "as mad as a March hare" is ontstaan. Tijdens de vlucht kan hij sprongen maken van 3,5 meter lang en 1,5 meter hoog en snelheden tot 75 kilometer per uur halen.

Waar

Hazen leven het liefst in open grasvlakten met een gevarieerde begroeiing De haas is een cultuurvolger. Oorspronkelijk komt hij uit de Midden- en Oost- Europese steppen. Door de opkomst van landbouw heeft hij het grootste deel van Europa weten te veroveren. De haas is geen bedreigde soort maar heeft veel te leiden van moderne landbouw, verkeer en ziekte. Een haas kan 13 jaar oud worden, maar haalt gemiddeld 1 jaar.

Terugmeldingen

Van de 15 zeldzame velduilen op Toolenburg- Zuid heeft zich 1 exemplaar te pletter gevlogen tegen de ruiten van een kantoor bij de President.

 vogelsAalscholver10 feb 2008februari

Aalscholver, 10 feb 2008

 aalscholver

Jaarlijks komen er meer aalscholvers naar de Haarlemmermeer. Hun naam is misleidend, want paling vormt maar een zeer klein deel van zijn menu, dat vooral uit brasem en voorn bestaat. Commercieel is de brasem niet interessant en aalscholvers vormen dus niet of nauwelijks een concurrent van de binnenvisserij. Wel weten ze in de winter feilloos de plekken te vinden waar vissen overwinteren. Zo’n plek bezoeken ze tot alle vissen van de voor hun geschikte jaarklassen op zijn. Hun dagrantsoen van 0.5 - 1 kg bestaat uit zo’n 5-10 vissen. De ongeveer 250 vogels die onze polder bezoeken eten dus zo’n 125-250 kg vis per dag. Door de vermeende concurrentie om paling is de aalscholver erg vervolgd, waardoor er rond 1960 minder dan 1000 paar over waren. Door bescherming, maar ook door toename van hun prooidieren

(fosfaat), heeft de stand zich weten te herstellen tot zo’n 20.000 broedparen verdeeld over 25 kolonies.

Bijzonder

Aalscholvers broeden in kolonies, meestal in moerasbossen met elzen. Door de uitwerpselen van de aalscholvers, die rijk zijn aan salpeterzuur, sterven de bomen waarin de nesten worden gemaakt. Anders dan de meeste andere watervogels, bevat hun verenkleed slechts zeer weinig vet. Daardoor is het niet waterdicht en wordt een duikende aalscholver drijfnat. De vogels drogen zich door met kenmerkend half gespreide vleugels op een paal of in een boom te gaan zitten.

Waar

Aalscholvers komen wereldwijd voor. Onze vogels trekken alleen in heel koude winters weg naar Frankrijk en Spanje tot in Tunesië. In normale winters worden onze vogels aangevuld met dieren uit vooral Denemarken. Waar vossen leven, broedt de aalscholver in bomen. Op eilanden, zoals Vlieland, wordt ook op de grond gebroed. Het belangrijkste broedgebied is rond het IJsselmeer. De grootste kolonie is in de Oostvaardersplassen (8400 paar). Op het IJselmeer wordt meestal in grote groepen samen gejaagd. Daarbuiten, zoals in de Haarlemmermeer, wordt vooral solitair gevist.

 paddenstoelenKrulhaarkelkzwam1 feb 2008februari

Krulhaarkelkzwam, 1 feb 2008

 krulhaarkelkzwam

Paddenstoelen hebben de naam dat ze vooral in de herfst groeien. Maar niets is minder waar. Er zijn paddestoelen die elk jaar in april opduiken (b.v de cedergrondbekerzwam, waar deze column mee begon), of in mei (morieljes) en zo zijn er ook zwammen die een voorkeur hebben voor het eind van de winter. Een voorbeeld daarvan is de spectaculair gekleurde krulhaarkelkzwam, die nu voor het derde opeenvolgende jaar in de Heimanshof z’n kopje boven de grond steekt. De kelk van deze zwam is prachtig oranjerood gekleurd. De echte gemeenschappelijke noemer voor het opduiken van paddestoelen is dat het erg vochtig moet zijn. En dat is het de afgelopen weken weer geweest. Op sommige plaatsen stond het grondwater 10-15 cm boven het maaiveld. Hoewel die nattigheid niet leuk is, is het opduiken van deze prachtige paddestoel, die wat mij betreft ook vuurbekerzwam mag heten, een pleister op de wonde. Z’n kelkjes zijn zo’n 2 tot maximaal 5 cm groot, voelen aan als kraakbeen hebben geen geur of smaak en zijn niet eetbaar

(giftig).

Bijzonder

De krukhaarkelkzwam lijkt als 2 druppels water op de rode kelkzwam. Alleen door microscopisch onderzoek kunnen de soorten onderscheiden worden. Hierbij heeft de rode kelkzwam rechte haren op de buitenkant van de kelk en de krulhaarkelkzwam wollig in elkaar gedraaide haren. Beide soorten komen voor, op in de grond begraven takjes van wilg, els, es of esdoorn in voedselrijke loofbossen en leven van het hout dat ze verteren.

Waar

De krulhaarkelkzwam is zeldzaam in Nederland en de rode kelkzwam zeer zeldzaam. Opvallend is dat de soorten vaak samen voorkomen (zijn het dan wel 2 soorten?).

Waar

ze voorkomen komen ze soms massaal voor zoals in vochtige bossen. Vooral uit Flevoland zijn een aantal van dergelijke plekken bekend en ook een uit het Amsterdamse Bos.

Terugmeldingen

Op tenminste drie plaatsen in de Haarlemmermeer zijn ijsvogels teruggekomen na het smelten van het ijs. Het feit dat ze zich daar nu (met het voorjaar in de lucht) voor langere tijd ophouden, wijst op het feit dat ze overwegen te gaan broeden en op een langstrekkende partner wachten. Vorig jaar was dit een maand lang het geval op tenminste 1 plek. Toen is het niet gelukt om tot broeden te komen. Wellicht dit jaar wel?

 vogelsBergeend23 feb 2007februari

Bergeend, 23 feb 2007

 bergeend

De bergeend is een grote eend. Het verenkleed is opvallend wit, zwart en roodbruin. Het mannetje is van het vrouwtje te onderscheiden door een knobbel op de snavel (zie foto) Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit slakken, wormen, schelpdieren, kleine kreeftjes en insecten. De bergeend is een typische modderaar. Hij zoekt het liefst voedsel in slikkige, open gebieden, zoals de Waddenzee. De soort is een holenbroeder en bouwt zijn nest vaak in een verlaten konijnenhol. Helaas neemt het aantal konijnen in de duinen sterk af, en daarmee de beschikbaarheid van geschikte broedplaatsen. Er vindt enige omschakeling plaats naar broeden in een dichte vegetatie.

Bijzonder

De naam bergeend heeft niets met bergen in de zin van ′hoge heuvels′ te maken, maar met de voortplanting; de soort kan relatief veel jongen grootbrengen of bergen. Van de bergeend

is daarnaast bekend dat een paartje makkelijk zijn jongen verlaat, b.v om te ruien. Gelukkig zijn de achterblijvende paartjes goede pleegouders. In mei kunnen dan ouders met 20-40 jongen van verschillend leeftijden worden waargenomen.

Waar

Nederlandse bergeenden zijn deels standvogel, een deel van de vogels trekt in de winter weg naar Ierland, Engeland of Frankrijk. De bergeend komt de laatste decennia steeds meer voor in het binnenland, waar ze vooral langs de rivieren, maar ook op akkers, aangetroffen kunnen worden.
Sinds de jaren ′70 is er een lichte maar constante toename in Nederland Dit komt vooral doordat gebieden in het binnenland gekoloniseerd zijn. Er is een groot verschil tussen het aantal paren dat een territorium heeft (11.000), en het aantal paren dat ook daadwerkelijk tot broeden komt (5.000 - 8.000).
Ook in de Haarlemmermeer is de bergeend een steeds bekender wordende verschijning. Schattingen over het aantal paren met territoria variëren van 50-100. De grootste aantallen komen voor rond de Groene Weelde en bij de gekantelde percelen. Losse paartjes die rond deze tijd weer aan het vestigen van territoria beginnen te denken, kunnen overal in de polder worden aangetroffen.

 vissenVetje18 feb 2007februari

Vetje, 18 feb 2007

 vetjemetenzonderparasiet

Het vetje is een karperachtig visje dat leeft in stilstaande en langzaam stromende wateren. Het vetje is een opvallend klein visje met relatief grote schubben en bek. Het heeft een groenbruine rug en een zilverwit tot blauwachtige buik. Het grote (witte) oog is ook karakteristiek. Het vetje voedt zich voornamelijk met watervlooien en met eieren en larven van vis. De soort waardeert schoon water met onderwaterplanten en begroeide oevers.
Een bedreiging voor de soort is het verdwijnen van onderwaterplanten door vermesting en vervuiling. Bij veldonderzoek bleek dat vetjes zich dan maar één generatie lang konden handhaven. Soms komt het vetje massaal voor. De vis is geslachtsrijp als het een lengte van ongeveer 6 centimeter heeft bereikt. De maximale lengte bedraagt 14 centimeter. Exemplaren van meer dan 7 centimeter worden zelden gevangen.

Bijzonder

Pas

sinds 1921 is het vetje bekend uit Nederland. Daarvoor werd hij over het hoofd gezien, of beschouwd als jong ‘witvisje’.
Een groot probleem is het oprukken van een nieuwe parasiet. Deze komt voor bij de de Aziatische Blauwband (een verwante vissoort) die 40 jaar geleden in Roemenië is uitgezet en aan een opmars in heel Europa bezig is. De stand van het vetje loopt sinds die tijd gestaag terug en het dier is daarom op de rode lijst van bedreigde zoetwatervissen gekomen.
Als het vetje in contact komt met het water waarin de blauwband gezwommen heeft, wordt er geen kuit meer geproduceerd en sterft zo’n 70 procent van de populatie elk jaar. De gestorven dieren hebben aanzienlijk schade aan de ingewanden en in het bijzonder aan de geslachtsorganen. Zie de foto voor het verschil van een vis met (onder) en zonder (boven) parasieten.

Waar

Het visje komt op diverse plaatsen door heel Nederland voor, maar als hij een keer wordt gevangen, herkennen vissers het vetje vaak niet. Ook in de Haarlemmermeer komt het vetje voor, vooral in peilvakken met achtervakbemaling en het liefst bij bruggen en waar het water stroomt. Sterfte door de parasiet is hier nog niet waargenomen. Meestal komt het vetje in scholen voor, maar is nergens algemeen.

 vogelsRansuil11 feb 2007februari

Ransuil, 11 feb 2007

 ransuil

Ransuilen leven bijzonder onopvallend en worden dan ook zelden gezien. In de winter hebben ransuilen de neiging om samen de dag door te brengen (‘roesten’) in groepjes van 4 tot soms wel 30 exemplaren. Op zo’n roestplaats zitten de uilen overdag in een gestrekte houding, een boomstam imiterend. Het geluid van de ransuil is al bijna even onopvallend als hun leefwijze. De ransuil houdt zich vooral op in naaldbomen en coniferen. Hij zet zijn oorpluimen rechtop en legt lichaamsveren plat bij verstoring. Hij broedt in verlaten nesten van andere vogels, meestal van kraaiachtigen en roofvogels. Door de zachte winter zijn de uilen nu al aan het baltsen. Daarbij klappen ze in de schemering hun vleugels hoorbaar tegen elkaar.

Bijzonder

Onder de veren gaat een verbazingwekkend klein lichaam schuil. Een uil bestaat vooral uit veren, lijkt het. De snavel is een stuk groter dan het deel dat uit het gezichtsmasker steekt. Muizen worden

altijd in hun geheel naar binnen gewerkt. Net als veel andere vogelsoorten maken ransuilen braakballen, om de onverteerbare delen van hun prooi het lichaam uit te werken voordat hun spijsverteringskanaal verstopt raakt. Onder roestplaatsen kan soms een hele berg van zulke harige ballen worden aangetroffen. I.t.t. bij voorbeeld reigers, die een bijzonder sterk maagzuur hebben waarin ook alle botten oplossen, blijven de botten en schedels in uilenbraakballen herkenbaar bewaard. Voor onderzoekers zijn deze een onschatbare bron van informatie over het menu van de uilen en daarmee ook over de muizen die in een bepaald gebied voorkomen.

Waar

Doordat ransuilen zo′n onopvallend leven leiden is het aantal ransuilen slechts bij benadering bekend. Wel is duidelijk dat deze uilensoort moeilijke tijden doormaakt; de aantallen zijn lager dan circa dertig jaar geleden. Waarschijnlijk broeden er in Nederland ongeveer 5.000 tot 6.000 paren. In de Haarlemmermeer zijn momenteel zo’n 10 roestplaatsen bekend. De aantallen hangen nauw samen met voedselaanbod. Als er veel veldmuizen zijn, dan zijn er rond de 60 en bij weinig veldmuizen zo’n 40 exemplaren in de polder. De winter van 2006-2007 was matig tot slecht. Dat komt omdat we nu in een dal van de muizencyclus zitten, die meestal 3 jaar duurt.