bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 5 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 eik4bomenEikenbijzonderheden (4)25 feb 2013februari

Eikenbijzonderheden (4), 25 feb 2013

 eik4

Ook de naam Holland heeft met eiken te maken. Holland komt niet van ‘hol’ maar van ‘Holt’. Onze veengebieden bestonden vroeger uit machtige eikenbossen. Veeboeren op veenweides stuiten nog steeds elk jaar op enorme stammen van eiken die in het veen verzonken waren en die door het inklinken en vervliegen van het veen bovengronds komen, zogenaamde veeneiken (foto).

De grootste eik van Groot-Brittannië is ca 1000 jaar en heeft een stamomtrek van 12,7 m. De Chêne du Tronjoli (ook 1000 jaar) staat op een boerderij in Bretagne. De Kongeegen in Denemarken wordt op 1000 - 1400 jaar oud geschat. Op de Veluwe zijn eikenhakhoutbosjes gevonden die mogelijk al meer dan 1500 jaar om de 8- 10 jaar zijn ‘geoogst’. In vroeger tijden waren eikels vooral belangrijk als varkensvoer. Eikenhout is hard en sterk. En wordt nog steeds

gebruikt als constructiehout, voor parket, deuren en voor de bouw van bruggen en steigers.

De bast bevat, evenals het hout van de oudere bomen, looistoffen die gebruikt worden bij de leerindustrie. Door koken komen de waardevolle looizuren vrij die gebruikt worden voor het looien van huiden. Als dit looizuur met ijzer reageert ontstaat Oost-Indische inkt. Dat proces is te zien bij het omzagen van een eik: op de zaagsnede vormen zich zwarte vlekken. Op eiken komen zeer veel gallen voor. Wel 40 soorten galwespen gebruiken alle onderdelen van de eik:het blad, bladknoppen, eikels, takken en zelfs wortels. De galwesp en zijn larve geven een soort plantenhormoon af dat de plant aanzet tot het vormen van een verdikking. Deze is meestal hard aan de buitenkant en zacht en smakelijk van binnen en vormt een veilige en ideale plek om op te groeien voor jonge galwespen.

Waar

In alle gebieden boven de evenaar groeien eiken. Uitgestrekte eikenwouden besloegen ooit grote delen van Europa. Van deze oerbossen is er nog maar weinig overgebleven. Groot-Brittannië heeft de grootste en mooiste ongerepte oerbossen van Noordwest-Europa waar nog veel eiken staan.

 eik3bbomenEik (3)17 feb 2013februari

Eik (3), 17 feb 2013

 eik3b

De Steeneik kan 20 m hoog worden, maar is meestal vele kleiner omdat hij vooral op onvruchtbare rotsige plekken groeit. Hij heeft een korte stam en een brede, ronde kroon. De bladeren zijn hard en leerachtig en glanzend donkergroen en blijven jaren aan de boom, terwijl alle andere eiken bladverliezend zijn. Ze lijken op hulstbladeren en hebben ook stekels. Hij komt voor in het Middellandse Zeegebied tot aan de zuidrand van de Alpen. De boom is niet winterhard en staat daarom in de mediterrane kas van De Heimanshof. Vroeger bedekten wouden van steeneiken grote delen van het Middellandse Zeegebied. Hij is nu teruggedrongen tot steeds kleiner wordende arealen. De steeneik levert zeer hard, zwaar hout dat azijnhout genoemd wordt. Het leent zich voor onderdelen die zwaar belast worden, in de wagenmakerij en in molens voor de kammen van de wielen.

De Libanese eik blijft een vrij kleine boom van maximaal 8 m. Zijn bladeren zijn langwerpig en zaagvormig gelobt met een punt. Hij komt voor van Libanon tot in Iran

en is beperkt winterhard. Ook deze groeit daarom in de mediterrane kas van De Heimanshof.

Bijzonder

Eik is een Oud-Germaans woord en betekent boom. In Nederland en België kennen wij de zomer- en wintereik (Quercus robur en Quercus petraea). Robur betekent hard (eiken)hout en petraea van de rotsen omdat deze eik met arme grond, zelfs rotsgrond, genoegen neemt.

Het Griekse woord voor eik is drus en dat lijkt op het woord druïde voor de Keltische priesters, die ook wel eikmensen genoemd werden. Eiken waren voor de Kelten Heilige bomen en werden vereerd. Bij de Hettiten, Perzen, Grieken en Romeinen was de eik symbool voor wilskracht. De eik was voor veel volkeren een magische boom. De Griekse geschiedschrijver Tracitus schrijft dat de Germanen geen tempels kenden, alleen heilige wouden. Hij was erg onder de indruk van de machtige eikenbossen in Duitsland. Aan de voet van eiken spraken zij recht, brachten zij offers en begroeven zij hun doden.

 eik3a

 eik2bomenEik (2)10 feb 2013februari

Eik (2), 10 feb 2013

 eik2

De Hongaarse Eik kan tot 40 m hoog worden en heeft een brede kroon en hoogopgaande takken.

Langs de Hoofdweg-Oost in Hoofddorp tussen het Griekse restaurant en Quick-fit staan de enige drie Hongaarse eiken die wij ontdekt hebben, maar die mogen er dan ook zijn. Ze zijn ca 90 jaar oud en de dikste is ruim 2.5 m in omtrek. Deze soort komt uit de Balkan en met je vindt hem met name in Servië, Bulgarije en Roemenie. Het gekke is dat de boom nauwelijks in Hongarije voorkomt.

Deze eik houdt van zware, voedzame, iets zure gronden die in het voorjaar nat is en in de zomer kurkdroog. Hij houdt niet van een hoge grondwaterstand en heeft een hekel aan kalk. Opvallend is dat de bladeren aan de uiteinden van de takken zitten. Daardoor krijgt de boom een open kroon.

De

bladeren zijn met 10- 20 cm, erg groot en glanzend groen met ronde lobben en verkleuren in de herfst van geel naar bruin(Zie foto). De eikels worden voor 1/3 tot de helft omsloten door het napje.

De Amerikaanse eik komt, zoals de naam zegt uit Amerika en is goed winterhard. Het mooiste exemplaar in onze polder staat langs de Kromme Spiering weg (bij nr 289) en ook langs de Hoofdvaart voor het Oude Raadhuis staan er een aantal. Deze eik krijgt in de herfst mooi rood blad. Dit blad is opvallend groot (tot 22 cm) en geeft geen ronde maar puntige lobben. Hij kan 25 m hoog worden en groeit extra breed uit (foto). De Amerikaanse eik wordt niet zo oud. Met 80 jaar is het meestal wel gebeurd. Het hout van de Amerikaanse eik is minder waardevol dan dat van de zomer- en wintereik. Het rode herfstblad wordt veel gebruikt voor bloemstukken, meestal in combinatie met chrysanten. De eikels hebben een 2-jarige ontwikkelingscyclus. In het eerste jaar worden ze bestoven. Het worden dan kleine groene vruchtjes. Pas in het tweede jaar vindt de echte rijping plaats. De eikels worden dan groter dan die van zomer-en wintereik. Ze hebben ook een extra puntje waardoor ze als tolletjes zijn te gebruiken.

 eik1bomenEik (1)7 feb 2013februari

Eik (1), 7 feb 2013

 eik1

Na de lindesoorten in polder is het nu de beurt aan de eiken. In onze polder heb ik tot dusver 7 soorten gevonden. Graag laat ik u in de komende weken weten waar ze staan en wat er voor bijzonderheden aan te ontdekken zijn. Over eiken is een heel boek te schrijven. Ik ga dat proberen in 4 afleveringen samen te persen.

De meest algemene inheemse eikensoort is de zomereik. Deze boom kan een hoge ouderdom bereiken. De stam gaat gauw over in krachtige, maar kromme takken waardoor zich de kroon onregelmatig ontwikkelt en lichtdoorlatend is. De naam zomereik wijst erop dat de boom slechts in de zomer bladeren draagt in tegenstelling tot de wintereik. De bladeren ontluiken in de eerste helft van mei, hebben ronde lobben en korte stelen. Zomereiken zijn door de mens bevoordeeld boven wintereiken

omdat deze soort meer eikels produceert (de ‘mast’). Op deze mast werden de varkens vroeger vetgemest in de herfst.

Ook de wintereik is inheems. Ik heb maar 2 exemplaren gevonden in de polder: in het Wandelbos Hoofddorp en langs de Bennebroekerdijk. Het herfstblad van deze boom blijft gedurende de hele winter aan de takken, net als bij sommige beuken. De bladeren zijn glanzend en leerachtig, vrij regelmatig van vorm en hebben een lange steel. Ook deze soort kan zeer oud worden.

Een uitheemse soort die het erg goed doet, is de Turkse of Moseik (bv in het centrale parkje in Vijfhuizen of langs de Wieger Bruinlaan in Hoofddorp) Deze eik kan 35 m hoog worden. De bladeren zijn 10- 15 cm lang, glanzend groen aan de bovenkant en met kleine rechthoekige lobben. De rijping van de kleine vruchten vindt pas in het 2e jaar na bevruchting van de bloemen plaats. Ze zijn voor de helft omgeven door een vruchtbeker met draadachtige, lange schubben. Aan deze draadachtige schubben dankt de soort zijn naam van moseik. Dit ‘mos’ lijkt als een eskimomuts op de eikel te zitten. De schors is grijsbruin tot zwart en diep gekloofd. Hij groeit vooral in Zuidoost-Europa en West-Azië.

 wilgenhoutvlindervlindersWilgenhoutvlinder26 feb 2012februari

Wilgenhoutvlinder, 26 feb 2012

 wilgenhoutvlinder

De meeste insecten worden vernoemd naar de volwassen verschijningsvorm ('imago'). Maar bij een niet onaanzienlijk aantal soorten is het imago een zeer kort levende 'omhulling', die alleen dient om te paren en eieren te leggen. Deze kortlevende imago's eten bv niet eens meer, terwijl hun rups of larve jarenlang leeft. Dat is bv het geval bij de wilgenhoutrups. Onze polder is een zeer geschikt biotoop van deze soort, maar pas vorige week kwam ik hem (massaal) tegen op een erf op mijn zoektocht naar bijzondere bomen. De wilgenhoutvlinder is een soort die hoort bij de houtboorders. Zijn rupsen leven in hout van allerlei soorten loofbomen. In dit geval in zwarte elzen van een aanzienlijke leeftijd. De rupsen vreten zich een jaar of 3-5 lang door het hout, verpoppen regelmatige en overwinteren een aantal jaren. Soms verwisselen ze ook van boom en kun je de vingerlange en -dikke rupsen over de weg zien lopen. Meestal in mei.(Zie inzet) De vlinders vliegen in één generatie ergens tussen april en augustus. De individuele vlinders leven niet langer

dan 8-10 dagen

Bijzonder

De boorgaten van de wilgenhoutvlinderrupsen kunnen makkelijk onderscheiden worden van andere boorders. De rups geeft nl een karakeristieke azijnachtige geur af. Om deze geur werd deze rups wel als lekkernij gegeten. Als je hem zou willen beetpakken moet je een beetje oppassen. Want zijn sterke kaken kunnen een flinke beet bezorgen, want met deze kaken vreet de rups zich een weg door wilg, populier, els en ook wel door eikenhout. De vlinder legt eieren laag op de stam en het liefst bij beschadigingen van de bast. De kleine en de grote rupsen zouden (bijna) niet door bast heen kunnen vreten.

Waar

De wilgenhoutvlinders komt voor bij rivieroevers, moerassen, bosranden, en graslanden, met een duidelijke voorkeur voor een vochtige omgeving. Het is een vrij algemene soort die verspreid over het hele land voorkomt, vaak in polderlandschappen en meer in het westen van het land dan in het oosten.

 wilgenhoutvlinderrrups

 wintermuginsectenWintermuggen19 feb 2012februari

Wintermuggen, 19 feb 2012

 wintermug

In de winter houden de meest insecten zich gedeisd. Maar zoals altijd in de natuur zijn er uitzonderingen, zo heb je wintervlinders en wintermuggen die dan juist wel actief zijn. Zo ontvluchten ze namelijk het grootste deel van mogelijke parasieten en jagers. En voor hen is de winter ondanks de nadelen, evolutionair toch een voordelige overlevingsstrategie geworden. Wintermuggen kun je vooral op milde winterdagen, zelfs bij vorst in wolken zien vliegen boven een markant punt, zoals een groot lichtgekleurd voorwerp, de was aan de lijn of een plek sneeuw in de tuin. Wintermuggen zijn totaal onschuldige insecten. Steken kunnen ze niet. De larven leven in het strooisel en eten rottend plantaardig materiaal. Wintermuggen zijn 6-7 mm lang en lijken op kleine langpootmuggen. Ondanks dat zij gedurende het grootste gedeelte van het jaar zwermen, is dit

vooral opvallend op warme winterdagen en hebben zij zo hun naam gekregen. Aangezien de volwassen dieren gereduceerde monddelen hebben, eten ze waarschijnlijk niet meer. De volwassen dieren leven eigenlijk alleen maar om te paren. En het rondvliegen in wolken heeft daar alles mee te maken. Zouden de mannetjes en de wijfjes elkaar zomaar proberen op te zoeken, dan was de kans om de ander tegen het lijf te lopen heel gering. Vormen de mannetjes echter een zwerm - die voortdurend aangroeit omdat ze steeds meer paarlustigen aantrekt - dan weten de wijfjes waar ze wezen moeten. De zwerm is dus een soort huwelijksmarkt.

Bijzonder

Er komen een tiental soorten wintermuggensoorten voor in Nederland. De meeste zijn alleen door gespecialiseerde experts te herkennen. Maar 2 categorieën kan iedereen proefondervindelijk herkennen op een leuke manier: Sneeuwmuggen dansen boven wegdooiende sneeuw, dooimuggen boven plekken waar de sneeuw al is verdwenen. Leg je een krant onder een dansend zwermpje dooimuggen, dan verhuizen ze meteen naar een donkergekleurde plek. Omgekeerd laten sneeuwmuggen zich door een krant niet storen.

 brilduiker1vogelsBrilduiker12 feb 2012februari

Brilduiker, 12 feb 2012

 brilduiker1

Brilduiker Al jaren kijk ik uit naar een van de mooiste eenden soorten. En deze week was het (dankzij de vorst?) eindelijk raak. Op de open plekken in het grote meer in het Haarlemmermeerse Bos zaten tussen nonnetjes, dodaars en 3 soorten ganzen, 3 brilduikers. Brilduikers zijn net als de veel algemenere kuifeenden, duikeendjes en hebben net als hen een zeer opvallend goudgeel oog. De naam brilduiker komt van het mannetje dat een witte vlek onder beide ogen heeft. De vrouwtjes zijn minder spectaculair getekend (zie foto). Zoals de meeste eendensoorten zijn brilduikers in de winter op hun mooist. In het vroege voorjaar worden er paartjes gevormd met baltsgedrag waarbij het normaliter stille mannetje raspende geluiden maakt en zijn kop achterover gooit.

Bijzonder

Brilduikers zijn een in Nederland beschermde (rode lijst) soort. Maar wereldwijd zijn ze niet bedreigd. Brilduikers zoeken overdag voedsel (voornamelijk schelpdieren, garnalen, insectenlarven) door te duiken tot op 4 m diepte. In de herfst wordt ook plantaardig voedsel (zaden, knollen, wortels en bladeren van waterplanten) gegeten. Het voedsel wordt meestal al onder water

ingeslikt. In de vlucht is de brilduiker te herkennen aan de snelle vleugelslag, waarbij een fluitend geluid te horen is dat veroorzaakt wordt door de slagpennen van de vleugels.
:

Waar

De brilduiker heeft een voorkeur voor gebieden met heldere meren omzoomd door oude bossen. Het is een holenbroeder die in grote spechtenholen en ook in nestkasten broedt. In Nederland broeden ze sinds het einde van de vorige eeuw langs de Ijsel af en toe in holtes van oude knotbomen. Deze populatie bestaat inmiddels uit 15- 20 paar. In Scandinavië, Rusland en Schotland zijn ze een algemene soort. Nederland maakt wel onderdeel uit van hun overwinteringsgebied, vooral tussen december en maart. Duizenden exemplaren verblijven dan in het deltagebied, op het IJsselmeer en in de grote rivieren, maar ook op kleinere wateren. Dus zowel in zoet als in zout water.

 brilduikerpaartje

 prinsessenboomcombibomenPrinsessenboom5 feb 2012februari

Prinsessenboom, 5 feb 2012

 prinsessenboomcombi

Anna Paulownaboom Na 7 columns over bijzondere bomen beginnen de meldingen van andere bomen binnen te komen. De Anna Paulowna- of Prinsessenboom wil ik u niet onthouden in de hoop op meer van dit soort meldingen. Koningin Anna Paulowna (1795-1865) had iets met bomen en ook iets met de Haarlemmermeer (b.v. een bankje onder de oudste beuk van de polder bij het gemaal Leeghwater in Buitenkaag waar zij regelmatig langsging). Ter harer ere werd deze "koninklijke" boom naar haar vernoemd. De Anna Paulownaboom is het enige boomvormende geslacht in de familie van de Leeuwenbekjes. De boom vormt in mei een indrukwekkende kroon van paarsblauwe, trompetvormige, aangenaam geurende bloemen (Zie foto met inzet een bloementuil). Ook de bladeren zijn bijzonder. Ze zijn extreem groot met 15-40 centimeter en lijken op

die van de trompetboom (zie 2e inzet van de foto).

Bijzonder

Ook de groei van de boom is bijzonder. Hij wordt een meter of 15 hoog, maar groeit in een enorm tempo. Met 4-5 m per jaar groeit hij sneller dan een wilg (2-3 m per jaar). In vele landen is het een traditie om deze boom te planten bij de geboorte van een kind. Hij is dan bij zijn of haar trouwen zo groot dat er uit het hout meubelen kunnen worden gemaakt. En afzagen is geen probleem. Vanuit de wortels groeit hij in rap tempo weer uit. Om zijn grote groeisnelheid en de bruikbaarheid van het hout lopen er onderzoeken of de Anna Paulownaboom gebruikt kan worden voor het vastleggen van CO2 uit de dampkring om de klimaat crisis te beteugelen.

Waar

De Anna Paulownasoorten komen oorspronkelijk uit ZO Azië. Hoewel ze van warmte houden, doen sommige soorten het ook in koelere regio's zoals in Nederland goed, zolang de wortels maar niet te nat staan. In Hoofddorp staat in het Oude buurtje een mooi exemplaar, ook geplant ter gelegenheid van een geboorte. Graag ontvangen wij meldingen van andere bijzondere of monumentale bomen overal uit de Haarlemmermeer t.b.v. het samenstellen van wandel- en fietsroutes.

 gesteeeldestuifbalpaddenstoelenGesteelde Stuifbal26 feb 2011februari

Gesteelde Stuifbal, 26 feb 2011

 gesteeeldestuifbal

Gesteelde stuifbal klinkt intrigerend, maar eigenlijk zou hij gesteeld stuifballetje moeten heten. Het is namelijk maar een piepklein paddenstoeltje. Voor een niet getraind oog lijkt hij het meest op een konijnkeutel. Deze soort werd door een oplettend Heimanshofvrijwilligster in Vijfhuizen tussen straatstenen gevonden. Deze soort behoort tot de stuifzwammen of bovisten, waarvan de aardappelbovist, de parelstuifzwam en de gekraagde aardster de meest algemene soorten zijn en de reuzenbovist de grootste soort is. Deze kan wel 60 cm in diameter worden. Alle stuifzwammen groeien op als massieve vruchtlichamen. Als de sporen rijp zijn, houden de meeste soorten alleen een dun velletje over en blijkt de hele inhoud uit sporen te bestaan. Door een klein voorgeprogrammeerd gaatje kunnen de sporen meestal ontsnappen. Kinderen vinden het vaak een leuk spelletje om de rijpe vrucht in te drukken zodat de sporen als een mini vulkaaneruptie verstuiven. Ook de gesteelde stuifbal heeft zo´n voorgevormd gaatje waar bij betreding of bij regen de sporen

uit kunnen stuiven (zie foto). De gesteelde stuifbal groeit op uit een bol, die grotendeels ondergronds blijft.

Bijzonder

De gesteelde stuifbal is een zeldzame paddenstoel. Hij is zo zeldzaam dat hij sinds 1989 op de rode lijst van beschermde soorten staat. Op waarneming .nl wordt de soort slechts zelden gerapporteerd. Bijzonder aan de vondst in Vijfhuizen is de vondst in februari. Andere waarnemingen zijn meest uit oktober.

Waar

De gesteelde stuifbal heeft een voorkeur voor droge voedselarme zandgrond. De meeste vindplaatsen zijn daarom in de duinen. Daar ´torent´ hij op zijn 2 - 5 cm langs steel boven de mossen uit. Zijn steeltje zal daarbij helpen om wat extra wind te vangen om zijn sporen te verspreiden en zijn vermomming als konijnenkeutel zal helpen om een leeftijd te bereiken waarop de sporen rijp zijn. Dat deze soort in Vijfhuizen tussen straatstenen gevonden is, mag wel een klein wonder heten.

 gesteeeldestuifbal2

 heggenmusvogelsHeggenmus20 feb 2011februari

Heggenmus, 20 feb 2011

 heggenmus

In februari is het nog volop winter. Toch zijn er al veel signalen dat het voorjaar aan kracht wint. Vooral in het bosplantsoen ontstaat een hoopvolle groene gloed van jonge planten. Dit zijn vooral de bolgewassen die vanuit de opgeslagen energie in de bol omhoogschieten. Een tiental soorten daarvan bloeien zelfs al. Op een mooie winterdag kriebelt het ook bij de vogels. Eén van de vogels die elk jaar bij de eersten hoort, die gaat zingen, is de heggenmus. De eerste hoorde ik dit jaar op 8 februari. Dat was vroeger dan vorig jaar. Ondanks zijn vroege zang broedt hij pas half april, hij wil alvast zijn territorium zeker stellen. De heggenmus is een bescheiden vogeltje dat tussen de struiken en heggen scharrelt. Hij is ongeveer zo groot als een roodborst. Het is een egaal gekleurd vrij donker vogeltje met een grijze kop en roodbruine poten. Hij lijkt op een vrouwtje huismus,

maar de grijze kop en zijn dunne snaveltje maken een duidelijk verschil. Wat ook duidelijk verschillend is, is de zang. De zang van de heggenmus lijkt niet op het getjilp van mussen. Het is echt een liedje, maar wel één waar weinig melodie in zit.

Bijzonder

Heggenmussen zoeken hun voedsel op de grond, maar altijd in de buurt van dekking. Het is een echte insecteneter maar in de winter eten ze noodgedwongen ook wel brood van de voedertafel. De heggenmus nestelt in dicht struikgewas of onderin een conifeer. Het vrouwtje legt dan 4 a 5 blauwe eieren. Buiten het broedseizoen leeft hij alleen. De soort is zeer algemeen met een geschat aantal broedparen in Nederland van rond de 200.000.

Waar

De heggenmus heeft een voorkeur voor naaldbossen en gemengde bossen met veel ondergroei. Daarom is hij ook veel te vinden in parken en tuinen. De heggenmus is in Nederland een standvogel. Alleen als de bevolkingsdichtheid te groot is trekt hij naar aangrenzende gebieden. In noord en oost Europa is het een trekvogel, daar wordt het voor een insecteneter te koud in de winter.

 wide zwaangrootvogelsWilde Zwaan13 feb 2011februari

Wilde Zwaan, 13 feb 2011

 wide zwaangroot

Naar aanleiding van de column over de kleine wilde zwaan, kwamen er meer meldingen over zwanen. Zwarte zwanen zwommen in de Hoofdvaart bij Abbenes, in de Toolenburgse plas en bij Schiphol-Rijk en in de sneeuw bij de Boseilanden was een hele familiegroep wilde zwanen, bestaande uit een tiental volwassen en jonge exemplaren neergestreken (zie foto).En ook vloog er één zoekend over de Heimanshof. De kleine zwaan en de wilde zwaan hebben beide geel op de snavel. Bij de wilde zwaan is het geel veel prominenter en de soort is bijna zo goot als een knobbelzwaan. De wilde zwaan eet vrijwel uitsluitend waterplanten. In de winter eet hij ook knollen, gevallen en ontkiemend graan en ander plantaardig materiaal.

Bijzonder

Van de zwanen die in het wild voorkomen is dit de minst algemene soort in Nederland. 1500 exemplaren in een winter is al vrij veel. Een stuk minder talrijk dan de kleine zwaan dus. Ook de wilde zwaan is een echte wintergast die afwezig is van mei tot en met september.

In het Frans heet de wilde zwaan zingende zwaan om de luide trompetachtige geluiden die hij vooral tijdens de vlucht maakt. Naast het trompetgeluid kan de wilde zwaan ook vliegend van de knobbelzwaan worden onderscheiden. Zijn vleugelslag maakt itt die van de knobbelzwaan geen fluitend geluid en zijn nek blijft helemaal recht i.p.v. de sierlijke bocht waarin de knobbelzwaan hem houdt.

Waar

Wilde zwanen broeden langs poelen op toendra´s, in veenmoerassen en bij kleine meren in afgelegen gebieden in Scandinavië en het noorden van Rusland en Siberië. In het najaar trekken wilde zwanen naar het zuiden om te overwinteren op de weiden en in plassen. De broedgebieden van de wilde zwaan liggen dichterbij dan die van de kleine zwaan. In zuid Zweden broeden ze al. Maar de meeste broeden in Noord Rusland, Siberië en IJsland. Het lijkt erop dat de Wilde zwanen die op IJsland broeden niet in Nederland overwinteren. De vogels die in Nederland overwinteren komen dus van Scandinavië en Rusland.

 wildezwaanboseilanden

 damhert2grote dierenDamhert (2)6 feb 2011februari

Damhert (2), 6 feb 2011

 damhert2

Dit is de tweede column over het optrekken van het Damhert in onze polder en de ecologie van deze soort.

Bijzonder

Het damhert werd in 2004 op de Nederlandse Rode Lijst voor zoogdieren gezet in de categorie bedreigd. De actuele status is ´gevoelig´. Er mag dus niet zomaar op gejaagd worden. Zowel in de duinen als op de Veluwe is daar wel spraken van. Damherten zijn dagdieren. In verstoorde gebieden worden het echter meer schemeringsdieren. Oudere mannetjes hebben de neiging vooral ´s nachts te leven. Het damhert is een goede zwemmer. Half oktober is een heftige tijd voor het damhert: de bronstperiode. De herten vechten dan om een territorium en om en de gunst van een roedel vrouwtjes. Je kunt dan

vaak ondiepe kuilen vinden waar deze arena zich meestal bevindt (wordt ook wel ´lek´ genoemd, mogelijk omdat deze flink met urine besproeid wordt). In deze periode zijn de bokken niet toerekeningsvatbaar.

Waar

Het damhert komt van nature voor in volwassen loofbossen en gemengde bossen, zelden in naaldbossen. Hij heeft een voorkeur voor bossen met een dichte onderbegroeiing, in de buurt van open parkachtig bosgebied en landbouwgronden. De bossen dienen voornamelijk als schuilplaats, terwijl de meer open gebieden als graasplek dienen. In Nederland komt het damhert voor op de Veluwe, in de duinen en op kinderboerderijen en hertenkampen. Tussen de ijstijden leefden de damherten onder andere tot in West-Europa, maar de laatste ijstijd heeft de dieren naar Klein-Azië verdreven. De Romeinen brachten de soort weer met zich mee en verspreidden het dier door het gehele Romeinse Rijk. In onze regio zijn damherten sterk toegenomen in de Kennemer- en Waterleidingduinen. Deze winter waagden weer meer damherten de oversteek over de ringvaart. Het zijn meestal door dominante bokken verjaagde jonge mannetjes. Een exemplaar werd langs de Hoofdvaart doodgereden. Graag hoor ik van andere waarnemingen