bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 4 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vissenRivierprik5 jan 2007januari

Rivierprik, 5 jan 2007

 rivierprik

De rivierprik lijkt op het eerste gezicht op een paling. Maar er zijn er grote verschillen. De vis heeft bijvoorbeeld aan beide zijden zeven opvallende kieuwopeningen (zie foto). Verder heeft de rivierprik een zuigbek met kleine tandjes, die werken als een rasp. Met die bek zuigen prikken zich vast aan vissen waarna ze met de rasp de flank openen en leven van het bloed en vlees. Het zijn dus visparasieten. Behalve de rivierprik, die 50 cm lang kan worden, zijn er beek- en zeeprikken, die respectievelijk veel kleiner en veel groter zijn.
De rivierprik leeft ongeveer vier jaar als larve in de bodem van stromende wateren. De tandeloze larven zeven in die tijd voedseldeeltjes uit het water. Als volgroeide prik trekt hij naar zee, leeft daar 2-3 jaar als bloedzuigende parasiet en komt dan als geslachtsrijp dier weer terug om te paaien. Na het paaien sterft hij.

Bijzonder

Het zusje van de rivierprik, de beekprik, is beschermd in de Flora- en Faunawet. Doordat de larven van de rivierprik

grote gelijkenis vertonen met de larven van de beekprik, vallen de rivierprikken tot 15 centimeter eveneens onder de bescherming van de Flora- en Faunawet.

Waar

De rivierprik paait boven grof zand- en grindbeddingen in de middenlopen van rivieren en grote beken. De rivierprik was voor 1945 zeer algemeen in de grote rivieren. In de jaren zestig en zeventig is de rivierprik nog steeds aanwezig in de grote rivieren. Tussen 1986 en 1996 vindt een opmerkelijke toename plaats. Het is opvallend dat het verdwijnen en weer terugkomen van de rivierprik samengaat met de ontdekking van DDT en het verbod op veel pesticiden. De rivierprik wordt in de Haarlemmermeer uitsluitend in de ringvaart gevonden. De vangst is al tientallen jaren hetzelfde met 8-10 exemplaren. De vangsten (in palingfuiken) worden gedaan in de tijd van de palingtrek. Het betreft altijd volwassen exemplaren van een pond of meer. Het is niet bekend of deze dieren in deze omgeving paaien. Mogelijk betreft het dieren, die uit de Rijn afgedwaald zijn.

 rivierprikbek

 bomenLenteklokje17 feb 2018februari

Lenteklokje, 17 feb 2018

 lenteklokje

Lenteklokje

Hoewel het nog winter zou moeten zijn, is het in de natuur al volop voorjaar. De vroege sneeuwklok is zelfs al uitgebloeid en is bezig zaad te maken, de gewone sneeuwklokken bloeien massaal, net als de winterakonieten en afgelopen week zijn ook de wilde en de grootbloemige krokussen massaal in bloei gegaan. Al deze soorten zijn wel bekend en maken het een lust voor het oog om naar buiten te gaan. Maar er zijn nog veel meer soorten die nu in bloei komen en die de moeite van het ontdekken waard zijn. Een daarvan is een van mijn favorieten: het lenteklokje. Hoewel de soort officieel ergens verwant is aan de narcis, doet hij een aan een grote sneeuwklok denken. Z’n bladeren zijn niet blauwgroen zoals bij de meeste sneeuwklokjes, maar donkergroen en z’n bloem is niet zo samengedrukt langwerpig maar staat breed uit (foto). Ook het lenteklokje is een stinsenplant die uiteen bolletje groeit waardoor

hij op reserve stoffen kan teren en minder van de warmte van de zon afhankelijk is om te groeien.

Bijzonder

Het lenteklokje heeft 1 verwante soort: het zomerklokje wat in mei bloeit en graag heel vochtig staat. Het is bijna een moerasplant. Het lenteklokje wordt 20-30 cm hoog en heeft 1 bloem per bloeistengel, maximaal 2 en het zomerklokje kan wel 60 cm hoog worden en heeft verschillende bloemen per bloei stengel. Hoewel het lenteklokje heet, bloeit deze soort in de winter in februari. Z’n bloem is fraai en bestaat uit 6 bloembladen, waarvan er 3 eigenlijk kelkbladen zijn, maar die zijn niet van de kroonbladen te onderscheiden. En elke bloemblad heeft een maanvormige groene vlek.

Waar

Het lenteklokje groeit in de strooisellaag van bossen en het liefst op voedselrijke en ietwat vochtige plekken. Oorspronkelijk kwam het ook in Nederland als wilde soort voor, maar dat is al lang verleden tijd. Maar als stinsenplant in landgoederen en in natuurtuinen is hij hier en daar wel te vinden. In de Heimanshof bloeit hij op dit moment massaal.

In Midden Europa komt de soort nog wel in het wild voor.

 plantenKnikkend Nagelkruid3 feb 2018februari

Knikkend Nagelkruid, 3 feb 2018

 knikkendnagelkruid

In Nederland komen 2 soorten nagelkruid voor: geel nagelkruid en knikkend nagelkruid. De reden voor deze column is dat hoewel knikkend nagelkruid in mei tm juli hoort te bloeien hij op een aantal plaatsen vol in bloei staat midden inde winter (foto).Het heeft zoals de naam aangeeft een bloem die naar beneden hangt, maar het zaadbolletje wat daaruit groeit, richt zich omhoog. Die zaadbolletjes (bij beide soorten) zijn voorzien van talloze haakvormige puntjes waardoor ze zich makkelijk via kleren en in dierenvachten verspreiden. Beide soorten hebben jaarrond groene bladeren en zijn dus ook in de winter decoratief. Als ze door de klimaatverandering ook nog jaarrond gaan bloeien is dat een extra reden om zuinig met knikkend nagelkruid om te gaan.

Bijzonder

Nagelkruiden ontlenen hun naam aan het feit dat hun wortels indien

gedroogd de geur en smaak van kruidnagelen hebben en ook een sterk geneeskrachtige werking. Helaas is knikkend nagelkruid een soort die ernstig bedreigd is en de afgelopen 25 jaar tot 25-50 % is afgenomen. Uit eigen ervaring weet ik dat geel nagelkruid een zeer algemene en bijna onuitroeibare soort is in tuin, bossen en zelfs spoordijken. Dus als u een experiment met nagelkruidwortel wilt doen is de wortel van geel nagelkruid de ideale kandidaat. De medicinale werkingen van nagelkruid is zo groot dat het Benedictuskruid of gezegend kruid werd genoemd. Het werkt versterkend bij het hart, in de spijsvertering, maar ook desinfecterend en pijnstillend en kan aan wijn een prettige geur en smaak toevoegen. In verband met de sterke werking is het aan te raden geen enkel gebruik te overdrijven en nooit langer dan een paar weken achtereen te laten duren.

Waar

Knikkend Nagel kruid houdt van zonnige stand plaatsen in vochtige, voedsel rijke bossen, liefst met kwel. Het is een kenmerkende soort van een bostype met vogelekers en haagbeuken. Geel Nagelkruid staat overal in de Haarlemmermeer in bossen, langs wegen, in tuinen en tussen bestrating op beschaduwde plekken.

 insectenRode ren kakkerlak28 feb 2017februari

Rode ren kakkerlak, 28 feb 2017

 roderenkakkerlak

Bij flora en fauna denk je meestal aan inheemse planten. Maar met al ons gereis over de wereld, die steeds kleiner lijkt te worden, slepen we vaak lifters mee. Sommige daarvan zijn een verrijking, bv de halsbandparkiet en andere soorten worden minder gewaardeerd. Kakkerlakken horen bij die laatste categorie. De Duitse kakkerlak is een soort die in deze streken al meer dan 150 jaar voorkomt. Er zijn wereldwijd bijna 5000 soorten kakkerlakken bekend. Verreweg de meeste soorten daarvan leven buiten in de strooisellaag en houden zich nuttig bezig met het verteren van oude biomassa. Van een 20-tal soorten is bekend dat ze zich tot een plaag kunnen ontwikkelen. Dat gebeurt meestal in niet optimaal hygiënische omstandigheden die mensen zelf creëren. Zo woonde ik ooit in Mozambique tegen over flats die door ‘niet aan steden aangepaste’ plattelanders waren ‘gekraakt’.

Zij kweekten mais in de badkuip en gooiden de stortkokers vol met rotzooi.Toen wij terug verhuisden naar Nederland moesten we eerst 20.000 kakkerlakken opruimen, die vanuit die flats bij ons ingetrokken waren. Deze week vond iemand een rode renkakkerlak (3 cm) in z’n huis (Floriande). Deze soort leeft normaliter buiten in de strooisellaag en komt uit het verre oosten .

Bijzonder

De rode renkakkerlak kan op papier worden gekweekt (dat hij eet) als voer voor reptielen in terraria of in een vakantie koffer mee gelift zijn.. De snelheid van hun voortplanting hangt af van de temperatuur en het voedselaanbod. Een vrouwelijke kakkerlak draagt ongeveer dertig kakkerlakjes in een eipakket op het lichaam die na 3 à 5 weken worden afgezet. Kakkerlakken zijn nachtdieren die vooral op geur afgaan die ze met hun grote antennes kunnen ruiken. Ze kunnen snel lopen en hebben een karakteristiek afgeplat lichaam dat heel klein of 8 cm groot kan zijn.

Waar

In Nederland leven een 5-tal geïntroduceerde soorten, die zich vaak in vochtige huizen kunnen handhaven. Ze leven van schimmel en oude biomassa, waaronder papier.

 paddenstoelenGroenwordende Koraal zwam15 feb 2017februari

Groenwordende Koraal zwam, 15 feb 2017

 Koraal_zwamgroenwordende

De meeste paddenstoelen vind je in nazomer en herfst, maar het hele jaar door zijn er soorten te vinden. En niet alleen de leerachtige of houtige soorten zodat ze maanden of jaren lang mee gaan, zoals elfenbankjes, platte tonderzwammen of berkendoders. Typische winterpaddenstoelen zijn ook judasoren en fluweelpootje (beide soorten eetbaar). Maar afgelopen week vonden we op De Heimanshof wel een heel bijzondere soort: Eentje die we nooit in de Haarlemmermeer verwacht hadden omdat ze vooral op arme zandgronden plegen voor te komen: een lid van de zeer fraaie familie van de Koraal zwammetjes. Er zijn ca 18 soorten koraalzwammen bekend in Nederland, waarvan de meest soorten fraaie gele, oranje, roze en witte kleuren hebben. Landgoed Elswout in Haarlem is bv beroemd onder padden stoelenkenners vanwege de kleurenpracht van

beukenkoraalzwammetjes in roze, oranje en geel. Maar in de sneeuw stond de Groenwordende Koraalzwam ( foto).

Bijzonder

Koraalzwammen zijn onmiskenbaar in hun vorm. Vanuit het mycelium in de grond sturen zij een dicht ‘bos’ van al of niet rechte kolommetjes omhoog. De meest soorten zijn tussen de 5 en de 15 cm hoog. Sommige soorten zijn eetbaar, ander zoals de fraaie Koraalzwam zijn niet eetbaar. De groenwordendekoraalzwam begint met een vuil witte kleur en wordt zoals zijn naam als zegt, naarmate hij ouder wordt, duidelijk een groene kleur te krijgen. De vele kolommetje waaruit de paddenstoel bestaat, vergroot de oppervlakte enorm. Omdat de sporen in kleine poriën in dat oppervlak geproduceerd worden, kan hij veel meer sporen produceren. Andere soorten zoals de judasoor, de kluifjeszwam of de kelkzwammen vergroten hun oppervlakte door lobben te vormen. De groenwordende koraalzwam is plaatselijk algemeen, maar de soort neemt zo sterk af dat hij op de rode lijst van bedreigde soort is op genomen.

Waar

Deze soort groeit op de strooisellaag van vooral naaldbomen en soms ook van loofbomen zoals de meeste soorten Koraalzwammen.

 bomenGrijze Wilg2 feb 2017februari

Grijze Wilg, 2 feb 2017

 grijzewilg

Kenmerkend voor het landschap in het westelijk deel van Nederland is de grijze wilg. Het is een van de 80 soorten wilgen die in Nederland voor komen. Een deel daarvan is struikvormig en een deel boomvormend. De grootste soort van allemaal is de grijze wilg. Na 60 jaar kan hij zo groot worden dat hij onder z’n eigen gewicht in elkaar stort. Het is maar weinig bomen in Nederland vergund om ouder dan 100 jaar te worden. Een wilg van 100 jaar oud kan wel 6-7 m stamomvang hebben. Een van de mooiste grijze wilgen in de Haarlemmermeer staat in Graan voor Visch op het veld bij het politie bureau (foto achteraan). Deze boom meet ruim 6 m omtrek en vertoont nog geen spoor van verval. Vroeger was hout een van de belangrijkste brandstoffen. De snelle groei (elk jaar 2-3 m) en het risico van instorten heeft mede geleid tot het gebruik om wilgen te knotten. Elke 5 jaar is er dan weer genoeg brand - en bouwhout beschikbaar.

Een geknotte wilg kan veel ouder ( 200 jaar) worden dan een die niet geknot wordt, omdat hij dan minder last heeft van z’n ’overgewicht’. En dat ondanks het feit dat knotwilgen inrotten en hol worden. Dat hol worden is weer een zegen voor vele planten en dieren die daarin een toevluchtsoord vinden.

Bijzonder

De 80 soorten wilgen kruisen onderling makkelijk. Dat heeft geleid tot een verwarrende mix van kenmerken. Maar de hoofdsoorten zijn altijd wel te herkennen: treur wilgen hangen, katwilgen hebben hele lange smalle bladeren, geoorde wilgen hebben 2 ‘oortjes’ naast elk blad, waterwilgen zijn horizontaal uitgroeiende struikwilgen met grote katjes en boswilgen hebben mooie katjes en groeien juist verticaal.

Waar

Wilgen staan overal. In De Heimanshof wordt op 15 februari een bijzondere snipperdag georganiseerd waarbij de 60 jaar oude wilgen van de struintuin getopt worden met een grote kraan omdat ze te zwaar worden. Het hout wordt gesnipperd voor de bos paden in de tuin. U wordt van harte uit genodigd om te komen kijken en met ons een snipper dag te nemen.

 insectenGroene Stink- of Schildwants15 feb 2016februari

Groene Stink- of Schildwants, 15 feb 2016

 groenestinkwants

Het zou nog midden in de winter moeten zijn, maar het weer is al maanden zo zacht dat veel planten zes weken eerder bloeien. En niet alleen temperatuur-gevoelige planten reageren (er zijn ook daglengte-gevoelige planten die niet reageren) maar ook insecten beginnen zich te roeren. De eerste hommels zijn er, honingbijen vliegen volop en recentelijk zag ik ook al een aantal wantsen. Er bestaan tienduizenden soorten wantsen, waarvan er in Nederland ruim zeshonderd soorten voorkomen. Wantsen voeden zich met een steeksnuit, waarmee ze (meestal planten) sappen opzuigen. Zo zijn bladluizen ook verwant aan wantsen en de bekende schaatsenrijders. Verder zijn ze over het algemeen platter dan de meestal bolronde kevers. Wantsen hebben net als sprinkhanen een ontwikkeling die niet van rups of made gaat via een verpopping, maar in vijf nimfenstadia die steeds meer op een volwassen dier gaan lijken. Minder bekend is dat

vele wantsen zich kunnen beschermen door het afscheiden van geurstoffen. Een van de meest algemene wantsensoorten die hier bijzonder goed in is, is de Groene Stinkwants.

Bijzonder

Groene Stinkwantsen zijn ‘s zomers helder groen, maar bij overwinteren worden ze bruin, waarschijnlijk om in de bladloze tijd minder op te vallen. Ze hebben zo′n sterke geur dat als ze aan bramen gesnoept hebben deze zo weeïg ruiken dat ze oneetbaar gevonden worden. En als deze soort door vogels wordt opgepikt, kan hij een druppel geurstof afscheiden die moeilijk afwasbaar is en in de mond tot blaren kan leiden. Hierdoor kan deze wants het zich veroorloven open en bloot te leven in tegenstelling tot de meeste andere insecten die zich liever verstoppen. De foto van deze wants is gemaakt door Theo Terwiel die al jaren in De Heimanshof fotografeert. Hij heeft deze week bijna 1500 foto′s van ca 800 soorten gedoneerd, waar u nog vaak voorbeelden van zult zien. Van veel soorten die hij documenteerde, kende ik zelfs de familie nog niet.

Waar

Deze soort tref je heel vaak aan op braamstruiken en hazelaars.

 vissenSchele Pos1 feb 2016februari

Schele Pos, 1 feb 2016

 schelepos

Op De Heimanshof hebben we nu een jaar of drie onze onderwaterontdekwereld in ontwikkeling. Het idee daarachter is dat de meeste kinderen geïntrigeerd worden door wat er in de vaarten en sloten aan onderwaterleven zit. De onderwaterontdekwereld bestaat uit een tiental grote aquaria die we zelf gebouwd hebben en een tiental kleinere ′krijgertjes′. Daarin maken we de soorten van de in de Haarlemmermeer meest voor komende vissen, mossels, krabben, kreeften, amfibieën en kleine beestjes voor educatieve doelen goed zichtbaar en aanschouwelijk. Door deze activiteiten leren we zelf ook weer veel over de onderwaterwereld. Een van de soorten die ik op deze manier heb leren kennen, is de schele pos. Dat is een visje dat meestal niet groter dan 10-15 cm wordt. Hij is volwassen na 2-3 jaar en wordt meestal niet ouder dan een jaar of 6-7.

Bijzonder

De schele pos is

familie van de baarzen. Net als de baars, die wij voor de kinderen ′tijgervis′ noemen vanwege zijn verticale strepen, heeft de schele pos stekels in zijn rugvin. Maar waar de baars twee vinnen heeft, zijn die bij de pos samengegroeid. Daarnaast heeft hij nog een lelijke (want effectieve!) stekel op zijn kieuwdeksels. De schele pos heeft geen strepen maar stippen op zijn lichaam. Hij heet ′schele′ pos omdat zijn ogen boven op zijn kop staan en als je hem dan van voren aankijkt, lijkt het of de vis twee kanten op kijkt. De pos is een belangrijke bron van voedsel voor de aalscholver en heeft nauwelijks commerciële of hengelsport waarde.

Waar

Voor zo′n klein visje is het opmerkelijk dat hij vooral in grote wateren voorkomt en nauwelijks in sloten en vaarten. De meeste pos in de buurt zit dan ook in de Westeinderplas. De schele pos komt in bijna heel Europa voor behalve in de uiterste zuiden en noorden.

Indien u geïnteresseerd bent in de onderwaterwereld: de Heimanshoflezing op 7 februari (14.30) wordt gehouden door de beroepsvisser van de Westeinder. En dan komen er ongetwijfeld veel leuke en sterke visverhalen los.

 andere geleedpotigenspringstaart21 feb 2015februari

springstaart, 21 feb 2015

 springstaart

U denkt vast wel eens: hoe lang gaat deze column nog door? Het antwoord daarop zal meer van mijn eigen leeftijd afhangen hebben dan van het aantal onderwerpen. In Nederland zijn tot dusver zo’n 48.000 soorten planten en dieren (exclusief eencelligen, etc) beschreven en de meeste komen wel eens in de Haarlemmermeer langs.

Sinds 2006 heb ik ongeveer 450 soorten daarvan gehad en met eens in de 14 dagen een column, kan ik zeker nog 100 jaar voort. Ik heb zelfs nog geen kans gezien een voorbeeld van alle grote groepen organismen te behandelen. Deze week daarom weer eens een hele nieuwe categorie, waarvan meer dan 8000 soorten ontdekt zijn, met honderden in Nederland. Het gaat om de springstaarten. Springstaarten behoren, net als insecten, tot de zespotigen.

Bijzonder

Springstaarten worden slechts enkele mm

groot en ontlenen hun Nederlandse naam aan een vork die onder hun buik ligt (zie foto).

In rust zitten de tanden van de vork vast achter een soort grendeltje. Als de springstaart bij gevaar wil springen, zet hij kracht op de vork en laat dan het grendeltje los. Daardoor slaat de vork met een klap op de ondergrond (of op het water) en wordt de springstaart centimeters weg gelanceerd.

Een springstaart heeft nog een 2e geheim wapen. Het is een buisvormig mondorgaan wat eindigt in twee buisjes en uitgestulpt wordt met behulp van de bloeddruk. De functie is een combinatie van het opnemen van vocht en het vasthechten aan de ondergrond.

De springstaart is zelf waterafstotend, waardoor hij zonder moeite haast wrijvingsloos over het wateroppervlak glijdt. Dreigt hij door de wind weg te worden geblazen, dan steekt hij deze collofoor, die niet waterafstotend is, door het wateroppervlak als een soort micro ankertje en lijkt daardoor aan het wateroppervlak te kleven.

Waar

Springstaarten leven meestal in de strooisellaag of op het wateroppervlak en voeden zich met rottend organisch materiaal en schimmels. Ze kunnen daar in enorme aantallen voorkomen: honderden of duizenden per m2 in de meeste Nederlandse tuinen.

 paddenstoelenRode kelkzwam8 feb 2015februari

Rode kelkzwam, 8 feb 2015

 rode-kelkzwam

In de winter is het niet alleen wat frisser, de kleuren buiten zijn ook minder uitgesproken. Daarom is het extra leuk dat er ook midden in de winter vrolijk stemmende kleurige verschijnselen zijn te vinden, die een wandeling of zelfs een hele dag kunnen opvrolijken. Recentelijk noemde ik als de heldergele gele trilzwam.

Winterpaddenstoelen hebben een manier weten te vinden om midden in de winter te groeien: dat gaat wel langzamer maar ze hebben weken of zelfs maanden om hun sporen te verspreiden. En blijkbaar is dat een goede overlevingsstrategie.

Deze week kwam ik de mooiste kleur die je in de winter kan vinden tegen in het Wandelbos Hoofddorp: scharlakenrood van de rode kelkzwam (zie foto).

Bijzonder

Rode kelkzwammen zijn echte winterpaddenstoelen.

Ze verschijnen

als het koud wordt, soms al in november, en verdwijnen medio maart.

Hoewel de vruchtlichamen slecht tegen droogte kunnen, is uit experimenten gebleken dat het mycelium daar wel goed tegen kan en zelfs tot tien jaar later onder gunstige omstandigheden weer vruchtlichamen produceert. Het lijkt erop dat kelkzwammen nog levende takken infecteren waarbij het houtweefsel gedurende gunstige (vochtige) perioden verteerd wordt. Pas nadat de takken afgevallen zijn en permanent in een vochtige omgeving liggen, waarbij ze vaak bedekt raken met mos, beginnen zich op de takken vruchtlichamen te vormen. Daarna gebeurt dit ieder jaar opnieuw totdat de tak volledig verteerd is.

Slakken, springstaarten en insectenlarven eten er graag van. Wellicht speelt de rode kleur een rol in het lokken van deze dieren. Zodra het weer wat opwarmt, zullen de kelkzwammen als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Waar

In Nederland komen 2 soorten rode kelkzwammen voor.

De Krulhaarkelkzwam die we ooit in De Heimanshof gehad hebben, heeft een voorkeur voor rottend elzen- of essenhout.

De Rode kelkzwam in het Wandelbos is een stuk zeldzamer en heeft een voorkeur voor rottend essenhout.

 paddenstoelenKogelhoutskoolzwam22 feb 2014februari

Kogelhoutskoolzwam, 22 feb 2014

 kogelhoutskoolzwam

Op dood hout van de es kun je donkerbruine tot zwarte halve bollen van 1-9 cm diameter vinden. Deze kogelhoutskoolzwammen lijken op verkoolde cakes.

Volwassen exemplaren zijn voorzien van uiterst fijne openingen waardoor in april en mei donkere sporen naar buiten gestoten worden, die je dan als een ring zwart sporenstof om de zwam kunt aantreffen. Deze worden in een soort mini-kamertjes, vlak onder het oppervlak gevormd. Wanneer je een exemplaar doorsnijdt zijn er meer dan 10 verschillende laagjes te zien (foto). Deze zijn wit-grijzig en van elkaar gescheiden door een donkere strook.

Ze doen denken aan de jaarringen van bomen, maar kogelhoutskoolzwammen groeien van oktober tot maart. In die tijd worden de verschillende laagjes dus gevormd.

Alleen de buitenste laag maakt sporen. Die ziet er dan ook anders uit dan de onderliggende laagjes.

Kogelhoutzwammen spelen een rol bij de houtafbraak en maken geen levende bomen dood. In Nederland is de soort vrij zeldzaam.

Bijzonder

Een bijnaam van de kogelhoutskoolzwam in Engeland is Cramp Balls: in verpulverde vorm zou deze als middel (norit) tegen maag- en darmbezwaren hebben gediend.

Recent onderzoek toonde aan dat loofhoutwespen of zwaardwespen een nauwe relatie met houtskoolzwammen hebben. Vrouwtjes van deze houtwesp dragen mycelium van een houtskoolzwam met zich mee in speciale toegeruste organen. Als ze eitjes leggen in het hout van de boom van hun voorkeur, dan infecteren ze daarmee het hout tegelijkertijd met de schimmel. Als de wespeneitjes uitkomen, leven de larven van de schimmel en van het door de schimmel ‘voorverteerde’ hout.

Waar

Kogelhoutskoolzwammen zijn, dankzij hun stevigheid, jaarrond te vinden op loofhoutboomstronken en takken, speciaal op essenhakhout. Het mooiste en oudste essenhakhout in de Haarlemmermeer (350 jaar oud) is te vinden in de Eendenkooi van Vijfhuizen. Hier is deze zwam dan ook algemeen. Ook in natuurspeelplaats Meermond troffen we hem aan deze week.

 plantenKraailook16 feb 2014februari

Kraailook, 16 feb 2014

 kraailook

Alle planten die we als voedingsgewassen gebruiken, zijn uit het wild afkomstig en naar onze smaak en voorkeuren veredeld.

Een van de meest gebruikte plantensoorten is de ui.

In het wild bestaan nog veel andere uiensoorten. Allemaal met de karakteristieke smaak en geur van een zwavelhoudende vluchtige stof die in ons traanvocht omgezet wordt in zwavelzuur.

Maar elke soort voegt daar weer zijn eigen elementen aan toe. Zo werkt het altijd in de natuur: als een soort een nuttige aanpassing doormaakt (in dit geval onappetijtelijk worden voor insectenvraat) ontwikkelen zich variëteiten en soorten voor allerlei specifieke omstandigheden: een ui voor de bosrand, voor het bos, op de velden, een moerasvorm, etc.

Alleen in De Heimanshof hebben we minstens 8 soorten staan: armbloemig

look, daslook, driekantig look, slangenlook, bieslook, berglook, moeslook en kraailook.

Bijzonder

Kraailook staat vooral in (blauw)graslanden.

Het vormt zoals alle uien een (zeer klein) bolletje. Het ronde blad van de kraailook (foto) is blauwgroen en vezeliger dan de andere soorten.

Hoe algemeen kraailook wel is, is vooral in deze tijd van het jaar te zien. Op de ca. 300 m2 weidegebied van de heemtuin staan er miljoenen. Dat ze nu zo goed te zien zijn, komt door een andere uieneigenschap: de meeste plantensoorten en ook grassen gedijen pas bij temperaturen boven de 10 graden, maar uien (mede dankzij de reservestoffen in hun bolletje) groeien de hele winter door zolang de temperatuur maar boven 0-5 graden is.

Zo kleuren al onze voedselarme graslanden blauwgroen mede door deze kraailookbladen. Kraailook bloeit van juni-augustus. Omdat ze vanaf mei geduchte concurrentie ondervinden van grassen en andere soorten komen er maar een paar honderd tot 1000 in de tuin tot bloei. Zo zijn uiensoorten ideale gewassen in een groentetuin: je plant ze in september en ze groeien de hele winter door.

Waar

Kraailook staat vooral in bermen, maar gedijt ook in bossen in heel Europa en een deel van Amerika.