bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Groeiplek Keverorchis in de Haarlemmermeer, 16 mrt 2019

 keverorchiskiem

Afgelopen vrijdag en zaterdag was het Nldoet, waarbij een hartverwarmend aantal mensen en vooral bedrijven vrijwillig de handen uit de mouwen steken om er samen iets leuks van te maken. Bij stichting MEERGroen is het elke dag van het jaar Nldoet en dus deden we met 16 locaties mee. Sommige van de 32 MEERGroen projecten hebben wekelijks aandacht nodig, maar een aantal kunnen met 1 beurt toe. Daarbij horen de orchideeënweides van de Groene Weelde en het Groene Carre, die we elk voorjaar maaien en van zaailingen ontdoen, die de orchideeën verdringen. Als je dat al 10 jaar doet is het leuk om (positieve) trends te ontwaren als resultaat van het beheerwerk.

Bijzonder

En die trends zijn er volop. We troffen in de Groene Weelde de 4e groei plek van de Grote Keverorchis aan. In de amfibieënkuil van het Groene Carre zuid is de

situatie nog mooier: daar staan inmiddels meer dan 25000 moeraswespenorchissen, 5000 rietorchissen en 20 brede wespenorchissen. Maar daarnaast is er door het beheer een explosie van andere leuke soorten ontstaan: 8000 parnassia, 3 soorten duizendguldenkruid, 3 soorten ogentroost, rondbladig wintergroen en nog 30 andere rode lijst soorten. Waarom komen die hier voor: arme zandgrond, kalk, brakke kwel en een wisselend niveau van de waterstand: iets waar de ‘standaard’ planten in ons land niet van houden maar waar de oorspronkelijke en dus zeldzame soorten goed bij gedijen. Veel Nederlandse orchideeën ontlenen hun naam aan een insect. Dat komt omdat ze ontdekt hebben dat insecten hun maatjes vinden met sexgeurstoffen. En die maken ze na zodat die insecten met de bloemen paren en dat werkt probaat!

Waar

Bij de Big Spotters Hill groeide eerst alleen de rietorchis. Daar kwamen in de loop van tijd de brede wespenorchis en de moeraswespenorchis bij en dit jaar ontdekten we de eerste Grote Keverorchissen: en wel meteen een stuk of 200 of meer ( foto). Daarmee is dit naast oorspronkelijke locaties van het Wandelbos Hoofddorp, De Heimanshof en het Haarlemmermeerse Bos de 4e bekende locatie. De bloei is in mei.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 4 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 slechtvalkvogelsSlechtvalk9 jan 2007januari

Slechtvalk, 9 jan 2007

 slechtvalk

De slechtvalk behoort tot de grootste valken met een gemiddelde grootte van 43 cm. De vogels hebben een lichte onderkant met dwarsbanden en een donkergrijze rug. De jonge vogels zijn eerst bruin. Wereldwijd zijn een twintigtal ondersoorten bekend. Zoals bij de meeste roofvogels is het vrouwtje veel groter en zwaarder dan het mannetje. De prooien zijn vooral vogels (duiven, eenden) die het liefst in de vlucht worden geslagen en meestal op slag dood zijn. De slechtvalk bewoont bij voorkeur steile rotsen en ravijnen.

Bijzonder

De slechtvalk staat bekend als de snelst duikende vogel ter wereld. Het dier maakt vanaf grote hoogte steile duikvluchten en bereikt daarbij snelheden tot meer dan 300 km/uur.
De aantallen slechtvalken namen reeds in de Tweede wereldoorlog sterk af, omdat zij massaal werden afgeschoten omdat zij postduiven vingen (die tussen militaire posten werden gebruikt). In de jaren ′ 60 kreeg de soort in Europa bijna de doodsteek wegens het overmatige gebruik van DDT. Sinds hun bescherming in verschillende landen lijken ze opnieuw aan een opmars bezig.

Waar

In

Nederland en België is deze vogel steeds vaker te bewonderen. Vooral in de winter is de slechtvalk een regelmatige verschijning aan het worden. Sinds het jaar 2000 zijn er al meer dan 5000 waarnemingen in Nederland gedaan. Sinds begin jaren ′90 broedt deze vogel ook in Nederland in speciale nestkasten, die door een slechtvalkenwerkgroep worden geplaatst. Het dichtstbijzijnde nest is reeds meer dan 5 jaar in de toren van de Hemwegcentrale in een nestkast 80 m boven de grond. In Haarlem wordt overwogen een nestkast te plaatsen. Ook de Haarlemmermeer wordt regelmatig bezocht. Frappant is het vaste winterbezoek van een vrouwtje dat al meer dan 5 jaar lang in de buurt van Vijfhuizen is. Aan haar ruipatroon kon afgeleid worden dat zij waarschijnlijk uit Noord-Zweden komt. Ook uit de buurt van Zwaanshoek is ‘s winters een vaste bezoeker bekend.

Terugmeldingen

Een aantal waarnemingen werden gedaan gedurende de zomer van 2007
Waar te nemen: regelmatige doortrekker en wintergast
Status:Rode lijst soort

 slechtvalk-duif

 rivierprikvissenRivierprik5 jan 2007januari

Rivierprik, 5 jan 2007

 rivierprik

De rivierprik lijkt op het eerste gezicht op een paling. Maar er zijn er grote verschillen. De vis heeft bijvoorbeeld aan beide zijden zeven opvallende kieuwopeningen (zie foto). Verder heeft de rivierprik een zuigbek met kleine tandjes, die werken als een rasp. Met die bek zuigen prikken zich vast aan vissen waarna ze met de rasp de flank openen en leven van het bloed en vlees. Het zijn dus visparasieten. Behalve de rivierprik, die 50 cm lang kan worden, zijn er beek- en zeeprikken, die respectievelijk veel kleiner en veel groter zijn.
De rivierprik leeft ongeveer vier jaar als larve in de bodem van stromende wateren. De tandeloze larven zeven in die tijd voedseldeeltjes uit het water. Als volgroeide prik trekt hij naar zee, leeft daar 2-3 jaar als bloedzuigende parasiet en komt dan als geslachtsrijp dier weer terug om te paaien. Na het paaien sterft hij.

Bijzonder

Het zusje van de rivierprik, de beekprik, is beschermd in de Flora- en Faunawet. Doordat de larven van de rivierprik

grote gelijkenis vertonen met de larven van de beekprik, vallen de rivierprikken tot 15 centimeter eveneens onder de bescherming van de Flora- en Faunawet.

Waar

De rivierprik paait boven grof zand- en grindbeddingen in de middenlopen van rivieren en grote beken. De rivierprik was voor 1945 zeer algemeen in de grote rivieren. In de jaren zestig en zeventig is de rivierprik nog steeds aanwezig in de grote rivieren. Tussen 1986 en 1996 vindt een opmerkelijke toename plaats. Het is opvallend dat het verdwijnen en weer terugkomen van de rivierprik samengaat met de ontdekking van DDT en het verbod op veel pesticiden. De rivierprik wordt in de Haarlemmermeer uitsluitend in de ringvaart gevonden. De vangst is al tientallen jaren hetzelfde met 8-10 exemplaren. De vangsten (in palingfuiken) worden gedaan in de tijd van de palingtrek. Het betreft altijd volwassen exemplaren van een pond of meer. Het is niet bekend of deze dieren in deze omgeving paaien. Mogelijk betreft het dieren, die uit de Rijn afgedwaald zijn.

 rivierprikbek

 harslakzwambovenkantpaddenstoelenHarslakzwam16 feb 2019februari

Harslakzwam, 16 feb 2019

 harslakzwambovenkant

Bij het werken kwam er deze week uit het gras een gigantische paddenstoel tevoorschijn. Hij woog ca 5 kilo en was aan de bovenkant diep en veel gelobd. Aan de onderkant zat hij met 2 stelen in de grond (Niet in een stam). De hele onderkant bestond uit buisjes en dus niet uit plaatje zoals de meeste paddenstoelen. Het meest opvallende aan deze reus, behalve zijn grootte was dat de hele bovenkant glimmend kastanjebruin was. Het leek wel een kruising tussen een biefstukzwam en een platte tonderzwam. Omdat het ook een nogal zeldzame soort betrof kostte het wel enige moeite en tijd om op de soort naam te komen. Het bleek een Harslakzwam. De vruchtlichamen van de lakzwammen zijn breed gelobd en hechten zich aan boomstammen. Vaak leven ze als parasiet tot de boom afsterft, waarna

verder leen van het dode hout. Sommige lakzwammen zijn zwakteparasieten, wat wil zeggen dat ze voornamelijk op verzwakte boomsoorten groeien. Het geslacht dankt zijn naam aan het feit dat het oppervlak van veel soorten gelakt lijkt ( foto).

Bijzonder

Lakzwammen kunnen op tal van boomsoorten groeien zoals Els, Berk, Beuk en Eik, toch zijn ze betrekkelijk zeldzaam. Sinds meer dan 3.000 jaar worden ze gebruikt in de Chinese geneeskunde. Omdat de zwammen ook in Azië zeldzaam zijn, mochten ze alleen gebruikt worden om de keizer en mensen van adel te genezen. Pas sinds een jaar of 30 slaagt men erin om lakzwammen te kweken. Lakzwammen bevatten ganodermazuren: deze zorgen voor een verlaging van het cholesterolgehalte in het bloed. De zwammen bezitten ook verschillende stoffen die het immuunsysteem versterken en de groei van tumoren verhinderen. En men vond een stof die de bloedvaten verwijdt.

Wereldwijd zijn 80 soorten bekend, waarvan 3 in Nederland: de gesteelde lakzwam, de waslakzwam en de harslakzwam

 groothoefbladplantenGroot Hoefblad3 feb 2019februari

Groot Hoefblad, 3 feb 2019

 groothoefblad

Door de sneeuw af en toe en de temperaturen rond nul graden hebben veel mensen het idee dat er buiten niets gebeurt en blijven ze rond de kachel hangen zowel in huis als op het werk. Dat is jammer want er is een permante cyclus aan de gang in de natuur van planten en dieren die hun tijd en plaats zo zoeken dat ze geen of minder last hebben van concurrenten. Over die ontwikkelingen in de natuur bestaat zelfs een heuse wetenschap met de naam Fenologie: Harry Potter fans zouden dit vertalen als de leer van het verschijnselen. Bekende wintersoorten die nu al bloeien zijn sneeuwklokjes, winterakonieten en wilde krokussen. Weinig mensen weten dat er wel 1100 soorten sneeuwklokjes bestaan en dat de grote sneeuwklok al rond kerst bloeit. Een soort die al in november bloeit en bij kerstrozen hoort is het stinkend nieskruid. In De Heimanshof zeggen we daarom wel eens dat ons voorjaar in november begint en eindigt in oktober.

Van de echte kruiden is longkruid meestal de eerste bloeier (en dat is dus geen ‘nog-bloeier’ zoals dag koekoeksbloem, madeliefje of beemdkroon, die pas stoppen met bloeien als ze dood vriezen).Maar dit jaar werd longkruid op achterstand gezet door het Groot Hoefblad.

Bijzonder

Groot Hoefblad kan alleen bestaan als er ook een Klein Hoefblad bestaat. Groot Hoefblad bloeit nu al en heeft roze bloemen. Klein hoefblad bloeit meestal ergens in maart en heeft gele bloemen. Bij beide bloemen komen de bladeren pas na de bloemen. Die van Groot Hoefblad bladeren kun je als een paraplu gebruiken en hebben stelen van meer dan een meter. Vele mensen verwarren ze met rabarber. Maar dat is een lid van de zuring familie waarvan je de stelen kunt eten. Dat zou ik niet aanraden bij Groot Hoefblad.

Waar

Zowel Groot als Klein Hoefblad hebben wortelstokken en houden van zonnige plekken Daarbij heeft Groot Hoefblad een voorkeur voor meer vochtige voedselrijke terreinen, bv slootoevers en klein hoefblad is een echte pionier die ook op voedsel arme zandvlaktes en bouw terreinen massaal op kan komen.

 lenteklokjebomenLenteklokje17 feb 2018februari

Lenteklokje, 17 feb 2018

 lenteklokje

Lenteklokje

Hoewel het nog winter zou moeten zijn, is het in de natuur al volop voorjaar. De vroege sneeuwklok is zelfs al uitgebloeid en is bezig zaad te maken, de gewone sneeuwklokken bloeien massaal, net als de winterakonieten en afgelopen week zijn ook de wilde en de grootbloemige krokussen massaal in bloei gegaan. Al deze soorten zijn wel bekend en maken het een lust voor het oog om naar buiten te gaan. Maar er zijn nog veel meer soorten die nu in bloei komen en die de moeite van het ontdekken waard zijn. Een daarvan is een van mijn favorieten: het lenteklokje. Hoewel de soort officieel ergens verwant is aan de narcis, doet hij een aan een grote sneeuwklok denken. Z’n bladeren zijn niet blauwgroen zoals bij de meeste sneeuwklokjes, maar donkergroen en z’n bloem is niet zo samengedrukt langwerpig maar staat breed uit (foto). Ook het lenteklokje is een stinsenplant die uiteen bolletje groeit waardoor

hij op reserve stoffen kan teren en minder van de warmte van de zon afhankelijk is om te groeien.

Bijzonder

Het lenteklokje heeft 1 verwante soort: het zomerklokje wat in mei bloeit en graag heel vochtig staat. Het is bijna een moerasplant. Het lenteklokje wordt 20-30 cm hoog en heeft 1 bloem per bloeistengel, maximaal 2 en het zomerklokje kan wel 60 cm hoog worden en heeft verschillende bloemen per bloei stengel. Hoewel het lenteklokje heet, bloeit deze soort in de winter in februari. Z’n bloem is fraai en bestaat uit 6 bloembladen, waarvan er 3 eigenlijk kelkbladen zijn, maar die zijn niet van de kroonbladen te onderscheiden. En elke bloemblad heeft een maanvormige groene vlek.

Waar

Het lenteklokje groeit in de strooisellaag van bossen en het liefst op voedselrijke en ietwat vochtige plekken. Oorspronkelijk kwam het ook in Nederland als wilde soort voor, maar dat is al lang verleden tijd. Maar als stinsenplant in landgoederen en in natuurtuinen is hij hier en daar wel te vinden. In de Heimanshof bloeit hij op dit moment massaal.

In Midden Europa komt de soort nog wel in het wild voor.

 knikkendnagelkruidplantenKnikkend Nagelkruid3 feb 2018februari

Knikkend Nagelkruid, 3 feb 2018

 knikkendnagelkruid

In Nederland komen 2 soorten nagelkruid voor: geel nagelkruid en knikkend nagelkruid. De reden voor deze column is dat hoewel knikkend nagelkruid in mei tm juli hoort te bloeien hij op een aantal plaatsen vol in bloei staat midden inde winter (foto).Het heeft zoals de naam aangeeft een bloem die naar beneden hangt, maar het zaadbolletje wat daaruit groeit, richt zich omhoog. Die zaadbolletjes (bij beide soorten) zijn voorzien van talloze haakvormige puntjes waardoor ze zich makkelijk via kleren en in dierenvachten verspreiden. Beide soorten hebben jaarrond groene bladeren en zijn dus ook in de winter decoratief. Als ze door de klimaatverandering ook nog jaarrond gaan bloeien is dat een extra reden om zuinig met knikkend nagelkruid om te gaan.

Bijzonder

Nagelkruiden ontlenen hun naam aan het feit dat hun wortels indien

gedroogd de geur en smaak van kruidnagelen hebben en ook een sterk geneeskrachtige werking. Helaas is knikkend nagelkruid een soort die ernstig bedreigd is en de afgelopen 25 jaar tot 25-50 % is afgenomen. Uit eigen ervaring weet ik dat geel nagelkruid een zeer algemene en bijna onuitroeibare soort is in tuin, bossen en zelfs spoordijken. Dus als u een experiment met nagelkruidwortel wilt doen is de wortel van geel nagelkruid de ideale kandidaat. De medicinale werkingen van nagelkruid is zo groot dat het Benedictuskruid of gezegend kruid werd genoemd. Het werkt versterkend bij het hart, in de spijsvertering, maar ook desinfecterend en pijnstillend en kan aan wijn een prettige geur en smaak toevoegen. In verband met de sterke werking is het aan te raden geen enkel gebruik te overdrijven en nooit langer dan een paar weken achtereen te laten duren.

Waar

Knikkend Nagel kruid houdt van zonnige stand plaatsen in vochtige, voedsel rijke bossen, liefst met kwel. Het is een kenmerkende soort van een bostype met vogelekers en haagbeuken. Geel Nagelkruid staat overal in de Haarlemmermeer in bossen, langs wegen, in tuinen en tussen bestrating op beschaduwde plekken.

 roderenkakkerlakinsectenRode ren kakkerlak28 feb 2017februari

Rode ren kakkerlak, 28 feb 2017

 roderenkakkerlak

Bij flora en fauna denk je meestal aan inheemse planten. Maar met al ons gereis over de wereld, die steeds kleiner lijkt te worden, slepen we vaak lifters mee. Sommige daarvan zijn een verrijking, bv de halsbandparkiet en andere soorten worden minder gewaardeerd. Kakkerlakken horen bij die laatste categorie. De Duitse kakkerlak is een soort die in deze streken al meer dan 150 jaar voorkomt. Er zijn wereldwijd bijna 5000 soorten kakkerlakken bekend. Verreweg de meeste soorten daarvan leven buiten in de strooisellaag en houden zich nuttig bezig met het verteren van oude biomassa. Van een 20-tal soorten is bekend dat ze zich tot een plaag kunnen ontwikkelen. Dat gebeurt meestal in niet optimaal hygiënische omstandigheden die mensen zelf creëren. Zo woonde ik ooit in Mozambique tegen over flats die door ‘niet aan steden aangepaste’ plattelanders waren ‘gekraakt’.

Zij kweekten mais in de badkuip en gooiden de stortkokers vol met rotzooi.Toen wij terug verhuisden naar Nederland moesten we eerst 20.000 kakkerlakken opruimen, die vanuit die flats bij ons ingetrokken waren. Deze week vond iemand een rode renkakkerlak (3 cm) in z’n huis (Floriande). Deze soort leeft normaliter buiten in de strooisellaag en komt uit het verre oosten .

Bijzonder

De rode renkakkerlak kan op papier worden gekweekt (dat hij eet) als voer voor reptielen in terraria of in een vakantie koffer mee gelift zijn.. De snelheid van hun voortplanting hangt af van de temperatuur en het voedselaanbod. Een vrouwelijke kakkerlak draagt ongeveer dertig kakkerlakjes in een eipakket op het lichaam die na 3 à 5 weken worden afgezet. Kakkerlakken zijn nachtdieren die vooral op geur afgaan die ze met hun grote antennes kunnen ruiken. Ze kunnen snel lopen en hebben een karakteristiek afgeplat lichaam dat heel klein of 8 cm groot kan zijn.

Waar

In Nederland leven een 5-tal geïntroduceerde soorten, die zich vaak in vochtige huizen kunnen handhaven. Ze leven van schimmel en oude biomassa, waaronder papier.

 Koraal_zwamgroenwordendepaddenstoelenGroenwordende Koraal zwam15 feb 2017februari

Groenwordende Koraal zwam, 15 feb 2017

 Koraal_zwamgroenwordende

De meeste paddenstoelen vind je in nazomer en herfst, maar het hele jaar door zijn er soorten te vinden. En niet alleen de leerachtige of houtige soorten zodat ze maanden of jaren lang mee gaan, zoals elfenbankjes, platte tonderzwammen of berkendoders. Typische winterpaddenstoelen zijn ook judasoren en fluweelpootje (beide soorten eetbaar). Maar afgelopen week vonden we op De Heimanshof wel een heel bijzondere soort: Eentje die we nooit in de Haarlemmermeer verwacht hadden omdat ze vooral op arme zandgronden plegen voor te komen: een lid van de zeer fraaie familie van de Koraal zwammetjes. Er zijn ca 18 soorten koraalzwammen bekend in Nederland, waarvan de meest soorten fraaie gele, oranje, roze en witte kleuren hebben. Landgoed Elswout in Haarlem is bv beroemd onder padden stoelenkenners vanwege de kleurenpracht van

beukenkoraalzwammetjes in roze, oranje en geel. Maar in de sneeuw stond de Groenwordende Koraalzwam ( foto).

Bijzonder

Koraalzwammen zijn onmiskenbaar in hun vorm. Vanuit het mycelium in de grond sturen zij een dicht ‘bos’ van al of niet rechte kolommetjes omhoog. De meest soorten zijn tussen de 5 en de 15 cm hoog. Sommige soorten zijn eetbaar, ander zoals de fraaie Koraalzwam zijn niet eetbaar. De groenwordendekoraalzwam begint met een vuil witte kleur en wordt zoals zijn naam als zegt, naarmate hij ouder wordt, duidelijk een groene kleur te krijgen. De vele kolommetje waaruit de paddenstoel bestaat, vergroot de oppervlakte enorm. Omdat de sporen in kleine poriën in dat oppervlak geproduceerd worden, kan hij veel meer sporen produceren. Andere soorten zoals de judasoor, de kluifjeszwam of de kelkzwammen vergroten hun oppervlakte door lobben te vormen. De groenwordende koraalzwam is plaatselijk algemeen, maar de soort neemt zo sterk af dat hij op de rode lijst van bedreigde soort is op genomen.

Waar

Deze soort groeit op de strooisellaag van vooral naaldbomen en soms ook van loofbomen zoals de meeste soorten Koraalzwammen.

 grijzewilgbomenGrijze Wilg2 feb 2017februari

Grijze Wilg, 2 feb 2017

 grijzewilg

Kenmerkend voor het landschap in het westelijk deel van Nederland is de grijze wilg. Het is een van de 80 soorten wilgen die in Nederland voor komen. Een deel daarvan is struikvormig en een deel boomvormend. De grootste soort van allemaal is de grijze wilg. Na 60 jaar kan hij zo groot worden dat hij onder z’n eigen gewicht in elkaar stort. Het is maar weinig bomen in Nederland vergund om ouder dan 100 jaar te worden. Een wilg van 100 jaar oud kan wel 6-7 m stamomvang hebben. Een van de mooiste grijze wilgen in de Haarlemmermeer staat in Graan voor Visch op het veld bij het politie bureau (foto achteraan). Deze boom meet ruim 6 m omtrek en vertoont nog geen spoor van verval. Vroeger was hout een van de belangrijkste brandstoffen. De snelle groei (elk jaar 2-3 m) en het risico van instorten heeft mede geleid tot het gebruik om wilgen te knotten. Elke 5 jaar is er dan weer genoeg brand - en bouwhout beschikbaar.

Een geknotte wilg kan veel ouder ( 200 jaar) worden dan een die niet geknot wordt, omdat hij dan minder last heeft van z’n ’overgewicht’. En dat ondanks het feit dat knotwilgen inrotten en hol worden. Dat hol worden is weer een zegen voor vele planten en dieren die daarin een toevluchtsoord vinden.

Bijzonder

De 80 soorten wilgen kruisen onderling makkelijk. Dat heeft geleid tot een verwarrende mix van kenmerken. Maar de hoofdsoorten zijn altijd wel te herkennen: treur wilgen hangen, katwilgen hebben hele lange smalle bladeren, geoorde wilgen hebben 2 ‘oortjes’ naast elk blad, waterwilgen zijn horizontaal uitgroeiende struikwilgen met grote katjes en boswilgen hebben mooie katjes en groeien juist verticaal.

Waar

Wilgen staan overal. In De Heimanshof wordt op 15 februari een bijzondere snipperdag georganiseerd waarbij de 60 jaar oude wilgen van de struintuin getopt worden met een grote kraan omdat ze te zwaar worden. Het hout wordt gesnipperd voor de bos paden in de tuin. U wordt van harte uit genodigd om te komen kijken en met ons een snipper dag te nemen.

 groenestinkwantsinsectenGroene Stink- of Schildwants15 feb 2016februari

Groene Stink- of Schildwants, 15 feb 2016

 groenestinkwants

Het zou nog midden in de winter moeten zijn, maar het weer is al maanden zo zacht dat veel planten zes weken eerder bloeien. En niet alleen temperatuur-gevoelige planten reageren (er zijn ook daglengte-gevoelige planten die niet reageren) maar ook insecten beginnen zich te roeren. De eerste hommels zijn er, honingbijen vliegen volop en recentelijk zag ik ook al een aantal wantsen. Er bestaan tienduizenden soorten wantsen, waarvan er in Nederland ruim zeshonderd soorten voorkomen. Wantsen voeden zich met een steeksnuit, waarmee ze (meestal planten) sappen opzuigen. Zo zijn bladluizen ook verwant aan wantsen en de bekende schaatsenrijders. Verder zijn ze over het algemeen platter dan de meestal bolronde kevers. Wantsen hebben net als sprinkhanen een ontwikkeling die niet van rups of made gaat via een verpopping, maar in vijf nimfenstadia die steeds meer op een volwassen dier gaan lijken. Minder bekend is dat

vele wantsen zich kunnen beschermen door het afscheiden van geurstoffen. Een van de meest algemene wantsensoorten die hier bijzonder goed in is, is de Groene Stinkwants.

Bijzonder

Groene Stinkwantsen zijn ‘s zomers helder groen, maar bij overwinteren worden ze bruin, waarschijnlijk om in de bladloze tijd minder op te vallen. Ze hebben zo′n sterke geur dat als ze aan bramen gesnoept hebben deze zo weeïg ruiken dat ze oneetbaar gevonden worden. En als deze soort door vogels wordt opgepikt, kan hij een druppel geurstof afscheiden die moeilijk afwasbaar is en in de mond tot blaren kan leiden. Hierdoor kan deze wants het zich veroorloven open en bloot te leven in tegenstelling tot de meeste andere insecten die zich liever verstoppen. De foto van deze wants is gemaakt door Theo Terwiel die al jaren in De Heimanshof fotografeert. Hij heeft deze week bijna 1500 foto′s van ca 800 soorten gedoneerd, waar u nog vaak voorbeelden van zult zien. Van veel soorten die hij documenteerde, kende ik zelfs de familie nog niet.

Waar

Deze soort tref je heel vaak aan op braamstruiken en hazelaars.

 scheleposvissenSchele Pos1 feb 2016februari

Schele Pos, 1 feb 2016

 schelepos

Op De Heimanshof hebben we nu een jaar of drie onze onderwaterontdekwereld in ontwikkeling. Het idee daarachter is dat de meeste kinderen geïntrigeerd worden door wat er in de vaarten en sloten aan onderwaterleven zit. De onderwaterontdekwereld bestaat uit een tiental grote aquaria die we zelf gebouwd hebben en een tiental kleinere ′krijgertjes′. Daarin maken we de soorten van de in de Haarlemmermeer meest voor komende vissen, mossels, krabben, kreeften, amfibieën en kleine beestjes voor educatieve doelen goed zichtbaar en aanschouwelijk. Door deze activiteiten leren we zelf ook weer veel over de onderwaterwereld. Een van de soorten die ik op deze manier heb leren kennen, is de schele pos. Dat is een visje dat meestal niet groter dan 10-15 cm wordt. Hij is volwassen na 2-3 jaar en wordt meestal niet ouder dan een jaar of 6-7.

Bijzonder

De schele pos is

familie van de baarzen. Net als de baars, die wij voor de kinderen ′tijgervis′ noemen vanwege zijn verticale strepen, heeft de schele pos stekels in zijn rugvin. Maar waar de baars twee vinnen heeft, zijn die bij de pos samengegroeid. Daarnaast heeft hij nog een lelijke (want effectieve!) stekel op zijn kieuwdeksels. De schele pos heeft geen strepen maar stippen op zijn lichaam. Hij heet ′schele′ pos omdat zijn ogen boven op zijn kop staan en als je hem dan van voren aankijkt, lijkt het of de vis twee kanten op kijkt. De pos is een belangrijke bron van voedsel voor de aalscholver en heeft nauwelijks commerciële of hengelsport waarde.

Waar

Voor zo′n klein visje is het opmerkelijk dat hij vooral in grote wateren voorkomt en nauwelijks in sloten en vaarten. De meeste pos in de buurt zit dan ook in de Westeinderplas. De schele pos komt in bijna heel Europa voor behalve in de uiterste zuiden en noorden.

Indien u geïnteresseerd bent in de onderwaterwereld: de Heimanshoflezing op 7 februari (14.30) wordt gehouden door de beroepsvisser van de Westeinder. En dan komen er ongetwijfeld veel leuke en sterke visverhalen los.

 springstaartandere geleedpotigenspringstaart21 feb 2015februari

springstaart, 21 feb 2015

 springstaart

U denkt vast wel eens: hoe lang gaat deze column nog door? Het antwoord daarop zal meer van mijn eigen leeftijd afhangen hebben dan van het aantal onderwerpen. In Nederland zijn tot dusver zo’n 48.000 soorten planten en dieren (exclusief eencelligen, etc) beschreven en de meeste komen wel eens in de Haarlemmermeer langs.

Sinds 2006 heb ik ongeveer 450 soorten daarvan gehad en met eens in de 14 dagen een column, kan ik zeker nog 100 jaar voort. Ik heb zelfs nog geen kans gezien een voorbeeld van alle grote groepen organismen te behandelen. Deze week daarom weer eens een hele nieuwe categorie, waarvan meer dan 8000 soorten ontdekt zijn, met honderden in Nederland. Het gaat om de springstaarten. Springstaarten behoren, net als insecten, tot de zespotigen.

Bijzonder

Springstaarten worden slechts enkele mm

groot en ontlenen hun Nederlandse naam aan een vork die onder hun buik ligt (zie foto).

In rust zitten de tanden van de vork vast achter een soort grendeltje. Als de springstaart bij gevaar wil springen, zet hij kracht op de vork en laat dan het grendeltje los. Daardoor slaat de vork met een klap op de ondergrond (of op het water) en wordt de springstaart centimeters weg gelanceerd.

Een springstaart heeft nog een 2e geheim wapen. Het is een buisvormig mondorgaan wat eindigt in twee buisjes en uitgestulpt wordt met behulp van de bloeddruk. De functie is een combinatie van het opnemen van vocht en het vasthechten aan de ondergrond.

De springstaart is zelf waterafstotend, waardoor hij zonder moeite haast wrijvingsloos over het wateroppervlak glijdt. Dreigt hij door de wind weg te worden geblazen, dan steekt hij deze collofoor, die niet waterafstotend is, door het wateroppervlak als een soort micro ankertje en lijkt daardoor aan het wateroppervlak te kleven.

Waar

Springstaarten leven meestal in de strooisellaag of op het wateroppervlak en voeden zich met rottend organisch materiaal en schimmels. Ze kunnen daar in enorme aantallen voorkomen: honderden of duizenden per m2 in de meeste Nederlandse tuinen.