bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 3 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vogelsKleine Zwaan2 jan 2011januari

Kleine Zwaan, 2 jan 2011

 kleinezwaan

Een oplettende lezeres attendeerde mij op een aantal Kleine Zwanen, die langs de N205 zaten. Al jaren speur ik naar deze soort en zijn familielid de Grote Wilde Zwaan. Er zijn er namelijk elke winter vele duizenden van in Nederland, maar ook op waarneming.nl bleef onze polder een witte vlek. Nu hebben er een paar de weg gevonden en mogelijk worden het er meer. In hun broedgebied eten de kleine zwanen hoofdzakelijk wortels, bladeren en stengels van waterplanten. De jongen eten ook insecten en insectenlarven. In herfst en winter eten de kleine zwanen het liefst wortelknolletjes van fonteinkruid. Helaas is vanaf de jaren vijftig deze soort sterk afgenomen door vervuiling en knobbelzwanen. Hierdoor zijn de wilde zwanen overgestapt op ander voedsel zoals gras en overgebleven oogstresten van o.a. bieten en aardappels. En die vinden

ze ook elders, zoals in onze polder.

Bijzonder

De jongen worden door beide ouders verzorgd en kunnen na 9-10 weken vliegen. Dat is nodig, omdat de winter in Siberië al rond half september begint en dan moeten ze sterk genoeg zijn voor een vliegtocht van 4.000 kilometer. De jongen blijven het 1e jaar bij hun ouders. Pas als de ouders weer in Siberië terug zijn valt het familieverband uit elkaar. De ouders gaan naar hun broedterritorium terwijl de jaarlingen in grote groepen (hangjongeren of ´hangzwanen´) samenscholen in de mondingen van rivieren en beschutte poelen. Veel van deze jaarlingen sluiten zich op de herfsttrek weer bij hun ouders aan. Op hun 3e of 4e jaar gaan ze zelf een partner zoeken. Kleine zwanen behoren tot de meest partnertrouwe vogels ter wereld. De band is altijd voor het leven en uit ringonderzoek is gebleken dat echtscheidingen eigenlijk nooit voorkomen. Het langst bekende huwelijk was 19 jaar.

Waar

Kleine zwanen broeden in het toendragebied van Noord-Rusland en Siberië. De populatie van 20-25000 vogels ten westen van de Oeral overwintert in Noordwest-Europa. Het grootste deel daarvan overwintert in Nederland

 vogelsSmient30 jan 2010januari

Smient, 30 jan 2010

 smientgroot

Door de strenge vorst van vorige week was alle water van het grote meer behalve het diepste deel rond Vork en Mes dichtgevroren. Op dit soort diepe meren verzamelen zich dan alle watervogels uit de wijde omtrek. Het is zeer de moeite waard om dan eens te gaan kijken. Watervogels hebben in winter hun mooiste kleed en zijn bijzonder actief om hun vrouwtjes te imponeren (baltsen). Zonder moeite telde ik bijna 20 verschillende soorten: Canadese ganzen* (wel 50), grauwe ganzen*, nijlganzen*, knobbelzwanen, dodaarsjes *, en futen, aalscholvers *, meerkoeten en waterhoentjes, de zeldzame nonnetjes*, kuifeendjes*, tafeleenden, wilde eenden, krakeenden*, slobeenden, een pijlstaarteend * maar vooral veel smienten. Van de met (*) gemerkte soorten is reeds een column verschenen. Ik telde van de smient wel 3000 stuks. De smient is een van de mooiste eendensoorten en heeft voor een eend een bijzondere roep. De mannetjes roepen ´wiew-wiew´ en daarom heten de smient ook wel fluiteend. Hun gefluit schalt voordurend

over het water.

Bijzonder

De smient is in de winter de meest algemene watervogel in Nederland. Wereldwijd zijn er ongeveer 1.5 miljoen dieren, waarvan er zo´n 400.000 in Nederland overwinteren. Op de Ouderkerkerplas naast de A9 zag ik er deze week wel 100.000. Het lijkt wel of smienten de hele dag niets doen. Dat komt omdat ze overdag in grote groepen bij elkaar bescherming zoeken op open water. Pas in de schemer en de nacht fourageren ze. De soort is beschermd en boeren krijgen een vergoeding voor schade.

Waar

De smient broedt in IJsland en de noordelijke delen van Scandinavië en Siberië, maar in Nederland nauwelijks. Ze gedragen zich eigenlijk niet als eenden, maar als ganzen: ze grazen de hele nacht op weilanden en eten per nacht wel de helft (300 gr) van hun lichaamsgewicht. ´s Nachts is het kenmerkende gefluit van overvliegende dieren overal te horen.

 smient

 vogelsPutter23 jan 2010januari

Putter, 23 jan 2010

 putterklein

In de winter kunnen vogels moeilijker aan voedsel komen en wagen zij zich dichter in de buurt van huizen. Zeker als er voer wordt opgehangen. Een lezer van deze column stuurde mij deze perfecte foto van een van onze kleurigste zangvogels: de putter of distelvink. De kop is rood, wit, zwart en de vleugels zijn zwart met helder geel. De putter is familie van de vink. Vinkachtigen zijn zaadeters en hebben daarvoor een stevige brede bek. De putter heeft zoals goed op de foto te zien is een vrij lange snavel, die niet zo breed is als andere vinkachtigen. Dat is handig om tussen de stekels van distelbloemen de zaadjes uit te vissen, want dat is hun lievelingsdieet.

In de zomer eten ze ook insecten en zoals bij de meeste zangvogels worden hun jongen vooral met insecten grootgebracht.

Bijzonder

Bij de meeste vogelsoorten zingt alleen het mannetje. Bij de puttertjes zingt ook het vrouwtje, alleen iets minder uitgebreid. Omdat ze er leuk uitzien en vanwege het gezellige gezang van beide seksen, wordt de putter ook wel als kooivogel gehouden. Ook in het uiterlijk verschillen de seksen weinig. Alleen is de rode ring om de snavel bij het vrouwtje smaller dan bij het mannetje en houdt deze bij haar voor het oog op.

Waar

Het puttertje komt in heel Europa, Azië en Noord Afrika voor. Meestal is het een standvogel. Alleen de noordelijkste dieren trekken in de winter naar het zuiden. Daarom zijn er in ons land in de winter meer puttertjes, die meestal in groepen rondtrekken. In Nederland is de putter een vrij algemene broedvogel. Ook in de Haarlemmermeer kan de soort in veel tuinen worden aangetroffen, zeker in de winter en ook broedt hij in De Heimanshof.

 vogelsRoerdomp16 jan 2010januari

Roerdomp, 16 jan 2010

 roerdomp2

Iedereen kent de blauwe reiger, die bij ons in de polder b.v in het Wandelbos van Hoofddorp broedt. Maar er zijn nog 10 andere soorten reigers, waarvan de ene soort nog schuwer en/of zeldzamer is dan de andere. Zo meldde ik vorig jaar winter dat er grote zilverreigers in onze polder waren terechtgekomen en ook dit jaar is er al weer tenminste één gezien. De roerdomp is een andere schuwe reigersoort. Deze inheemse reiger leeft sinds mensenheugenis in de moerassen en rietvelden van ons land, die vroeger algemeen en uitgestrekt waren. Rond 1975 schatte met het aantal broedparen op 500 tot 700. Daarna ging het snel bergafwaarts o.a. door het verdwijnen van rietvelden door bosopslag, recreatiedruk en stedenbouw. Na de winter van 1996 waren er nog maar circa 150 paar. Een herstel na deze strenge winter -zoals daarvoor altijd het geval was- bleef uit. De roerdomp staat daarom nu op de rode lijst van bedreigde vogelsoorten.

Bijzonder

De roerdomp is een middelgrote, bruine reiger, die

veelal verborgen leeft in het riet en daarvoor (zie foto) een prima schutkleur heeft. Tussen het riet zoekt deze soort naar amfibieën en vissen en dan vooral in schemerperioden. Als hij zich bespied waant, blijft hij roerloos staan met de snavel recht naar boven wijzend. In deze ´paalhouding´ is hij vrijwel onzichtbaar. Het geluid dat de roerdomp maakt, is een laag dreunend en zeer ver dragend ´hoemp´ geluid. Om vrouwtjes te lokken, maakt hij een hoog en scherp geluid. Vroeger dacht men soms dat de roep van deze vogel het geluid van de duivel was.

Waar

Het broedbiotoop bestaat uit grote, ongestoorde rietvelden die in het water staan. In de winter is de kans om een roerdomp te zien groter dan in de zomer, omdat er ´s winters meer roerdompen zijn en omdat ze ´s winters vaker het riet verlaten om voedsel te zoeken. Soms zie je ze zelfs over het ijs schuifelen Vorig jaar winter zag ik een roerdomp overvliegen en de afgelopen week werd er een exemplaar in het Haarlemmermeerse Bos waargenomen.

 roerdomp4

 vogelsRoodkeelduiker10 jan 2010januari

Roodkeelduiker, 10 jan 2010

 roodkeelduikergroot

Veel mensen leven in de veronderstelling, dat er in de winter niet veel te beleven is in de natuur om ons heen. Niets is minder waar. Er zijn weliswaar minder bloemen, maar dat gemis wordt ruimschoots gecompenseerd door de vloed van wintergasten en dwaalgasten die er in deze tijd over ons land spoelt. Veel van deze gasten vluchten voor het barre winterweer in Noord of Oost Europa of nog van verder weg, zoals Groenland. Een prachtig voorbeeld van een dergelijke winterverrassing was de melding van een Roodkeelduiker. Zo´n roodkeelduiker (die rode keel heeft hij alleen in zijn broedkleed in de zomer, zie inzet) zullen weinig mensen kennen. Het is namelijk een broedvogel van Noord-Europa, die wel elke winter naar Nederland komt, maar dan vooral aan de kust, in zout water. Maar dit exemplaar was dus afgedwaald naar onze eigen Hoofdvaart. Duikers zijn grote familieleden van futen. Ze hebben dolkvormige snavels en leven van vis. De Roodkeelduiker is de kleinste duikersoort en wordt meestal 50-60 cm groot. ´s Winters is hij grijs van boven,

met fijne witte vlekken en van onderen wit.

Bijzonder

In de winter is de vogel, behalve aan zijn grootte, te herkennen aan zijn opvallende zwemgedrag, waarbij de kop enigszins schuin omhoog gehouden wordt. Roodkeelduikers jagen vaak samen en zwemmen daarbij vaak met opgeheven kop om elkaar heen. De vogel is niet snel op het land en nesten worden dan ook vlak langs de waterkant gebouwd, zodat de vogel bij gevaar snel onder water kan duiken.

Waar

De roodkeelduiker broedt bij ondiepe zoetwaterplassen, liefst in boomloos terrein in Scandinavië, IJsland en het noorden van Rusland. Buiten het broedseizoen leeft hij vooral op zee en sporadisch in het binnenland. Ze overwinteren vooral langs de Europese kusten van de Noordzee en de Atlantische Oceaan. In Nederland is het de algemeenste duiker die soms in 10-tallen langsvliegende exemplaren per dag kan worden waargenomen tussen oktober en februari.

 roodkeelduikerzomerenwinter

 kleine dierenMol3 jan 2010januari

Mol, 3 jan 2010

 mol

Juist met sneeuw valt het op dat het onder de grond soms een drukke bedoening is. Overal verschijnen molshopen door de sneeuwlaag. Dat doet de mol met zijn grote graafpoten. De mol maakt oppervlakkige jaaggangen of mollenritten en diepe gangen tot wel 120 cm. Hij heeft kleine 1 mm grote oogjes, maar is niet blind. Zijn belangrijkste zintuig is zijn neus met daarop ook gevoelige snorharen. De mol leeft alleen, behalve in de paartijd (februari-april). Dan verlaten mannetjes hun territorium en graven totdat ze een vrouwtje hebben gevonden. Omdat nesten diep liggen, is deze periode te herkennen aan molshopen die een stuk groter zijn. In mei of juni worden de jongen geboren. Na 2 maanden verlaten ze het nest om een eigen territorium te zoeken. Hierbij wordt vaak hevig gevochten. De mol wordt gemiddeld 3 jaar oud, maar kan 7 jaar halen. Regenwormen zijn het belangrijkste voedsel. Daarnaast eet hij bijna

alle dieren die hij in zijn gangen aantreft, zoals engerlingen, maden en andere insectenlarven. De mol (1 ons)moet per dag 40-50 gram voedsel binnenkrijgen. In de herfst en winter legt hij voedselvoorraden aan. Daarvoor bijt hij de kop van regenwormen af, zodat ze verlamd raken. De mol is ook een goede zwemmer. Hij is zowel overdag als ´s nachts actief in een ritme van 4 uur op en 4 uur af.

Bijzonder

De mol heeft een korte zwartfluwelen vacht waarmee hij, dankzij een speciale plaatsing van de haren, even gemakkelijk voor- als achteruit door de gangen kan bewegen. Om deze bijzondere vacht wordt er ook jacht op de mol gemaakt. Sinds 2005 is de mol niet langer een beschermde diersoort.

Waar

De mol komt overal voor waar de grond geschikt is om in te graven (dus niet te zandig, te vochtig of te stenig) en waar zich voldoende regenwormen in bevinden (dus niet te zuur). Hij komt vooral voor in loofwouden en graslanden en tot 2000 meter hoogte. De Europese mol komt voor in bijna geheel Europa, tot in West-Siberië, behalve in het uiterste zuiden en noorden en in Ierland en IJsland.

 vogelsbokje2 jan 2009januari

bokje, 2 jan 2009

 Bokje

Vorige week maakte de Geniedijk zich voor mij weer eens waar als ecologische verbindingsroute. Wat was het geval: met het invallen van de vorst waren de ondiepe kuilen, die ontstaan waren bij het slopen van het Hoofdvaartcollege op het toekomstige Jansoniusterrein als eerste dichtgevroren. Voor de jeugd van het Oude Buurtje, waaronder mijn zoon, trok dit ijs als een magneet. Bij het verkennen van de sterkte van het ijs, struinden zij door de dichte bosjes van elzen en wilgen, die de afgelopen 2 jaar waren opgeschoten. Uit die bosjes vlogen enige tientallen vogels op, waarvan hun beschrijving klonk als een kruising tussen een watersnip en een oeverloper. Daar moest ik het fijne van weten. Met 10-15 kinderen, al of niet op de schaats, in mijn kielzog verkende ik zelf de bosjes en tot mijn niet geringe enthousiasme vlogen er een aantal bokjes op. Bokjes zijn de kleinste en zeldzaamste van de snipachtigen. Net als de houtsnip vertrouwen ze sterk op hun schutkleur en blijven rustig zitten tot iemand vlak bij is. Watersnippen zijn veel schuwer en gaan al op grote afstand

op de wieken. Hoewel het bokje lijkt op de watersnip, is hij veel kleiner en heeft een korte snavel, wat de kinderen haarfijn hadden waargenomen. Er lopen twee roomkleurige strepen langs de kruin die overgaan in twee strepen op de rug (zie foto). Het bokje is een schuwe vogel, die vooral ′s nachts en in de schemering actief is.

Bijzonder

Bokjes zijn solitaire vogels, waarvan je er zelden meer dan 2-5 bij elkaar ziet. Dat er 20-30 bij elkaar zaten op het Jansoniusterrein is naast hun zeldzaamheid dus dubbel bijzonder. Het bokje is meestal zwijgzaam, in tegenstelling tot de watersnip, die luid krassend wegvliegt. In de baltsvlucht maakt hij echter een geluid als van ‘een galopperend paard in de verte’. Snippen zijn geliefde jachtvogels. Niet zozeer omdat ze zo lekker zijn, maar omdat ze bij het (onverwachts) opvliegen snelle haakse bewegingen maken. Dat maakt ze moeilijk te raken en daarmee voor jagers blijkbaar extra interessant om neer te leggen.

Waar

Het bokje maakt zijn nest in de uitgestrekte hoogveengebieden in het noorden van Scandinavië en Rusland. De soort overwintert in West-Europa en in het Middellandse-Zeegebied in vochtige gebieden met voldoende beschutting. Het (huidige) Jansonius-terrein past perfect in dat profiel.

 plantenStinkend Nieskruid14 jan 2008januari

Stinkend Nieskruid, 14 jan 2008

 stinkendnieskruid

Niet alleen mossen hebben in de winter hun toptijd. Er zijn ook hogere planten die in de kou goed gedijen. Stinkend nieskruid of kerstroos is er zo een. Het is een plant van rotsachtige hellingen, bermen en open bossen, die in ons land wel in tuinen wordt aangetroffen en zich van daaruit heeft verspreid. Dit familielid van de boterbloemen is een wintergroene vaste plant. Hij heeft zijn Nederlandse naam te danken aan de groenige bloemen die stinken als ze worden aangeraakt. De plant zaait zich vrij makkelijk uit. Met de steeds zachtere winters doet hij zijn bijnaam Kerstroos eer aan en bloeit dan zeker tot april. Door deze vroege bloei is de plant, samen met bolgewassen een welkome voedselbron voor bijen en andere insecten. De mieren waarderen de olie die uit de zaden komt, en slepen deze mee. Op deze manier vindt de verspreiding van de zaden plaats.

Bijzonder

Alle plantendelen zijn zwak giftig. De onaangename geur van de bloemen is zeer sterk als de enigszins

leerachtige bladeren worden fijngewreven (gebruik handschoenen). De zaden kunnen bij het oogsten jeuk veroorzaken en pijn in de vingers. Ze bevatten een stof die huid- en slijmvliezen irriteert en een andere, die op het hart inwerkt. Vergiftigingsverschijnselen komen uiterst zelden voor en geen reden om deze mooie plant uit de tuin te bannen. De plant stond bekend om zijn genezende werking bij depressies en waandenkbeelden. De latijnse naam Helleborus betekent: voedsel uit de Hel. Volgens de overlevering stierf Alexander de Grote aan een overdosis van dit kruid omdat zijn artsen er iets te scheutig mee waren.

Waar

Stinkend Nieskruid is een plant die oorspronkelijk uit de berggebieden rond de Alpen, Karpaten en Apenijnen komt. Tot in België komt deze soort inheems voor. In ons land vooral in tuinen en verwilderd.

Terugmeldingen

Een maand geleden meldde ik de zeldzame velduilen, die broeden op Schiphol. Sinds kort is een spectaculaire groep van 15 wintergasten van deze soort neergestreken op het braakliggende terrein van het toekomstige Toolenburg-Zuid. Ongetwijfeld doen ook deze dieren zich te goed aan (de resten van) van de grote veldmuizenpopulatie van dit jaar, waaraan zoveel andere roofvogels en uilen een bijzonder goed jaar te danken hebben.

 plantenMossen13 jan 2008januari

Mossen, 13 jan 2008

 mossen_gekroesdplakkaatmos

Vaak wordt gedacht dat de winter een periode is waarin er in de natuur weinig of niets te beleven is. Dat geldt zeker niet voor de wereld van de mossen, waarvoor de winter de toptijd is. Mossen groeien door bij lagere temperaturen dan vaatplanten. In de winter en vroege voorjaar hebben ze het voordeel, dat ze zelf door groeien en dat ze door andere planten niet overwoekerd worden. In Nederland komen zo’n 550 soorten voor.
Mossen zijn de eenvoudigste altijd-groene landplanten. Ze hebben geen vaatbundels en wortels, zoals varens en bloeiende planten. Mossen worden onderverdeeld in drie groepen: blad-, lever- en hauwmossen. Bladmossen vallen in drie groepen uiteen: Veenmossen hebben vertakte stengels en groeien in moerassen. Topkapselmossen zijn niet vertakt en hebben het sporenkapsel aan de top van de stengel. Verder zijn er slaapmossen met veel zijtakken, die meestal op de grond liggen en sporenkapsels langs de stengel maken.

Bijzonder

Veel soorten zijn

in staat om volledig uit te drogen en na nat worden weer gewoon door te groeien. Omdat mossen geen wortels hebben en hun voedsel via het blad opnemen, kunnen zij soms jarenlang aan de top doorgroeien, terwijl ze aan het oudste eind geleidelijk afsterven. Bij sommige soorten kan de plant vele decennia oud worden.

Waar

Op een veengebied in Badhoevedorp vonden we naast het vorige week gemelde Parapluutjesmos, Gewoon dikkopmos (een slaapmos) en 13 topkapselsoorten. Het lage aantal slaapmossen, komt waarschijnlijk door het gebruik van bestrijdingsmiddelen, waardoor deze soorten niet de leeftijd bereiken om zich voort te planten. Bijzonder was dat de topkapselmossen wel vrijwel allemaal sporenkapsels vormden. Het zijn pioniersoorten, zoals Gewoon purpersteeltje dat gedijt bij menselijke verstoring en stikstofverrijking, maar waar de bodem vrij stabiel is. Braamknikmos vormt miniscule rode knolletjes die er uitzien als aardbeitjes, waarmee hij zich vegetatief verspreid. Ook vonden we waarschijnlijk de 1e exemplaren van Gewoon kleimos in de Haarlemmermeer.
Op het nabij gelegen verlaten oude Sonyterrein kwamen nog 2 bijzondere soorten te voorschijn: tussen het riet, gekroesd plakkaatmos (zie foto), een levermos, wat vooral uit kalkrijke duinvalleien bekend is en het gezoomd vedermos, een topkapselmos, wat ook nog niet eerder in de Haarlemmermeer werd gevonden.

 plantenParapluutjesmos6 jan 2008januari

Parapluutjesmos, 6 jan 2008

 parapluutjesmos

Herkenning van mossen begint met het verschil tussen blad- en levermossen. De meeste bladmossen hebben blaadjes, die om een stengel staan en een middennerf hebben. Als levermossen bladeren hebben, zitten er geen nerven in. Er zijn ook levermossen zonder stengels. De plant bestaat dan uit een groene, bladachtige schijf (thallus), die qua vorm op een lever lijkt, vandaar de naam. Het bekendste levermos is parapluutjesmos. Het groeit op beschaduwde, vochtige plekken. Het thallus van parapluutjesmos zit met hechtdraden vast, die geen wortels zijn. Op het thallus zitten ondiepe broedbekertjes met broedkorrels. Die korrels zijn een soort stekjes, die met opspattend regenwater weggeslingerd worden en kunnen uitgroeien tot nieuwe plantjes. De voortplantingsorganen zitten op verschillende planten. Zaadcellen worden gevormd door mannelijke planten in kommetjes. De zaadcellen kunnen zich op eigen kracht naar de eicellen in de vrouwelijke organen bewegen. Die zitten op vrouwelijke planten en lijken op paraplu′s, waarvan alleen de negen

baleinen over zijn. Onder die baleinen zitten zakjes, waarin zich fijne gele sporen ontwikkelen.

Bijzonder

Levermossen bestaan al minstens 375 miljoen jaar. Dat levermossen een grote levenskracht hebben opgedaan in hun lange geschiedenis, mag blijken uit het feit dat zij zich kunnen handhaven onder omstandigheden waar alle andere planten het moeten opgeven. In dit geval zijn het de zeer natte en zure omstandigheden en het feit dat de mossen zeer vitaal zijn, terwijl het terrein rijkelijk met bestrijdingsmiddelen wordt behandeld om het onkruidvrij te houden.

Waar

Soms kom je langs een terrein, waaraan je meteen ziet, dat er iets bijzonders mee is. Dat gevoel had ik een paar weken geleden toen ik in Badhoevedorp was, in de hoek waar de A4 de Haarlemmermeer binnenkomt. Het was een verlaten tuinderij, die helemaal bedekt was met mossen. Om de oorzaak daarvan uit te zoeken, ben ik er met een aantal leden van de KNNV mossenwerkgroep naar terug gegaan. 50 % van het terrein was bedekt met parapluutjesmos. Over de ruim 20 andere mossoorten leest u volgende week. De bijzondere aard van dit terrein voor de Haarlemmermeer is, dat het een hoekje is dat door de ringvaart afgescheiden is van het veengebied rond de Nieuwe Meer, waar het eigenlijk bij hoort.

 plantenWinterakoniet en Sneeuwklokjes27 jan 2007januari

Winterakoniet en Sneeuwklokjes, 27 jan 2007

 winteraconiet2

Ondanks het feit dat vorige week de vorst voor het eerst toesloeg, waren er al bolgewassen die het nieuwe jaar aankondigen en in bloei kwamen. De bekendste van deze planten is ongetwijfeld het sneeuwklokje. Weinig bekend is echter dat er minstens 60 soorten sneeuwklokjes bestaan. De allervroegst bloeiende daarvan is het grote sneeuwklokje, die i.t.t de gewone boerensneeuwklokjes wel 15-20 hoog kan worden. Behalve de grote en de gewone sneeuwklokjes zijn er dubbele, smalbloemige, breedbloemige, pollenvormende en wortelstokvormende soorten. Een andere zeer vroeg bloeiende soort is de winterakoniet. Het is een geliefde voorjaarsbloeier vanwege zijn felle, gele kleur. De plant heeft stengels met daarop telkens 1 gele bloem, die omringd wordt door een krans van ongeveer 6 ongesteelde bladeren. De bloemen openen zich alleen als de zon schijnt. Het duurt ongeveer 4 jaar voor zaad volwassen is. Vele piepkleine kiemplantjes staan meestal rond de volwassen

planten (zie foto).

Bijzonder

Winterakonieten en sneeuwklokjes zijn stinsenplanten. Dat is een verzamelnaam voor planten die van elders zijn ingevoerd vanaf de middeleeuwen tot het midden van de vorige eeuw. De planten wisten zich zo goed te handhaven en soms ook uit te breiden, dat ze nu tot de Nederlandse flora worden gerekend. Tot de stinsenplanten worden niet alleen bolgewassen gerekend, maar ook sommige heesters en vaste planten; evenals sommige "onkruiden": zevenblad en fluitekruid. De naam stinsenplant werd voor het eerst gebruikt door een botanicus in1923, die opmerkte dat planten uit deze groep veel voorkomen bij oude boerderijen, kerkhoven, buitenplaatsen of zoals deze gebouwen in het noorden worden genoemd: borgen (Groningen), havezaten (Drenthe en Overijssel) en stinsen (Friesland).

Waar

Boerensneeuwklokjes zijn zeer algemeen verwilderd in tuinen parken en boerenerven. Andere soorten zijn niet zo algemeen. In De Heimanshof kunnen een 10-tal soorten bekeken worden. Sneeuwklokjes komen oorspronkelijk uit Turkije en de Balkan.De winterakonieten worden in het wild als vrij zeldzaam beschouwd. Toch kunnen zij regelmatig in tuinen en parken worden aangetroffen. Winterakonieten komen uit Turkije waar zij o.a in het Taurusgebergte groeien op zo’n 2000 m hoogte.

 vogelsSlechtvalk9 jan 2007januari

Slechtvalk, 9 jan 2007

 slechtvalk

De slechtvalk behoort tot de grootste valken met een gemiddelde grootte van 43 cm. De vogels hebben een lichte onderkant met dwarsbanden en een donkergrijze rug. De jonge vogels zijn eerst bruin. Wereldwijd zijn een twintigtal ondersoorten bekend. Zoals bij de meeste roofvogels is het vrouwtje veel groter en zwaarder dan het mannetje. De prooien zijn vooral vogels (duiven, eenden) die het liefst in de vlucht worden geslagen en meestal op slag dood zijn. De slechtvalk bewoont bij voorkeur steile rotsen en ravijnen.

Bijzonder

De slechtvalk staat bekend als de snelst duikende vogel ter wereld. Het dier maakt vanaf grote hoogte steile duikvluchten en bereikt daarbij snelheden tot meer dan 300 km/uur.
De aantallen slechtvalken namen reeds in de Tweede wereldoorlog sterk af, omdat zij massaal werden afgeschoten omdat zij postduiven vingen (die tussen militaire posten werden gebruikt). In de jaren ′ 60 kreeg de soort in Europa bijna de doodsteek wegens het overmatige gebruik van DDT. Sinds hun bescherming in verschillende landen lijken ze opnieuw aan een opmars bezig.

Waar

In

Nederland en België is deze vogel steeds vaker te bewonderen. Vooral in de winter is de slechtvalk een regelmatige verschijning aan het worden. Sinds het jaar 2000 zijn er al meer dan 5000 waarnemingen in Nederland gedaan. Sinds begin jaren ′90 broedt deze vogel ook in Nederland in speciale nestkasten, die door een slechtvalkenwerkgroep worden geplaatst. Het dichtstbijzijnde nest is reeds meer dan 5 jaar in de toren van de Hemwegcentrale in een nestkast 80 m boven de grond. In Haarlem wordt overwogen een nestkast te plaatsen. Ook de Haarlemmermeer wordt regelmatig bezocht. Frappant is het vaste winterbezoek van een vrouwtje dat al meer dan 5 jaar lang in de buurt van Vijfhuizen is. Aan haar ruipatroon kon afgeleid worden dat zij waarschijnlijk uit Noord-Zweden komt. Ook uit de buurt van Zwaanshoek is ‘s winters een vaste bezoeker bekend.

Terugmeldingen

Een aantal waarnemingen werden gedaan gedurende de zomer van 2007
Waar te nemen: regelmatige doortrekker en wintergast
Status:Rode lijst soort

 slechtvalk-duif