bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Merel(sterfte), 22 sep 2018

 merel

De aanleiding voor deze column is het feit dat ik normaliter 10-12 merels rond mijn huis heb die de druiven van onze gevel plunderen. Dit jaar is niet alleen een uitzonderlijk goed (zoet) druivenjaar, er wordt ook helemaal niet van gegete, terwijl ze voor de zomer wel de bessenstruiken leeg aten. Dat geeft mij het angstige gevoel dat de gevreesde Usutu merelziekte nu ook (half augustus) de Haarlemmermeer bereikt heeft. Graag reacties van lezers of dit kunnen bevestigen of andere ervaringen hebben. Het Usutu-virus komt uit Afrika en wordt verspreid door muggen. Het virus is via trekvogels naar Europa overgebracht, waar het 2001 voor het eerst opdook in Oostenrijk. Vanuit daar verspreidde het zich over Europa, met in 2012 een massale slachting onder de merels in Duitsland tot gevolg. Meer dan 300.000 vogels stierven. In sommige Duitse steden was de sterfte zo massaal

dat de merels praktisch verdwenen waren uit de tuinen en parken. In 2016 bereikte het zuid-oost Nederland.

Bijzonder

De merel is een van de meest algemene zangvogels in Nederland en zeker in stedelijk gebied. Maar dit was niet altijd zo. Tot ca 1900 was de merel een schuwe bosvogel. Ze leefden teruggetrokken in dichte loofbossen van Europa. Bij elk kleinste teken van gevaar trokken ze zich in het dichte kreupelhout terug en waarschuwden ze met hun typische alarmroep de andere bosbewoners. Ze hebben zich echter ontwikkeld tot cultuurvolgers en komen nu vrijwel overal in tuinen voor. Merels zijn alleseters en voeden zich onder meer met wormen, insecten, bessen, brood, zaden, afval en diverse soorten vogelvoer. De merel is een uitbundige zanger en zingt vaak vanaf een hoog punt. Het mannetje zingt vanaf februari, vooral ’s morgens, ’s avonds en bij regen.

Waar

De merel komt van nature voor ten zuiden van de poolcirkel in heel Europa en grote delen van Azië. Elders is de merel ook uitgezet en in Australië en Nieuw-Zeeland wordt hij gezien als een plaag. Afgezien van de noordelijkste populaties zijn merels meestal geen trekvogels.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 2 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 bomenLinde (1)12 jan 2013januari

Linde (1), 12 jan 2013

 linde1

Al ruim een jaar zijn we met onderzoek bezig naar monumentale en bijzondere bomen om daar wandel- en fietsroutes langs te maken. Inmiddels hebben we ca 500 locaties gevonden met ca 3000 bomen die de moeite van een bezoek waard kunnen zijn. Graag houden we ons nog steeds aanbevolen indien u een bijzondere boom heeft en wij nog niet langs geweest zijn.

Er komen allerlei leuke zaken boven tafel, waarvan ik er vast een aantal met u wil delen. De dikste boom die wij gevonden hebben, mat ruim 9 m in omvang, de oudste (in onze polder van 160 jaar oud) minstens 320 jaar en we hebben er 1 van 7 m, 2 van 6 m, 5 van 5m en 12 van 4 m of meer gevonden. Het waren indrukwekkende ontmoetingen met bomen die veel meegemaakt hebben. De dikste bomen zijn meest wilgen, treurwilgen en beuken. Ook essen en kastanjes komen soms

boven de 4 m. Opvallend was dat eiken en lindes, die meestal doorgaan voor de oudste en dikste soorten, niet of nauwelijks boven de 3 m omvang te vinden zijn. Vandaar dat we ons in een aantal columns wat nader verdiepen in lindebomen.

Lindes en eiken groeien zeker minder snel dan wilgen (6,7,9 m in 100 jaar) of beuken (dikte 5.20 m in 180 jaar of 5 m in 160 jaar).We moeten dus nog 100 of 200 jaargeduld hebben voor een 5 m exemplaar in onze polder. De dikste linde in de polder, die we gevonden hebben mat 3 m en groeit op een boerenerf langs de Schipholweg bij Badhoevedorp. Laten we in de tussentijd zuinig met onze monumentale bomen zijn en niet zo snel met de zaag als tot dusver. Er komen in Nederland een 5 tal soorten lindes voor, waarvan we er 3 gevonden hebben. Dit zijn de inheemse soorten zomerlinde of grootbladige linde, de winterlinde en de kruising van beide soorten, de Hollandse of gewone linde. De koningslinde en de Krimlinde zijn kweekvariëteiten van de Hollandse linde. Lindebomen kunnen zeer oud worden en afhankelijk van de variëteit 15 -30 m hoog. De linde heeft een kenmerkende ronde kroon met steil opgaande takken (foto).
Volgende week verder.

 vogelsSmelleken8 jan 2013januari

Smelleken, 8 jan 2013

 smelleken1

Graag vestig ik uw aandacht op het verschijnsel wintergasten. Ons land is gezegend met een vruchtbare bodem en een mild klimaat. Veel vogels uit het barre hoge noorden of oosten weten deze omstandigheden te waarderen. Ze broeden in de Siberische bossen of de toendra, maar brengen de winter hier door. Een van deze groepen is de roofvogels. Zo verveelvoudigd in de winter de stand aan buizerds, torenvalken, slechtvalken, sperwers, blauwe kiekendieven en haviken die hier broeden. Er is geen betere tijd om roofvogels te zien dan de winter. De bomen zijn kaal en er zijn er veel. Vooral buizerds en sperwers vallen op. Buizerds omdat zij overal rond autowegen jagen op muizen in bermen en sperwers (een bosvogel) omdat die zich in hun jacht op vogeltjes in tuinen wagen. ‘Luxer’ aangelegde vogels zoals de boomvalk en de bruine kiekendief trekken naar het zuiden. Ook verschijnen er soorten die hier niet broeden. Een daarvan is het smelleken. Het is het kleinste valkje van Europa, dat leeft van de jacht op vogeltjes als vinken, piepers en lijsterachtigen

in open terreinen met bosjes, zoals de duinen.

Bijzonder

Van deze doortrekkers en overwinteraars zwerven er ook individuen het hele land door. In Nieuw-Vennep zat een jong mannetje zo intensief achter een vogeltje aan dat hij een raam niet meer kon ontwijken. Doordat de vogel versuft was, met bloed aan zijn snavel, kon hij naar de dierenarts gebracht worden en goed bekeken worden. Daaruit bleek dat het een smelleken was (foto boven) en niet een sperwer (foto onder) zoals in 99 van de 100 gevallen. Een jong sperwermannetje heeft nl een gele ring rond zijn neus en geen oogstreep. Gelukkig herstelde de vogel snel. De prooi (een graspieper) had de aanval niet overleefd en lag in de tuin.

Waar

Het smelleken broedt in de lage struiken van de toendra en trekt hier in september en oktober door naar het zuiden en april en mei naar het noorden. Maar vooral in de duinstreek blijven er ook kleinere aantallen de hele winter over.

 smelleken2

 bomenHollandse Iep29 jan 2012januari

Hollandse Iep, 29 jan 2012

 hollandse-iepcombi

Deze week één van de monumentale bomen die ik afgelopen week ontdekte bij het onderzoek naar leuke wandel- en fietsroutes langs bijzondere bomen overal in de polder. Talloze malen had ik de afgelopen weken een gevoel van ontzag en bewondering bij bomen die al 80, 100, 160, en zelfs 360 of 450 jaar de mens en het klimaat getrotseerd hebben in onze polder.

Bijzonder

De Hollandse iep van deze week heeft een aantal bijzonderheden. Zijn omtrek (op borsthoogte) was een formidabele 340 cm. Het feit dat de dikste en oudste iep in Nederland 440 cm meet en dat er maar 13 iepen in Nederland (bekend) zijn van meer dan 340 cm, zegt al veel. Deze iepen zijn afhankelijk van de vruchtbaarheid van de grond 100- 200 jaar oud en hebben allemaal de gevreesde iepeziekte overleefd. Deze iepeziekte heeft tot

3x toe (vanaf 1930) elke keer 90-95 % van alle iepen gedood. Deze oude bomen hebben waarschijnlijk een natuurlijke resistentie tegen deze ziekte en zijn om die reden wetenschappelijk en cultuurhistorisch zeer waardevol. Ook de locatie van deze boom is bijzonder. Bijna iedereen weet dat de Haarlemmermeer in 1852 is drooggemalen en dat er in het meer 2 eilandjes lagen: Vennip en Abbenes. Maar ook bij Lijnden lag een eilandje met het restant van het verzwolgen dorp Nieuwerkerk. Uit de verhalen van de bewoner van de boerderij Nieuwerkerk lijkt het erop dat het begraafplaatsje van Nieuwerkerk (op een terp?) de vraatzucht van de stormen heeft weerstaan tot de inpoldering. Of onze iep er toen al stond is niet bekend.

Waar

Een Hollandse iep is een kruising tussen de ruwe iep en de gladde iep, die ook in het wild voorkomt. Ze bloeien nu met rode bloesem (zie inzet foto) en maken massaal zaad bij het eerste blad in april. De Hollandse iep kan goed tegen wind en wordt vooral in de kustprovincies veel aangeplant. Amsterdam is de iepenhoofdstad van de wereld. De iep is een gewaardeerde stadsboom met hardhout dat zelden breekt en wortels die weinig schade aan leidingen ondergronds toebrengt.

 bomenTaxus22 jan 2012januari

Taxus, 22 jan 2012

 Taxus

Venijnboom

Deze week hervatten we de serie bijzondere bomen in de hoop dat u bijzonder bomen uit uw omgeving doorgeeft voor onze bomenroutes. Deze week de venijnboom die vaak beter bekend is onder zijn latijnse naam taxus. Het is een langzaam groeiende boom die 20 m hoog kan worden. Van de taxus bestaan mannelijke en vrouwelijke planten. Hij kan zeer oud worden. Er zijn exemplaren bekend van voor het begin van de jaartelling. De oudste taxus die ik heb aangetroffen in onze polder staat bij het gemaal Leegwater in Buitenkaag. Zijn leeftijd schat ik op 180 jaar, dus 20 jaar ouder dan de drooglegging. Elke kegel bevat één zaad, omringd door een zachte rode zaadmantel (zie foto). Deze is 6-9 maanden na bestuiving rijp en wordt gegeten door lijsters en andere vogels, die de harde zaden onbeschadigd via hun uitwerpselen verspreiden. De zaadmantels zijn eetbaar en zoet,

maar het zaad is gevaarlijk giftig. In tegenstelling tot vogels kan de menselijke maag de zaadlaag oplossen, zodat het gif in het lichaam vrijkomt. De rijping van de "besjes" wordt uitgespreid over 2 tot 3 maanden, om de kans op succesvolle zaadverspreiding te verhogen. De venijnboom is geschikt voor het gebruik in een heg omdat hij zich goed laat snoeien en omdat hij goed vertakt.

Bijzonder

Het hout van de venijnboom is sterk en buigzaam. Bij de Slag bij Azincourt (1415) gebruikten de Engelsen bogen van taxushout. Daardoor hadden hun pijlen een veel groter bereik. Het is een van de redenen waarom ze de slag tegen de Fransen wonnen. Zoals de naam als zegt, is de venijnboom giftig. Het komt vrij vaak voor dat vee of paarden van de venijnboom eten en dood gaan. De giftige bestanddelen van de venijnboom worden al heel lang gebruikt in medicijnen tegen kanker. In feite is taxus het meest gebruikte middel tegen kanker (merknaam taxol). Alle delen van de boom behalve de zaadmantels bevatten taxol.

Waar

De venijnboom is een inheemse conifeer. De venijnboom komt van nature voor in Europa, Noord-Afrika en Noord-Iran.

 vogelsIJsduiker14 jan 2012januari

IJsduiker, 14 jan 2012

 ijsduikermetrivierkreeft

Ik onderbreek de serie over bijzondere bomen met het verhaal wat de vogelaarswereld in de wijde omgeving deze week op scherp zette: de waarneming van een ijsduiker in de ringvaart tussen Lisserbroek en Cruquius. De ijsduiker is een grote vogel van 70-90 cm lang. We zien deze vogels in Nederland alleen in de winter en dan meestal alleen op zee. De stormen van de afgelopen tijd heeft deze zeevogel wellicht verleid om rustiger water op te zoeken. Net als alle leden van de zeeduikerfamilie leeft de ijsduiker van vis, maar ook van kreeftachtigen (zie foto van ’onze’ vogel met een Rivierkreeft; en ook filmpjes op youtube). Hij duikt meestal op 2-4 m, maar is ook op 200 m diepte aangetroffen. Een voorwaarde is dat het water helder is, want de vogel jaagt op zicht.

Bijzonder

De ijsduiker

staat van alle vogels het dichtst bij de oervorm van de vogels van 100 miljoen jaar geleden. Dat komt vooral tot uitdrukking in het feit dat hij nog massieve botten heeft en alle andere vogels holle (dus lichte) botten, wat helpt bij het vliegen. De ijsduiker is dus voor een vogel erg zwaar. Deze zware botten zouden helpen bij het duiken. Zo elegant en snel de ijsduiker zwemt, zo log en onhandig is hij op land en bij het vliegen. In de broedtijd maakt de vogel een merkwaardig klagend geluid. Het geluid is typerend voor de Canadese wildernis en wordt wel met het gelach van een gek vergeleken, vandaar de Noord-Amerikaanse naam: loon (van loony: gek).

Waar

De ijsduiker broedt bij voorkeur bij grote, ongestoorde en afgelegen meren met diep, open water in de noordelijke naaldwoudzone en toendra, zoals de binnenmeren van Alaska, Canada, Groenland en IJsland. ’s Winters trekt hij ver naar het zuiden: in Europa van Noorwegen tot Portugal en in Noord-Amerika tot Californië en de Golfkust. In Europa broedt hij alleen op IJsland (100-300 paren). In Nederland is het een zeldzame gast met slechts 10-20 stuks per jaar langs de kust. Heel zelden worden ook vogels in het binnenland gezien.

 bomenPlataan8 jan 2012januari

Plataan, 8 jan 2012

 Plataan_stam

I.v.m. routes van monumentale en bijzonder bomen, die we willen gaan maken deze week een 5e voorbeeldsoort in de hoop dat u massaal ook uw favoriete bomen daarvoor aanmeld. Er staan op veel plaatsen platanen in de Haarlemmermeer. Daarvan hebben er 15 een monumentaal karakter. De dikste is ruim 4 m in omtrek. Waar die staat, komt in de monumentale bomenroute te staan als de eigenaar toestemming geeft. De plataan is een tot 30 m hoge loofboom, die meteen te herkennen is aan de stam. De schors laat namelijk in grote plakken los, waardoor lichtgekleurde vlekken ontstaan(zie foto). Het woord plataan komt van het Griekse platys wat plat of breed betekent. Dat heeft te maken met de brede kroon van de boom. De bladeren van de plataan zijn stug en verteren niet makkelijk (inzet foto). Dat is wel eens een probleem in de herfst met bladeren ruimen. Een plataan kan door zijn sterke bladeren goed tegen de zon en tegen smog van industriegebieden. In zuidelijke landen is het daarom een veel gebruikte schaduwboom. Ook tegen snoeien is hij goed bestand. Platanen in straten

wordt daarom vaak gekandelaberd. D.w.z. de stam met overgebleven korte zijtakken lijkt op een kandelaar.

Bijzonder

Het hout van een plataan is vrij hard, niet duurzaam en dus niet geschikt voor buitenwerk. Het is licht van kleur en mooi gevlamd en wordt daarom gebruikt in de meubel- en wagenmakerij, voor het vervaardigen van kisten, piano’s en voor houtsnijwerk. Vanwege zijn zelfsmerend vermogen gebruikt men plataanhout voor bureauladen.

Waar

Er komen 2 soorten voor in de polder: de Oosterse plataan die inheems is in Zuid- Europa en een kruising tussen de Oosterse en de Westerse plataan (inheems in Amerika). Deze kruising wordt veel gebruikt omdat de Oosterse in zijn jonge jaren vorstgevoelig is. Een paar mooie exemplaren staan bij het Oude Raadhuis in Hoofddorp. Als laanboom staat de plataan o.a. in de Burg. Amersfoordtlaan in Badhoevedorp en in de Parklaan in Hoofddorp staan o.a gekandelaberde exemplaren.

 plataanblad

 bomenWilde citroen1 jan 2012januari

Wilde citroen, 1 jan 2012

 wildecitroen1

In de serie over bijzondere bomen in de Haarlemmermeer deze week de 4e soort. Dit i.v.m. routes van monumentale en bijzonder bomen, die we willen gaan maken. Deze routes moeten deels te voet (per woonkern), deels op de fiets en deels met de auto te bezoeken zijn. Deze week een wilde citroen uit mijn eigen tuin als inspirerend voorbeeld. Deze extreem gedoornde struik (met doorns tot wel 10 cm lang) kwam spontaan op in de schaduw op het noorden en begon een jaar of 4 geleden prachtige bloemen te krijgen in april/mei. Laat in de herfst werden dit onduidelijke gele vruchten. Jaarlijks nam de bloei en de vruchtzetting toe tot wel 200 stuks dit jaar. Onderzoek leidde naar citrussoorten, die mediterrane of tropische voorkeuren hebben en dus zeker geen winter van 15 graden vorst zouden kunne overleven.

Bijzonder

Toch zijn er citrussoorten, die winterhard zijn: De wilde citroen is een bladverliezende, langzaam groeiende kleine boom die 3 m hoog en breed worden kan worden en

tegen 20 graden vorst kan. Eerst verschijnen de witte, sterk naar sinasappel geurende bloemen. Daarna komen de drielobbige bladeren tevoorschijn. De stengels zijn kantig tot afgeplat en olijfkleurig groen. De gele vruchten lijken op kleine sinaasappels of mandarijnen. Zij bevatten veel pitten, hebben een dun vachtje op hun schil en zijn door hun gehalte aan bitterstoffen niet lekker. Maar zij zijn sierraden voor de tuin. De wilde citroen is zelfbestuivend, bloeit op tweejarige twijgen en wordt vaak gebruikt als onderstam om andere citrussoorten op te enten. In Korea zijn de vruchten bekend als middel tegen verstopping, eczeem en koorts. Sap en vruchtvlees kunnen voor jam gebruikt worden, de schil kan men kandijen.

Waar

De wilde citroen komt in het wild voor in de koude gebieden van Korea, Japan en China. De struik in mijn tuin is de enige van deze soort die ik in de Haarlemmermeer ken. Indien u ook bijzonder bomen kent die de moeite waard zijn in een route opgenomen te worden horen wij het graag.

 wildecitroenbloem

 grote dierenDamhert (1)30 jan 2011januari

Damhert (1), 30 jan 2011

 damhert1

Het kon niet uitblijven. De aantallen damherten in de duinen nemen de laatste jaren snel toe. Afgelopen november zag ik er 35 tegelijk in verschillende roedels in Landgoed Leyduin, toen we de Heimanshofklauterboom ophaalden. 2 dominante mannetjes hadden het merendeel van de vrouwtjes onder hun hoede, 1 mannetje had er 2 en de rest bestond uit groepjes jonge mannetjes. Het zijn vooral die jonge mannetjes die uit de beste plekken gejaagd worden en dan gaan zwerven. Elk jaar zijn er meer die daarbij de ringvaart oversteken (zwemmend of via tunnels en bruggen) net als de vossen. Dit jaar waren er verschillende waarnemingen: 2 liepen er op de Driemerenweg bij de Groene Weelde, één in het centrum van Nieuw- Vennep en 1 mannetje werd dood gereden langs de Hoofdvaart. En waarschijnlijk zijn er nog veel

meer geweest. Ik hoor graag van andere waarnemingen. Het damhert is zeer gevarieerd qua uiterlijk, van zeer lichte tot bijna zwarte exemplaren(zie foto). De vacht is meestal bezaaid met witte vlekjes. Een ander kenmerk, waarmee het damhert zich onderscheidt van andere echte herten (zoals het edelhert), is het schoffelgewei. Hierbij zijn de einden van de takken met elkaar verbonden door platen. Enkel het mannetje draagt een gewei. Het wordt in april en mei afgeworpen, waarna het gelijk weer begint aan te groeien. De basthuid wordt in augustus en september afgeschuurd. Damherten leven in roedels. Na de paartijd leven de volwassen herten in aparte roedels en leven de vrouwtjes (hindes) samen met hun nageslacht en enkele jonge mannetjes (die later de roedel verlaten om in vrijgezellengroepen op te groeien). Het damhert voedt zich voornamelijk met grassen, biezen en kruiden, aangevuld met jonge bladeren, bessen (rozenbottel, braam, bosbes), eikels, granen, wortelen en ´s winters schors, hulst en heide. Het kan twintig jaar oud worden in gevangenschap en meer dan zestien jaar oud in het wild. Dit was de eerste van 2 columns over het Damhert. Volgende week het vervolg

 vissenAlver22 jan 2011januari

Alver, 22 jan 2011

 alver

De dooi na 6 weken ijs met sneeuw erop, heeft vissen indringend in beeld gebracht. In het achterkanaal van de Geniedijk bij het oude Buurtje dreven maar liefst 60 enorme vissen: 1 snoek en een paling van 80 cm; 10 karpers van 5-20 kg en brasems van 2-5 kg. Mogelijk is de hele volwassen vispopulatie door zuurstofgebrek onder het ijs omgekomen. Als dat overal gebeurt is..! Opvallend was dat er geen kleine vissen bij zaten, alsof die niet zo diep zwemmen, waar nog wel zuurstof overbleef. Maar kleine vissen kampen weer met andere problemen. Een van die kleine vissen is de alver die 10-20 jaar geleden in scholen van soms duizenden exemplaren voorkwam in onze polder. En dat zie je tegenwoordig niet meer. Een beroepsvisser wijt dit aan de toename van de aalscholver in de polder, die alle vis van 10-20 cm lengte wegvangt. Hij vreest dat de alver en ook beschermde kleine soorten zoals bittervoorn en vetje binnen afzienbare tijd uit zullen sterven. Ik zie als voornaamste reden dat alle waterwegen op doorvoer van water worden beheerd zodat er geen waterplanten en

schuilplaatsen overblijven.

Bijzonder

De alver is een zijdelings afgeplat, zilverachtig visje. Ze kunnen 25 cm worden, maar zijn meestal kleiner dan 15 cm. In direct zonlicht vallen parelmoerachtige kleuren op van de guaninekristallen in de schubben. Er was een commerciële visserij voor de winning van deze kristallen, om er kunstparels van te maken. De alver is een vis die in scholen aan het oppervlak van het water leeft, voor de uitgang van gemalen, maar ook wel in stilstaand water. Een alver voedt zich vooral met plankton en met insecten, maar ook met larven en wormen. Vroeger kwam de alver zeer algemeen voor, tegenwoordig steeds minder door vervuiling, de aalscholver en het oeverbeheer.

Waar

Alvers komen voor van West Europa tot aan de Wolga. De vis is vrij algemeen in Nederland, met een voorkeur voor grotere wateren of rivieren. In heldere beekjes en slootjes wil de alver plaatselijk nog wel eens talrijk voorkomen

 alvergroot

 kleine dierenBaardvleermuis (2)14 jan 2011januari

Baardvleermuis (2), 14 jan 2011

 baardvleermuis2

Afgelopen jaar is de zevende soort vleermuis, die in onze polder voorkomt, ontdekt. Het is de gewone baardvleermuis en hij werd aangetroffen in een voor bezoekers afgesloten deel van één van de forten van de Geniedijk. Dit is het vervolg van de column over de baardvleermuis van vorige week.

Bijzonder

Zoals bij de meeste vleermuissoorten vindt de paring plaats tijdens de korte perioden dat de dieren ´s winters wakker zijn. De zaadcellen bevruchten de eicel pas wanneer het wijfje definitief uit haar winterslaap is ontwaakt. Hierdoor wordt het jong zo vroeg mogelijk in de zomer geboren, zodat het voldoende tijd heeft om volgroeid en goed gevoed de winter in te gaan. In mei zoeken de vrouwtjes de kraamkolonies

op. In juni worden de jongen geboren. Een vrouwtje krijgt één jong per jaar, maar een tweeling komt ook voor. Het jong weegt bij de geboorte 2 g. Na 6 weken kan het jong zelf vliegen en jagen. Eind augustus verlaten de vrouwtjes de kraamkolonie. Een baardvleermuis wordt maximaal 23 jaar oud en gemiddeld een jaar of vier.

Waar

Baardvleermuizen worden vooral aangetroffen in bossen, aan bosranden en in kleinschalige landschappen. Daarbij jagen ze vooral in open ruimtes, zoals boven paden, beken, open plekken en langs houtwallen. Hij komt in heel Nederland voor, maar is over het algemeen zeldzaam. Uit de zomerperiode zijn maar weinig waarnemingen bekend. In de winter wordt hij wel op veel plaatsen aangetroffen. Mogelijk komt dat door een verborgen levenswijze in de zomer en een probleem bij de herkenning met een ´batdetector´. De baardvleermuis komt in het overgrote deel van Europa voor,ook tot vrij hoog in de bergen, en in Azië van Turkije tot Japan. In Nederland is het dier in Zuid-Limburg wat algemener, maar kan in vrijwel het gehele land aangetroffen worden

 plantenAnemonen (1)9 jan 2011januari

Anemonen (1), 9 jan 2011

 anemonen1bosanemoongroot

Het kan niemand meer ontgaan zijn dat het voorjaar in volle hevigheid is losgebarsten. In De Heimanshof hebben we dat voorjaarsgevoel al vanaf het smelten van de sneeuw rond kerst. De tuin is nl zo ingericht dat er vanaf half december continue bloeiende planten aanwezig zijn. De meeste planten bloeien 3- 4 weken en alle bloeicycli lopen van half december tm eind november vloeiend in elkaar over. Ons voorjaar wordt bepaald door de bloei van vooral de stinsenplanten. Dat zijn meest bol- of wortelstokvormende planten die vanuit hun reservevoorraad in die bol ´voor de zon uit´ kunnen groeien. Dit soort gewassen tref je vooral in bosondergroei aan, waar het essentieel is, om voor half mei de levenscyclus van groeien, bloeien en zaad zetten rond te hebben. Dan sluit de bladerkroon

van de bomen zich en wordt het te donker voor groei. De eerste cyclus van het jaar is voor de sneeuwklokjes. Daar hebben we een 10- tal soorten van in de tuin. Een van mijn (vele) favoriete plantensoorten, die op dit moment volop bloeien, zijn de anemonen. Ze behoren tot de boterbloemenfamilie. Van de 120 wereldwijd voorkomende anemonensoorten komen er 4 voor in het wild in Nederland: de witte bosanemoon, de gele anemoon, de blauwe anemoon en de ook blauwe oosterse anemoon. En allen staan natuurlijk in De Heimanshof volop te bloeien. Overigens zijn er van deze wilde soorten talloze kweekvariëteiten in omloop. Het mooie en aansprekende anemonen is, dat ze dichte plakkaten van fijn ingesneden bladeren vormen, die tussen maart en mei bekroond worden door een bloemendek (zie foto van bosanemoon). De bloemen gaan alleen open in de zon. De planten groeien vanuit wortelstokken (bosanemoon en gele anemoon) of bolletjes (blauwe anemoon) en komen daarom verrassend snel uit de grond en tot bloei. Na de bloei trekken de planten zich weer vrij snel terug in hun ondergrondse delen. Een anemoon ontwikkelt zich dus zelden of nooit tot een plaagplant. Volgende week het vervolg.

 kleine dierenBaardvleermuis (1)7 jan 2011januari

Baardvleermuis (1), 7 jan 2011

 baardvleermuis1

Afgelopen jaar is de zevende soort vleermuis, die in onze polder voorkomt, ontdekt. Het is de gewone baardvleermuis en hij werd aangetroffen in een voor bezoekers afgesloten deel van één van de forten van de Geniedijk. Net als de zeer algemene dwergvleermuis, is de baardvleermuis piepklein. Hij weegt 4- 8 gram (een brief weegt 20 g) een heeft een spanwijdte van 20 cm. Opvallend (in de hand) is zijn lichtgrijze buik. Hij jaagt vooral op vliegende insecten zoals langpootmuggen, dansmuggen, haften, vliegen, kevers en motten, maar vangt ook spinnen en rupsen op planten. Een kwartier tot een half uur na zonsondergang vliegt hij meestal uit. Soms is hij ook overdag actief. Hij vliegt laag over de grond of volgt heggen. Geregeld houdt hij pauzes, hangend aan een tak. De baardvleermuis vliegt

bij voorkeur langs lijnvormige structuren in het landschap. Gewoonlijk jaagt de baardvleermuis alleen, maar soms ook in groepen. Hij heeft een langzame, fladderende vlucht op 1,5 - 6 m. hoogte. Een bepaald traject wordt meestal laag bij de grond enige malen afgezocht, voor het dier weer verder vliegt. Vaak worden avond aan avond dezelfde plekken opgezocht en dezelfde banen gevlogen. Het merendeel van de dieren jaagt binnen 1- 3 km van de slaapplaats, maar ze kunnen tot op 10 km worden waargenomen. Hij bewoont in de zomer bomen, nest- of vleermuiskasten, zolders, of de ruimtes achter gevelbetimmeringen of vensterluiken van gebouwen. Kraamkolonies bestaan uit 10-100 individuen. ´s Winters hebben ze een voorkeur voor ondergrondse, koele plaatsen als grotten, mijnen, bunkers en kelders. De baardvleermuis houdt een winterslaap van oktober tot maart/april. Baardvleermuizen zijn in principe zeer trouw aan hun verblijfplaatsen, maar zijn wel in staat om grote afstanden af te leggen. Zo werden dieren die in de winter geringd werden, tijdens daaropvolgende winters teruggevonden op 28 tot 240 km van de oorspronkelijke ringplaats. Volgende week het vervolg van deze column