bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Groeiplek Keverorchis in de Haarlemmermeer, 16 mrt 2019

 keverorchiskiem

Afgelopen vrijdag en zaterdag was het Nldoet, waarbij een hartverwarmend aantal mensen en vooral bedrijven vrijwillig de handen uit de mouwen steken om er samen iets leuks van te maken. Bij stichting MEERGroen is het elke dag van het jaar Nldoet en dus deden we met 16 locaties mee. Sommige van de 32 MEERGroen projecten hebben wekelijks aandacht nodig, maar een aantal kunnen met 1 beurt toe. Daarbij horen de orchideeënweides van de Groene Weelde en het Groene Carre, die we elk voorjaar maaien en van zaailingen ontdoen, die de orchideeën verdringen. Als je dat al 10 jaar doet is het leuk om (positieve) trends te ontwaren als resultaat van het beheerwerk.

Bijzonder

En die trends zijn er volop. We troffen in de Groene Weelde de 4e groei plek van de Grote Keverorchis aan. In de amfibieënkuil van het Groene Carre zuid is de

situatie nog mooier: daar staan inmiddels meer dan 25000 moeraswespenorchissen, 5000 rietorchissen en 20 brede wespenorchissen. Maar daarnaast is er door het beheer een explosie van andere leuke soorten ontstaan: 8000 parnassia, 3 soorten duizendguldenkruid, 3 soorten ogentroost, rondbladig wintergroen en nog 30 andere rode lijst soorten. Waarom komen die hier voor: arme zandgrond, kalk, brakke kwel en een wisselend niveau van de waterstand: iets waar de ‘standaard’ planten in ons land niet van houden maar waar de oorspronkelijke en dus zeldzame soorten goed bij gedijen. Veel Nederlandse orchideeën ontlenen hun naam aan een insect. Dat komt omdat ze ontdekt hebben dat insecten hun maatjes vinden met sexgeurstoffen. En die maken ze na zodat die insecten met de bloemen paren en dat werkt probaat!

Waar

Bij de Big Spotters Hill groeide eerst alleen de rietorchis. Daar kwamen in de loop van tijd de brede wespenorchis en de moeraswespenorchis bij en dit jaar ontdekten we de eerste Grote Keverorchissen: en wel meteen een stuk of 200 of meer ( foto). Daarmee is dit naast oorspronkelijke locaties van het Wandelbos Hoofddorp, De Heimanshof en het Haarlemmermeerse Bos de 4e bekende locatie. De bloei is in mei.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 11 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 sslijkvlieginsectenGewone Slijkvlieg8 apr 2017april

Gewone Slijkvlieg, 8 apr 2017

 sslijkvlieg

Slijkvlieg

Van de insectensoorten di er in de Haarlemmermeer voorkomen is nog maar een heel klein deel in deze column behandeld. Er zijn namelijk tienduizenden soorten in honderden of misschien wel duizenden families. Vandaag probeer ik uw belangstelling te wekken voor een soort die redelijk makkelijk te herkennen is en soms massaal aanwezig is. Het is de slijkvlieg of elzenvlieg. De naam slijkvlieg komt van het feit dat zijn larven in het water op de bodem leven. Een ander naam is de elzenvlieg. Dat komt was om dat elzen langs wateren groeien en dat de volwassen insecten daar vaak op aangetroffen zullen worden. Deze soort is makkelijk te herkennen aan het feit dat hij 2 grote dakpansgewijs over zijn rug liggende vleugels heeft waar zeer duidelijk dikke aderen op liggen (foto). Volwassen elzenvliegen leven van nectar en worden meestal zittend op oevervegetatie

gevonden. Het zijn zwakke vliegers; bij verstoring vliegen ze op maar gaan een eindje verder weer zitten in plaats van weg te vliegen.

Bijzonder

De larve van de gewone slijk vlieg doet er ongeveer 2 jaar over om volwassen te worden. De larven leven onder water van kleine diertjes en lijken wel op een duizendpoot vanwege de vele, poot-achtige kieuwen aan het achterlijf. Het zijn goede zwemmers die tweemaal overwinteren voordat verpopping plaatsvindt. Dit gebeurt op het land. De familie van de slijkvliegen heet grootvleugeligen. Onze slijkvlieg heeft al grote vleugels, maar in de tropen komen soorten voor met ene spanwijdte van 15 cm.

Waar

Er bestaan 6 soorten slijkvliegen in Europa, waarvan er 3 in Nederland voorkomen. Ze zijn alleen microscopisch aan de vorm van hun geslachtsorganen te herkennen, maar gelukkig leven ze alle drie in heel andere milieus. Verreweg de meest algemene soort leeft in stilstaande sloten en vijvers. Een nogal zeldzame soort heeft zich gespecialiseerd in snelstromende schone beken en dan is er nog een soort die in en bij grote rivieren voor komt.

 beuk_staandbomenBeuk25 apr 2016april

Beuk, 25 apr 2016

 beuk_staand

Eind april, begin mei is er een explosieve groei gaande in de natuur. In vier weken tijd verandert onze omgeving van grijs en grauw naar fris groen in duizend tinten. Een van de meest indrukwekkende gedaanteverwisselingen om te volgen, is die van de beuk. Meestal gebeurt dat in de eerste week van mei, maar door het zachte weer lijkt ook deze boom zich te laten verleiden om eerder in blad te gaan. De beuk maakt namelijk lange winterknoppen die zich in luttele dagen lijken uit te rollen. En dan komt er niet alleen een blad uit, maar een hele twijg met een stuk of 6 bladeren. De beuk maakt zo’n dicht bladerdak dat er bijna geen andere planten onder kunnen groeien.

Bijzonder

De beuk is een boom die niet erg houdt van de zware Haarlemmermeerse klei. Op goed doorlatende zandgrond staan er veel meer. Toch staan er in onze polder vaak mooiere exemplaren

dan op de arme ‘voorkeursgronden’. Een paar van de mooiste bomen uit de ‘Bomenroutes om bij weg te dromen’ zijn beuken. Let maar eens op langs de Hoofdvaart in Hoofdorp bij de afrit van de N201, waar een prachtige treurbeuk staat. Honderd meter verder, bij de inrit van Industrieterrein Noord (Woodward) staat een prachtige beuk van 5 meter omtrek. De allermooiste beuk staat aan de Kromme Spieringweg bij een van de eerste boerderijen van de polder. Die is echt net zou oud als de polder + 10 jaar en meet 6 meter in omtrek. De oudste beuk van polder staat bij gemaal Buitenkaag. Die is waarschijnlijk geplant als 20 jarige rond 1845. Helaas is er om deze boom te ruw gemaaid, zodat een platte tonderzwam vat heeft gekregen op het hout en deze boom binnen 20-30 jaar dood zal zijn.

Waar

De beuk is een van de inheemse bomen van Europa, die verder alleen in de Verenigde Staten is ingevoerd. Mede om dat hij op arme grond groeit, maakt de beuk gebruik van schimmels om aan moeilijk beschikbare voedingsmiddelen te komen. Zulke schimmels die ook weer profiteren van suikers die de boom hen teruglevert, zijn bijvoorbeeld het eekhoorntjesbrood en andere smakelijke boleten.

 tapuitvogelTapuit11 apr 2016april

Tapuit, 11 apr 2016

 tapuit

Midden op het open veld bij de Geniedijk en de A4 zag ik deze week een vogel die ik nog nooit in de Haarlemmermeer had gezien: hij viel op door z′n opvallende zwart wit geblokte staart bij het opvliegen: onmiskenbaar een tapuit. Dit kleine vogeltje uit de familie van de vliegenvangers kwam vroeger veel meer voor. Dit exemplaar zou een broedgeval kunnen zijn, maar is meer waarschijnlijk een doortrekker. Het voorkomen van tapuiten is sterk gebonden aan de aanwezigheid van konijnen, die de vegetatie kort grazen en met hun gegraaf zorgen voor plekken met open zand en nestgelegenheid in konijnenholen. In heideterreinen nestelt een groot deel van de tapuiten echter in ingerotte boomstobben die na kapwerkzaamheden zijn achtergebleven. Maar daar kunnen roofdieren er makkelijk bij.

Bijzonder

Tapuiten zijn trekvogels die in Afrika

op de savannen ten zuiden van de Sahara overwinteren en vroeg in de lente terugkomen. De tapuit legt van alle zangvogels de grootste afstand af tijdens de jaarlijkse trek. De soort broedde vooral op de Waddeneilanden en in mindere mate in de duinen van Noord-Holland en Zuid-Holland. Reeds in de jaren 1960 waren er aanwijzingen dat de stand achteruit ging. In de jaren 1990 werd de tapuit schaars in de duinen op het vaste land. In het binnenland komt de tapuit nog voor op heidevelden en zandverstuivingen op de Veluwe, in Drenthe en Zuidoost-Friesland. Door het intensieve gebruik van de grond in Nederland voor bebouwing, landbouw, bosaanplant, etc. is de hoeveelheid oppervlakte die geschikt is als broedgebied voor de tapuit enorm afgenomen. Door atmosferische stikstofdepositie zijn er steeds minder schrale open, zandige plekken, die onmisbaar zijn.

Waar

Tapuiten houden van open terrein zonder struiken en bomen. Ze zijn te vinden op weiden en akkers met stenen muren, hoogveen- en duingebieden, stuifzanden, rotsachtig terrein, eilanden, kusten, berghellingen en morenen. Ze nestelen in rotsspleten, stenen muren, steenhopen, konijnenholen, etc.

 blauwereigervogelsBlauwe reiger1 apr 2016april

Blauwe reiger, 1 apr 2016

 blauwereiger

Het Wandelbos Hoofddorp is een van de terreinen, waar we wekelijks beheer uitvoeren. Daardoor raken we goed bekend met de flora en fauna van dit park waarvan de oorspronkelijke bomen (uit 1935) al 100 jaar zijn. Een van de bekendste en luidruchtigste bewoners van het park is de blauwe reiger. Al lange tijd nestelen daar in de hoogste toppen van de bomen ( 30-35 m!) een 40-tal broedparen van deze soort. Het rauwe geluid van de volwassen reigers wordt al sinds januari steeds meer vergezeld van een beschaafder (maar onophoudelijk) ′kekkekkek′. Dat is het geluid van jongen die permanent om eten bedelen. Dat er in januari al jongen zijn, is bijzonder voor inheemse soorten. Ook nijlganzen en halsbandparkieten hebben zo vroeg al jongen, maar dat komt omdat zijn geen weet hebben of rekening houden met winterse condities en broeds worden zodra de dagen na kerst gaan lengen. Maar reigers zijn inheemse soorten

die moeten weten dat het tot ver in maart koud en guur kan zijn (zeker op 30 m hoogte).

Bijzonder

Dat betekent dat reigers, die er in de winter meestal nogal kleumerig bijstaan, een heel uitgekiende warmtehuishouding en jaagtechniek moeten hebben. Misschien moeten we in die jaagtechniek het bedelen om voedsel bij winkels, burgers en snackbars meenemen. Verder leven reigers van vis, amfibieën, muizen en mollen (foto). Reigers maken dan ook braakballen. Maar ze hebben zo′n sterk maagzuur dat alleen nagels en haren overblijven. Tegenwoordig zijn kolonies van 30- 40 nesten redelijk normaal, maar een paar 100 jaar geleden waren kolonies van 500-1000 nesten normaal. Dat wijst toch weer op een achteruitgang van het natuurlijke terrein door verstedelijking en landbouw.

Waar

Behalve in het Hoofddorp is er een kolonie in het Badhoevedorpse wandelbos. Maar die zal wel ten prooi vallen aan de ′ontwikkeling′ van de omlegging van de A9. Bij ons zijn reigers standvogels. Ten noorden van Denemarken zijn het zomergasten en rond de Middellandse zee komen ze voor als wintergasten.

 zwarte-ooievaarvogelsZwarte Ooievaar18 apr 2015april

Zwarte Ooievaar, 18 apr 2015

 zwarte-ooievaar

Hoewel er veel slecht nieuws te melden is over biodiversiteit, is het ook niet moeilijk om hartverwarmende verhalen te vinden. Zo rukt de ooievaar steeds verder op en het lijkt slechts een kwestie van tijd tot dat zich een of meer paartjes laat verleiden tot broeden door de keur aan ooievaarspalen die er her en der in de Haarlemmermeer al staan. De lepelaar heeft die stap al gezet, hoewel het aantal paren niet of nauwelijks toeneemt. In de kolonie van de Liede wordt al druk gebroed, maar in Hoofddorp zijn ze nog niet begonnen. Entoen verscheen er 26 maart opeens een wel heel bijzondere langpoot: een zwarte ooievaar. Dit exemplaar, hoogst waarschijnlijk op doortrek heef zich een kleine week op gehouden rond de startbanen van Schiphol.

Bijzonder

Nederland ligt aan het NW puntje van het verspreidingsgebied van de

zwarte ooievaar. Voor 1800 broedde de soort hier wel. Door het verlies van ooibossen langs de rivieren is daar een eind aan gekomen. In de 20ste eeuw was de vogel een schaarse, maar regelmatige gast. Sinds de eeuwwisseling is het een doortrekker die steeds vaker wordt aangetroffen. Het gaat dan om tientallen tot honderden waarnemingen per jaar. Dat gebeurt voor al in augustus als de net uitgevlogen jongen gaan zwerven. Dat er nu al een exemplaar eind maart verschijnt is dus ook bijzonder. In gebieden als de Ooipolder is het een kwestie van tijd voor er een paartje gaat broeden. De zwarte ooievaar leeft vooral van vis, maar eet ook amfibieën en insecten.

Waar

De zwarte ooievaar broedt in een brede strook door Midden Europa en Siberië van Denemarken tot aan de Stille Oceaan en overwintert ten zuiden van de Sahara en de Gobi woestijn. Anders dan zijn verwant de witte ooievaar, die in open weiden broedt, bestaat het leefgebied van de zwarte ooievaar uit bos met open plekken. De zwarte ooievaar leeft onopvallend in dicht, gemengd bos langs stromend water of in de buurt van poelen en plassen met dichte begroeiing, vaak in heuvelachtig gebied.

 stormmeeuwvogelsStormmeeuw4 apr 2015april

Stormmeeuw, 4 apr 2015

 stormmeeuw

De Haarlemmermeer ligt niet ver van de zee en dat kun je merken aan het feit dat er waar en wanneer je naar de lucht kijkt altijd wel ergens wat meeuwen ziet rondvliegen. Meeuwen leven van afval, vis, aas, wormen en in feite alles wat ze te pakken kunnen krijgen. Zoals overal in de natuur heeft deze succesvolle groep vogels zich gaandeweg uit gesplitst in soorten die verschillende ‘niches’ benutten. Niches zijn combinaties van eigenschappen om te overleven en dat betekent meestal het benutten van verschillende soorten voedsel. Zo ontwikkelt zich meestal een reeks van kleinere en grotere soorten, die kleinere en grotere prooien eten. Bij meeuwen is de dwergmeeuw de kleinste en de grote mantelmeeuw de grootste soort. In onze polder zie je vooral kokmeeuwen ( met zomers een zwart kapje), stormmeeuwen en zilvermeeuwen ( met grijze vleugels), kleine en grote mantelmeeuwen (met zwarte vleugels).De

aanleiding voor deze column is dat er tekenen zijn dat zich stormmeeuwen die vooral in de duinen en op de Waddeneilanden broeden bezig zijn om ook 2 kolonies op daken te vormen. Eentje in Industriepark Hoofddorp Noord en eentje in de President.

Bijzonder

De stormmeeuw is kleiner dan de zilvermeeuw en heeft met een ronde kop en en een zwarte iris een vriendelijker uitstraling dan de zilvermeeuw, die in kustplaatsen soms al een plaag wordt ervaren. Zowel zilvermeeuwen als stormmeeuwen zoeken vaak voedsel door de trillingen van een mol na te bootsen in grasvelden waardoor wormen naar boven vluchten. Stormmeeuwen zijn helemaal niet zo al gemeen: naar schatting 7000 paar in Nederland. Een jaar of 5 geleden hadden we een grote meeuwen en sternen kolonie op het dak van de het PWN gebouw. Doordat het dak lekte, kwam er vogelpoep in het drinkwater. In plaats van het lek te maken is de kolonie verstoord. De vogels zoeken nog steeds naar een nieuwe plek, vaak op daken van gebouwen.

Waar

Stormmeeuwen komen in heel het Noordelijk halfrond voor in 4 ondersoorten. Vooral langs kusten.

afbeelding niet gevondenplantenGrote Keverorchis24 apr 2014april

Grote Keverorchis, 24 apr 2014

grote keverorchisVeel mensen die ik vertel over de 70 in Nederland en de 14 in de Haarlemmermeer voorkomende soorten orchideeënsoorten zijn verbaasd. Ze kennen vaak alleen de gekweekte tropische soorten. Bij de megabloemen van die soorten vallen de meeste van onze orchideeën enigszins in het niet. Maar ze zijn zeker even interessant door hun symbiose met schimmels en de bijzondere bestuivingsprocessen. Een van de minst spectaculaire inheemse orchideeënsoorten is de Grote Keverorchis, die in mei bloeit met groene bloemen. De aanleiding voor deze column was een ontdekking deze week, toen we aan het werk waren in het Hoofddorpse Wandelbos. Dat die soort daar voorkomt is bekend. Tien jaar geleden waren er zelfs wel eens 300 exemplaren. Maar

mede door het onderhoud van het bos met zware machines is de stand achteruit gegaan: vorig jaar vonden we maar 30 stuks. Daarom zijn we vanuit MEERGroen het bos met de hand gaan beheren. Bij het opknappen van de ondergroei kwamen wel 120 stuks te voorschijn, waarvan 80 op nieuwe plekken; ecologisch beheer loont?

Bijzonder

Orchideeën zijn de meest gespecialiseerde planten in het plantenrijk. Ze hebben vernuftige bestuivingsmechanismen ontwikkeld. Bv het aanmaken van lokstoffen (feromonen) van allerlei soorten insecten. Daarom heb je keverorchissen, wespenorchissen en bijenorchissen! De Grote keverorchissen trekt met zijn geuren vooral sluipwespen en kevers aan, die eindeloos over de bloemen heen en weer blijven lopen. En daarbij bevruchten ze alle bloemen. Als een bloem bevrucht is, buigt een bloemslip over de stamper om zelfbestuiving verder tegen te gaan. Deze orchis is wettelijk beschermd, maar niet meer bedreigd.

Waar

Een Grote Keverorchis houdt van vochtige tot droge loofbossen, liefst met wat kalk. In de Haarlemmermeer zijn nu 3 groeiplaatsen bekend: vanouds in het Wandelbos Hoofddorp (> 120) , in de Heimanshof (20 jaar lang 1 heel mooie en sinds 2013 7 stuks) en het Haarlemmermeerse Bos (ca 30- 50).

afbeelding niet gevondenvogelsZwartkop6 apr 2014april

Zwartkop, 6 apr 2014

zwartkopIn april barst het voorjaar altijd los. Behalve met de hoge temperaturen dit jaar kun je elk jaar het voorjaar intens beleven door de ontwikkelingen in de natuur nauwlettend te volgen: dan word je in deze tijd van het jaar elke dag weer verrast door nieuwe planten die in bloei komen, insecten die uit hun winterslaap verschijnen of vogels die opeens na 6-9 maanden afwezigheid weer volop in elke tuin zingen. Het bijhouden van deze veranderingen heet met een duur woord: fenologie. Behalve dat je dan elke dag blij verrast wordt (en je veel over de natuur leert) is er de mogelijkheid om dat jaren achter elkaar te doen. Dan leer je bijvoorbeeld wanneer een soort gaat verschijnen en ga je patronen zien die samenhangen met mooi, nat, koud weer en de klimaatverandering. Om je daarbij te helpen

hebben we bij De Heimanshof fenologie boekjes samengesteld, waarin je die aantekeningen kan bij houden (zie www.deheimanshof.nl/jeugd/struinkids/kids-downloads). Zo ontdek je dat elk jaar rond 21 maart de tjiftjaf verschijnt en in de 1e week van april de zwartkop.

Bijzonder

De zwartkop is een van de goed nieuwsverhalen in de natuur. Het is een klein zangvogeltje dat zingt als een merel die op dubbele snelheid wordt afgedraaid. Hij heet zwartkop, maar alleen het volwassen mannetje heeft een zwart petje. Jonge dieren en vrouwtjes hebben een bruin petje. De zwartkop is in 20 jaar tijd bijna 2x zo algemeen geworden en zit bijna in elke tuin waar wat bomen staan: in heel Nederland inmiddels meer dan 200.000 broedparen. De zwartkop is een trekvogel. Hij broedt hier en overwintert in Zuid-Europa, Marokko en Algerije. De laatste jaren heeft deze soort ook Ierland als overwintergebied ontdekt. De zwartkop is in principe een insecteneter, maar eentje die ook zaden en vruchten eet: een alleseter dus. Dat zal zeker hebben bijgedragen aan zijn opkomst in stedelijk gebied.

Waar

De zwartkop is een algemene broedvogel, vooral in parken en bossen met dicht kreupelhout.

 regenworm4kleine dierenRegenworm (4)28 apr 2013april

Regenworm (4), 28 apr 2013

 regenworm4

Regenwormen danken hun naam aan het feit dat ze vooral te zien zijn als het regent en alleen dan over het bodemoppervlak kruipen. Ze kunnen een regenbui waarnemen door de trillingen in de bodem, die veroorzaakt worden door de vallende regendruppels.

Een ander bekend misverstand over regenwormen is, dat ze proberen te ontsnappen aan de regen omdat ze kunnen verdrinken als hun holletje volloopt. De regenworm leeft vaak in waterige omstandigheden zoals onder de grondwaterspiegel. Ze nemen zuurstof op door hun dunne huid, wat ook onder water werkt. Aangezien regenwater rijk is aan zuurstof, hebben regenwormen niet veel te vrezen van een bui. Als echter zuurstofarm grondwater omhoog komt, kan een regenworm verdrinken en zal naar de oppervlakte kruipen.

Ze komen wel bovengronds tijdens een bui omdat ze regen verwarren met de trillingen van een vijand, zoals een gravende mol of om te paren. Deze trillingen kunnen worden nagebootst door een stok in de grond

te steken en deze te laten trillen. De regenwormen zullen dan massaal naar boven kruipen, ongeacht de weersomstandigheden.

Waar

Regenwormen komen voor in Noord-Amerika , Eurazië en het Midden-Oosten. Wereldwijd zijn er ongeveer 670 soorten regenwormen bekend die in lengte variëren van enkele centimeters tot decimeters.

In Nederland komen 22 soorten voor. Regenwormen leven niet allemaal ondergronds, veel soorten zijn diepgravers die lange verticale gangen maken zoals de veel voorkomende dauwpier of gewone regenworm die 9 tot 30 cm lang wordt en de rode worm die tot 15 cm lang wordt.

Er zijn er ook die in de strooisellaag leven zoals de mestpier die 6 tot 13 cm lang wordt en door zijn rode kleur en soms oranje dwarsbanden wel tijgerworm wordt genoemd. Ook veel voorkomend is een grijsblauwe soort die geen Nederlandse naam heeft. De mest- of tijgerworm en de blauwe regenworm staan op de foto.

 regenworm4a

 regenworm3kleine dierenRegenworm (3)22 apr 2013april

Regenworm (3), 22 apr 2013

 regenworm3

De regenworm heeft een verdikking aan de voorzijde van het lichaam, die vaak lichter van kleur is ten opzichte van de rest van het lijf. Deze band wordt het zadel genoemd. Vaak wordt gedacht dat het verdikte zadel de geslachtsorganen of eieren bevat maar dit is niet juist.

Het zadel is een groep van slijmproducerende cellen. Het slijm dat wordt afgescheiden dient als ′reageerbuis′ waarin de eitjes en het sperma samenkomen en droogt later in tot een cocon dat de eieren beschermd tegen uitdroging.

Onder vochtige omstandigheden kruipen de dieren naar boven en komen uit hun gang op zoek naar een partner. Omdat ze gevoelig zijn voor uitdroging, gebeurt dit meestal in de schemering of na een regenbui.

Regenwormen bevruchten elkaar niet tijdens de paring maar wisselen

alleen zaadcellen uit. Als eieren voldoende zijn ontwikkeld, vindt de uiteindelijk de bevruchting plaats. Hierbij wordt een slijmlaag rond het zadel gevormd, dat als een gordel om de worm zit. In het slijm zitten voedingsstoffen voor de zich ontwikkelende embryo′s. Zodra de slijmband is gevormd, ‘wurmt’ de worm deze band naar voren tot over de vrouwelijke geslachtopening. Daar worden de eieren afgezet in het slijm. Nadat de slijmkoker van (nog onbevruchte) eieren is voorzien wordt deze verder afgestroopt tot de blaasjes waar het sperma bewaard wordt. Met het bewaarde sperma uit zakjes worden de eieren bevrucht. Dan stroopt de worm de slijmkoker volledig van het lichaam en verdroogt deze tot een harde cocon ter grootte van een erwt met een kenmerkende citroenvorm (Zie foto).

Hoewel de cocon meerdere levensvatbare eieren bevat, kruipt uit de meeste cocons maar één jonge worm. De gewone regenworm kruipt na 1-5 maanden uit de cocon, afhankelijk van de omstandigheden. 0.5-1.5 jaar later is de worm geslachtsrijp. De levensduur van de gewone regenworm in het wild is enkele jaren, maar weinig exemplaren leven lang genoeg om de maximale lengte van 30 centimeter te bereiken. Ze kunnen 6 jaar oud worden.

 regenworm2kleine dierenRegenworm (2)15 apr 2013april

Regenworm (2), 15 apr 2013

 regenworm2

Bijna alle lichaamssegmenten van regenwormen hebben kleine borstels, die grip geven bij graven.
Regenwormen worden op basis van hun levenswijze ingedeeld in 3 groepen.

Soorten die leven in de strooisellaag blijven klein en graven geen gangen. Deze soorten verkleinen bladafval.

Andere soorten leven in de toplaag van de bodem en graven horizontale tunnels. Deze wormen breken bladafval af en zorgen voor beluchting.

De 3e groep graaft diepe, verticale tunnels. Deze soorten hebben kleuren en worden het grootst. Door hun tunnels wordt de bodem beter belucht en kan water worden afgevoerd. Bij het graven van gangen wordt veel materiaal opgenomen, maar grond bevat maar een deel van het benodigde voedsel. Een ander deel bestaat uit plantendelen die in het hol worden getrokken en vervolgens worden voorverteerd in de mond en door bacteriën.

Regenwormen staan aan de basis van vele voedselketens en dienen als voedsel voor veel vogels, zoogdieren, insecten, naaktslakken en platwormen . Vooral (spits)muizen en mollen eten veel regenwormen.

Bijzonder

Regenwormen kunnen niet overleven in te zure grond, zoals veen. Hierdoor worden plantenresten niet op grote schaal omgezet in mineralen, en kan turf ontstaan.

De gewone regenworm kan een totale lichaamslengte van 30 cm bereiken. De reuzenregenworm uit Australië wel 3 m. De regenworm speelt een zeer belangrijke rol in het verbeteren van de bodemstructuur. Hij graaft lange tunnels waardoor de bodem wordt belucht. Dit heeft als gevolg dat bacteriën dieper in de bodem kunnen leven, die de afbraak van organische stoffen verder versnellen. Door de tunnels van regenwormen kunnen plantenwortels makkelijker en dieper de bodem in. Daarnaast wordt de waterhuishouding van de grond beter, omdat water door de tunnels beter in en uit de bodem en vastgehouden kan worden, al naar de omstandigheden. Ook de omzetting van bladafval in mineralen is belangrijk voor de bodem en plantengroei. Door wormen is (onbetreden) bosgrond los en luchtig.

 regenworm1kleine dierenRegenwormen (1)7 apr 2013april

Regenwormen (1), 7 apr 2013

 regenworm1

Iedereen kent regenwormen. Maar ze zijn zo interessant en er bestaan zoveel misconcepties over, dat er 4 columns nodig zijn voor een redelijke behandeling.

Regenwormen behoren tot de ringwormen. Dit is zijn wormen die de zee verlaten hebben en in zoetwater maar ook op het land kunnen leven. Regenwormen zijn meestal in grote aantallen te vinden. Het lichaam van regenwormen is net als bij alle ringwormen opgebouwd uit segmenten of ringen. De segmenten zijn binnen in het lichaam gescheiden door een wand. Door deze segmentwanden heen lopen de spijsverteringskolom, de aderen, de zenuwstreng en bepaalde klieren. Deze klieren werken als nieren, waarmee stoffen als urinezuur, zouten en ammoniak worden afgevoerd en water wordt teruggewonnen uit afvalstoffen.

Het lichaam van de regenworm kan bestaan uit 100-150

segmenten. Verharde structuren zoals tanden of kaken ontbreken. Een regenworm heeft geen ogen of oren maar kan wel trillingen en geschikte voedingsbronnen waarnemen. De lichaamsholten zijn met een vloeistof gevuld en staan onder druk, wat de worm stevigheid geeft.

Net als andere ongewervelde dieren hebben ze geen hersenen maar een aantal knooppunten waar de zenuwen samenkomen, bv in de mondflap. De mondflap is een belangrijk lichaamsdeel omdat het dient als een tastzintuig bij het zoeken naar voedsel. Deze ‘bovenlip’ dient ook als grijporgaan. Regenwormen hebben geen ogen, maar zijn wel gevoelig voor licht. De regenworm heeft geen speciale ademhalingsorganen, maar wel een gesloten bloedvatensysteem, waarmee door de huid zuurstof opgenomen wordt en uit de darm opgenomen voedingsstoffen worden getransporteerd.

De gewone regenworm heeft vijf paar harten en dus tien harten in totaal. Om het lichaam van zuurstof te voorzien, hebben regenwormen net als gewervelde dieren rood bloed, maar geen rode bloedcellen. Omdat regenwormen soms in zuurstofarme omstandigheden belanden, zoals bij langdurige overstromingen van het land, kan hun bloed veel zuurstof opnemen.