bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Groeiplek Keverorchis in de Haarlemmermeer, 16 mrt 2019

 keverorchiskiem

Afgelopen vrijdag en zaterdag was het Nldoet, waarbij een hartverwarmend aantal mensen en vooral bedrijven vrijwillig de handen uit de mouwen steken om er samen iets leuks van te maken. Bij stichting MEERGroen is het elke dag van het jaar Nldoet en dus deden we met 16 locaties mee. Sommige van de 32 MEERGroen projecten hebben wekelijks aandacht nodig, maar een aantal kunnen met 1 beurt toe. Daarbij horen de orchideeënweides van de Groene Weelde en het Groene Carre, die we elk voorjaar maaien en van zaailingen ontdoen, die de orchideeën verdringen. Als je dat al 10 jaar doet is het leuk om (positieve) trends te ontwaren als resultaat van het beheerwerk.

Bijzonder

En die trends zijn er volop. We troffen in de Groene Weelde de 4e groei plek van de Grote Keverorchis aan. In de amfibieënkuil van het Groene Carre zuid is de

situatie nog mooier: daar staan inmiddels meer dan 25000 moeraswespenorchissen, 5000 rietorchissen en 20 brede wespenorchissen. Maar daarnaast is er door het beheer een explosie van andere leuke soorten ontstaan: 8000 parnassia, 3 soorten duizendguldenkruid, 3 soorten ogentroost, rondbladig wintergroen en nog 30 andere rode lijst soorten. Waarom komen die hier voor: arme zandgrond, kalk, brakke kwel en een wisselend niveau van de waterstand: iets waar de ‘standaard’ planten in ons land niet van houden maar waar de oorspronkelijke en dus zeldzame soorten goed bij gedijen. Veel Nederlandse orchideeën ontlenen hun naam aan een insect. Dat komt omdat ze ontdekt hebben dat insecten hun maatjes vinden met sexgeurstoffen. En die maken ze na zodat die insecten met de bloemen paren en dat werkt probaat!

Waar

Bij de Big Spotters Hill groeide eerst alleen de rietorchis. Daar kwamen in de loop van tijd de brede wespenorchis en de moeraswespenorchis bij en dit jaar ontdekten we de eerste Grote Keverorchissen: en wel meteen een stuk of 200 of meer ( foto). Daarmee is dit naast oorspronkelijke locaties van het Wandelbos Hoofddorp, De Heimanshof en het Haarlemmermeerse Bos de 4e bekende locatie. De bloei is in mei.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 10 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 wintertalingvogelsWintertaling30 mrt 2008maart

Wintertaling, 30 mrt 2008

 wintertaling

Ook vanuit de trein kun je leuke dingen zien. Van Hoofddorp tot Nieuw-Vennep ligt langs de spoorlijn aan de westkant een ecologische oever (herkenbaar aan riet en glooiende en golvende oevers).
Zulke waterpartijen zijn een paradijs voor allerlei waterdieren, zoals wilde eenden, meerkoeten en waterhoentjes, maar ook voor bijzondere soorten zoals de krakeend, de slobeend, de smient en tot mijn verrassing ook 2 paartjes wintertalingen. Al die watervogels maken zich klaar voor, of zijn reeds aan het broeden.
Een wintertaling is het kleinste eendje van Nederland. Hij meet nog niet de helft van een wilde eend. Vooral het mannetje heeft een prachtig kleed (zie foto). Met de kop onder water zoeken ze kleine waterdieren en plantaardig materiaal. Waterrijke gebieden met een welige begroeiing van de oevers vormen zijn favoriete leefgebied, maar alleen op voorwaarde dat het er rustig is. Watersport en recreatie verjagen deze soort heel snel. Met het sterk groeiend aantal ecologische oevers zou de Haarlemmermeer

een nieuwe uitwijkplaats voor deze bijzondere soort kunnen worden.

Bijzonder

Sinds de jaren tachtig is het aantal broedende wintertalingen flink afgenomen. Hoewel deze soort, in tegenstelling tot de zomertaling, geen beschermde Rode Lijstsoort is, betekent dat niet dat de wintertaling heel algemeen zou zijn of niet wordt bedreigd. In veel kleinere moerasgebiedjes, vennen en in hoogveengebieden is deze soort inmiddels zeldzaam geworden. Dit effect is vooral merkbaar in het oosten en in het zuiden van Nederland. Vooral als het voorjaar erg droog is, heeft de wintertaling het moeilijk. Het aantal wintertalingen zit in de lift - omlaag, welteverstaan. In de periode 1998 - 2000 is vastgesteld dat er zo′n 2000 tot 2.500 paren in Nederland broeden, maar dat de soort sterk inlevert aan verspreidingsgebied.

Waar

In de winter komen vaak hoge aantallen voor. Bij wintertellingen in de jaren negentig zijn wel eens 25.000 exemplaren geteld. In koude jaren trekt de soort naar Zuidwest- Europa. In ons land mag hij niet bejaagd worden, maar in die regio vallen er tienduizenden slachtoffers per jaar. In onze regio komt de wintertaling het hele jaar voor, als broedvogel en wintergast. In het noordoosten van Europa komt het dier alleen in de zomer voor, terwijl in het Middellandse Zeegebied wintertalingen alleen ′s winters te vinden zijn. Meldingen bijzo

 ginkgoboom+bladbomenGinkgo20 mrt 2008maart

Ginkgo, 20 mrt 2008

 ginkgoboom+blad

In het kader van de Nationale boomfeestdag, waar in de Haarlemmermeer ook 9 scholen aan meedoen, aandacht voor een bijzondere boom. De Ginkgo of tempelboom is een levend fossiel, dat in zijn eentje een eigen orde vormt. In het Perm, zo’n 270 miljoen jaar geleden, bestonden er a1 8 soorten. Dat is nog voor het tijdperk van de dinosauriërs. Ook in de Limburgse steenkool zijn vaak afdrukken van Ginkgobladeren te vinden. De kroonvorm van de Ginkgo is bijzonder onregelmatig. Soms blijven de takken kort en soms groeien ze heel ver uit. De ginkgo kent zowel vrouwelijke als mannelijke exemplaren. Het verschil tussen beide geslachten is pas te zien wanneer de boom volwassen is. De boom wordt 40 meter hoog. In Nederland en België worden kleinere kweekvormen gebruikt.

Bijzonder

De Ginkgo is een evolutionaire overgangsvorm tussen naaldbomen en loofbomen. Dat is te zien aan de bladeren die lijken te bestaan

uit netjes naast elkaar liggende naalden.
De zaden zijn abrikoosvormig met een zilveren gloed (vandaar de naam Ginkgo: gin = zilver; kyo = abrikoos). Wereldwijd zijn er minder vrouwelijke Ginkgobomen dan mannelijke. Dit komt omdat de mens selectief mannelijke bomen aanplant: De zaadhuid van de zaden ruikt nl als ranzige boter na het op de grond vallen. De inhoud van de zaden wordt in China en Japan beschouwd als delicatesse, waaraan ook veel heilzame werkingen wordt toegeschreven. In Japan wordt de boom als een god vereerd. Het feit dat 4 bomen in Hiroshima de atoombom overleefden, heeft hier ook aan bijgedragen.

Waar

Ongeveer 7 miljoen jaar geleden verdween de Ginkgo uit Noord-Amerika en ongeveer 2.5 miljoen jaar geleden uit Europa. Wetenschappers dachten dat de boom was uitgestorven maar iemand herontdekte ze in 1691 in China. Daar werden ze door Boeddhistische monniken als heilige boom gekweekt. De oudste Ginkgo in de Haarlemmermeer staat op het kerkhof van de Hoofdvaartkerk en dateert uit de eerste jaren na de drooglegging. In de Bijbelse tuin achter de Katholieke Kerk aan de Kruisweg staan een groot mannelijk en vrouwelijk exemplaar van zo’n 100 jaar oud, naast elkaar. Ze staan ook in het bomenpad in het Haarlemmermeerse Bos en op het Aalburgplein in Floriande.

 oudsteboom1_300jaarminstensbomenOudste bomen24 mrt 2008maart

Oudste bomen, 24 mrt 2008

 oudsteboom1_300jaarminstens

Vorige week schreven we n.a.v. de boomfeestdag een prijsvraag uit naar de oudste Boom in de Haarlemmermeer. De polder is in 1852 drooggelegd. De meeste mensen zullen dus verwachten dat de oudste boom niet ouder dan 156 jaar oud kan zijn. Verrassend genoeg is dat wel zo.

Bijzonder

Er bestaan namelijk een aantal kleine stukjes oud land, die met het graven van de ringvaart ‘mee zijn ingepolderd’. Dat zijn het eiland Abbenes, een stukje polder bij Lisserbroek rond het Turfspoor en een stukje polder bij Vijfhuizen rond de eendenkooi.
Als onze gegevens kloppen zijn alle oudste bomen rond Abbenes en bij Lisserbroek verdwenen. De eendenkooi is echter eeuwenlang uitstekend beheerd. De oudste harde informatie over het bestaan van deze kooi is een brief uit het jaar 1700, waarin ene Jan Willems de kooi overneemt uit de nalatenschap van een priester Paelsteyn. Mogelijk dateert de kooi van rond 1647, toen een naburige kooi deels in het meer verdween (en deze ‘nieuwe kooi’ opgericht werd). Van 1757 af is de kooi in beheer van de familie Stokman.
De eendenkooi zelf bestaat uit een hakhoutbosje van vooral essen. Al die eeuwen werden de essen om de 10 jaar afgezet (geknot). Het lange rechte hout was uitstekend voor palen, brandhout en gereedschap. Dit soort beheer verlengt de levensduur van bomen aanzienlijk. Van wilgen is bekend dat deze normaliter niet ouder worden dan 40 jaar, terwijl een knotwilg wel 250 jaar oud kan worden. Een es wordt normaliter 250-300 jaar. Een ring van essen rond de kooi dateert grotendeels van het originele ontwerp van 308-361 jaar geleden. De mooiste boom staat bij de ingang van de kooi. De machtige onderstam meet 5 m in omtrek

en 1.30 m in doorsnede (zie foto). Op deze onderstam staan 3 enorme takken. Van andere, waarschijnlijk even oude exemplaren is de onderstam in het midden weggerot en staan de verschillende onderdelen van dezelfde boom los van elkaar in een cirkel. De kooi kan alleen onder begeleiding bezocht worden in de maanden april en mei. Voor reservering bel:5581343 (Simone Stokman).

Resultaat prijsvraag

Op de prijsvraag hebben tot maandagavond 24 maart nog maar vrij weinig mensen gereageerd. De fles Haarlemmermeerse polderwijn voor de juiste inzending gaat naar Mieke Ooms. Hoewel zij de soort niet wist, gaf zij de juiste locatie en leeftijd van de kooi van ruim 300 jaar aan. Interessante bomen die ook gemeld zijn, waren: tot 3x toe de Ginkgo uit de column van vorige week. Een doordenkertje van Mieke waar we nog niet uit zijn, is de voor de Floriade van 2002 aangevoerde ‘stokoude’ olijfboom in een kist. Hoe oud die is zoeken we nog uit, maar zijn 6 Haarlemmermeerse jaren tellen voor ons nog niet zo mee.
Voor wie van mooie oude bomen houdt, zijn er een aantal aanraders:
Naast de oude essen aan de rand van de eendenkooi, staat er ook in het centrum van de kooi een monumentale paardekastanje. Deze is geen 300 jaar oud, maar zeer de moeite waard. De oudste boom in de Haarlemmermeerse klei is de rode beuk die bij een van de eerste boerderijen staat aan de Kromme Spieringweg (zie foto). Deze boom meet ook 5 m in omtrek en bereikte deze omvang in 156 jaar. Naast deze boom staat een waarschijnlijk even oude paardekastanje. Verder horen de Ginkgoboom op het kerkhof van de Hoofdwegkerk (150 jaar) en natuurlijk de Kaukasische Vleugelnoot (70 jaar) in het centrum van Hoofddorp naast het Dik Tromplein bij mijn favorieten.

 oudste2beukhabitus

 vroegelingplantenVroegeling9 mrt 2008maart

Vroegeling, 9 mrt 2008

 vroegeling

Bolgewassen zoals sneeuwklokjes, narcissen en winteraconieten kunnen met het reservevoedsel in de bol een snelle start na de winter maken. Een van de eerste planten die dit reservevoedsel niet hebben en daarmee (voor sommigen) de echte start van het voorjaar aangeven, is de vroegeling. De vroegeling is een onooglijk klein plantje van soms maar 1 cm hoog , maar meestal zo’n 4-10 cm. Het is een kruisbloemige, die b.v. familie is van koolzaad. Dit plantje bloeit van februari tot mei met kleine 2 tot 5 mm grote, witte bloempjes. Vroegeling plant zich voort via zaad. Vaak komt de plant massaal voor op geschikte standplaatsen. De grote aantallen kleine bloempjes en later in het jaar de zaaddoosjes, zien er vanuit menselijk perspectief uit als een witte waas over de grond.

Bijzonder

Vroegeling is een winterannuel. Dit zijn éénjarige planten die als zaad ′overzomeren′. De ecologische verklaring

hiervoor is, dat vroegeling bij voorkeur voorkomt op schrale zandige plekken. En die plekken worden in de zomer zeer droog en gloeiend heet. Door in de herfst te kiemen, als bladrozet te overwinteren en dan vroeg te bloeien en zaad te vormen heeft dit plantje een werkbare levenscyclus gevonden.

Waar

De plant groeit op open zandgrond. Vroegeling komt in alle streken met een gematigd klimaat voor. In de Haarlemmermeer is de vroegeling vaak in boomspiegels en tussen stoeptegels te vinden.

Terugmeldingen

Uit vele meldingen wordt duidelijk dat er op veel plaatsen in de Haarlemmermeer ijsvogels aanwezig zijn. Op tenminste 1 plaats is inmiddels bevestigd dat zich een paartje gevormd heeft, dat bezig is met het graven van nestgangen in een aangelegde ijsvogelnestwand. Bergeenden die in de winter in de Waddenzee verblijven, keren weer terug naar hun nestholen op akkerranden, terwijl de grote zaagbekken nog aarzelen om naar Oost- en Noord-Europa terug te keren. Overal in de bebouwde kom zijn er paartjes te zien die net als aalscholvers aan het vissen zijn. Groene Spechten slaken soms om de 10 minuten hun schallende territoriumroep, die wel een km ver draagt en die lijkt op een uitdagende lach.

 tijgerslakkleine dierenTijgerslak2 mrt 2008maart

Tijgerslak, 2 mrt 2008

 tijgerslak

Door het zachte en natte weer kroop er vorige week een grote tijgerslak door mijn tuin. De tijgerslak of Grote aardslak is een van de grootste naaktslakken in Europa en wordt wel 20 centimeter lang en tot 3 jaar oud. De kleur is grijsbruin met donkere strepen op het lichaam en vlekken op het mantelschild. De Grote aardslak is een grote eter. Hij eet niet alleen planten, maar ook voorraden in kelders, honden- en kattenvoer, paddenstoelen en zelfs andere naaktslakken. Bij droog weer kruipt deze naaktslak onder stenen of in de grond. Vorst overleeft geen enkele slakkensoort door hun hoge watergehalte (meer dan 90%)

Bijzonder

Slakken zijn hermafrodiet en 2 willekeurige dieren kunnen elkaar dus wederzijds bevruchten. De paring van de tijgerslak is bijzonder spectaculair en duurt zo’n 25 minuten: Twee slakken maken samen een dikke slijmlaag op een hoger punt, waarna ze zich aan een slijmdraad in elkaar gedraaid laten zakken. Elk dier tovert een orgaan van wel 5 cm lang tevoorschijn, die samen ook in elkaar strengelen. De einden stulpen

zich breed uit en vormen een bal van 2 cm waarin geslachtscellen worden uitgewisseld. Daarna worden ze weer snel teruggetrokken. De doorzichtige ovale eieren worden onder planken en losse stenen gelegd, in groepjes van 100. Deze zijn van augustus tot in de herfst te vinden en komen na ongeveer 3 weken uit.

Waar

Tijgerslakken leven vooral in tuinen, plantsoenen, afvalhopen, kelders, schuren en andere vochtige plekken in de buurt van woningen. In Noord-Italië komt de soort wel voor in natuurlijk terrein. Waarschijnlijk is deze soort via plantgoed in de rest van Europa terechtgekomen. Ook is hij onopzettelijk naar andere continenten overgebracht, waar hij zich uitstekend handhaaft. Hij houdt geen winterslaap, maar kruipt in de grond als het gaat vriezen.

Terugmeldingen

De voorjaarstrek is al weer op gang. De eerste ooievaars en lepelaars werden deze week waargenomen. Ook de houtsnippen zijn weer op weg terug en de eerste scholeksters nemen hun territoria in.

 tijgerslakparing

 bunzingkleine dierenBunzing30 mrt 2007maart

Bunzing, 30 mrt 2007

 bunzing

De bunzing is een kleine marterachtige. Een volwassen exemplaar wordt 30 tot 50 cm. Mannetjes worden een stuk groter dan vrouwtjes.
De bunzing heeft een donkere vacht en een opvallende koptekening (zie foto) Als het dier in het nauw wordt gebracht, spuit het een stinkende muskusvloeistof uit de stinkklieren bij de staart. Dit gebruikt hij ook voor het markeren van zijn territorium. Een bunzing leeft alleen is vooral ‘s nachts actief. Zijn nest is zelf gegraven, een verlaten konijnenhol of een holte tussen stenen of takkenhopen. Al vroeg in het voorjaar begint de paartijd.
Na 6 weken worden eenmaal per jaar twee tot twaalf jongen geboren. De vroegste nestjes zijn rond begin mei. In het wild worden bunzings vier tot vijf jaar oud. In gevangenschap kunnen ze wel 14 jaar worden.

Bijzonder

De bunzing is een felle rover. Het is

de wilde voorvader van de fret. Knaagdieren en kikkers vormen zijn belangrijkste voedsel, maar ook konijnen, vogels, regenwormen, insecten, hagedissen en ook aas worden gegeten. Als een bunzing er in slaagt een kippenhok binnen te komen volgt er een slachtpartij waarbij hij vele, zo niet alle kippen doodt.
Hij hanteert verschillende tactieken voor het doden van de prooi: een kikker wordt in de nek gebeten, een muis in de kop en een konijn in de neus. De bunzing legt voedselvoorraden aan. Soms kunnen enkele tientallen kikkers en padden worden aangetroffen bij een hol.

Waar

De bunzing komt alleen in Europa voor. De oostelijke grens ligt bij de Oeral, de noordgrens in Zuid-Scandinavië en de zuidgrens in Sicilië. Doordat ze niet kieskeurig zijn met hun voedsel, komen bunzings voor in vele landschapstypen. Hun favoriete biotoop is open land bij water met verspreide bosjes. In de Haarlemmermeer komen ze meestal voor bij boerderijen, bij voorkeur op erven met takkenhopen en rommelhoekjes. Hoeveel bunzings er hier is niet bekend. Ze worden meestal opgemerkt als ze overreden worden of als ze het aan de stok krijgen met kippen of katten. Graag worden we op de hoogte gesteld van waarnemingen.

 halsbandparkietvogelsHalsbandparkiet23 mrt 2007maart

Halsbandparkiet, 23 mrt 2007

 halsbandparkiet

Het lijkt erop dat de Halsbandparkiet dit jaar voor het eerst in de Haarlemmermeer gaat broeden. Halsbandparkieten zijn exoten uit tropisch Afrika en Zuid-Azië, die ooit naar Europa zijn gehaald als volièrevogel. In de loop der jaren zijn een aantal van deze vogels ontsnapt of vrijgelaten. Zij bleken goed te aarden in ons klimaat. De halsbandparkiet is een opvallend groen gekleurde, vrij grote vogel met een lange, puntige staart en een rode snavel. Hij heeft een heel luide krijsende roep. De vogels vormen paren voor het leven en beginnen rond hun 3e levensjaar te broeden. Het zijn holenbroeders die meestal oude nesten van spechten gebruiken. Het voedsel bestaat vooral uit zaden, granen, bloemen en nectar. Van tuinvoer eten de vogels het liefst pinda′s. De halsbandparkiet heeft een voorkeur voor een parkachtige omgeving met grote bomen.

Bijzonder

De

parkieten leven meestal in groepen van 10-15 vogels, maar bij slaapplaatsen buiten het broedseizoen of op plaatsen met een veel voedsel kunnen ze groepen vormen van honderden of zelfs duizenden vogels. De vogels zijn weinig honkvast, een slaapplaats waar het ene jaar honderden vogels overnachten, kan het volgende jaar verlaten zijn. Over de ecologische invloed van halsbandparkieten is weinig bekend. In sommige gevallen lijkt het aantal spechten af te nemen bij grote aantallen parkieten. In andere gevallen is dat niet geconstateerd.

Waar

De halsbandparkieten komen het meest voor rond de grote steden. Het verspreidingsgebied heeft twee kernen: Den Haag en Amsterdam. Het eerste broedgeval dateert uit 1978 in Den Haag. Bij een landelijke telling in november 2004 werd de grootste populatie aangetroffen op een slaapplaats in Voorburg, bij Den Haag: 3200 exemplaren. In diverse parken in Amsterdam leefden bij elkaar zo′n 1800 vogels; en in Rotterdam 300. Rondom deze kernen breidt de soort zich langzaam uit. Al een aantal jaar trekken er in de winter groepjes vogels langs de Geniedijk. Vorige week hebben een aantal vogels de nestholte van een bonte specht overgenomen bij Fort Aalsmeer na twee maanden van verkenningen.

 vleugelnootwinter 001bomenVleugelnootboom15 mrt 2007maart

Vleugelnootboom, 15 mrt 2007

 vleugelnootwinter 001

Deze week op 21 maart was de vijftigste boomfeestdag. 14 scholen in de Haarlemmermeer hebben dit jaar meegedaan. Zowel voor de aankleding van de omgeving, voor het wegvangen van stof en voor het opslaan van CO2 (en het daarvoor terugleveren van zuurstof) worden bomen steeds belangrijker. In de Haarlemmermeer zijn 400 monumentale bomen bekend en 200 die dat binnen 10 -15 jaar kunnen zijn. Een deel van deze bomen is inheems, maar vele zijn ook van overal uit de wereld afkomstig. Deze bomen verdienen extra zorg en aandacht. Een van de mooiste monumentale bomen is de Kaukasische Vleugelnoot aan de Kruisweg in Hoofddorp bij het oude marktplein.

Bijzonder

De vleugelnoot is een tamelijk snelgroeiende boom die een hoogte kan bereiken van 20-25 meter. De naam van vleugelnoot heeft te maken met twee vleugels waartussen de vrucht zit. De vleugelnoot is niet kieskeurig wat standplaats betreft. Zijn voorkeursplek bestaat echter uit vochtige terreinen bij rivieren. De vleugelnoot is een tamelijk snelgroeiende boom die een hoogte kan bereiken van 20-25 meter. De naam van vleugelnoot heeft te maken met twee vleugels waartussen de vrucht zit. De vleugelnoot is niet kieskeurig wat standplaats betreft. Zijn voorkeursplek

bestaat echter uit vochtige terreinen bij rivieren. De boom is erg gevoelig voor late nachtvorst en vraagt dus om een beschutte plek.
Karakteristiek voor vleugelnoot is de veelarmigheid van de kroon. De boom aan de Kruisweg, met zijn door kabels verankerde takken, is daar een prachtig voorbeeld van.
De vleugelnoot vormt een dicht bladerdak. Ook heeft de boom de neiging om meerdere stammen te vormen uit wortelopslag. Her en der verschijnen dan kleine ′boompjes′ op de worteluitlopers. Hoe ouder de boom wordt, des te meer kurklijsten er op de stam en takken verschijnen. Het hout is van goede kwaliteit, hoewel niet even dicht en sterk als (wal)notenhout.
Kaukasische of gewone vleugelnoot is een boom, die het beste als solitair in een grote tuin uitkomt. In parken zie je de boom meestal als solitair, maar je kunt er ook een indrukwekkende laan mee maken.

Waar

Deze boom zoals zijn naam al zegt, is afkomstig uit de Kaukasus. In de 18e eeuw kwam hij naar Europa. Met zijn regelmatige, koepelvormige kroon en fraai gebladerte is deze boom een bijzondere verschijning in tuinen en parken. De boom behoort net als de walnoot tot de Okkernootfamilie. Er zijn ongeveer 6 soorten vleugelnoot, waarvan er 5 in China voorkomen.

 Vleugelnoot1

 wolhandkrabkleine dierenWolhandkrab10 mrt 2007maart

Wolhandkrab, 10 mrt 2007

 wolhandkrab

Met een pantser van ruim 7 cm en zijn lange poten is de wolhandkrab een opvallende verschijning. Het meest opvallend zijn de met een soort vacht beklede scharen, waaraan hij zijn naam dankt. Bij de vrouwtjes en bij jonge dieren is de beharing minder dan bij volwassen mannetjes. Overdag verblijven ze in zelf gemaakte holen die ze in oevers uitgraven en ′s nachts trekken ze er op uit om voedsel te zoeken. De wolhandkrab leeft een groot gedeelte van zijn leven in zoet water. Als ze volwassen zijn (na ca. 3 jaar)gaan ze terug naar de zee om te paren en eieren te leggen. In het voorjaar trekken kleine krabbetjes van het brakke milieu naar het zoete water.

Bijzonder

De wolhandkrab is gespecialiseerd in het opsporen van

gewonde dieren. Soms wordt een krab gevangen door vissers die met levende visjes vissen. In het najaar trekken volwassen dieren richting zee. De trek van de wolhandkrab kan spectaculair zijn omdat de krabben soms massaal uit het water komen om barrières als sluizen en kades te passeren. In 1982 overspoelden ze Heemstede op weg naar zee en veroorzaakten veel onrust. Wolhandkrabben kunnen 8 tot 12 km per nacht afleggen.
Tegenwoordig worden de krabben niet meer gezien als overlast maar als welkome bijvangst voor de palingvissers. Die kunnen de wolhandkrabben verkopen aan Chinese restaurants of exporteren naar China.

Waar

Oorspronkelijk komt de wolhandkrab uit China. Begin vorige eeuw (rond 1912) is het dier uitgezet in de rivier de Elbe in Duitsland. Van daaruit heeft de soort zich over heel Europa verspreid.
In heel Nederland zijn de wolhandkrabben algemeen in brak en zoet water (grote rivieren, kanalen, overige wateren met verbinding naar zee) In de Haarlemmermeer komen ze massaal voor in de ringvaart. Voor waarnemingen uit te polder zelf, houden we ons aanbevolen.

 longkruidplantenLongkruid2 mrt 2007maart

Longkruid, 2 mrt 2007

 longkruid

Eén van de eerste bloeiende kruidachtige planten van het jaar is het gevlekt longkruid. Het is een vaste plant die deel uitmaakt van de Ruwbladigenfamilie. De bladen zijn donkergroen en hebben kenmerkende lichtgroene vlekken. De plant heeft een lange wortelstok. Longkruid houdt van een beschaduwde plek en doet het goed op kleigrond en vochtige bodems. De plant zaait zich gemakkelijk uit waarbij dan verschillende bloe- en groeivormen kunnen ontstaan. Met zo′n 10 - 30 cm hoogte en 30 cm breedte en grote mate van slakbestendigheid is het een ideale bodembedekker voor beschaduwde plaatsen.

Bijzonder

Longkruid

wordt vaak aangehaald als voorbeeld van de signatuurleer die in de 16e eeuw en ook daarna het medisch denken in Europa domineerde. De signatuurleer stelde dat het gebruik van de plant door zijn uiterlijk werd aangegeven en zo werd longkruid dus voorgeschreven bij ziektes van de longen.
Kenmerkend voor deze familie is dat de bloemen zowel azuurblauw, paars, roze tot geheel wit kunnen zijn. Deze kleur is afhankelijk van de zuurgraad van de bodem. In zure bodems neigt de kleur meer naar roze, in basische bodems naar blauw.

Waar

Gevlekt longkruid is een Midden-Europese plant. Het is echter ook een populaire tuinplant en juist in tuinen verwildert zij vaak. In Nederland wordt de plant alleen als oorspronkelijk wild gezien in het oosten van Zuid-Limburg. Daarbuiten geldt zij als verwilderd of ingeburgerd. Ook wordt zij tot de stinsenplanten gerekend. In de Heimanshof komt ook het smalbladig longkruid voor, dat geen vlekken heeft.

 wolzweverinsectenGewone Wolzwever28 apr 2018april

Gewone Wolzwever, 28 apr 2018

 wolzwever

Deze week kwam ik regel matig een insect tegen die als een kolibri stil kon staan in de lucht. Hij was bruin met een soort bontjasje net als hommels en hij had een zuigsnuit die bijna net zo lang was als de rest van z’n lichaam (foto). Het leek dus verdacht veel op een solitaire bij. Solitaire bijen bestaan naast sociale bijen zoals hommels en honingbijen, waarbij er maar 1 koningin is die de eieren legt. Bij solitaire bijen legt elk vrouwtje eieren. Vooral de solitaire bijen hebben het moeilijk in onze samenleving bij gebrek aan een bloemenvariatie, gebrek aan nestgelegenheid en door het menselijk spuitgedrag. Tot mijn eigen verbazing leerde nader onderzoek dat ook ik gefopt was door mimicry. Mimicry komt veel voor in de natuur. Zo doen onschuldige zweefvliegen zich bijna standaard voor als wespen of bijen in de hoop dat predatoren zoals vogels zich niet aan hun durven te wagen. Deze ‘bij’

bleek dat ook te doen en te horen bij de familie van de wolzwevers.

Bijzonder

Wolzwevers zijn een soort vliegen. Wereldwijd zijn er tot dusver 5500 soorten ontdekt, waarvan er een 20-tal in Nederland voorkomen. Wolzwevers hebben wel iets met bijen. Net als de muurrouwzwever die ik eerder behandeld heb (en die van metselbijen leeft) is de gewone wolzwever een jager op zandbijen. Zandbijen gebruiken geen holletjes in hout, maar graven holletjes in zand, waarin ze hun eieren leggen. De volwassen wolzwever leeft van nectar uit bloemen waar de nectar heel diep zit zoals hondsdraf en andere lipbloemigen. Vandaar de lange snuit. De larven van de wolzwever worden groot ten koste van die van de zandbij gastheer. Moeder wolzwever dropt haar eitjes in de nestgangen van zandbijen waar de larve zich tegoed doe aan voedselvoorraad die moeder zandbij heeft aangelegd en ze eten ook de larve op.

Waar

De wolzwever is te vinden in de buurt van zonnige zandhellingen, waar zandbijen voorkomen. Z’n verspreidingsgebied is het warmere deel van Europa en Azië en Noord-Afrika.

 driedoornige_stekelbaarsvissenDriedoornige Stekelbaars23 apr 2017april

Driedoornige Stekelbaars, 23 apr 2017

 driedoornige_stekelbaars

Driedoornige Stekelbaars

Het is voorjaar en dat blijkt niet alleen uit de bomen die in blad komen en de plantensoorten die bloeien. Ook onder water explodeert het leven, hoewel dat de meeste mensen ontgaat. Om die reden hebben we de onderwaterontdekwereld gemaakt op De Heimanshof met een 15-tal aquaria waar zichtbaar gemaakt wordt wat er allemaal aan interessant onderwater leven in de sloten en vaarten leeft. Natuurlijk zijn de kikkervisjes zich aan het ontwikkelen, die doen zich net als de meeste vissoorten tegoed aan de massale ontwikkeling van watervlooien. Een van de soorten die dat ook doet en in deze tijd extra aandacht vraagt, is het driedoornig stekelbaarsje. Daar hebben we een aantal exemplaren van en die hebben zich in deze tijd in een schitterend bruidskleed gestoken van felrood met lichtgevende blauwe ogen en die zijn druk met elkaar het hof maken en nestjes bouwen

(foto). Net als de 10-doornige stekelbaars meer of minder dan 10 stekels kan hebben, heeft de 3-doornige vaak meer of minder dan 3 stekels (2-4).

Bijzonder

Stekelbaarsjes zijn een ingewikkelde soort. Ze zijn namelijk geen familie van baarzen, maar van zeenaalden en zeepaardjes. Ze hebben geen schubben, maar beenplaten. Het is een algemene soort die voor veel dieren, waaronder lepelaars een belangrijke voedselbron is.

Waar

3-doornige stekelbaarzen komen met name voor langs kusten van Europa, Amerika en Azië op het Noordelijk halfrond. En er bestaan allerlei soorten of rassen van, gerelateerd aan de plek waar ze voorkomen. De kleinste soort blijft altijd in zoet water voor en kan 8 cm lang worden. In brak water komt een soort voor die 9 cm lang kan worden en op zee een soort, die wel 11 cm kan halen. Maar zo groot worden ze maar zelden. En de brakke en zoute soorten hebben zoet water nodig om zich voort te planten. De stekelbaars heeft bij die migratie veel last van de dijken en gemalen die wij als mens bouwen, waardoor hij in veel gebieden toch weer bedreigd raakt. De soort kan 4 jaar oud worden.