bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 10 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 bunzingkleine dierenBunzing30 mrt 2007maart

Bunzing, 30 mrt 2007

 bunzing

De bunzing is een kleine marterachtige. Een volwassen exemplaar wordt 30 tot 50 cm. Mannetjes worden een stuk groter dan vrouwtjes.
De bunzing heeft een donkere vacht en een opvallende koptekening (zie foto) Als het dier in het nauw wordt gebracht, spuit het een stinkende muskusvloeistof uit de stinkklieren bij de staart. Dit gebruikt hij ook voor het markeren van zijn territorium. Een bunzing leeft alleen is vooral ‘s nachts actief. Zijn nest is zelf gegraven, een verlaten konijnenhol of een holte tussen stenen of takkenhopen. Al vroeg in het voorjaar begint de paartijd.
Na 6 weken worden eenmaal per jaar twee tot twaalf jongen geboren. De vroegste nestjes zijn rond begin mei. In het wild worden bunzings vier tot vijf jaar oud. In gevangenschap kunnen ze wel 14 jaar worden.

Bijzonder

De bunzing is een felle rover. Het is

de wilde voorvader van de fret. Knaagdieren en kikkers vormen zijn belangrijkste voedsel, maar ook konijnen, vogels, regenwormen, insecten, hagedissen en ook aas worden gegeten. Als een bunzing er in slaagt een kippenhok binnen te komen volgt er een slachtpartij waarbij hij vele, zo niet alle kippen doodt.
Hij hanteert verschillende tactieken voor het doden van de prooi: een kikker wordt in de nek gebeten, een muis in de kop en een konijn in de neus. De bunzing legt voedselvoorraden aan. Soms kunnen enkele tientallen kikkers en padden worden aangetroffen bij een hol.

Waar

De bunzing komt alleen in Europa voor. De oostelijke grens ligt bij de Oeral, de noordgrens in Zuid-Scandinavië en de zuidgrens in Sicilië. Doordat ze niet kieskeurig zijn met hun voedsel, komen bunzings voor in vele landschapstypen. Hun favoriete biotoop is open land bij water met verspreide bosjes. In de Haarlemmermeer komen ze meestal voor bij boerderijen, bij voorkeur op erven met takkenhopen en rommelhoekjes. Hoeveel bunzings er hier is niet bekend. Ze worden meestal opgemerkt als ze overreden worden of als ze het aan de stok krijgen met kippen of katten. Graag worden we op de hoogte gesteld van waarnemingen.

 halsbandparkietvogelsHalsbandparkiet23 mrt 2007maart

Halsbandparkiet, 23 mrt 2007

 halsbandparkiet

Het lijkt erop dat de Halsbandparkiet dit jaar voor het eerst in de Haarlemmermeer gaat broeden. Halsbandparkieten zijn exoten uit tropisch Afrika en Zuid-Azië, die ooit naar Europa zijn gehaald als volièrevogel. In de loop der jaren zijn een aantal van deze vogels ontsnapt of vrijgelaten. Zij bleken goed te aarden in ons klimaat. De halsbandparkiet is een opvallend groen gekleurde, vrij grote vogel met een lange, puntige staart en een rode snavel. Hij heeft een heel luide krijsende roep. De vogels vormen paren voor het leven en beginnen rond hun 3e levensjaar te broeden. Het zijn holenbroeders die meestal oude nesten van spechten gebruiken. Het voedsel bestaat vooral uit zaden, granen, bloemen en nectar. Van tuinvoer eten de vogels het liefst pinda′s. De halsbandparkiet heeft een voorkeur voor een parkachtige omgeving met grote bomen.

Bijzonder

De

parkieten leven meestal in groepen van 10-15 vogels, maar bij slaapplaatsen buiten het broedseizoen of op plaatsen met een veel voedsel kunnen ze groepen vormen van honderden of zelfs duizenden vogels. De vogels zijn weinig honkvast, een slaapplaats waar het ene jaar honderden vogels overnachten, kan het volgende jaar verlaten zijn. Over de ecologische invloed van halsbandparkieten is weinig bekend. In sommige gevallen lijkt het aantal spechten af te nemen bij grote aantallen parkieten. In andere gevallen is dat niet geconstateerd.

Waar

De halsbandparkieten komen het meest voor rond de grote steden. Het verspreidingsgebied heeft twee kernen: Den Haag en Amsterdam. Het eerste broedgeval dateert uit 1978 in Den Haag. Bij een landelijke telling in november 2004 werd de grootste populatie aangetroffen op een slaapplaats in Voorburg, bij Den Haag: 3200 exemplaren. In diverse parken in Amsterdam leefden bij elkaar zo′n 1800 vogels; en in Rotterdam 300. Rondom deze kernen breidt de soort zich langzaam uit. Al een aantal jaar trekken er in de winter groepjes vogels langs de Geniedijk. Vorige week hebben een aantal vogels de nestholte van een bonte specht overgenomen bij Fort Aalsmeer na twee maanden van verkenningen.

 vleugelnootwinter 001bomenVleugelnootboom15 mrt 2007maart

Vleugelnootboom, 15 mrt 2007

 vleugelnootwinter 001

Deze week op 21 maart was de vijftigste boomfeestdag. 14 scholen in de Haarlemmermeer hebben dit jaar meegedaan. Zowel voor de aankleding van de omgeving, voor het wegvangen van stof en voor het opslaan van CO2 (en het daarvoor terugleveren van zuurstof) worden bomen steeds belangrijker. In de Haarlemmermeer zijn 400 monumentale bomen bekend en 200 die dat binnen 10 -15 jaar kunnen zijn. Een deel van deze bomen is inheems, maar vele zijn ook van overal uit de wereld afkomstig. Deze bomen verdienen extra zorg en aandacht. Een van de mooiste monumentale bomen is de Kaukasische Vleugelnoot aan de Kruisweg in Hoofddorp bij het oude marktplein.

Bijzonder

De vleugelnoot is een tamelijk snelgroeiende boom die een hoogte kan bereiken van 20-25 meter. De naam van vleugelnoot heeft te maken met twee vleugels waartussen de vrucht zit. De vleugelnoot is niet kieskeurig wat standplaats betreft. Zijn voorkeursplek bestaat echter uit vochtige terreinen bij rivieren. De vleugelnoot is een tamelijk snelgroeiende boom die een hoogte kan bereiken van 20-25 meter. De naam van vleugelnoot heeft te maken met twee vleugels waartussen de vrucht zit. De vleugelnoot is niet kieskeurig wat standplaats betreft. Zijn voorkeursplek

bestaat echter uit vochtige terreinen bij rivieren. De boom is erg gevoelig voor late nachtvorst en vraagt dus om een beschutte plek.
Karakteristiek voor vleugelnoot is de veelarmigheid van de kroon. De boom aan de Kruisweg, met zijn door kabels verankerde takken, is daar een prachtig voorbeeld van.
De vleugelnoot vormt een dicht bladerdak. Ook heeft de boom de neiging om meerdere stammen te vormen uit wortelopslag. Her en der verschijnen dan kleine ′boompjes′ op de worteluitlopers. Hoe ouder de boom wordt, des te meer kurklijsten er op de stam en takken verschijnen. Het hout is van goede kwaliteit, hoewel niet even dicht en sterk als (wal)notenhout.
Kaukasische of gewone vleugelnoot is een boom, die het beste als solitair in een grote tuin uitkomt. In parken zie je de boom meestal als solitair, maar je kunt er ook een indrukwekkende laan mee maken.

Waar

Deze boom zoals zijn naam al zegt, is afkomstig uit de Kaukasus. In de 18e eeuw kwam hij naar Europa. Met zijn regelmatige, koepelvormige kroon en fraai gebladerte is deze boom een bijzondere verschijning in tuinen en parken. De boom behoort net als de walnoot tot de Okkernootfamilie. Er zijn ongeveer 6 soorten vleugelnoot, waarvan er 5 in China voorkomen.

 Vleugelnoot1

 wolhandkrabkleine dierenWolhandkrab10 mrt 2007maart

Wolhandkrab, 10 mrt 2007

 wolhandkrab

Met een pantser van ruim 7 cm en zijn lange poten is de wolhandkrab een opvallende verschijning. Het meest opvallend zijn de met een soort vacht beklede scharen, waaraan hij zijn naam dankt. Bij de vrouwtjes en bij jonge dieren is de beharing minder dan bij volwassen mannetjes. Overdag verblijven ze in zelf gemaakte holen die ze in oevers uitgraven en ′s nachts trekken ze er op uit om voedsel te zoeken. De wolhandkrab leeft een groot gedeelte van zijn leven in zoet water. Als ze volwassen zijn (na ca. 3 jaar)gaan ze terug naar de zee om te paren en eieren te leggen. In het voorjaar trekken kleine krabbetjes van het brakke milieu naar het zoete water.

Bijzonder

De wolhandkrab is gespecialiseerd in het opsporen van

gewonde dieren. Soms wordt een krab gevangen door vissers die met levende visjes vissen. In het najaar trekken volwassen dieren richting zee. De trek van de wolhandkrab kan spectaculair zijn omdat de krabben soms massaal uit het water komen om barrières als sluizen en kades te passeren. In 1982 overspoelden ze Heemstede op weg naar zee en veroorzaakten veel onrust. Wolhandkrabben kunnen 8 tot 12 km per nacht afleggen.
Tegenwoordig worden de krabben niet meer gezien als overlast maar als welkome bijvangst voor de palingvissers. Die kunnen de wolhandkrabben verkopen aan Chinese restaurants of exporteren naar China.

Waar

Oorspronkelijk komt de wolhandkrab uit China. Begin vorige eeuw (rond 1912) is het dier uitgezet in de rivier de Elbe in Duitsland. Van daaruit heeft de soort zich over heel Europa verspreid.
In heel Nederland zijn de wolhandkrabben algemeen in brak en zoet water (grote rivieren, kanalen, overige wateren met verbinding naar zee) In de Haarlemmermeer komen ze massaal voor in de ringvaart. Voor waarnemingen uit te polder zelf, houden we ons aanbevolen.

 longkruidplantenLongkruid2 mrt 2007maart

Longkruid, 2 mrt 2007

 longkruid

Eén van de eerste bloeiende kruidachtige planten van het jaar is het gevlekt longkruid. Het is een vaste plant die deel uitmaakt van de Ruwbladigenfamilie. De bladen zijn donkergroen en hebben kenmerkende lichtgroene vlekken. De plant heeft een lange wortelstok. Longkruid houdt van een beschaduwde plek en doet het goed op kleigrond en vochtige bodems. De plant zaait zich gemakkelijk uit waarbij dan verschillende bloe- en groeivormen kunnen ontstaan. Met zo′n 10 - 30 cm hoogte en 30 cm breedte en grote mate van slakbestendigheid is het een ideale bodembedekker voor beschaduwde plaatsen.

Bijzonder

Longkruid

wordt vaak aangehaald als voorbeeld van de signatuurleer die in de 16e eeuw en ook daarna het medisch denken in Europa domineerde. De signatuurleer stelde dat het gebruik van de plant door zijn uiterlijk werd aangegeven en zo werd longkruid dus voorgeschreven bij ziektes van de longen.
Kenmerkend voor deze familie is dat de bloemen zowel azuurblauw, paars, roze tot geheel wit kunnen zijn. Deze kleur is afhankelijk van de zuurgraad van de bodem. In zure bodems neigt de kleur meer naar roze, in basische bodems naar blauw.

Waar

Gevlekt longkruid is een Midden-Europese plant. Het is echter ook een populaire tuinplant en juist in tuinen verwildert zij vaak. In Nederland wordt de plant alleen als oorspronkelijk wild gezien in het oosten van Zuid-Limburg. Daarbuiten geldt zij als verwilderd of ingeburgerd. Ook wordt zij tot de stinsenplanten gerekend. In de Heimanshof komt ook het smalbladig longkruid voor, dat geen vlekken heeft.

 wolzweverinsectenGewone Wolzwever28 apr 2018april

Gewone Wolzwever, 28 apr 2018

 wolzwever

Deze week kwam ik regel matig een insect tegen die als een kolibri stil kon staan in de lucht. Hij was bruin met een soort bontjasje net als hommels en hij had een zuigsnuit die bijna net zo lang was als de rest van z’n lichaam (foto). Het leek dus verdacht veel op een solitaire bij. Solitaire bijen bestaan naast sociale bijen zoals hommels en honingbijen, waarbij er maar 1 koningin is die de eieren legt. Bij solitaire bijen legt elk vrouwtje eieren. Vooral de solitaire bijen hebben het moeilijk in onze samenleving bij gebrek aan een bloemenvariatie, gebrek aan nestgelegenheid en door het menselijk spuitgedrag. Tot mijn eigen verbazing leerde nader onderzoek dat ook ik gefopt was door mimicry. Mimicry komt veel voor in de natuur. Zo doen onschuldige zweefvliegen zich bijna standaard voor als wespen of bijen in de hoop dat predatoren zoals vogels zich niet aan hun durven te wagen. Deze ‘bij’

bleek dat ook te doen en te horen bij de familie van de wolzwevers.

Bijzonder

Wolzwevers zijn een soort vliegen. Wereldwijd zijn er tot dusver 5500 soorten ontdekt, waarvan er een 20-tal in Nederland voorkomen. Wolzwevers hebben wel iets met bijen. Net als de muurrouwzwever die ik eerder behandeld heb (en die van metselbijen leeft) is de gewone wolzwever een jager op zandbijen. Zandbijen gebruiken geen holletjes in hout, maar graven holletjes in zand, waarin ze hun eieren leggen. De volwassen wolzwever leeft van nectar uit bloemen waar de nectar heel diep zit zoals hondsdraf en andere lipbloemigen. Vandaar de lange snuit. De larven van de wolzwever worden groot ten koste van die van de zandbij gastheer. Moeder wolzwever dropt haar eitjes in de nestgangen van zandbijen waar de larve zich tegoed doe aan voedselvoorraad die moeder zandbij heeft aangelegd en ze eten ook de larve op.

Waar

De wolzwever is te vinden in de buurt van zonnige zandhellingen, waar zandbijen voorkomen. Z’n verspreidingsgebied is het warmere deel van Europa en Azië en Noord-Afrika.

 driedoornige_stekelbaarsvissenDriedoornige Stekelbaars23 apr 2017april

Driedoornige Stekelbaars, 23 apr 2017

 driedoornige_stekelbaars

Driedoornige Stekelbaars

Het is voorjaar en dat blijkt niet alleen uit de bomen die in blad komen en de plantensoorten die bloeien. Ook onder water explodeert het leven, hoewel dat de meeste mensen ontgaat. Om die reden hebben we de onderwaterontdekwereld gemaakt op De Heimanshof met een 15-tal aquaria waar zichtbaar gemaakt wordt wat er allemaal aan interessant onderwater leven in de sloten en vaarten leeft. Natuurlijk zijn de kikkervisjes zich aan het ontwikkelen, die doen zich net als de meeste vissoorten tegoed aan de massale ontwikkeling van watervlooien. Een van de soorten die dat ook doet en in deze tijd extra aandacht vraagt, is het driedoornig stekelbaarsje. Daar hebben we een aantal exemplaren van en die hebben zich in deze tijd in een schitterend bruidskleed gestoken van felrood met lichtgevende blauwe ogen en die zijn druk met elkaar het hof maken en nestjes bouwen

(foto). Net als de 10-doornige stekelbaars meer of minder dan 10 stekels kan hebben, heeft de 3-doornige vaak meer of minder dan 3 stekels (2-4).

Bijzonder

Stekelbaarsjes zijn een ingewikkelde soort. Ze zijn namelijk geen familie van baarzen, maar van zeenaalden en zeepaardjes. Ze hebben geen schubben, maar beenplaten. Het is een algemene soort die voor veel dieren, waaronder lepelaars een belangrijke voedselbron is.

Waar

3-doornige stekelbaarzen komen met name voor langs kusten van Europa, Amerika en Azië op het Noordelijk halfrond. En er bestaan allerlei soorten of rassen van, gerelateerd aan de plek waar ze voorkomen. De kleinste soort blijft altijd in zoet water voor en kan 8 cm lang worden. In brak water komt een soort voor die 9 cm lang kan worden en op zee een soort, die wel 11 cm kan halen. Maar zo groot worden ze maar zelden. En de brakke en zoute soorten hebben zoet water nodig om zich voort te planten. De stekelbaars heeft bij die migratie veel last van de dijken en gemalen die wij als mens bouwen, waardoor hij in veel gebieden toch weer bedreigd raakt. De soort kan 4 jaar oud worden.

 sslijkvlieginsectenGewone Slijkvlieg8 apr 2017april

Gewone Slijkvlieg, 8 apr 2017

 sslijkvlieg

Slijkvlieg

Van de insectensoorten di er in de Haarlemmermeer voorkomen is nog maar een heel klein deel in deze column behandeld. Er zijn namelijk tienduizenden soorten in honderden of misschien wel duizenden families. Vandaag probeer ik uw belangstelling te wekken voor een soort die redelijk makkelijk te herkennen is en soms massaal aanwezig is. Het is de slijkvlieg of elzenvlieg. De naam slijkvlieg komt van het feit dat zijn larven in het water op de bodem leven. Een ander naam is de elzenvlieg. Dat komt was om dat elzen langs wateren groeien en dat de volwassen insecten daar vaak op aangetroffen zullen worden. Deze soort is makkelijk te herkennen aan het feit dat hij 2 grote dakpansgewijs over zijn rug liggende vleugels heeft waar zeer duidelijk dikke aderen op liggen (foto). Volwassen elzenvliegen leven van nectar en worden meestal zittend op oevervegetatie

gevonden. Het zijn zwakke vliegers; bij verstoring vliegen ze op maar gaan een eindje verder weer zitten in plaats van weg te vliegen.

Bijzonder

De larve van de gewone slijk vlieg doet er ongeveer 2 jaar over om volwassen te worden. De larven leven onder water van kleine diertjes en lijken wel op een duizendpoot vanwege de vele, poot-achtige kieuwen aan het achterlijf. Het zijn goede zwemmers die tweemaal overwinteren voordat verpopping plaatsvindt. Dit gebeurt op het land. De familie van de slijkvliegen heet grootvleugeligen. Onze slijkvlieg heeft al grote vleugels, maar in de tropen komen soorten voor met ene spanwijdte van 15 cm.

Waar

Er bestaan 6 soorten slijkvliegen in Europa, waarvan er 3 in Nederland voorkomen. Ze zijn alleen microscopisch aan de vorm van hun geslachtsorganen te herkennen, maar gelukkig leven ze alle drie in heel andere milieus. Verreweg de meest algemene soort leeft in stilstaande sloten en vijvers. Een nogal zeldzame soort heeft zich gespecialiseerd in snelstromende schone beken en dan is er nog een soort die in en bij grote rivieren voor komt.

 beuk_staandbomenBeuk25 apr 2016april

Beuk, 25 apr 2016

 beuk_staand

Eind april, begin mei is er een explosieve groei gaande in de natuur. In vier weken tijd verandert onze omgeving van grijs en grauw naar fris groen in duizend tinten. Een van de meest indrukwekkende gedaanteverwisselingen om te volgen, is die van de beuk. Meestal gebeurt dat in de eerste week van mei, maar door het zachte weer lijkt ook deze boom zich te laten verleiden om eerder in blad te gaan. De beuk maakt namelijk lange winterknoppen die zich in luttele dagen lijken uit te rollen. En dan komt er niet alleen een blad uit, maar een hele twijg met een stuk of 6 bladeren. De beuk maakt zo’n dicht bladerdak dat er bijna geen andere planten onder kunnen groeien.

Bijzonder

De beuk is een boom die niet erg houdt van de zware Haarlemmermeerse klei. Op goed doorlatende zandgrond staan er veel meer. Toch staan er in onze polder vaak mooiere exemplaren

dan op de arme ‘voorkeursgronden’. Een paar van de mooiste bomen uit de ‘Bomenroutes om bij weg te dromen’ zijn beuken. Let maar eens op langs de Hoofdvaart in Hoofdorp bij de afrit van de N201, waar een prachtige treurbeuk staat. Honderd meter verder, bij de inrit van Industrieterrein Noord (Woodward) staat een prachtige beuk van 5 meter omtrek. De allermooiste beuk staat aan de Kromme Spieringweg bij een van de eerste boerderijen van de polder. Die is echt net zou oud als de polder + 10 jaar en meet 6 meter in omtrek. De oudste beuk van polder staat bij gemaal Buitenkaag. Die is waarschijnlijk geplant als 20 jarige rond 1845. Helaas is er om deze boom te ruw gemaaid, zodat een platte tonderzwam vat heeft gekregen op het hout en deze boom binnen 20-30 jaar dood zal zijn.

Waar

De beuk is een van de inheemse bomen van Europa, die verder alleen in de Verenigde Staten is ingevoerd. Mede om dat hij op arme grond groeit, maakt de beuk gebruik van schimmels om aan moeilijk beschikbare voedingsmiddelen te komen. Zulke schimmels die ook weer profiteren van suikers die de boom hen teruglevert, zijn bijvoorbeeld het eekhoorntjesbrood en andere smakelijke boleten.

 tapuitvogelTapuit11 apr 2016april

Tapuit, 11 apr 2016

 tapuit

Midden op het open veld bij de Geniedijk en de A4 zag ik deze week een vogel die ik nog nooit in de Haarlemmermeer had gezien: hij viel op door z′n opvallende zwart wit geblokte staart bij het opvliegen: onmiskenbaar een tapuit. Dit kleine vogeltje uit de familie van de vliegenvangers kwam vroeger veel meer voor. Dit exemplaar zou een broedgeval kunnen zijn, maar is meer waarschijnlijk een doortrekker. Het voorkomen van tapuiten is sterk gebonden aan de aanwezigheid van konijnen, die de vegetatie kort grazen en met hun gegraaf zorgen voor plekken met open zand en nestgelegenheid in konijnenholen. In heideterreinen nestelt een groot deel van de tapuiten echter in ingerotte boomstobben die na kapwerkzaamheden zijn achtergebleven. Maar daar kunnen roofdieren er makkelijk bij.

Bijzonder

Tapuiten zijn trekvogels die in Afrika

op de savannen ten zuiden van de Sahara overwinteren en vroeg in de lente terugkomen. De tapuit legt van alle zangvogels de grootste afstand af tijdens de jaarlijkse trek. De soort broedde vooral op de Waddeneilanden en in mindere mate in de duinen van Noord-Holland en Zuid-Holland. Reeds in de jaren 1960 waren er aanwijzingen dat de stand achteruit ging. In de jaren 1990 werd de tapuit schaars in de duinen op het vaste land. In het binnenland komt de tapuit nog voor op heidevelden en zandverstuivingen op de Veluwe, in Drenthe en Zuidoost-Friesland. Door het intensieve gebruik van de grond in Nederland voor bebouwing, landbouw, bosaanplant, etc. is de hoeveelheid oppervlakte die geschikt is als broedgebied voor de tapuit enorm afgenomen. Door atmosferische stikstofdepositie zijn er steeds minder schrale open, zandige plekken, die onmisbaar zijn.

Waar

Tapuiten houden van open terrein zonder struiken en bomen. Ze zijn te vinden op weiden en akkers met stenen muren, hoogveen- en duingebieden, stuifzanden, rotsachtig terrein, eilanden, kusten, berghellingen en morenen. Ze nestelen in rotsspleten, stenen muren, steenhopen, konijnenholen, etc.

 blauwereigervogelsBlauwe reiger1 apr 2016april

Blauwe reiger, 1 apr 2016

 blauwereiger

Het Wandelbos Hoofddorp is een van de terreinen, waar we wekelijks beheer uitvoeren. Daardoor raken we goed bekend met de flora en fauna van dit park waarvan de oorspronkelijke bomen (uit 1935) al 100 jaar zijn. Een van de bekendste en luidruchtigste bewoners van het park is de blauwe reiger. Al lange tijd nestelen daar in de hoogste toppen van de bomen ( 30-35 m!) een 40-tal broedparen van deze soort. Het rauwe geluid van de volwassen reigers wordt al sinds januari steeds meer vergezeld van een beschaafder (maar onophoudelijk) ′kekkekkek′. Dat is het geluid van jongen die permanent om eten bedelen. Dat er in januari al jongen zijn, is bijzonder voor inheemse soorten. Ook nijlganzen en halsbandparkieten hebben zo vroeg al jongen, maar dat komt omdat zijn geen weet hebben of rekening houden met winterse condities en broeds worden zodra de dagen na kerst gaan lengen. Maar reigers zijn inheemse soorten

die moeten weten dat het tot ver in maart koud en guur kan zijn (zeker op 30 m hoogte).

Bijzonder

Dat betekent dat reigers, die er in de winter meestal nogal kleumerig bijstaan, een heel uitgekiende warmtehuishouding en jaagtechniek moeten hebben. Misschien moeten we in die jaagtechniek het bedelen om voedsel bij winkels, burgers en snackbars meenemen. Verder leven reigers van vis, amfibieën, muizen en mollen (foto). Reigers maken dan ook braakballen. Maar ze hebben zo′n sterk maagzuur dat alleen nagels en haren overblijven. Tegenwoordig zijn kolonies van 30- 40 nesten redelijk normaal, maar een paar 100 jaar geleden waren kolonies van 500-1000 nesten normaal. Dat wijst toch weer op een achteruitgang van het natuurlijke terrein door verstedelijking en landbouw.

Waar

Behalve in het Hoofddorp is er een kolonie in het Badhoevedorpse wandelbos. Maar die zal wel ten prooi vallen aan de ′ontwikkeling′ van de omlegging van de A9. Bij ons zijn reigers standvogels. Ten noorden van Denemarken zijn het zomergasten en rond de Middellandse zee komen ze voor als wintergasten.

 zwarte-ooievaarvogelsZwarte Ooievaar18 apr 2015april

Zwarte Ooievaar, 18 apr 2015

 zwarte-ooievaar

Hoewel er veel slecht nieuws te melden is over biodiversiteit, is het ook niet moeilijk om hartverwarmende verhalen te vinden. Zo rukt de ooievaar steeds verder op en het lijkt slechts een kwestie van tijd tot dat zich een of meer paartjes laat verleiden tot broeden door de keur aan ooievaarspalen die er her en der in de Haarlemmermeer al staan. De lepelaar heeft die stap al gezet, hoewel het aantal paren niet of nauwelijks toeneemt. In de kolonie van de Liede wordt al druk gebroed, maar in Hoofddorp zijn ze nog niet begonnen. Entoen verscheen er 26 maart opeens een wel heel bijzondere langpoot: een zwarte ooievaar. Dit exemplaar, hoogst waarschijnlijk op doortrek heef zich een kleine week op gehouden rond de startbanen van Schiphol.

Bijzonder

Nederland ligt aan het NW puntje van het verspreidingsgebied van de

zwarte ooievaar. Voor 1800 broedde de soort hier wel. Door het verlies van ooibossen langs de rivieren is daar een eind aan gekomen. In de 20ste eeuw was de vogel een schaarse, maar regelmatige gast. Sinds de eeuwwisseling is het een doortrekker die steeds vaker wordt aangetroffen. Het gaat dan om tientallen tot honderden waarnemingen per jaar. Dat gebeurt voor al in augustus als de net uitgevlogen jongen gaan zwerven. Dat er nu al een exemplaar eind maart verschijnt is dus ook bijzonder. In gebieden als de Ooipolder is het een kwestie van tijd voor er een paartje gaat broeden. De zwarte ooievaar leeft vooral van vis, maar eet ook amfibieën en insecten.

Waar

De zwarte ooievaar broedt in een brede strook door Midden Europa en Siberië van Denemarken tot aan de Stille Oceaan en overwintert ten zuiden van de Sahara en de Gobi woestijn. Anders dan zijn verwant de witte ooievaar, die in open weiden broedt, bestaat het leefgebied van de zwarte ooievaar uit bos met open plekken. De zwarte ooievaar leeft onopvallend in dicht, gemengd bos langs stromend water of in de buurt van poelen en plassen met dichte begroeiing, vaak in heuvelachtig gebied.