bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Roomse Kervel, 12 mei 2018

 roomsekervel

In deze tijd van het jaar staan de bermen en bosranden vol met fluitenkruid. Fluitenkruid is een soort van de schermbloemenfamilie, die in Nederland honderden soorten kent. Bij voorbeeld ook de bij velen beruchte reuzenberenklauw hoort daarbij. Naast de reuzenberenklauw is de Europese berenklauw heel algemeen, die nauwelijks problemen geeft met blaarvorming. Maar de geelbloeiende pastinaak heeft ook variëteiten die dat wel doen. En wat dacht u van de gewone wortel, peterselie, selderij, kervel, dille, koriander en ga zo maar door. Zonder de schermbloemfamilie was ons leven lang zo leuk en lekker niet. Er is op dit moment een soort die bloeit, die de moeite waard is om beter bekend te worden.

Bijzonder

Net als fluitenkruid bloeit de Roomse Kervel met witte schermen. De bloeiwijze is iets rommeliger dwz het scherm is minder vlak) en iets romiger

van kleur en niet spierwit. En net als fluitenkruid wordt deze soort 1-1.5 m hoog ( foto). Een heel duidelijk kenmerk is dat de grote varenachtig geveerde bladeren lichtgroene plekjes hebben bij de nerf van het blad inzet). En het duidelijkste kenmerk is dat het blad bij kneuzing naar anijs ruikt. Er zijn restaurants waar ik dit blad aan lever om er toetjes of salades van te maken. Dat kan van februari tot september. Niet alleen de bladeren zijn (alleen vers) te gebruiken, ook de zaden, de stengels en de wortels. En zoals de meeste schermbloemigen is de Roomse Kervel een sieraad in een tuin die garant staat voor veel nectar en stuifmeel voor insecten: een biodiversiteitsaanrader dus.

Waar

Oorspronkelijk komt de roomse kervel uit Zuid-Europa ,bv de Pyreneeën, maar het werd al door de romeinen gebruikt en is waarschijnlijk door hen meegenomen en is sindsdien ingeburgerd, net als wijngaardslakken en konijnen. De soort is een zeldzame vaste plant die graag op kalkrijke bodem staat in bosranden/half schaduw. In de Haarlemmermeer zijn verschillende groeiplekken, meestal op plaatsen waar De Heimanshof of MEERgroen actief zijn geweest.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 9 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 plantenTongvaren6 jun 2014juni

Tongvaren, 6 jun 2014

tongvarenHet grootste deel van Nederland bestaat uit klei, zand of veen, die al of niet voedselarm of vochtig kunnen zijn. Dat komt omdat we een deltagebied zijn. Wereldwijd gezien is dat een relatief zeldzaam soort bodem.

Veel gewoner zijn stenige terreinen. Soorten die bij kalkrijk en/of stenig terrein horen, zijn bij ons daarom zeldzaam en de daarbij horende planten en diersoorten ook en daarom beschermd.

Daarom is het leuk dat er op het kruispunt bij de brandweerkazerne Hoofddorp een rotsterrein kunstmatig is aangelegd. Omdat we het bijzondere karakter van dit terrein van 0.7 ha inzagen, hebben we gevraagd aan de gemeente of we dit als MEERGroen in beheer mochten nemen. 3 jaar lang proberen we al het boomopschot en de kruidenlaag

terug te dringen (en plastic en flessen op te ruimen) zodat er ruimte komt voor de typische planten en dieren die zich op een dergelijk terrein thuis voelen.

Deze week bleek dat het begint te werken: er komen vetplanten, brede wespenorchissen en we vonden zelfs de eerste tongvaren. We hopen dat deze soorten zich gestaag uitbreiden en dat er vroeg of laat ook hagedissen en andere reptielen en amfibieën verschijnen. Vooral met de eerste tongvarens zijn we blij.

Bijzonder

Tongvarens groeien op oude, beschaduwde, vochtige tot natte muren, zoals op sluis-, gracht- en kademuren, maar ook op basaltglooiingen, op tuinmuren en in putten. In het stedelijk gebied - met zijn milde stadsklimaat - vindt tongvaren de nodige beschutting. Dankzij een lange reeks gematigde winters heeft de plant zich voornamelijk in West-Nederland gestaag kunnen uitbreiden. Als stikstofminnende plant profiteert hij daarnaast van de vermesting van het milieu.

Waar

In de Haarlemmermeer kennen we de tongvaren alleen van De Heimanshof, waar hij massaal op kalkrijke en vochtige plekken groeit en als decoratieplant in tuinen. De tongvarens op het rotsterrein langs de busbaan bij de brandweer Hoofddorp zijn de eerste zelfstandig gevestigde exemplaren die we kennen.

 vogelsKoekoek29 mei 2014mei

Koekoek, 29 mei 2014

koekoek

De meeste mensen hebben geen idee van de rijkdom aan vogelgeluiden die er overal om ons heen te horen zijn, maar er is een soort die iedereen herkent: de koekoek.

Twee weken geleden zijn ze weer in onze polder verschenen. Ik hoorde er een 3-tal inmiddels. De koekoek is met de gierzwaluw en de boomvalk een van de laatste soorten die eind april uit het warme zuiden terugkomen om te broeden. Onze koekoeken hebben de winter door gebracht in de savannes van het oosten en zuiden van Afrika.

Bijzonder

De koekoek neemt elk jaar af in aantal om de volgende redenen:

  1. - hij heeft afwisselende en overzichtelijke landschappen nodig met uitzichtbomen. Wij als mensen maken die landschappen steeds monotoner.
  2. - Ook verdwijnen

veel waardvogels (zie later) en zijn voornaamste voedsel bron: grote rupsen en insecten worden steeds schaarser door de menselijke smetvrees en netheidsidealen. Zoals bekend legt de koekoek zijn eieren in nesten van een tiental kleine zangvogels: vooral heggenmussen en rietzangers. Van 45 soorten is broedsucces bekend, want 10- 30% van de zangvogelouders verlaat hun nest als er een koekoek uitkomt. De koekoekmoeder kan haar cloaca als een buis uitstulpen om een ei in een klein nestje te leggen. Vaak leidt het mannetje daarbij de ouders af. De koekoek legt wel 20-25 eieren en toch neemt de stand sterk af.
  • - Deels komt dit ook door de klimaatverandering, waardoor de aankomst van de koekoek niet meer goed past op het broedseizoen van de waardvogels. Het koekoeksjong moet namelijk eerder uit het ei komen dan de andere jongen om ze succesvol uit het nest te werken. Met een paar dagen verschil werkt dat niet meer. Van moeder op dochter wordt er een zekere specialisatie op een soort waardvogel meegegeven inclusief een bijpassende eikleur.

  • Waar

    De broedstand van de koekoek in Nederland ligt rond de 7000 paar. Geschikte half open landschappen vindt de koekoek nog in de Groene Weelde en het Haarlemmermeerse bos en ook net buiten de polder in park Meermond (Heemstede) en de eilandjes bij Aalsmeer.

     plantenGewone duivenkervel11 mei 2014mei

    Gewone duivenkervel, 11 mei 2014

    duivenkervel

    Het leuke van de natuur is, dat je op de gekste momenten en de gekste plaatsen bijzondere ontmoetingen en ervaringen op kunt doen. Het enige wat vereist is, om ogen, oren en soms ook neus alert te houden.
    Zo zag ik gisteren de eerste gierzwaluw terug uit centraal Afrika, eergisteren het eerste sterntje uit Zuid-Afrika en de dag ervoor hoorde ik op eenzelfde dag de eerste nachtegaal, braamsluiper en tuinfluiter zingen. Zo leef je elke dag in een blijde verwachting van altijd weer nieuwe verrassingen.

    Aan tegen elkaar indraaiende verkeerslichtschema´s heb ik een broertje dood. Als ik ooit besluit uit Nederland weg te gaan is een van de hoofdredenen mijn ergernis over de tijd en energie die daarmee verspild wordt. Maar toen ik vandaag sacherijnig

    bij de nieuwe aansluiting van de A4 en de N196 (naast de busbaan bij De Hoek) gestuit werd door een licht dat op rood sprong, was dat gevoel op slag weg. Pal naast het verkeerslicht stond een prachtige, roze bloeiende plant te bloeien. Deze Gewone Duivenkervel was vroeger misschien gewoon, maar tegenwoordig zie je hem niet meer zo vaak. De naam is ook een beetje intrigerend, komt het van duiven of duivels?

    Bijzonder

    Het delicate plantje is geen familie van kervel, maar van helmbloemen. De bloem heeft een honingspoor met veel nectar. De Latijnse naam Fumaris geeft de oude naam: Aardrook, weer. Het fijn vertakte plantje geeft namelijk de indruk als rook uit de aarde op te stijgen (zie foto). Het is ook geneeskrachtig en mag als 2e naam daarom ´officinalis´ dragen. Het sap van de plant werkt tegen eczeem, zou eetlustopwekkend zijn en laxerend. Het rode melksap werd vroeger ook als rouge op de wangen gesmeerd.

    Waar

    Duivenkervel is een van de pioniersoorten , die net als klaproos en koolzaad het liefst of omgewoelde aarde (akkers) groeit op voedselarme grond. Het staat hier en daar op een akker, in De Heimanshof natuurlijk en bij de afrit van de A4 bij de Hoek en bloeit nog tot september.

     plantenGrote Keverorchis24 apr 2014april

    Grote Keverorchis, 24 apr 2014

    grote keverorchisVeel mensen die ik vertel over de 70 in Nederland en de 14 in de Haarlemmermeer voorkomende soorten orchideeënsoorten zijn verbaasd. Ze kennen vaak alleen de gekweekte tropische soorten. Bij de megabloemen van die soorten vallen de meeste van onze orchideeën enigszins in het niet. Maar ze zijn zeker even interessant door hun symbiose met schimmels en de bijzondere bestuivingsprocessen. Een van de minst spectaculaire inheemse orchideeënsoorten is de Grote Keverorchis, die in mei bloeit met groene bloemen. De aanleiding voor deze column was een ontdekking deze week, toen we aan het werk waren in het Hoofddorpse Wandelbos. Dat die soort daar voorkomt is bekend. Tien jaar geleden waren er zelfs wel eens 300 exemplaren. Maar

    mede door het onderhoud van het bos met zware machines is de stand achteruit gegaan: vorig jaar vonden we maar 30 stuks. Daarom zijn we vanuit MEERGroen het bos met de hand gaan beheren. Bij het opknappen van de ondergroei kwamen wel 120 stuks te voorschijn, waarvan 80 op nieuwe plekken; ecologisch beheer loont?

    Bijzonder

    Orchideeën zijn de meest gespecialiseerde planten in het plantenrijk. Ze hebben vernuftige bestuivingsmechanismen ontwikkeld. Bv het aanmaken van lokstoffen (feromonen) van allerlei soorten insecten. Daarom heb je keverorchissen, wespenorchissen en bijenorchissen! De Grote keverorchissen trekt met zijn geuren vooral sluipwespen en kevers aan, die eindeloos over de bloemen heen en weer blijven lopen. En daarbij bevruchten ze alle bloemen. Als een bloem bevrucht is, buigt een bloemslip over de stamper om zelfbestuiving verder tegen te gaan. Deze orchis is wettelijk beschermd, maar niet meer bedreigd.

    Waar

    Een Grote Keverorchis houdt van vochtige tot droge loofbossen, liefst met wat kalk. In de Haarlemmermeer zijn nu 3 groeiplaatsen bekend: vanouds in het Wandelbos Hoofddorp (> 120) , in de Heimanshof (20 jaar lang 1 heel mooie en sinds 2013 7 stuks) en het Haarlemmermeerse Bos (ca 30- 50).

     vogelsZwartkop6 apr 2014april

    Zwartkop, 6 apr 2014

    zwartkopIn april barst het voorjaar altijd los. Behalve met de hoge temperaturen dit jaar kun je elk jaar het voorjaar intens beleven door de ontwikkelingen in de natuur nauwlettend te volgen: dan word je in deze tijd van het jaar elke dag weer verrast door nieuwe planten die in bloei komen, insecten die uit hun winterslaap verschijnen of vogels die opeens na 6-9 maanden afwezigheid weer volop in elke tuin zingen. Het bijhouden van deze veranderingen heet met een duur woord: fenologie. Behalve dat je dan elke dag blij verrast wordt (en je veel over de natuur leert) is er de mogelijkheid om dat jaren achter elkaar te doen. Dan leer je bijvoorbeeld wanneer een soort gaat verschijnen en ga je patronen zien die samenhangen met mooi, nat, koud weer en de klimaatverandering. Om je daarbij te helpen

    hebben we bij De Heimanshof fenologie boekjes samengesteld, waarin je die aantekeningen kan bij houden (zie www.deheimanshof.nl/jeugd/struinkids/kids-downloads). Zo ontdek je dat elk jaar rond 21 maart de tjiftjaf verschijnt en in de 1e week van april de zwartkop.

    Bijzonder

    De zwartkop is een van de goed nieuwsverhalen in de natuur. Het is een klein zangvogeltje dat zingt als een merel die op dubbele snelheid wordt afgedraaid. Hij heet zwartkop, maar alleen het volwassen mannetje heeft een zwart petje. Jonge dieren en vrouwtjes hebben een bruin petje. De zwartkop is in 20 jaar tijd bijna 2x zo algemeen geworden en zit bijna in elke tuin waar wat bomen staan: in heel Nederland inmiddels meer dan 200.000 broedparen. De zwartkop is een trekvogel. Hij broedt hier en overwintert in Zuid-Europa, Marokko en Algerije. De laatste jaren heeft deze soort ook Ierland als overwintergebied ontdekt. De zwartkop is in principe een insecteneter, maar eentje die ook zaden en vruchten eet: een alleseter dus. Dat zal zeker hebben bijgedragen aan zijn opkomst in stedelijk gebied.

    Waar

    De zwartkop is een algemene broedvogel, vooral in parken en bossen met dicht kreupelhout.

     vogelsKleine Bonte Specht23 mrt 2014maart

    Kleine Bonte Specht, 23 mrt 2014

    Kleine_Bonte_SpechtIedereen kent inmiddels wel de Grote Bonte Specht.
    Deze soort heeft zich de laatste 10- 20 jaar zo aan een stedelijke omgeving aangepast dat zijn verschijning vooral in wat oudere wijken gewoon is geworden.
    Een 2e spechtensoort (waarmee ik deze column in 2006 ben begonnen) is de groene specht. In 2006 kende ik slechts 3 - 4 paartjes in de polder. Inmiddels ben ik de tel bij minstens 50 kwijt. Deze specht is zo schuw en goed gecamoufleerd dat je hem eigenlijk alleen opmerkt door zijn opvallende roep: een keiharde, uitdagende kakelende lach. Alsof je uitgelachen wordt.

    De laatste tijd is er weer een nieuwe spechtensoort aan het verschijnen: De kleine bonte specht. Dit voorjaar kreeg ik een aantal meldingen uit Hoofddorp en

    het Haarlemmermeerse Bos. Een reden dat spechten in aantal toenemen, is dat zij profiteren van het feit dat we tegenwoordig toleranter zijn in het laten staan van dode bomen en takken. In de ogen van een ecoloog is het nog lang niet genoeg. Zie De Heimanshof. Als dit hout van allerlei soorten bomen versnipperd wordt, dan profiteren slechts een paar soorten. Als we de verschillende houtsoorten in 10 - 40 jaar op natuurlijke wijze laten gaan, profiteren honderden of zelfs duizenden soorten.

    Bijzonder

    Een van die soorten is de kleine bonte specht, nauwelijks groter dan een mus, die houdt van kleinere takken die op de grond liggen, terwijl zijn grote neef grote takken hoog in de boom prefereert. De kleine bonte specht kwam niet of nauwelijks in het open laagland van Holland voor. Wel in de bossen van Oost- en Zuid Nederland en in de duinen. Het lijkt er nu op dat er een soort overloop van de duinen naar onze polder aan de gang is. Dat hebben we 3 jaar geleden ook zien gebeuren met de boomklever.

    Waar

    Er zijn kleine bonte spechten gemeld uit het Haarlemmermeerse Bos en uit Pax. Als deze soort in onze polder ook een broedplek vindt, zou dat weer een verrijking van onze flora en fauna zijn. Graag hoor ik meldingen daarvan.

     paddenstoelenSpleetlippen9 mrt 2014maart

    Spleetlippen, 9 mrt 2014

     dennennaaldspleetlip

    Reeds 8 jaar schrijf ik deze columns en mijn indruk wordt steeds sterker dat de variatie in de natuur onuitputtelijk is.

    Zo’n 500 soorten zijn er inmiddels behandeld. Maar aan kruiden en grassen alleen zijn er al 1500 soorten, aan paddenstoelen 6000 en aan vogels 400, om maar een greep te doen. Van alle soorten is wel iets bijzonders te vermelden: anders hadden ze zich in de felle overlevingsstrijd niet kunnen handhaven.

    Mijn verrassing van deze week kwam van Lou van de Linde, een natuurfotograaf, die zijn ogen niet in zijn zak heeft. In De Heimanshof toverde hij 2 paddenstoelensoorten tevoorschijn waar ik zelfs nog nooit van had gehoord.

    Het waren leden van de curieuze familie van spleetlipzwammen: ze zaten op rietstengels en op dennennaalden: en heten dan ook toepasselijk

    rietspleetlip en dennennaald spleetlip (foto). Op zijn foto van een stukje dennennaald is goed te zien hoe piepklein deze soort is.

    Bijzonder

    Op de afbeelding is ook goed te zien waarom deze groep spleetlippen genoemd wordt.

    De rietspleetlip is net zo klein en ook behoorlijk zeldzaam.

    Op de grove den komt de opgezwollen spleetlip voor en dan is er de jeneverbesbes spleetlip en de braamspleetlip die te vinden zijn. In sommige gevallen kunnen de dennenspleetlippen zo algemeen worden, dat ze een plaag vormen. Maar de meeste soorten worden als zeldzaam betiteld. Of dat zo is omdat ze echt zeldzaam zijn, of omdat iedereen er over heen kijkt, laat ik maar in het midden. Wereldwijd zijn er van de familie van de spleetlippen 9 geslachten onderscheiden met bijna 800 soorten. Ze hebben allemaal de karakteristieke spleet in het midden, waardoor ze in de 19e eeuw ook wel venuszwammetjes werden genoemd.

    Waar

    De spleetlipzwammen komen wereldwijd voor in gematigde regio’s. Ze groeien in of op de oppervlakte van cellulose bevattende biomassa of op schors. Vele soorten zijn specifiek in hun voorkeur voor een bepaalde gastheerplant

     paddenstoelenKogelhoutskoolzwam22 feb 2014februari

    Kogelhoutskoolzwam, 22 feb 2014

     kogelhoutskoolzwam

    Op dood hout van de es kun je donkerbruine tot zwarte halve bollen van 1-9 cm diameter vinden. Deze kogelhoutskoolzwammen lijken op verkoolde cakes.

    Volwassen exemplaren zijn voorzien van uiterst fijne openingen waardoor in april en mei donkere sporen naar buiten gestoten worden, die je dan als een ring zwart sporenstof om de zwam kunt aantreffen. Deze worden in een soort mini-kamertjes, vlak onder het oppervlak gevormd. Wanneer je een exemplaar doorsnijdt zijn er meer dan 10 verschillende laagjes te zien (foto). Deze zijn wit-grijzig en van elkaar gescheiden door een donkere strook.

    Ze doen denken aan de jaarringen van bomen, maar kogelhoutskoolzwammen groeien van oktober tot maart. In die tijd worden de verschillende laagjes dus gevormd.

    Alleen de buitenste laag maakt sporen. Die ziet er dan ook anders uit dan de onderliggende laagjes.

    Kogelhoutzwammen spelen een rol bij de houtafbraak en maken geen levende bomen dood. In Nederland is de soort vrij zeldzaam.

    Bijzonder

    Een bijnaam van de kogelhoutskoolzwam in Engeland is Cramp Balls: in verpulverde vorm zou deze als middel (norit) tegen maag- en darmbezwaren hebben gediend.

    Recent onderzoek toonde aan dat loofhoutwespen of zwaardwespen een nauwe relatie met houtskoolzwammen hebben. Vrouwtjes van deze houtwesp dragen mycelium van een houtskoolzwam met zich mee in speciale toegeruste organen. Als ze eitjes leggen in het hout van de boom van hun voorkeur, dan infecteren ze daarmee het hout tegelijkertijd met de schimmel. Als de wespeneitjes uitkomen, leven de larven van de schimmel en van het door de schimmel ‘voorverteerde’ hout.

    Waar

    Kogelhoutskoolzwammen zijn, dankzij hun stevigheid, jaarrond te vinden op loofhoutboomstronken en takken, speciaal op essenhakhout. Het mooiste en oudste essenhakhout in de Haarlemmermeer (350 jaar oud) is te vinden in de Eendenkooi van Vijfhuizen. Hier is deze zwam dan ook algemeen. Ook in natuurspeelplaats Meermond troffen we hem aan deze week.

     plantenKraailook16 feb 2014februari

    Kraailook, 16 feb 2014

     kraailook

    Alle planten die we als voedingsgewassen gebruiken, zijn uit het wild afkomstig en naar onze smaak en voorkeuren veredeld.

    Een van de meest gebruikte plantensoorten is de ui.

    In het wild bestaan nog veel andere uiensoorten. Allemaal met de karakteristieke smaak en geur van een zwavelhoudende vluchtige stof die in ons traanvocht omgezet wordt in zwavelzuur.

    Maar elke soort voegt daar weer zijn eigen elementen aan toe. Zo werkt het altijd in de natuur: als een soort een nuttige aanpassing doormaakt (in dit geval onappetijtelijk worden voor insectenvraat) ontwikkelen zich variëteiten en soorten voor allerlei specifieke omstandigheden: een ui voor de bosrand, voor het bos, op de velden, een moerasvorm, etc.

    Alleen in De Heimanshof hebben we minstens 8 soorten staan: armbloemig

    look, daslook, driekantig look, slangenlook, bieslook, berglook, moeslook en kraailook.

    Bijzonder

    Kraailook staat vooral in (blauw)graslanden.

    Het vormt zoals alle uien een (zeer klein) bolletje. Het ronde blad van de kraailook (foto) is blauwgroen en vezeliger dan de andere soorten.

    Hoe algemeen kraailook wel is, is vooral in deze tijd van het jaar te zien. Op de ca. 300 m2 weidegebied van de heemtuin staan er miljoenen. Dat ze nu zo goed te zien zijn, komt door een andere uieneigenschap: de meeste plantensoorten en ook grassen gedijen pas bij temperaturen boven de 10 graden, maar uien (mede dankzij de reservestoffen in hun bolletje) groeien de hele winter door zolang de temperatuur maar boven 0-5 graden is.

    Zo kleuren al onze voedselarme graslanden blauwgroen mede door deze kraailookbladen. Kraailook bloeit van juni-augustus. Omdat ze vanaf mei geduchte concurrentie ondervinden van grassen en andere soorten komen er maar een paar honderd tot 1000 in de tuin tot bloei. Zo zijn uiensoorten ideale gewassen in een groentetuin: je plant ze in september en ze groeien de hele winter door.

    Waar

    Kraailook staat vooral in bermen, maar gedijt ook in bossen in heel Europa en een deel van Amerika.

     paddenstoelenGekraagde Aardster5 jan 2014januari

    Gekraagde Aardster, 5 jan 2014

     gekraagdeaardster

    De natuur lijkt in rust in de winter, maar niets is minder waar.

    Voor de goede waarnemer is er volop activiteit waar te nemen.

    Zo zwerven er miljoenen wintergasten door ons land die overleven op de bessen en grassen van onze rijke rivierdeltagronden.

    In de bossen is het al een gekrioel van planten. Dat komt omdat de bosplanten hun levenscyclus rond moeten hebben voor het bladerdek van de bomen gesloten is. Dat is goed te zien in De Heimanshof waar nu al weer 3 soorten planten bloeien en 40 soorten stinsenplanten zich massaal uit de strooisellaag omhoog werken. Dat doen ze vanuit reservestoffen in bolletjes en wortelstokken.

    Spiedend naar de bolletjes valt ook op dat er ook gedurende de winter nog veel paddenstoelen te vinden zijn: bv judasoren en vele soorten elfenbankjes, kogelzwammen en opvallende gele

    trilzwammen. De meest curieuze zwam die plaatselijk algemeen uit de strooisellaag tevoorschijn komt, is de gekraagde aardster.

    Bijzonder

    De gekraagde aardster is een zogenaamde buikzwam, die verwant is aan de bovisten. Deze soorten maken bolvormige vruchtlichamen die grotendeels verstuiven in de vorm van sporen.

    De gekraagde aardster barst in 2 niveaus open.

    De buitenste wand is heel dik en barst in de vorm van een ster open, waarmee hij zich naar boven drukt uit de strooisellaag.

    Daarbij komt een 2-5 cm dikke bol vrij met een heel dun velletje, waarin bovenin een gaatje valt. Door regendruppels en dieren die er op stappen, worden de rijpe sporen in dit bolletje als een soort vulkaan explosie weggeblazen. (Zie foto). Heel leuk voor kinderen (en volwassenen) om eens te proberen. Veel bovisten zijn eetbaar zolang de sporen niet rijp zijn. Van de gekraagde aardster is dit niet zo bekend, want hij drukt zich pas boven de grond uit als de sporen rijp zijn. De sporen werden in traditionele geneeskunst gebruikt om ontstekingen en bloedingen tegen te gaan.

    Waar

    De Gekraagde Aardster komt wereld wijd voor in gematigde streken. In de Heimanshof staan veel exemplaren.

     plantenpluimzegge30 dec 2013december

    pluimzegge, 30 dec 2013

     pluimzegge

    Sinds de zomer van dit jaar is MEERGroen ook met een werkgroep in Heemstede vertegenwoordigd. Daar hebben we een natuurspeelplaats van 5.5 ha in beheer genomen op nauwelijks 100 m van de Haarlemmermeer. Deze natuurspeelplaats is 3 jaar geleden gemaakt op de oude vuilnisbelt van Heemstede en heet Meermond. Op 100 m van het Cruquius gemaal ligt dit terrein op de plek waar het Spaarne begint en wat ik hartelijk in uw aandacht wil aanbevelen om eens te gaan ontdekken. Een semi-wild terrein van 5.5 ha is nl een heerlijke ruimte voor kinderen ( en volwassenen) om los te gaan. Zeker met de kabelbanen, pontje, wilgen labyrint, heel veel hout om mee te slepen en heuvel partijen. Wij zorgen voor de talloze bessendragende stuiken, bloemenweides, het insectenhotel, de ijsvogel poel en de talloze paddenstoelenlocaties, bouwen aan uitbreiding van het wilgenlabyrint en maken ruimte vrij voor

    een boomgaard. We werken er elke vrijdag en vonden er afgelopen week een prachtig vergeten moerasje met bijzondere vegetatie waarvan de Pluimzegge het meest opviel(foto). Dit is een bedreigde en dus beschermde polvormende soort zegge die zeer oud kan woorden en daardoor ook zeer groot. Sommige van de exemplaren waren ruim een meter hoog.

    Bijzonder

    De pluimzegge hoort in veenmoerassen en is door zijn grootte en massa soms een levensredder voor mensen en dieren die in moerassen verdwalen. Je kunt nl van de ene pol naar de ander springen of waden. Maar ook door zijn grootte vormt hij een aansprekende en beeldbepalende soort. Er zijn ca 200 zegge soorten in Nederland, waarvan veel soorten makkelijk met elkaar kruisen en daardoor moeilijk uit elkaar te houden zijn. De pluimzegge is echter zeer karakteristiek. Het woord zegge is afkomstig van een oud Germaans woord, dat snijden betekent. De bladeren kunnen nl zeer scherp zijn.

    Waar

    De ca 50 pluimzegges van Meermond staan in de oever van het Spaarne, maar ook op De Heimanshof zijn een 10-tal pluimzegges van een jaar of 40 oud te bewonderen.

     vissenGiebel (2)9 dec 2013december

    Giebel (2), 9 dec 2013

     giebel2goudvis

    De Giebel is de wilde vorm van de goudvis (foto). Naast de normale wijze van voortplanting, blijkt de giebel over een bijzondere strategie te beschikken: Paairijpe vrouwtjes giebels dringen zich tussen de paaiende karpers en zetten hun eieren af. Daarbij bleek, dat de zaadcellen van (kroes)karpers, de eicellen van de giebel prikkelden om zich te gaan ontwikkelen. De zaadcellen dringen hiervoor de eicel binnen, maar er vindt geen versmelting plaats zoals in het normale voortplantingsproces. Er is daarom geen sprake van bevruchting. De eicellen bevatten daardoor uitsluitend vrouwelijke eigenschappen, met als gevolg dat er ook alleen maar vrouwelijke nakomelingen uit worden geboren. Deze zijn in uiterlijk en erfelijk opzicht precies gelijk aan de oudergiebel. Men noemt dit ook wel "klonen". Deze unieke wijze van voortplanting (gynogenese), heeft ertoe heeft bijgedragen dat de giebel zich in korte tijd over grote delen

    van Azië en Europa heeft kunnen verspreiden.

    Buiten de "hulp" van karper en kroeskarper, bleek de giebel zich ook succesvol te kunnen voortplanten met behulp van blankvoorn, zeelt, grote modderkruiper en zelfs regenboogforel.

    Gynogese is dus een bijzondere vorm van maagdelijke voortplanting.

    Extra bijzonder bij de Giebel is ook nog dat deze vis niet 2 sets chromosomen heeft in zijn celkern (dat heet diploid: zoals bijna alle hogere planten en dieren) maar drie: de soort is dus triploid.

    Waar

    De natuurlijke verspreiding van de Giebel is van West-Siberië tot Roemenië, Bulgarije, Griekenland en Turkije. De soort komt al sinds de zeventiende eeuw in Duitsland voor. Er is maar weinig bekend over de levenswijze van de giebel. In grote lijn komt deze waarschijnlijk overeen met de levenswijze van de kroeskarper. Water met een weelderige plantengroei en een zachte modderige bodem hebben de voorkeur van de giebel. De giebel is een sterke vis die goed tegen vervuild water kan. Het is vaak een van de laatste vissoorten die in vervuild water gevonden wordt.