bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 9 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vogelsOnder water ont­dek­w­ereld12 aug 2014augustus

Onder water ont­dek­w­ereld, 12 aug 2014

onderwatersnoek

Alle activiteiten van De Heiman­shof en Sticht­ing MEER­Groen hebben tot doel om de waarde van de natuur onder de aan­dacht te bren­gen. De heem­tuin laat de planten en de bijbe­horende insecten zien, we leggen wan­del­routes aan om natuur – en cul­tu­urhis­torische par­elt­jes toe­ganke­lijk te maken en we beheren inmid­dels zo’n 130 ha open­baar groen waar­door (zeldzame) planten en dieren meer lev­en­sruimte hebben.

Een onderdeel van de natuur die nog niet zoveel aan­dacht heeft gekre­gen is de onder­wa­ter­w­ereld. Alles wat onder water zit, leeft ver­bor­gen en buiten onze aan­dacht. Dat vis­sen niet (hoor­baar) schree­uwen als ze met een haak in hun bek uit het water wor­den getrokken, helpt ook niet echt om aaibaar of aan­doen­lijk gevon­den te wor­den. Het gros van de mensen bek­ijkt de natuur en ook vis­sen vanuit het per­spec­tief van of het eet­baar of eng is.

Wij

vin­den dat alle planten en dieren net zo veel recht op een plaats onder zon hebben als de mens. Alle soorten die er nu leven hebben net als wij mensen ca 3 mil­jard jaar evo­lu­tie achter de rug.

Bij­zon­der

Om die rede­nen hebben we in De Heiman­shof een onder­wa­teront­dek­w­ereld gebouwd. Daar kun­nen bezoek­ers ongeveer alle soorten die er in de Haar­lem­meer­meer onder water leven van dicht­bij bek­ijken. Inmid­dels zijn dat een 30 tal zoet­wa­ter vis­sen, 4 soorten mos­sels, krabben, kreeften, amfi­bieën, kev­ers en tal­loze soorten kleine onder­wa­ter beestjes. Het doel van onze onder­wa­teront­dek­w­ereld ( ca 20 aquaria) is meer ken­nis en affiniteit en daarmee respect te creëren. Als je oog in oog met een zeelt, een school baarzen, een snoek, een geel­gerande of spin­nende waterkever staat zie je er ook de schoonheid van.

Waar

De onder­wa­teront­dek­w­ereld is het afgelopen jaar opge­bouwd in de kas van de Heiman­shof. Rondlei­din­gen zijn mogelijk op ver­zoek. De tuin is dagelijks geopend door de week en van1 5 april tot 1 okto­ber ook op zater­dag– en zondag­mid­dag. Op 23 en 24 augus­tus is het 3e fes­ti­val week­end van dit jaar met per­ma­nent rondlei­din­gen. Meer infor­matie over dit fes­ti­val week­end kunt u vin­den op www.deheimanshof.nl

 plantenOgentroost28 jul 2014juli

Ogentroost, 28 jul 2014

Op deze plaats hebben we het de afgelopen tijd al een aantal keren gehad over de bijzondere flora en bijbehorende fauna die zich de afgelopen vier jaar heeft ontwikkeld rond de amfibieënpoel in het Groene Carré Zuid, net ten oosten van de Hoofdvaart.

ogentroostVeertien dagen geleden kon ik een explosie melden van parnassia en eerder het bitterkruid, moeras­wespen­orchis en de rietorchis. Afgelopen week vonden we bij een rondgang weer een hele reeks bijzondere soorten, zoals kruipend stalkruid, moeraskartelblad, rondbladig wintergroen, brede wespenorchis en naast het gewone duizendguldenkruid ook het fraai duizendguldenkruid. Verder vlogen er vlinders waaronder jacobsvlinder, dikkopjes, hooibeestje, Icarusblauwtjes,

bruinblauwtje, bruinzandoogje.

In tegenstelling tot de journalist van het Haarlems Dagblad die dit terrein ‘een geschikte plek vond om honden uit te laten razen’ nodig ik u liever uit om respectvol kennis te nemen van hoe mooi de natuur in de Haarlemmermeer kan zijn. Deze week wil ik u met 2 beeldbepalende soorten van dit moment laten kennismaken: stijve ogentroost (foto) en rode ogentroost.

Bijzonder

Beide soorten hebben met als ratelaar en moeraskartelblad een geheim wapen: het zijn namelijk halfparasieten. Ze kunnen op eigen kracht groeien van zonlicht, maar met hun wortels tappen ze mineralen en grondstoffen af van andere soorten. In dit geval grassen en zeggen. Dat doen ze niet zo extreem als moeraskartelblad en ratelaar, die een probaat middel zijn om woekerende biezen en gras of riet te onderdrukken. Rondom de ogentroostpopulaties is het gras niet merkbaar minder vitaal. De Latijnse naam van stijve ogentroost is Euphrasia. Een naam die velen wel kennen van oogdruppels. Aftreksels van deze plant worden al lang gebruikt als middel tegen allerlei oogkwalen.

Waar

Stijve ogentroost is net als parnassia een soort van vochtige duinvalleien; rode ogentroost prefereert drogere groeiplekken. Beide soorten staan graag in de volle zon op niet te rijke grond die kalkhoudend is.

 plantenParnassia13 jul 2014juli

Parnassia, 13 jul 2014

parnassia Parnassia is een plantje waarvan de schoonheid al in de Griekse oudheid bezongen werd: z’n naam komt van de godenberg Parnassus, die syno­niem stond voor het mooiste en beste plekje om te leven.

Jammer dat veel van die mooie plantjes het in onze rationele tijd zo moeilijk hebben en bedreigd worden in hun voortbestaan. Dat geldt ook voor het duizendgulden kruid, de kievitsbloem en de wilde anjers. Maar daarom is het extra leuk dat een aantal van onze natuur­ontwikkelings­projecten zo’n succes zijn dat dit soort planten er weer een nieuwe groeiplek bij krijgen.

De meeste parnassia in Nederland vind je in vochtige duinvalleien. Vroeger kwam dit plantje ook in het binnenland voor op vochtige voedselarme plekken. En die zijn er bijna niet meer. Maar zo’n plekje hebben we 5 jaar geleden met

het Recreatieschap Spaarnwoude gecreëerd in het Groene Carré Zuid en deze week trof ik daar tot mijn blijdschap honderden parnassia planten aan.

Duizendguldenkruid, moeraswespen- en rietorchissen, bitterkruid en stijve en rode ogentroost, moeraskartelblad, rondbladig wintergroen en nog 50 andere soorten hebben daar ook een plek gevonden.

Bijzonder

Parnassia is een plantje met een bladrozet en fijne witte geaderde bloemen. Het bloeit van juni tot september. Bij elke van de 5 bloembladen staat een meeldraad. Hoever de plant is met bloeien, is af te lezen aan deze meeldraden die na elkaar openklappen. Pas als alle meeldradenrijp zijn wordt de stamper geactiveerd.

Parnassia maakt net als orchideeën stofzaad, dat makkelijk met de wind verspreid wordt. In theorie kan er zaad van de Strandvlakte bij IJmuiden naar onze orchideeënweide gewaaid zijn.
Parnassia staat in de zwaarste categorie van beschermde rode lijst planten omdat het zeer sterk in aantal is afgenomen.

Waar

Parnassia houdt van open tot grazige, vochtige tot natte, voedselarme, zwak zure tot meestal kalkrijke, onbemeste grond (zand, leem, mergel, laagveen en stenige plaatsen). Het komt over het hele Noordelijke halfrond voor.

 plantenStijf hardgras3 jul 2014juli

Stijf hardgras, 3 jul 2014

Dat buiten goed opletten altijd wat leuks oplevert, heeft de regelmatige lezer van deze column al kunnen ontdekken.
Een leuke ontdekking hoeft er niet altijd spectaculair uit te zien. Soms zit het bijzondere van een waarneming juist in kleine details.
Nu de zomer is ingetreden, vallen vooral de grote grassen op, die geel aan het afrijpen zijn. Maar er zijn ook hele kleine grasjes, die door hun sierlijkheid (bv klein trilgras) bijzonder zijn of omdat ze een indicatorplant zijn voor een bijzondere omstandigheid, zoals kamgras of klein timothee gras (deze groeien alleen op in de Haarlemmermeer zeldzame voedselarme omstandigheden).

stijf hardgras


Alle drie deze grassen zijn zeldzaam, maar geen van hen

is zo zeldzaam als het grasje waar een half schoolplein mee vol bleek te staan: stijf hardgras.

Bijzonder

Stijf hardgras komt vrij veel in De Heimanshof voor. Het is meestal maar 10 cm en soms 20 cm hoog. Om die reden wordt het overal verdrongen door hoge grassen, die goed groeien op onze voedselrijke grond. Daarom heeft stijf hardgras zich gespecialiseerd in het leven op onherbergzame plaatsen: op plaatsen waar het gloeiend heet wordt in kieren tussen stenen en waar veel gelopen wordt. Verder houdt het plantje van kalkrijke grond.
In heel Nederland wordt het slechts gemeld uit een paar tientallen kilometertelhokken. En daarom staat het op de rode lijst als beschermde soort die weliswaar niet snel aan het uitsterven is, maar toch zeer zeldzaam. En het kan helemaal niet tegen mestgift en bestrijdingsmiddelen. Een schoolplein vol ermee is dus een leuke opsteker.

Waar

Stijf hardgras is een eenjarig gras van droge stenige kalkrijke omstandigheden. Het komt vooral in Europa voor en op een paar geïsoleerde plekken in Australië en Amerika. Daar is het waarschijnlijk door mensen geïntroduceerd.

In Nederland  komt het in de duinstreek en in Limburg van nature voor.  In de Haarlemmermeer is het aan te treffen in De Heimanshof en op het schoolplein van basisschool De Tovercirkel.

 kleine dierenBoommarter19 jun 2014juni

Boommarter, 19 jun 2014

boommarter

Vorig jaar was het fauna-​lievende deel van Hoofd­dorp in rep en roer omdat er langs de IJweg mogelijk een boom­marter was ges­ig­naleerd.

En daar bleef het niet bij.  Deze en/​of andere marters zoals de bun­z­ing bleven een tijd lang actief op aller­lei plaat­sen in Hoofd­dorp. En actief wil zeggen dat er koni­j­nen en kip­pen slachtof­fer wer­den. Ook in mijn eigen tuin langs de Geniedijk werd een bun­z­ing waargenomen.
De bun­z­ing leeft zeer ver­bor­gen, maar komt op aller­lei plekken in de Haar­lem­mer­meer voor. Per jaar vind ik er zelf wel 3 — 4 dood gere­den langs de weg.

De boom­marter is andere koek. Die is razend zeldzaam, maar komt bij de duinen bij Haar­lem wel voor. Omdat er wel een foto gemaakt zou zijn, maar deze niet boven water kwam, bli­jft het voorkomen van de boom­marter

in 2013 nog steeds een mys­terie.
Drie weken gele­den kreeg ik weer een meld­ing van een boom­marter. Een­tje die hele­maal niet schuw was (net als in 2013) en zich rustig op de Geniedijk bij de IJweg liet bek­ijken. Helaas is er weer geen foto gemaakt , maar de beschri­jv­ing uit de eerste hand was zeer over­tu­igend.
Een foto is wel handig, want bij het natrekken van deze waarne­m­ing kreeg ik geen beves­tig­ing maar wel de meld­ing van een steen­marter uit Rijsen­hout. En daar­van was wél een foto gemaakt, die een vrouwtje bun­z­ing bleek. Helaas voor deze bun­z­ing is zij naar het oosten van het land gebracht, vanuit het idee dat een steen­marter daar thuis hoort en wellicht met een vracht­wa­gen was meegelift.

Bij­zon­der

Vroeger kwam de boom­marter in Ned­er­land voor. Hij leeft van eekhoorns, muizen, kikkers, eieren en fruit. Door genade­loze ver­vol­ging was hij bijna uit­geroeid. Met zijn fraaie pluim­staart en scherpe nagels is hij zeer behendig in bomen (foto).

Waar

De boom­marter komt voor in een groot deel van Eurazië. Zijn natu­urlijke biotoop is gemengd loof– en naald­bos zoals vooral in het oosten en zuiden van Ned­er­land. Tegen­wo­ordig met aller­lei bescher­mings­maa­trege­len en ecol­o­gis­che verbind­ing­zones neemt hij ook weer toe in de duinen en Flevoland.

 plantenTongvaren6 jun 2014juni

Tongvaren, 6 jun 2014

tongvarenHet grootste deel van Nederland bestaat uit klei, zand of veen, die al of niet voedselarm of vochtig kunnen zijn. Dat komt omdat we een deltagebied zijn. Wereldwijd gezien is dat een relatief zeldzaam soort bodem.

Veel gewoner zijn stenige terreinen. Soorten die bij kalkrijk en/of stenig terrein horen, zijn bij ons daarom zeldzaam en de daarbij horende planten en diersoorten ook en daarom beschermd.

Daarom is het leuk dat er op het kruispunt bij de brandweerkazerne Hoofddorp een rotsterrein kunstmatig is aangelegd. Omdat we het bijzondere karakter van dit terrein van 0.7 ha inzagen, hebben we gevraagd aan de gemeente of we dit als MEERGroen in beheer mochten nemen. 3 jaar lang proberen we al het boomopschot en de kruidenlaag

terug te dringen (en plastic en flessen op te ruimen) zodat er ruimte komt voor de typische planten en dieren die zich op een dergelijk terrein thuis voelen.

Deze week bleek dat het begint te werken: er komen vetplanten, brede wespenorchissen en we vonden zelfs de eerste tongvaren. We hopen dat deze soorten zich gestaag uitbreiden en dat er vroeg of laat ook hagedissen en andere reptielen en amfibieën verschijnen. Vooral met de eerste tongvarens zijn we blij.

Bijzonder

Tongvarens groeien op oude, beschaduwde, vochtige tot natte muren, zoals op sluis-, gracht- en kademuren, maar ook op basaltglooiingen, op tuinmuren en in putten. In het stedelijk gebied - met zijn milde stadsklimaat - vindt tongvaren de nodige beschutting. Dankzij een lange reeks gematigde winters heeft de plant zich voornamelijk in West-Nederland gestaag kunnen uitbreiden. Als stikstofminnende plant profiteert hij daarnaast van de vermesting van het milieu.

Waar

In de Haarlemmermeer kennen we de tongvaren alleen van De Heimanshof, waar hij massaal op kalkrijke en vochtige plekken groeit en als decoratieplant in tuinen. De tongvarens op het rotsterrein langs de busbaan bij de brandweer Hoofddorp zijn de eerste zelfstandig gevestigde exemplaren die we kennen.

 vogelsKoekoek29 mei 2014mei

Koekoek, 29 mei 2014

koekoek

De meeste mensen hebben geen idee van de rijkdom aan vogelgeluiden die er overal om ons heen te horen zijn, maar er is een soort die iedereen herkent: de koekoek.

Twee weken geleden zijn ze weer in onze polder verschenen. Ik hoorde er een 3-tal inmiddels. De koekoek is met de gierzwaluw en de boomvalk een van de laatste soorten die eind april uit het warme zuiden terugkomen om te broeden. Onze koekoeken hebben de winter door gebracht in de savannes van het oosten en zuiden van Afrika.

Bijzonder

De koekoek neemt elk jaar af in aantal om de volgende redenen:

  1. - hij heeft afwisselende en overzichtelijke landschappen nodig met uitzichtbomen. Wij als mensen maken die landschappen steeds monotoner.
  2. - Ook verdwijnen

veel waardvogels (zie later) en zijn voornaamste voedsel bron: grote rupsen en insecten worden steeds schaarser door de menselijke smetvrees en netheidsidealen. Zoals bekend legt de koekoek zijn eieren in nesten van een tiental kleine zangvogels: vooral heggenmussen en rietzangers. Van 45 soorten is broedsucces bekend, want 10- 30% van de zangvogelouders verlaat hun nest als er een koekoek uitkomt. De koekoekmoeder kan haar cloaca als een buis uitstulpen om een ei in een klein nestje te leggen. Vaak leidt het mannetje daarbij de ouders af. De koekoek legt wel 20-25 eieren en toch neemt de stand sterk af.
  • - Deels komt dit ook door de klimaatverandering, waardoor de aankomst van de koekoek niet meer goed past op het broedseizoen van de waardvogels. Het koekoeksjong moet namelijk eerder uit het ei komen dan de andere jongen om ze succesvol uit het nest te werken. Met een paar dagen verschil werkt dat niet meer. Van moeder op dochter wordt er een zekere specialisatie op een soort waardvogel meegegeven inclusief een bijpassende eikleur.

  • Waar

    De broedstand van de koekoek in Nederland ligt rond de 7000 paar. Geschikte half open landschappen vindt de koekoek nog in de Groene Weelde en het Haarlemmermeerse bos en ook net buiten de polder in park Meermond (Heemstede) en de eilandjes bij Aalsmeer.

     plantenGewone duivenkervel11 mei 2014mei

    Gewone duivenkervel, 11 mei 2014

    duivenkervel

    Het leuke van de natuur is, dat je op de gekste momenten en de gekste plaatsen bijzondere ontmoetingen en ervaringen op kunt doen. Het enige wat vereist is, om ogen, oren en soms ook neus alert te houden.
    Zo zag ik gisteren de eerste gierzwaluw terug uit centraal Afrika, eergisteren het eerste sterntje uit Zuid-Afrika en de dag ervoor hoorde ik op eenzelfde dag de eerste nachtegaal, braamsluiper en tuinfluiter zingen. Zo leef je elke dag in een blijde verwachting van altijd weer nieuwe verrassingen.

    Aan tegen elkaar indraaiende verkeerslichtschema´s heb ik een broertje dood. Als ik ooit besluit uit Nederland weg te gaan is een van de hoofdredenen mijn ergernis over de tijd en energie die daarmee verspild wordt. Maar toen ik vandaag sacherijnig

    bij de nieuwe aansluiting van de A4 en de N196 (naast de busbaan bij De Hoek) gestuit werd door een licht dat op rood sprong, was dat gevoel op slag weg. Pal naast het verkeerslicht stond een prachtige, roze bloeiende plant te bloeien. Deze Gewone Duivenkervel was vroeger misschien gewoon, maar tegenwoordig zie je hem niet meer zo vaak. De naam is ook een beetje intrigerend, komt het van duiven of duivels?

    Bijzonder

    Het delicate plantje is geen familie van kervel, maar van helmbloemen. De bloem heeft een honingspoor met veel nectar. De Latijnse naam Fumaris geeft de oude naam: Aardrook, weer. Het fijn vertakte plantje geeft namelijk de indruk als rook uit de aarde op te stijgen (zie foto). Het is ook geneeskrachtig en mag als 2e naam daarom ´officinalis´ dragen. Het sap van de plant werkt tegen eczeem, zou eetlustopwekkend zijn en laxerend. Het rode melksap werd vroeger ook als rouge op de wangen gesmeerd.

    Waar

    Duivenkervel is een van de pioniersoorten , die net als klaproos en koolzaad het liefst of omgewoelde aarde (akkers) groeit op voedselarme grond. Het staat hier en daar op een akker, in De Heimanshof natuurlijk en bij de afrit van de A4 bij de Hoek en bloeit nog tot september.

     plantenGrote Keverorchis24 apr 2014april

    Grote Keverorchis, 24 apr 2014

    grote keverorchisVeel mensen die ik vertel over de 70 in Nederland en de 14 in de Haarlemmermeer voorkomende soorten orchideeënsoorten zijn verbaasd. Ze kennen vaak alleen de gekweekte tropische soorten. Bij de megabloemen van die soorten vallen de meeste van onze orchideeën enigszins in het niet. Maar ze zijn zeker even interessant door hun symbiose met schimmels en de bijzondere bestuivingsprocessen. Een van de minst spectaculaire inheemse orchideeënsoorten is de Grote Keverorchis, die in mei bloeit met groene bloemen. De aanleiding voor deze column was een ontdekking deze week, toen we aan het werk waren in het Hoofddorpse Wandelbos. Dat die soort daar voorkomt is bekend. Tien jaar geleden waren er zelfs wel eens 300 exemplaren. Maar

    mede door het onderhoud van het bos met zware machines is de stand achteruit gegaan: vorig jaar vonden we maar 30 stuks. Daarom zijn we vanuit MEERGroen het bos met de hand gaan beheren. Bij het opknappen van de ondergroei kwamen wel 120 stuks te voorschijn, waarvan 80 op nieuwe plekken; ecologisch beheer loont?

    Bijzonder

    Orchideeën zijn de meest gespecialiseerde planten in het plantenrijk. Ze hebben vernuftige bestuivingsmechanismen ontwikkeld. Bv het aanmaken van lokstoffen (feromonen) van allerlei soorten insecten. Daarom heb je keverorchissen, wespenorchissen en bijenorchissen! De Grote keverorchissen trekt met zijn geuren vooral sluipwespen en kevers aan, die eindeloos over de bloemen heen en weer blijven lopen. En daarbij bevruchten ze alle bloemen. Als een bloem bevrucht is, buigt een bloemslip over de stamper om zelfbestuiving verder tegen te gaan. Deze orchis is wettelijk beschermd, maar niet meer bedreigd.

    Waar

    Een Grote Keverorchis houdt van vochtige tot droge loofbossen, liefst met wat kalk. In de Haarlemmermeer zijn nu 3 groeiplaatsen bekend: vanouds in het Wandelbos Hoofddorp (> 120) , in de Heimanshof (20 jaar lang 1 heel mooie en sinds 2013 7 stuks) en het Haarlemmermeerse Bos (ca 30- 50).

     vogelsZwartkop6 apr 2014april

    Zwartkop, 6 apr 2014

    zwartkopIn april barst het voorjaar altijd los. Behalve met de hoge temperaturen dit jaar kun je elk jaar het voorjaar intens beleven door de ontwikkelingen in de natuur nauwlettend te volgen: dan word je in deze tijd van het jaar elke dag weer verrast door nieuwe planten die in bloei komen, insecten die uit hun winterslaap verschijnen of vogels die opeens na 6-9 maanden afwezigheid weer volop in elke tuin zingen. Het bijhouden van deze veranderingen heet met een duur woord: fenologie. Behalve dat je dan elke dag blij verrast wordt (en je veel over de natuur leert) is er de mogelijkheid om dat jaren achter elkaar te doen. Dan leer je bijvoorbeeld wanneer een soort gaat verschijnen en ga je patronen zien die samenhangen met mooi, nat, koud weer en de klimaatverandering. Om je daarbij te helpen

    hebben we bij De Heimanshof fenologie boekjes samengesteld, waarin je die aantekeningen kan bij houden (zie www.deheimanshof.nl/jeugd/struinkids/kids-downloads). Zo ontdek je dat elk jaar rond 21 maart de tjiftjaf verschijnt en in de 1e week van april de zwartkop.

    Bijzonder

    De zwartkop is een van de goed nieuwsverhalen in de natuur. Het is een klein zangvogeltje dat zingt als een merel die op dubbele snelheid wordt afgedraaid. Hij heet zwartkop, maar alleen het volwassen mannetje heeft een zwart petje. Jonge dieren en vrouwtjes hebben een bruin petje. De zwartkop is in 20 jaar tijd bijna 2x zo algemeen geworden en zit bijna in elke tuin waar wat bomen staan: in heel Nederland inmiddels meer dan 200.000 broedparen. De zwartkop is een trekvogel. Hij broedt hier en overwintert in Zuid-Europa, Marokko en Algerije. De laatste jaren heeft deze soort ook Ierland als overwintergebied ontdekt. De zwartkop is in principe een insecteneter, maar eentje die ook zaden en vruchten eet: een alleseter dus. Dat zal zeker hebben bijgedragen aan zijn opkomst in stedelijk gebied.

    Waar

    De zwartkop is een algemene broedvogel, vooral in parken en bossen met dicht kreupelhout.

     vogelsKleine Bonte Specht23 mrt 2014maart

    Kleine Bonte Specht, 23 mrt 2014

    Kleine_Bonte_SpechtIedereen kent inmiddels wel de Grote Bonte Specht.
    Deze soort heeft zich de laatste 10- 20 jaar zo aan een stedelijke omgeving aangepast dat zijn verschijning vooral in wat oudere wijken gewoon is geworden.
    Een 2e spechtensoort (waarmee ik deze column in 2006 ben begonnen) is de groene specht. In 2006 kende ik slechts 3 - 4 paartjes in de polder. Inmiddels ben ik de tel bij minstens 50 kwijt. Deze specht is zo schuw en goed gecamoufleerd dat je hem eigenlijk alleen opmerkt door zijn opvallende roep: een keiharde, uitdagende kakelende lach. Alsof je uitgelachen wordt.

    De laatste tijd is er weer een nieuwe spechtensoort aan het verschijnen: De kleine bonte specht. Dit voorjaar kreeg ik een aantal meldingen uit Hoofddorp en

    het Haarlemmermeerse Bos. Een reden dat spechten in aantal toenemen, is dat zij profiteren van het feit dat we tegenwoordig toleranter zijn in het laten staan van dode bomen en takken. In de ogen van een ecoloog is het nog lang niet genoeg. Zie De Heimanshof. Als dit hout van allerlei soorten bomen versnipperd wordt, dan profiteren slechts een paar soorten. Als we de verschillende houtsoorten in 10 - 40 jaar op natuurlijke wijze laten gaan, profiteren honderden of zelfs duizenden soorten.

    Bijzonder

    Een van die soorten is de kleine bonte specht, nauwelijks groter dan een mus, die houdt van kleinere takken die op de grond liggen, terwijl zijn grote neef grote takken hoog in de boom prefereert. De kleine bonte specht kwam niet of nauwelijks in het open laagland van Holland voor. Wel in de bossen van Oost- en Zuid Nederland en in de duinen. Het lijkt er nu op dat er een soort overloop van de duinen naar onze polder aan de gang is. Dat hebben we 3 jaar geleden ook zien gebeuren met de boomklever.

    Waar

    Er zijn kleine bonte spechten gemeld uit het Haarlemmermeerse Bos en uit Pax. Als deze soort in onze polder ook een broedplek vindt, zou dat weer een verrijking van onze flora en fauna zijn. Graag hoor ik meldingen daarvan.

     paddenstoelenSpleetlippen9 mrt 2014maart

    Spleetlippen, 9 mrt 2014

     dennennaaldspleetlip

    Reeds 8 jaar schrijf ik deze columns en mijn indruk wordt steeds sterker dat de variatie in de natuur onuitputtelijk is.

    Zo’n 500 soorten zijn er inmiddels behandeld. Maar aan kruiden en grassen alleen zijn er al 1500 soorten, aan paddenstoelen 6000 en aan vogels 400, om maar een greep te doen. Van alle soorten is wel iets bijzonders te vermelden: anders hadden ze zich in de felle overlevingsstrijd niet kunnen handhaven.

    Mijn verrassing van deze week kwam van Lou van de Linde, een natuurfotograaf, die zijn ogen niet in zijn zak heeft. In De Heimanshof toverde hij 2 paddenstoelensoorten tevoorschijn waar ik zelfs nog nooit van had gehoord.

    Het waren leden van de curieuze familie van spleetlipzwammen: ze zaten op rietstengels en op dennennaalden: en heten dan ook toepasselijk

    rietspleetlip en dennennaald spleetlip (foto). Op zijn foto van een stukje dennennaald is goed te zien hoe piepklein deze soort is.

    Bijzonder

    Op de afbeelding is ook goed te zien waarom deze groep spleetlippen genoemd wordt.

    De rietspleetlip is net zo klein en ook behoorlijk zeldzaam.

    Op de grove den komt de opgezwollen spleetlip voor en dan is er de jeneverbesbes spleetlip en de braamspleetlip die te vinden zijn. In sommige gevallen kunnen de dennenspleetlippen zo algemeen worden, dat ze een plaag vormen. Maar de meeste soorten worden als zeldzaam betiteld. Of dat zo is omdat ze echt zeldzaam zijn, of omdat iedereen er over heen kijkt, laat ik maar in het midden. Wereldwijd zijn er van de familie van de spleetlippen 9 geslachten onderscheiden met bijna 800 soorten. Ze hebben allemaal de karakteristieke spleet in het midden, waardoor ze in de 19e eeuw ook wel venuszwammetjes werden genoemd.

    Waar

    De spleetlipzwammen komen wereldwijd voor in gematigde regio’s. Ze groeien in of op de oppervlakte van cellulose bevattende biomassa of op schors. Vele soorten zijn specifiek in hun voorkeur voor een bepaalde gastheerplant