bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Merel(sterfte), 22 sep 2018

 merel

De aanleiding voor deze column is het feit dat ik normaliter 10-12 merels rond mijn huis heb die de druiven van onze gevel plunderen. Dit jaar is niet alleen een uitzonderlijk goed (zoet) druivenjaar, er wordt ook helemaal niet van gegete, terwijl ze voor de zomer wel de bessenstruiken leeg aten. Dat geeft mij het angstige gevoel dat de gevreesde Usutu merelziekte nu ook (half augustus) de Haarlemmermeer bereikt heeft. Graag reacties van lezers of dit kunnen bevestigen of andere ervaringen hebben. Het Usutu-virus komt uit Afrika en wordt verspreid door muggen. Het virus is via trekvogels naar Europa overgebracht, waar het 2001 voor het eerst opdook in Oostenrijk. Vanuit daar verspreidde het zich over Europa, met in 2012 een massale slachting onder de merels in Duitsland tot gevolg. Meer dan 300.000 vogels stierven. In sommige Duitse steden was de sterfte zo massaal

dat de merels praktisch verdwenen waren uit de tuinen en parken. In 2016 bereikte het zuid-oost Nederland.

Bijzonder

De merel is een van de meest algemene zangvogels in Nederland en zeker in stedelijk gebied. Maar dit was niet altijd zo. Tot ca 1900 was de merel een schuwe bosvogel. Ze leefden teruggetrokken in dichte loofbossen van Europa. Bij elk kleinste teken van gevaar trokken ze zich in het dichte kreupelhout terug en waarschuwden ze met hun typische alarmroep de andere bosbewoners. Ze hebben zich echter ontwikkeld tot cultuurvolgers en komen nu vrijwel overal in tuinen voor. Merels zijn alleseters en voeden zich onder meer met wormen, insecten, bessen, brood, zaden, afval en diverse soorten vogelvoer. De merel is een uitbundige zanger en zingt vaak vanaf een hoog punt. Het mannetje zingt vanaf februari, vooral ’s morgens, ’s avonds en bij regen.

Waar

De merel komt van nature voor ten zuiden van de poolcirkel in heel Europa en grote delen van Azië. Elders is de merel ook uitgezet en in Australië en Nieuw-Zeeland wordt hij gezien als een plaag. Afgezien van de noordelijkste populaties zijn merels meestal geen trekvogels.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 2 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 plantenBijenorchis in de winter4 mrt 2018maart

Bijenorchis in de winter, 4 mrt 2018

 winterbijenorchis

Het is in deze column niet gebruikelijk om een soort 2x te behandelen, maar deze week gebeurde er zo iets bijzonders dat ik me daar toch aan bezondig. Het gaat om de bijenorchis. Dat is wat mij betreft de mooiste wilde orchidee (inzet foto), die we in Nederland en zelfs in Europa hebben. Deze soort bootst zo perfect de vorm van een bij na en daar horen ook de lokstoffen bij ze gebruiken om elkaar te vinden, dat mannelijke bijen (darren) uitgenodigd worden om te paren met deze bloem. En dan krijgen ze een halter met miljoenen stuifmeelkorrels omgehangen die ze in een keer bij een andere bloem weer afgeven.

Bijzonder

Een van de ander bijzondere kwaliteiten van deze orchidee is dat hij als enige Nederlandse orchideeënsoort niet pas in mei of juni boven de grond komt vanuit de knol die ze allemaal

vormen: deze soort overwintert als bladrozet. Dat kwam goed uit bij een nieuw project dat we afgelopen week begonnen: de aanleg van een groente- en kruidentuin bij Restaurant Den Burgh. Omdat we als natuurliefhebbers eerst de plek goed bekeken zagen we honderden bladrozetten van de bijenorchis in het gazon. Die hebben we allemaal uitgestoken en verplant voordat een grote tractor de grond bouwrijp maakte ( op de foto 3 geredde exemplaren). Daar kunnen veel aannemers en hoveniers nog een puntje aan zuigen. Meestal wordt alle flora en fauna ‘over het hoofd gezien’.

Waar

De Haarlemmermeer lijkt wel een kale polder, maar wat betreft orchideeën is het een unieke plek in Nederland. In aantallen komen er bijna nergens zovele orchideeën voor. Wel niet de 60-70 soorten zoals in Limburg: maar ‘onze’ 16 soorten staan vaak met tienduizenden bij elkaar. Dat komt door de schelpenkalk in de grond, de op sommige plekken arme zandgrond van oude zandbanken in de Waddenzee die hier ooit lag (vooral rond Hoofddorp) en brak grondwater. De bijenorchis, die ooit in Beukenhorst vaste voet aan de grond kreeg heeft zich nu overal in de regio tot in Amsterdam uitgezaaid.

 bomenLenteklokje17 feb 2018februari

Lenteklokje, 17 feb 2018

 lenteklokje

Lenteklokje

Hoewel het nog winter zou moeten zijn, is het in de natuur al volop voorjaar. De vroege sneeuwklok is zelfs al uitgebloeid en is bezig zaad te maken, de gewone sneeuwklokken bloeien massaal, net als de winterakonieten en afgelopen week zijn ook de wilde en de grootbloemige krokussen massaal in bloei gegaan. Al deze soorten zijn wel bekend en maken het een lust voor het oog om naar buiten te gaan. Maar er zijn nog veel meer soorten die nu in bloei komen en die de moeite van het ontdekken waard zijn. Een daarvan is een van mijn favorieten: het lenteklokje. Hoewel de soort officieel ergens verwant is aan de narcis, doet hij een aan een grote sneeuwklok denken. Z’n bladeren zijn niet blauwgroen zoals bij de meeste sneeuwklokjes, maar donkergroen en z’n bloem is niet zo samengedrukt langwerpig maar staat breed uit (foto). Ook het lenteklokje is een stinsenplant die uiteen bolletje groeit waardoor

hij op reserve stoffen kan teren en minder van de warmte van de zon afhankelijk is om te groeien.

Bijzonder

Het lenteklokje heeft 1 verwante soort: het zomerklokje wat in mei bloeit en graag heel vochtig staat. Het is bijna een moerasplant. Het lenteklokje wordt 20-30 cm hoog en heeft 1 bloem per bloeistengel, maximaal 2 en het zomerklokje kan wel 60 cm hoog worden en heeft verschillende bloemen per bloei stengel. Hoewel het lenteklokje heet, bloeit deze soort in de winter in februari. Z’n bloem is fraai en bestaat uit 6 bloembladen, waarvan er 3 eigenlijk kelkbladen zijn, maar die zijn niet van de kroonbladen te onderscheiden. En elke bloemblad heeft een maanvormige groene vlek.

Waar

Het lenteklokje groeit in de strooisellaag van bossen en het liefst op voedselrijke en ietwat vochtige plekken. Oorspronkelijk kwam het ook in Nederland als wilde soort voor, maar dat is al lang verleden tijd. Maar als stinsenplant in landgoederen en in natuurtuinen is hij hier en daar wel te vinden. In de Heimanshof bloeit hij op dit moment massaal.

In Midden Europa komt de soort nog wel in het wild voor.

 plantenKnikkend Nagelkruid3 feb 2018februari

Knikkend Nagelkruid, 3 feb 2018

 knikkendnagelkruid

In Nederland komen 2 soorten nagelkruid voor: geel nagelkruid en knikkend nagelkruid. De reden voor deze column is dat hoewel knikkend nagelkruid in mei tm juli hoort te bloeien hij op een aantal plaatsen vol in bloei staat midden inde winter (foto).Het heeft zoals de naam aangeeft een bloem die naar beneden hangt, maar het zaadbolletje wat daaruit groeit, richt zich omhoog. Die zaadbolletjes (bij beide soorten) zijn voorzien van talloze haakvormige puntjes waardoor ze zich makkelijk via kleren en in dierenvachten verspreiden. Beide soorten hebben jaarrond groene bladeren en zijn dus ook in de winter decoratief. Als ze door de klimaatverandering ook nog jaarrond gaan bloeien is dat een extra reden om zuinig met knikkend nagelkruid om te gaan.

Bijzonder

Nagelkruiden ontlenen hun naam aan het feit dat hun wortels indien

gedroogd de geur en smaak van kruidnagelen hebben en ook een sterk geneeskrachtige werking. Helaas is knikkend nagelkruid een soort die ernstig bedreigd is en de afgelopen 25 jaar tot 25-50 % is afgenomen. Uit eigen ervaring weet ik dat geel nagelkruid een zeer algemene en bijna onuitroeibare soort is in tuin, bossen en zelfs spoordijken. Dus als u een experiment met nagelkruidwortel wilt doen is de wortel van geel nagelkruid de ideale kandidaat. De medicinale werkingen van nagelkruid is zo groot dat het Benedictuskruid of gezegend kruid werd genoemd. Het werkt versterkend bij het hart, in de spijsvertering, maar ook desinfecterend en pijnstillend en kan aan wijn een prettige geur en smaak toevoegen. In verband met de sterke werking is het aan te raden geen enkel gebruik te overdrijven en nooit langer dan een paar weken achtereen te laten duren.

Waar

Knikkend Nagel kruid houdt van zonnige stand plaatsen in vochtige, voedsel rijke bossen, liefst met kwel. Het is een kenmerkende soort van een bostype met vogelekers en haagbeuken. Geel Nagelkruid staat overal in de Haarlemmermeer in bossen, langs wegen, in tuinen en tussen bestrating op beschaduwde plekken.

 bomenWatercipres20 jan 2018januari

Watercipres, 20 jan 2018

 watercipres2

Op veel plekken in het straatbeeld staan naaldbomen, waarvan in de herfst, nadat ze prachtig rood gekleurd waren, de naalden afgevallen zijn.

Deze bomen bestaan uit 2 soorten, die een beetje lastig uit elkaar zijn te houden. Beide soorten hebben een stam die aan de basis extreem dik is en gaande weg smaller wordt (foto). De minst algemene is de moerascipres die uit de moerasgebieden van de Verenigde Staten komt. Als het goed is, zijn deze aan de waterkant geplant (wat niet altijd het geval is) en daar vormt deze zgn kniewortels: knolvormige wortels waar mee hij lucht hapt en zich verankerd voor overstroming. Dat gebeurt in de Everglades en de Mississippidelta nl maanden lang. En hij heeft een afgeronde kroon. De andere soort is de watercipres. En deze heeft meestal een spitse kroon (foto).

Bijzonder

De

moerascipres komt uit China en is familie van de Sequoia of mammoetboom. Van deze soort, die miljoenen jaren geleden ook in Nederland voorkwam, getuige vondsten in de steenkool van Limburg, was gedacht dat hij uitgestorven was. Totdat mensen hem in een dal in China pas in de 50-tiger jaren van de vorige eeuw ontdekten. Het is dus eigenlijk een levend fossiel. Al snel had men door dat de watercipres, omdat hij zo’n lange geschiedenis had, een zeer sterke ziektevrije soort was ,die ook nog eens ideale eigenschappen had voor aanplant in de bebouwde kom: mooie rood wordende naalden en wortels die bestrating en kabels en leidingen met rust lieten.

Waar

De oudste watercipressen die ik in de polder gevonden heb, staan in het Oude Buurtje in Hoofddorp, waarvan 2 in het plantsoen tegen de kruisweg bij de Geniedijk aan. Deze wijk is rond 1975 gebouwd en de bomen waren toen al een jaar of 10 oud. Dus ze dateren van minder dan 15 jaar na de ontdekking! De beste plek om het verschil tussen moeras- en watercipressen te bekijken is in de Japanse tuin van het Haarlemmermeerse bos. Langs het water staan (met kniewortels) de moerascipressen en hoger op langs het pad de watercipressen.

 paddenstoelenfluweelpootje6 jan 2018januari

fluweelpootje, 6 jan 2018

 fluweelpootjecombi

Dit is de tijd van de winterpaddenstoelen. In herfst en zomer schieten de paddenstoelen als rakketten uit de grond en zijn ook binnen een paar dagen weer weg. Die moeten dus heel snel hun sporen rijp laten worden. In de winter gaat alles veel langzamer. De winterpaddenstoelen zijn daarom ook maandenlang te bewonderen en de hebben lange tijd om zoveel mogelijk sporen te laten verwaaien. Vele winterpaddenstoelen zijn eetbaar. Dat geldt bv voor de Judasoor die je veel in Chinese gerechten vindt. Ze ontlenen hun naam aan hun oorvorm en de overlevering dat ze er groeien sinds Judas met z’n oor aan de scherpe punt van de afgebroken vliertak bleef hangen toen hij er uit schuldgevoel een einde aan wilde maken. Ze smaken zoals ze eruit zien: Een stevige bite van kraakbeen met een peperachtige nasmaak. Het fluweelpootje is ook een heel algemene winterpaddenstoel, die als delicatesse geldt in de horeca en zoetig smaakt. Vooral

de hoed. In Azië worden ze gekweekt zonder licht en zien ze er heel wit uit (inzet).

Bijzonder

Hoewel de hoed het lekkerst smaakt (ook rauw) bevat de wat taaiere steel eens immuunsysteem versterkende stof en het mycelium in het hout een werkzame stof tegen kanker. Fluweelpootjes smaken zoetig omdat ze een antivries aanmaken in de vorm van suiker. Dat komt ze goed van pas, want ze komen in de witter pas tevoorschijn na de eerst vorst en kunnen ook vorst goed verdragen. Pas recentelijk is ontdekt dat de makkelijk herkenbare soort toch complexer in elkaar zit. Op basis van sporenkenmerken zijn 3 soorten een variëteit onderscheiden.

De kweekversie van Fluweel pootje is door de NASA meegenomen in de ruimte om het effect van zwaartekracht te onderzoeken. In de ruimte werden de strak gerichte dichte bundels paddenstoelen een wirwar van steeltjes en hoedjes.

Waar

Fluweelpootjes zijn een onmiskenbare en algemene paddenstoel door z’n steel die met fluweel begroeid lijkt en in bundels voorkomt op dood en ziekloofhout van wilgen ,elzen, populieren e.d.(foto)

 plantenPurpersteeltje23 dec 2017december

Purpersteeltje, 23 dec 2017

 purpersteeltje

In de winter trekken de kruiden zich terug in zaad of wortelstokken en ook de meeste bomen gaan in rust. De afwezigheid van grote concurrenten die hen overschaduwen, is een kans voor een zeer oude groep kleine plantjes, nl de mossen. Deze hebben het vermogen om ook bij zeer lage temperaturen te groeien. En in herfst, winter en vroege voorjaar grijpen zij hun kans en groeien maximaal. Mossen behoren tot de oudste organismen die op land konden leven. Ze zijn zo klein omdat ze geen wortels en stengels met vaten hebben en moeten het hebben van diffusie van vocht en voedsel door hun dunne eencellige bladeren.

Bijzonder

Er bestaan veenmossen die in moerassen groeien en meters lang kunnen worden, slaapmossen met liggende stengels en topkapselmossen die rechtop staan. Ze vermenigvuldigen zich allemaal via afgebroken ’stekjes’

en sporen. Een van de meest algemene (topkapsel)mossen is het purpersteeltje. Het is een piepklein mosje van 1-2 cm hoog dat alleen opvalt als het sporenkapsels draagt die een kenmerkende purperen kleur hebben. Omdat purpersteeltje dichte matten vormt, is deze soort daarmee van grote afstand te herkennen. En om dat deze winter zo zacht is, is dat sporenvomingsproces volop gaande. Je hebt bij het purpersteeltje mannelijk en vrouwelijke plantjes. De mannetjes maken spermacellen en die zwemmen bij regenachtig weer naar de vrouwtjes toe. En net is ontdekt dat insecten zoals springstaarten, die zich in de mosplakkaten verschuilen bij dat transport ook een rol spelen. Als de vrouwtjes bevrucht zijn, groeit uit de bevruchte eicel een sporenkapsel op de lange purperen steel. In het kapsel groeien de ongeslachtelijke sporen die zich ver kunnen verspreiden en wel 16 jaar kiemkrachtig kunnen blijven. Deze afwisseling van geslachtelijke voortplanting tussen mannetjes en vrouwtjes en sporenvorming heet generatiewisseling, wat bij de meeste mossoorten voorkomt.

Waar

Purpersteeltje komt voor in de bebouwde kom, langs paden en wegen en op droge zandgrond.

 bomenMuizendoorn9 dec 2017december

Muizendoorn, 9 dec 2017

 muizendoorn

Ik hamer er maar weer eens op. Veel mensen denken dat het in december buiten koud en guur is en dat er niets meer bloeit en weinig interessants te zien is. Niets is minder waar als je maar weet waar je moet kijken. Het muizendoornstruikje is er een mooi voorbeeld van. Het is een bescheiden struikje tot max 1 m hoog dat in diepe schaduw kan groeien. En het bloeit nu massaal. En wel op een bijzondere manier. Maar liefst elk ‘blaadje ‘ draagt een bloem. Blaadje staat tussen aanhalingstekens want officieel is het geen blad, maar een ‘cladode’. Dat zijn platte takscheuten, waar de hele struik uit bestaat, en die allemaal eindigen op een scherpe punt. Het struikje is altijd groen. En niet alleen dat, de bloemen van vorig jaar dragen nu prachtige 1 cm grote knalrode bessen( foto). Deze bloempjes zijn alleen minuscuul en zitten op

de nerf van elke cladode.

Bijzonder

Muizendoorn zou wel eens een goede vervanger kunnen zijn voor de zeer populaire buxusstruik, die sinds vorig jaar massaal te lijden heeft van een combinatie van de oprukkende mediterrane buxusmot en een schimmel. En persoonlijk vind ik de muizendoorstruik nog mooier ook en hij is zeer onderhoudsvriendelijk. Daarnaast is de muizendoorn ook nog medicinaal toepasbaar. Vooral de wortelstokken die ook eetbaar zijn als asperges. De meest genoemde toepassingen betreffen bloedvat gerelateerde zaken zoals spataderen, oedemen, slecht genezende wonden, aderontstekingen, aambeiklachten en winterhanden. Een andere naam van muizendoorn is slagersbezem. De stugge stekelige takken werden namelijk veel in bezems gebruikt. En slagers maakten daar veel gebruik van omdat de geur muizen en ander knaagdieren bij drogende hammen en vlees weghielden.

Waar

Muizendoorn is een plant die overal voorkomt in Europa, Azië en Noord Afrika. Het is een plant van diep beschaduwde bossen op allerlei gronden, maar als tuinplant is deze soort op vele plekken ingevoerd en ingeburgerd. Natuurlijk hebben we mooie exemplaren in de Heimanshof staan.

 plantenReuzenschaafstro11 nov 2017november

Reuzenschaafstro, 11 nov 2017

 rreuzenschaafstro

Schaafstro behoort tot de paardenstaartfamilie. Veel mensen kennen een familielid daarvan, dat heermoes heet en dat overal in de Haarlemmermeer groeit, waar zand over klei ligt. Dat is een typische situatie bij trottoirs en in tuinpaden. Vandaar dat veel mensen er een grote hekel aan hebben. Deze paardenstaarten worden vaak kattenstaarten genoemd, wat mij als bioloog verdriet doet, want kattenstaarten zijn prachtig paarsbloeiende planten van de waterkant. Paardenstaarten vormen een zeer oude familie die 250-350 miljoen jaar geleden ontstond en die in de tijd van dinosauriërs, toen er nog geen bloeiende planten en loofbomen waren hun voornaamste voedsel vormde. Dat ze het tot nu toe hebben volgehouden betekent dat ze een goed overlevingssysteem hebben. Bij heermoes heb ik daarmee kennis gemaakt toen ik voor een kelder 4 m diep in de grond moest graven en 1-2 m onder het grondwater nog wortels

tegenkwam. Ze hebben dus zo’n wortel reserve dat je ze nooit kunt weg wieden.

Bijzonder

Paardenstaarten en dus ook schaafstro zijn aan zand gebonden, omdat ze geen cellulose als ‘skelet’ maken, maar kleine kristalletjes van kwarts. Van schaafstro wordt vaak vermeld dat het vroeger door z’n ruwe stengel als schuurpapier werd gebruikt, maar dat is volgens mij niet terecht. Voor de komst van industrieel schuurpapier verbrandde men dit schaafstro en kreeg in de as zeer homogene kristalletjes, die gebruikt werden voor het polijsten van muziekinstrumenten. Schaafstro en reuzenschaafstro zijn zeer decoratieve paardenstaarten die niet misstaan in (droog) boeketten ( zie detailinzet). Alle paardenstaarten bestaan uit segmenten die uit en weer in elkaar geschoven kunnen worden.

Waar

Schaafstro houdt van vochtige zandmilieus zoals duinvalleien en reuzenschaafstro (foto) dat 2-3 m hoog kan worden, houdt van vochtige grond of het nu klei, zand of veen is. Op dit moment vormt het sporenkapsels, maar vegetatieve voortplanting via scheuren van wortel stokken gaat effectiever.

 plantenHaagwinde4 nov 2017november

Haagwinde, 4 nov 2017

 haagwindewortels

Het onderwerp van deze week is eigenlijk niet de soort haagwinde, maar het verschijnsel ‘onkruid’. Het woord ‘onkruid’ ligt een heleboel mensen voor in de mond. Ze gebruiken dat woord zonder zich te realiseren welke wereld daarachter schuilgaat. Vergelijk ‘onkruid’ maar eens met ’onding’. Daarmee bedoelen we dat iets helemaal niets waard is. Met ‘onkruid’ geven we ons dus een vrijbrief om die planten te vuur en te zwaard uit te roeien. Vaak met gif zoals ’round-up’. Lekker makkelijk, maar de na-effecten in de grond en vooral het oppervlakte water zien we niet en die zijn flink serieus. Even serieus is het gebruik van grote tractoren, waarmee gras en andere kruiden ‘geklepeld’ oftewel vermalen worden. Daar mee verrijken we de ondergrond zo, dat er veel ongewenste grassen, distels en brandnetels gaan groeien.

Zo versterken we ons vooroordeel dat groen een kostenpost en lastig is.

Bijzonder

Bij ecologisch beheer kennen we geen onkruid. Elke plant heeft nl wel een functie of een toepassing of het nu medicinaal is of dat zijn bloem of blad eetbaar is. En andere organismen hebben net zo’n lange evolutie achter de rug als wij en dus net zo veel recht op een bestaan. Ecologisch beheer is gericht op maximale biodiversiteit, door planten die toch niet uit te roeien zijn terug te dringen naar een niveau dat andere planten meer ruimte krijgen. De klaproos is een mooi voorbeeld:eentje in de tuin is een sieraad, maar bij10.000 op een groentetuintje wieden we er echt wel 9999 weg. We noemen die 9999 ‘ongewenste planten’. Dat klinkt een stuk vriendelijker. Alleen met haagwinde ben ik minder coulant. Dat is een plant die ik alleen maar door onder water zetten op een acceptabel niveau kan houden, en dat kan niet overal. Dus is ben allergisch voor z’n witte worteltjes (foto) waarvan een stukje van een halve cm al weer uitgroeit tot een plant van 4 m in alle richtingen.

Waar

Haagwinde is een klimplant die graag in bosranden en in tuinen groeit en witte trompetvormige bloemen heeft (inzet).

 bomenVuurzwammetje21 okt 2017oktober

Vuurzwammetje, 21 okt 2017

 vuurzwammetje

Wat bij vogels bv de Ijsvogel is en bij planten de orchideeën familie, dat zijn bij paddenstoelen de wasplaten. Het zijn bijna zonder uitzondering zeer kleurige paddenstoelen, die erg tot extreem zeldzaam zijn en daarmee een iconische status hebben bij kenners en leken. Groot was dan ook ons enthousiasme toen we op De Heimanshof maar liefst 10 scharlakenrode vuurzwammetjes aantroffen voor het eerst in 40 jaar (foto JvanLoon). De Nederlandse naam "vuurzwammetje" heeft betrekking op de intens rode kleur. Wasplaat slaat op de structuur van de plaatjes aan de onderzijde van de hoed die doet denken aan stearine of was van een kaars.

Bijzonder

De functie van de felle kleur van sommige paddenstoelen, waaronder het vuurzwammetje, is onbekend. Mogelijk heeft deze een signaalfunctie en beschermt het vruchtlichaam

tegen betreding. In Europa groeit de soort in grasland, op zandige heiden en in onbemeste wegbermen. Op een enkele soort na zijn veel wasplaten in heel West-Europa erg zeldzaam geworden. Ze zijn namelijk erg gevoelig voor kunstmest en verdwijnen snel uit hiermee bewerkte weilanden. Samen met andere graslandpaddenstoelen zijn ze teruggedrongen tot vaak luttele vierkante meters waar ze zich rond deze tijd laten zien.

Waar

In Nederland zijn het vaak oude kerkhoven en verder een enkel graslandreservaat, een oude zeedijk of grazige plekken op heide en in de duinen waar je ze kunt vinden. Wasplaten worden altijd gezien als graslandpaddenstoelen, maar veel soorten zijn vooral kieskeurige paddenstoelen die alleen maar gevonden worden op een oude gerijpte bodem die al heel veel jaren onaangeroerd is gebleven. Noord-Amerika komen wasplaten vooral voor in oude ongestoorde oerwouden aan de oost- en westkant van het continent. Haast onbegrijpelijk, maar beide groeiplaatsen hebben een ongestoorde bodem gemeen. Het gaat altijd om slechts enkele vierkante meters, waar ze voorkomen in een bijzonder milieu, dat ze meestal delen met andere zeldzame paddenstoelsoorten.

 insectenSynophropsiscicade7 okt 2017oktober

Synophropsiscicade, 7 okt 2017

 ccycadeSynophropsis7

Meestal zoek ik een Nederlandse naam van de soort die behandeld wordt. Maar de soort cicade die vorige week in De Heimanshof werd aangetroffen was een nieuwe soort in Nederland, waarvan dit pas de tweede waarneming in het land was. In mei dit jaar werd deze soort voor het eerst in Nederland in Limburg aangetroffen. Dus we moeten het voorlopig doen met deze tongbrekende naam. Een goede kans voor een naam is de Lauriercicade, want de Mediterrane (echte) laurier is zijn favoriete voedingsplant. Maar bij gebrek daaraan wordt hij ook wel op andere struiken met harde bladeren aangetroffen zoals de Portugese Laurier, Hulst en zoals in De Heimanshof op de liguster. De wakkere waarnemer was Theo Terwiel , een fotograaf die veel natuuropnamen maakt en stad en land afstruint op bijzondere insecten en ook vaak in De Heimanshof op bezoek

is.

Bijzonder

Er zijn wereldwijd ongeveer 40.000 soort cicaden bekend. De meeste soorten zijn rond een halve cm groot Rond de Middellandse zee komt een grote soort van 2 cm voor die op zomerse dagen permanent een oorverdovend gesnerp produceert. Bladluizen en wantsen zijn verwante soorten, die net als de cicaden een zuigsnuit hebben waarmee ze plantensappen opzuigen. Sommige soorten cicaden produceren het bekende schuimbeestje. In dat zelf geproduceerde schuim beschermt de larve zich tegen vogels. Een dergelijk nest wordt wel koekoeksspuug genoemd. Een bijzonderheid van cicaden is dat veel soorten een symbiotische relatie hebben met bepaalde bacteriën. Deze helpen de cicade bij het verteren van z´n voedsel. Cicaden zijn driehoekig en hebben een springpoot waar mee ze tientallen keren hun eigen lengte weg kunnen springen (foto)

Waar

Sommige soorten komen in grote aantallen voor op door de mens geteelde gewassen en worden beschouwd als plaaginsecten. Synophropsis was tot 1850 vooral bekend van de Balkan en is sinds die tijd een opmars begonnen rond de Middellandse zee en recentelijk noordwaarts. Mogelijk dankzij de klimaatverandering.

 grote dierenSteenmarter23 sep 2017september

Steenmarter, 23 sep 2017

 ssteenmarter

Al jaren zijn er onbevestigde berichten over steenmarters en/of boommarters in de Haarlemmermeer. Een jaar of 3 geleden hebben veel mensen aan de Ijweg zo’n marter gezien, maar niemand had een foto en het jaar erop leek een melding uit het Haarlemmermeerse Bos er ook op. Maar met meldingen van niet geoefende waarnemers is het erg op passen. Vaak blijkt het toch om een bunzing te gaan, die hier vrij algemeen is of zelfs om een kat. Maar dit jaar is het dan toch gebeurd. In april werd een dode steenmarter uit Hillegom bij De Heimanshof gebracht (zie foto boven) en in augustus kwam er een foto binnen van een jonge steenmarter uit een tuin in Hoofddorp (onder).

Bijzonder

De steenmarter (stadsmarter) is een marter net als hermelijn, wezel, bunzing, fret, das, otter en nerts. Marters kunnen goed klimmen en passen zich makkelijk

aan. Een volwassen steenmarter is 40-50 cm lang, plus een staart van 25 cm. Ze zijn bruin met een witte vlek op hun keel en borst. Steenmarters hebben een heel eigen ′huppelende′ manier van lopen. Ze kunnen goed klimmen en springen tot 1,5 m. hoog. Ze zijn zeer flexibel en kunnen door kleine gaten (5-7 cm) kruipen. Ze eten vooral kikkers, muizen, ratten, eekhoorns, aangevuld met vruchten en eieren. In steden eet hij ook afval en soms kippen, konijnen of andere kleine huisdieren. Ze zijn vooral ′s nachts actief. Overdag zoeken ze vaak een rustige plek op zoals hopen takken, greppels, holle bomen of lege schuren. De steenmarter maakt meestal weinig of geluid behalve stommelen in of rondom het nest.

Waar

De steenmarter komt uit Zuid- en Oost-Europa en Azië maar trekt de laatste decennia naar NW Europa. In Nederland tot nu toe vooral in het Oosten. Zijn voorkeursbiotoop is een landelijke omgeving bij menselijke activiteit (ivm voedsel). Maar steeds vaker wordt hij in steden en dorpen gesignaleerd. Omdat ze afkomen op bekabeling van (warme) automotoren omdat daar visolie in verwerkt zit, reizen ze soms grote afstanden mee als verstekeling.