bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 19 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 plantenBeemdkroon29 okt 2011oktober

Beemdkroon, 29 okt 2011

 beemdkroonmetknautiabij

Met het korten van de dagen en het dalen van de temperatuur wordt het aantal bloeiende planten steeds minder. Maar er blijven altijd soorten die bloeien. Deze week een soort, die onze bermen met fraaie lila bloemen kan kleuren van juni tot aan de vorst. Beemdkroon of Knautia is een soort die in De Heimanshof massaal voorkomt, maar die landelijk als rode lijstsoort beschouwd wordt omdat hij zo snel in aantal af aan het nemen is. Die afname wordt geweten aan vermesting en verzuring van onze bermen. Beemdkroon is een plant uit de kaardenbolfamilie. Dat is te zien aan de zaadbollen waarop net als bij kaardenbollen naaldjes staan op elk zaadje in het zaadhoofd. Ook de bladeren maken met als bij de kaardenbollen een kommetje waar water in kan blijven staan, maar dan veel minder indrukwekkend dan de halve liter die in een echte kaardenbol-bladoksel kan blijven staan.

Beemdkroon is een vaste plant, wordt 50-100 cm hoog en geeft bladeren die onderaan gaafrandig en bovenaan diep ingesneden zijn. Er bestaat een verwante beemdkroonsoort, waarvan de bladeren allemaal ongedeeld zijn. Ook deze staat in De Heimanshof. Beemdkroon heeft een vertakte wortelstok en soms ook uitlopers.

Bijzonder

De bloemen bevatten veel nectar waar zowel dagvlinders als honingbijen en hommels op af komen. Er is zelfs een solitaire bij, de Knautiabij die speciaal afhankelijk is van deze plant(zie foto). Ook deze bij staat inmiddels op de Rode lijst van bedreigde soorten. Ook de knautiawespbij, wordt op deze plant gezien. Deze wespbij parasiteert weer op de knautiabij. De oude latijnse naam Scabiosa van beemdkroon heeft betrekking op het gebruik van de plant als middel tegen schurft.

Waar

Beemdkroon houdt van zonnige plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende grond. De soort groeit in bermen, in hooiland, bosranden, binnenduinen en langs spoorwegen en komt voor in Europa en West-Azië.De soort komt buiten De Heimanshof sporadisch voor in de polder.

 insectenGroene Stinkwants (2)26 okt 2011oktober

Groene Stinkwants (2), 26 okt 2011

 groenestinkwantsgroot

Dit is het vervolg van de column van vorige week.

Waar

andere insecten zich vaak zoveel mogelijk proberen te verstoppen wordt de groene stinkwants vaak zonnend op bladeren aangetroffen. De stinkstof die bij gevaar wordt uitgescheiden is zeer moeilijk afwasbaar en kan door volwassen wantsen en nimfen worden afgescheiden. De druppel kan blaren veroorzaken als ze in de mondholte terechtkomt. De wants laat een typische weeïge geur achter op bezochte plantendelen zoals bramen, waardoor de soort als schadelijk wordt gezien. Van wantsen is bekend dat ze niet alleen stoffen uitscheiden om vijanden af te weren, maar ook om het lichaam vrij te houden van schimmels en bacteriën. Ook de stinkstof heeft componenten met bacteriedodende eigenschappen en stoffen die bacteriële voortplanting tot stilstand brengen. De merel is een van de weinige natuurlijke vijanden. Deze vogels leren gaandeweg dat ze de wantsen in een keer moeten doorslikken om de afscheiding van hun afweerstof

voor te zijn. Ook roofwantsen zijn een vijand. Zij hebben net als de groene stinkwants een zuigsnuit, maar zuigen hiermee lichaamssappen op. De wants wordt ook belaagd door insecten uit andere insectengroepen, zoals vliegen die als larve andere insecten van binnenuit opeten.

Waar

De wants leeft op verschillende soorten waardplanten, waaronder kruiden als brandnetel en distels, struiken b.v. uit de rozenfamilie en bomen zoals hazelaar en zwarte els. Van al deze soorten is de hazelaar favoriet. In landen waar op grote schaal hazelnoten commercieel worden geteeld, wordt de wants als een plaaginsect beschouwd. De wants onttrekt voedingsstoffen aan de noot wat tot beschadiging leidt en de noten onverkoopbaar maakt. Ook aan vruchten zuigt de groene stinkwant: van o.a. appel, braam, framboos en peer. De groene stinkwants is een soort die voorkomt in grote delen van Europa, het noorden van Afrika en in de meer gematigde delen van Azië. In Nederland is hij algemeen in alle delen van het land.

 groenestinkwant1snymfen

 insectenGroene Stinkwants (1)15 okt 2011oktober

Groene Stinkwants (1), 15 okt 2011

 groenestinkwant1snymfen

Bij het plukken van bramen (dat kan tot ver in oktober als je de plant vanaf augustus systematisch oogst) vielen er overal groene wantsen van de bladeren en vruchten. Het waren stinkwantsen. De groene stinkwants is een planteneter die zijn steeksnuit in de groene delen van planten prikt en de sappen opzuigt. De naam stinkwants, slaat op de smerig ruikende substantie die uit klieren aan de zijkant van het borststuk worden afgescheiden ter verdediging. De groene stinkwants heeft net als alle schildwantsen de vorm van een (wapen)schild. De soort wordt 12-14 mm en de sexen zijn identiek. Wantsen en ook bv sprinkhanen kennen een onvolledige gedaanteverwisseling waarbij de onvolwassen dieren (nymfen) vleugelloos zijn maar al op de ouderdieren lijken. Andere insecten, zoals vliegen kennen

een volledige gedaanteverwisseling met een wormachtige larve, die na de laatste vervelling een popstadium krijgt waarna ze in één keer veranderen naar het volwassen insect. De nimf van de groene stinkwants doorloopt 5 stadia, met telkens een vervelling ertussen. Opmerkelijk is dat ieder nimfstadium een eigen bouw maar ook kleurpatroon heeft (zie foto). Bij de paring lopen de identiek uitziende partners met de achterlijven tegen elkaar een tijdje rond. Bij de meeste andere insecten klimt het mannetje op het vrouwtje en is zo te herkennen. De groene stinkwants produceert ongeveer 100 eitjes.

Bijzonder

De stinkwants leeft van plantensappen die met de steeksnuit worden opgezogen. Hierdoor wordt schade aangericht aan gewassen en bovendien krijgen de planten een typische "wantsengeur". De groene stinkwants kan van kleur veranderen. Vlak voor de winterslaap kleurt de wants bruin om in de lente weer groen te worden. Met hun normale groene kleur zouden ze te veel opvallen in de scheuren in bomen waar ze overwinteren. Dit was het eerste deel over de stinkwants. Volgende week het 2e deel.

 insectenTronkenbij (3)9 okt 2011oktober

Tronkenbij (3), 9 okt 2011

 tronkenbij3

Door een olieachtige uitscheiding kleven de kaken van de tronkenbij niet vast aan de hars die ze verzamelen. Oude hars wordt opnieuw gebruikt. Ook verzamelen ze nieuwe hars of stelen die bij de buurvrouw. Stuifmeel en nectar worden bijna alleen verzameld op planten met een hartje met gele buisbloempjes, zoals gele ganzenbloem, kruiskruiden e.d.(zie foto) Tronkenbijen verzamelen stuifmeel op een speciale manier. Het zijn zgn "buikschuivers", die stuifmeel tussen haren op hun buik verzamelen i.t.t. honingbijen en hommels die stuifmeel in klompjes aan hun achterpoten verzamelen. Buikschuivers slaan in hoog tempo met hun achterlijf op de meeldradenbuisjes, zodat het stuifmeel vanzelf tussen de haren terecht komt. Intussen zuigen ze enkele bloemtjes verder nectar op. Door deze manier van stuifmeel verzamelen, zijn ze zeer effectieve bestuivers. Alleen vrouwtjes verzamelen stuifmeel voor hun broed en mannetjes hebben dan ook geen buikharen. De tronkenbij

heeft een aantal gespecialiseerde parasieten: De gewone tubebij is een koekoeksbij, die haar eieren in nesten van tronkenbijen legt en om die reden erg op de tronkenbij lijkt. De kleine knotswesp is altijd te vinden in de buurt van de nesten van tronkenbijen. Net als de hongerwespen (een soort sluipwesp) liggen ze vaak op enkele centimeters afstand van de nestingang plat tegen het hout gedrukt, te wachten op een goede gelegenheid. Al deze parasieten zijn tussen de tronkenbijen op de bloemen in de buurt aan te treffen. Daar herkennen deze hen niet als rovers. Pas als ze binnendringers bij thuiskomst verrassen, worden die er met de kaken uitgetrokken. Ook mannetjes van tronkenbijen doen onbewust wel mee aan het verkleinen van de kansen voor parasieten, door hun zeer fanatieke patrouilles voor de nestgangen. Dat is mogelijk een van de redenen dat dit voor de vrouwtjes lastige gedrag toch evolutionair voordeel oplevert. Ik wens u veel plezier met het bestuderen van activiteit rond insectenhotels.

 tronkenbij3b

 insectenTronkenbij (2)2 okt 2011oktober

Tronkenbij (2), 2 okt 2011

 tronkenbij2metstuifmeelenhars

Mannetjes tronkenbijen overvallen de vrouwtjes als die landen bij hun nestgang. Na een 1e paring weert het vrouwtje hen meestal af. Zolang de mannen leven, blijven ze met grote energie deze enige levenstaak verrichten. Ze slapen meestal bij elkaar in lege gangen. Tronkenbijen hebben een kenmerkende manier om hun nestjes te maken. Daarvoor zoeken de vrouwtjes bestaande gangen van 2,5 tot 7 mm doorsnee. Dat kan zijn in dakriet, kevergangen in dood hout en ook boorgangen in insectenhotels. Ze maken oude nesten schoon en blijven trouw terugkomen op hun geboorteplek of dicht daarbij. Een deel van de populatie zwermt uit, want ze bezetten ook snel nieuwe nestmogelijkheden op andere plaatsen. In een gang wordt eerst van hars een vertikaal wandje gemaakt, vaak niet meer dan 1 mm

dik (zie foto van bij met hars en stuifmeel). Daar tegenaan wordt stuifmeel gebracht, dat bij de volgende binnenkomst wordt bevochtigd met nectar. Dan volgt weer een laag stuifmeel, dat wordt bevochtigd met nectar. Op deze manier ontstaat een "bijenbroodje", dat vrijwel altijd geel is. Als de voedselvoorraad voldoende is, wordt er een ei in de laatst gemaakte verticale wand gestoken. De bijen kennen maar één generatie per jaar en per vrouwtje worden er vaak niet meer dan 8 eitjes gelegd. Dat betekent dat hun manier van voortplanten ecologisch heel veilig is, anders werden er wel veel meer jongen grootgebracht. Bijzonder is, dat veel van de tronkenbijen vooruit lijken te denken. Als ze hars binnenbrengen voor een celwand, stippen ze vaak met kleine druppeltjes al de plekjes aan waar de volgende celwanden moeten komen. Ze weten dus al tevoren hoe lang ze die zullen maken. De laatste celwand is meestal meer dan een cm van de voorkant van de gang gelegen, waarna de gang helemaal aan de voorkant met een harsprop van 5 mm dik wordt verzegeld. Gewoonlijk worden er kleine steentjes, houtpulp en soms ook wel strootjes of stokjes in vastgelijmd als "wapening".

 insectenTronkenbij (1 )25 sep 2011september

Tronkenbij (1 ), 25 sep 2011

 tronkenbijgroot

Er zijn afgelopen week 3 nieuwe natuurkunstwerken verschenen in de Haarlemmermeer. 1 in de fruittuinen, 1 in Overbos langs de Ijtocht bij de Braambosschool en 1 in Jeugdland Nieuw-Vennep. Net als het in 2008 geplaatste kunstwerk in het insectenpad in het Haarlemmermeerse Bos (hoek N201/Ijtocht) zijn het insectenhotels, die tot doel hebben u te interesseren voor de fascinerende wereld van de insecten. Het zijn nl "holletjesparadijzen" voor een 300-tal soorten (niet stekende) bijen en een 200-tal eveneens onschuldige wespensoorten. In tegenstelling tot een algemeen vooroordeel dat alle insecten steken, jeuken of prikken, geldt dit maar voor maar 10 van de ruim 25.000 soorten in ons land. Verreweg de meeste soorten zijn fascinerend in hun leefgedrag, nuttig en prachtig mooi om te bekijken. En dat geldt zeker voor de 500 solitaire bijen- en wespensoorten die veelal afhankelijk zijn van natuurlijke holletjes, en die bij gebrek daaraan (door overijverig snoeien, klepelen en zagen van de mens) vaak dreigen uit te

sterven. Om die reden is De Heimanshof i.s.m. de nieuwe Stichting M.E.E.R.Groen bezig om deze waardevolle medebewoners de plek te gunnen die zij verdienen. Reeds 50 insectenhotels zijn de afgelopen 3 jaar bij scholen, instellingen en bedrijven geplaatst en nu staan er door samenwerking met de gemeente dus ook een 4-tal in openbaar terrein. In deze periode van het jaar is b.v. de tronkenbij nog aan te treffen. Dit is een klein zwart bijtje van 6-10 mm, die de meeste mensen niet als bij zouden herkennen, maar die in levenswijze een goed voorbeeld is van de fascinerende insectenwereld op en rond insectenhotels.

Bijzonder

Tronkenbijen ontlenen hun naam aan het feit dat ze van nature vaak in oude boomstronken nestelen. Ze zijn de meest honkvaste van alle solitaire bijen. Vele generaties achter elkaar vertrouwen ze hun nakomelingen aan steeds dezelfde nestgelegenheden toe. Mannelijke tronkenbijen verschijnen gelijk met de vrouwen. Volgende week meer.

 tronkenbij1-insectenhotel

 insectenPaardenbijter17 sep 2011september

Paardenbijter, 17 sep 2011

 paardenbijter

Je kunt de Nederlandse libellen in 3 groepen indelen. Waterjuffers zijn de kleinste soorten. Zij hebben een smal lichaam van 3-4 cm lang en vouwen hun vleugels net als nachtvlinders boven hun lichaam. De grotere libellen houden hun vleugels uitgespreid. Dat deed de mensen vroeger denken aan glazenmakers, die glasplaten op dezelfde manier op hun rug droegen. De grotere libellen bestaan weer in twee groepen: de middelgrote libellen (van 4- 5 cm lang) en de grootste soorten, die wel 6- 8 cm lang kunnen zijn. Dit zijn de echte glazenmakers. Een van de kleinste en meest algemene glazenmakers is de soort met de intrigerende naam paardenbijter. Alle libellen zijn zeer fotogeniek (zie foto) en hebben een dubbelleven. Uit de overwinterende eitjes komen larven, die in water leven en zeer roofzuchtig zijn. Ze zijn voorzien met uitklapbare kaken, die prooien die flink groter zijn dan

zichzelf aankunnen. Zonder popstadium kruipen de larven het water uit en de volwassen libel kruipt met vleugels en al uit de larve. Dit altijd weer wonderbaarlijke proces vereist alleen nog maar het oppompen van de vleugels. Ook de volwassen libellen zijn rovers die op vliegen en andere prooien jagen in en daarbij vaak 8-vormige banen volgen.

Bijzonder

De naam van de paardenbijter vindt zijn oorsprong in een misverstand. Paarden zijn zeer schrikachtig en kunnen panisch reageren op horzels en dazen. Wat boeren opmerkten was, dat paarden soms panisch werden als er een glazenmaker om hun paard heen vloog. Wat ze niet opmerkten, was dat die paardenbijter bezig was om de dazen en horzels te vangen, waar hun paard zo panisch van werd.

Waar

De paardenbijter houdt van stilstaande en zwak stromende wateren met een rijke moerasvegetatie. Hij komt in heel Eurazië voor en is een goede vlieger die ver kan trekken. Het is een soort die ook in de Haarlemmermeer plaatselijk algemeen is. In augustus en september is hij het talrijkst en kan in groepen en in tuinen worden waargenomen bij het jagen.

 vlindersAgaatvlinder10 sep 2011september

Agaatvlinder, 10 sep 2011

 agaatvlinder

De herfst lijkt al in volle gang en met al die regen verwacht je nauwelijks meer insecten te zien. Maar er zijn soorten die zich ook in kil weer en zelfs in de winter goed kunnen handhaven en actief blijven. Een van die soorten is de agaatvlinder. Dat is een nachtvlinder die ook overdag actief is. De vlinder is het gehele jaar waar te nemen, maar er zijn twee pieken in de vliegperiode: april tot juni en augustus tot oktober. Ook de rups is het gehele jaar aan te treffen. De rups is een echte alleseter, die voorkomt in een groene vorm en een bruine vorm. Hij wordt ca. 4 cm lang en 6 mm dik Waardplanten van de rups zijn vooral brandnetel, dovenetel, zuring. Maar ook op ooievaarsbek, winde, framboos en wilg komt de rups voor. Overdag rust de agaatvlinder onbeschut op muren en paaltjes of in de vegetatie. Daarbij vertrouwd hij op zijn prachtige schutkleur (zie foto), waardoor hij er uit ziet als een verdord blaadje.

Bijzonder

Zowel de vlinder, pop en rups

kunnen in Nederland de winter overleven. Veel rupsen, poppen en volwassen insecten komen in de winter en tijdens natte perioden om door verdrinking of verschimmeling. Doordat de rups van de agaatvlinder in de winter actief blijft, is de soort minder gevoelig voor biotopen die "s winters onder water staan. Dat draagt met zijn niet kieskeurige voedselvoorkeur eraan bij dat deze vlinder zo algemeen is. Tijdens milde winterdagen gaat de rups door met foerageren. De verpopping vindt gewoonlijk plaats in een cocon in de grond; soms in een voeg in een muur.

Waar

De agaatvlinder is een vrij algemene soort, die in Nederland op allerlei grondsoorten voorkomt. Vooral in meer vochtige gebieden, maar ook in de steden (onder andere in tuinen en parken). De vlinders vertonen zowel zwerf- als trekgedrag. De agaatvlinder trekt jaarlijks in wisselende aantallen in het voorjaar vanuit het Middellandse Zeegebied naar het noorden. Een deel van de vlinders trekt in de herfst weer terug naar het zuiden.

 agaatvlinder2

 vogelsOoievaar3 sep 2011september

Ooievaar, 3 sep 2011

 ooievaar

Er staan in de Haarlemmermeer verschillende ooievaarspalen: b.v. bij fort Aalsmeer en bij gemaal Buitenkaag, maar gebroed wordt er in onze polder nog niet. Wellicht duurt dat niet meer zo lang, want het gaat goed met de ooievaarsstand in Nederland. En één van die paren broedt al een jaar of wat op 50m van de Haarlemmermeer in Bennenbroek. In de Haarlemmermeer tegenover het nest zijn de afgelopen weken t.b.v. de bollenteelt een aantal percelen land onder water gezet. Dit soort ondiepe waterpartijen trekken als een magneet allerlei soorten vogels aan, waaronder maar liefst 10 ooievaars.

Bijzonder

De Nederlandse ooievaars waren trekvogels, die overwinterden in Zuid- Afrika en daarbij aan veel gevaren bloot stonden. Ook chemische bestrijding en nattere zomers hebben het aantal grote insecten sterk doen afnemen en het voedsel voor de ooievaars beperkt. Dat er nog steeds ooievaars zijn, is te danken aan Vogelbescherming Nederland, dat in 1969 het ooievaarsdorp "Het Liesveld"

oprichtte. Hier werden ooievaars in gevangenschap gehouden, die minder ver in West-Afrika overwinterden. Succesvolle broedparen werden uitgezet en de jongen die ze daar kregen werden volledig in vrijheid gelaten. Er vliegen nu weer meer dan 300 broedparen vrij rond en er wordt niet meer gefokt. De ooievaar is nog wel een rode lijst soort. Een deel van deze vogels overwintert in Nederland en een deel heeft zijn natuurlijke trek hervat. Voor de reis naar het zuiden moet flink gebunkerd worden. Iemand zag eens een ooievaar binnen een uur 44 muizen, 2 ratten en 1 kikvors verorberen. Voor de terugreis van 10000 km naar het noorden vormen sprinkhanen(plagen) vaak de brandstof.

Waar

In zijn broedgebied leeft de Europese ooievaar van veldmuizen, mollen, kevers, sprinkhanen en andere grote insecten in rijke, bultige graslanden met poelen en sloten. Vooral in Oost-Europa met minder gerationaliseerde landbouw zijn nog veel ooievaars. Elk najaar rekken over de Bosporus nog ca. 500.000 ooievaars naar Afrika.

 ooievaarfazantenlaan

 insectenGewone vliegendoder28 aug 2011augustus

Gewone vliegendoder, 28 aug 2011

 gewonevliegendoder

De meeste mensen krijgen geen positieve gedachten bij wespen. Dat is te "danken" aan de gewone limonade wesp. Dat er duizenden andere wespensoorten in Nederland leven, waar we nooit last van hebben en die een fascinerende verscheidenheid van leefwijzen hebben is niet zo bekend. Wat (de meeste) wespensoorten van bijen onderscheid, is dat zij hun jongen groot brengen met levende prooien, terwijl bijen hun larven voeren met stuifmeel als eiwitbron. Verreweg de meeste wespensoorten zijn sluipwespen. Bijna voor elke soort insect bestaat er wel een gespecialiseerde sluipwespensoort. Daarmee vervullen ze een belangrijke rol in het handhaven van evenwicht in de natuur. Een andere groep wespen bestaat uit graafwespen. Zij ontlenen hun naam aan het feit dat ze gangen graven en deze vullen met 1 of meer prooien, waarbij zij hun eieren leggen. Graafwespen zijn vanwege dit

zware werk meestal nogal groot (2-4 cm). Ook bij deze groep bestaat er een specialisatie naar prooidieren, die in hun namen tot uitdrukking komt: vliegendoders, rupsendoders, spinnendoders, etc. De meeste graafwespen maken nesten in los zand in de zon. Afgelopen week ontdekten we een hele kolonie van graafwespen, die in een diep beschaduwd bos op De Heimanshof tientallen gangen had gegraven.

Bijzonder

De graafwespnesten waren van de gewone vliegendoder. Deze wespen maken holen die loodrecht 30- 40 cm de grond in gaan. Prooidieren zijn vliegen uit de dazen-, wapenvliegen- en snipvliegenfamilies. Afhankelijk van hun grootte, worden er tussen 5-10 vliegen in een nest gebracht. Elk vrouwtje graaft zo"n 10 holen. Om de vliegen te vangen, worden schermbloemigen en vooral berenklauw bloeiwijzen afgezocht, maar ook bij mest wordt er gejaagd. De gewone vliegendoder is een soort die tot diep in oktober actief blijft.

Waar

De gewone vliegendoder is een vrij algemene graafwespensoort. De soort heeft een voorkeur voor open, zandige tot lemige plekken en komt ook voor in stedelijke gebieden.

 plantenPeperkers19 aug 2011augustus

Peperkers, 19 aug 2011

 peperkers

Reeds een aantal malen heb ik in deze column bijzondere soorten behandeld, die gewoon vanuit de auto langs de weg of bij een verkeerslicht bleken te staan. Deze week vonden we weer een dergelijke rariteit en wel bij de oprit van de A4 vanaf de Kruisweg. Deze plek is bij uitstek een plek waar vrachtauto"s uit heel Europa langskomen en zaden kunnen verliezen. De plant leek zo bijzonder dat een aantal deskundigen er eerst zelfs niet achter konden komen, bij welke familie hij hoorde. Maar met enig spitwerk bleek het om een kruisbloemige te gaan, een familie waar ook koolzaad bij hoort. De bloempjes zijn echter zo klein dat, dat niet opvalt. Het bleek te gaan om de peperkers, een soort die zo heet omdat hij een fijne kersachtige smaak heeft, vergelijkbaar met radijs en Oost- Indische kers. In gebieden waar hij veel voorkomt

worden de jonge planten in de sla of als spinazie gegeten. Meestal wordt hij 0.3 - 1 m hoog, maar hij kan ook 2 m hoog worden.

Bijzonder

Peperkers is in Nederland en België zo zeldzaam dat hij op een wettelijk beschermde rode lijst staat. Dat betekent dat plukken of afsnijden een (maximum) boete van �500 kan opleveren. Des te verbazingwekkender is het, dat deze soort in de Verenigde staten als een plaag beschouwd wordt. Een verklaring daarvan kan zijn, dat deze plant vooral in droge hete gebieden heel goed gedijt en zich tot een plaag kan ontwikkelen. De voornaamste reden daarvoor lijkt te zijn dat de plant bijzonder diep (2.5 m!) kan wortelen en vanuit wortels weer opkomt en doorgroeit. Bijna de helft van de biomassa van de plant zit onder de grond.

Waar

Peperkers houdt van zonnige plaatsen op vrij vochtige tot droge, voedselrijke, vaak iets brakke grond. Hij wordt wel gevonden tussen stenen beschoeiingen van IJsselmeerdijken, langs dijken, op droge ruige plaatsen in de duinen en kanaalkanten. De meest bekende groeiplaatsen in Nederland zijn ruigten met brak grondwater langs de Maas. De soort komt in het hele noordelijke halfrond voor.

 vogelsLepelaar13 aug 2011augustus

Lepelaar, 13 aug 2011

 lepelaarnestinboom

Het is niet gebruikelijk in deze column om een zelfde soort 2x te behandelen. Sinds juni 2006 toen de eerste lepelaars in de polder verschenen, die de aanleiding waren voor de 1e column, is er echter veel gebeurd. In die tijd bestond de indruk dat de in de polder foeragerende dieren uit het Naardermeer kwamen. De werkelijkheid bleek later veel opwindender te zijn. De afgelopen 2 jaar krijg ik in de zomer wekelijks meldingen van aantallen oplopend tot wel 20 stuks. Wat is er aan de hand: Lepelaars zijn overwegend grondbroeders, die slechts in een paar landen buiten Nederland voorkomen. Belangrijke kolonies leven er in het Naardermeer, de Wadden en de Oostvaardersplassen. Door o.a de toename van de vos worden veel lepelaarjongen niet volwassen. Mogelijk in reactie daarop, hebben sommige lepelaars zich aangepast door in bomen te gaan

broeden. Rond 2006 hebben zich een aantal lepelaars opgedrongen in een reigerkolonie net buiten de Haarlemmermeer bij Haarlem. In 2009 waren er 5 nesten, in 2010 8 en dit jaar zijn 14 reigerparen van hun nest verdreven. Bij een bezoek aan deze kolonie dit voorjaar konden we constateren dat alle nesten 2-4 bijna volwassen jongen telden. Bij gemiddeld 3 jongen zouden er dus wel 42 jongen grootgebracht zijn! Het zijn een deel van deze lepelaars (vooral als de jongen zelf kunnen vliegen) die hun voedsel gaan zoeken in de Haarlemmermeer. Daarbij hebben ze een voorkeur voor ondiepe sloten en vaarten. Vroeger waren deze er nauwelijks in de polder, maar tegenwoordig worden er steeds meer natuurvriendelijke oevers aangelegd, die voor lepelaars geschikt lijken.

Bijzonder

In het wandelbos in Hoofddorp is ook een reigerkolonie. In juli dit jaar is er geconstateerd dat er een lepelaar op een van deze reigernesten was neergestreken. Dat zou kunnen betekenen dat een of meer exemplaren de situatie daar aan het verkennen zijn en dat ze volgend jaar ook in de polder komen broeden! Laten we hopen dat deze ontwikkeling zich doorzet.