bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 17 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 insectenJaar van de Bij9 apr 2012april

Jaar van de Bij, 9 apr 2012

 jaarvandebij1

Jaar van de Bij: introductie 2012 is uitgeroepen tot het jaar van de bij. En dat is niet voor niets. Het gaat niet goed met de bijen. Honingbijen hebben te lijden van een parasiet (de varoa mijt) die imkers per ongeluk met een Aziatisch ras hebben geïmporteerd. De Aziatische bijen wisten er weg mee, door te poetsen maar onze bijen niet en raken er danig door verzwakt . Ook hebben de honingbijen te lijden van nieuwe bestrijdingsmiddelen (neonicotinen), die weliswaar minder giftig zijn dan DDT e.d, maar die wel het effect hebben dat bijen hun oriëntatievermogen verliezen. Daarom heet deze "ziekte" ook wel de verdwijnziekte omdat een heel volk opeens verdwijnt (en niet dood bij de kast ligt, maar ergens in het veld verpieterd). Weinig mensen weten dat er nog 350 andere soorten bijen bestaan. Dat zijn meestal solitaire bijen. D.w.z. ze vormen geen volken zoals de honingbijen en hebben daarom geen angeltje nodig om hun honingvoorraden te beschermen tegen grote rovers

als mens,muis, das of beer. Solitaire bijen lijden weer op een andere manier onder het gerommel van ons mensheid. Ze zijn meestal afhankelijk van een beperkt aantal plantensoorten en in onze stedelijke samenlevingen is er steeds minder ruimte voor ander groen dan saai nutsgroen. Gebrek aan broodnodige waardplanten is dus een eerste bedreiging. Een 2e bedreiging is dat ze veilige natuurlijke holletjes nodig hebben om hun larven groot te brengen. En door het grootschalig mechanisch groenbeheer worden te veel van hun natuurlijke gaatjes kapot geklepeld, gehakseld of gemaaid. Daarom bouwen we als Heimanshof al een 4 tal jaren bijen- of insectenhotels: holletjesparadijzen om deze solitaire bijen een veilige nestelgelegenheid te bieden(foto) Ook dit jaar weer een 20-tal, die we graag aan scholen en bedrijven ter beschikking stellen om vooroordelen tegen "lastige" insecten om te zetten in een fascinatie voor de eindeloze variatie in de insectenwereld. Dit is de 1e column van een serie over wilde bijensoorten.

 jaarvandebij2

 insectenKniptor31 mrt 2012maart

Kniptor, 31 mrt 2012

 kniptoren ritnaald

Kniptorren danken hun naam aan het vermogen om liggend op de rug omhoog te springen. Hun achterlijf heeft een uitsparing aan de buikzijde en het borststuk heeft een uitstekende pin die hierin past. Het raakvlak kan op spanning gebracht worden door spieren, bij genoeg spanning knikt het lijf en wordt het omhoog geworpen. Dit wordt net zolang herhaald tot de kever op de buik ligt, en gaat gepaard met een ’klik’-geluid vergelijkbaar met twee knippende vingers. Het wordt ook gebruikt om vijanden af te schrikken. Er zijn meerdere geslachten en soorten. De antennes kunnen net zoals de pootjes in een groef op de buik worden teruggetrokken bij gevaar. Kniptorren kunnen ook vliegen maar niet makkelijk. Ze klimmen eerst op een tak of halm voor de vleugels uitgevouwen worden. Ieder vrouwtje legt 50 -150 eieren. Na circa 5 weken komen de larven (ritnaalden)

uit. De ritnaalden zijn hard, dun en maximaal 3 cm lang. Ze zijn te herkennen aan hun geelbruine kleur, vandaar ook de naam koperworm.

Bijzonder

De kever eet bloemen, nectar en bladeren, maar ritnaalden kunnen grote schade aan gewassen toebrengen. De eerste 2 jaar voeden ritnaalden zich met dode organische stof. In het voorjaar van het 3e jaar beginnen ze zich aan gewassen tegoed te doen. De ritnaalden overwinteren in akkerbouwpercelen diep in de grond. In het voorjaar komen ze weer boven en kunnen dan aanzienlijke schade aan gewassen aanrichten. Na vier tot vijf jaar zijn ritnaalden volgroeid en gaan zich verpoppen. Na circa 4 weken, in juli/augustus, komt de kniptor uit de pop. Deze verblijft dan in de grond tot het volgende voorjaar.

Waar

Kniptorren leven bij voorkeur in vochtige grond op ruigten, grasland, luzerne, klaver en graspercelen. De grootste aantallen in oppervlakkige bodemlagen komen voor in de maanden april en mei. Bij droogte trekken de larven zich terug naar diepere lagen. In vochtiger omstandigheden, vaak in augustus/september, komen ze weer omhoog.

 vogelsKraanvogel17 mrt 2012maart

Kraanvogel, 17 mrt 2012

 kraanvogel

Kraanvogel Het voorjaar is in volle hevigheid losgebarsten. Minstens 20 plantensoorten kwamen er afgelopen week in bloei, de zangvogels zingen massaal en de eerst insecten komen uit hun schuilplaatsen. Uit tientallen mogelijke onderwerpen kies ik toch maar voor een bijzondere doortrekker. Er werd een groep van 20 kraanvogels waargenomen boven de polder bij Badhoevedorp. Kraanvogels spreken tot de verbeelding en ze zijn omgeven door symboliek en mythes. Ze zijn een stuk groter dan ooievaars en broedden vroeger massaal in Nederland. Maar het is ze te druk geworden. Ze zijn erg schuw omdat er massaal op geschoten wordt tijdens hun trek. Kraanvogels zijn alleseters. Wanneer ze in hun broedgebied of in hun winterverblijf zijn, eten ze voornamelijk dierlijk voedsel zoals grote insecten, wormen en amfibieën. Op doortrek eten ze

eikels, en achtergebleven maïskorrels, granen en aardappelen op de velden.

Bijzonder

In de broedtijd baltsen de kraanvogels met luide trompetgeluiden en wilde dansbewegingen. Door afname van het aantal vochtige broedgebieden is de populatie kraanvogels in Europa sterk afgenomen. Elk jaar komen op een aantal plaatsen groepen kraanvogels op de grond in Nederland. De belangrijkste rustplaatsen zijn in Oost-Brabant en Noord-Limburg en Overijssel. De kraanvogel staat op de Nederlandse Rode Lijst. De redenen hiervoor zijn de geringe verspreiding en de gebondenheid aan kwetsbare gebieden in de trektijd.

Waar

Kraanvogels was eens een gewone inheemse vogel. Door ontginning van moerassen en drukte is dat verleden tijd. Ze broeden nog wel in Rusland en Scandinavië in uitgestrekte moerassen. In Nederland zien we ze vooral als doortrekkers en dan bijna alleen over Oost-Nederland. Dat er verschillende groepen over de duinen trokken en tenminste een over onze polder is dan ook al opmerkelijk. Sinds 1999 hebben een aantal paartjes een plek gekoloniseerd in het uitgestrekte Fochteloerveen in Drenthe. De voortplanting gaat langzaam met gemiddeld 0.5 tot 1 jong per nest.

 plantenBosbingelkruid (2)11 mrt 2012maart

Bosbingelkruid (2), 11 mrt 2012

 bosbingelkruid2

Bosbingelkruid 2 van 2 Dit is het vervolg van de column over bosbingelkruid van vorige week. Fijn gewreven of gekneusd blad van Bosbingelkruid ruikt onaangenaam: naar rotte vis. Bosbingelkruid heeft nog een andere bijzondere eigenschap, namelijk dat het al duizenden jaren wordt gebruikt om wol en linnen te verven. Gedroogde stengels krijgen al een typisch metaalblauwe glans. Stoffen krijgen na een verfbad dezelfde blauwe kleur. Alles kleurt echter rood wanneer dit verfbad gemengd wordt met een zuur zoals azijn. Blauw of rood, beide kleuren zijn dus mogelijk, afhankelijk van de samenstelling van het verfbad. Dit tweeledige karakter van Bosbingelkruid komt ook terug in de wetenschappelijke naamgeving: Mercuriallis perennis. Mercurialis wil zeggen: lijkend op de god Mercurius. Mercurius was niet alleen de godheid

die als eerste wees op de geneeskrachtige eigenschappen van planten, ook had hij de gewoonte om onder verschillende gedaanten te verschijnen. Net als deze plant: Het ene moment kleurt deze blauw en op een ander moment rood en de plant is òf mannelijk òf vrouwelijk.

Waar

Bosbingelkruid groeit bij voorkeur op de donkerste plekken in eiken- beukenbos. Net zoals Klimop stelt de soort nauwelijks eisen aan de hoeveelheid licht. Echt prettig voelt de soort zich wanneer er sprake is van stromend grondwater. De soort heeft een hekel aan stilstaand grondwater. De planten van Bosbingelkruid hebben dicht vertakte wortelstelsels, die samen een compacte kluwen vormen Dit hechte wortelstelsel houdt grond prima vast. Op boshellingen, begroeid met Bosbingelkruid, treden dan ook nagenoeg nooit bodemerosie of aardverschuivingen op. Bosbingelkruid of Overblijvend bingelkruid komt in Nederland slechts zeldzaam voor; de soort groeit van nature eigenlijk alleen in het heuvelland van Zuid Limburg. Op een aantal plekken in de Haarlemmermeer groeit het bijzonder uitbundig, waaronder in de Heimanshof.

 plantenBosbingelkruid (1)3 mrt 2012maart

Bosbingelkruid (1), 3 mrt 2012

 bosbingelkruid1

De meeste planten hebben zonlicht nodig om te groeien en dat licht is vaak pas sterk genoeg vanaf half april. Bosplanten hebben om die reden een probleem om dat tegen die tijd de boomkruinen zich sluiten en er nog steeds niet voldoende licht is. Voor dit probleem hebben veel bosplanten een elegante oplossing gevonden door ’voor de zon uit te groeien’ vanuit bolletjes of wortelstokken. Een van deze planten is het onaanzienlijke bosbingelkruid. Bosbingelkruid is eenhuizig en de bloemen zijn eenslachtig. Dat betekent dat elke bloem òf vrouwelijk (dus alleen stampers) òf mannelijk (heeft alleen meeldraden) is. Elke plant draagt daarnaast ook nog eens òf alleen vrouwelijke òf alleen mannelijke bloemen. Voor zaadvorming zijn daarom minstens 2 planten van een verschillend geslacht nodig. De bloemen

zijn maar een halve cm groot en groen. Bosbingelkruid had 300 jaar geleden grote wetenschappelijke betekenis. In die tijd kwamen de geleerden erachter dat meeldraden mannelijke en stampers vrouwelijke organen waren. Men vond het wel altijd vreemd dat bosbingelkruid in 2 verschillende vormen voorkwam, in een - pas toen duidelijk werd - mannelijke of een vrouwelijke vorm. Iemand ontdekte m.b.v. o.a. bosbingelkruid dat planten pas zaad vormden na bestuiving van de stampers.

Bijzonder

Bosbingelkruid komt begin maart al boven de grond met blad, bloemstelen en bloemknoppen op hetzelfde moment. In de weken erna vouwen de bladeren zich uit, wordt de lichtgroene kleur donkerder en strekken de bloemaren zich. Dit is een beetje te vergelijken met het uitkomen van een vlinder uit een cocon: poten, ogen, kop en vleugels zijn direct zichtbaar maar het duurt een tijdje voordat alle lichaamsdelen uitgehard zijn. De spinaziegroene bladkleur nodigt soms uit om het blad als groente te gebruiken. Dit is echter niet aan te raden. Het blad bevat namelijk stoffen die sterk laxerend werken. Niet voor niets wordt Bingelkruid in Vlaanderen Schijtkruid genoemd.

 insectenbladpootwants2 mrt 2012maart

bladpootwants, 2 mrt 2012

 bladpootwants

Er wordt tegenwoordig heel wat afgereisd en getransporteerd over de wereld en dat blijft niet altijd zonder gevolgen voor de Flora en Fauna. De meeste ’introducees’ overleven het niet in een vreemde omgeving of klimaat, maar ondanks dat, is er een alarmerend hoog aantal soorten wat door ons toedoen in een gespreid bedje beland en zich explosief ontwikkeld. Neem bv de bekende halsbandparkiet (gewaardeerde tuingast?) , de driehoeksmossel (nieuw voedsel voor duikeendjes), maar ook de varoamijt (die bijen verzwakt) en uit het plantenrijk de kroosvaren en de grote waternavel (die sloten verstoppen). De lijst van voorbeelden is eindeloos en elk jaar duiken er weer nieuwe voorbeelden op. Recentelijk kreeg ik een vraag over een onbekend insect, dat massaal in een huis aan het overwinteren was geslagen. Enig speurwerk leidde tot de bladpootwants. Dit

is een vrij forse wants van 1.5 cm die haar naam dankt aan de verbrede schenen van de achterpoten(zie foto).

Bijzonder

In Noord-Amerika staat de Bladpootwants bekend als een schadelijke soort voor naaldbomen. De wants zuigt plantensappen, waardoor de vitaliteit kan afnemen. Of het hier ook een schadelijke soort wordt, is nog niet duidelijk. De soort overwintert in het volwassen stadium en heeft de neiging beschutte plekjes in huizen en gebouwen op te zoeken.

Waar

Oorspronkelijk kwam de soort voor in Mexico, de Verenigde Staten en Canada. De laatste jaren verspreidt de soort zich in een recordtempo over het noordelijk halfrond tot in Japan. De Bladpootwants kwam in 1999 waarschijnlijk met een houttransport naar Italië. En daarna dook de soort snel op in de meeste West-Europese landen: In 2002 in Zwitserland, in 2003 in Spanje, in 2004 in Hongarije, in 2005 in Frankrijk, in 2006 in Duitsland en in 2007 in Nederland, België en Engeland. In Nederland werd de soort in 2008 op tien locaties aangetroffen. En nu duikt de soort dus op in een huis in Hoofddorp.

 vlindersWilgenhoutvlinder26 feb 2012februari

Wilgenhoutvlinder, 26 feb 2012

 wilgenhoutvlinder

De meeste insecten worden vernoemd naar de volwassen verschijningsvorm ('imago'). Maar bij een niet onaanzienlijk aantal soorten is het imago een zeer kort levende 'omhulling', die alleen dient om te paren en eieren te leggen. Deze kortlevende imago's eten bv niet eens meer, terwijl hun rups of larve jarenlang leeft. Dat is bv het geval bij de wilgenhoutrups. Onze polder is een zeer geschikt biotoop van deze soort, maar pas vorige week kwam ik hem (massaal) tegen op een erf op mijn zoektocht naar bijzondere bomen. De wilgenhoutvlinder is een soort die hoort bij de houtboorders. Zijn rupsen leven in hout van allerlei soorten loofbomen. In dit geval in zwarte elzen van een aanzienlijke leeftijd. De rupsen vreten zich een jaar of 3-5 lang door het hout, verpoppen regelmatige en overwinteren een aantal jaren. Soms verwisselen ze ook van boom en kun je de vingerlange en -dikke rupsen over de weg zien lopen. Meestal in mei.(Zie inzet) De vlinders vliegen in één generatie ergens tussen april en augustus. De individuele vlinders leven niet langer

dan 8-10 dagen

Bijzonder

De boorgaten van de wilgenhoutvlinderrupsen kunnen makkelijk onderscheiden worden van andere boorders. De rups geeft nl een karakeristieke azijnachtige geur af. Om deze geur werd deze rups wel als lekkernij gegeten. Als je hem zou willen beetpakken moet je een beetje oppassen. Want zijn sterke kaken kunnen een flinke beet bezorgen, want met deze kaken vreet de rups zich een weg door wilg, populier, els en ook wel door eikenhout. De vlinder legt eieren laag op de stam en het liefst bij beschadigingen van de bast. De kleine en de grote rupsen zouden (bijna) niet door bast heen kunnen vreten.

Waar

De wilgenhoutvlinders komt voor bij rivieroevers, moerassen, bosranden, en graslanden, met een duidelijke voorkeur voor een vochtige omgeving. Het is een vrij algemene soort die verspreid over het hele land voorkomt, vaak in polderlandschappen en meer in het westen van het land dan in het oosten.

 wilgenhoutvlinderrrups

 insectenWintermuggen19 feb 2012februari

Wintermuggen, 19 feb 2012

 wintermug

In de winter houden de meest insecten zich gedeisd. Maar zoals altijd in de natuur zijn er uitzonderingen, zo heb je wintervlinders en wintermuggen die dan juist wel actief zijn. Zo ontvluchten ze namelijk het grootste deel van mogelijke parasieten en jagers. En voor hen is de winter ondanks de nadelen, evolutionair toch een voordelige overlevingsstrategie geworden. Wintermuggen kun je vooral op milde winterdagen, zelfs bij vorst in wolken zien vliegen boven een markant punt, zoals een groot lichtgekleurd voorwerp, de was aan de lijn of een plek sneeuw in de tuin. Wintermuggen zijn totaal onschuldige insecten. Steken kunnen ze niet. De larven leven in het strooisel en eten rottend plantaardig materiaal. Wintermuggen zijn 6-7 mm lang en lijken op kleine langpootmuggen. Ondanks dat zij gedurende het grootste gedeelte van het jaar zwermen, is dit

vooral opvallend op warme winterdagen en hebben zij zo hun naam gekregen. Aangezien de volwassen dieren gereduceerde monddelen hebben, eten ze waarschijnlijk niet meer. De volwassen dieren leven eigenlijk alleen maar om te paren. En het rondvliegen in wolken heeft daar alles mee te maken. Zouden de mannetjes en de wijfjes elkaar zomaar proberen op te zoeken, dan was de kans om de ander tegen het lijf te lopen heel gering. Vormen de mannetjes echter een zwerm - die voortdurend aangroeit omdat ze steeds meer paarlustigen aantrekt - dan weten de wijfjes waar ze wezen moeten. De zwerm is dus een soort huwelijksmarkt.

Bijzonder

Er komen een tiental soorten wintermuggensoorten voor in Nederland. De meeste zijn alleen door gespecialiseerde experts te herkennen. Maar 2 categorieën kan iedereen proefondervindelijk herkennen op een leuke manier: Sneeuwmuggen dansen boven wegdooiende sneeuw, dooimuggen boven plekken waar de sneeuw al is verdwenen. Leg je een krant onder een dansend zwermpje dooimuggen, dan verhuizen ze meteen naar een donkergekleurde plek. Omgekeerd laten sneeuwmuggen zich door een krant niet storen.

 vogelsBrilduiker12 feb 2012februari

Brilduiker, 12 feb 2012

 brilduiker1

Brilduiker Al jaren kijk ik uit naar een van de mooiste eenden soorten. En deze week was het (dankzij de vorst?) eindelijk raak. Op de open plekken in het grote meer in het Haarlemmermeerse Bos zaten tussen nonnetjes, dodaars en 3 soorten ganzen, 3 brilduikers. Brilduikers zijn net als de veel algemenere kuifeenden, duikeendjes en hebben net als hen een zeer opvallend goudgeel oog. De naam brilduiker komt van het mannetje dat een witte vlek onder beide ogen heeft. De vrouwtjes zijn minder spectaculair getekend (zie foto). Zoals de meeste eendensoorten zijn brilduikers in de winter op hun mooist. In het vroege voorjaar worden er paartjes gevormd met baltsgedrag waarbij het normaliter stille mannetje raspende geluiden maakt en zijn kop achterover gooit.

Bijzonder

Brilduikers zijn een in Nederland beschermde (rode lijst) soort. Maar wereldwijd zijn ze niet bedreigd. Brilduikers zoeken overdag voedsel (voornamelijk schelpdieren, garnalen, insectenlarven) door te duiken tot op 4 m diepte. In de herfst wordt ook plantaardig voedsel (zaden, knollen, wortels en bladeren van waterplanten) gegeten. Het voedsel wordt meestal al onder water

ingeslikt. In de vlucht is de brilduiker te herkennen aan de snelle vleugelslag, waarbij een fluitend geluid te horen is dat veroorzaakt wordt door de slagpennen van de vleugels.
:

Waar

De brilduiker heeft een voorkeur voor gebieden met heldere meren omzoomd door oude bossen. Het is een holenbroeder die in grote spechtenholen en ook in nestkasten broedt. In Nederland broeden ze sinds het einde van de vorige eeuw langs de Ijsel af en toe in holtes van oude knotbomen. Deze populatie bestaat inmiddels uit 15- 20 paar. In Scandinavië, Rusland en Schotland zijn ze een algemene soort. Nederland maakt wel onderdeel uit van hun overwinteringsgebied, vooral tussen december en maart. Duizenden exemplaren verblijven dan in het deltagebied, op het IJsselmeer en in de grote rivieren, maar ook op kleinere wateren. Dus zowel in zoet als in zout water.

 brilduikerpaartje

 bomenPrinsessenboom5 feb 2012februari

Prinsessenboom, 5 feb 2012

 prinsessenboomcombi

Anna Paulownaboom Na 7 columns over bijzondere bomen beginnen de meldingen van andere bomen binnen te komen. De Anna Paulowna- of Prinsessenboom wil ik u niet onthouden in de hoop op meer van dit soort meldingen. Koningin Anna Paulowna (1795-1865) had iets met bomen en ook iets met de Haarlemmermeer (b.v. een bankje onder de oudste beuk van de polder bij het gemaal Leeghwater in Buitenkaag waar zij regelmatig langsging). Ter harer ere werd deze "koninklijke" boom naar haar vernoemd. De Anna Paulownaboom is het enige boomvormende geslacht in de familie van de Leeuwenbekjes. De boom vormt in mei een indrukwekkende kroon van paarsblauwe, trompetvormige, aangenaam geurende bloemen (Zie foto met inzet een bloementuil). Ook de bladeren zijn bijzonder. Ze zijn extreem groot met 15-40 centimeter en lijken op

die van de trompetboom (zie 2e inzet van de foto).

Bijzonder

Ook de groei van de boom is bijzonder. Hij wordt een meter of 15 hoog, maar groeit in een enorm tempo. Met 4-5 m per jaar groeit hij sneller dan een wilg (2-3 m per jaar). In vele landen is het een traditie om deze boom te planten bij de geboorte van een kind. Hij is dan bij zijn of haar trouwen zo groot dat er uit het hout meubelen kunnen worden gemaakt. En afzagen is geen probleem. Vanuit de wortels groeit hij in rap tempo weer uit. Om zijn grote groeisnelheid en de bruikbaarheid van het hout lopen er onderzoeken of de Anna Paulownaboom gebruikt kan worden voor het vastleggen van CO2 uit de dampkring om de klimaat crisis te beteugelen.

Waar

De Anna Paulownasoorten komen oorspronkelijk uit ZO Azië. Hoewel ze van warmte houden, doen sommige soorten het ook in koelere regio's zoals in Nederland goed, zolang de wortels maar niet te nat staan. In Hoofddorp staat in het Oude buurtje een mooi exemplaar, ook geplant ter gelegenheid van een geboorte. Graag ontvangen wij meldingen van andere bijzondere of monumentale bomen overal uit de Haarlemmermeer t.b.v. het samenstellen van wandel- en fietsroutes.

 bomenHollandse Iep29 jan 2012januari

Hollandse Iep, 29 jan 2012

 hollandse-iepcombi

Deze week één van de monumentale bomen die ik afgelopen week ontdekte bij het onderzoek naar leuke wandel- en fietsroutes langs bijzondere bomen overal in de polder. Talloze malen had ik de afgelopen weken een gevoel van ontzag en bewondering bij bomen die al 80, 100, 160, en zelfs 360 of 450 jaar de mens en het klimaat getrotseerd hebben in onze polder.

Bijzonder

De Hollandse iep van deze week heeft een aantal bijzonderheden. Zijn omtrek (op borsthoogte) was een formidabele 340 cm. Het feit dat de dikste en oudste iep in Nederland 440 cm meet en dat er maar 13 iepen in Nederland (bekend) zijn van meer dan 340 cm, zegt al veel. Deze iepen zijn afhankelijk van de vruchtbaarheid van de grond 100- 200 jaar oud en hebben allemaal de gevreesde iepeziekte overleefd. Deze iepeziekte heeft tot

3x toe (vanaf 1930) elke keer 90-95 % van alle iepen gedood. Deze oude bomen hebben waarschijnlijk een natuurlijke resistentie tegen deze ziekte en zijn om die reden wetenschappelijk en cultuurhistorisch zeer waardevol. Ook de locatie van deze boom is bijzonder. Bijna iedereen weet dat de Haarlemmermeer in 1852 is drooggemalen en dat er in het meer 2 eilandjes lagen: Vennip en Abbenes. Maar ook bij Lijnden lag een eilandje met het restant van het verzwolgen dorp Nieuwerkerk. Uit de verhalen van de bewoner van de boerderij Nieuwerkerk lijkt het erop dat het begraafplaatsje van Nieuwerkerk (op een terp?) de vraatzucht van de stormen heeft weerstaan tot de inpoldering. Of onze iep er toen al stond is niet bekend.

Waar

Een Hollandse iep is een kruising tussen de ruwe iep en de gladde iep, die ook in het wild voorkomt. Ze bloeien nu met rode bloesem (zie inzet foto) en maken massaal zaad bij het eerste blad in april. De Hollandse iep kan goed tegen wind en wordt vooral in de kustprovincies veel aangeplant. Amsterdam is de iepenhoofdstad van de wereld. De iep is een gewaardeerde stadsboom met hardhout dat zelden breekt en wortels die weinig schade aan leidingen ondergronds toebrengt.

 bomenTaxus22 jan 2012januari

Taxus, 22 jan 2012

 Taxus

Venijnboom

Deze week hervatten we de serie bijzondere bomen in de hoop dat u bijzonder bomen uit uw omgeving doorgeeft voor onze bomenroutes. Deze week de venijnboom die vaak beter bekend is onder zijn latijnse naam taxus. Het is een langzaam groeiende boom die 20 m hoog kan worden. Van de taxus bestaan mannelijke en vrouwelijke planten. Hij kan zeer oud worden. Er zijn exemplaren bekend van voor het begin van de jaartelling. De oudste taxus die ik heb aangetroffen in onze polder staat bij het gemaal Leegwater in Buitenkaag. Zijn leeftijd schat ik op 180 jaar, dus 20 jaar ouder dan de drooglegging. Elke kegel bevat één zaad, omringd door een zachte rode zaadmantel (zie foto). Deze is 6-9 maanden na bestuiving rijp en wordt gegeten door lijsters en andere vogels, die de harde zaden onbeschadigd via hun uitwerpselen verspreiden. De zaadmantels zijn eetbaar en zoet,

maar het zaad is gevaarlijk giftig. In tegenstelling tot vogels kan de menselijke maag de zaadlaag oplossen, zodat het gif in het lichaam vrijkomt. De rijping van de "besjes" wordt uitgespreid over 2 tot 3 maanden, om de kans op succesvolle zaadverspreiding te verhogen. De venijnboom is geschikt voor het gebruik in een heg omdat hij zich goed laat snoeien en omdat hij goed vertakt.

Bijzonder

Het hout van de venijnboom is sterk en buigzaam. Bij de Slag bij Azincourt (1415) gebruikten de Engelsen bogen van taxushout. Daardoor hadden hun pijlen een veel groter bereik. Het is een van de redenen waarom ze de slag tegen de Fransen wonnen. Zoals de naam als zegt, is de venijnboom giftig. Het komt vrij vaak voor dat vee of paarden van de venijnboom eten en dood gaan. De giftige bestanddelen van de venijnboom worden al heel lang gebruikt in medicijnen tegen kanker. In feite is taxus het meest gebruikte middel tegen kanker (merknaam taxol). Alle delen van de boom behalve de zaadmantels bevatten taxol.

Waar

De venijnboom is een inheemse conifeer. De venijnboom komt van nature voor in Europa, Noord-Afrika en Noord-Iran.