bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 15 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 plantenKardinaalsmuts21 sep 2012september

Kardinaalsmuts, 21 sep 2012

 kardinaalsmuts

De kardinaalsmuts is een tot 2.5 m hoge struik. In september verschijnen er felrode vruchtjes met feloranje zaden, die lijken op de muts van een kardinaal (foto). De vruchten zijn giftig voor de mens, maar konijnen, geiten en ezels hebben er geen last van. Het gif uit de schillen van de zaden werd vroeger gebruikt om hoofdluis te bestrijden. De takken en twijgen zijn opvallend groen met kenmerkende kurkribbels.

Bijzonder

De struik is de enige voedselbron voor de rupsen van de grote kardinaalsmuts-stippelmot. De geelzwart gespikkelde rupsen daarvan weven in mei talloze spinsels terwijl zij de struik volledig kaalvreten. De rupsen zijn in de spinsels goed beschermd tegen eventuele vijanden, maar eigenlijk is dat niet eens nodig. Voor vogels zijn ze giftig. In de 2e helft van juni komen de rupsen in grote hoeveelheden

aan spinseldraden uit de bomen zakken. De rupsen kruipen de grond in en verpoppen daar. In augustus komen de vlindertjes te voorschijn. Het zijn kleine, tere dieren met witte vleugels met zwarte stippen, vandaar hun naam: stippelmotten. De kaalgevreten struiken vallen op, maar het kan geen kwaad: De verpopping vindt plaats voordat de bomen en de struiken voor de 2e maal uitlopen, rond 21 juni, het feest van Sint Jan. Dit 2e lot van een boom of struik heet dan ook het Sint Janslot. En half juli is er niets meer dat herinnert aan de kaalgevreten struiken. Het taaie, gele hout met fijne poriën is kernloos en geschikt om er houtskool van te maken, voor draaiwerk, de bouw van muziekinstrumenten en om zijn mooie kleur als inleghout. Het hout werd vroeger gebruikt voor het vervaardigen van spinspoelen. De Engelse naam ’spindle tree’ is hiervan nog afgeleid. De bast bevat een melksap dat vroeger als een voorloper van rubber werd gebruikt.

Waar

170 kardinaalsmutssoorten komen voor in Europa, Azië, Australië, Noord- Amerika en Madagaskar. De gewone kardinaalsmuts komt bij ons vooral in de duinen voor, liefst op plaatsen met een kalk- en humusrijke grond.

 plantenKarmozijnbes16 sep 2012september

Karmozijnbes, 16 sep 2012

 karmozijnbesoosterse

De plant die in september opvalt, is de karmozijn bes. Er zijn 2 soorten: de Oosterse met 8 meeldraden per bloem en rechtopstaande bloemtrossen en bessen en de Westerse met 10 meeldraden en hangende trossen. Het zijn sterke plant die nauwelijks worden aangevreten. Karmozijn is geen alledaags woord. Karmozijn staat voor een interns steenrode kleur. Dat is de kleur die van de bessen verkregen kan worden. Die kleur wordt verkregen uit tot 30 cm lange kolven van blauwzwarte bessen. De zaden in de bes en de wortels zijn giftig.

Bijzonder

Karmozijnbessen bezitten ondanks de giftige zaden een groot aantal geneeskrachtige eigenschappen. De te gebruiken dosis is daarbij belangrijk. Van oudsher wordt karmozijnbes gebruikt ter bestrijding van reuma, astma, dysenterie en aambeien. Er wordt onderzoek gedaan naar bestanddelen

in karmozijnbessen die een remmende uitwerking lijken te hebben op het HIV-virus. De plant en bessen zouden ook een fatale uitwerking hebben op slakken. Franse wijnboeren gebruikten karmozijnbes om minder goede wijn meer smaak en kleur te geven. Deze methode was overigens riskant en daarom illegaal. Tegenwoordig wordt het bessensap nog wel gebruikt om limonades en vruchtensappen een donkerrode kleur te geven. Indianen gebruikten het sap als verfstof. De eerste Europese immigranten in Amerika leerden van hen dat karmozijnbes een zeer goede natuurlijke inkt gaf. Een bewijs daarvan is dat heel wat documenten uit die tijd nog goed leesbaar zijn. De dikke penwortels zitten vol met zeepstoffen. Fijngesneden wortelstukjes meekoken in het vuile waswater geeft een helderwitte schone was.

Waar

Karmozijnbessen zijn niet echt inheemse soorten, maar zoals veel geïntroduceerde ’allochtonen’ doet hij het uitstekend en lijkt het een blijvertje. De plant zelf is niet helemaal winterhard en verdraagt geen vorst van meer dan 10 oC, maar de zaden wel. In halfschaduw en schaduw groeit de soort het best. Op een voedselrijke bodem kan de plant 1-3 m. hoog worden.

 plantAronskelk (2)9 sep 2012september

Aronskelk (2), 9 sep 2012

 aronskelk2gevlekte

De naam aronskelk dankt de plant aan de bloemknots, die deed denken aan de staf van de Joodse hogepriester Aäron (foto). Die van de gevlekte aronskelk is paars of grijs; die van Italiaanse aronskelk geel. Als de vrouwelijke bloemen rijp zijn voor bestuiving, geeft de bloem een sterke geur af van gegiste vruchten en rottend vlees, die vliegen aantrekt. Die vinden geen houvast op het spiegelgladde schutblad en storten neer in de diepte van de bloem. Ter hoogte van de insnoering bevinden zich stamperharen, die naar beneden wijzen. Onder dit hekwerk bevinden de mannelijke (meeldraad-) bloemen. Daaronder de zitten de vrouwelijke (stamper-) bloemen. De insecten vallen wel door het hekwerk naar beneden maar ze kunnen niet uit de zak ontsnappen. De wand van de ketel is door olie ook te glad om omhoog te klimmen. De insecten lopen heel

druk rond en hun hele lichaam raakt besmeurd. De 2e bloeidag gaan de helmknoppen open en stuifmeel daalt neer op de kleverige vliegjes. Kort daarop verschrompelt het 'hekwerk'. Ook is de wand van de schede minder glad dan in het begin. Vol met stuifmeel verlaten ze de bloem. Als de vliegjes verdwenen zijn, buigt het spitse schutblad zich over de bloemkamer en is dit tegen regen beschermd. De vliegjes, niets wijzer geworden, vliegen dadelijk naar een 2e aronskelk en bevruchten daar de stampers met het stuifmeel dat ze van de vorige bloem meebrachten. Doordat de vrouwelijke bloem bevrucht wordt voordat de mannelijke bloem het stuifmeel prijsgeeft vindt er altijd kruisbestuiving plaats. Opmerkelijk is dat de bloemknots een aanzienlijke hoeveelheid warmte produceert. De temperatuur kan tijdens deze verhitting wel oplopen tot 15 °C boven de omgevingstemperatuur. Dit is met de hand te voelen.

Waar

Aronskelken zijn vrij algemeen in tuinen en bosplantsoen op vochtige, vrij voedselrijke grond. De gevlekte aronskelk is inheemse en de Italiaanse aronskelk komt uit het Middellandse zeegebied en is hier ingeburgerd als stinsenplant.

 plantenAronskelk (1)1 sep 2012september

Aronskelk (1), 1 sep 2012

 aronskelk1

Op dit moment staan er in tuinen vaak ’reuzenlollies’ (zie foto). Aan de bessen is niet te zien of ze van de inheems gevlekte aronskelk of van de Italiaanse aronskelk behoren. De aronskelk is een goed voorbeeld van de vergeefse moeite die wij mensen doen, om de natuur in hokjes in te delen. De gevlekte aronskelk is nl een plant die maar in 20- 50 % van de gevallen vlekken heeft. Je herkent de gevlekte aronskelk vooral aan het feit dat deze noordelijke soort weet wat strenge winters zijn. Daarom sterven zijn bladeren in de winter af en komen de eerste bladeren pas boven de grond in maart. De Italiaanse aronskelk heeft wit geaderde bladeren. Deze soort heeft niet geleerd om onder de grond te blijven en heeft bladeren die al van af december boven de grond staan (en die bevriezen dan ook soms). Het wordt nog lastiger doordat de gevlekte en de Italiaanse

aronskelk onderling kunnen kruisen. Er bestaan dus geaderde aronskelken met bladeren die in de winter onder de grond blijven en gevlekte aronskelken die dan boven de grond blijven. Soort kenmerken zijn dus niet zo absoluut als taxonomen zouden willen en dat geldt vaak in de natuur. Alle tussenvormen komen in De Heimanshof voor.

Bijzonder

Het blad van de Italiaanse Aronskelk is pijlachtig van vorm; dat van de Gevlekte Aronskelk is enigszins afgerond. Het blad van aronskelk zit vol met uiterst scherpe, naaldvormige kristallen. Slakken stoppen daarom ook al heel erg snel met het aanvreten van deze ogenschijnlijk aantrekkelijke groene bladeren. Als de bomen in blad komen en het donker wordt op de bosbodem verwelken de bladeren. Aronskelken behoren tot de meest ontwikkelde plantenfamilies, vergelijkbaar met orchideeën. De ’bloem’ van de aronskelk is een complexe bloeiwijze. Het omhullende spits toelopende schut blad van de ’bloem’ omhult een zichtbare knotsvormige bloemkolf en daaronder onder een insnoering een afgesloten kamer met vrouwelijke bloemen onder en mannelijke bloemen bovenaan. Volgende week meer.

 paddenstoelenAnijschampignon24 aug 2012augustus

Anijschampignon, 24 aug 2012

 anaijschampignongewone

Eten uit de natuur is in onze verpakte supermarktcultuur iets wat steeds verder uit beeld verdwijnt. Toch was dit nog geen 50 jaar geleden in Nederland heel gewoon en in veel landelijke streken in Europa wordt nog steeds 20 - 50 % van het dagelijkse voedsel zelf verbouwd en verzameld. Met het verdwijnen van deze cultuur verdwijnt ook onze kennis erover en daarvoor in de plaats ontstaan allerlei vooroordelen. Heel sterk geldt dit bij (het eten van) paddenstoelen. Daarom is het af en toe leuk om u te wijzen op voedsel dat vlak onder onze neus groeit. In Overbos heeft de gemeente in plantsoenen eens 'uitgewerkte' champignon aarde gebruikt, waar in een periode van 6 weken wel 30-50 kg prachtige champignons uit groeiden, maar niemand durfde ze te plukken (behalve ik). Ook heb ik wel eens eekhoorntjesbrood langs de Kruisweg en de grootsporige reuzen champignon in het Haarlemmermeerse Bos vermeld. Deze week fietste ik in Toolenburg bij het Spectrum toen mijn oog viel op een halve heksenkring van reusachtige champignons met een hoed van meer dan 20 cm

breed. Gewoon in het gazon. Mijn paddenstoelengids leerde mij dat de grootsporige, de carbol- en de anijschampignon de enige kandidaten waren voor deze maat.

Bijzonder

Deze paddenstoelen zijn het beste op hun geur te onderscheiden. De grootsporige (eetbaar en lekker) ruikt gewoon naar champignon, de carbolpaddenstoel (een beetje giftig) ruikt onaangenaam naar Carbol en de anijschampignon (eetbaar en lekker) ruikt prettig naar anijs. Mijn neus had geen moeite de juiste soort te bepalen en omdat het er maar 6 waren heb ik ze laten staan om sporen te laten vormen.

Waar

Hoewel de anijschampignon algemeen zou zijn, wordt hij maar een keer of 10 per jaar gemeld op Waarneming.nl. Ook voor de Haarlemmermeer is het voor mij een nieuwe soort. Het landgebruik, en vooral het achterwege blijven van bemesting met ruige mest en het gebruik van zware machines heeft het voorkomen van deze soort niet in positieve zin beënvloed.

 anaijschampignongewone1

 insectenGroene Glazenmaker (2)18 aug 2012augustus

Groene Glazenmaker (2), 18 aug 2012

 groeneglazenmaker2vrouwtje

Het gedrag van groene glazenmakers wijkt af van dat van alle andere soorten. De mannetjes vliegen b.v. al rond zonsopkomst, met bedauwde vleugels, over de krabbenscheerplanten op zoek naar vrouwtjes die daar de nacht doorgebracht hebben. Deze vroege paring is uniek in de libellen wereld. De mannetjes van de groene glazenmaker zijn nl in staat zichzelf op te warmen door hun vleugels in een zeer snelle trilling te brengen. Daarna rusten ze tot ongeveer 9.00 uur. De grootste aantallen mannetjes zijn tussen 12.00 en 15.00 uur te zien bij water. Tussen 10-30 minuten na zonsondergang, verschijnen zowel mannetjes als vrouwtjes massaal om te jagen. Ook deze spectaculaire, massale vluchten in de avondschemering van de groene glazenmaker zijn uniek in de libellenwereld. Na de paring en het leggen van de eieren leven de groene glazenmakers

nog een paar weken. Het leven van groene glazenmakers is vrij kort: vanaf eind juni tot eind september. De grootste aantallen vliegen in augustus. De groene glazenmaker is zo uniek dat hij een eigen soortspecifiek wettelijke beschermplan heeft. De kern daarvan is dat krabbenscheervelden niet met grote baggeroperaties mogen worden weggebaggerd en de diepte van de sloten niet dieper mag worden dan de 80 cm waarop de krabbenscheer kan blijven wortelen. En de waterkwaliteit (zuurstof en ijzergehalte door stroming en/of kwel) moet op peil gehouden worden.(Foto:vrouwtje)

Waar

In Nederland komt de Groene glazenmaker vooral voor in laagveengebieden van NW Overijssel, Friesland, Utrecht, Noord- en Zuid Holland en in de provincie Groningen. De geschatte aantallen zijn: Utrecht, Noord- en Zuid Holland: 1000, NW Overijssel: 1000, Friesland: 1000, Groningen: 3000. Het areaal van de groene glazenmaker loopt van Nederland tot in het West-Siberisch laagland. In Europa is de groene glazenmaker overal zeldzaam en beperkt tot enkele ge�soleerde populaties. Elke extra populatie zoals die ontdekt in De Heimanshof is dus een aanwinst.

 insectenGroene Glazenmaker (1)10 aug 2012augustus

Groene Glazenmaker (1), 10 aug 2012

 groeneglazenmakerman en vrouw

In De Heimanshof zijn we altijd bezig met het ontwikkelen van de ecologische variatie in te tuin. Zo heeft het een aantal jaren gekost om het water in de vijver geschikt te krijgen voor een redelijke populatie krabbenscheer. Dit is een karakteristieke plant in het verlandingsproces van vaarten en meren. Een onverwacht heugelijk bij-effect daarvan bleek deze week: met de krabbenscheer verscheen een nieuwe soort grote libel: de groene glazenmaker. Vrouwtjes zijn geheel groen en mannetjes groen met een blauw achterlijf (zie foto van paring).

Bijzonder

De groene glazenmaker is niet alleen bijzonder omdat het een beschermde inheemse diersoort is volgens de Natuurbeschermingswet en op de Rode lijst van bedreigde dieren staat als ’ernstig bedreigd’, maar ook door zijn afwijkende gedrag. Het vrouwtje legt haar eieren uitsluitend op de bladeren van de krabbenscheer. De groene glazenmaker is de enige libel

die haar eieren alleen maar in de bladeren van één plantensoort legt. Deze eieren overwinteren en pas in het voorjaar komen de larven uit. Tussen de getande bladeren zijn ze er de 2-3 jaren van hun larventijd redelijk veilig. In de winter zakken de krabbenscheerplanten naar de bodem en daarmee ook de eieren en de libellenlarven daartussen. Dit is een gevaarlijke periode, want het water op de bodem is door de grote hoeveelheid verterende waterplanten snel te arm aan zuurstof. Enige stroming in het water door kwel of natuurlijke stroming is daarom essentieel. De volgroeide larven vervellen vanaf juni tot volwassen libellen. Bij de meeste libellensoorten brengen de mannetjes het grootste deel van de dag bij het water door. In de loop van de ochtend verschijnen ze bij het water, jagen, kibbelen met andere mannetjes en kijken uit naar de vrouwtjes. De vrouwtjes worden maar zelden bij het water waargenomen. Ze zoeken beschutte en warme plekken in de omgeving op. Het leven van de groene glazenmaker verloopt heel anders.

 groenglazenmakeropkrabbenscheer

 plantenMelige toorts14 jul 2012juli

Melige toorts, 14 jul 2012

 melige toorts

Toortsen zijn tweejarige planten die over het algemeen een dicht viltig behaarde buitenkant hebben. Het eerste jaar maken ze, zoals zoveel andere planten een breed uitgroeiend wortelrozet, waarmee ze andere planten in hun omgeving wegdrukken. Bij toortsen kan dat bladrozet wel 60 cm in diameter zijn. In het 2e jaar groeit er vanuit dat wortelrozet een hoogoprijzende bloeistengel op,die 1.5 - 2.5 m hoog kan zijn. De naam toorts geeft al aan, dat deze plant opvallende vaak gele bloemen draagt. Toortsen worden door hun voorkomen dan ook in gewone tuinen gewaardeerd. De meest algemene toorts in Nederland is de stalkaars. In de Heimanshof staan er tientallen exemplaren rond het natuur en milieu centrum en de schooltuinen. Dit jaar verscheen er tussen al die stalkaarsen met helder gele bloemen op de natuurspeelplaats een grote toorts met een lichtgele bloemenweelde in de vorm van talrijke zijtakken (foto).Het bleek een exemplaar van de melige toorts te zijn, waarvan de dichst bijzijnde bekende groeiplek bij Haarlem en in de duinen is: de melige toorts. Deze toorts is een atypische soort die niet door een dichte viltlaag bedekt zijn.

Bijzonder

Een

2e reden waarom toortsen, toortsen genoemd worden, is omdat men vroeger de uitgebloeide bloeiwijzen in was doopte en ze als fakkel gebruikte. De melige toorts is een nogal zeldzame soort die op waarneming.nl slechts van ca 15- 20 plaatsen in heel Nederland gemeld wordt. Toortsen en ook de melige toorts leveren geen nectar in hun bloemen alleen stuifmeel. Veel toortsen doen daarom aan zelfbestuiving. Dit wordt verder gestimuleerd doordat de meeldraden borstelig van karakter zijn waardoor insecten er moeilijk bij kunnen komen en ze zich als ze rijp zijn naar de stempel buigen.

Waar

De melige toorts houdt van plaatsen met losse, droge voedselarme tot niet al te voedselrijke grond , en vaak langs spoorlijnen. Het verspreidingsgebied loopt van Zuid-Engeland tot Griekenland, en via de Kaukasus tot in Siberië.

 melige toorts2

 plantenBoerenwormkruid14 jul 2012juli

Boerenwormkruid, 14 jul 2012

 boerenwormkruid

Boerenwormkruid Een van mijn favoriete planten tijdens een rondleiding door De Heimanshof is de late zomerbloeier boerenwormkruid. Het produceert geen nectar, alleen stuifmeel. En daarmee is het een belangrijke waardplant voor allerlei bijen en vlinders. De boerenwormkruidzijdebij leeft bv uitsluitend van stuifmeel van deze soort.

Bijzonder

De latijnse naam van boerenwormkruid is afgeleid van het Oudgriekse woord dat ’onsterfelijk’ betekent. Er zijn 2 verklaringen daarvoor in omloop: de gele bloemen behouden lang hun kleur en kunnen als droogboeketten gebruikt worden en de plant zou onderdeel van een soort levenselixer zijn. Boerenwormkruid is voor mij het ideale voorbeeld van hoe onze voorouders een wilde plantensoort voor talloze medicinale en keukentoepassingen gebruikte. Je ruikt

het al meteen als je een blad plukt. De medicinale krachten benemen je bijna de adem, zo sterk ruikt deze plant! Deze geuren zijn afkomstig van etherische oliën. Deze werken als insectenverdrijvend middel tegen vlooien, motten, vliegen en mieren en zelfs muizen gaan ervoor de loop. Vroeger hingen de mensen een bos boerenwormkruid boven hun bed om de muggen en vliegen op veilige afstand te houden. Boerenwormkruid bevat ook het giftige thujon, dat als wormafdrijvend middel werd gebruikt, vooral van spoel- en lintwormen zowel bij mensen als bij vee. In vroeger tijden was dit een zeer belangrijke toepassing omdat bijna iedereen op het land werkte en veelvuldig last had van wormen. Hoge doses veroorzaken duizeligheid, krampen, buikpijn, abortus en kunnen dodelijk zijn. Ook zijn er de nodige uitwendige toepassingen bekend van plantaftreksels t.b.v jicht , schurft, puistjes en sproeten. In kleine hoeveelheden werd het blad van jonge planten gebruikt om de smaak van eieren en kruidkoeken te versterken.

Waar

Deze bijzondere soort is gelukkig nu eens niet zeldzaam of bijna uitgestorven. De soort is in heel Nederland (en Europa) te vinden op droge plaatsen in bermen en ruigtes.

 plantenOssentong14 jul 2012juli

Ossentong, 14 jul 2012

 ossentonggewone

Ossentong is een plantensoort uit de familie van de ruwbladigen. D.w.z. alle leden van deze familie zijn dicht bezet met haartjes die niet zacht aanvoelen. De bekende vertegenwoordigers van deze familie zijn smeerwortel en longkruid. Minder bekende leden zijn kromhals, slangenkruid en hondstong. Alle leden van deze familie hebben medicinale of andere toepassingen en zo ook ossentong. Een van de vele toepassingen was als middel tegen huidziektes, vanwege de kleurovereenkomst van het blad met een ge�rriteerde huid. Dit werd gedaan vanuit de Middeleeuwse signatuurleer die stelde dat een plant een werking heeft op het orgaan waar het op lijkt. Ook werd ossentong gebruikt om de stoelgang te bevorderen, tegen aften, etc,. Insecten bezoeken de bloemen graag tijdens de bloei van mei tot in de herfst.

De diepblauwe of paarse bloemen staan in ruige hoofdjes en zijn samengesteld uit vele bloempjes, die schichten genoemd worden. (zie foto)

Bijzonder

De naam ossentong in alle Europese talen komt door de (door onze voorouders ervaren) treffende gelijkenis met de tong van een os. De lange vlezige wortels leveren een helder rode kleurstof, en daarmee was de gewone ossentong vroeger een populaire verfplant. De bloemen van ossentong hebben een ingenieus sluit systeem met schubben die regen en ongewenste insecten tegenhoud en gewenste bestuivers zoals bijen en vlinders zo binnenlaat dat kruisbestuiving bijna altijd verzekerd is. En als er geen insectenbezoek plaatsvindt, verdrogen de helmknoppen zo, dat alsnog zelfbestuiving plaatsvindt als noodoplossing.

Waar

Gewone ossentong is een soort van duinen en stuifduinen, droge, zandige bewegelijke bodems. De soort wordt dan ook vooral gevonden in de Noord-Hollandse duinen en op rivierduinen langs de grote rivieren. Elders is de soort vrij tot zeer zeldzaam. Dat gewone ossentong in enig tientallen exemplaren op een zandige dijk bij de Liede voorkomt is daarom bijzonder en een aanwinst voor onze polder.

 vogelsVeldleeuwerik14 jul 2012juli

Veldleeuwerik, 14 jul 2012

 veldleeuwerik

Bij een landingsbaan van Schiphol hoorde ik een overbekend geluid uit mijn jeugd, dat ik nog niet eerder in onze polder had gehoord: een op grote hoogte eindeloos doorzingende veldleeuwerik. Je kunt van Schiphol denken wat je wilt, maar het gebied rond de landingsbanen met zijn kortgeschoren grasvlaktes is voor een paar soorten de hemel op aarde. De veldleeuwerik is er een van. In mijn jeugd in de jaren '70 hoefde je maar naar buiten te stappen om hem te horen. Rond 1975 waren er ca. 500.000-750.000 broedparen. Daar is nu nog maar 10% van over. En jaarlijks neemt de stand nog met 5% af.

Bijzonder

In de duinen en de heides is de achteruitgang te wijten aan de verruiging met steeds meer struikgroei en gras door aan de ene kant stikstof (zure regen) uit de lucht aan de andere kant de afnemende

konijnenstand door ziektes. Op het platteland is de grootschalige mechanisering van de akkerbouw en de veeteelt een grote boosdoener. Daarnaast komt steeds meer maïs en wintergranen en steeds minder zomergraan en kruidenrijke akkerranden. Ook insecticiden en herbiciden hebben hun werk gedaan. Door de afname van bloemen en kruiden vindt de veldleeuwerik steeds minder insecten. Eiwitrijk voedergras heeft voorrang bij boeren. De goed bemeste graslanden worden veel vaker dan vroeger gemaaid met grote machines en tot op de laatste vierkante meter. Nestjes van veldleeuweriken zijn in dit maairegiem kansloos. Graanpercelen worden voor de winter omgeploegd. Ook dat betekent minder stoppelvelden met zaden in het winterhalfjaar. Ook op hun trektochten zijn veldleeuweriken niet veilig. Miljoenen worden er in zuidelijke landen gevangen op de trek. De laatste oorzaak is de aantasting van de open ruimte: de meeste bedrijventerreinen, wegen en wandelbossen kosten leeuweriken.

Waar

De veldleeuwerik leeft in uitgestrekte boomloze akkers, duinen, heide, weilanden met een korte vegetatie en heidevelden. De soort komt voor in heel Europa, behalve in het uiterste noorden.

 plantenVeldsalie7 jul 2012juli

Veldsalie, 7 jul 2012

 veldsalie

Iedereen kent salie als keukenkruid. Maar er zijn tientallen soorten salie met vooral blauwe maar ook met rode en gele bloemen, waarvan sommige zelfs naar ananas geuren. De mediterrane salie die in de keuken gebruikt wordt heeft ook allerlei medicinale toepassingen. Weinig bekend is echter dat er ook een wilde salie soort in Nederland inheems is: de veldsalie. Onze veld salie heeft minder medicinale toepassingen dan de traditionele salie. Dat komt door de veel lagere concentratie aan etherische oliën in deze soort. De veldsalie kwam vroeger veel meer voor in Nederland en was een beeldbepalende soort voor bv rivierdijken, waar hij met zijn helderblauwe bloemen en lust voor het oog was en ook de insectenwereld een grote dienst bewees met nectar en stuifmeel. Helaas is deze soort door het maaibeleid en door overbemesting sterk achteruitgegaan en staat hij op de lijst van bedreigde

en beschermde soorten. Veldsalie is een waardplant voor nectar en stuifmeel voor hommels, vlinders, honingbijen en verschillende soorten solitaire bijen zoals zandbijen-, groefbijen- en metselbijen soorten.

Bijzonder

Daarom is het redelijk bijzonder dat op een strook zand die over lijkt te zijn van de aanleg van de A9 bij de Liede een enorme groep van veldsalie planten ontdekt is dit jaar. Op waarneming.nl is deze groep van meer dan 1000 planten de grootste gemelde (en ontdekte) populatie van dit jaar en wellicht ook van ander jaren in ons land. Dus zowel de aantallen planten als de locatie ver van het rivierengebied zijn bijzonder.

Waar

Veldsalie is een 1m hoge behaarde, licht aromatische plant die voorkomt op droge, kalkhoudende grond. De plant komt in heel Europa voor. In Nederland komt de veldsalie zeldzaam voor in riviergebieden. Op de Heimanshof komen zowel de wilde inheems veldsalie voor als (in de kloostertuin) verschillende soorten salie voor medicinale toepassingen, zoals de ananassalie met helderrode bloemen die pas laat in september bloeit en de 'gewone salie soorten'.