bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Roomse Kervel, 12 mei 2018

 roomsekervel

In deze tijd van het jaar staan de bermen en bosranden vol met fluitenkruid. Fluitenkruid is een soort van de schermbloemenfamilie, die in Nederland honderden soorten kent. Bij voorbeeld ook de bij velen beruchte reuzenberenklauw hoort daarbij. Naast de reuzenberenklauw is de Europese berenklauw heel algemeen, die nauwelijks problemen geeft met blaarvorming. Maar de geelbloeiende pastinaak heeft ook variëteiten die dat wel doen. En wat dacht u van de gewone wortel, peterselie, selderij, kervel, dille, koriander en ga zo maar door. Zonder de schermbloemfamilie was ons leven lang zo leuk en lekker niet. Er is op dit moment een soort die bloeit, die de moeite waard is om beter bekend te worden.

Bijzonder

Net als fluitenkruid bloeit de Roomse Kervel met witte schermen. De bloeiwijze is iets rommeliger dwz het scherm is minder vlak) en iets romiger

van kleur en niet spierwit. En net als fluitenkruid wordt deze soort 1-1.5 m hoog ( foto). Een heel duidelijk kenmerk is dat de grote varenachtig geveerde bladeren lichtgroene plekjes hebben bij de nerf van het blad inzet). En het duidelijkste kenmerk is dat het blad bij kneuzing naar anijs ruikt. Er zijn restaurants waar ik dit blad aan lever om er toetjes of salades van te maken. Dat kan van februari tot september. Niet alleen de bladeren zijn (alleen vers) te gebruiken, ook de zaden, de stengels en de wortels. En zoals de meeste schermbloemigen is de Roomse Kervel een sieraad in een tuin die garant staat voor veel nectar en stuifmeel voor insecten: een biodiversiteitsaanrader dus.

Waar

Oorspronkelijk komt de roomse kervel uit Zuid-Europa ,bv de Pyreneeën, maar het werd al door de romeinen gebruikt en is waarschijnlijk door hen meegenomen en is sindsdien ingeburgerd, net als wijngaardslakken en konijnen. De soort is een zeldzame vaste plant die graag op kalkrijke bodem staat in bosranden/half schaduw. In de Haarlemmermeer zijn verschillende groeiplekken, meestal op plaatsen waar De Heimanshof of MEERgroen actief zijn geweest.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 10 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vissenGiebel (1)27 nov 2013november

Giebel (1), 27 nov 2013

 giebel1

In de Heimanshof hebben we sinds juni een nieuw element aan de ecologische variatie in de tuin toegevoegd: onze onderwater-ontdekwereld.

Inmiddels leven in onze 12 aquaria zo’n 30 soorten vissen, kreeften, mossels, amfibieën en andere onderwater dieren en planten. Het is fascinerend om meer te leren over het gedrag en de leefcondities van de vele organismen die er onzichtbaar onder water naast ons leven.

Een van mijn vele onderwater ontdekkingen was de Giebel. Achter deze ietwat lachwekkende naam schuilt een brons- of goudkleurige vis, die niet inheems was, maar inmiddels zoals zoveel soorten wel ingeburgerd is (foto). Het is een Aziatische karpersoort waaruit in China, al zo’n 4000 jaar geleden, goudvissen zijn gekweekt.

De giebel is een grondelaar. Daardoor draagt hij bij aan vertroebeling

van het water, net als brasems en kapers. Het is een alleseter: naast dierlijk voedsel als dierlijk plankton, insectenlarven en kleine kreeftachtigen, eet de giebel ook algen en plantendelen. In de winter stopt de voedselopname. Veel Giebels zijn waarschijnlijk afstammelingen van uitgezette goudvissen die hun rode of oranje kleur verloren hebben. In de vrije natuur verdwijnen deze kleurvormen doordat ze te veel opvallen en als eerste ten prooi vallen aan rovers. Zo blijven er op termijn alleen wildkleurige exemplaren over.

Bijzonder

De giebel kan vanaf het tweede jaar geslachtsrijp zijn. Het aantal eieren kan oplopen tot circa 400.000 per vis per jaar. Daardoor is de giebel in staat voor grote aantallen nakomelingen te zorgen. Bij afwezigheid van regulerende roofvissen treedt binnen enkele jaren "vergiebeling" op. Naast de normale wijze van voortplanting, blijkt de giebel over een bijzondere strategie te beschikken: Paairijpe vrouwtjesgiebels dringen zich tussen de paaiende karpers en zetten hun eieren af. Daarbij bleek dat de zaadcellen van (kroes)karpers de eicellen van de giebel prikkelden om zich te gaan ontwikkelen. Volgende column meer (over 2 weken).

 plantenWaternetje13 nov 2013november

Waternetje, 13 nov 2013

 waternetje

Zowel in de Toolenburgse plas als in het meer van het Haarlemmermeerse bos is het water vrij helder en diep. Daardoor worden deze meren druk bezocht door toenemende aantallen duikliefhebbers. En onder water zijn er natuurlijk weer intrigerende flora en fauna zaken te ontdekken. Onlangs stuitte een van de duikers tussen 2-7 m diepte op netvormige wolken bestaande uit groene bolletjes. Deze bolletjes bestaan uit netvormige structuren van 5- 30 mm groot (foto). De netvormige structuur van het waternetje is een kolonie, bestaande uit meerdere cellen. Een volgroeid netje kan een paar cm groot worden.

De groei van waternetjes wordt door hogere temperaturen versterkt. De klimaat verandering heeft veroorzaakt dat waternetjes zich op sommige plekken

tot een plaag kunnen ontwikkelen.

Het is in de zomer veel aanwezig, maar sterft af als het water kouder wordt. Het waternetje overleeft de winter door dikwandige sporen te maken die naar de bodem zakken.

Bijzonder

Een jong netje ontstaat al binnen een volwassen cel. Elk bolletje ontstaat uit één zich opdelende cel binnen een moedercel. Dit worden sporen die zich met zweepdraden binnen de moedercel kunnen bewegen. Al voor het uiteenvallen van de moedercelwand verliezen deze sporen hun zweepdraden en groeperen ze zich in de vorm van een nieuw jong netje. Door het strekken van de cellen groeit het nieuwe netje verder.

Waar

Waternetje is een groenwier, waarvan in (Midden- en West-) Europa 1 en in de wereld 5 soorten bestaan. De foto is gemaakt in het meer van het Haarlemmermeerse Bos waar deze algen voorkomen op 2- 7 m diepte. Het waternetje is bekend uit voedselrijke, vooral stikstofrijke wateren, sloten en plassen. Het kan ook in het kustgebied in water met een hoog zoutgehalte voorkomen.

 insectenkruisspin (4)13 nov 2013november

kruisspin (4), 13 nov 2013

 Kruisspin4Urntjesspinnendoder1

Bij verstoring begint de spin hevig heen en weer te schudden in haar web. Bij ernstige verstoring laat de spin zich loodrecht naar beneden vallen waarbij het lichaam met een spindraad wordt geankerd. De spin houdt zich op de bodem een tijdje schijndood. Na enige tijd klimt de spin hieraan weer naar boven. Kruisspinnen hebben gifkaken maar gebruiken deze alleen om op prooien te jagen en niet om vijanden af te weren. Alleen als een spin tussen de vingers wordt vastgeklemd zal deze in het uiterste geval bijten. Dit voel je wel maar is niet gevaarlijk.

De grootste vijand van de spinnen is het klimaat. Ze lijden vooral onder droogte en zware regenval. Ook de mens is een belangrijke vijand, omdat deze spinnen doodt en hun web vernielt.

De spinnen moeten ook opletten voor sommige sluipwespen zoals spinnendoders, die de spin verlammen en naar het nest brengen. Alle spinnendoders behoren tot wespachtigen, zoals graafwespen. Er zin wereldwijd bijna 5000 soorten bekend. In Nederland komen

ongeveer 65 soorten voor (foto′s Urntjesspinnendoder). De verlamde spin wordt in een holletje gebracht en er wordt een ei bij afgezet. Als de larve van de sluipwesp uit het ei kruipt wordt de kruisspin levend en van binnenuit opgegeten.

Waar

De kruisspin bouwt haar web op open plekken tussen lage boomtakken of in struiken, die van de wind zijn afgeschermd. Het web wordt gemakkelijk door regen en wind vernield, waardoor de kruisspin alleen voorkomt op beschutte plaatsen. Tuinen zijn voor de kruisspin ideaal, omdat deze vaak hogere begroeiing bevatten en relatief goed zijn afgeschermd van felle zon en van wind. De kruisspin heeft een vochtige leefomgeving nodig en kan slecht tegen droogte en komt vooral voor in laaglanden. Een andere weersomstandigheid waar de spin onder lijdt is hevige regenval. De kruisspin komt in grote delen van Europa en delen van Noord-Amerika. In Europa komt de kruisspin voor van noordelijk Scandinavië tot in landen aan de Middellandse Zee.

 Kruisspin4Urntjesspinnendoder2

 insectenKruisspin (3)20 okt 2013oktober

Kruisspin (3), 20 okt 2013

 kruisspinmetprooi

De kruisspin is een groot deel van het leven bezig met het bouwen van een web. Het web is vergelijkbaar met dat van andere wielwebspinnen. Deze spinnenfamilie bouwt een vierkant frame met een spiraalvormige vangdraad in het midden. Deze wordt ondersteund door een aantal draden die van het frame naar het midden van het web lopen waardoor ze doen denken aan spaken. Het web in zijn geheel lijkt hierdoor op een fietswiel waaraan de naam van de spinnen te danken is.

Het web raakt gemakkelijk beschadigd en snel vervuild. Bovendien drogen de draden snel uit, zodat het web iedere dag vervangen moet worden. Dit duurt ongeveer 20 minuten. Ook na iedere vangst moet het web gerepareerd worden, omdat een spartelend prooidier het web beschadigt. De kruisspin bouwt het web op enige hoogte

boven de bodem in struiken en lagere takken van bomen.

Het web is bedoeld om kleine en grotere vliegende insecten te vangen. Bekende prooien zijn vliegen en muggen, wespen en bijen maar ook grotere insecten zoals vlinders worden gegeten. Heel kleine prooien, zoals bladluizen, worden genegeerd. Zodra een prooi het web invliegt, wordt de spin gealarmeerd door de trillingen in de zogenaamde signaaldraden. De spin wikkelt deze snel in een spinselpakket (foto). Pas daarna wordt een beet toegediend die de prooi verlamt. De ingepakte prooi wordt dan uit het web gehaald en in een schuilplaats opgegeten. In de zomer van het tweede levensjaar zijn de wijfjes zo groot dat ze een web van ongeveer 60 cm doorsnede maken. Vooral bij vochtige weersomstandigheden zijn de webben duidelijk te zien doordat ze bedekt zijn met dauwdruppels. Het grootste deel van de volwassen spinnen overleeft de eerste nachtvorst niet.

De voornaamste vijanden van de kruisspin zijn insectenetende vogels, die de spin uit het web plukken. Er zijn ook spinnensoorten die alleen op andere spinnen jagen en hen in hun eigen web aanvallen. Daarnaast zijn kruisspinnen kannibalen en eten ze kleinere soortgenoten.

 insectenKruisspin (2)20 okt 2013oktober

Kruisspin (2), 20 okt 2013

 kruisspinbabies1

De paring is voor een mannetje een hachelijke zaak. De vrouwtjes blijven in hun web terwijl de mannetjes op zoek gaan. Hij laat weten dat hij geen prooi is door trillingen te maken in het web van het vrouwtje. De paring van spinnen is uitwendig. Het mannetje heeft aan de monddelen een ballonnetje. Dit heeft een pipet-achtige werking zodat sperma kan worden opgezogen en later in het vrouwelijke geslachtsorgaan kan worden afgegeven. De geslachtsdelen van het mannetje en het vrouwtje passen exact in elkaar. Als het ballonetje is gevuld, wordt het als een spermapakketje ingebracht.

Na de bevruchting wordt het sperma opgeslagen in een speciaal kamertje. Het vrouwtje heeft een eileider waar de eicellen worden bevrucht en de eieren worden gevormd. Hierbij zwelt het achterlichaam enorm op. De eitjes worden afgezet in een cocon.

Het aantal eitjes varieert met de grootte van het vrouwtje van enige tientallen tot honderden. Als de cocon af is, wordt

deze voorzien van pluizige spinseldraden ter bescherming. De cocon wordt de eerste tijd bewaakt door het vrouwtje. De cocons worden in de herfst afgezet op verborgen plekken in planten en zien er uit als een pluk watten met in het midden de gelige eitjes (foto 1). Het vrouwtje stopt met jagen en sterft korte tijd nadat haar eiercocon is afgezet. De eieren overwinteren; in de lente komen de jonge spinnetjes tevoorschijn, ze hebben een kenmerkende gele kleur. (foto 2).

Jonge kruisspinnen verspreiden zich als het nest wordt verstoord, om enige tijd later weer samen te komen. Ze leven de eerste 7-10 dagen van het voedsel in hun dooier. Daarna klimmen ze zo hoog mogelijk in een plant en spinnen een lange draad. Deze draad wordt door de wind opgepakt en neemt de jonge spin mee de lucht in. Zo verspreiden de kleine spinnetjes zich door de lucht en kunnen ze honderden meters of kilometers verder terechtkomen. Spinnen zijn hierdoor vaak de eerste kolonisatoren van nieuwe geïsoleerde (bv vulkanische) eilanden.

 kruisspinbabies2

 insectenKruisspin (1)7 okt 2013oktober

Kruisspin (1), 7 okt 2013

 kruisspin1

De kruisspin is in tegenstelling tot veel andere spinnen geen schuwe soort, maar eentje die vaak midden in het web zit en moeilijk over het hoofd is te zien.

De naam is te danken aan de op een kruis gelijkend patroon op het achterlijf (foto).

Bij spinnen zien mannetjes en vrouwtjes er totaal anders uit. Vrouwtjes worden 12-17 mm, exclusief poten, terwijl mannetjes ongeveer 5 -10 mm worden. Als spinnen nog jong zijn, verschillen de mannetjes en wijfjes niet veel van elkaar. Na verloop van tijd groeien de wijfjes harder dan de mannetjes. In de zomer van hun 2e levensjaar, als de wijfjes volwassen worden, groeien ze zeer snel. Mannetjes hebben naar verhouding langere poten maar een veel kleiner achterlijf dan een vrouwtje. Vooral vrouwtjes die eieren dragen, hebben een opvallend dik achterlijf.

Wat direct opvalt aan de spin zijn de vier paar lange harige poten. De haartjes dienen om trillingen te voelen. Het lichaam van de spin bestaat uit het achterlijf en het gefuseerde kopborststuk. Een kruisspin heeft 8 puntogen: 4 aan de voorzijde en 2x 2 opzij. In tegenstelling tot insecten die samengestelde facetogen hebben, bestaan spinnenogen uit een enkele structuur met ieder een eigen lens.

Onder de kop bevinden zich 2 paar kaken. De bovenkaken zijn voorzien van klauw-achtige structuren en bevatten een gifkanaal. De spin neemt voedsel op door eerst verteringssappen in de prooi te brengen en deze vervolgens weer op te zuigen.

Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben 3 paar spintepels. Dit zijn de uitscheidingsorganen waarmee het spinnenweb wordt gebouwd, maar waarmee ook prooien en eicocons worden omwikkeld. De spintepels kunnen verschillende soorten draden produceren; stevige en niet-kleverige draden om het frame van het web te maken en de eitjes te voorzien van een beschermende laag.

Aan het einde van de zomer is de kruisspin volwassen. Eenmaal volwassen maken de spinnen veel grotere webben dan jonge spinnen, waardoor ze goed opvallen.

 paddenstoelenHazenpootje29 sep 2013september

Hazenpootje, 29 sep 2013

 hazenpootje

Nu we een paar weken flink regen gehad hebben en de temperaturen nog vrij hoog zijn, is aan het einde van dit groeiseizoen de vertering van de biomassa die zich dit jaar gevormd heeft, volop op stoom gekomen. Er zijn daarom volop paddenstoelen te vinden. (Op 6 oktober is daarover om half 3 een interessante lezing op de Heimanshof).

Deze week bereikten mij een aantal meldingen van inktzwammen.

Inktzwammen groeien op voedselrijke ondergrond. De geschubde inktzwam is, zolang hij wit is, een delicatesse.

De kale inktzwam is ook eetbaar, maar alleen als je ver van alcohol blijft. Alcohol en deze paddenstoel gaan binnen 24 uur ervoor en erna niet goed samen. Je gaat er niet dood van, maar misselijkheid en ander verschijnselen maken het een prima anti-alcoholmiddel. Geen aanrader vooreen restaurant dus.

De

derde inktzwam van deze week was een fragiele beauty, die groeide op houtsnippers in het Wandelbos Hoofddorp. Deze paddenstoel heet hazenpootje omdat de jonge nog niet uitgevouwen hoed dicht bezet is met donzige haartjes.

Bijzonder

Als het paddenstoeltje net verschijnt, is het hoedje hoog en smal, maar wordt stilaan breder en klokvormig, en later vlak en stilaan komvormig en transparant(foto). Naarmate het zwammetje ouder wordt, wordt het hoedje langzaamaan doorschijnend. De plaatjes van het hazenpootje zijn eerst bleekwit, maar verkleuren naar grijs en vervloeien uiteindelijk tot een zwarte inktachtige vloeistof, een typisch kenmerk van de meeste inktzwammen. Het vervloeien van de plaatjes is een ingenieuze strategie waardoor de sporen efficiënter verspreid worden. Bij de meeste inktzwammen, waaronder het hazenpootje, krult het hoedje tegelijkertijd op, waardoor de net afgerijpte sporen steeds in een optimale positie komen om door de wind of aan inectenpoten te worden meegevoerd.

Waar

Het hazenpootje is een inktzwam die bij voorkeur groeit op dode houtresten, en die wereldwijd te vinden is in bossen, maar die je ook in tuinen vaak terugvindt op gehakseld hout.

 vlindersWindevedermot22 sep 2013september

Windevedermot, 22 sep 2013

 windevedermot1

Deze week zat er op m’n raam een T-vormige nachtvlinder (foto). Het zoeken op ‘T-mot’ leverde de ‘windevedermot’ op. Deze nachtvlinder leeft als rups op en van allerlei soorten windes, zoals de haagwinde of de akkerwinde. De haagwinde komt helaas nogal algemeen voor. Het is ongeveer de enige soort ongewenst kruid in mijn tuinen waar ik vrijwel geen (biologisch verantwoord) antwoord op heb. In tegenstelling tot de veel bekendere dagvlinders, waarvan er in Nederland ca 50 soorten voorkomen, zijn er wel 2400 nachtvlindersoorten, waarvan er ca 1500 tot de microsoorten worden gerekend. De Windevedermot is een van die kleinere soorten met een spanwijdte van 2.5- 3 cm.

Bijzonder

Er komen ca 35 soorten vedermotten voor in Nederland, die allemaal zeer strikt afhankelijk zijn van een of meerdere waardplanten. De windevedermot is een van de 4 meer algemene soorten. Kenmerkend voor vedermotten is dat de 2 paar vleugels die alle vlinders hebben, zulke diepe insnijdingen

hebben dat ze niet 2 x 2 maar 2 x 5 veervormige vleugels lijken te hebben, maar de twee gekliefde vleugels laten in hun beweging zien dat het 2 x 2 vleugels zijn (inzet foto). Daarbij is elk element net als echte veren ook weer dwars ingesneden. De onderkant van de gekliefde vleugels zit vol met soort-specifieke geurstoffen. Ook hebben niet alle vedermotten ingesneden vleugels. De nauw verwante familie van de Waaiermotten met 2 soorten in Nederland heeft nog sterker gekliefde vleugels, 2 x 6 in voor- en achtervleugel. Die veervormige vleugels zijn meestal niet te zien, omdat ze net als op de foto bij rust worden samengevouwen.

Waar

De windevedermot komt overal in Europa voor waar zijn waardplanten voorkomen. Het is een soort die als volwassen insect overwintert en het hele jaar gezien kan worden. Deze soort wordt erg door licht aangetrokken en wordt daarom vaak op ramen aangetroffen. Er komen verschillende generaties per jaar voor, met een kleinere piek in het voorjaar en een grote piek van augustus tot november.

 windevedermot2

 bomenMoerascipres16 sep 2013september

Moerascipres, 16 sep 2013

 moerascipres

Soms is het moeilijk om te beslissen of een bepaalde soort nu inheems is of niet. Vaak komt dit door dat een buitenlandse soort heel goed inburgert: denk bv aan de halsbandparkiet of de Nijlgans. Bij de moerascipres is het een ander verhaal. Dit is nl een soort die als fossiel in Nederland is gevonden en daarna verdween, maar in het warme zuiden van de Verenigde Staten bleef bestaan. De moerascipres is met de inheemse Lariks en de watercipres een van de weinige naaldbomen die zijn naalden ‘s winters laat vallen. De moerassen van het zuiden van de VS zoals de Everglades vormen de thuisbasis van deze boom.

Bijzonder

De Moerascipres wordt 50- 60 m hoog en soms wel 1000 jaar oud. Daarbij wordt zijn stam zeer breed. Bomen van 5-8 m omtrek zijn niet ongebruikelijk. Hij kan maanden onder water staan. Daarvoor heeft de boom

een aantal bijzondere aanpassingen. Zo is het hout zeer rot bestendig en wordt daarom gebruikt voor dakbedekking, dakgoten en doodskisten. Ook het wortelstelsel is zeer degelijk en zwaar uitgevoerd. De meest bijzondere aanpassing vormen de zogenaamde kniewortels. Bij een boom die regelmatig onder water staat kunnen deze 1.5 – 2 m hoog worden. Met deze wortels kan het wortelstelsel ademen bij lange overstromingen. Bij moerascipressen die te hoog op land geplant zijn ontwikkelen deze kniewortels zich niet of nauwelijks.

Waar

We hebben in de Haarlemmermeer 4 moerascipressen gevonden. 2 in het Wandelbos, 1 in Badhoevedorp in de Dellaertlaan en 1 in Zwanenburg in het Wandelpark. De boom met de mooist ontwikkelde kniewortels van ca 30 cm hoog staat in Zwanenburg (foto). De bomen worden in de bomenroutes (zie meergroen website) vermeld. De veel op de moerascipres lijkende watercipres komt uit China en is een levend fossiel, dat pas in 1946 werd herontdekt. Deze soort is veel algemener aangeplant. Het eenvoudigste verschil tussen de beide soorten is dat de takjes van de watercipres precies tegenover elkaar vertakken en die van de moerascipres niet.

 plantenKaardenbol9 sep 2013september

Kaardenbol, 9 sep 2013

 kaardenbol

Deze warme en droge zomer is niet alleen gunstig voor insecten. In ons land komen ook plantensoorten voor die hun voorkeursverspreidingsgebied in droge steppen en rond de Middellandse zee hebben. Een daarvan is de Kaardenbol. Er bestaan 3 soorten kaardenbol, de bekendste is de Grote Kaardenbol met gekartelde gave bladeren, dan is er de slibbladige Kaardenbol met diep ingesneden bladeren en de kleine kaardenbol. Dat kleine slaat niet op de plant, want net als de andere familieleden kan deze plant 3 m hoog worden. Klein slaat op de bloemhoofdjes, die 5-10 maal kleiner zijn dan die van de beide andere soorten. De kleine kaardenbol heeft een voorkeur voor bossen in de halfschaduw. De beide andere soorten torenen hoog uit boven andere planten in weides. En dit jaar zijn ze bijzonder hoog. De kaardenbol is een tweejarige plant. Het eerste jaar maakt hij een bladrozet, waarmee hij ander planten in de omgeving aan de kant

duwt en in het 2e jaar schiet hij de hoogte in.

Bijzonder

Dat het een soort van droge voorkeursomstandigheden is, kun je aan de grote en slibbladige kaardenbol zien aan de bladvorm: bladparen vormen een kom waarin wel een halve liter regenwater verzameld kan worden. Deze waterbron wordt door vele insecten en kleine dieren gebruikt. De stevige stekels aan blad, stengel en bloem zijn een 2e indicatie. De grote kaardenbol is een wettelijk beschermde rode lijstsoort.

De bloeiwijze bestaat uit een rand van zeer veel nectar producerende bloemen die in een ring van onder maar boven tot ontwikkeling komen. De naam kaardenbol komt van het woord kaarden. Dat woord is redelijk bekend van het ontklitten van wol. Echter daar is de bloeiwijze niet sterk genoeg voor. Kaarden heeft ook een minder bekende betekeni, nl het ruwen van wol, waarvoor de bloeiwijzen wel gebruikt werden.

Waar

In de Haarlemmermeer worden kaardenbollen op verschillende plekken aangetroffen: o.a. in De Heimanshof, langs het insectenpad, in het Haarlemmermeerse Bos en in de Fruittuinen.

 paddenstoelenZwavelzwam31 aug 2013augustus

Zwavelzwam, 31 aug 2013

 zwavelzwam

Zwavelzwam

Omdat we als MEERGroen het Wandelbos in Hoofddorp in beheer hebben kom ik er elke week. Alle oorspronkelijke bomen in het bos zijn inmiddels 100 jaar oud. Maar elke boomsoort heeft zijn eigen groeisnelheid. Venijnbomen zijn nu 1 m in omtrek en midden in het wandelbos aan de vijver staat een Wilg van ruim 5 m omtrek. Op deze wilg verscheen deze week een grote heldergele paddenstoel, die bij nadere studie een zwavelzwam bleek te zijn. De paddenstoel ruikt niet naar zwavel, maar is helder zwavel geel.

Bijzonder

Het is geen zeldzame soort. Wel is het leuk de ontwikkeling van dit exemplaar te volgen, want in een paar weken kan een zwavelzwam meer dan 10 kilo zwaar worden. Zolang de zwam jong is en groeit, is het een van de meest smakelijke soorten. Het jonge vruchtvlees is wit en

sappig. Oude exemplaren zijn taai. Deze paddenstoel heeft geen lamellen of buisjes, in plaats daarvan is de heldergele onderkant bedekt met kleine poriën waar de vruchtbare vloeistof uit lekt. In Engeland heet hij ‘Chicken of the woods’ en hij schijnt ook echt naar kip te smaken. Het enige probleem is, dat je er allergisch voor kunt zijn. Dus laat hem maar hangen.

Voor de boom is de zwavelzwam geen onverdeeld genoegen. Wanneer een boom wordt aangevallen door de zwam, ontstaat rode rot, een schimmel, waardoor het harthout van de boom krimpt en bovendien roodachtig bruin verkleurt. De stam van de boom wordt langzamerhand steeds verder uitgehold. Op termijn gaat de tak of de boom er dood aan. Het heeft geen zin de tak af te zagen. De schimmeldraden zitten door de hele boom. De schimmel hoeft trouwens niet elk jaar een vruchtlichaam te produceren.

Waar

De zwavelzwam is een parasitaire schimmel van veel soorten loofbomen in de zomer en de vroege herfst. Wilgen, populieren en eiken zijn vaak waardbomen, maar op tientallen andere loofboomsoorten is de zwam aangetroffen en in grote delen van de wereld.

 vlindersOranje Luzernevlinder25 aug 2013augustus

Oranje Luzernevlinder, 25 aug 2013

 oranje_luzernevlinder

Vorige week was het onderwerp de distelvlinder; een trekvlinder die dankzij het mooie weer in grote aantallen van Afrika naar onze steken was afgereisd.

Deze week meldde zich een ander soort die waarschijnlijk ook vanwege dezelfde omstandigheden een invasie pleegt. Nu is invasie een groot woord. Er zullen niet tientallen vlinders tegen uw autoruit te pletter vliegen per rit.

De Oranje Luzernevlinder heeft als rups een voorkeur voor vlinderbloemigen zoals de luzerne, rode klaver, rolklaver e.d.

Mijn hele leven heb ik er geen gezien, hoewel ze elk jaar wel eens waargenomen worden. Maar deze week zag ik ze op 4 plaatsen: De Heimanshof, de rolklaver rijke bermen van de N201 bij het Haarlemmermeerse Bos, in het Groen Carré en net buiten de Haarlemmermeer in de

natuurspeelplaats Meermond, die sinds deze zomer door Meergroen voor de gemeente Heemstede in beheer is genomen.

Bijzonder

De Oranje Luzerne vlinder is verwant aan de koolwitjes, maar heeft een lichtoranje kleur. Er bestaat ook een Gele Luzerne vlinder. Tot de 60-er jaren werden er landelijk regelmatig duizenden exemplaren waargenomen. Tot begin deze eeuw ging dat achteruit tot 1000-1500. Sinds de eeuwwisseling nemen de aantallen weer toe. De oranje luzernevlinder is een zeer mobiele vlinder die tot de trekvlinders wordt gerekend en zeer grote afstanden kan afleggen. Ze trekken afzonderlijk of in kleine groepjes en volgen kanalen, rivieren, dijken en de kustlijn ter oriëntatie. In het najaar trekt de soort zuidwaarts. In de herfst is het in de Pyreneeën de talrijkste vlinder die zuidwaarts trekt. In Nederland zijn echter weinig waarnemingen van zo′n terugtrek bekend.

Waar

De oranje luzernevlinder is een trekvlinder die ieder voorjaar vanuit Zuid-Europa en Noord-Afrika naar het noorden vliegt. De eerste vlinders arriveren in mei en juni in ons land. De volgende generaties vliegen van begin augustus-eind oktober, aangevuld met nieuwe immigranten. In Zuid-Europa vliegt deze soort in 4-6 generaties.