bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 8 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 eik3bbomenEik (3)17 feb 2013februari

Eik (3), 17 feb 2013

 eik3b

De Steeneik kan 20 m hoog worden, maar is meestal vele kleiner omdat hij vooral op onvruchtbare rotsige plekken groeit. Hij heeft een korte stam en een brede, ronde kroon. De bladeren zijn hard en leerachtig en glanzend donkergroen en blijven jaren aan de boom, terwijl alle andere eiken bladverliezend zijn. Ze lijken op hulstbladeren en hebben ook stekels. Hij komt voor in het Middellandse Zeegebied tot aan de zuidrand van de Alpen. De boom is niet winterhard en staat daarom in de mediterrane kas van De Heimanshof. Vroeger bedekten wouden van steeneiken grote delen van het Middellandse Zeegebied. Hij is nu teruggedrongen tot steeds kleiner wordende arealen. De steeneik levert zeer hard, zwaar hout dat azijnhout genoemd wordt. Het leent zich voor onderdelen die zwaar belast worden, in de wagenmakerij en in molens voor de kammen van de wielen.

De Libanese eik blijft een vrij kleine boom van maximaal 8 m. Zijn bladeren zijn langwerpig en zaagvormig gelobt met een punt. Hij komt voor van Libanon tot in Iran

en is beperkt winterhard. Ook deze groeit daarom in de mediterrane kas van De Heimanshof.

Bijzonder

Eik is een Oud-Germaans woord en betekent boom. In Nederland en België kennen wij de zomer- en wintereik (Quercus robur en Quercus petraea). Robur betekent hard (eiken)hout en petraea van de rotsen omdat deze eik met arme grond, zelfs rotsgrond, genoegen neemt.

Het Griekse woord voor eik is drus en dat lijkt op het woord druïde voor de Keltische priesters, die ook wel eikmensen genoemd werden. Eiken waren voor de Kelten Heilige bomen en werden vereerd. Bij de Hettiten, Perzen, Grieken en Romeinen was de eik symbool voor wilskracht. De eik was voor veel volkeren een magische boom. De Griekse geschiedschrijver Tracitus schrijft dat de Germanen geen tempels kenden, alleen heilige wouden. Hij was erg onder de indruk van de machtige eikenbossen in Duitsland. Aan de voet van eiken spraken zij recht, brachten zij offers en begroeven zij hun doden.

 eik3a

 eik4bomenEikenbijzonderheden (4)25 feb 2013februari

Eikenbijzonderheden (4), 25 feb 2013

 eik4

Ook de naam Holland heeft met eiken te maken. Holland komt niet van ‘hol’ maar van ‘Holt’. Onze veengebieden bestonden vroeger uit machtige eikenbossen. Veeboeren op veenweides stuiten nog steeds elk jaar op enorme stammen van eiken die in het veen verzonken waren en die door het inklinken en vervliegen van het veen bovengronds komen, zogenaamde veeneiken (foto).

De grootste eik van Groot-Brittannië is ca 1000 jaar en heeft een stamomtrek van 12,7 m. De Chêne du Tronjoli (ook 1000 jaar) staat op een boerderij in Bretagne. De Kongeegen in Denemarken wordt op 1000 - 1400 jaar oud geschat. Op de Veluwe zijn eikenhakhoutbosjes gevonden die mogelijk al meer dan 1500 jaar om de 8- 10 jaar zijn ‘geoogst’. In vroeger tijden waren eikels vooral belangrijk als varkensvoer. Eikenhout is hard en sterk. En wordt nog steeds

gebruikt als constructiehout, voor parket, deuren en voor de bouw van bruggen en steigers.

De bast bevat, evenals het hout van de oudere bomen, looistoffen die gebruikt worden bij de leerindustrie. Door koken komen de waardevolle looizuren vrij die gebruikt worden voor het looien van huiden. Als dit looizuur met ijzer reageert ontstaat Oost-Indische inkt. Dat proces is te zien bij het omzagen van een eik: op de zaagsnede vormen zich zwarte vlekken. Op eiken komen zeer veel gallen voor. Wel 40 soorten galwespen gebruiken alle onderdelen van de eik:het blad, bladknoppen, eikels, takken en zelfs wortels. De galwesp en zijn larve geven een soort plantenhormoon af dat de plant aanzet tot het vormen van een verdikking. Deze is meestal hard aan de buitenkant en zacht en smakelijk van binnen en vormt een veilige en ideale plek om op te groeien voor jonge galwespen.

Waar

In alle gebieden boven de evenaar groeien eiken. Uitgestrekte eikenwouden besloegen ooit grote delen van Europa. Van deze oerbossen is er nog maar weinig overgebleven. Groot-Brittannië heeft de grootste en mooiste ongerepte oerbossen van Noordwest-Europa waar nog veel eiken staan.

 eikenbladwespinsectenEikenbladwesp11 aug 2011augustus

Eikenbladwesp, 11 aug 2011

 eikenbladwesp

Eiken zijn bomen die al heel lang in deze regio groeien. Hoe langer een soort ergens voorkomt, hoe meer andere soorten de neiging hebben om de mogelijkheden van die soort te benutten. De eik is daar een perfect voorbeeld van. Er leven honderden soorten met en van de eik. Bv. de Vlaamse gaai en de bosmuis verspreiden zijn eikels. Een paar honderd soorten schimmels leven samen met zijn wortels en krijgen suikers geleverd en zorgen zelf voor mineralen in retour. Ook het legioen insecten dat in en van de eik leeft is groot de vliegend hert larve en boktorren leven in zijn hout en wel 40 soorten galwespen hebben ontdekt dat het veilig toeven is in zwellingen (gallen) die zij produceren door het uitscheiden en inspuiten van een plantenhormoon: de buitenkant van die gallen is een veilige harde beschermlaag en de binnenkant is zacht en geschikt als voedsel voor de larve. En dan zijn

er ook nog tientallen tot honderden kevers en (nacht) vlinders, die van de eikengastvrijheid ge- en misbruik maken.

Bijzonder

De meeste wespen brengen hun larven groot met dierlijke prooien. Daarmee zijn wespen belangrijke plaagbestrijders. Maar in de natuur zijn er altijd uitzonderingen. Bij een heel andere groep wespen, die bladwespen genoemd worden, voeden de larven zich met plantendelen en kunnen bij massaoptreden vooral in rozen en in elzen economische schade veroorzaken. Op de eik komt een groep wespen voor waarvan de larven er uitzien als een kleine naaktslak. Vanwege hun uiterlijk worden ze ook wel bastaardrupsen genoemd. Zij hebben zich gespecialiseerd in het "skelletiseren" van bladeren, d.w.z. zij ontdoen het blad van alle cellen met bladgroen en laten alleen bovenste doorzichtige beschermlaag intact. Je vindt die larfjes door goed op deels licht verkleurende eikenbladeren te letten. Als je die om draait zie je groepjes larven zoals op de foto.

Waar

Eikenbladwespen zijn gebonden aan het voorkomen van eiken in de gematigde loofbossen van het noordelijk halfrond.

 eikenprocessierupsinsectenEikenprocessierups3 aug 2008augustus

Eikenprocessierups, 3 aug 2008

 eikenprocessierups

Deze week een insect dat (nog) niet in de Haarlemmermeer is waargenomen. Echter de eikenprocessierups is al wel onverwacht dichtbij waargenomen (bij Sassenheim) en de grote vraag is of en zo ja wanneer hij ook hier opduikt. Onze oplettende medewerking wordt daarom gevraagd vanuit het instituut in Wageningen dat zich met dit plaaginsect bezighoudt. De eitjes van de rups komen uit zodra de eerste jonge eikenbladen uitlopen. Na de 3e vervelling (half mei- eind juni) krijgen de rupsen de gevreesde brandharen op de rug. De rupsen worden 3.5 cm lang. Overdag zitten de rupsen in nesten aan de zonnige kant van eikenstammen. De nesten bestaan uit een dicht spinsel vol met vervellingshuidjes, (brand)haren en uitwerpselen. De rupsen eten ’s nachts, waarbij ze zich in lange slierten ‘kop aan staart’ verplaatsen. Hieraan hebben zij hun naam processierups te danken. De rups ontwikkelt zich vooral tot een plaag in zomereiken langs lanen en in erfbeplantingen. In bosgebieden lijkt er een biologisch evenwicht te bestaan met zijn natuurlijke vijanden, waardoor er nauwelijks problemen ontstaan.

Bijzonder

De

brandharen van de rups vormen voor mens en dier (vooral hond) het probleem. De meeste haren zijn 0,2 -0,3 mm lang. Elke rups heeft er tot een miljoen van. De pijlvormige haren kunnen huid, ogen en luchtwegen binnendringen. De stoffen die van de haren afkomen, veroorzaken een op allergie lijkende huiduitslag, rode ogen en hevige jeuk, die tot 2 weken kan aanhouden. Meestal verdwijnen de klachten vanzelf. In zeldzame gevallen kan braken, duizeligheid en koorts optreden. De rupsen hoeven niet te worden aangeraakt om last te krijgen. Ook door de wind verspreide haren kunnen voor passanten gevaarlijk zijn. De brandharen blijven ook na het vertrek van de rupsen (jarenlang) in de nesten aanwezig.

Waar

De plaag van de eikenprocessierups begon in 1991 in Nederland met de ontdekking van enkele nesten bij Hilvarenbeek. De soort verspreidde zich daarna over de zuidelijke provincies. In 1997 verdween de soort vrijwel en er werd gedacht dat dit insect wel weer uit Nederland zou verdwijnen. Maar door de warme zomers en droge winters sinds 2004 is de opmars dit jaar tot Sassenheim gekomen.

 eikenprocessierups2

 elzenhaantjeinsectenElzenhaantje12 okt 2008oktober

Elzenhaantje, 12 okt 2008

 elzenhaantje

De aanleiding voor deze week is een explosie van ‘rupsen’ in Getsewoud- Noord vorige week. Deze rupsen trokken massaal tuinen in en langs muren omhoog op zoek naar voedsel, nadat zij de elzen in de straat van al hun blad hadden ontdaan. Deze rupsen bleken de larven van het elzenhaantje. Dit 6-7 mm lange kevertje, met een opvallende glanzend donkerblauwe kleur, behoort tot de familie van de bladhaantjes. Dit kevertje is het belangrijkste bladetende insect op de els, maar komt ook voor op de populier, de hazelaar en de wilg. De elzenhaantjes overwinteren als kever op de grond onder bladeren en afgestorven plantenresten. Van april tot juni planten zij zich voort op elzen. De volwassen kevers knagen aan de bovenkant van het blad, terwijl de larven aan de onderkant hun best doen. Er blijft soms niet veel meer over dan kale takken of takken met bladsteeltjes en enkele nerfrestanten. De vrouwtjes leggen tot 900 oranje eitjes, die in groepjes aan de onderkant van een blad worden afgezet.

Uit de eitjes komen na 5 tot 14 dagen olijfgroene en later zwart wordende keverlarven, die zich na drie weken, vanaf juli, op de grond onder afgestorven plantenresten gaan verpoppen. Na 8 tot 11 dagen komt de nieuwe generatie kevertjes uit de poppen. Die daar normaliter blijven tot het volgende voorjaar.

Bijzonder

In Getsewoud waren het vorige week de jonge olijfgroene larven van het Elzenhaantje die, toen de elzen op waren, massaal op zoek gingen naar nieuw voedsel. Het Elzenhaantje vormt meestal geen echte plaag en ook de elzen die kaal worden gevreten, gaan daar meestal niet dood aan en lopen weer opnieuw uit. Het bijzondere aan deze uitbraak was dat deze zich voordeed in september, wanneer de nieuwe generatie kevers van dit jaar zich normaliter onder de grond stil houdt tot het volgende voorjaar. Het van slag raken van het bioritme van deze kevers kan te maken hebben met het veranderende klimaat, maar ook met andere nog onbekende ecologische factoren. Het probleem heeft zich inmiddels opgelost doordat de jonge larven door gebrek aan eten grotendeels omgekomen zijn.

Waar

Het elzenhaantje is een van de algemeenste bladkevers en komt in het hele noordelijke halfrond voor, overal waar Elzen staan.

 esbomenEs27 dec 2014december

Es, 27 dec 2014

 es

Het wordt veel aange­haald; dat de (Canadese) pop­ulier de ken­merk­ende boom van de Haar­lem­mer­meer is. Dat komt omdat deze boom overal aange­plant wordt.

Een min­stens zo algemene boom en een­tje die zich in tegen­stelling tot de pop­ulier mas­saal voort­plant (en zich dus hier kiplekker voelt) is de es. Bijna overal waar je staat kun je wel een (of veel) essen­bomen in je blikveld aantr­e­f­fen.

Een paar van de mooiste 100- jarige essen staan in het wan­del­bos Hoofd­dorp (3?3.5 m in omvang en ruim 40 m hoog), maar in alle wijken en ker­nen en bij oude boerder­i­jen en kerken zijn mooie exem­plaren te vin­den. De es maakt met de esdoorn zaden met vleugelt­jes.

Het essen­zaad (foto) heeft 1 vleugel en die van de esdoorn 2. Die vleugels ver­beteren ver­sprei­d­ing met de wind.

Bij­zon­der

Een es wordt ca 200 jaar oud, maar net als bij knotwilgen

kan essen­hakhout (dat om de 10 jaar wordt afgezet) de leeftijd van een boom aanzien­lijk ver­len­gen. De oud­ste bomen van de Haar­lem­mer­meer zijn dan ook ruim 300 jaar oude essen­hakhoutop­standen op de Een­denkooi van Stok­man bij Vijfhuizen. Deze 10 jaar oude stam­men wor­den sinds mensen­heuge­nis gebruikt voor palen en als brand­hout.

Maar essen­hout heeft veel meer gebruiksmo­gelijkhe­den. Het is buigzaam, veerkrachtig en recht. Het werd daarom gebruikt voor bv speren, maar nog steeds voor ste­len van gereed­schap zoals hamers, bezems, schep­pen, etc.

In Europa komt 1 inheemse soort es voor. In Noord-?Amerika bestaan nog een tien­tal soorten. Een kweekver­sie van de smal­bladige es, die in de herfst dieprode bladeren kri­jgt, wordt wel als straat­boom aange­plant. Er staan bv een paar exem­plaren waar de Boslaan in Hoofd­dorp over­gaat in de Sweel­incksin­gel.

De es was altijd een geliefde boom omdat hij een makke­lijke en vri­jwel ziek­tevrije soort was. Met de iep en de paar­denkas­tanje hoort hij sinds kort bij soorten die door een plaag (schim­mel) bedreigd wor­den.

Waar

De es groeit graag op natte tot tamelijk vochtige, voed­sel­rijke grond in loof­bossen en is zeer algemeen.

 esdoorncombibomenEsdoorn2 dec 2016december

Esdoorn, 2 dec 2016

 esdoorncombi

Kenmerkend voor deze tijd van het jaar is dat de bladeren massaal afvallen. Vandaar de keuze voor een van de meest voor komende bomen: de esdoorn. De Veldesdoorn is een andere inheemse soort. Maar ook de Suikeresdoorn en de Noorse Esdoorn kunnen in de Haarlemmermeer worden aangetroffen, naast vele cultuur variëteiten. Alle esdoorns of ahorns hebben een handvormig ingesneden blad, dat meer of minder scherp ingesneden kan zijn. Alle esdoorns hebben ook kenmerkende ‘helicopter’ zaden, die zijdelings aan elkaar vast zittende en elk voorzien zijn van een vleugeltje, waarmee ze makkelijk door de wind verspreid kunnen worden ( foto onder). De gewone esdoorn is een van de soorten die zich het beste uit weet te zaaien. Elk jaar zaait een moederboom zich tienduizenden malen uit, vaak tot wanhoop van tuin - en boseigenaren. Bij ons onderhoud in het Wandelbos Hoofddorp en ook bv in Landgoed Groenendaal, bestaat 40- 80% van ons werk in het uittrekken of - steken van

zaailingen van de esdoorns. In Groenendaal hebben we inmiddels 15 ha ‘klaar’ en nog 75 ha (3 miljoen zaailingen van 2- 20 jaar oud) te gaan van ca 20 moeder bomen.

Bijzonder

Ook in de winter zijn bomen aan allerlei kenmerken goed te herkennen. De gewone esdoorn kenmerkt zich door dikke groene knoppen. De Noorse esdoorn heeft dezelfde dikke knoppen, maar die zijn roodbruin. Esdoorns kunnen ca 30 m hoog worden. Ze hebben ook last een speciale schimmelsoort, die aan het einde van de zomer bijna alle bladeren met zwarte 1 cm grote vlekken kleurt (foto boven). Dood gaat de boom er niet van. Esdoorns hebben een sterke sapstroom in het voorjaar. De suikeresdoorn ontleent zijn naam aan het feit dat het sap ervan wordt op gevangen om er al of niet alcoholische dranken te maken. Het bad van de ‘Maple’ vormt de vlag van Canada. De esdoorn komt er veel voor en kleurt in de herfst de bossen rood.

Waar

De gewone esdoorn komt heel veel voor in deze regio, maar is van oorsprong een zuid - en midden Europese soort. Er zijn ca 200 soorten esdoorns bekend, die vooral op het Noordelijk halfrond voorkomen.

 essengalmetinzetbomenEssengal4 dec 2010december

Essengal, 4 dec 2010

 essengalmetinzet

Het voorjaar en de zomer hebben de naam de perioden te zijn dat je insecten kunt waarnemen. Maar ook in de rest van het jaar, zelfs in de winter kun je overal insecten aantreffen. Maar dan moet je wel weten waar je naar moet kijken. Een interessante manier om nu insecten te vinden, is via gallen: Als wij gestoken worden door een insect, bv. een mug, ontstaat er een bultje. Ooit miljoenen jaren geleden heeft eens een insect, waarschijnlijk een soort wesp, ontdekt dat zijn steek bij een plant ook aanleiding gaf tot een bultje, dat aan de buitenkant hard en aan de binnenkant zacht (en voor een larve) smakelijk was. Dat was dus een perfecte plek om kroost veilig groot te brengen. Zeker toen die larve ook die stof ging produceren en de bult (gal) steeds bleef groeien. Om die reden was dat insect zeer succesvol en ontwikkelden zich snel veel andere soorten. Van deze insectengroep zijn er in Nederland nu

wel 1400 soorten te vinden. Niet alleen (gal)wespen veroorzaken gallen. Ook vele muggen, vlinders en vliegen hebben deze truc ontdekt. Bijna op alle plantensoorten zijn er één of meer soorten gallen te vinden. Vooral de eik heeft er veel, wel 40. Nu de bladeren vallen, is er een leuke soort op essenbomen te vinden. Essen zijn de bomen die als zaden enkelvoudige vleugeltjes(´helicoptertjes´) vormen. Esdoorns maken dubbel gevleugelde zaden.

Bijzonder

De essengal, die bij het bladloos worden van de essen zichtbaar wordt, heeft geen Nederlandse naam. In het Duits wordt hij ´klunkern´ genoemd. Hij is nu bruin en is als groene bloemkoolachtig woekering ontstaan uit de bloemen. Deze ´klunkern´ kunnen de hele winter nog als bruine klonterige massa´s aan de boom zitten: Soms zit de hele boom er vol mee. Binnenin leven de larfjes van Aceria fraxinivora (zie foto)

Waar

Gallen kunnen overal in alle seizoenen en op bijna alle plantensoorten gevonden worden. Oog krijgen voor de verbazingwekkende verscheidenheid van gallen geeft een nieuwe dimensie aan het buiten in de natuur lopen.

 fenologieandersFenologie9 apr 2010april

Fenologie, 9 apr 2010

 fenologie

De bedoeling van mijn columns over de Haarlemmermeerse Flora en Fauna is om u te attenderen op de fascinerende dingen die constant om ons heen gebeuren. Om daar ook oog voor te krijgen is er geen betere manier dan om aan ´fenologie´ te gaan doen. Fenologie is de studie van de jaarlijks terugkerende natuurverschijnselen. Bij vogels bestaat dat b.v. uit het bijhouden wanneer de 1e exemplaren van een soort (b.v. de boerenzwaluw) terugkeren uit het zuiden. Bij planten komt dat neer op het bijhouden wanneer de 1e bloemen van elke soort bloeien en bij insecten houd je bij wanneer de 1e exemplaren van een soort verschijnen. Als je dat doet,

krijg je meer gevoel voor de verbazingwekkende dynamiek in de natuur. Bij mij begint de lente b.v pas als er weer in elke tuin een tjiftjaf zingt (dit jaar niet op 21 maart maar op de 17e). En daarbij verbaas ik mij elk jaar weer over het feit hoe een vogeltje van maar 4-6 gram de hele reis heen en terug van Spanje en Marokko overleeft en in één nacht opeens weer alle tuinen van ons land bevolkt. Voor de jeugdclub van De Heimanshof hebben wij formulieren gemaakt met lijsten van soorten die makkelijk te volgen zijn: één boekje voor vogels, 1 voor planten en 1 voor insecten. Als je geboeid raakt door deze natuurlijke dynamiek, en jaar in, jaar uit je gegevens bijhoudt, zoals sommige Heimanshof-vrijwilligers al tientallen jaren doen, krijg je ook meer inzicht in klimaatsveranderingen, het effect van zachte, droge, natte en koude seizoenen. Het belangrijkste is dat je leert kijken en luisteren naar je omgeving. De fenologieboekjes zijn te downloaden van www.deheimanshof.nl/jeugdclub/downloads.

 fluweelpootjecombipaddenstoelenfluweelpootje6 jan 2018januari

fluweelpootje, 6 jan 2018

 fluweelpootjecombi

Dit is de tijd van de winterpaddenstoelen. In herfst en zomer schieten de paddenstoelen als rakketten uit de grond en zijn ook binnen een paar dagen weer weg. Die moeten dus heel snel hun sporen rijp laten worden. In de winter gaat alles veel langzamer. De winterpaddenstoelen zijn daarom ook maandenlang te bewonderen en de hebben lange tijd om zoveel mogelijk sporen te laten verwaaien. Vele winterpaddenstoelen zijn eetbaar. Dat geldt bv voor de Judasoor die je veel in Chinese gerechten vindt. Ze ontlenen hun naam aan hun oorvorm en de overlevering dat ze er groeien sinds Judas met z’n oor aan de scherpe punt van de afgebroken vliertak bleef hangen toen hij er uit schuldgevoel een einde aan wilde maken. Ze smaken zoals ze eruit zien: Een stevige bite van kraakbeen met een peperachtige nasmaak. Het fluweelpootje is ook een heel algemene winterpaddenstoel, die als delicatesse geldt in de horeca en zoetig smaakt. Vooral

de hoed. In Azië worden ze gekweekt zonder licht en zien ze er heel wit uit (inzet).

Bijzonder

Hoewel de hoed het lekkerst smaakt (ook rauw) bevat de wat taaiere steel eens immuunsysteem versterkende stof en het mycelium in het hout een werkzame stof tegen kanker. Fluweelpootjes smaken zoetig omdat ze een antivries aanmaken in de vorm van suiker. Dat komt ze goed van pas, want ze komen in de witter pas tevoorschijn na de eerst vorst en kunnen ook vorst goed verdragen. Pas recentelijk is ontdekt dat de makkelijk herkenbare soort toch complexer in elkaar zit. Op basis van sporenkenmerken zijn 3 soorten een variëteit onderscheiden.

De kweekversie van Fluweel pootje is door de NASA meegenomen in de ruimte om het effect van zwaartekracht te onderzoeken. In de ruimte werden de strak gerichte dichte bundels paddenstoelen een wirwar van steeltjes en hoedjes.

Waar

Fluweelpootjes zijn een onmiskenbare en algemene paddenstoel door z’n steel die met fluweel begroeid lijkt en in bundels voorkomt op dood en ziekloofhout van wilgen ,elzen, populieren e.d.(foto)

 fraaiduizendguldenkruidplantenFraai Duizendguldenkruid8 aug 2010augustus

Fraai Duizendguldenkruid, 8 aug 2010

 fraaiduizendguldenkruid

De natuuronderwerpen, die ik wekelijks behandel, hebben ten doel uw belangstelling voor de natuur in de Haarlemmermeer aan te wakkeren. Vorige week kreeg ik een melding van een plantje dat die aandacht ten volle waard is: alleen de naam ´Fraai´ en dan ook nog ´Duizendguldenkruid´:daar wil iedereen toch wel eens naar gaan kijken! Dit plantje groeit massaal in een recreatiegebied dat best wel wat meer bezoekers kan gebruiken: het Groene Carré- Zuid oftewel ´de Gekantelde kavels´ net ten noorden van Hoofddorp, langs de N201. U vindt ze op een aantal plaatsen massaal in de berm langs het fietspad tussen de Hoofdvaart en de Rijnlanderweg. Fraai duizendguldenkruid bloeit overvloedig van juni tot oktober met dieproze, 1 cm grote bloemen, die alleen in de zon open gaan.

Bijzonder

De naam duizendguldenkruid is een vrije vertaling van zijn latijnse naam ´Centaurium´. Deze plant had zoveel goede eigenschappen had dat hij wel honderd goudstukken waard

was, of zelfs duizend gulden. De Grieken pasten deze plant al toe bij het bestrijden van koorts en de Romeinen als mondspoeling, om spieren te versterken, bij problemen met de gal, als voorjaarsreiniger en om sproeten te onderdrukken. Ook bij de Galliërs en in de middeleeuwse kloosters was het een veelgebruikt middel. Het kruid werd ook wel ´Gal van de Aarde´ genoemd, vanwege zijn extreme bitterheid: ´Bitter in de mond´

Waar

Fraai duizendguldenkruid is een warmteminnende soort met een voorkeur voor open, natte tot vochtige, kalkhoudende, matig voedselrijke tot zilte grond in duinvalleien, op groene stranden, in leemgroeven, langs plassen en op opgespoten terreinen. Het is een rode lijst soort, die plaatselijk algemeen is in een brede kuststrook en plaatselijk vrij algemeen rond Amsterdam en in het Waddengebied. De soort is zeldzaam langs het IJsselmeer en elders zeer zeldzaam. Deze fraaie soort is daarom een verrijking van onze lokale flora. Ik ontvang graag meldingen van andere standplaatsen!

 fraaiduizendguldenkruid2

 gagelplantenGagel30 aug 2009augustus

Gagel, 30 aug 2009

 gagel

De Gagelstruiken in De Heimanshof hebben volop katjes en een experiment met bierbrouwerij Klein Duimpje uit Hillegom hiermee, leverde recentelijk echt gagelbier op. Gagel komt in de Haarlemmermeer verder weinig voor, maar de struik is zo interessant dat ik u deze soort niet wil onthouden. Gagel is een inheemse struik van lichtzure en vochtige grond en wordt 1-2 m. hoog. Bij wrijven aan het blad komt een aangename harsachtige geur vrij. Net als elzen kan gagel in voedselarme bodems overleven door een symbiose met andere organismen in wortelknolletjes die stikstof vastleggen uit de lucht. Gagelstruiken hebben meestal of mannelijke of vrouwelijke katjes. Echter dezelfde struik kan van geslacht kan wisselen zodat hij in het ene jaar vrouwelijke katjes draagt en in een ander jaar mannelijke.

Bijzonder

Gagel werd vroeger als medicinale toverplant beschouwd: De latijnse naam van gagel: Myrica gale, is afgeleid van het Keltische woord gal, dat zoveel betekent als balsem. De Kelten maakten waarschijnlijk al extracten van gagelblad om pijnen aan handen en benen te verzachten. Zowel blad als twijgen van gagel hebben klieren die het harsachtige

aroma verspreiden. Deze hars heeft een roeswerking en werd b.v. bij kiespijn toegepast. Het blad en takken werden ook gebruikt om insecten te weren. Daarnaast werd de plant toegepast bij leerlooien en de gele bloemknoppen als verfstof. Gagel werd vanwege de bitterstof in het blad voor de ontdekking van hop tot de 13e eeuw gebruikt bij bierbrouwen. Gagel was het voornaamste bestanddeel van gruit; een kruidenmengsel van vooral gagel, rozemarijn en kruiden als duizendblad, serpentijn, laurierbessen, dennenhars en salie. Gruit gaf het bier smaak en had, net als hop, een conserverende werking. Er schijnt een heuse hop/gagel-oorlog ten grondslag te liggen aan het feit dat hop nu het geaccepteerde smaak/conserveermiddel van bier is. Gagel staat op de Rode lijst van planten als algemeen voorkomend, maar sterk in aantal afgenomen.

Waar

Gagel is een struik die voorkomt op kalkarme natte, zure of venige grond. De struik komt van nature voor in N-Amerika en NW-Europa. In Nederland is gagel plaatselijk vrij algemeen op de zandgronden in het oosten, midden en zuiden en in laagveengebieden en in het kalkarme duingebied te noorden van Bergen

 Gagelgrootmankatjes