bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 7 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 paddenstoelenDraadknotszwam4 dec 2009december

Draadknotszwam, 4 dec 2009

 draadknotszwam3

De meeste mensen hebben geen idee van de rijkdom van de Nederlandse natuur is. Toen ik gisteren aan iemand vroeg, hoeveel vogelsoorten er waren werd een getal van 2000 genoemd. Dan komt, omdat vogels opvallen, maar met alle zeldzame soorten meegerekend, zijn het er maar 400! Bij zoogdieren praat je over 50 en bij kruiden over 1500 soorten. Bij paddenstoelen, waar deze column over gaat, speelt het tegenovergestelde. Mijn gesprekspartner schatte het aantal soorten op 200. De website van de Mycologische vereniging meldt echter, dat er rond 1980 zo´n 3700 soorten bekend waren. En sinds de systematische registratie in 1980 zijn er maar liefst ruim 1000 nieuwe soorten ontdekt. Het is dus heel goed mogelijk dat het er wel 6000 zijn. Hoe dat komt, kan ik illustreren aan een paddenstoel die deze week op mijn pad kwam: de draadknotszwam. Dit zwammetje is erg klein en lijkt op een wormpje of een myceliumdraad. Van dit soort kleine paddenstoelensoorten zijn er duizenden. Ze kunnen korstvormig zijn of draadvormig. Maar allemaal zijn ze gespecialiseerd in een andere voedingsbodem

of groeiperiode. Op elke tak die u in deze tijd van het jaar oppakt van de grond, leven wel 2-10 verschillende miniscule zwammetjes. Van de ´echt´ paddenstoelen met duidelijk ontwikkelde vruchtlichamen, bestaan een paar honderd tot 1000 soorten.

Bijzonder

Ons draadknotszwammetje wordt 3-10 cm hoog en heeft een diameter van 0.5-2 mm. Dit zwammetje heeft een leuke toepassing, die vooral in Amerika speelt. Daar kan ´s winters heel lang een pak sneeuw op gazons, golfvelden e.d. liggen, die daardoor vatbaar worden voor een schimmel die het gras doodt. Door nu de draadknotszwam expres uit te zaaien wordt deze schadelijke zwam bestreden en jaarlijks miljoenen aan schade voorkomen.

Waar

De draadknotszwam groeit het liefst in de herfst op gevallen blad, strooisel en gevallen twijgen. Door zijn kleine formaat wordt hij vaak over het hoofd gezien, maar is vrij algemeen in Europa en Noord-Amerika.

 draadknotszwamlinzenknotsje2

 vogelsDraaihals21 mei 2011mei

Draaihals, 21 mei 2011

 draaihals2

Op 21 mei 2006 was de 1e Flora en Fauna column. Inmiddels hebben we ca. 300 soorten besproken en zijn er nog ca. 10.000 Haarlemmermeerse soorten te gaan. Vandaag een zeer bijzondere jubileum soort: de draaihals. Een dood exemplaar trof een Heimanshofvrijwilliger op 7 mei aan in haar tuin in Vijfhuizen. Of er een relatie is met rigoureus beheer van bosplantsoen in de buurt is niet duidelijk. De draaihals is een soort specht met een zeer teruggetrokken manier van leven. Hij heeft een uitstekende schutkleur die lijkt op boomschors (zie foto), zit vaak op de grond en wordt ook daarom vaak over het hoofd gezien. De draaihals dankt zijn naam aan zijn flexibele hals, die in vreemde kronkels gedraaid kan worden (zie filmpjes op youtube via zijn Latijnse naam: Jynx torquilla) Gebroed wordt in oude, meestal deels vermolmde loofbomen, omdat zijn snavel niet zo sterk is als bij andere spechten. Hij leeft vooral van mieren en hun poppen.

Bijzonder

De laatste decennia is de draaihals sterk in aantal afgenomen.

Begin jaren "90 waren er nog 80-180 paar in ons land en rond 2000 nog max. 65. De afname van de draaihals lijkt het gevolg van vochtiger zomers en het verdwijnen van zijn voorkeursbiotoop. Mogelijk spelen ook problemen in de overwinteringsgebieden een rol en verzuring van de grond en het gebruik van pesticiden, waardoor het aantal mierenkolonies afneemt. De draaihals is gebaat bij een zo natuurlijk mogelijk bosbeheer. Dat houdt o.a. in: het laten staan van dood (loof)hout, een mix van open en gesloten bos en kale open plekken. Zoals alle spechten heeft de draaihals een lange kleverige tong. De draaihals staat als ernstig bedreigd op de Nederlandse rode lijst. Internationaal is het geen bedreigde diersoort.

Waar

De draaihals is een zeer schaarse broedvogel vooral op de Veluwe. Hij broedt in een groot deel van Eurazië tot Japan en in NW-Afrika. Het is de enige trekvogel onder de spechten en overwintert ten zuiden van de Sahara. De voorjaarstrek is in april en mei. Mogelijk was onze vogel op trek

 draaihalskrommenek

 vissenDriedoornige Stekelbaars23 apr 2017april

Driedoornige Stekelbaars, 23 apr 2017

 driedoornige_stekelbaars

Driedoornige Stekelbaars

Het is voorjaar en dat blijkt niet alleen uit de bomen die in blad komen en de plantensoorten die bloeien. Ook onder water explodeert het leven, hoewel dat de meeste mensen ontgaat. Om die reden hebben we de onderwaterontdekwereld gemaakt op De Heimanshof met een 15-tal aquaria waar zichtbaar gemaakt wordt wat er allemaal aan interessant onderwater leven in de sloten en vaarten leeft. Natuurlijk zijn de kikkervisjes zich aan het ontwikkelen, die doen zich net als de meeste vissoorten tegoed aan de massale ontwikkeling van watervlooien. Een van de soorten die dat ook doet en in deze tijd extra aandacht vraagt, is het driedoornig stekelbaarsje. Daar hebben we een aantal exemplaren van en die hebben zich in deze tijd in een schitterend bruidskleed gestoken van felrood met lichtgevende blauwe ogen en die zijn druk met elkaar het hof maken en nestjes bouwen

(foto). Net als de 10-doornige stekelbaars meer of minder dan 10 stekels kan hebben, heeft de 3-doornige vaak meer of minder dan 3 stekels (2-4).

Bijzonder

Stekelbaarsjes zijn een ingewikkelde soort. Ze zijn namelijk geen familie van baarzen, maar van zeenaalden en zeepaardjes. Ze hebben geen schubben, maar beenplaten. Het is een algemene soort die voor veel dieren, waaronder lepelaars een belangrijke voedselbron is.

Waar

3-doornige stekelbaarzen komen met name voor langs kusten van Europa, Amerika en Azië op het Noordelijk halfrond. En er bestaan allerlei soorten of rassen van, gerelateerd aan de plek waar ze voorkomen. De kleinste soort blijft altijd in zoet water voor en kan 8 cm lang worden. In brak water komt een soort voor die 9 cm lang kan worden en op zee een soort, die wel 11 cm kan halen. Maar zo groot worden ze maar zelden. En de brakke en zoute soorten hebben zoet water nodig om zich voort te planten. De stekelbaars heeft bij die migratie veel last van de dijken en gemalen die wij als mens bouwen, waardoor hij in veel gebieden toch weer bedreigd raakt. De soort kan 4 jaar oud worden.

 kleine dierenDriehoeksmossel5 dec 2009december

Driehoeksmossel, 5 dec 2009

 driehoeks mosselentoolenburgseplas

De onderwaterwereld ontrekt zich grotendeels aan ons zicht. Bijgaande foto, met driehoeksmossels komt uit het onderwaterpad in de Toolenburgse plas. Het is een kleine mosselsoort van 3-5 cm, die door zijn gestreepte patroon ook wel zebramossel genoemd wordt. Het voorkomen van kuifeenden (b.v in de hoofdvaart) geeft meestal een goede indicatie waar deze mossels voorkomen, want zij vormen het hoofdbestanddeel van hun menu. De driehoeksmossel voedt zich door water te filteren. Net als zeemosselen maken ze byssusdraden om zich stevig aan een harde ondergrond te bevestigen. Meestal zitten ze in kluitjes op stukken steen. Op hun beurt worden ze vaak door zoetwatersponsen bedekt. De voortplanting is geslachtelijk; er zijn dus mannetjes en vrouwtjes. De eitjes en het zaad vinden elkaar in open water. De larven doorlopen een aantal stadia waarin ze zich voeden met bacteriën en alg. Na ongeveer een maand zetten ze zich vast.

Bijzonder

De driehoeksmossel levert een

belangrijke bijdrage aan schoon oppervlaktewater. Eén mossel kan 76 ml water per uur filtreren. In het IJsselmeer leven zoveel driehoeksmosselen, dat ze dit twee keer per maand volledig schoonzeven. Driehoeksmosselen richten ook economische schade aan omdat ze in uitlaatpijpen van elektriciteitscentrales en koelwatersystemen leven en deze hierdoor verstoppen. Vooral in Noord- Amerika vormen ze een groot probleem.

Waar

De driehoeksmossel leeft in grote meren, rivieren, en kleine stromende wateren en heeft zuurstofrijk water nodig. De soort komt oorspronkelijk uit ZO Rusland, en leefde in rivieren die afwateren naar de Zwarte en de Kaspische Zee. Door het graven van veel verbindingskanalen tussen rivieren in Midden- en Oost-Europa in de 19e eeuw en met ballastwater is de soort hier gekomen. In Europa is de driehoeksmossel inmiddels een algemene soort. De oudste waarneming uit Nederland dateert uit 1827 uit het Haarlemmermeer. Sinds 1988 komt hij ook in Amerika voor, waar hij de inheemse mosselen verdringt.

 driehoeksmosselverstoppenpijp

 paddenstoelenDuivelsei10 sep 2015september

Duivelsei, 10 sep 2015

 duivelsei

Deze week waren we ergens aan het werk in een bos met een dikke strooisel laag, toen we overal vuistgrote glibberige bollen aantroffen.

Wat die bollen waren, ontdekten we pas toen we iets verderop door een penetrante aasgeur een grote stinkzwam ontdekten. Deze nog ‘maagdelijke’ paddenstoel was uit een dergelijke bol gegroeid (foto). Een dergelijke ontwikkeling tot een 20cm hoge paddenstoel gaat in een paar uur. Het doorbreken van de bol doet de paddenstoel met een soort eitand op een ring rond een opening aan de top. Zowel de vreemde glibberigheid van de bol als de razendsnelle groei heeft mensen geïntrigeerd en daarom heeft deze bol de naam duivels ei of heksen ei gekregen. Allerlei andere opvallende organismen werden met een zelfde mix van ontzag en wantrouwen bekeken: duivelsnaaigaren, heksenkruid en

heksenboter zijn daar voorbeelden van.

Bijzonder

De grote stinkzwam vermenigvuldigt zich net als ander paddenstoelen met sporen. Er zijn in de loop van de evolutie honderden manieren ontstaan om deze sporen effectief te produceren en te verspreiden. De meeste paddenstoelen doen dat door er enorme hoeveelheid van te produceren die met de wind meegevoerd worden. De stuifzwammen en met name de reuzenstuifzwam of reuzenbovist zijn daar het schoolvoorbeeld van. De stinkzwammen hebben dat slimmer aangepakt. De aasgeur die ze verspreiden, trekt vliegen een aaskevers aan die de kleverige sporen aan hun poten mee krijgen om ze vervolgens overal heen te brengen. Dat gaat zeer efficiënt. Op de foto is deze glanzende grijze sporenmassa ook goed te zien. Binnen 3 uur was de gehele grijs gekleurde sporenmassa ‘op transport’ en bleef er een kale witte paddenstoel over, die op een morielje lijkt. Net als de meeste morieljes is deze paddenstoel als jong exemplaar eetbaar, hoewel de geur die hij om zich heen heeft, daar niet echt tot uitnodigt.

Waar

De grote stinkzwam houdt van zandige losse bodems met een dikke humus en stooisellaag en is vrij algemeen voorkomend.

 kleine dierenDwergmuis16 dec 2007december

Dwergmuis, 16 dec 2007

 dwergmuis

De leukste vondst bij het braakballenonderzoek van de Jeugdnatuurclub van De Heimanshof, 15 december jl. was een dwergmuis, die samen met een bosmuis, een veldmuis en 2 huisspitsmuizen op een dag op het menu van een kerkuil hadden gestaan. Een dwergmuis heeft knobbelkiezen, net als de huismuis en de mens, omdat het een alleseter is. Het voedsel bestaat uit zaden, bessen, insecten en rupsen. De dwergmuis moet dagelijks 1/3 van zijn gewicht eten om in leven te blijven. Hun staart dient als 5e ledemaat om door lange grassen en graanvelden te klimmen. Een territorium van een mannetje is 400 tot 600 m²; een vrouwtje leeft in een kleiner gebied. In de zomer zijn ze vooral in de schemer en nachts actief en in de winter meestal overdag. Mannetjes en vrouwtjes komen alleen bij elkaar om te paren en een 8-10 cm groot bolvormig nest te maken van geweven gras dat 60-100 cm boven de grond hangt. Na zo’n 18 dagen worden de jongen geboren. Als deze 15 dagen oud zijn, moeten ze voor zichzelf

zorgen.

Bijzonder

De dwergmuis is met 5-8 cm (plus een staart van 5-7 cm) het kleinste knaagdier van Europa en zelfs van de wereld. Volwassen dieren wegen 5-11 gram. (Een brief weegt 20 gram!) Door hun snelle voortplanting (tot wel 7 nesten per jaar, met elk zo′n 11 jongen) hebben dwergmuizen zich altijd goed kunnen handhaven. Moderne landbouwmethodes, vooral het spuiten van gewassen, het gebruik van combines en het platbranden van stoppelveldjes zijn zeer nadelig voor deze soort. Ook door het steeds meer uit productie nemen van landbouwgrond voor woningbouw neemt het aantal dwergmuizen elk jaar verder af. Daardoor is de dwergmuis op de rode lijst geplaatst als een soort die op dit moment nog niet bedreigd is. Het is de enige Europese muizensoort die zijn nest boven de grond bouwt en het enige zoogdier in Europa met een grijpstaart.

Waar

Dwergmuizen leven in bijna heel Europa en in Azië tot in Japan. Vooral in gebieden met hoge grassen, zoals droge rietvelden, graanakkers, hooilanden, verwilderde tuinen, overwoekerde heggen en bosranden. Tijdens strenge winters wagen ze zich ook bij mensen. Dat dwergmuizen in de Haarlemmermeer voorkomen, wordt regelmatig vastgesteld uit braakballenonderzoek. Hoe groot of hoe bedreigd de populatie hier is, door het afnemen van het areaal landbouwgrond, is niet bekend.

 kleine dierenDwergvleermuizen28 sep 2006september

Dwergvleermuizen, 28 sep 2006

 dwergruigedwergvleermuis

Als je in de bebouwde kom een klein vleermuisje ziet vliegen, is dat meestal een gewone dwergvleermuis. Deze beestjes zijn zo klein dat ze via luchtspleten in spouwmuren kunnen komen. Daardoor zijn zelfs nieuwbouwwoningen voor hen geschikte plaatsen om een kolonie te stichten.
Naast de gewone dwergvleermuis komt ook de ruige dwergvleermuis voor. Deze is iets groter, d.w.z 6- 15 gram (n.b een brief weegt 20 gram) en heeft een spanwijdte van zo’n 24 cm. De ruige dwergvleermuis houdt van een halfopen landschap met bosranden en water en liever niet bij bebouwing zoals de gewone. Muggen vormen zijn voorkeursvoedsel.

Waar

: De ruige dwergvleermuis komt bijna overal in Nederland voor.

Na de vleermuislezing van 16/17 september werden twee mannetjes gezien, die elkaar achterna zaten..

Bijzonder

: De ruige dwergvleermuizen zijn bijzonder omdat ze (met name de vrouwtjes) grote afstanden afleggen. De kraamkolonies zijn vooral in Noord Duitsland en de Baltische staten. Op weg naar het zuiden, zo rond eind augustus, trekken ze (net als veel vogels) langs de kust en kunnen ze bij oostenwind ook ver boven zee terecht komen. De mannetjes trekken niet met de vrouwtjes mee en blijven in deze regio gedurende voorjaar en zomer. Het kan zijn dat dit een gedrag is dat teruggaat op de laatste ijstijd.
In het najaar worden veel vleermuismannetjes territoriaal en jagen dan mannelijke rivalen weg uit hun territorium terwijl ze juist vrouwelijke soortgenoten proberen te lokken om mee te paren. Dat doen ze met harde geluiden die ′social calls′ worden genoemd en die lijken op een metalig raspgeluid. Deze geluiden liggen rond onze bovenste gehoorgrens, maar kinderen kunnen ze meestal goed horen. De normale echolocatiegeluiden zijn ruim twee keer zo hoog en absoluut niet te horen zonder bat-detector.
Zoals alle vleermuizen zijn ook de dwergvleermuizen streng beschermd.

 paddenstoelenEekhoorntjesbrood31 aug 2008augustus

Eekhoorntjesbrood, 31 aug 2008

 eekhoorntjesbrood

Vorig jaar had ik voor Hotel de Beurs langs de Kruisweg al eens een grote paddestoel gezien. Tegen de tijd dat ik er met een kenner bij was, was deze al verdwenen. Hij was of door slakken opgegeten of door iemand meegenomen. De kans dat iemand er met ‘mijn’ paddestoel vandoor was, was redelijk groot want deze grote jongen leek verdacht veel op de lekkerste paddestoel die er bestaat: het eekhoorntjesbrood of Porcini. Als dit waar was, zou het redelijk uniek zijn. Het eekhoorntjes brood is namelijk redelijk algemeen, maar bijna alleen in dennen-, eiken of beukenbossen. Op de Haarlemmermeerse klei is deze soort naar mijn weten nog niet eerder waargenomen. Als ecoloog blijft zo’n ervaring je helder bij en een snelle blik uit de auto vorige week, maakte duidelijk dat het weer tijd was. Onder de linden en tussen de struikjes stonden er dit jaar maar liefst 10 exemplaren. Sommige wel bijna een kilo zwaar. En het was inderdaad de koning onder de paddestoelen, waar Italianen, Duitsers, Polen en ander volken die dichter bij natuur staan, graag een stuk voor omrijden of een dag voor door het bos struinen. Eekhoorntjesbrood behoort tot de familie van de boleten, die geen plaatjes onder

de hoed hebben waaraan de sporen groeien, maar buisjes.

Bijzonder

De meeste boleten en ook veel andere paddestoelen hebben een symbiotische relatie met bomen. Een dergelijke symbiotische relatie, zoals de naam al zegt, is tot wederzijds voordeel. Bomen zoals de beuk, eik, wilg, haagbeuk, tamme kastanje, linde, den, hazelaar en larix kunnen vaak niet zonder. Symbiotische schimmels vormen b.v. een schimmelnetwerk om de wortels heen, dat het wortelstelsel beschermd tegen uitdroging, tegen het opnemen van zware metalen en tegen ongewenste, als parasiet levende organismen. Verder helpen de schimmels om voedingszouten op te lossen, waar de boom anders geen toegang toe krijgt en helpen zo mee aan de voeding van de boom. De schimmel profiteert op zijn beurt van de door de boom vervaardigde suikers.

Waar

Eekhoorntjesbrood tref je aan bij loofbomen en naaldbomen, vooral in lanen, bermen en bosranden op zandige of lemige bodem. Hij kan in de zomer en in de herfst gevonden worden. Deze soort komt met een aantal nauw verwante soorten overal voor in Europa en Noord-Amerika.

 eekhoorntjesbrood2

 grote dierenEgel11 sep 2015september

Egel, 11 sep 2015

 eegel

Deze week kwam ik overal egels tegen. In m’n eigen tuin, in De Heimanshof en helaas ook veel te veel platgereden op straat. Dat geeft aan dat de egels heel druk zijn om zich voor te bereiden op hun winterslaap. Ze leggen grote afstanden om zich vol te eten en een dikke vetlaag te maken voor een winterslaap van 6 maanden. Die winterslaap gaan ze in als het kouder dan 12 graden wordt, en dat gaat deze week gebeuren. Door al die stekels op hun huid zijn ze nl niet heel goed geïsoleerd tegen koude. Indien u om egels geeft, zorg dan dat er in hoekjes van uw tuin bergen takken en bladeren beschikbaar zijn, waar ze een nest in kunnen maken. Een egelkast onder een takkenhoop (met een gang ervoor om roofdieren buiten te houden) is ook een optie. Die maken we bv in De Heimanshof. In deze tijd eet de egel per dag 70g insecten, wormen, pissebedden en ook wel aas en groeit aan tot 1.5kg. In de winterslaap kan

dat teruglopen tot 350g. In Scandinavië kan de winterslaap 8 maanden zijn. En in Zuid-Europa nul, maar daar houdt hij weer een zomerslaap bij gebrek aan eten in de droge tijd.

Bijzonder

Van de zintuigen is vooral de reukzin goed ontwikkeld. Hierdoor kan een egel insecten die zich 3 cm onder de aarde bevinden opsporen. Onbekende stoffen of nieuwe geurtjes onderzoekt de egel met een extra zintuig dat tussen het gehemelte en de neusholte ligt. Daarbij produceert hij enorme hoeveelheden speeksel. Na afloop spuugt hij het speeksel op zijn rug terwijl hij zich in de vreemdste bochten wringt. Het zichzelf ′bespeekselen′ wordt vaak voor hondsdolheid aangezien. Van deze gevaarlijke ziekte hebben egels juist weinig last. De egel is beter bestand tegen gif dan veel andere dieren. Zo kan hij bijvoorbeeld 40x beter tegen adder- en wespengif dan een cavia. Ook kan hij tegen een dosis arseen die 25 mensen zou doden.

Waar

De egel is een van de bekendste en meest voorkomende grotere zoogdieren. Hij komt in heel west en Midden-Europa voor in landelijke en stedelijke streken.

 bomenEik (1)7 feb 2013februari

Eik (1), 7 feb 2013

 eik1

Na de lindesoorten in polder is het nu de beurt aan de eiken. In onze polder heb ik tot dusver 7 soorten gevonden. Graag laat ik u in de komende weken weten waar ze staan en wat er voor bijzonderheden aan te ontdekken zijn. Over eiken is een heel boek te schrijven. Ik ga dat proberen in 4 afleveringen samen te persen.

De meest algemene inheemse eikensoort is de zomereik. Deze boom kan een hoge ouderdom bereiken. De stam gaat gauw over in krachtige, maar kromme takken waardoor zich de kroon onregelmatig ontwikkelt en lichtdoorlatend is. De naam zomereik wijst erop dat de boom slechts in de zomer bladeren draagt in tegenstelling tot de wintereik. De bladeren ontluiken in de eerste helft van mei, hebben ronde lobben en korte stelen. Zomereiken zijn door de mens bevoordeeld boven wintereiken

omdat deze soort meer eikels produceert (de ‘mast’). Op deze mast werden de varkens vroeger vetgemest in de herfst.

Ook de wintereik is inheems. Ik heb maar 2 exemplaren gevonden in de polder: in het Wandelbos Hoofddorp en langs de Bennebroekerdijk. Het herfstblad van deze boom blijft gedurende de hele winter aan de takken, net als bij sommige beuken. De bladeren zijn glanzend en leerachtig, vrij regelmatig van vorm en hebben een lange steel. Ook deze soort kan zeer oud worden.

Een uitheemse soort die het erg goed doet, is de Turkse of Moseik (bv in het centrale parkje in Vijfhuizen of langs de Wieger Bruinlaan in Hoofddorp) Deze eik kan 35 m hoog worden. De bladeren zijn 10- 15 cm lang, glanzend groen aan de bovenkant en met kleine rechthoekige lobben. De rijping van de kleine vruchten vindt pas in het 2e jaar na bevruchting van de bloemen plaats. Ze zijn voor de helft omgeven door een vruchtbeker met draadachtige, lange schubben. Aan deze draadachtige schubben dankt de soort zijn naam van moseik. Dit ‘mos’ lijkt als een eskimomuts op de eikel te zitten. De schors is grijsbruin tot zwart en diep gekloofd. Hij groeit vooral in Zuidoost-Europa en West-Azië.

 bomenEik (2)10 feb 2013februari

Eik (2), 10 feb 2013

 eik2

De Hongaarse Eik kan tot 40 m hoog worden en heeft een brede kroon en hoogopgaande takken.

Langs de Hoofdweg-Oost in Hoofddorp tussen het Griekse restaurant en Quick-fit staan de enige drie Hongaarse eiken die wij ontdekt hebben, maar die mogen er dan ook zijn. Ze zijn ca 90 jaar oud en de dikste is ruim 2.5 m in omtrek. Deze soort komt uit de Balkan en met je vindt hem met name in Servië, Bulgarije en Roemenie. Het gekke is dat de boom nauwelijks in Hongarije voorkomt.

Deze eik houdt van zware, voedzame, iets zure gronden die in het voorjaar nat is en in de zomer kurkdroog. Hij houdt niet van een hoge grondwaterstand en heeft een hekel aan kalk. Opvallend is dat de bladeren aan de uiteinden van de takken zitten. Daardoor krijgt de boom een open kroon.

De

bladeren zijn met 10- 20 cm, erg groot en glanzend groen met ronde lobben en verkleuren in de herfst van geel naar bruin(Zie foto). De eikels worden voor 1/3 tot de helft omsloten door het napje.

De Amerikaanse eik komt, zoals de naam zegt uit Amerika en is goed winterhard. Het mooiste exemplaar in onze polder staat langs de Kromme Spiering weg (bij nr 289) en ook langs de Hoofdvaart voor het Oude Raadhuis staan er een aantal. Deze eik krijgt in de herfst mooi rood blad. Dit blad is opvallend groot (tot 22 cm) en geeft geen ronde maar puntige lobben. Hij kan 25 m hoog worden en groeit extra breed uit (foto). De Amerikaanse eik wordt niet zo oud. Met 80 jaar is het meestal wel gebeurd. Het hout van de Amerikaanse eik is minder waardevol dan dat van de zomer- en wintereik. Het rode herfstblad wordt veel gebruikt voor bloemstukken, meestal in combinatie met chrysanten. De eikels hebben een 2-jarige ontwikkelingscyclus. In het eerste jaar worden ze bestoven. Het worden dan kleine groene vruchtjes. Pas in het tweede jaar vindt de echte rijping plaats. De eikels worden dan groter dan die van zomer-en wintereik. Ze hebben ook een extra puntje waardoor ze als tolletjes zijn te gebruiken.

 bomenEik (3)17 feb 2013februari

Eik (3), 17 feb 2013

 eik3b

De Steeneik kan 20 m hoog worden, maar is meestal vele kleiner omdat hij vooral op onvruchtbare rotsige plekken groeit. Hij heeft een korte stam en een brede, ronde kroon. De bladeren zijn hard en leerachtig en glanzend donkergroen en blijven jaren aan de boom, terwijl alle andere eiken bladverliezend zijn. Ze lijken op hulstbladeren en hebben ook stekels. Hij komt voor in het Middellandse Zeegebied tot aan de zuidrand van de Alpen. De boom is niet winterhard en staat daarom in de mediterrane kas van De Heimanshof. Vroeger bedekten wouden van steeneiken grote delen van het Middellandse Zeegebied. Hij is nu teruggedrongen tot steeds kleiner wordende arealen. De steeneik levert zeer hard, zwaar hout dat azijnhout genoemd wordt. Het leent zich voor onderdelen die zwaar belast worden, in de wagenmakerij en in molens voor de kammen van de wielen.

De Libanese eik blijft een vrij kleine boom van maximaal 8 m. Zijn bladeren zijn langwerpig en zaagvormig gelobt met een punt. Hij komt voor van Libanon tot in Iran

en is beperkt winterhard. Ook deze groeit daarom in de mediterrane kas van De Heimanshof.

Bijzonder

Eik is een Oud-Germaans woord en betekent boom. In Nederland en België kennen wij de zomer- en wintereik (Quercus robur en Quercus petraea). Robur betekent hard (eiken)hout en petraea van de rotsen omdat deze eik met arme grond, zelfs rotsgrond, genoegen neemt.

Het Griekse woord voor eik is drus en dat lijkt op het woord druïde voor de Keltische priesters, die ook wel eikmensen genoemd werden. Eiken waren voor de Kelten Heilige bomen en werden vereerd. Bij de Hettiten, Perzen, Grieken en Romeinen was de eik symbool voor wilskracht. De eik was voor veel volkeren een magische boom. De Griekse geschiedschrijver Tracitus schrijft dat de Germanen geen tempels kenden, alleen heilige wouden. Hij was erg onder de indruk van de machtige eikenbossen in Duitsland. Aan de voet van eiken spraken zij recht, brachten zij offers en begroeven zij hun doden.

 eik3a