bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 11 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 bomenGinkgo20 mrt 2008maart

Ginkgo, 20 mrt 2008

 ginkgoboom+blad

In het kader van de Nationale boomfeestdag, waar in de Haarlemmermeer ook 9 scholen aan meedoen, aandacht voor een bijzondere boom. De Ginkgo of tempelboom is een levend fossiel, dat in zijn eentje een eigen orde vormt. In het Perm, zo’n 270 miljoen jaar geleden, bestonden er a1 8 soorten. Dat is nog voor het tijdperk van de dinosauriërs. Ook in de Limburgse steenkool zijn vaak afdrukken van Ginkgobladeren te vinden. De kroonvorm van de Ginkgo is bijzonder onregelmatig. Soms blijven de takken kort en soms groeien ze heel ver uit. De ginkgo kent zowel vrouwelijke als mannelijke exemplaren. Het verschil tussen beide geslachten is pas te zien wanneer de boom volwassen is. De boom wordt 40 meter hoog. In Nederland en België worden kleinere kweekvormen gebruikt.

Bijzonder

De Ginkgo is een evolutionaire overgangsvorm tussen naaldbomen en loofbomen. Dat is te zien aan de bladeren die lijken te bestaan

uit netjes naast elkaar liggende naalden.
De zaden zijn abrikoosvormig met een zilveren gloed (vandaar de naam Ginkgo: gin = zilver; kyo = abrikoos). Wereldwijd zijn er minder vrouwelijke Ginkgobomen dan mannelijke. Dit komt omdat de mens selectief mannelijke bomen aanplant: De zaadhuid van de zaden ruikt nl als ranzige boter na het op de grond vallen. De inhoud van de zaden wordt in China en Japan beschouwd als delicatesse, waaraan ook veel heilzame werkingen wordt toegeschreven. In Japan wordt de boom als een god vereerd. Het feit dat 4 bomen in Hiroshima de atoombom overleefden, heeft hier ook aan bijgedragen.

Waar

Ongeveer 7 miljoen jaar geleden verdween de Ginkgo uit Noord-Amerika en ongeveer 2.5 miljoen jaar geleden uit Europa. Wetenschappers dachten dat de boom was uitgestorven maar iemand herontdekte ze in 1691 in China. Daar werden ze door Boeddhistische monniken als heilige boom gekweekt. De oudste Ginkgo in de Haarlemmermeer staat op het kerkhof van de Hoofdvaartkerk en dateert uit de eerste jaren na de drooglegging. In de Bijbelse tuin achter de Katholieke Kerk aan de Kruisweg staan een groot mannelijk en vrouwelijk exemplaar van zo’n 100 jaar oud, naast elkaar. Ze staan ook in het bomenpad in het Haarlemmermeerse Bos en op het Aalburgplein in Floriande.

 plantenGlanshaver22 jun 2013juni

Glanshaver, 22 jun 2013

 glanshaver

Vorige week was de langste dag en daarmee was het begin van de zomer een meteorologisch feit. Met alle koude weken van dit voorjaar is het ecologisch nog niet zo ver. Ook het voorjaar begon dit jaar niet op 21 maart maar pas rond 10 april. Dat was namelijk het moment dat de honderd duizenden Tjiftjafjes die in Zuid- Europa en Noord-Afrika overwinterd hadden, zich weer in elke tuin meldden. Voor mij is dat het echte begin van de lente (dat in veel jaren wel samenvalt met 21 maart) net zoals het rijp en geel worden van de glanshaver voor mij het echte begin van de zomer is.

Bijzonder

Glanshaver is een hoog tot zeer hoog gras dat van rijke klei en leembodems houdt. Wellicht is het leuk om eens op te letten als u over de N201 (rondweg Hoofddorp) rijdt van de A4 naar het ziekenhuis. De bermen van de A4 tot de brandweer zijn

van het ’rijke’ type. In die bermen domineren dicht op elkaar staande 1-1.5 m hoge grassen zoals glanshaver en kropaar, terwijl van de brandweer tot het ziekenhuis de grond arm en zandig is. Daar zijn de grassen maximaal een halve meter hoog en staan ver uit elkaar met daartussen fel groene vlinderbloemigen zoals rolklaver, die hun eigen ‘kunstmest’ aanmaken. In de komende weken voltooit glanshaver (vroeger heette deze soort Frans raaigras) zijn levenscyclus. Op dit moment bloeit de soort en binnen 2-3 weken wordt zaad gevormd en wordt deze soort geel. Met zijn 1-1.5 m steekt deze soort boven alle kruiden en andere gewassen uit en domineert als zij geel wordt het visuele beeld. Let u maar eens op. Jammer genoeg worden vele bermen massaal gemaaid, zodat u dit verschijnsel niet kunt waarnemen. maar er blijven altijd genoeg bermen over voor de oplettende waarnemer. En in De Heimanshof kunt u het altijd komen ervaren (hoewel we ook daar deze hoge grassen in veel biotopen met de hand verwijderen)

Waar

Glanshaver is een algemeen gras van rijke en matig voedselrijke bodems in heel Europa, Noord-Afrika en Noord-Amerika.

 paddenstoelenGlanzend Druivenpitje9 dec 2012december

Glanzend Druivenpitje, 9 dec 2012

 druivenpitje

Ondanks het donkere droevige weer is er in de natuur (als je goed kijkt) nog veel moois te ontdekken. Deze week trok een curieus organisme de aandacht: Iets wat in kennerskringen het glanzend druivenpitje genoemd wordt.

Bijzonder

Dit organisme troffen we aan op een paar takjes in de Groene Weelde. Het was een minuscuul maar opvallend heldergeel plekje. We hebben het over een slijmzwammensoort. Wereldwijd zijn er ca 500 soorten. I.t.t. wat de naam suggereert, is het geen paddenstoelensoort. Paddenstoelen bestaan uit zwamdraden, maar slijmzwammen bestaan uit losse amoeboide cellen, die aan voedsel komen door op bacteriën en schimmels te jagen en hen te verteren door ze te omsluiten. Het is een unieke oeroude levensvorm, het resultaat van experimenten uit de begintijd van het leven, die op het zelfde niveau staat

als het dierenrijk en het plantenrijk. Alle levensvormen op aarde behalve slijmzwammen hebben gemeen dat ze uit cellen bestaan met 1 celkern. In een deel van zijn bestaan heeft de slijmzwam dat ook, maar soms versmelten alle losse cellen tot een ‘plasmodium’. Dat is een soort reuzencel, waarbinnen celkernen uit de oorspronkelijke cellen zich gedragen als zelfstandige cellen die zich delen en sporen vormen. Veel slijmzwammen hebben intrigerende namen: Het spreekt nl zeer tot de verbeelding dat plasmodia ’blobs’ zich kunnen verplaatsen tijdens hun jacht op voedsel. Een andere soort heet bv ‘heksenboter’. Plasmodia vertonen zich vaak na regenval als er veel te jagen valt en ze flink kunnen groeien of bij droogte, wanneer ze het benauwd krijgen en sporen willen vormen. Bij ons glanzend druivenpitjeskolonie zijn het de sporenvormende sporangiën die door hun heldergele kleur de aandacht trekken. De mooie kleur duurt maar kort. Na 24 uur zijn de sporen rijp, is de kleur weg en verstuiven de sporen.

Waar

Slijmzwammen en ook het glanzend druivenpitje zijn niet zeldzaam. Deze soort leeft soms enkele cm’s boven de grond op afgevallen blaadjes en takjes.

 insectenGlanzende Houtmier (1)24 nov 2012november

Glanzende Houtmier (1), 24 nov 2012

 glanzendehoutmiernest

Een paar weken geleden kwam iemand naar De Heimanshof met een vreemd bouwsel,die hij de grond van zijn tuin had gevonden. Er zijn allerlei soorten insecten die nesten bouwen, vooral volkenvormende sociale insecten zoals de gewone wesp, hoornaars, hommels maar ook graafwespen en mieren. De meeste nesten worden van papierachtig materiaal of van pluizig materiaal zoals mosjes gemaakt. Dit nest was vrij stevig met grote kamers die gemaakt leken van aan elkaar gekitte zandkorrels (zie foto). De puzzel werd uiteindelijk pas opgelost met hulp van specialisten uit Naturalis in Leiden. Die deden de suggestie van de glanzende houtmier. De meeste mensen kennen de zwarte wegmier, die veel onder tegels huist, de gele weidemier die zandheuvels in grasland maakt of de rode bosmier met zijn dennennaaldennesten in bossen. Maar er zijn in Nederland

wel 50 soorten mieren bekend van de 12000 soorten wereldwijd. Elke soort heeft zich op zijn eigen wijze ontwikkeld met een specialisatie waarmee hij de concurrentie met andere soorten aankan. De Glanzende houtmier is een 4-6 mm grote diep zwart glanzende mier.

Bijzonder

De glanzende houtmier of karton mier leeft meestal in holle bomen tussen de wortels. De binnenkant van de boom kan geheel gevuld worden met een soms reusachtig nest met hele grote kamers. Dat nest lijkt van karton gebouwd, omdat het bestaat uit fijngekauwd hout wat met een suikerhoudend speeksel aan elkaar gekit wordt. De wanden bestaan voor 50 % of meer uit suiker. Het nest kan ook doorgebouwd worden in de grond en kan dan zoals in ons geval voor een groot deel uit zandkorrels bestaan. Om de wanden een grotere stevigheid te geven, kweken de mieren bepaalde soorten schimmels in de kamers. Deze schimmels worden niet gegeten, maar dienen uisluitend om met hun zwamdraden de wanden te verstevigen. De speciale schimmelsoort heeft dagelijks zorg van de mieren nodig om niet overal heen te woekeren en in nieuwe kamers zijn werk te doen. Volgende week verder.

 insectenGlanzende Houtmier (2)1 dec 2012december

Glanzende Houtmier (2), 1 dec 2012

 glanzendehoutmier2

De vestiging van een volk is een complexe zaak. De glanzende houtmier heeft nl een nest van een andere soort mieren nodig als start. Daarvoor hebben de houtmieren een speciaal wapen. Dit wapen bestaat uit geurstoffen die ook door mensen waar te nemen zijn als een zoete geur. Voor mieren is deze geur een sterk alarmteken. Bij proeven met het loslaten van een handvol glanzende houtmieren in de kolonie van een andere soort vluchten de koninginnen met een deel van de werksters onmiddellijk. Deze proef verklaart waarom vaak verschillende jonge koninginnen van de glanzende houtmier zich vestigen in een bestaand nest van een andere soort. De eieren en larven worden eerst door de werksters van het andere volk verzorgd en grootgebracht. Geleidelijk wordt de andere soort weggedrukt terwijl hun gezamenlijk kolonie zich uitbreidt. Dit wordt sociaal parasitisme genoemd. Terwijl andere mierensoorten met een eenvoudig grondnest vrij snel verkassen bij verstoringen, doet de glanzende houtmier dit zelden of nooit. Dat

komt omdat het maken van een dergelijk nest een grote investering is. Een gevestigd glanzende houtmiernest kan vele jaren blijven voortbestaan en 2 miljoen werksters tellen. Deze mieren leven van het melken van bladluizen. Vanuit het nest gaat van april tot met september een gestage stroom van mieren tegen de stam omhoog. Daar oogsten ze honingdauw en melken ze bladluizen en komen dan met opgezwollen achterlijven naar beneden.

Waar

De glanzende houtmier leeft in holle bomen in de onderkant van de stam en tussen de wortels in de grond. De voorkeursoorten zijn eik, linde en berk, maar ander soorten komen ook voor. De linde is een logische soort die bekend is van zwarte aanslag eronder afkomstig van bladluizen. Deze bladluizen produceren het voedsel waar deze mieren van leven: honingdauw of luizenpoep. De glanzende houtmier wordt gaandeweg een steeds zeldzamer soort, met name door het feit dat holle bomen preventief verwijderd worden door de mens.

 glanzendehoutmier2a

 vogelsGoudhaantje21 okt 2007oktober

Goudhaantje, 21 okt 2007

 goudhaantje

Het goudhaantje en zijn neefje het vuurgoudhaantje zijn de kleinste broedvogels van Europa, die nu in gezelschap van mezen in grote getale aan het trekken zijn en daarbij ook de tuinen en parken van de Haarlemmermeer bezoeken. De kans daarop is het grootst als er ergens naaldbomen staan. Het goudhaantje is een schuw en teruggetrokken levend dier. Het ijle ziee, ziee geluid waarmee de vogeltjes non-stop contact houden, is vaak de beste manier om ze te ontdekken. Het goudhaantje leeft bij voorkeur in naaldbossen en gemengde bossen. Het eet veel spinnensoorten en insecten, vooral vliegen, luizen en kevers en hun larven, maar af en toe pakt hij ook grotere insecten zoals nachtvlinders. Overdag zoekt hij constant eten, springend of ondersteboven hangend aan een tak. De paartijd is van april tot mei. Ongebruikelijk voor de meeste vogels is dat goudhaantjes vaak twee nesten bouwen. Het is gemaakt van mos en korstmos en het wordt bij elkaar gehouden door spinnenwebben. De bouw kan wel twee weken duren. Hoewel het vrouwtje de eieren uitbroedt, worden de kuikens eerst alleen maar door het mannetje gevoerd.

Daardoor kan het vrouwtje in het andere nest opnieuw eieren leggen en uitbroeden. Een legsel bestaat meestal uit 7-10 eieren.

Bijzonder

Goudhaantjes zijn ongeveer 9 cm lang en wegen 4-7 gram. Hoe klein dit is blijkt uit het feit dat een gewone enkelvoudige brief maar 20 gram weegt. Voor zo’n klein dier is het daarom een grote prestatie om over land en zee, naar Spanje, Oost-Europa en delen van noordelijk Afrika te trekken. Het vindingrijke goudhaantje zweeft vaak boven een spinnenweb, en wacht totdat hij gevangen insecten kan pakken.

Waar

Goudhaantjes komen wijdverspreid voor, vooral in de duinen en in Oost en Zuid- Nederland. De schattingen van het aantal broedparen in ons land variëren van 40.000-60.000. Of er veel in de Haarlemmermeer broeden is niet bekend. Wel trekken er grote aantallen door in de herfst en winter. Deze kleine vogels hebben veel last van slecht weer en strenge winters en daardoor schommelt hun aantal soms dramatisch. Goudhaantjes zijn vooral kwetsbaar tijdens de trek. Afname van leefgebied in het bos vormt ook een bedreiging.

Terugmeldingen

: Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe en een doortrekkende slechtvalk en haviken langs de Geniedijk.

 vogelsGoudplevier19 dec 2010december

Goudplevier, 19 dec 2010

 goudplevierwinterkleed

Iedereen kent de kievit. Het is een steltloper, die gespecialiseerd is in jagen op het oog. Daarom leeft deze soort op kale akkerlanden en korte graslanden. Andere steltlopers zoals de grutto en de wulp jagen op het gevoel. Met hun lange gevoelige snavels prikken ze in de (zachte) grond. De kievit maakt deel uit van een veel grotere groep oogjagers: de plevieren. In de Nederlandse vogelgidsen staan wel 13 soorten plevieren. Eén van deze soorten, de goudplevier, is een regelmatige bezoeker van onze polder gedurende de trek. Je treft hem aan tussen de grote groepen kieviten die langs de A4 op de kale velden voedsel zoeken, gedurende de hele winter. Tenminste zolang het niet te hard vriest, want dan verhuist iedereen voor de vorstgrens uit, naar het zuiden. De goudplevier is in zijn zomerkleed een prachtige verschijning. Zie foto. In zijn winterkleed is hij heel wat minder deftig (zie inzet). In de herfst zijn er echter nog heel wat exemplaren die geheel of gedeeltelijk in ´prachtkleed´ zijn.

Bijzonder

Het verlies van biotoop

is de oorzaak dat de goudplevier in Nederland geen broedvogel meer is. Het laatste broedgeval werd in 1974 vastgesteld bij Budel en dat was de eerste keer na het voorlaatste broedgeval bij Fochteloo in 1937. Wellicht dat het Plan Goudplevier van Natuurmonumenten in Drenthe weer mogelijkheden biedt. Als trekvogel gaat het niet slecht met de goudplevier. Tussen 1980 en 2006 namen de aantallen toe, steeds met een maximum van enige honderduizenden in de maand november over heel Nederland. De goudplevier was het onderwerp van discussie tussen de directeuren van de Guinness Brouwerijen aan het begin van de jaren vijftig. Eén van de heren dacht dat deze vogel de snelste ter wereld was. Uiteindelijk is uit deze discussie het Guinness Book of Records ontstaan.

Waar

In Nederland zijn goudplevieren het meest in het voorjaar (maart-april) en in het najaar (september-december) te zien. Ze broeden ´s zomers in Scandinavië en Rusland.

 goudplevierzomerkleed

 insectenGraanklander19 dec 2015december

Graanklander, 19 dec 2015

 graanklander

In de zaadvoorraad van onze granen ontdekten we deze week honderden kleine zwarte kevertjes. Deze 3-4 mm waren graanklanders, een snuitkeversoort. De snuitkevers zijn met 35000 soorten wereldwijd een van de meest soortenrijke families van alle diergroepen. Graanklanders zijn oorspronkelijk geen inheemse soort. Ze leven in tropische en mediterrane streken en zijn met graantransporten hier lang geleden al terecht gekomen om niet meer te verdwijnen. Ze planten zich niet voort als de temperatuur lager dan 13 of hoger dan 30 graden is en hebben een hoge relatieve vochtigheid nodig.I.t.t vele andere keversoorten ,waaronder de verwante rijstklander en maisklander kunnen ze niet vliegen om zich te verspreiden. Lopen doen ze echter als de beste en ze zijn ook heel goed in staat om gebruik te maken van allerlei transportmogelijkheden. Hun voorkeurvoedsel bestaat uit graankorrels, maar bij gebrek daaraan nemen ze soms ook

genoegen met andere zetmeelproducten zoals koekjes of dierenvoer. De kwaliteit van graanvoorraden gaat achteruit doordat het graan muf wordt en door de achtergelaten uitwerpselen.

Bijzonder

Een graanklander kan 100 dagen tot een jaar oud worden onder gunstige omstandigheden en 3 -4 generaties per jaar produceren. De wijfjes leggen maar 2-3 eieren per dag, maar door hun lange leefduur kan het aantal dieren toch flink oplopen. Ze hebben in graan voorraden een voorkeur voor het midden van hopen omdat het daar iets warmer is. Het wijfje ligt 1 ei per graankorrel, door er een gaatje in de knagen, daarin een ei in te leggen en het gat weer af te dekken met een soort stopverf in dezelfde kleur als de korrel. Bij het bestrijden van graanklanders helpen bestrijdingsmiddelen niet, al was het maar om dat de graanvoorraden dan onbruikbaar worden. Droog en koel bewaren en liefst invriezen is een probaat middel of in een afgesloten zak of vat weggooien.

Waar

Graanklanders komen wereldwijd voor zowel in huiselijke voorraden als professionele graan opslagplaatsen.

 vogelsGrauwe Gans23 nov 2008november

Grauwe Gans, 23 nov 2008

 grauwegansgroot

‘s Winters trekken er overal ganzen in lange V-vormige slierten over de Haarlemmermeer, die soms op akkers en graslanden neerstrijken. De meest voorkomende soorten zijn kolgans, rietgans en grauwe gans. De grauwe gans is een van de (vele) goed nieuws natuurverhalen van de laatste tijd. In de 50-tiger jaren was de gans als broedvogel in Nederland praktisch uitgestorven (als wintergast bleef de soort wel algemeen). Jacht, gebrek aan geschikte gebieden en wellicht ook pesticiden hadden daaraan bijgedragen. De drooglegging van de Flevopolders en vooral de Oostvaardersplassen hebben er sterk aan bijgedragen dat ze weer bleven om te broeden. De toename ging daarna explosief. De 150 paar uit 1970 waren in 2005 toegenomen tot zo’n 25.000 paar en de aantallen nemen nog steeds toe. Grauwe ganzen broeden graag op de grond in bosjes met grasland en riet in de buurt. Die vinden ze zelfs, nu de Oostvaarderplassen vol zijn, op allerlei curieuze plaatsen, zoals kruisingen van snelwegen.

Bijzonder

De grauwe gans is de stamvader van de tamme gans en maakt hetzelfde geluid. Tijdens het broedseizoen

verliest een gans al zijn slagpennen tegelijkertijd en kan dan een tijd niet vliegen. In die tijd houdt hij zich het liefste schuil in rietvelden. Daar kan hij, door het eten van jong riet de (excessieve) verspreiding van deze soort tegengaan. Dat de Oostvaardersplassen niet zijn dichtgegroeid, is vooral hieraan te danken. Het broedsucces van de grauwe gans heeft in de Haarlemmermeer tot een speciaal probleem geleid. De vogel weegt wel 3-4 kg en kan aanzienlijk schade aan vliegtuigmotoren aanrichten als hij aangezogen wordt. Daarom worden ganzen tot in de wijde omtrek rond Schiphol zwaar vervolgd. Of dit veel zin heeft als de ganzen van half Europa naar Nederland komen, waar de ecologische omstandigheden verder ideaal zijn, is de vraag.

Waar

In Nederland broeden grauwe ganzen in moerassen en andere vochtige gebieden. In de winter overwinteren ganzen uit heel Noord- en Oost-Europa in Nederland. Broedende grauwe ganzen kunnen in de buurt van de Haarlemmermeer aangetroffen worden in de Kagerplassen, in de kruising van de A9 en de A2 en aan de Ouderkerkerplas. Voor meldingen van broedgevallen in de polder zelf, houden wij ons aanbevolen.

 grauwegans

 bomenGrijze Wilg2 feb 2017februari

Grijze Wilg, 2 feb 2017

 grijzewilg

Kenmerkend voor het landschap in het westelijk deel van Nederland is de grijze wilg. Het is een van de 80 soorten wilgen die in Nederland voor komen. Een deel daarvan is struikvormig en een deel boomvormend. De grootste soort van allemaal is de grijze wilg. Na 60 jaar kan hij zo groot worden dat hij onder z’n eigen gewicht in elkaar stort. Het is maar weinig bomen in Nederland vergund om ouder dan 100 jaar te worden. Een wilg van 100 jaar oud kan wel 6-7 m stamomvang hebben. Een van de mooiste grijze wilgen in de Haarlemmermeer staat in Graan voor Visch op het veld bij het politie bureau (foto achteraan). Deze boom meet ruim 6 m omtrek en vertoont nog geen spoor van verval. Vroeger was hout een van de belangrijkste brandstoffen. De snelle groei (elk jaar 2-3 m) en het risico van instorten heeft mede geleid tot het gebruik om wilgen te knotten. Elke 5 jaar is er dan weer genoeg brand - en bouwhout beschikbaar.

Een geknotte wilg kan veel ouder ( 200 jaar) worden dan een die niet geknot wordt, omdat hij dan minder last heeft van z’n ’overgewicht’. En dat ondanks het feit dat knotwilgen inrotten en hol worden. Dat hol worden is weer een zegen voor vele planten en dieren die daarin een toevluchtsoord vinden.

Bijzonder

De 80 soorten wilgen kruisen onderling makkelijk. Dat heeft geleid tot een verwarrende mix van kenmerken. Maar de hoofdsoorten zijn altijd wel te herkennen: treur wilgen hangen, katwilgen hebben hele lange smalle bladeren, geoorde wilgen hebben 2 ‘oortjes’ naast elk blad, waterwilgen zijn horizontaal uitgroeiende struikwilgen met grote katjes en boswilgen hebben mooie katjes en groeien juist verticaal.

Waar

Wilgen staan overal. In De Heimanshof wordt op 15 februari een bijzondere snipperdag georganiseerd waarbij de 60 jaar oude wilgen van de struintuin getopt worden met een grote kraan omdat ze te zwaar worden. Het hout wordt gesnipperd voor de bos paden in de tuin. U wordt van harte uit genodigd om te komen kijken en met ons een snipper dag te nemen.

 insectenGroene Glazenmaker (1)10 aug 2012augustus

Groene Glazenmaker (1), 10 aug 2012

 groeneglazenmakerman en vrouw

In De Heimanshof zijn we altijd bezig met het ontwikkelen van de ecologische variatie in te tuin. Zo heeft het een aantal jaren gekost om het water in de vijver geschikt te krijgen voor een redelijke populatie krabbenscheer. Dit is een karakteristieke plant in het verlandingsproces van vaarten en meren. Een onverwacht heugelijk bij-effect daarvan bleek deze week: met de krabbenscheer verscheen een nieuwe soort grote libel: de groene glazenmaker. Vrouwtjes zijn geheel groen en mannetjes groen met een blauw achterlijf (zie foto van paring).

Bijzonder

De groene glazenmaker is niet alleen bijzonder omdat het een beschermde inheemse diersoort is volgens de Natuurbeschermingswet en op de Rode lijst van bedreigde dieren staat als ’ernstig bedreigd’, maar ook door zijn afwijkende gedrag. Het vrouwtje legt haar eieren uitsluitend op de bladeren van de krabbenscheer. De groene glazenmaker is de enige libel

die haar eieren alleen maar in de bladeren van één plantensoort legt. Deze eieren overwinteren en pas in het voorjaar komen de larven uit. Tussen de getande bladeren zijn ze er de 2-3 jaren van hun larventijd redelijk veilig. In de winter zakken de krabbenscheerplanten naar de bodem en daarmee ook de eieren en de libellenlarven daartussen. Dit is een gevaarlijke periode, want het water op de bodem is door de grote hoeveelheid verterende waterplanten snel te arm aan zuurstof. Enige stroming in het water door kwel of natuurlijke stroming is daarom essentieel. De volgroeide larven vervellen vanaf juni tot volwassen libellen. Bij de meeste libellensoorten brengen de mannetjes het grootste deel van de dag bij het water door. In de loop van de ochtend verschijnen ze bij het water, jagen, kibbelen met andere mannetjes en kijken uit naar de vrouwtjes. De vrouwtjes worden maar zelden bij het water waargenomen. Ze zoeken beschutte en warme plekken in de omgeving op. Het leven van de groene glazenmaker verloopt heel anders.

 groenglazenmakeropkrabbenscheer

 insectenGroene Glazenmaker (2)18 aug 2012augustus

Groene Glazenmaker (2), 18 aug 2012

 groeneglazenmaker2vrouwtje

Het gedrag van groene glazenmakers wijkt af van dat van alle andere soorten. De mannetjes vliegen b.v. al rond zonsopkomst, met bedauwde vleugels, over de krabbenscheerplanten op zoek naar vrouwtjes die daar de nacht doorgebracht hebben. Deze vroege paring is uniek in de libellen wereld. De mannetjes van de groene glazenmaker zijn nl in staat zichzelf op te warmen door hun vleugels in een zeer snelle trilling te brengen. Daarna rusten ze tot ongeveer 9.00 uur. De grootste aantallen mannetjes zijn tussen 12.00 en 15.00 uur te zien bij water. Tussen 10-30 minuten na zonsondergang, verschijnen zowel mannetjes als vrouwtjes massaal om te jagen. Ook deze spectaculaire, massale vluchten in de avondschemering van de groene glazenmaker zijn uniek in de libellenwereld. Na de paring en het leggen van de eieren leven de groene glazenmakers

nog een paar weken. Het leven van groene glazenmakers is vrij kort: vanaf eind juni tot eind september. De grootste aantallen vliegen in augustus. De groene glazenmaker is zo uniek dat hij een eigen soortspecifiek wettelijke beschermplan heeft. De kern daarvan is dat krabbenscheervelden niet met grote baggeroperaties mogen worden weggebaggerd en de diepte van de sloten niet dieper mag worden dan de 80 cm waarop de krabbenscheer kan blijven wortelen. En de waterkwaliteit (zuurstof en ijzergehalte door stroming en/of kwel) moet op peil gehouden worden.(Foto:vrouwtje)

Waar

In Nederland komt de Groene glazenmaker vooral voor in laagveengebieden van NW Overijssel, Friesland, Utrecht, Noord- en Zuid Holland en in de provincie Groningen. De geschatte aantallen zijn: Utrecht, Noord- en Zuid Holland: 1000, NW Overijssel: 1000, Friesland: 1000, Groningen: 3000. Het areaal van de groene glazenmaker loopt van Nederland tot in het West-Siberisch laagland. In Europa is de groene glazenmaker overal zeldzaam en beperkt tot enkele ge�soleerde populaties. Elke extra populatie zoals die ontdekt in De Heimanshof is dus een aanwinst.