bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 9 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

afbeelding niet gevondenplantenStijf hardgras3 jul 2014juli

Stijf hardgras, 3 jul 2014

Dat buiten goed opletten altijd wat leuks oplevert, heeft de regelmatige lezer van deze column al kunnen ontdekken.
Een leuke ontdekking hoeft er niet altijd spectaculair uit te zien. Soms zit het bijzondere van een waarneming juist in kleine details.
Nu de zomer is ingetreden, vallen vooral de grote grassen op, die geel aan het afrijpen zijn. Maar er zijn ook hele kleine grasjes, die door hun sierlijkheid (bv klein trilgras) bijzonder zijn of omdat ze een indicatorplant zijn voor een bijzondere omstandigheid, zoals kamgras of klein timothee gras (deze groeien alleen op in de Haarlemmermeer zeldzame voedselarme omstandigheden).

stijf hardgras


Alle drie deze grassen zijn zeldzaam, maar geen van hen

is zo zeldzaam als het grasje waar een half schoolplein mee vol bleek te staan: stijf hardgras.

Bijzonder

Stijf hardgras komt vrij veel in De Heimanshof voor. Het is meestal maar 10 cm en soms 20 cm hoog. Om die reden wordt het overal verdrongen door hoge grassen, die goed groeien op onze voedselrijke grond. Daarom heeft stijf hardgras zich gespecialiseerd in het leven op onherbergzame plaatsen: op plaatsen waar het gloeiend heet wordt in kieren tussen stenen en waar veel gelopen wordt. Verder houdt het plantje van kalkrijke grond.
In heel Nederland wordt het slechts gemeld uit een paar tientallen kilometertelhokken. En daarom staat het op de rode lijst als beschermde soort die weliswaar niet snel aan het uitsterven is, maar toch zeer zeldzaam. En het kan helemaal niet tegen mestgift en bestrijdingsmiddelen. Een schoolplein vol ermee is dus een leuke opsteker.

Waar

Stijf hardgras is een eenjarig gras van droge stenige kalkrijke omstandigheden. Het komt vooral in Europa voor en op een paar geïsoleerde plekken in Australië en Amerika. Daar is het waarschijnlijk door mensen geïntroduceerd.

In Nederland  komt het in de duinstreek en in Limburg van nature voor.  In de Haarlemmermeer is het aan te treffen in De Heimanshof en op het schoolplein van basisschool De Tovercirkel.

 steenrodeheidelibelinsectenSteenrode Heideibel18 aug 2018augustus

Steenrode Heideibel, 18 aug 2018

 steenrodeheidelibel

Libellen zijn er in soorten en maten. De meest algemene kleine soorten heten waterjuffers. Die vouwen hun vleugels samen boven hun lichaam als ze zitten. De grootste soorten van wel 8 cm groot, heten glazenmakers. Dat komt omdat ze hun vleugels breeduit hebben als ze zitten, net zoals de glazenmakers uit de middeleeuwen het glas op hun rug droegen bij aflevering. En dan zijn er de meer gedrongen ‘middensoorten’ die in grootte tussen de juffers en de glazenmakers inzitten. De meest algemene daarvan in onze regio is de oeverlibel, waarvan de mannetjes blauw zijn en de vrouwtjes geel en er is een groep van rode soorten die heidelibellen genoemd worden.

Bijzonder

Ook de midden soorten dragen hun vleugels bij zitstand breeduit. Wereldwijd zijn er ongeveer 70 soorten, waarvan er 10 in Nederland voorkomen, waarvan er 6 nogal zeldzaam

zijn. Hoewel je dat niet zou verwachten, komen heidelibellen op veel plekken voor en niet alleen op heide terreinen. Er zijn 4 vrij algemene soorten, die dit jaar waarschijnlijk door de hoge temperaturen extra algemeen zijn: de zwarte heidelibel die zoals de naam zegt zwart is, de bloedrode heidelibel, de steenrode heidelibel en de bruinrode heidelibel. Het zijn de volwassen manentjes die rood zijn. De vrouwtjes en jonge mannetjes zijn geel, oranje of bruin. Op de foto staat een mannetje van de steenrode heidelibel. Het onderscheid tussen de soorten is vaak niet zo makkelijk. Maar op de foto is te zien dat de poten niet egaal zwart zijn (bloedrode heidelibel), maar gestreept. Dus het is een mannetje steenrode heidelibel. En deze was ver van de heide, gewoon in de Haarlemmermeer te vinden.

Waar

Bruinrode en steenrode heidelibellen zijn algemeen bij allerlei stilstaande wateren en niet zelden komen beide soorten op dezelfde plek voor. De bruinrode heidelibel heeft een lichte voorkeur voor watertjes met weinig vegetatie op de zandgronden en Oost- en Zuid Nederland, terwijl de steenrode heidelibel algemener is bij sterker begroeide wateren op de veengronden in West- en Noord-Nederland.

 ssteenmartergrote dierenSteenmarter23 sep 2017september

Steenmarter, 23 sep 2017

 ssteenmarter

Al jaren zijn er onbevestigde berichten over steenmarters en/of boommarters in de Haarlemmermeer. Een jaar of 3 geleden hebben veel mensen aan de Ijweg zo’n marter gezien, maar niemand had een foto en het jaar erop leek een melding uit het Haarlemmermeerse Bos er ook op. Maar met meldingen van niet geoefende waarnemers is het erg op passen. Vaak blijkt het toch om een bunzing te gaan, die hier vrij algemeen is of zelfs om een kat. Maar dit jaar is het dan toch gebeurd. In april werd een dode steenmarter uit Hillegom bij De Heimanshof gebracht (zie foto boven) en in augustus kwam er een foto binnen van een jonge steenmarter uit een tuin in Hoofddorp (onder).

Bijzonder

De steenmarter (stadsmarter) is een marter net als hermelijn, wezel, bunzing, fret, das, otter en nerts. Marters kunnen goed klimmen en passen zich makkelijk

aan. Een volwassen steenmarter is 40-50 cm lang, plus een staart van 25 cm. Ze zijn bruin met een witte vlek op hun keel en borst. Steenmarters hebben een heel eigen ′huppelende′ manier van lopen. Ze kunnen goed klimmen en springen tot 1,5 m. hoog. Ze zijn zeer flexibel en kunnen door kleine gaten (5-7 cm) kruipen. Ze eten vooral kikkers, muizen, ratten, eekhoorns, aangevuld met vruchten en eieren. In steden eet hij ook afval en soms kippen, konijnen of andere kleine huisdieren. Ze zijn vooral ′s nachts actief. Overdag zoeken ze vaak een rustige plek op zoals hopen takken, greppels, holle bomen of lege schuren. De steenmarter maakt meestal weinig of geluid behalve stommelen in of rondom het nest.

Waar

De steenmarter komt uit Zuid- en Oost-Europa en Azië maar trekt de laatste decennia naar NW Europa. In Nederland tot nu toe vooral in het Oosten. Zijn voorkeursbiotoop is een landelijke omgeving bij menselijke activiteit (ivm voedsel). Maar steeds vaker wordt hij in steden en dorpen gesignaleerd. Omdat ze afkomen op bekabeling van (warme) automotoren omdat daar visolie in verwerkt zit, reizen ze soms grote afstanden mee als verstekeling.

 steenbreekvarenplantenSteenbreekvaren24 feb 2008februari

Steenbreekvaren, 24 feb 2008

 steenbreekvaren

Steenbreekvarentjes zijn rotsplanten, met een voorkeur voor beschaduwde vochtige noordhellingen. Soms staan ze ook op de zonkant, maar dan moet de standplaats vochtig genoeg zijn. De naam komt van de misvatting dat deze varen stenen zou splijten en verweren. De werkelijkheid is anders. Alleen als stenen en met name het cement ertussen verweerd is, maakt de plant een kans om zich te vestigen. Het is een fraai plantje dat zomers en ’s winters groen blijft. De geveerde bladen zijn meestal 20 cm lang. De blaadjes vallen in het 2e jaar van de nerf. De steenbreekvaren heeft net als andere varens en mossen geen bloemen, maar vormt sporen. De sporen zijn rijp tussen mei en oktober.

Bijzonder

In Nederland komt de steenbreekvaren vooral voor op oude muren met verwerend cement. De Nederlandse neiging om alles netjes te restaureren en op te knappen is de grootste bedreiging. De soort staat in Nederland op de Rode lijst van bedreigde soorten. Dit lot staat ook binnenkort 33 steenbreekvarens in Haarlem te wachten. De gemeente Haarlem zoekt naar een alternatieve locatie. Mogelijk komen deze

als logee’s in De Heimanshof terecht of elders in de Haarlemmermeer.

Waar

De steenbreekvaren komt overal ter wereld in gematigde streken voor. Omdat In Nederland zo weinig rotsen voorkomen, is de soort zeldzaam in Limburg en daarbuiten zeer zeldzaam. Op waarneming.nl worden 92 vindplaatsen in Nederland vermeld, waaronder geen enkele in de Haarlemmermeer. Toch komt het plantje hier voor. Natuurlijk is het plantje te bewonderen in De Heimanshof. Maar ook in het wild is 1 vindplaats bekend op één van de oude vervallen sluisjes in de Geniedijk. Daar staan sinds lange tijd een stuk of 4 kleine plantjes en een groot cluster van vele planten (totaal 50?) . Ook in de Haarlemmermeer is het niet denkbeeldig dat de oude muren in de Geniedijk gerestaureerd gaan worden. Indien dit niet zorgvuldig gebeurt met in achtneming van de regels van de Flora en Fauna wet zal onze unieke steenbreekvaren zeker het loodje leggen. En niet alleen de steenbreekvaren maar ook andere muur- en rotsplanten zoals de muurvaren. Graag worden we daarom op de hoogte gesteld van andere groeiplaatsen van deze en andere muurplanten.

 steenbreekvarenhmeer2

 stadsreusinsectenStadsreus17 aug 2007augustus

Stadsreus, 17 aug 2007

 stadsreus

De stadsreus of hoornaarzweefvlieg is met 2cm de grootste zweefvlieg die voorkomt in Nederland. 20 jaar geleden was deze soort nog zeer zeldzaam en kwam alleen op de trek hier af en toe hier verzeild. Waarschijnlijk door de klimaatsontwikkeling is het nu een vrij algemene soort, die zich hier ook voortplant. Vooral zijn grootte en de gele driehoek tussen de ogen zijn onmiskenbaar.
Ten opzichte van de veel zwaardere hommels, bijen en wespen zijn zweefvliegen heel wendbaar en hebben ze het vermogen perfect stil te hangen, te ′zweven′; vandaar ook hun naam.

Bijzonder

: Dat de stadsreus op een hoornaar (een grote wesp) lijkt, is geen toeval. Volwassen zweefvliegen zijn totaal onschuldige nectar- en stuifmeeleters, die behalve vluchten geen verweer tegen vijanden hebben. Ter bescherming bootsen de soorten van deze groep vaak wespen, bijen en hommels na, die zich goed kunnen verdedigen met een angel. Het nabootsen van andere, gevaarlijkere dieren heet mimicry en komt bij zeer veel diergroepen voor.
Hoewel alle volwassen zweefvliegen vrijwel

uitsluitend van nectar en stuifmeel leven, hebben hun larven een heel andere voorkeur. Deze larven zien er dan ook heel verschillend uit, afhankelijk van waar ze leven en wat ze eten:
- Bladluisetende larven lijken op een kruising tussen een naaktslak en een worm en leven op planten
- Afvaletende larven op het land zijn meestal plat en wormachtig en leven soms in wespennesten, zoals de stadsreus of in rottend hout(molm)
- Afval- en bacterie-etende larven leven in (vooral vuil)water of mest en zien eruit als dikke maden met zeer lange telescopische adembuis die boven water wordt gestoken, om aan zuurstof te komen. Deze larven worden ook wel rattenstaartlarven genoemd.

Met name de bladluisetende soorten en de rattenstaartensoorten worden als zeer nuttig beschouwd.

Waar

De stadsreus kan op veel plaatsen worden waargenomen. B.v. in gezelschap van andere zweefvliegen, vliegen, bijen en vlinders op het koninginnekruid wat op dit moment uitbundig bloeit en veel nectar levert.

Terugmeldingen n.a.v. eerdere onderwerpen

N.a.v. de melding van bonte spechten, die metalen lichtmasten gebruikten om hun territoriumroffel te versterken, kwamen zeer veel andere meldingen binnen over hetzelfde gedrag, b.v. schoorsteenkappen, straatlantaarns, etc. Het lijkt erop dat spechten zich goed aanpassen aan het leven in de stad.

 springstaartandere geleedpotigenspringstaart21 feb 2015februari

springstaart, 21 feb 2015

 springstaart

U denkt vast wel eens: hoe lang gaat deze column nog door? Het antwoord daarop zal meer van mijn eigen leeftijd afhangen hebben dan van het aantal onderwerpen. In Nederland zijn tot dusver zo’n 48.000 soorten planten en dieren (exclusief eencelligen, etc) beschreven en de meeste komen wel eens in de Haarlemmermeer langs.

Sinds 2006 heb ik ongeveer 450 soorten daarvan gehad en met eens in de 14 dagen een column, kan ik zeker nog 100 jaar voort. Ik heb zelfs nog geen kans gezien een voorbeeld van alle grote groepen organismen te behandelen. Deze week daarom weer eens een hele nieuwe categorie, waarvan meer dan 8000 soorten ontdekt zijn, met honderden in Nederland. Het gaat om de springstaarten. Springstaarten behoren, net als insecten, tot de zespotigen.

Bijzonder

Springstaarten worden slechts enkele mm

groot en ontlenen hun Nederlandse naam aan een vork die onder hun buik ligt (zie foto).

In rust zitten de tanden van de vork vast achter een soort grendeltje. Als de springstaart bij gevaar wil springen, zet hij kracht op de vork en laat dan het grendeltje los. Daardoor slaat de vork met een klap op de ondergrond (of op het water) en wordt de springstaart centimeters weg gelanceerd.

Een springstaart heeft nog een 2e geheim wapen. Het is een buisvormig mondorgaan wat eindigt in twee buisjes en uitgestulpt wordt met behulp van de bloeddruk. De functie is een combinatie van het opnemen van vocht en het vasthechten aan de ondergrond.

De springstaart is zelf waterafstotend, waardoor hij zonder moeite haast wrijvingsloos over het wateroppervlak glijdt. Dreigt hij door de wind weg te worden geblazen, dan steekt hij deze collofoor, die niet waterafstotend is, door het wateroppervlak als een soort micro ankertje en lijkt daardoor aan het wateroppervlak te kleven.

Waar

Springstaarten leven meestal in de strooisellaag of op het wateroppervlak en voeden zich met rottend organisch materiaal en schimmels. Ze kunnen daar in enorme aantallen voorkomen: honderden of duizenden per m2 in de meeste Nederlandse tuinen.

 dennennaaldspleetlippaddenstoelenSpleetlippen9 mrt 2014maart

Spleetlippen, 9 mrt 2014

 dennennaaldspleetlip

Reeds 8 jaar schrijf ik deze columns en mijn indruk wordt steeds sterker dat de variatie in de natuur onuitputtelijk is.

Zo’n 500 soorten zijn er inmiddels behandeld. Maar aan kruiden en grassen alleen zijn er al 1500 soorten, aan paddenstoelen 6000 en aan vogels 400, om maar een greep te doen. Van alle soorten is wel iets bijzonders te vermelden: anders hadden ze zich in de felle overlevingsstrijd niet kunnen handhaven.

Mijn verrassing van deze week kwam van Lou van de Linde, een natuurfotograaf, die zijn ogen niet in zijn zak heeft. In De Heimanshof toverde hij 2 paddenstoelensoorten tevoorschijn waar ik zelfs nog nooit van had gehoord.

Het waren leden van de curieuze familie van spleetlipzwammen: ze zaten op rietstengels en op dennennaalden: en heten dan ook toepasselijk

rietspleetlip en dennennaald spleetlip (foto). Op zijn foto van een stukje dennennaald is goed te zien hoe piepklein deze soort is.

Bijzonder

Op de afbeelding is ook goed te zien waarom deze groep spleetlippen genoemd wordt.

De rietspleetlip is net zo klein en ook behoorlijk zeldzaam.

Op de grove den komt de opgezwollen spleetlip voor en dan is er de jeneverbesbes spleetlip en de braamspleetlip die te vinden zijn. In sommige gevallen kunnen de dennenspleetlippen zo algemeen worden, dat ze een plaag vormen. Maar de meeste soorten worden als zeldzaam betiteld. Of dat zo is omdat ze echt zeldzaam zijn, of omdat iedereen er over heen kijkt, laat ik maar in het midden. Wereldwijd zijn er van de familie van de spleetlippen 9 geslachten onderscheiden met bijna 800 soorten. Ze hebben allemaal de karakteristieke spleet in het midden, waardoor ze in de 19e eeuw ook wel venuszwammetjes werden genoemd.

Waar

De spleetlipzwammen komen wereldwijd voor in gematigde regio’s. Ze groeien in of op de oppervlakte van cellulose bevattende biomassa of op schors. Vele soorten zijn specifiek in hun voorkeur voor een bepaalde gastheerplant

 smientgrootvogelsSmient30 jan 2010januari

Smient, 30 jan 2010

 smientgroot

Door de strenge vorst van vorige week was alle water van het grote meer behalve het diepste deel rond Vork en Mes dichtgevroren. Op dit soort diepe meren verzamelen zich dan alle watervogels uit de wijde omtrek. Het is zeer de moeite waard om dan eens te gaan kijken. Watervogels hebben in winter hun mooiste kleed en zijn bijzonder actief om hun vrouwtjes te imponeren (baltsen). Zonder moeite telde ik bijna 20 verschillende soorten: Canadese ganzen* (wel 50), grauwe ganzen*, nijlganzen*, knobbelzwanen, dodaarsjes *, en futen, aalscholvers *, meerkoeten en waterhoentjes, de zeldzame nonnetjes*, kuifeendjes*, tafeleenden, wilde eenden, krakeenden*, slobeenden, een pijlstaarteend * maar vooral veel smienten. Van de met (*) gemerkte soorten is reeds een column verschenen. Ik telde van de smient wel 3000 stuks. De smient is een van de mooiste eendensoorten en heeft voor een eend een bijzondere roep. De mannetjes roepen ´wiew-wiew´ en daarom heten de smient ook wel fluiteend. Hun gefluit schalt voordurend

over het water.

Bijzonder

De smient is in de winter de meest algemene watervogel in Nederland. Wereldwijd zijn er ongeveer 1.5 miljoen dieren, waarvan er zo´n 400.000 in Nederland overwinteren. Op de Ouderkerkerplas naast de A9 zag ik er deze week wel 100.000. Het lijkt wel of smienten de hele dag niets doen. Dat komt omdat ze overdag in grote groepen bij elkaar bescherming zoeken op open water. Pas in de schemer en de nacht fourageren ze. De soort is beschermd en boeren krijgen een vergoeding voor schade.

Waar

De smient broedt in IJsland en de noordelijke delen van Scandinavië en Siberië, maar in Nederland nauwelijks. Ze gedragen zich eigenlijk niet als eenden, maar als ganzen: ze grazen de hele nacht op weilanden en eten per nacht wel de helft (300 gr) van hun lichaamsgewicht. ´s Nachts is het kenmerkende gefluit van overvliegende dieren overal te horen.

 smient

 smelleken1vogelsSmelleken8 jan 2013januari

Smelleken, 8 jan 2013

 smelleken1

Graag vestig ik uw aandacht op het verschijnsel wintergasten. Ons land is gezegend met een vruchtbare bodem en een mild klimaat. Veel vogels uit het barre hoge noorden of oosten weten deze omstandigheden te waarderen. Ze broeden in de Siberische bossen of de toendra, maar brengen de winter hier door. Een van deze groepen is de roofvogels. Zo verveelvoudigd in de winter de stand aan buizerds, torenvalken, slechtvalken, sperwers, blauwe kiekendieven en haviken die hier broeden. Er is geen betere tijd om roofvogels te zien dan de winter. De bomen zijn kaal en er zijn er veel. Vooral buizerds en sperwers vallen op. Buizerds omdat zij overal rond autowegen jagen op muizen in bermen en sperwers (een bosvogel) omdat die zich in hun jacht op vogeltjes in tuinen wagen. ‘Luxer’ aangelegde vogels zoals de boomvalk en de bruine kiekendief trekken naar het zuiden. Ook verschijnen er soorten die hier niet broeden. Een daarvan is het smelleken. Het is het kleinste valkje van Europa, dat leeft van de jacht op vogeltjes als vinken, piepers en lijsterachtigen

in open terreinen met bosjes, zoals de duinen.

Bijzonder

Van deze doortrekkers en overwinteraars zwerven er ook individuen het hele land door. In Nieuw-Vennep zat een jong mannetje zo intensief achter een vogeltje aan dat hij een raam niet meer kon ontwijken. Doordat de vogel versuft was, met bloed aan zijn snavel, kon hij naar de dierenarts gebracht worden en goed bekeken worden. Daaruit bleek dat het een smelleken was (foto boven) en niet een sperwer (foto onder) zoals in 99 van de 100 gevallen. Een jong sperwermannetje heeft nl een gele ring rond zijn neus en geen oogstreep. Gelukkig herstelde de vogel snel. De prooi (een graspieper) had de aanval niet overleefd en lag in de tuin.

Waar

Het smelleken broedt in de lage struiken van de toendra en trekt hier in september en oktober door naar het zuiden en april en mei naar het noorden. Maar vooral in de duinstreek blijven er ook kleinere aantallen de hele winter over.

 smelleken2

 sleedoornplantenSleedoorn3 nov 2006november

Sleedoorn, 3 nov 2006

 sleedoorn

Niet voor alle planten is het vreemde weer van 2006 slecht geweest (resp. een koud voorjaar, daarna heet en droog en vervolgens kletsnat in augustus). De peren- en appeloogst is dit jaar bijzonder groot. Ook een inheemse struik, de sleedoorn, buigt dit jaar bijna door van zijn vracht aan diepblauwe pruimpjes. Ze zien er verleidelijk uit, maar de smaak is zuur en vooral wrang. Niet zo vreemd dat een van de volksnamen voor dit gewas ′trekkebek′ is. Hoe gezond de bes ook mag zijn, met zijn hoge gehalte aan vruchtenzuren, aroma′s en vitamine C, hij is rauw niet te ‘pruimen’. Vooral de looistoffen dragen bij aan deze wrangheid en alleen langdurig koken en het toevoegen van suiker geeft een acceptabele sleedoornjam. Gelukkig helpt de natuur wel een handje, want als het in de herfst heeft gevroren, smaken

de pruimpjes al aanzienlijk beter. Hoe meer vorst er overheen gaat, hoe zachter de smaak.

Waar

: De sleedoorn is een vrij algemene struik in de Haarlemmermeer, die vooral voorkomt aan de rand van bossen en bosplantsoen.

Bijzonder

: De Sleedoorn is een struik die zich rijkelijk vertakt en een dicht struweel kan opleveren. Het is deze groeivorm met de overvloedige aanwezigheid van doorns, die model heeft gestaan voor het sprookje van Doornroosje.
De sleedoorn levert het hardste hout van alle inheemse bomen en struiken. Sleedoornbloesems vormen het zachtste laxeermiddel dat er bestaat. Eén theelepel bloesems dient daarvoor met een kop kokend water overgoten te worden en een minuutje te trekken.
Omdat de sleedoorn in Europa zo overvloedig voorkomt, zijn er al vroeg veredelingspogingen gedaan, vooral door de Kelten. Uit archeologische vondsten is gebleken dat de pitten van de pruimen steeds groter werden en dat zij dus succes hadden. Zo zijn veel van de huidige pruimenrassen afstammelingen van de sleedoorn.

 slechtvalkvogelsSlechtvalk9 jan 2007januari

Slechtvalk, 9 jan 2007

 slechtvalk

De slechtvalk behoort tot de grootste valken met een gemiddelde grootte van 43 cm. De vogels hebben een lichte onderkant met dwarsbanden en een donkergrijze rug. De jonge vogels zijn eerst bruin. Wereldwijd zijn een twintigtal ondersoorten bekend. Zoals bij de meeste roofvogels is het vrouwtje veel groter en zwaarder dan het mannetje. De prooien zijn vooral vogels (duiven, eenden) die het liefst in de vlucht worden geslagen en meestal op slag dood zijn. De slechtvalk bewoont bij voorkeur steile rotsen en ravijnen.

Bijzonder

De slechtvalk staat bekend als de snelst duikende vogel ter wereld. Het dier maakt vanaf grote hoogte steile duikvluchten en bereikt daarbij snelheden tot meer dan 300 km/uur.
De aantallen slechtvalken namen reeds in de Tweede wereldoorlog sterk af, omdat zij massaal werden afgeschoten omdat zij postduiven vingen (die tussen militaire posten werden gebruikt). In de jaren ′ 60 kreeg de soort in Europa bijna de doodsteek wegens het overmatige gebruik van DDT. Sinds hun bescherming in verschillende landen lijken ze opnieuw aan een opmars bezig.

Waar

In

Nederland en België is deze vogel steeds vaker te bewonderen. Vooral in de winter is de slechtvalk een regelmatige verschijning aan het worden. Sinds het jaar 2000 zijn er al meer dan 5000 waarnemingen in Nederland gedaan. Sinds begin jaren ′90 broedt deze vogel ook in Nederland in speciale nestkasten, die door een slechtvalkenwerkgroep worden geplaatst. Het dichtstbijzijnde nest is reeds meer dan 5 jaar in de toren van de Hemwegcentrale in een nestkast 80 m boven de grond. In Haarlem wordt overwogen een nestkast te plaatsen. Ook de Haarlemmermeer wordt regelmatig bezocht. Frappant is het vaste winterbezoek van een vrouwtje dat al meer dan 5 jaar lang in de buurt van Vijfhuizen is. Aan haar ruipatroon kon afgeleid worden dat zij waarschijnlijk uit Noord-Zweden komt. Ook uit de buurt van Zwaanshoek is ‘s winters een vaste bezoeker bekend.

Terugmeldingen

Een aantal waarnemingen werden gedaan gedurende de zomer van 2007
Waar te nemen: regelmatige doortrekker en wintergast
Status:Rode lijst soort

 slechtvalk-duif

 sinasappelschilzwamgrootpaddenstoelenSinasappelschilzwam11 dec 2008december

Sinasappelschilzwam, 11 dec 2008

 sinasappelschilzwamgroot

De grote oranje bekerzwam groeit op kale grond, die meestal recentelijk omgewoeld is en is feloranje aan de binnenkant van zijn bekers. De bekers kunnen ook schotelvormig zijn en worden tussen de 2 en 10 cm in diameter. Door de feloranje kleur die wel iets weg heeft van de kleur van een sinasappel en door zijn vorm, is deze soort aan zijn bijnaam van sinaasppelschilzwam gekomen. Deze week vond ik deze zwam in de kruidentuin van De Heimanshof op de plaats waar we dit jaar een boom hadden uitgegraven. De soort leeft van de vertering van organische stoffen (dode boomwortels b.v.) in de grond.

Bijzonder

De sinasappelschilzwam behoort tot de kelkzwammen,

die in een grote variatie in vormen en (al of niet briljante) kleuren voorkomt. Eerder heb ik in januari 2008 de krulhaarkelkzwam behandeld, die even briljant rood is, als de oranje kelkzwam oranje. En in april 2006 vormde de vondst van de cedergrondbekerzwam de start voor deze column. Uit in het wild verzamelde vruchtlichamen van de grote oranje bekerzwam wordt de stof lectine gewonnen, om zijn tumorremmende werking.

Waar

De grote oranje bekerzwam komt meestal voor in groepen in de nazomer of herfst op vrijwel kale bodem of voedselrijke klei, leem of zand in loof- en gemengd bos en is in Nederland niet zeldzaam. De soort komt in een groot deel van Europa en Noord- Amerika voor.

 sinasppelschilzwam