bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

fluweelpootje, 6 jan 2018

 fluweelpootjecombi

Dit is de tijd van de winterpaddenstoelen. In herfst en zomer schieten de paddenstoelen als rakketten uit de grond en zijn ook binnen een paar dagen weer weg. Die moeten dus heel snel hun sporen rijp laten worden. In de winter gaat alles veel langzamer. De winterpaddenstoelen zijn daarom ook maandenlang te bewonderen en de hebben lange tijd om zoveel mogelijk sporen te laten verwaaien. Vele winterpaddenstoelen zijn eetbaar. Dat geldt bv voor de Judasoor die je veel in Chinese gerechten vindt. Ze ontlenen hun naam aan hun oorvorm en de overlevering dat ze er groeien sinds Judas met z’n oor aan de scherpe punt van de afgebroken vliertak bleef hangen toen hij er uit schuldgevoel een einde aan wilde maken. Ze smaken zoals ze eruit zien: Een stevige bite van kraakbeen met een peperachtige nasmaak. Het fluweelpootje is ook een heel algemene winterpaddenstoel, die als delicatesse geldt in de horeca en zoetig smaakt. Vooral

de hoed. In Azië worden ze gekweekt zonder licht en zien ze er heel wit uit (inzet).

Bijzonder

Hoewel de hoed het lekkerst smaakt (ook rauw) bevat de wat taaiere steel eens immuunsysteem versterkende stof en het mycelium in het hout een werkzame stof tegen kanker. Fluweelpootjes smaken zoetig omdat ze een antivries aanmaken in de vorm van suiker. Dat komt ze goed van pas, want ze komen in de witter pas tevoorschijn na de eerst vorst en kunnen ook vorst goed verdragen. Pas recentelijk is ontdekt dat de makkelijk herkenbare soort toch complexer in elkaar zit. Op basis van sporenkenmerken zijn 3 soorten een variëteit onderscheiden.

De kweekversie van Fluweel pootje is door de NASA meegenomen in de ruimte om het effect van zwaartekracht te onderzoeken. In de ruimte werden de strak gerichte dichte bundels paddenstoelen een wirwar van steeltjes en hoedjes.

Waar

Fluweelpootjes zijn een onmiskenbare en algemene paddenstoel door z’n steel die met fluweel begroeid lijkt en in bundels voorkomt op dood en ziekloofhout van wilgen ,elzen, populieren e.d.(foto)





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 7 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vogelsVeldleeuwerik14 jul 2012juli

Veldleeuwerik, 14 jul 2012

 veldleeuwerik

Bij een landingsbaan van Schiphol hoorde ik een overbekend geluid uit mijn jeugd, dat ik nog niet eerder in onze polder had gehoord: een op grote hoogte eindeloos doorzingende veldleeuwerik. Je kunt van Schiphol denken wat je wilt, maar het gebied rond de landingsbanen met zijn kortgeschoren grasvlaktes is voor een paar soorten de hemel op aarde. De veldleeuwerik is er een van. In mijn jeugd in de jaren '70 hoefde je maar naar buiten te stappen om hem te horen. Rond 1975 waren er ca. 500.000-750.000 broedparen. Daar is nu nog maar 10% van over. En jaarlijks neemt de stand nog met 5% af.

Bijzonder

In de duinen en de heides is de achteruitgang te wijten aan de verruiging met steeds meer struikgroei en gras door aan de ene kant stikstof (zure regen) uit de lucht aan de andere kant de afnemende

konijnenstand door ziektes. Op het platteland is de grootschalige mechanisering van de akkerbouw en de veeteelt een grote boosdoener. Daarnaast komt steeds meer maïs en wintergranen en steeds minder zomergraan en kruidenrijke akkerranden. Ook insecticiden en herbiciden hebben hun werk gedaan. Door de afname van bloemen en kruiden vindt de veldleeuwerik steeds minder insecten. Eiwitrijk voedergras heeft voorrang bij boeren. De goed bemeste graslanden worden veel vaker dan vroeger gemaaid met grote machines en tot op de laatste vierkante meter. Nestjes van veldleeuweriken zijn in dit maairegiem kansloos. Graanpercelen worden voor de winter omgeploegd. Ook dat betekent minder stoppelvelden met zaden in het winterhalfjaar. Ook op hun trektochten zijn veldleeuweriken niet veilig. Miljoenen worden er in zuidelijke landen gevangen op de trek. De laatste oorzaak is de aantasting van de open ruimte: de meeste bedrijventerreinen, wegen en wandelbossen kosten leeuweriken.

Waar

De veldleeuwerik leeft in uitgestrekte boomloze akkers, duinen, heide, weilanden met een korte vegetatie en heidevelden. De soort komt voor in heel Europa, behalve in het uiterste noorden.

 insectenVeenmol13 apr 2008april

Veenmol, 13 apr 2008

 veenmol

Met het voorjaar in de lucht worden allerlei insecten weer actief. Eén daarvan is de veenmol, een ver familielid van krekels. Hij leeft grotendeels onder de grond en is vooral ′s nachts actief. De veenmol gebruikt zijn grote voorpoten als graafwerktuig en kan er ook goed mee zwemmen. Hij heeft een voorkeur voor dierlijk voedsel: o.a. ritnaalden, engerlingen, rupsen, regenwormen e.d. Dat is nuttig in de tuin maar met zijn gegraaf woelt hij jonge plantjes om en knaagt ook aan plantenwortels. Een echte plaag wordt hij echter nooit.
Volwassen veenmollen worden het meest gezien van eind april tot eind mei tijdens de balts. Het vrouwtje bouwt 8 - 30 cm onder de grond een nesthol zo groot als een kippenei met 200 -300 eitjes. Dit nest wordt voorzien van afwateringstunnels. Bovengronds knaagt ze alle planten weg zodat de zon het nest goed kan verwarmen. Na 10 - 45 dagen komen de jongen uit. Het vrouwtje likt de eitjes schoon en bewaakt de nymfen tot ze 2 -3 weken oud zijn. In het nest eten ze wortels en humus, die vrijkomen als de moeder de nestholte schoonmaakt. Pas na 500 dagen en 2 winters is een veenmol volwassen. Volwassen dieren leven dan nog 70 - 600 dagen. Vijanden van de veenmol zijn: katten, uilen, kraaien, reigers, vossen, egels, mollen, spitsmuizen en loopkevers. Eind juli

tot in augustus zoeken zij hun overwinteringsplaats weer op.

Bijzonder

De veenmol is met 5-6 centimeter één van onze grootste insecten. De soort is hier sterk achteruitgegaan en vrij zeldzaam geworden. Daarom staan ze de Rode lijst als kwetsbare en beschermde diersoort. Belangrijke bedreigingen zijn verdroging van hun leefgebied en verstedelijking. Ook zijn ze gevoelig voor intensief agrarisch beheer en insecticiden. Niet professionele tuinders gedogen vaak dat de veenmol wel eens een worteltje of meer ′trekt’. Bij oppakken steekt de veenmol niet, maar hij kan wel bijten of een bruin vocht afscheiden.

Waar

Onze veenmol komt voor in een brede strook van West-Europa via Rusland en China tot in Australië. Hij heeft een voorkeur voor natte veenweidegebieden en vochtige valleien, maar kan ook goed leven in lichte zand- en zware leemgrond. Daarbij zijn moestuinen een geliefde plaats vanwege de kale omgewerkte humusrijke grond en voldoende voedsel. In de Haarlemmermeer hebben we waarnemingen uit de veengebieden bij Rijsenhout en Vijfhuizen, zandige schooltuintjes in De Heimanshof en uit de klei langs de Geniedijk in Hoofddorp-Centrum.

 veenmol1

 insectenVarroa Mijt24 jun 2015juni

Varroa Mijt, 24 jun 2015

 varroamijt

Het droge weer van dit voorjaar maakt het tot een goed bijenjaar. In De Heimanshof kwamen we de winter uit met 3 bijenvolken en door het grote aantal zwermen zijn het er nu al 9. Zo kan het gaan in een goed jaar. Maar andere jaren waren minder goed. Iedereen weet dat de bijen het moeilijk hebben. Wat niet iedereen weet, is dat de 3 belangrijkste oorzaken daarvan allemaal aan mensen te wijten zijn. De voornaamste is het ’netheids’ ideaal van de burgers waardoor er in de steden vooral kale bloemloze gazons overblijven. Het gebruik van insecticiden draagt ook niet bij. Maar ik wil het nu vooral hebben over de varroa mijten. Dat zijn parasieten die het op het bloed van bijen en hun larven gemunt hebben. Als wij zelf een bij zouden zijn, zouden de mijten bij ons zo groot als muizen zijn en vele larven en bijen dragen er 3-10 met zich mee (foto van bijenlarf met mijten en

uitvergroting). Daardoor komen er uit larven vaak mismaakte bijen en worden de bijen verzwakt. Het is nl. een parasiet die van nature op Aziatische bijen voorkomt. Maar die hebben een poetsreflex ontwikkeld waarmee ze zich van de mijten kunnen ontdoen. Door de introductie van Aziatische bijen door imkers om te proberen de honing opbrengst te vergroten zijn de varroa mijten hier terecht gekomen. En onze bijen hebben die poets reflex Niet. Een soortgelijke kruisactie in Amerika met Afrikaanse bijen heeft daar de killer bijen op geleverd. Deze bijen passen zo goed op hun honig dat ze niet rusten voor een verstorend element afgemaakt is. Dat kost jaarlijks honderden mensen het leven

Bijzonder

De varroa mijt is te bestrijden met het toedienen van zuur op de bijenkast en door aangetaste ramen en volken te verwijderen. Maar helemaal kwijtraken lukt niet meer.Toch lijkt natuurlijke selectie ook hier op te treden. Want wilde bijen volken die niet behandeld worden, overleven ook.

Waar

Varroa mijten komen nu overal in Europa voor en komen oorspronkelijk uit Azië.

 insectenTweepunt-deukmetselwesp (2)12 aug 2013augustus

Tweepunt-deukmetselwesp (2), 12 aug 2013

 metselwesp2

Er zijn sluipwespen die leven van het leggen van eieren in bladluizen en sluipwespen die eieren leggen in ander sluipwespen soorten. Verder zijn er graafwespen, bladwespen, bladwespen, goudwespen, hongerwespen, bronswespen, galwespen en ga zo maar door.

Metselwespen zijn solitaire wespensoorten die hun prooien in een holletje proppen en er een eitje bij leggen en dan hun jong beschermen door de ingang met klei of leem af te sluiten. Het nest wordt met een mengsel uit klei en enkele tot 1 mm grote zandkorreltjes dichtgeplakt. Het duurt 1-2 dagen tot het gat dicht is. (Zie foto).

Aan de grootte van de nestopening en de afsluiting van het nest, kan men veel bewoners herkennen.

Drie soorten hebben een grote nestingang, maar verschillen in de afsluiting:

- De tweepunt-deukmetselwesp doet veel moeite om de afsluiting van het nest heel glad te maken.

- De Rosse metselbij doet dat met minder zorg en maakt een ruw klei oppervlak als nestafsluiting.

- De Wormkruidzijdebij maakt uit speeksel een cellofaan-achtige stof voor de nestafsluiting.

De Tronkenbij heeft kleine nestingangen met een bijzondere afsluiting: Als enige diersoort kan dit bijtje naaldboomhars met speeksel vloeibaar maken. Zij sluit het nest met een mengel uit veel naaldboomhars, enkele kleine schelpdeeltjes en zeer kleine zandkorreltjes af.

De tweepunt-deukmetselwesp wordt zelf ook weer belaagd door een andere soort wesp. En wel door m.i. het mooiste insect van Nederland: de goudwesp (foto). Dit zijn zogenaamde koekoekswespen. Als het vrouwtje van hun prooidier op jacht is, leggen ze snel hun eitje in het holletje. Dat eitje komt eerder uit dan de larve van de metselwesp, peuzelt die op en leeft dan verder op de voedselvoorraad die voor dat andere jong was aangelegd.

Waar

De muurwespen hebben tientallen holletjes in het insectenhotel aan het verenigingsgebouw van De Heimanshof in bezit genomen. Het is een vrij algemene soort in Noord- en Midden-Europa.

 goudwesp2

 insectenTweepunt-deukmetselwesp (1)5 aug 2013augustus

Tweepunt-deukmetselwesp (1), 5 aug 2013

 metselwesp1

Tot een week of wat geleden was het weer relatief koud en nat. Echt ‘slakken’ weer. Op de akkers en de tuintjes in De Heimanshof hebben we tienduizenden vooral naaktslakken geraapt en afgevoerd en desondanks werden de meeste kiemplanten weggevreten voor ze volwassen werden. Maar de laatste weken hebben veel goed gemaakt.

Het is nu echt insectenweer en op en rond de insectenhotels in de tuin krioelt het van de solitaire bijen en wespen. Deze week telde ik op een moment tientallen 3- 4 mm grote tronken bijtjes, vele rosse metselbijen, 10 bladsnijdersbijen met de onvermijdelijke rovers die daarop af komen, 5 goudwespen, 4 hongerwespen, en nog een stuk of 20 zenuwachtig rondvliegende en ondefinieerbare sluipwespensoorten.

Een ander insectenhotel werd massaal bezocht door metselwespen. Van deze soort hadden we er nog nooit zoveel gezien. Het was

de tweepunt-deukmetselwesp (Symmorphus bifasciatus; zie foto). (Met duizenden soorten om te benoemen krijg je dit soort ingewikkelde namen).

Deze soort is gespecialiseerd in het vangen van bladhaantjes, zoals het blauwe wilgenhaantje en het veelkleurig wilgen haantje, waarvan met name de 2e veel in De Heimanshof voorkomt.

Bijen en wespen zijn nauw verwant. Het verschil tussen beide groepen is dat bijen stuifmeel als eiwitbron voor hun larven gebruiken en wespen hun jongen groot brengen op dierlijke prooien.

Er zijn in Nederland ca 350 soorten bijen bekend, maar er zijn duizenden wespensoorten.

Wespen vervullen in de insectenwereld de rol van wolven, leeuwen en marters bij de zoogdieren: het zijn rovers die het aantal ’vegetarische’ soorten bejagen en zo de natuur in balans houden. En zo hebben wespen zich op duizenden manieren gespecialiseerd om andere insecten te vangen. De meeste wespen soorten zijn sluipwespen, waar we in tegenstelling tot de ‘limonade’ wesp nooit iets van zien of last van hebben.

Met dank aan Professor Ernst die met insectenweer dagelijks in De Heimanshof is voor informatie en foto’s.

 vogelsTurkse Tortelduif15 nov 2007november

Turkse Tortelduif, 15 nov 2007

 turksetortel

De aanleiding voor het onderwerp deze week is de melding van een curieus broedgeval van een Turkse Tortelduif dat rond 6 november begon. De Turkse tortel is een duif die tegenwoordig vrij algemeen in Nederland voorkomt. Het is een beige vogel van ongeveer 30 cm lang, met een donker streepje in de nek. Ze eten voornamelijk zaden, rupsen, kevers en kleine vruchten. Het is een vogel die redelijk veel in de buurt van mensen komt: een cultuurvolger.
De Turkse tortel bouwt een eenvoudig nest bestaande uit losse takjes die in elkaar gestoken een ′platje′ vormen. Op dat nest worden steeds twee eieren gelegd. De duif koert meestal langdurig en eentonig. De vogel komt ′s winters af op voertafels, maar blijft bijna altijd op de grond.
Tegenwoordig is de Turkse tortel na de stadsduif de meest algemene duif in dorpen en steden. Tijdens de broedtijd kunnen ze agressief zijn. Ze doen alles om hun jongen te beschermen. De ouders jagen Vlaamse gaaien, eksters en zelfs mensen

weg bij het nest.

Bijzonder

Door het gammele nest mislukt een broedsel regelmatig, maar door steeds weer opnieuw een nest te maken lukt het de meeste Turkse tortels toch regelmatig jongen vliegvlug te krijgen. De meeste paartjes hebben wel 5 broedsels per jaar. De jongen uit het eerste legsel doen een paar maanden later zelf al weer mee aan de voortplanting. Er zijn weinig vogels die zich zo snel kunnen vermenigvuldigen. Het curieuze broedgeval midden in november is misschien dus minder een uitzondering dan eerst gedacht. De Turkse Tortelduif heeft de inheemse (gewone) tortelduif vrijwel verdrongen.

Waar

De Turkse tortel is sinds 1900 vanuit de Balkan West-Europa binnengetrokken. Het eerste geregistreerde broedgeval in Nederland was in 1949. Door allerlei onbekende factoren, maar zeker ook door de hoge voortplantingssnelheid explodeerde tussen 1950 en 1980 het aantal broedgevallen tot ongeveer 250.000 paar. Daarna is de stand ingestort en heeft zich gestabiliseerd op aantallen tussen de 50.000 tot 100.000 paar. De neergang van de aantallen liep parallel met die van een andere cultuurvolger: de huismus. Van de factoren die de huismus raakten (het steeds minder uitkloppen van tafelkleden en een betere isolatie van huizen met minder dakpanholletjes) lijkt voor de Turkse tortel alleen het voedselaanbod mogelijk relevant.

 insectenTuinbladsnijder28 sep 2008september

Tuinbladsnijder, 28 sep 2008

 tuinbladsnijder

Tuinbladsnijder, behangersbij of buikschuiver

Van de 330 soorten bijen in Nederland is vooral de honingbij bekend. Dat is een volkenvormende soort, waarvan de koningin als enige eieren legt. Zij wordt geholpen door 20.000 tot 100.000 werksters. Naast deze volkenvormende of sociale bijen bestaan er nog ruimt 300 andere solitaire soorten. Bij deze soorten is de koningin behalve degene die eieren legt ook haar eigen werkster. Zoals vaak in de insectenwereld hebben de solitaire bijen, zich op een fascinerende wijze aangepast en gespecialiseerd: Zo zijn sommige bijen zijn heel groot geworden en andere heel klein. Andere soorten vliegen vroeg in het jaar en andere laat. Eén van de meest interessantste vormen van specialisatie komt tot uitdrukking in het materiaal waarmee zij hun nesten maken. In mei vermelde ik de metselbij die holletjes (in b.v een insectenhotel) afsluit met kleipropjes. Een andere soort produceert een soort uithardend speeksel, waarna zij zijdebij is genoemd. De soort van deze week, de tuinbladsnijder heeft weer een andere aanpak. Deze soort snijdt stukjes blad af waarmee zij haar holletjes bekleedt. Daarom

wordt deze groep van bijen ook wel de ‘behangersbijen’ genoemd (zie foto’s). Wellicht heeft u het werk van deze bij wel eens in uw tuin gezien. Bladeren van sommige struiken (bij mij thuis de laurier) hebben een gekartelde vorm gekregen door alle rondjes die eruit geknipt zijn. Behalve bladeren gebruiken deze bijen ook stukjes bloemblad (ter decoratie?)

Bijzonder

Nog een naam van deze soort is ‘buikschuiver’. Dit heeft te maken met de manier waarop deze bij stuifmeel verzameld, waarop haar larven groot worden. Honingbijen en hommels verzamelen stuifmeel aan korfjes die gevormd worden door lange haren op de achterpoten. Bij de buikschuiversoorten zit een dergelijk korfje onder de buik. Door met haar buik over stuifmeelrijke bloemen te schuiven zoals heelblaadjes en andere composieten, wordt het stuifmeel daarin verzameld.

Waar

De tuinbladsnijderbij is niet zeldzaam en komt door heel Nederland voor. Buiten het stedelijk gebied wordt deze soort weinig aangetroffen, wat erop wijst dat het een cultuurvolger is.

 tuinbladsnijder2

 insectenTronkenbij (2)2 okt 2011oktober

Tronkenbij (2), 2 okt 2011

 tronkenbij2metstuifmeelenhars

Mannetjes tronkenbijen overvallen de vrouwtjes als die landen bij hun nestgang. Na een 1e paring weert het vrouwtje hen meestal af. Zolang de mannen leven, blijven ze met grote energie deze enige levenstaak verrichten. Ze slapen meestal bij elkaar in lege gangen. Tronkenbijen hebben een kenmerkende manier om hun nestjes te maken. Daarvoor zoeken de vrouwtjes bestaande gangen van 2,5 tot 7 mm doorsnee. Dat kan zijn in dakriet, kevergangen in dood hout en ook boorgangen in insectenhotels. Ze maken oude nesten schoon en blijven trouw terugkomen op hun geboorteplek of dicht daarbij. Een deel van de populatie zwermt uit, want ze bezetten ook snel nieuwe nestmogelijkheden op andere plaatsen. In een gang wordt eerst van hars een vertikaal wandje gemaakt, vaak niet meer dan 1 mm

dik (zie foto van bij met hars en stuifmeel). Daar tegenaan wordt stuifmeel gebracht, dat bij de volgende binnenkomst wordt bevochtigd met nectar. Dan volgt weer een laag stuifmeel, dat wordt bevochtigd met nectar. Op deze manier ontstaat een "bijenbroodje", dat vrijwel altijd geel is. Als de voedselvoorraad voldoende is, wordt er een ei in de laatst gemaakte verticale wand gestoken. De bijen kennen maar één generatie per jaar en per vrouwtje worden er vaak niet meer dan 8 eitjes gelegd. Dat betekent dat hun manier van voortplanten ecologisch heel veilig is, anders werden er wel veel meer jongen grootgebracht. Bijzonder is, dat veel van de tronkenbijen vooruit lijken te denken. Als ze hars binnenbrengen voor een celwand, stippen ze vaak met kleine druppeltjes al de plekjes aan waar de volgende celwanden moeten komen. Ze weten dus al tevoren hoe lang ze die zullen maken. De laatste celwand is meestal meer dan een cm van de voorkant van de gang gelegen, waarna de gang helemaal aan de voorkant met een harsprop van 5 mm dik wordt verzegeld. Gewoonlijk worden er kleine steentjes, houtpulp en soms ook wel strootjes of stokjes in vastgelijmd als "wapening".

 insectenTronkenbij (3)9 okt 2011oktober

Tronkenbij (3), 9 okt 2011

 tronkenbij3

Door een olieachtige uitscheiding kleven de kaken van de tronkenbij niet vast aan de hars die ze verzamelen. Oude hars wordt opnieuw gebruikt. Ook verzamelen ze nieuwe hars of stelen die bij de buurvrouw. Stuifmeel en nectar worden bijna alleen verzameld op planten met een hartje met gele buisbloempjes, zoals gele ganzenbloem, kruiskruiden e.d.(zie foto) Tronkenbijen verzamelen stuifmeel op een speciale manier. Het zijn zgn "buikschuivers", die stuifmeel tussen haren op hun buik verzamelen i.t.t. honingbijen en hommels die stuifmeel in klompjes aan hun achterpoten verzamelen. Buikschuivers slaan in hoog tempo met hun achterlijf op de meeldradenbuisjes, zodat het stuifmeel vanzelf tussen de haren terecht komt. Intussen zuigen ze enkele bloemtjes verder nectar op. Door deze manier van stuifmeel verzamelen, zijn ze zeer effectieve bestuivers. Alleen vrouwtjes verzamelen stuifmeel voor hun broed en mannetjes hebben dan ook geen buikharen. De tronkenbij

heeft een aantal gespecialiseerde parasieten: De gewone tubebij is een koekoeksbij, die haar eieren in nesten van tronkenbijen legt en om die reden erg op de tronkenbij lijkt. De kleine knotswesp is altijd te vinden in de buurt van de nesten van tronkenbijen. Net als de hongerwespen (een soort sluipwesp) liggen ze vaak op enkele centimeters afstand van de nestingang plat tegen het hout gedrukt, te wachten op een goede gelegenheid. Al deze parasieten zijn tussen de tronkenbijen op de bloemen in de buurt aan te treffen. Daar herkennen deze hen niet als rovers. Pas als ze binnendringers bij thuiskomst verrassen, worden die er met de kaken uitgetrokken. Ook mannetjes van tronkenbijen doen onbewust wel mee aan het verkleinen van de kansen voor parasieten, door hun zeer fanatieke patrouilles voor de nestgangen. Dat is mogelijk een van de redenen dat dit voor de vrouwtjes lastige gedrag toch evolutionair voordeel oplevert. Ik wens u veel plezier met het bestuderen van activiteit rond insectenhotels.

 tronkenbij3b

 insectenTronkenbij (1 )25 sep 2011september

Tronkenbij (1 ), 25 sep 2011

 tronkenbijgroot

Er zijn afgelopen week 3 nieuwe natuurkunstwerken verschenen in de Haarlemmermeer. 1 in de fruittuinen, 1 in Overbos langs de Ijtocht bij de Braambosschool en 1 in Jeugdland Nieuw-Vennep. Net als het in 2008 geplaatste kunstwerk in het insectenpad in het Haarlemmermeerse Bos (hoek N201/Ijtocht) zijn het insectenhotels, die tot doel hebben u te interesseren voor de fascinerende wereld van de insecten. Het zijn nl "holletjesparadijzen" voor een 300-tal soorten (niet stekende) bijen en een 200-tal eveneens onschuldige wespensoorten. In tegenstelling tot een algemeen vooroordeel dat alle insecten steken, jeuken of prikken, geldt dit maar voor maar 10 van de ruim 25.000 soorten in ons land. Verreweg de meeste soorten zijn fascinerend in hun leefgedrag, nuttig en prachtig mooi om te bekijken. En dat geldt zeker voor de 500 solitaire bijen- en wespensoorten die veelal afhankelijk zijn van natuurlijke holletjes, en die bij gebrek daaraan (door overijverig snoeien, klepelen en zagen van de mens) vaak dreigen uit te

sterven. Om die reden is De Heimanshof i.s.m. de nieuwe Stichting M.E.E.R.Groen bezig om deze waardevolle medebewoners de plek te gunnen die zij verdienen. Reeds 50 insectenhotels zijn de afgelopen 3 jaar bij scholen, instellingen en bedrijven geplaatst en nu staan er door samenwerking met de gemeente dus ook een 4-tal in openbaar terrein. In deze periode van het jaar is b.v. de tronkenbij nog aan te treffen. Dit is een klein zwart bijtje van 6-10 mm, die de meeste mensen niet als bij zouden herkennen, maar die in levenswijze een goed voorbeeld is van de fascinerende insectenwereld op en rond insectenhotels.

Bijzonder

Tronkenbijen ontlenen hun naam aan het feit dat ze van nature vaak in oude boomstronken nestelen. Ze zijn de meest honkvaste van alle solitaire bijen. Vele generaties achter elkaar vertrouwen ze hun nakomelingen aan steeds dezelfde nestgelegenheden toe. Mannelijke tronkenbijen verschijnen gelijk met de vrouwen. Volgende week meer.

 tronkenbij1-insectenhotel

 plantenTripmadam1 jun 2013juni

Tripmadam, 1 jun 2013

 tripmadam

Achter de intrigerende naam tripmadam schuilt een vetplant uit het geslacht van de sedums of vetkruiden. Dit geslacht kent nog meer illustere leden, zoals de hemelsleutel, wit vetkruid, huislook en muurpeper. De naam tripmadam is een verbastering van de Franse naam Triquemadame. Deze naam en ook de Latijnse naam ‘reflexum’ refereren aan het feit dat het nog niet bloeiende plantje een kenmerkende knik in het topgedeelte heeft(hoofdfoto) . Zodra tripmadam bloeit met heldergele bloemen richt deze knikkende top zich op (inzet). Ik kwam dit plantje tegen op de sedum daken die in de ‘antroposofisch’ gebouwde wijk in Toolenburg veel voorkomen (bv Rosa Spiers straat).

Bijzonder

Tripmadam is een laag liggend vetplantje, waarvan de opgerichte bloeistengels

35-40 cm hoog kunnen worden. Het is in het wild uiterst zeldzaam in Nederland, omdat het een voorkeur heeft voor voedselarme kalkrijke stenige terreinen. En in ons modderige delta land zijn die dun gezaaid. Net als andere Sedums, zoals muurpeper, is Tripmadam eetbaar zolang het niet bloeit en dat is het grootste deel van het jaar, want het is een vorstbestendige altijd groene plant die het hele jaar doorgroeit. Bloeien doet het alleen tijdens de (hele) zomer. Het wordt in salades verwerkt en heeft net als muurpeper een peperachtige smaak.

Waar

De Duitse naam rotsmuurpeper geeft aan dat tripmadam houdt van stenige voedselarme groeiplakken (inzet foto). Bij rijkere grond kan deze soort niet concurreren tegen hoger opgaande grassen en kruiden. Ook op schrale zandgronden kan het een mooie grondbedekker zijn. Zoals reeds aangegeven wordt de soort toegepast op groene daken en in rotstuinen. Ook op De Heimanshof kan tripmadam het hele jaar door aangetroffen worden in muurvegetaties en op natuurmuren. Het verspreidingsgebied loopt van Zuid-Noorwegen en Ierland tot in Rusland en in Zuid-Europa tot het zuiden van Italië en Griekenland.

 vogelsTorenvalk24 sep 2007september

Torenvalk, 24 sep 2007

 torenvalk

De torenvalk is de meest algemene roofvogel in Nederland. Vrouwtjes en jongen hebben een volledig bruin kleed. Mannetjes zijn te herkennen aan een grijze kop en staart. De torenvalk leeft vooral van muizen, die hij op karakteristieke wijze vangt, door stil in de lucht te ‘bidden’. Als een torenvalk stil hangt, heeft hij een muis gezien en wacht hij op een geschikt moment om erop te duiken. De oudst bekende torenvalk is ruim 23 jaar oud geworden maar de gemiddelde leeftijd is 3-4 jaar, doordat 75% van de jongen het 2e jaar niet haalt. De belangrijkste doodsoorzaak is het verkeer, gevolgd door verzwakking als gevolg van honger en ziekte.

Waar

In de Haarlemmermeer wordt al lange tijd intensief onderzoek gedaan naar de Torenvalk door de Roofvogelwerkgroep en in het bijzonder door Bert Jan Bol. Hoewel de stand erg kan fluctueren leven er gemiddeld 50 paren in de Haarlemmermeer. Vooral rond Schiphol. De trend is langzaam stijgend. Dat komt doordat het gras rond landingsbanen en langs wegen een zeer geschikt jachtterrein is voor deze valk. 2007 is een zeer

goed muizenjaar. Voor roofvogels is er daarom overvloedig voedsel. Dit jaar zijn er tenminste 68 broedparen geteld. 80% van de paren broedde in nestkasten, de rest in dakgoten en overkappingen, in oude schuren en boerderijen, in oude nesten van eksters en zwarte kraaien, in hangars op Schiphol en in spleten onder bruggen en viaducten.

Bijzonder

Door de vele muizen was het aantal eieren per nest met 5-6 erg hoog. In Lijnden was er zelfs een nest met 8 eieren; het hoogste aantal dat ooit in de Haarlemmermeer is geregistreerd en door één vrouwtje gelegd. Alle 8 de jongen zijn succesvol uitgevlogen (zie foto). Op het knooppunt Raasdorp had een mannetje torenvalk twee vrouwtjes. Toen hij de jongen van het eerste nest van muizen voorzag, zat het tweede vrouwtje enkele meters verderop te broeden op de eieren van het andere nest. Het eerste vrouwtje is zelfs nog aan een tweede broedsel begonnen.

Terugmeldingen

Alle torenvalkjongen en hun ouders worden zoveel mogelijk geringd. Na een jaar wordt ongeveer een kwart van de nestjongen teruggemeld uit een straal van ongeveer 100 kilometer. De ouders zijn tot op enkele kilometers na honkvast. Een klein deel van de torenvalken uit de polder gaat ook verder weg; er zijn diverse meldingen uit bijvoorbeeld Denemarken, Duitsland, Schotland, Frankrijk, Spanje en zelfs een enkeling uit Noord-Afrika.