bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 6 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 paddenstoelenVoorjaarspronkridderzwam24 nov 2011november

Voorjaarspronkridderzwam, 24 nov 2011

 voorjaarspronkridderzwam

Ik heb het al vaker genoemd, maar voor een oplettend oog is de natuur om ons heen altijd vol van verrassingen. Wellicht de eerste verrassing voor sommigen is dat er niet alleen paddenstoelen voorkomen in de herfst, maar ook in elk ander jaargetijde. Zo is april altijd de tijd van de morieljes en kwamen er recentelijk in De Heimanshof prachtige grote honingzwammen tevoorschijn uit een stam. Maar ook voor mij was het deze week een verrassing dat ondanks het al bijna 2 maanden droge weer er toch hele heksenkringen van paddenstoelen in het gazon bij mijn tuin verschenen. Omdat ik deze soort nog niet kende ben ik op onderzoek uitgegaan. Daar kwam uit, dat deze voorjaarspronkridderzwam normaliter in mei boven de grond komt. In warmere landen zoals Italië verschijnt hij al in maart. De zomerse en niet

bij april horende temperaturen van deze periode verklaren waarom deze soort al zo vroeg verscheen.

Bijzonder

De voorjaarspronkridderzwam is een mooie stevige paddenstoel (zie foto) met een hoed van 5-15 cm diameter. Hij is blank wit met fraaie ook witte dicht opeen staande sporenplaatjes. Zijn wetenschappelijke naam Calocybe is ook afgeleid van zijn fraaie uiterlijk en betekent letterlijk: ´mooi kopje´. De soort komt veel in heksenkringen voor. In Engeland staan heksenkringen die zo groot zijn, dat men denkt, dat ze al eeuwen oud zijn. De soort is ook eetbaar. In boter gebakken zou het een delicatesse zijn. In Oost-Europa wordt de voorjaarspronkridderzwam in commerciële hoeveelheden verzameld en uitgevoerd. Pas op bij zelf verzamelen. Er zijn een paar enigszins gelijkende soorten die maar 1x eetbaar zijn.

Waar

De voorjaarspronkridderzwam is niet zeldzaam. Hij wordt zowel in bebost terrein en in graslanden aangetroffen en met name in gebieden waar er kalk in de grond zit. Het lijkt erop dat de schelpen in de Haarlemmermeerse oude zeekleigronden net als voor de veel orchideeën in onze polder ook voor deze soort een gunstige voedingsbodem vormen.

 bomenVogelkersstippelmot20 mei 2017mei

Vogelkersstippelmot, 20 mei 2017

 vogelkersstippelmot

Vogelkersstippelmot

Zoals elk jaar wordt ik dit jaar gebeld en gemaild over hele bomen die kaal gevreten worden door rupsen. Het gaat in de meeste gevallen om kardinaalsmuts, vogelkers, appel of wilgen. Vooral de vogelkersstippel motten geven een kaal gevreten boom een spectaculaire aanblik( foto). Alle rupsen trekken namelijk permanent een zijden draad achter zich aan, waarmee ze de bomen bedekken met een soort ‘lijkwade’ (waaronder ze zich beschermen). De rupsjes laten zich rond deze tijd aan een zijden draad naar de grond zakken, waar ze zich verpoppen. In augustus komen de vrij onaanzienlijke stippelmotten te voorschijn, om weer een nieuwe generatie te maken.

Bijzonder

Het blad van bomen is op dit moment vers en mals. Ideaal voor allerlei soorten insecten om op groot te worden. Dat

de vogelkers geheel kaal gegeten wordt ziet er slecht uit, maar de boom is daaraan gewend. De rupsen eten alleen het eerste blad op en rond 21 juni komen de bomen met het St Janslot weer geheel in blad en vanaf 1 juli is er niets meer te zien. Het netto resultaat van deze rupsenuitbraak, is juist heel mooi. Zeg dat 100.000 rupsjes het in augustus redden om vlinder te worden. Die leggen dan misschien wel 1 miljard eitjes op dezelfde boom. En wie zich afvraagt waar de zangvogels en meesjes in de winter van leven: Die pikken elke dag tientallen tot honderden van deze eitjes weg. Stel dat er dan een miljoen eitjes de winter overleven en uitkomen en de boom gaan kaal vreten. In april leggen alle vogels eieren met het oog op deze rupsenpiek. Want bijna alle jonge vogeltjes worden op die rupsjes groot gebracht. Wel 200-300 gaan er per dag per jonkie doorheen zodat ze in 3 weken volwassen zijn. Van de miljoen rupsen redden het er dan misschien 200.000 om te gaan verpoppen. En het netto resultaat van deze kale bomen is dat de zangvogels een nieuwe generatie groot brengen en de winter overleven. Zit de natuur niet mooi in elkaar?

Waar

In De Heimanshof zijn vele soorten stippelmotten te vinden.

 paddenstoelenVliegen­zwam16 nov 2014november

Vliegen­zwam, 16 nov 2014

 vliegenzwamcruquius

In de vorige col­umn noemde ik, dat ik nog nooit een vliegen­zwam in de polder had gevon­den.

Daar kwa­men 2 reac­ties op: een uit Cruquius bij een eik (zie foto) van Janet Bakker, die altijd goed oplet en vaker waarne­min­gen doorgeeft en een uit Toolen­burg, Hoofd­dorp over een die sinds 2 jaar bij een berk verschijnt.

Bij­zon­der

De vliegen­zwam is een tot de ver­beeld­ing sprek­ende soort, waar omheen tal­loze feiten en sagen bestaan:

De hoed van de vliegen­zwam was een essen­tieel bestand­deel van hek­sen­brouwsels.

De ker­st­man met zijn rood met witte kledij zou het sym­bool zijn van iemand, die door een vliegen­zwammen­roes denkt te kun­nen vliegen in door rendieren getrokken arrenslee.

Het in melk of suik­er­wa­ter gedrenkte rode vlies van de hoed van de vliegen­zwam was ooit als vliegen­verdel­gingsmid­del pop­u­lair.

Lin­naeus gaf de vliegen­zwam de lati­jnse soort­naam Amanita

mus­caria (mus­caria= vlieg). 200 jaar later werd uit de vliegen­zwam het insec­ti­cide iboteninezuur geï­soleerd. Dit zuur wordt door droging omgezet in de stof mus­ci­mol, die ver­ant­wo­ordelijk is voor hal­lu­ci­naties.

Het gebruik van de vliegen­zwam was aan de elite van sja­ma­nen en orakels voor­be­houden zodat zij hun para­nor­male gaven kon­den ver­sterken en als enige in con­tact met de goden kon­den tre­den. Als er onvol­doende pad­den­stoe­len voorhan­den waren, werd de urine van de bevoor­rechten, die in ruime mate de drogerende rest­stof­fen bevatte, door de min­der bedeelden gedronken. De vreemde Engelse uit­drukking „get­ting pissed” voor in een alco­hol­roes raken, zou hier­mee te maken hebben.

De hoed van de vliegen­zwam bevat kleine hoeveel­he­den mus­carine dat pas in veel grotere hoeveel­he­den dodelijk giftig is. Vergiftigin­gen met fatale afloop komen dan ook weinig voor.

Waar

De vliegen­zwam is een van de pad­den­stoe­len­soorten die samen­leven met bomen. Ze vor­men samen een zoge­naamd myc­or­rhyza: een samen­stel van zwamdraden en boom­wor­tels waar­tussen suik­ers vanuit de boom en min­eralen vanuit de schim­mel wor­den uit­gewis­seld tot bei­der voordeel.

De voorkeur­swaard­plant van de vliegen­zwam is de berk, maar ook bij andere bomen waaron­der eik, beuk en den komt hij voor.

 bomenVleugelnootboom15 mrt 2007maart

Vleugelnootboom, 15 mrt 2007

 vleugelnootwinter 001

Deze week op 21 maart was de vijftigste boomfeestdag. 14 scholen in de Haarlemmermeer hebben dit jaar meegedaan. Zowel voor de aankleding van de omgeving, voor het wegvangen van stof en voor het opslaan van CO2 (en het daarvoor terugleveren van zuurstof) worden bomen steeds belangrijker. In de Haarlemmermeer zijn 400 monumentale bomen bekend en 200 die dat binnen 10 -15 jaar kunnen zijn. Een deel van deze bomen is inheems, maar vele zijn ook van overal uit de wereld afkomstig. Deze bomen verdienen extra zorg en aandacht. Een van de mooiste monumentale bomen is de Kaukasische Vleugelnoot aan de Kruisweg in Hoofddorp bij het oude marktplein.

Bijzonder

De vleugelnoot is een tamelijk snelgroeiende boom die een hoogte kan bereiken van 20-25 meter. De naam van vleugelnoot heeft te maken met twee vleugels waartussen de vrucht zit. De vleugelnoot is niet kieskeurig wat standplaats betreft. Zijn voorkeursplek bestaat echter uit vochtige terreinen bij rivieren. De vleugelnoot is een tamelijk snelgroeiende boom die een hoogte kan bereiken van 20-25 meter. De naam van vleugelnoot heeft te maken met twee vleugels waartussen de vrucht zit. De vleugelnoot is niet kieskeurig wat standplaats betreft. Zijn voorkeursplek

bestaat echter uit vochtige terreinen bij rivieren. De boom is erg gevoelig voor late nachtvorst en vraagt dus om een beschutte plek.
Karakteristiek voor vleugelnoot is de veelarmigheid van de kroon. De boom aan de Kruisweg, met zijn door kabels verankerde takken, is daar een prachtig voorbeeld van.
De vleugelnoot vormt een dicht bladerdak. Ook heeft de boom de neiging om meerdere stammen te vormen uit wortelopslag. Her en der verschijnen dan kleine ′boompjes′ op de worteluitlopers. Hoe ouder de boom wordt, des te meer kurklijsten er op de stam en takken verschijnen. Het hout is van goede kwaliteit, hoewel niet even dicht en sterk als (wal)notenhout.
Kaukasische of gewone vleugelnoot is een boom, die het beste als solitair in een grote tuin uitkomt. In parken zie je de boom meestal als solitair, maar je kunt er ook een indrukwekkende laan mee maken.

Waar

Deze boom zoals zijn naam al zegt, is afkomstig uit de Kaukasus. In de 18e eeuw kwam hij naar Europa. Met zijn regelmatige, koepelvormige kroon en fraai gebladerte is deze boom een bijzondere verschijning in tuinen en parken. De boom behoort net als de walnoot tot de Okkernootfamilie. Er zijn ongeveer 6 soorten vleugelnoot, waarvan er 5 in China voorkomen.

 Vleugelnoot1

 vogelsVlaamse Gaai20 sep 2016september

Vlaamse Gaai, 20 sep 2016

 vlaamsegaaimet_eikel

De Vlaamse gaai is een vogel die het goed doet in de stedelijke omgeving. Oorspronkelijk was het een schuwe bosvogel net als de merel.

Het is een zeer alert dier, waarvan het waarschuwingsroep voor alle dieren in het bos een signaal is om op te passen. Een streek naam is dan ook de schreeuwekster. De naam Vlaamse gaai is wellicht een verbastering van de Franse benaming: gai flamant ( Gaai met de vlammende kleuren). De vogel is nl ook mooi gekleurd ( zie foto). Met name de blauwe veertjes op de vleugels zijn geliefd bij jagers als ornament op hun hoed of pet.

De Gaai is een alleseter: insecten, knoppen, eieren, slakken, noten, vruchten, etc. Er bestaan meer dan 40 ondersoorten van de Vlaamse Gaai. In Nederland is het een standvogel, maar uit noordelijke gebieden komen in de herfst en

winter trekvogels bij ons overwinteren.

Bijzonder

De Vlaamse Gaai heeft het vermogen om veel verschillende geluiden voort te brengen. Naast de krassnede waarschuwingsroep ook totaal onverwachte geluiden. De soort heef een zeer sterke snavel. Daarmee kan hij ook noten en eikels openhakken. Eikels vormen in hersft en winter een hoofdbestanddeel van zijn menu. Zodra in deze tijd de eikenbomen eikels beginnen te produceren breekt er voor de Gaai een drukke tijd aan. Behalve het eten van vele eikels verzamelt hij tot 9 eikels in zijn keelzak, die hij overal en nergens op zachte grond( dus liefst in gespitte tuinen en akkers ) in de grond stopt al wintervoorraad. Een deel van de eikels die hij vergeet ontkiemen tot een boom. Daarmee is de Vlaamse gaai een belangrijke bos bouwer uit de natuur en de voornaamste verspreider van de eik.

Waar

De Vlaamse gaai en een vogel die bos en tuinen als leefgebied prefereert en zich steeds meer aan de menselijke omgeving (steden en recreatie gebieden) aanpast. In Nederland zijn er meer dan 50.00 broed paren end e soort neemt toe. Wereld wijd komt de soort in heel Eurazië voor in beboste gebieden buiten de pool gebieden en de woestijnen.

 bomenVlaamse Gaai19 nov 2015november

Vlaamse Gaai, 19 nov 2015

 vlaamsegaai

Gaaien of Vlaamse Gaaien zijn het hel jaar aanwezig in Nederland. De Nederlandse gaaien zijn standvogels. In heel Nederland leven er zo’n 60000 paar. In deze periode van het jaar neemt het aantal gaaien toe om dat noordelijke vogels zich hier komen melden. In de Heimanshof hebben we jaarrond een paar of 3 ,maar nu is er een groep van soms wel 10- 15 dieren actief. Vroeger was de gaai een schuwe bosvogel. Deze vogels zijn, meer dan kraaien en eksters, waarmee ze verwant zijn gesteld op beboste en parkachtige landschappen. Net als de merel, de grote bonte specht en een paar andere soorten zoals de hals band parkiet hebben ze zich zeer goed aan gepast aan het leven in en om de mensen in steden en dorpen.

Bijzonder

De Vlaamse Gaai is een vogel met een veelkleurig verenpak, waarbij vooral de blauwe veertjes

aan de vleugel op vallen. Het is een zeer alerte soort en de alarmroep van de gaaien is voor vele dieren een signaal om zich gedekt te houden. De Vlaamse gaai is een alleseter, die leeft van insecten, kleine dieren, eieren en jonge vogels die niet oppassen, maar hij is vooral verzot op noten, eikels en beuken nootjes. In deze periode van het jaar heet hij het extra druk. Het is zoals de meeste kraaiachtigen een redelijk intelligente soort. Zijn voorkeur voor eikels gebruikt hij om tijdens de ‘mast’ zoveel mogelijk eikels te verzamelen en te verbergen als wintervoorraad. Je ziet dan ook de eikels die onder eiken liggen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Een Gaai kan maar liefst 9 eikels tegelijk in zijn keel zak vervoeren en die stopt hij in zachte bodems in de grond als wintervoorraad. Voor groentetuinders kan dat een heel probleem worden, want een deel van die eikels vergeet hij. Daarmee is de Gaai de grootste verspreider van eikenbomen en daarmee ook een verwoed bosbouwer.

Waar

De Vlaamse gaai is Nederland een strandvogel van beboste gebieden en steden. Hij komt in heel Europa voor behalve dicht bij de pool cirkel.

 vogelsVisdief16 okt 2007oktober

Visdief, 16 okt 2007

 Visdief

Visdieven zijn koloniegewijs broedende vogels van kustgebieden en visrijke wateren in het binnenland. Bij voorkeur op eilandjes en andere moeilijk bereikbare plaatsen met een vrijwel kale bodem. Het voedsel bestaat uit kleine visjes, die meestal met spectaculaire duiken bemachtigd worden. Onze visdieven overwinteren langs de Westafrikaanse kust, van Mauretanië tot Nigeria.

Bijzonder

Rond 1900 broedden meer dan 30.000 paar visdieven in ons land. Afschot voor een dameshoeden-modegril en het rapen van eieren leiden tot een forse afname. Na beschermingsacties namen de aantallen weer toe tot 45.000 paar in 1939. Door DDT e.d. en het vernietigen van een broedkolonie van 20.000 paar, waren er in 1965 nog 5000 paar over, waarna een voorzichtig herstel inzette. Momenteel broeden jaarlijks 15.000 tot 17.000 paar visdieven in ons land. De soort staat op de Rode Lijst vanwege de grote afname van het aantal broedparen en

hun beperkte verspreiding.

Waar

Hoewel het visdiefje al weer op weg is naar Afrika om te overwinteren is deze soort toch het onderwerp van deze week. Visdiefjes maken nl sinds 2001 gebruik van het dak van het PWN gebouw bij Hoofddorp (hoek Kruisweg, Driemerenweg) en er is recent vastgesteld dat de vogels van deze kolonie afgelopen zomer de oorzaak zijn geweest van de besmetting van het drinkwater met E-Coli bacterie. PWN bestudeert nu de mogelijkheden om te verhinderen dat de vogels zich in 2008 weer op het dak gaan vestigen. Op dit sedumdak broeden niet alleen sterns, maar in ook steeds meer meeuwen. De grotere meeuwen waren al bezig het visdiefje weg te drukken, want in 2007 waren er nog 44 paar over van de top van 200 in 2003. In 2003 was ook de zeer zeldzame zwartkopmeeuw nog aanwezig met 6 paar. Die komt al niet meer tot broeden. Als dit dak als nestgelegenheid wegvalt is er nog 1 broedkolonie over in de Haarlemmermeer, ook op een dak in Nieuw-Vennep, waar dit jaar ongeveer 70 broedparen werden vastgesteld. Bron gegevens Haarlemmermeer: Erik Wokke.

Terugmeldingen

Let vanaf nu op de houtsnip, een bruine vogel met een lange snavel en een zeer goede camouflage, die nu doortrekt en zich overdag vaak in tuinen onder bosjes ophoudt. Veel vogels vliegen zich elk jaar tegen ramen te pletter als ze opgeschrikt worden.

 plantenVingerhoedskruid20 jun 2016juni

Vingerhoedskruid, 20 jun 2016

 vvingerhoedskruid

Al 5 jaar hebben we vanuit Stichting MEERGroen het Wandelbos Hoofddorp in beheer. Dit park is het oudste park in de Haarlemmermeer met bomen van ca 100 jaar oud. Een jaar of 10 geleden hebben we er al voorjaarsplanten zoals daslook, sneeuwklokjes, longkruid en narcissen geïntroduceerd die inmiddels sfeerbepalend zijn geworden in de periode januari tm mei. Vorig jaar zijn we aan de slag gegaan met zomerplanten. De meest opvallende soort daarbij is het vingerhoedskruid. Deze soort hoort thuis in half beschaduwde open plekken in het bos het bos. Het is een zgn. kapvlaktesoort waar 2 variëteiten van bestaan: een paarse vorm en een witte. Beide variëteiten zijn te vinden.

Bijzonder

Vingerhoedskruid is een soort die vooral door hommels bezocht wordt. De bloem van ca 5 cm diep moet door de hommels ‘bestormd’

worden om achterin bij de nectar te komen en de hommel wordt daarbij dik onder het stuifmeel bestoven. De bloem heeft een stippelpatroon die de insecten de weg wijst naast binnen. Vingerhoedskruid behoort tot de zogenaamde heksenkruiden: 20-30 soorten die hallucinerende, verdovende, geneeskrachtige, rustgevende of andere werkingen hebben en die voor allerlei toepassingen in zalfjes en drankjes verwerkt werden. Vingerhoedskruid bevat stoffen die effect hebben op het hart. De stoffen zijn erg giftig en een verkeerde dosis kan fataal zijn. Overigens zijn alle plantensoorten kleine chemische fabriekjes, met als enig gemeenschappelijk doel: ze willen niet door het leger van kevers en larven worden opgegeten en maken zich elk op hun eigen manier onaantrekkelijk. Dat werkt bij de ene soort beter dan de ander, zoals geconstateerd kan worden aan de mate van vraat. Soms maakt een plant een bijzondere veelzijdig symmetrische top bloem: een pelorische bloem. Toevallig meldde een lezer deze week dat hij zo’n bloem voor het eerst in 30 jaar in zijn tuin had, (foto)

Waar

Vingerhoedskruid is een Europese plant van open plekken (kapvlaktes) in bossen.

 plantenVingerhoedje9 mei 2016mei

Vingerhoedje, 9 mei 2016

 vingerhoedje

Het is in deze column al vaak aangegeven: je vindt niet alleen paddenstoelen in de herfst, maar je kunt ze het hele jaar door vinden. April en mei zijn daarbij de maanden dat paddenstoelenliefhebbers uitkijken naar morieljes. Dat zijn prachtige paddenstoelen met ruitvorming ingesneden hoeden, zoals de kapjesmorielje (bovenste foto). En ze zijn nog lekker om te eten ook. Lou van der Linde vond deze in het Haarlemmermeerse bos. Maar daar in de buurt stond nog een paddenstoel die ooit tot de morieljes werd gerekend, maar die nu bij de valse morieljes staat: het vingerhoedje. Deze paddenstoel heeft een lange taps toelopende steel, waar het hoedje bijna los op lijkt te balanceren. Dit hoedje is ook nauwelijks ruitvorming ingesneden. Bij de echte morieljes zit het

hoedje over zijn gehele lengte aan de steel vast (foto onder).

Bijzonder

En belangrijker nog: het vingerhoedje is wel eetbaar, maar pas na een degelijk voorbereiding. Hij bevat benzine-achtige stoffen die pas bij flink verhitten verdampen. Maar je weet nooit wanneer ze er helemaal uit zijn en waar die stoffen blijven in de lucht. Dus het is daarom beter om deze paddenstoelen (en ook bijna alle andere) lekker te laten staan zodat andere mensen er ook van kunnen genieten en ze hun sporen kunnen produceren en verspreiden.

Waar

Morieljes zijn paddenstoelen die organisch materiaal verteren uit de humuslaag (saprofiet) en ze houden van losgewoelde aarde die wat kalk bevat. In die zin passen ze bij de Haarlemmermeerse grond (die in de zeeklei nog schelpen bevat).Het vingerhoedje wordt gedacht naast saprofitische ook mycorrhiza eigenschappen te hebben. Dat wil zeggen dat hij samenleeft met een boom waarmee hij mineralen uitwisselt en daarvoor suikers terug ontvangt. En waarschijnlijk is het de meidoorn waarmee hij deze wederzijds voordelige (symbiotische) relatie heeft.

 plantenVingerhelmbloem28 mrt 2010maart

Vingerhelmbloem, 28 mrt 2010

 vingerhelmbloem

Terwijl de gazons en veldennog winters kaal zijn, is er in de ondergroei van veel bossen en bosplantsoen een explosieve groei en bloei waar te nemen. Deze bosplanten (ook wel stinzenplanten genoemd) moeten hun levenscyclus afronden voordat bomen en struiken in blad staan. Dan doen ze veelal met in bollen opgeslagen reservestoffen. Van half december tm mei leveren deze soorten bijna elke week een nieuwe kleurenpracht op. In De Heimanshof zijn ze allemaal te zien, maar ook op talloze andere plaatsen, in het wild of in tuinen. Met het mooie weer van de afgelopen week is er in luttele dagen een nieuwe plant verschenen: de Vingerhelmbloem, die grote paars bloeiende groepen vormt. Deze plant is giftig, behoort tot de papaverfamilie en wordt zo´n 20 cm hoog. Hij bloeit van eind maart tot eind april. In de voorzomer sterven de bovengrondse delen van de plant alweer af. In de bodem zit een knolletje ter grootte van een hazelnoot.

Binnen de oude knol komen na de bloei twee nieuwe knollen tot ontwikkeling en vergaan de resten van de oude. Door deze vermeerderingswijze groeien de planten vaak in groepen bijeen. Verspreiding over grotere afstanden bereikt de plant door mieren. Die verslepen de zaden omdat ze voorzien zijn van een zoet ´mierenbroodje´.

Bijzonder

Waar

om de bloem helmbloem heet, is op de foto goed te zien en ook de ´vingers´ van het schutblaadje aan het steeltje van elke bloem. Vingerhelmbloem is nauw verwant aan de holwortel. Het verschil tussen holwortel en vingerhelmbloem is dat holwortel een holle stengel en knol heeft en dat deze bij de vingerhelmbloem massief zijn.

Waar

De Vingerhelmbloem heeft een voorkeur voor losse, vochthoudende, voedselrijke en kalkhoudende bodems. Ze is vaak te vinden in loofbossen aan de voet van hellingen van Frankrijk en Italië tot ver in Noord-Rusland. De enige plek waar Vingerhelmbloem bij de kust groeit, is in Nederland. Op de kalkrijke Haarlemmermeerse grond, in humusrijk bosplantsoen doet deze soort het ook goed.

 vissenVetje18 feb 2007februari

Vetje, 18 feb 2007

 vetjemetenzonderparasiet

Het vetje is een karperachtig visje dat leeft in stilstaande en langzaam stromende wateren. Het vetje is een opvallend klein visje met relatief grote schubben en bek. Het heeft een groenbruine rug en een zilverwit tot blauwachtige buik. Het grote (witte) oog is ook karakteristiek. Het vetje voedt zich voornamelijk met watervlooien en met eieren en larven van vis. De soort waardeert schoon water met onderwaterplanten en begroeide oevers.
Een bedreiging voor de soort is het verdwijnen van onderwaterplanten door vermesting en vervuiling. Bij veldonderzoek bleek dat vetjes zich dan maar één generatie lang konden handhaven. Soms komt het vetje massaal voor. De vis is geslachtsrijp als het een lengte van ongeveer 6 centimeter heeft bereikt. De maximale lengte bedraagt 14 centimeter. Exemplaren van meer dan 7 centimeter worden zelden gevangen.

Bijzonder

Pas

sinds 1921 is het vetje bekend uit Nederland. Daarvoor werd hij over het hoofd gezien, of beschouwd als jong ‘witvisje’.
Een groot probleem is het oprukken van een nieuwe parasiet. Deze komt voor bij de de Aziatische Blauwband (een verwante vissoort) die 40 jaar geleden in Roemenië is uitgezet en aan een opmars in heel Europa bezig is. De stand van het vetje loopt sinds die tijd gestaag terug en het dier is daarom op de rode lijst van bedreigde zoetwatervissen gekomen.
Als het vetje in contact komt met het water waarin de blauwband gezwommen heeft, wordt er geen kuit meer geproduceerd en sterft zo’n 70 procent van de populatie elk jaar. De gestorven dieren hebben aanzienlijk schade aan de ingewanden en in het bijzonder aan de geslachtsorganen. Zie de foto voor het verschil van een vis met (onder) en zonder (boven) parasieten.

Waar

Het visje komt op diverse plaatsen door heel Nederland voor, maar als hij een keer wordt gevangen, herkennen vissers het vetje vaak niet. Ook in de Haarlemmermeer komt het vetje voor, vooral in peilvakken met achtervakbemaling en het liefst bij bruggen en waar het water stroomt. Sterfte door de parasiet is hier nog niet waargenomen. Meestal komt het vetje in scholen voor, maar is nergens algemeen.

 vogelsVelduil28 okt 2007oktober

Velduil, 28 okt 2007

 velduil

De velduil komt voor in de Noordelijke delen van Europa, Azië en Amerika. Zijn leefgebied bestaat uit moerassen, graslanden en agrarisch land. De velduil is ongeveer 38 cm groot en leeft en broedt vooral op de grond. Het voedsel bestaat grotendeels uit woelmuizen. Daarnaast worden ook andere muizen en vogels gegeten. De velduil heeft een ronde kop, vrijwel zonder oorpluimen en een opvallend gezichtsmasker.

Bijzonder

Velduilen jagen zowel ′s nachts als in de schemering. Meer dan andere uilensoorten jagen ze ook overdag, waardoor ze vaker opvallen. De soort staat op de Rode Lijst vanwege de duidelijke afname en de geringe verspreiding van de Nederlandse broedpopulatie, en vanwege de kwetsbaarheid van het broedbiotoop.

Waar

Velduilen broeden in wisselende aantallen in de duinstreek en in moerasgebieden. Sinds de jaren vijftig is in het zuiden en oosten van het land sprake van een dalende trend. Op de Waddeneilanden

en in de net ingepolderde Flevopolders nam de soort eerst toe. Flevoland is inmiddels echter weer bijna verlaten, terwijl de Waddeneilanden -vooral Ameland - nu hèt bolwerk van de soort in Nederland zijn. Het aantal broedparen schommelt de laatste jaren tussen de 50 en 175 paar, waarvan tenminste driekwart op de Waddeneilanden. De kieskeurigheid en de zeldzaamheid van deze soort maakt het zeer bijzonder dat in het landschap om de startbanen van Schiphol het hele jaar door velduilen voorkomen. In sommige jaren zijn er wel 10 exemplaren waargenomen. De roofvogelwerkgroep schat dat maximaal 3 paren per jaar tot broeden komen. Dit jaar zijn tenminste drie jonge velduilen gemeld, waarvan 2 het slachtoffer waren van vliegtuigen. Het geringde derde jong staat op de foto. Ook op ander plaatsen in de Haarlemmermeer, zoals de Boseilanden worden soms velduilen gemeld. Vooral broedvogels uit Scandinavië overwinteren ook in Nederland. In oktober verschijnen de eerste trekkers, terwijl de laatste in mei weer zijn vertrokken. Het zijn echte zwervers. In Nederland geboren vogels trekken soms weg tot in noordelijk Scandinavië en Rusland, maar andere blijven hun leven lang binnen de landsgrenzen

Terugmeldingen

: Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe en een doortrekkende slechtvalk en veel haviken langs de Geniedijk.