bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

fluweelpootje, 6 jan 2018

 fluweelpootjecombi

Dit is de tijd van de winterpaddenstoelen. In herfst en zomer schieten de paddenstoelen als rakketten uit de grond en zijn ook binnen een paar dagen weer weg. Die moeten dus heel snel hun sporen rijp laten worden. In de winter gaat alles veel langzamer. De winterpaddenstoelen zijn daarom ook maandenlang te bewonderen en de hebben lange tijd om zoveel mogelijk sporen te laten verwaaien. Vele winterpaddenstoelen zijn eetbaar. Dat geldt bv voor de Judasoor die je veel in Chinese gerechten vindt. Ze ontlenen hun naam aan hun oorvorm en de overlevering dat ze er groeien sinds Judas met z’n oor aan de scherpe punt van de afgebroken vliertak bleef hangen toen hij er uit schuldgevoel een einde aan wilde maken. Ze smaken zoals ze eruit zien: Een stevige bite van kraakbeen met een peperachtige nasmaak. Het fluweelpootje is ook een heel algemene winterpaddenstoel, die als delicatesse geldt in de horeca en zoetig smaakt. Vooral

de hoed. In Azië worden ze gekweekt zonder licht en zien ze er heel wit uit (inzet).

Bijzonder

Hoewel de hoed het lekkerst smaakt (ook rauw) bevat de wat taaiere steel eens immuunsysteem versterkende stof en het mycelium in het hout een werkzame stof tegen kanker. Fluweelpootjes smaken zoetig omdat ze een antivries aanmaken in de vorm van suiker. Dat komt ze goed van pas, want ze komen in de witter pas tevoorschijn na de eerst vorst en kunnen ook vorst goed verdragen. Pas recentelijk is ontdekt dat de makkelijk herkenbare soort toch complexer in elkaar zit. Op basis van sporenkenmerken zijn 3 soorten een variëteit onderscheiden.

De kweekversie van Fluweel pootje is door de NASA meegenomen in de ruimte om het effect van zwaartekracht te onderzoeken. In de ruimte werden de strak gerichte dichte bundels paddenstoelen een wirwar van steeltjes en hoedjes.

Waar

Fluweelpootjes zijn een onmiskenbare en algemene paddenstoel door z’n steel die met fluweel begroeid lijkt en in bundels voorkomt op dood en ziekloofhout van wilgen ,elzen, populieren e.d.(foto)





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 5 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 kleine dierenWaterspitsmuis (2)10 mrt 2013maart

Waterspitsmuis (2), 10 mrt 2013

 waterspitsmuis2

De waterspitsmuis heeft giftig speeksel. Dit wordt vooral gebruikt om prooidieren als vissen en kikkers te verlammen, die groter kunnen zijn dan hijzelf (foto). De waterspitsmuis leeft solitair. Alleen in de voortplantingstijd leven meerdere dieren bijeen in een los familieverband.

Het voedsel van de waterspitsmuis bestaat uit prooidieren die hij zowel op het land als in het water vangt. Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit insecten en andere ongewervelden zoals kreeftachtigen, waterslakken, kevers, motten, vliegen, larven en wormen. Daarnaast eet hij ook kleine vissen, amfibieën(eieren) en aas. Soms legt de waterspitsmuis een voorraad aan. Waterspitsmuizen eten per dag minstens hun eigen lichaamsgewicht en kunnen twee dagen zonder

voedsel.

De waterspitsmuis is vrij luidruchtig. Hij maakt fluitende kreten, trillers en schrille krijsende en sissende geluiden.

Bijzonder

De waterspitsmuis is in Nederland bedreigd en staat op de rode lijst als kwetsbaar. Dit is het gevolg van de vernietiging van hun leefgebied door o.a. de aanleg van waterwegen, de drainage van landerijen, het verwijderen van oevervegetatie en watervervuiling.

Ook in veel Europese gebieden is de populatie van waterspitsmuizen hierdoor teruggelopen. Maar omdat ze zo klein en ongrijpbaar zijn, is het moeilijk een juiste schatting te maken van de mate van achteruitgang. Natuurlijke bedreigingen van de waterspitsmuis zijn kerkuil, steenuil, steenmarter en boommarter. Daarnaast worden waterspitsmuizen ook wel gevangen door o.a. bunzing, kat, vos en ransuil, maar niet door hen opgegeten. Dit komt omdat spitsmuizen, vooral de mannetjes, een ranzig ruikende stof uitscheiden en dan door deze geur of smaak niet worden opgegeten.

De waterspitsmuis is een ontzettend schuw dier, dat zich dood kan schrikken van een plotseling, hard geluid. De soort is zowel overdag als ′s nachts actief, maar vooral voor zonsopgang.

 kleine dierenWaterspitsmuis (1)3 mrt 2013maart

Waterspitsmuis (1), 3 mrt 2013

 waterspitsmuis1

Afgelopen zaterdag werkte ik mee aan een project vlak bij Vijfhuizen net over de ringvaart. Een ruig en nat weiland, genaamd Poelbroekpark. Met 10 man deden we het achterstallig maaiwerk wat paarden de jaren ervoor gedaan hadden. De snijdende koude voelden we niet door het harde werken en vooral de vele leuke dingen die we zagen: een vossenburcht en maar liefst een stuk of 10 bijzonder spitsmuizen: de waterspitsmuis had het hier goed naar zijn zin. Normaliter zijn deze dieren in de ruige natte gebieden waar ze leven niet te vinden of te vangen, maar door het maaien krioelden ze overal. Zoals de naam doet vermoeden, zijn waterspitsmuizen waterdieren. Spitsmuizen zijn verder geen gewone muizen die zaad of gras eten, maar het zijn jagende carnivoren. Er zijn 6 spitsmuissoorten in Nederland,

waarvan de waterspitsmuis de grootste is. En de specialiteit van de waterspitsmuis is jagen onder water. Ook loopt hij over de bodem van het water. Hij kan tot 20 seconden onder water blijven. De waterspitsmuis zwemt met zijn staart en poten. De onderzijde van de staart is voorzien van rijen witte borstelharen, die dienen als een soort kiel bij het zwemmen en franje bij met name de achterpoten en zwemvliezen. De oren liggen geheel verborgen in de vacht en worden bedekt door huidflapjes tegen inkomend water. Hij heeft kleine zwarte ogen en een spitse snuit met lange witte snorharen. De vacht is waterafstotend, door de afscheiding van vetklieren, die hij op het land door zijn vacht poetst. Als een waterspitsmuis zwemt, blijven er luchtbellen tussen de vacht zitten, waardoor deze een zilveren kleur krijgt (foto). Deze luchtbellen houden warmte vast, maar zorgen er ook voor dat de waterspitsmuis blijft drijven. Om bij de bodem te komen, moet een waterspitsmuis met een sprong het water induiken. De waterspitsmuis heeft gevoelige, beweeglijke snorharen en een spitse snuit, waarmee hij naar prooi kan zoeken in de modder en onder steentjes. Volgende week verder.

 plantenWaterranonkel8 jun 2007juni

Waterranonkel, 8 jun 2007

 waterranonkel1

De natuur is in juni op zijn mooist, met het grootste aantal bloeiende planten. Meestal is de bloemenpracht te bewonderen in bermen en in tuinen.
Aan de Sweelincksingel in Hoofddorp- Oost was in die tijd een indrukwekkende bloemenpracht in het water van de vijver te bewonderen. Bijna de hele oppervlakte van de vijver is dan bedekt met een wit bloemetje met een geel hartje dat net 5 cm boven het water wordt opgetild door een dicht massa van volledig onder water groeiende planten. Het kan in dit geval niet gaan om een wier zoals Canadese waterpest of gedoornd hoornblad, want die bloeien niet.
Het gaat om een boterbloem en wel de waterranonkel. Van de Waterranonkel-familie

komen in Nederland 7 soorten voor. De enige die al zijn stengels en bladeren onder water houdt en alleen het bloemetje boven water drukt, is de stijve waterranonkel.

Bijzonder

Alle waterranonkels hebben bladeren die zo diep ingesneden zijn dat ze bijna alleen uit draadvormige slippen lijken te bestaan. Deze soort heet ‘stijf’ omdat de bladeren niet zoals bij de andere soorten als zij uit het water getild worden slap naar beneden gaan hangen, maar in dezelfde stand blijven staan.

Waar

De stijve waterranonkel houdt van een zonnige plek en vrij ondiep voedselrijk water, dat ook wel een beetje brak mag zijn en liefst een klein beetje moet stromen. De bodem mag voor deze soort zowel venig als kleiig zijn. Daarom komt deze soort het meest in West-Nederland voor.

Voorkomen: niet algemeen en niet zeldzaam

Status: niet speciaal beschermd

 plantenWaternetje13 nov 2013november

Waternetje, 13 nov 2013

 waternetje

Zowel in de Toolenburgse plas als in het meer van het Haarlemmermeerse bos is het water vrij helder en diep. Daardoor worden deze meren druk bezocht door toenemende aantallen duikliefhebbers. En onder water zijn er natuurlijk weer intrigerende flora en fauna zaken te ontdekken. Onlangs stuitte een van de duikers tussen 2-7 m diepte op netvormige wolken bestaande uit groene bolletjes. Deze bolletjes bestaan uit netvormige structuren van 5- 30 mm groot (foto). De netvormige structuur van het waternetje is een kolonie, bestaande uit meerdere cellen. Een volgroeid netje kan een paar cm groot worden.

De groei van waternetjes wordt door hogere temperaturen versterkt. De klimaat verandering heeft veroorzaakt dat waternetjes zich op sommige plekken

tot een plaag kunnen ontwikkelen.

Het is in de zomer veel aanwezig, maar sterft af als het water kouder wordt. Het waternetje overleeft de winter door dikwandige sporen te maken die naar de bodem zakken.

Bijzonder

Een jong netje ontstaat al binnen een volwassen cel. Elk bolletje ontstaat uit één zich opdelende cel binnen een moedercel. Dit worden sporen die zich met zweepdraden binnen de moedercel kunnen bewegen. Al voor het uiteenvallen van de moedercelwand verliezen deze sporen hun zweepdraden en groeperen ze zich in de vorm van een nieuw jong netje. Door het strekken van de cellen groeit het nieuwe netje verder.

Waar

Waternetje is een groenwier, waarvan in (Midden- en West-) Europa 1 en in de wereld 5 soorten bestaan. De foto is gemaakt in het meer van het Haarlemmermeerse Bos waar deze algen voorkomen op 2- 7 m diepte. Het waternetje is bekend uit voedselrijke, vooral stikstofrijke wateren, sloten en plassen. Het kan ook in het kustgebied in water met een hoog zoutgehalte voorkomen.

 bomenVuurzwammetje21 okt 2017oktober

Vuurzwammetje, 21 okt 2017

 vuurzwammetje

Wat bij vogels bv de Ijsvogel is en bij planten de orchideeën familie, dat zijn bij paddenstoelen de wasplaten. Het zijn bijna zonder uitzondering zeer kleurige paddenstoelen, die erg tot extreem zeldzaam zijn en daarmee een iconische status hebben bij kenners en leken. Groot was dan ook ons enthousiasme toen we op De Heimanshof maar liefst 10 scharlakenrode vuurzwammetjes aantroffen voor het eerst in 40 jaar (foto JvanLoon). De Nederlandse naam "vuurzwammetje" heeft betrekking op de intens rode kleur. Wasplaat slaat op de structuur van de plaatjes aan de onderzijde van de hoed die doet denken aan stearine of was van een kaars.

Bijzonder

De functie van de felle kleur van sommige paddenstoelen, waaronder het vuurzwammetje, is onbekend. Mogelijk heeft deze een signaalfunctie en beschermt het vruchtlichaam

tegen betreding. In Europa groeit de soort in grasland, op zandige heiden en in onbemeste wegbermen. Op een enkele soort na zijn veel wasplaten in heel West-Europa erg zeldzaam geworden. Ze zijn namelijk erg gevoelig voor kunstmest en verdwijnen snel uit hiermee bewerkte weilanden. Samen met andere graslandpaddenstoelen zijn ze teruggedrongen tot vaak luttele vierkante meters waar ze zich rond deze tijd laten zien.

Waar

In Nederland zijn het vaak oude kerkhoven en verder een enkel graslandreservaat, een oude zeedijk of grazige plekken op heide en in de duinen waar je ze kunt vinden. Wasplaten worden altijd gezien als graslandpaddenstoelen, maar veel soorten zijn vooral kieskeurige paddenstoelen die alleen maar gevonden worden op een oude gerijpte bodem die al heel veel jaren onaangeroerd is gebleven. Noord-Amerika komen wasplaten vooral voor in oude ongestoorde oerwouden aan de oost- en westkant van het continent. Haast onbegrijpelijk, maar beide groeiplaatsen hebben een ongestoorde bodem gemeen. Het gaat altijd om slechts enkele vierkante meters, waar ze voorkomen in een bijzonder milieu, dat ze meestal delen met andere zeldzame paddenstoelsoorten.

 plantenVroegeling9 mrt 2008maart

Vroegeling, 9 mrt 2008

 vroegeling

Bolgewassen zoals sneeuwklokjes, narcissen en winteraconieten kunnen met het reservevoedsel in de bol een snelle start na de winter maken. Een van de eerste planten die dit reservevoedsel niet hebben en daarmee (voor sommigen) de echte start van het voorjaar aangeven, is de vroegeling. De vroegeling is een onooglijk klein plantje van soms maar 1 cm hoog , maar meestal zo’n 4-10 cm. Het is een kruisbloemige, die b.v. familie is van koolzaad. Dit plantje bloeit van februari tot mei met kleine 2 tot 5 mm grote, witte bloempjes. Vroegeling plant zich voort via zaad. Vaak komt de plant massaal voor op geschikte standplaatsen. De grote aantallen kleine bloempjes en later in het jaar de zaaddoosjes, zien er vanuit menselijk perspectief uit als een witte waas over de grond.

Bijzonder

Vroegeling is een winterannuel. Dit zijn éénjarige planten die als zaad ′overzomeren′. De ecologische verklaring

hiervoor is, dat vroegeling bij voorkeur voorkomt op schrale zandige plekken. En die plekken worden in de zomer zeer droog en gloeiend heet. Door in de herfst te kiemen, als bladrozet te overwinteren en dan vroeg te bloeien en zaad te vormen heeft dit plantje een werkbare levenscyclus gevonden.

Waar

De plant groeit op open zandgrond. Vroegeling komt in alle streken met een gematigd klimaat voor. In de Haarlemmermeer is de vroegeling vaak in boomspiegels en tussen stoeptegels te vinden.

Terugmeldingen

Uit vele meldingen wordt duidelijk dat er op veel plaatsen in de Haarlemmermeer ijsvogels aanwezig zijn. Op tenminste 1 plaats is inmiddels bevestigd dat zich een paartje gevormd heeft, dat bezig is met het graven van nestgangen in een aangelegde ijsvogelnestwand. Bergeenden die in de winter in de Waddenzee verblijven, keren weer terug naar hun nestholen op akkerranden, terwijl de grote zaagbekken nog aarzelen om naar Oost- en Noord-Europa terug te keren. Overal in de bebouwde kom zijn er paartjes te zien die net als aalscholvers aan het vissen zijn. Groene Spechten slaken soms om de 10 minuten hun schallende territoriumroep, die wel een km ver draagt en die lijkt op een uitdagende lach.

 insectenVroege glazenmaker30 jun 2012juni

Vroege glazenmaker, 30 jun 2012

 vroegeglazenmaker

Libellen komen in Nederland voor in 3 types. De kleinste soorten heten waterjuffers en vouwen hun vleugels in rust boven hun lijf. De middelgrote soorten zijn ca 4-5 cm lang en houden hun vleugels breed uitgestrekt. De grootste soorten zijn vaak 6-8 cm lang en worden glazenmakers genoemd omdat ze deden denken aan glazenmakers uit vroeger tijden. Deze droegen glas in een raamwerk van latten op de rug waardoor het wel vleugels leken. Alle libellen zijn een wonder van esthetische schoonheid. Voor de leek zijn ze niet allemaal makkelijk te onderscheiden. Maar dat geldt niet voor de soort van deze week. In de Haarlemmermeer komt maar 1 bruine glazenmaker voor (terwijl er 4-5 groene en blauwe soorten zijn). Op 20 m afstand is deze soort te herkennen. En zijn prachtige groene ogen zijn een extra toegift als je hem ergens zittend vindt. De vroege glazenmaker heet zo, omdat hij als eerste van de glazenmakers volwassen wordt en rondvliegt. Vaak al in mei. En hij vliegt tot ver

in juli.

Bijzonder

De vroege glazenmaker leeft het grootste deel van zijn leven als larve onder water. Veel libellen overwinteren als ei en het ei komt pas uit in het voorjaar. Bij de vroege glazenmaker komt het ei onmiddellijk uit en de larve overwintert. Daarom kan deze soort ook eerder in het jaar volwassen worden dan andere soorten. Zowel de larven als de volwassen libellen zijn jagers. Libellenlarven zijn echte onderwaterdieren die zuurstof uit het water kunnen opnemen. Ze vangen prooien groter dan zichzelf met razendsnel uitklapbare kaken. Volwassen libellen leven een paar weken om zich voort te planten en vangen prooien als muggen en vlinders.

Waar

De vroege glazenmaker is een soort van vooral West-Nederland. Hij houdt van sloten en poeltjes met voedselrijk water die dicht met vegetatie omzoomt zijn, zoals die veel in veengebieden te vinden zijn. Maar ook in De Heimanshof, langs de Geniedijk en bij natuurvriendelijke oevers is dit een soort die vaak aan te treffen is.

 vroegeglazenmaker2

 grote dierenVos (3)18 mei 2008mei

Vos (3), 18 mei 2008

 vos3burchthmeer

e Vos 3 Elk jaar zwemmen er vossen de ringvaart over, vanuit de duinen of het Groene Hart. Over de vos is zoveel interessants te melden, dat dit een serie van 3 columns is geworden. De vorige twee weken de algemene gegevens en de bijzonderheden. Deze week het voorkomen in en buiten de Haarlemmermeer: De rode vos heeft het grootste verspreidingsgebied van alle roofdieren (vroeger was dit de wolf). Hij komt in praktisch het gehele Noordelijk Halfrond voor en ontbreekt alleen in woestijnen, toendra′s en afgelegen eilanden. Dat komt omdat hij zich goed kan aanpassen en niet kieskeurig is. Zijn favoriete leefgebied is bos met open gebieden. Een zelf gegraven hol bevindt zich meestal in een zandbank, onder een omgevallen boom, tussen boomwortels en heeft vaak 2-4 ingangen. Zo’n groot hol wordt een burcht genoemd. Meestal gebruiken alleen drachtige vrouwtjes het hol. Buiten het voortplantingsseizoen verblijft de vos overdag meestal op beschutte plaatsen. Elk

jaar worden er vossen in de Haarlemmermeer aangetroffen. Ze zwemmen van alle kanten de ringvaart over. De meeste meldingen heb ik gekregen uit het Haarlemmermeerse Bos en van de Geniedijk bij Aalsmeerderbrug, maar ook in Lisserbroek was er zo’n 6 jaar geleden een verkeersslachtoffer. Ook de dieren in het Haarlemmermeerse Bos eindigen bijna allemaal als verkeerslachtoffer op de N201 of de Driemerenweg. De vossen op de Geniedijk hebben het voor zover ik weet, nooit verder gebracht dan de A4. Op een plek bij Vijfhuizen is er al bijna 5 jaar regelmatig een koppeltje dat een burcht bouwt. Of dit hetzelfde koppel is of telkens een ander is onbekend. In de afgelopen 5 jaar zijn er tenminste 2 keer jongen tot volwassenheid opgevoed. Eenmaal 3 jongen (waarvan er minstens 1 aan het verkeer ten slachtoffer viel) en vorig jaar 1 jong. De burcht van vorig jaar (zie foto) is dit jaar nog leeg gebleven. Graag houden we ons aanbevolen voor andere meldingen over het voorkomen van vossen in onze polder.

 vos2uitholgegraven

 grote dierenVos (2)11 mei 2008mei

Vos (2), 11 mei 2008

 vos2jacht

Elk jaar zwemmen er vossen de ringvaart over, vanuit de duinen of het Groene Hart. Over de vos is zoveel interessants te melden, dat dit een serie van 3 columns wordt. Vorige week de algemene gegevens. Deze week de bijzonderheden en volgende week het voorkomen in en buiten de Haarlemmermeer. Een vos kan tenminste 28 verschillende geluiden voortbrengen en hij kent ook een groot aantal houdingen om mee te communiceren. Onderdanige vossen houden bijvoorbeeld de oren naar achter, de mond lichtelijk open met opgetrokken lippen, en kwispelen met hun staart. Agressieve vossen plaatsen de oren zijdelings en houden hun bek wagenwijd open. Een vos kan 10 jaar worden, maar de meeste vossen worden niet ouder dan 3 jaar. Jacht is de voornaamste doodsoorzaak. Ook worden veel vossen verkeersslachtoffer. Belangrijke ziektes waaraan vossen kunnen lijden zijn schurft en hondsdolheid.

Over de jacht op vossen zijn de meningen verdeeld. Voorstanders van de jacht vinden:
- Dat de vos ziekten en parasieten met zich mee kan dragen, met name hondsdolheid en bepaalde soorten lintwormen;
- De vos jaagt op allerlei soorten fauna, waaronder weidevogels, landbouwdieren als kippen en konijnen en fazanten, waarbij hij soms meer

doodt dan hij nodig heeft;
- Bejaging van vossen dient ter bescherming van weidevogels;
- Jacht maakt natuur natuurlijk. In de kleine Nederlandse natuurterreinen is geen plaats voor grote roofdieren. Jacht compenseert dat door het aantal vossen te controleren.

Tegenstanders van de jacht hebben andere argumenten:
- Vossen vangen grote aantallen veldmuizen, en woelratten, die in economisch opzicht veel meer schade veroorzaken dan vossen.
- Door jacht zwermen dieren uit aangrenzende gebieden de vrijgekomen territoria in. Dit kan juist leiden tot het verspreiden van ziekten via migrerende vossen.
- Er is een alternatief voor beheersing van hondsdolheid door de jacht: de vos kan d.m.v. uitgelegd aas gevaccineerd worden tegen hondsdolheid. En Nederland en België zijn momenteel vrij van hondsdolheid.
- Houders van kippen en konijnen kunnen hun dieren beschermen met een deugdelijk hok.
- Jacht is onnatuurlijk. Vossen als deel van het ecosysteem geeft een natuurlijker evenwicht.
- De vos is niet de directe veroorzaker van een lage weidevogelstand. Hiervoor zijn vele andere oorzaken te noemen. Bijvoorbeeld de verlaging van de grondwaterstand, bemesting en de tegenwoordige landbouwmethoden.

 vos2wegslachtoffer

 grote dierenVos (1)4 mei 2008mei

Vos (1), 4 mei 2008

 vos1muizensprong

Elk jaar zwemmen er vossen de ringvaart over vanuit de duinen of het Groene Hart. Over de vos is zoveel interessants te melden, dat dit een serie van 3 columns wordt. Deze keer de algemene gegevens. Volgende week de bijzonderheden en vervolgens het voorkomen in en buiten de Haarlemmermeer. De vos is één van de grootste roofdieren van Nederland en dat is een hele prestatie. Hij weegt 6-10, soms 15 kilo. Mannetjes zijn meestal groter dan vrouwtjes. Vossen jagen alleen, meestal ′s nachts en in de schemering, maar waar hij niet belaagd wordt is het een dagdier. Hij kan hard rennen, tot 60 kilometer per uur, met 6-13 km als kruissnelheid. De vos leeft het liefst in een groep van zo′n 6 dieren. Een dominante rekel (mannetjesvos) en een dominante moervos worden begeleid door ander moervossen, vaak uit vorige worpen. Rekels worden, zodra ze volwassen zijn,

uit de groep verjaagd. De ondergeschikte moervossen helpen bij de opvoeding van de jongen. Het leefgebied van een vossenpaar is 1-12 km², afhankelijk van het voedselaanbod. De paartijd duurt van december tot februari. De jongen worden tussen maart en mei geboren. Een worp telt meestal 4-6 jongen. De worpgrootte is afhankelijk van het voedselaanbod. Veel jacht leidt tot grotere worpen. Bij de geboorte zijn de jongen blind en doof en wegen ongeveer 100 gr. Na 10 maanden zijn ze geslachtsrijp. De vos is een opportunist en eet bijna alles. In tegenstelling tot de heersende ideeën leeft een vos vooral van grote kevers en muizen. Deze vangt hij met de karakteristieke ‘muizensprong’ (zie foto). Verder vangt hij konijnen, hazen, vogels en katten, eieren, regenwormen en egels. Ook vruchten en bessen worden gegeten, evenals aas en afval. Ooit kon ik een uur lang een vos volgen, die al die tijd gevallen pruimen zocht en at. Dagelijks eet een vos ongeveer een pond aan voedsel. Soms doodt een vos meer dan hij nodig heeft. Vooral op plaatsen waar meerdere prooidieren op elkaar zitten en niet kunnen ontsnappen, kan hij een slachtpartij aanrichten, bijvoorbeeld in kippenhokken of kolonies van grondbroedende vogels zoals kokmeeuwen.

 paddenstoelenVoorjaarspronkridderzwam24 nov 2011november

Voorjaarspronkridderzwam, 24 nov 2011

 voorjaarspronkridderzwam

Ik heb het al vaker genoemd, maar voor een oplettend oog is de natuur om ons heen altijd vol van verrassingen. Wellicht de eerste verrassing voor sommigen is dat er niet alleen paddenstoelen voorkomen in de herfst, maar ook in elk ander jaargetijde. Zo is april altijd de tijd van de morieljes en kwamen er recentelijk in De Heimanshof prachtige grote honingzwammen tevoorschijn uit een stam. Maar ook voor mij was het deze week een verrassing dat ondanks het al bijna 2 maanden droge weer er toch hele heksenkringen van paddenstoelen in het gazon bij mijn tuin verschenen. Omdat ik deze soort nog niet kende ben ik op onderzoek uitgegaan. Daar kwam uit, dat deze voorjaarspronkridderzwam normaliter in mei boven de grond komt. In warmere landen zoals Italië verschijnt hij al in maart. De zomerse en niet

bij april horende temperaturen van deze periode verklaren waarom deze soort al zo vroeg verscheen.

Bijzonder

De voorjaarspronkridderzwam is een mooie stevige paddenstoel (zie foto) met een hoed van 5-15 cm diameter. Hij is blank wit met fraaie ook witte dicht opeen staande sporenplaatjes. Zijn wetenschappelijke naam Calocybe is ook afgeleid van zijn fraaie uiterlijk en betekent letterlijk: ´mooi kopje´. De soort komt veel in heksenkringen voor. In Engeland staan heksenkringen die zo groot zijn, dat men denkt, dat ze al eeuwen oud zijn. De soort is ook eetbaar. In boter gebakken zou het een delicatesse zijn. In Oost-Europa wordt de voorjaarspronkridderzwam in commerciële hoeveelheden verzameld en uitgevoerd. Pas op bij zelf verzamelen. Er zijn een paar enigszins gelijkende soorten die maar 1x eetbaar zijn.

Waar

De voorjaarspronkridderzwam is niet zeldzaam. Hij wordt zowel in bebost terrein en in graslanden aangetroffen en met name in gebieden waar er kalk in de grond zit. Het lijkt erop dat de schelpen in de Haarlemmermeerse oude zeekleigronden net als voor de veel orchideeën in onze polder ook voor deze soort een gunstige voedingsbodem vormen.

 bomenVogelkersstippelmot20 mei 2017mei

Vogelkersstippelmot, 20 mei 2017

 vogelkersstippelmot

Vogelkersstippelmot

Zoals elk jaar wordt ik dit jaar gebeld en gemaild over hele bomen die kaal gevreten worden door rupsen. Het gaat in de meeste gevallen om kardinaalsmuts, vogelkers, appel of wilgen. Vooral de vogelkersstippel motten geven een kaal gevreten boom een spectaculaire aanblik( foto). Alle rupsen trekken namelijk permanent een zijden draad achter zich aan, waarmee ze de bomen bedekken met een soort ‘lijkwade’ (waaronder ze zich beschermen). De rupsjes laten zich rond deze tijd aan een zijden draad naar de grond zakken, waar ze zich verpoppen. In augustus komen de vrij onaanzienlijke stippelmotten te voorschijn, om weer een nieuwe generatie te maken.

Bijzonder

Het blad van bomen is op dit moment vers en mals. Ideaal voor allerlei soorten insecten om op groot te worden. Dat

de vogelkers geheel kaal gegeten wordt ziet er slecht uit, maar de boom is daaraan gewend. De rupsen eten alleen het eerste blad op en rond 21 juni komen de bomen met het St Janslot weer geheel in blad en vanaf 1 juli is er niets meer te zien. Het netto resultaat van deze rupsenuitbraak, is juist heel mooi. Zeg dat 100.000 rupsjes het in augustus redden om vlinder te worden. Die leggen dan misschien wel 1 miljard eitjes op dezelfde boom. En wie zich afvraagt waar de zangvogels en meesjes in de winter van leven: Die pikken elke dag tientallen tot honderden van deze eitjes weg. Stel dat er dan een miljoen eitjes de winter overleven en uitkomen en de boom gaan kaal vreten. In april leggen alle vogels eieren met het oog op deze rupsenpiek. Want bijna alle jonge vogeltjes worden op die rupsjes groot gebracht. Wel 200-300 gaan er per dag per jonkie doorheen zodat ze in 3 weken volwassen zijn. Van de miljoen rupsen redden het er dan misschien 200.000 om te gaan verpoppen. En het netto resultaat van deze kale bomen is dat de zangvogels een nieuwe generatie groot brengen en de winter overleven. Zit de natuur niet mooi in elkaar?

Waar

In De Heimanshof zijn vele soorten stippelmotten te vinden.