bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 3 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 plantenWrangwortel6 feb 2010februari

Wrangwortel, 6 feb 2010

 wrangwortelgroot

Na de donkere dagen rond kerst en zeker door de ruimhartige portie sneeuw van deze winter, hebben velen behoefte aan het voorjaar. Voor wie het wil zien, zijn voorjaarstekenen al volop aanwezig. Met de jeugdclub van de Heimanshof zijn we daarom met het jaarlijkse fenologieproject gestart: we houden voor vogels bij wanneer de eersten gaan zingen of terugkomen uit het zuiden, voor insecten wanneer ze voor het eerst uit de winterrust komen en voor planten wanneer de eerste bloemen per soort verschijnen. Er gaat dan een wereld open: sinds half december bloeit de reuzensneeuwklok, sinds 2 weken de boerensneeuwklok en sinds vandaag de winteraconiet. En ook de de wrangwortel staat op het punt van bloeien. Wrangwortel is een zeer zeldzame rode lijst soort uit de kerstroosfamilie. Het is een plant die in al zijn onderdelen giftig is. Zelfs wrijven aan de plant kan irritatie geven, net als bij zijn naaste familielid: het stinkend nieskruid. De plant bloeit in de winter met groene bloemen.

Bijzonder

Voor de vreemde naam

zijn twee verklaringen: 1: Wrang is het droogstaan van de koeien. Dit wordt veroorzaakt door een bacterie die een ontsteking veroorzaakt in de uier. Vroeger werd een stukje wortel van de wrangwortel onder de huid aangebracht om deze ontsteking te genezen. 2: Van een uitspraak van Eli Heimans (naamgever van De Heimanshof): ´doet iemand een hap in de wortel in de mening een delicatesse voor zich te hebben, dan krijgt men het gevoel alsof zijn tong wordt rondgedraaid en uitgewrongen en de tanden met geweld achterste voren in de kaken worden gedraaid´.

Waar

Wrangwortel is een bergplant uit Midden- en West-Europa, die in Nederland zijn noordelijkste verspreiding heeft. De plant wordt gerekend tot de stinsenplanten en groeit in het wild in Limburg en in het rivierengebied. Elders staat hij vooral in heemparken en buitenplaatsen. In de Haarlemmermeer houden we ons aanbevolen voor informatie over groeiplaatsen

 wrangwortel

 insectenWormkruidzijdebij9 aug 2009augustus

Wormkruidzijdebij, 9 aug 2009

 wormkruidbijvrouw

Sinds kort bloeit het boerenwormkruid. Dat is een plant uit de composietenfamilie (waar ook margriet, madeliefje en paardenbloem bij horen), die zijn lintbloemen heeft afgeschaft en alleen zijn gele nectar- en stuifmeelbloemhoofdjes heeft overgehouden. Deze plant is de waardplant van een soort solitaire bij, die om die reden ook nu pas verschenen is op de insectenhotels in De Heimanshof. Hij is op dit moment zelfs bijna de enige bijensoort die druk nesten aan het bouwen is. Zijdebijen hebben in verhouding een korte tong en een niet echt goed ontwikkeld verzamelapparaat voor het vervoer van stuifmeel: gewoon vrij los in de haren aan de achterpoten(zie foto). De soort nestelt van nature in vrij harde leem- en zandwanden en maakt daarin nestgangen tot zo´n 5 cm diep. Deze zijn min of meer horizontaal en soms vertakt. Vaak liggen honderden of zelfs duizenden nestopeningen dicht bij elkaar. Ze hebben stevige kaken waarmee ze zelfs in zachte steensoorten een nestgang kunnen uitkauwen. Een nestblok met gaten van 6 mm is ook aantrekkelijk. De larven overwinteren als ´rustlarve´ in een cocon en verpopping vindt

plaats in het voorjaar.

Bijzonder

De wormkruidzijdebij volgt in de insectenhotels in De Heimanshof de metselbij (maart - juni), en de behangersbij (juni-juli) op, die respectievelijk hun larven beveiligen met propjes klei en met stukjes blad, waarmee het hele hol kunstige bekleed wordt. De zijdebij heeft weer een andere manier om zijn jongen te beschermen tegen rovers: zijn naam dankt zij aan de zijdeachtige weerschijn van hun nestruimte. Ze bekleden de nestgang met een zelf via een mondklier geproduceerde vloeistof. Deze bekleding lijkt op cellofaan, wat een zijdeglans geeft.

Waar

Wormkruidzijdebijen hebben een voorkeur voor zonnige, zandige of lemige steilwanden, b.v. in groeven, langs grindafgravingen of holle wegen. Het is de meest algemene soort van de 10 zijdebijen, die in Nederland en België voorkomen. De wormkruidzijde komt voor vooral voor op de hogere zandgronden in het Oosten en Zuiden van Nederland en is in het westen zeldzamer. En natuurlijk moet er boerenwormkruid in de buurt staan. In de Haarlemmermeer kennen we deze bij alleen uit De Heimanshof, maar we houden ons aanbevolen voor meldingen uit andere locaties.

 wormkruidbijman

 kleine dierenWolhandkrab10 mrt 2007maart

Wolhandkrab, 10 mrt 2007

 wolhandkrab

Met een pantser van ruim 7 cm en zijn lange poten is de wolhandkrab een opvallende verschijning. Het meest opvallend zijn de met een soort vacht beklede scharen, waaraan hij zijn naam dankt. Bij de vrouwtjes en bij jonge dieren is de beharing minder dan bij volwassen mannetjes. Overdag verblijven ze in zelf gemaakte holen die ze in oevers uitgraven en ′s nachts trekken ze er op uit om voedsel te zoeken. De wolhandkrab leeft een groot gedeelte van zijn leven in zoet water. Als ze volwassen zijn (na ca. 3 jaar)gaan ze terug naar de zee om te paren en eieren te leggen. In het voorjaar trekken kleine krabbetjes van het brakke milieu naar het zoete water.

Bijzonder

De wolhandkrab is gespecialiseerd in het opsporen van

gewonde dieren. Soms wordt een krab gevangen door vissers die met levende visjes vissen. In het najaar trekken volwassen dieren richting zee. De trek van de wolhandkrab kan spectaculair zijn omdat de krabben soms massaal uit het water komen om barrières als sluizen en kades te passeren. In 1982 overspoelden ze Heemstede op weg naar zee en veroorzaakten veel onrust. Wolhandkrabben kunnen 8 tot 12 km per nacht afleggen.
Tegenwoordig worden de krabben niet meer gezien als overlast maar als welkome bijvangst voor de palingvissers. Die kunnen de wolhandkrabben verkopen aan Chinese restaurants of exporteren naar China.

Waar

Oorspronkelijk komt de wolhandkrab uit China. Begin vorige eeuw (rond 1912) is het dier uitgezet in de rivier de Elbe in Duitsland. Van daaruit heeft de soort zich over heel Europa verspreid.
In heel Nederland zijn de wolhandkrabben algemeen in brak en zoet water (grote rivieren, kanalen, overige wateren met verbinding naar zee) In de Haarlemmermeer komen ze massaal voor in de ringvaart. Voor waarnemingen uit te polder zelf, houden we ons aanbevolen.

 vlindersWitvlakvlinder 3 mannetje14 jul 2011juli

Witvlakvlinder 3 mannetje, 14 jul 2011

 witvlakvlinder3man

Direct nadat een vrouwtje uit de pop komt, begint zij met het verspreiden van feromonen (sekslokstoffen). Deze worden door de mannetjes met hun sterk geveerde voelsprieten opgemerkt (zie foto). Door tegen de wind in te vliegen en zo een steeds hogere concentratie van de feromonen te meten, zijn de mannetjes in staat om de vrouwtjes al van grote afstand te vinden. Meestal paart een wijfje al binnen een kwartier nadat zij ontpopt is. Doordat witvlakvlinders kort leven is het van belang om alle eitjes zo snel mogelijk af te zetten. Bij soorten die wel voedsel kunnen opnemen zijn de eitjes vaak nog niet volledig ontwikkeld als het wijfje uitkomt. Deze strategie zie je vooral terug bij soorten die afhankelijk zijn van één voedselplant (en van deze soort dus verschillende exemplaren moeten zoeken). Iedere strategie heeft zijn voor-

en nadelen. Een van de voordelen van de levensstrategie van de witvlakvlinder is dat er veel grote eitjes met veel reservevoedsel afgezet kunnen worden in korte tijd. Wanneer de omstandigheden ongunstig zijn, kan de rups toch overleven doordat het ei veel reservevoedsel bevat. Omdat de eitjes in een korte periode afgezet worden, is de kans dat ze sneuvelen, doordat bijvoorbeeld het vrouwtje opgegeten wordt, relatief klein. Nadelen zijn dat de eitjes niet op een geschikte plek afgezet worden en dat de eitjes niet verspreid worden, maar allemaal op dezelfde plek terechtkomen. De levenswijze van de rupsen is afgestemd op deze manier van ei-afzetten. De rups is niet kieskeurig, verspreid zich met de wind en eet van veel loofbomen en struiken, waaronder berk, hazelaar en wilg. Hierdoor is de kans op het vinden van geschikt voedsel erg groot.

Waar

De witvlakvlinder kotm voor van van Noord-Spanje, via heel West- en Midden-Europa tot in Oost-Azië. In het zuiden in Italië en op de Balkan; Naar het noorden tot IJsland en Scandinavië, ook boven de poolcirkel. In Canada en Chili is hij met mensen meegereisd.

 vlindersWitvlakvlinder 2 vrouwtje21 jun 2011juni

Witvlakvlinder 2 vrouwtje, 21 jun 2011

 witvlakvlinder2vrouw

Deel 2 van 3: Bij sommige soorten vlinders vindt verspreiding plaats in het rupsstadium en is de volwassen vlinder alleen verantwoordelijk voor het maken van nageslacht. Bij de witvlakvlinder is deze strategie zeer ver doorgevoerd. Volwassen witvlakvlinders kunnen geen voedsel opnemen omdat zij geen bruikbare roltong meer hebben. Ze teren op de vetreserves die in het rupsstadium zijn opgebouwd. De vrouwtjes zijn ook nog eens vleugelloos en hebben een dermate dik lichaam - vol met eitjes - dat ze zich nauwelijks kunnen verplaatsen (zie foto) . Het verspreiden van de eitjes door de vrouwtjes is hierdoor onmogelijk. De plek waar de eitjes afgezet worden, moet niet alleen voldoende bescherming bieden aan de eitjes, maar later ook voedsel en bescherming aan de jonge pas uitgekomen

rupsjes. De meeste vlindervrouwtjes zijn erg kieskeurig als het gaat om geschikte ei-afzet locaties. Er zijn ook soorten die het minder nauw nemen en de eitjes bijvoorbeeld gewoon tijdens de vlucht uitstrooien boven de vegetatie. Vrouwtjes van de witvlakvlinder zetten meestal alle eitjes af op de cocon waar ze uitgekomen zijn en beginnen daar al vrij snel na de paring mee. Wat direct opvalt bij deze eitjes is dat ze groot zijn voor een vlinder en ook dat er veel eitjes worden afgezet. Grote eitjes bevatten meer reservevoedsel en daardoor kan het uitgekomen rupsje enige dagen zonder voedsel overleven. Nadeel van grote eitjes is natuurlijk dat er minder eitjes in het lichaam van het vrouwtje passen. Ook neemt het vliegvermogen sterk af naarmate er meer (zware) eitjes in het lichaam worden meegedragen. Bij de sommige vlinders zijn vrouwtjes zo zwaar dat zij de eerste lading eitjes meestal klakkeloos afzetten (om gewicht te verliezen) en daarna pas vliegend op zoek gaan naar echt geschikte locaties om de overige eitjes af te zetten. Dergelijke strategieën zie je vooral terug bij kortlevende vlindersoorten die niet over een werkende roltong beschikken.

 vlindersWitvlakvlinder 1 rups25 jun 2011juni

Witvlakvlinder 1 rups, 25 jun 2011

 wtvlakvlinder1rups

Uit Nieuw-Vennep kwam de melding van de zeer fraaie op de foto afgebeelde rups. Vanwege het exotische uiterlijk en het feit dat deze op een paprikaplant was aangetroffen dacht ik in eerste instantie aan een buitenlandse soort. Tot mijn niet geringe verrassing kon prof. Ernst, die mij al eerder bij lastige insectenvragen geholpen heeft, de rups thuisbrengen als een Nederlandse nachtvlinder: de witvlakvlinder. Deze vlinder is niet zeldzaam, maar uit de Haarlemmmermeer is hij niet eerder gerapporteerd. Mijn zoektocht naar wetenswaardigheden leverde genoeg materiaal op voor 3 columns. De vlinders vliegen van mei tot ver in oktober. Normaliter vindt de overwintering plaats in het ei-stadium, maar soms ook in het popstadium.

Bijzonder

Veel mensen denken

bij vlinders zelden aan de rups, maar je kunt de vlinder ook zien als de manier van de rups om zich voort te planten. De rupsen van de witvlakvlinder zijn in staat om zich over vele honderden meters te verspreiden. Ze maken hierbij gebruik van de wind. Pas uitgekomen rupsjes hebben al lange haren en beginnen direct na het uitkomen met het spinnen van lange draden. De rupsjes laten zich aan deze draden, als een soort pluisjes, meevoeren door de wind en verspreiden zich op die manier. Bij de witvlakvlinder is het opvallend dat de eitjes niet allemaal tegelijkertijd uitkomen; sommige eitjes komen al enkele weken na de bevruchting uit, andere pas vele weken later. Dit is een voorbeeld van risicospreiding. De rupsen van de familie van de donsvlinders, waartoe ook de witvlakvlinder behoort, hebben allemaal op segment 6 en 7 van het achterlijf aan de rugzijde een klier. De functie van deze klier is onbekend. Het zou met afweer tegen predatie te maken kunnen hebben. Ook wordt gedacht dat de klieren een stof produceren die voor verharding van de haren zorgt, wat weer gunstig zou zijn voor de windverspreiding. Het is in ieder geval opmerkelijk dat de klieren uitgestulpt worden bij aanraking. Volgende week deel 2

 paddenstoelenWitte Kluifjeszwam17 nov 2006november

Witte Kluifjeszwam, 17 nov 2006

 witte kluifjeszwam

Of het nu komt door het bijzondere verloop van het jaar of dat het najaar zo zacht is, de witte kluifjeszwam is dit jaar een meer dan gebruikelijk algemene verschijning. De paddestoel dankt zijn naam aan de gelijkenis met een kluif (afgekloven bot). De steel is hol en gegroefd en gaat over in gekrulde lobben die een vage hoed vormen.

De kluifjeszwam is een famillielid van morielje en de bekerzwammen.

Bijzonder

De volledige oppervlak van de grillig gevormde hoed is bedekt met sporen. Het is bij deze paddestoel bijzonder goed te zien hoe de sporen verstuiven. De grillig gevormde steel en hoed worden vaak aangevreten door slakken en andere dieren. Ook voor mensen is hij eetbaar, maar pas na gekookt te zijn.

Waar

De witte kluifjeszwam vind je in een open bosgedeelte, waar nog licht de grond bereikt. Vooral tussen wat lichte onderbegroeiing en langs paden en open plekken. Dit jaar komt hij op veel plaatsen voor aan de rand van bosplantsoen. Andere vindplaatsen zijn het Wandelbos in Hoofddorp en natuurlijk De Heimanshof.

 vogelsWintertaling30 mrt 2008maart

Wintertaling, 30 mrt 2008

 wintertaling

Ook vanuit de trein kun je leuke dingen zien. Van Hoofddorp tot Nieuw-Vennep ligt langs de spoorlijn aan de westkant een ecologische oever (herkenbaar aan riet en glooiende en golvende oevers).
Zulke waterpartijen zijn een paradijs voor allerlei waterdieren, zoals wilde eenden, meerkoeten en waterhoentjes, maar ook voor bijzondere soorten zoals de krakeend, de slobeend, de smient en tot mijn verrassing ook 2 paartjes wintertalingen. Al die watervogels maken zich klaar voor, of zijn reeds aan het broeden.
Een wintertaling is het kleinste eendje van Nederland. Hij meet nog niet de helft van een wilde eend. Vooral het mannetje heeft een prachtig kleed (zie foto). Met de kop onder water zoeken ze kleine waterdieren en plantaardig materiaal. Waterrijke gebieden met een welige begroeiing van de oevers vormen zijn favoriete leefgebied, maar alleen op voorwaarde dat het er rustig is. Watersport en recreatie verjagen deze soort heel snel. Met het sterk groeiend aantal ecologische oevers zou de Haarlemmermeer

een nieuwe uitwijkplaats voor deze bijzondere soort kunnen worden.

Bijzonder

Sinds de jaren tachtig is het aantal broedende wintertalingen flink afgenomen. Hoewel deze soort, in tegenstelling tot de zomertaling, geen beschermde Rode Lijstsoort is, betekent dat niet dat de wintertaling heel algemeen zou zijn of niet wordt bedreigd. In veel kleinere moerasgebiedjes, vennen en in hoogveengebieden is deze soort inmiddels zeldzaam geworden. Dit effect is vooral merkbaar in het oosten en in het zuiden van Nederland. Vooral als het voorjaar erg droog is, heeft de wintertaling het moeilijk. Het aantal wintertalingen zit in de lift - omlaag, welteverstaan. In de periode 1998 - 2000 is vastgesteld dat er zo′n 2000 tot 2.500 paren in Nederland broeden, maar dat de soort sterk inlevert aan verspreidingsgebied.

Waar

In de winter komen vaak hoge aantallen voor. Bij wintertellingen in de jaren negentig zijn wel eens 25.000 exemplaren geteld. In koude jaren trekt de soort naar Zuidwest- Europa. In ons land mag hij niet bejaagd worden, maar in die regio vallen er tienduizenden slachtoffers per jaar. In onze regio komt de wintertaling het hele jaar voor, als broedvogel en wintergast. In het noordoosten van Europa komt het dier alleen in de zomer voor, terwijl in het Middellandse Zeegebied wintertalingen alleen ′s winters te vinden zijn. Meldingen bijzo

 vogelsWinterperikelen:Meerkoet en Aalscholver18 mrt 2018maart

Winterperikelen:Meerkoet en Aalscholver, 18 mrt 2018

 aalscholvercombi

Deze maand hadden we voor het eerst in 5-6 jaar echt winterweer met temperaturen rond de -10. Door de sterke zonnestraling en de wind wilde het ijs niet echt betrouwbaar worden. Pas op de laatste dag toen het al weer dooide vond ik een plekje waar ik meer dan 200 m niet door wind wakken gestuit werd. Winterweer heeft ook veel impact op het dieren leven. Zo was de ijsvogel van De Heimanshof al op 12 februari met zijn vrouwtje present om te gaan nestelen. Maar na de vorstperiode heb ik hem nog niet terug gezien. Ik vrees het ergste. Op weg naar m’n schaatsplek nam ik de uitvalsweg naar de A4 door Park 2020: de weg die zo raar kronkelt, dat er elke week wel een auto uit de bocht vliegt…. Op die bewuste zondag had een groep meerkoeten zich verzameld in een windwak naast die weg (foto onder)en graasden op de oever. De auto’s voor mij reden zo belachelijk hard met brullende motoren dat ze de vogels

opjoegen, waardoor er maar liefst 8 tegelijk op de weg fladderden en dood/aangereden werden. Een triest voorbeeld van hoever mens en natuur uit elkaar gegroeid zijn

Bijzonder

Bij het schaatsen zelf liep ik nog zo’n voorbeeld tegen het lijf. Op het ijs lag een dode aalscholver. Bij nadere inspectie bleek hij visdraad om z’n kop te hebben en niet alleen dat: aan de buitenkant zat een gemene snoekhaak in z’n hals zo vast dat we hem er niet eens uit konden krijgen (foto boven) en ook had hij nog zo’n haak met 4 weerhaken vast in zijn keel. Wat een verschrikkelijke manier om dood te gaan. Is vis’plezier’ zoiets waard?

Waar

Meerkoetenzijn zeer algemene water vogels die van alles eten, zowel groen als dierlijk. Bijna elke vijver en kanaal wordt wel door een paartje in bezit genomen. In de winter komen er veel vogels bij uit Centraal Europa. Ook de aalscholver is na een periode van zware vervolging halverwege de vorige eeuw weer met een opmars bezig. Ook in de Haarlemmermeer kunnen ze overal op lantaarnpalen, in bomen en vissend in het water waargenomen worden.

 insectenWintermuggen19 feb 2012februari

Wintermuggen, 19 feb 2012

 wintermug

In de winter houden de meest insecten zich gedeisd. Maar zoals altijd in de natuur zijn er uitzonderingen, zo heb je wintervlinders en wintermuggen die dan juist wel actief zijn. Zo ontvluchten ze namelijk het grootste deel van mogelijke parasieten en jagers. En voor hen is de winter ondanks de nadelen, evolutionair toch een voordelige overlevingsstrategie geworden. Wintermuggen kun je vooral op milde winterdagen, zelfs bij vorst in wolken zien vliegen boven een markant punt, zoals een groot lichtgekleurd voorwerp, de was aan de lijn of een plek sneeuw in de tuin. Wintermuggen zijn totaal onschuldige insecten. Steken kunnen ze niet. De larven leven in het strooisel en eten rottend plantaardig materiaal. Wintermuggen zijn 6-7 mm lang en lijken op kleine langpootmuggen. Ondanks dat zij gedurende het grootste gedeelte van het jaar zwermen, is dit

vooral opvallend op warme winterdagen en hebben zij zo hun naam gekregen. Aangezien de volwassen dieren gereduceerde monddelen hebben, eten ze waarschijnlijk niet meer. De volwassen dieren leven eigenlijk alleen maar om te paren. En het rondvliegen in wolken heeft daar alles mee te maken. Zouden de mannetjes en de wijfjes elkaar zomaar proberen op te zoeken, dan was de kans om de ander tegen het lijf te lopen heel gering. Vormen de mannetjes echter een zwerm - die voortdurend aangroeit omdat ze steeds meer paarlustigen aantrekt - dan weten de wijfjes waar ze wezen moeten. De zwerm is dus een soort huwelijksmarkt.

Bijzonder

Er komen een tiental soorten wintermuggensoorten voor in Nederland. De meeste zijn alleen door gespecialiseerde experts te herkennen. Maar 2 categorieën kan iedereen proefondervindelijk herkennen op een leuke manier: Sneeuwmuggen dansen boven wegdooiende sneeuw, dooimuggen boven plekken waar de sneeuw al is verdwenen. Leg je een krant onder een dansend zwermpje dooimuggen, dan verhuizen ze meteen naar een donkergekleurde plek. Omgekeerd laten sneeuwmuggen zich door een krant niet storen.

 plantenWinterakoniet en Sneeuwklokjes27 jan 2007januari

Winterakoniet en Sneeuwklokjes, 27 jan 2007

 winteraconiet2

Ondanks het feit dat vorige week de vorst voor het eerst toesloeg, waren er al bolgewassen die het nieuwe jaar aankondigen en in bloei kwamen. De bekendste van deze planten is ongetwijfeld het sneeuwklokje. Weinig bekend is echter dat er minstens 60 soorten sneeuwklokjes bestaan. De allervroegst bloeiende daarvan is het grote sneeuwklokje, die i.t.t de gewone boerensneeuwklokjes wel 15-20 hoog kan worden. Behalve de grote en de gewone sneeuwklokjes zijn er dubbele, smalbloemige, breedbloemige, pollenvormende en wortelstokvormende soorten. Een andere zeer vroeg bloeiende soort is de winterakoniet. Het is een geliefde voorjaarsbloeier vanwege zijn felle, gele kleur. De plant heeft stengels met daarop telkens 1 gele bloem, die omringd wordt door een krans van ongeveer 6 ongesteelde bladeren. De bloemen openen zich alleen als de zon schijnt. Het duurt ongeveer 4 jaar voor zaad volwassen is. Vele piepkleine kiemplantjes staan meestal rond de volwassen

planten (zie foto).

Bijzonder

Winterakonieten en sneeuwklokjes zijn stinsenplanten. Dat is een verzamelnaam voor planten die van elders zijn ingevoerd vanaf de middeleeuwen tot het midden van de vorige eeuw. De planten wisten zich zo goed te handhaven en soms ook uit te breiden, dat ze nu tot de Nederlandse flora worden gerekend. Tot de stinsenplanten worden niet alleen bolgewassen gerekend, maar ook sommige heesters en vaste planten; evenals sommige "onkruiden": zevenblad en fluitekruid. De naam stinsenplant werd voor het eerst gebruikt door een botanicus in1923, die opmerkte dat planten uit deze groep veel voorkomen bij oude boerderijen, kerkhoven, buitenplaatsen of zoals deze gebouwen in het noorden worden genoemd: borgen (Groningen), havezaten (Drenthe en Overijssel) en stinsen (Friesland).

Waar

Boerensneeuwklokjes zijn zeer algemeen verwilderd in tuinen parken en boerenerven. Andere soorten zijn niet zo algemeen. In De Heimanshof kunnen een 10-tal soorten bekeken worden. Sneeuwklokjes komen oorspronkelijk uit Turkije en de Balkan.De winterakonieten worden in het wild als vrij zeldzaam beschouwd. Toch kunnen zij regelmatig in tuinen en parken worden aangetroffen. Winterakonieten komen uit Turkije waar zij o.a in het Taurusgebergte groeien op zo’n 2000 m hoogte.

 vlindersWindevedermot22 sep 2013september

Windevedermot, 22 sep 2013

 windevedermot1

Deze week zat er op m’n raam een T-vormige nachtvlinder (foto). Het zoeken op ‘T-mot’ leverde de ‘windevedermot’ op. Deze nachtvlinder leeft als rups op en van allerlei soorten windes, zoals de haagwinde of de akkerwinde. De haagwinde komt helaas nogal algemeen voor. Het is ongeveer de enige soort ongewenst kruid in mijn tuinen waar ik vrijwel geen (biologisch verantwoord) antwoord op heb. In tegenstelling tot de veel bekendere dagvlinders, waarvan er in Nederland ca 50 soorten voorkomen, zijn er wel 2400 nachtvlindersoorten, waarvan er ca 1500 tot de microsoorten worden gerekend. De Windevedermot is een van die kleinere soorten met een spanwijdte van 2.5- 3 cm.

Bijzonder

Er komen ca 35 soorten vedermotten voor in Nederland, die allemaal zeer strikt afhankelijk zijn van een of meerdere waardplanten. De windevedermot is een van de 4 meer algemene soorten. Kenmerkend voor vedermotten is dat de 2 paar vleugels die alle vlinders hebben, zulke diepe insnijdingen

hebben dat ze niet 2 x 2 maar 2 x 5 veervormige vleugels lijken te hebben, maar de twee gekliefde vleugels laten in hun beweging zien dat het 2 x 2 vleugels zijn (inzet foto). Daarbij is elk element net als echte veren ook weer dwars ingesneden. De onderkant van de gekliefde vleugels zit vol met soort-specifieke geurstoffen. Ook hebben niet alle vedermotten ingesneden vleugels. De nauw verwante familie van de Waaiermotten met 2 soorten in Nederland heeft nog sterker gekliefde vleugels, 2 x 6 in voor- en achtervleugel. Die veervormige vleugels zijn meestal niet te zien, omdat ze net als op de foto bij rust worden samengevouwen.

Waar

De windevedermot komt overal in Europa voor waar zijn waardplanten voorkomen. Het is een soort die als volwassen insect overwintert en het hele jaar gezien kan worden. Deze soort wordt erg door licht aangetrokken en wordt daarom vaak op ramen aangetroffen. Er komen verschillende generaties per jaar voor, met een kleinere piek in het voorjaar en een grote piek van augustus tot november.

 windevedermot2