bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 2 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vissenZwartbekgrondel30 nov 2014november

Zwartbekgrondel, 30 nov 2014

 zwartbekgrondel

Iedereen kent de snoek, de karper en voorntjes. Bij brasems en baarzen hebben velen al geen voorstelling meer. Naast deze algemene vissen zijn er nog tientallen andere soorten die de donkere diepten van onze modderige sloten en vaarten bevolken. Om die onbekendheid met de fascinerende onderwaterwereld te verkleinen, hebben we onze onderwater ontdekwereld gemaakt op De Heimanshof. Meer dan 40 soorten zijn daar te bewonderen. Deze vissenwereld voeden we met wormen, watervlooien en als die schaars zijn met maden. Bij het vangen van watervlooien komen er soms ook andere soorten mee, waaronder grote kevers, waterschorpioenen en salamanders. In de bak waar we deze kleine waterdieren apart houden, verscheen opeens een visje met een heel apart gedrag. Mogelijk was deze als ei of als larve ongezien meegekomen.

Bijzonder

Het

gedrag van dit visje was opmerkelijk. Hij liep met z’n vinnen op de bodem en was heel nieuwsgierig. Zodra er iemand bij zijn bak verscheen, kwam ook hij kijken. Het kostte heel wat moeite om dit kleine exemplaar van een cm of 3-4 op naam te brengen. Het bleek een zwartbekgrondel. Deze soort is pas in 2004 in Nederland verschenen en komt oorspronkelijk uit de Kaspische zee en omstreken. De soort is in Europa met een razendsnelle opmars bezig, en is niet alleen nieuwsgierig maar ook razendsnel, Ze snoepen verwante soorten het eten voor de bek weg. In sommige plekken worden alleen nog maar zwartbekgrondels gevangen omdat ze zo snel happen op uitgeworpen hengels dat andere vissen er niet meer aan te pas komen. Apart is dat de zwartbekgrondel geen zwarte bek heeft maar wel 2 vergroeide buikvinnen die als zuignap fungeren en een zwarte vlek achterop hun voorste rugvin (foto).

Waar

Ons zwartbekgrondeltje vingen we in de vaarten en sloten van Hoofddorp Oost. We zullen we er in de nabije toekomst snel meer van horen, net als de andere exoten zoals de Amerikaanse rode zoetwaterkreeft. Ze zijn hier met ballastwater gekomen of via het Rijn Donaukanaal.

 andersZwart Reuzenkussen25 sep 2010september

Zwart Reuzenkussen, 25 sep 2010

 zwartreuzenkussen1

Door het natte en tegelijkertijd warme weer is het buiten erg ´schimmelig´. Deze column gaat niet over een paddenstoel maar over een organisme dat ook leeft op vochtige plaatsen. De groep waartoe deze soort behoord is echter geen schimmel, geen bacterie, geen plant en geen dier. Wat blijft er dan over? Het ontbrekende dierenrijk is dat van de slijmzwammen. Ze heten wel zwammen, maar hebben er behalve een leefwijze in vochtige hout of humus niets mee gemeen. Schimmels bestaan nl uit schimmeldraden, waaruit de bekende paddenstoelen groeien, terwijl een slijmzwam het grootste deel van het jaar leeft als een eencellig organisme. Als een soort amoebe jaagt deze op bacteriën.

Bijzonder

Een unieke slijmzwameigenschap uit zich bij de sporenvorming. Dan geven losse amoeben (chemische) signalen door, waardoor ze allemaal bij elkaar boven de grond kruipen. Zo´n ´kolonie´ van losse amoeben kan zich verplaatsen. Wel niet zo snel met 0.1 - 2 cm/uur, maar toch. De reden dat slijmzwammen

nergens in het rijk van het leven bij passen, is dat de amoeboide cellen dan onderling versmelten, maar dat de miljarden celkernen binnen de gigantische ´cel´, die plasmodium genoemd wordt, zelfstandig blijven. Dit plasmodium is heel zacht en ´slijmerig´ en de grootst bekende celmassa (protoplasma) in het rijk van het leven. Na verloop van tijd verdroogt de buitenkant. De celkernen erbinnen vormen sporen en als alles droog is, barst het vlies open en verspreiden de sporen zich met de wind. Het zwarte reuzenkussen is een van de soorten die de grootste slijmzwamplasmodia vormt. Vaak meer dan een halve m2. Apart aan de naam van zwart reuzenkussen is dat het plasmodium helder wit is. Pas na het verdrogen wordt de korst zwart (zie foto´s).

Waar

Op de Heimanshof vormt zich deze herfst voor het 2e jaar een zwart reuzenkussen op een oude boomstobbe. Vorig jaar bleef het plasmodium wel een maand of 5 wit voordat het plasmodium verdroogde. Inmiddels is dit proces al weer een maand aan de gang.

 zwartreuzenkussen2na3weken

 plantenZwanebloem25 mei 2006mei

Zwanebloem, 25 mei 2006

 zwanebloem

De Zwanebloem is een moerasplant die zich thuis voelt in sloten en plassen die aan het verlanden zijn, d.w.z. er moet er flinke laag blubber in staan. Hoe onsmakelijk zijn ondergrond is, zo sierlijk is zijn bloeiwijze, met een krans van roze bloemen van ongelijke lengte op een lange steel . De plant staat nu, eind mei op het punt om in bloei te komen. De zwanebloem is een bijzondere plant, die in zijn eentje een geslacht en een familie vormt. Verder is hij enigszins verwant aan pijlkruid en waterweegbree, planten die ook aan oevers en in verlandende sloten voorkomen.
Als de plant ergens voorkomt, staat hij meestal

in een grote groep, waarvan er echter maar een paar bloeien.
De plant heeft veel last van het feit dat wij Nederlanders de sloten voor de afwatering regelmatig uitbaggeren. De zwanebloem is o.a. daarom een beschermde soort onder tabel 1 van de Flora en Fauna wet. Dat wil zeggen dat er voor beheer (=baggeren) geen aparte ontheffing nodig is, zolang de soort maar niet bedreigd wordt in zijn voorkomen. Voor alle andere activiteiten (= plukken of uitsteken) is wel een vergunning nodig.

Waar

: Er zijn een aantal groeiplaatsen van de zwanebloem bekend in de Haarlemmermeer, b.v. in de wijk Kalorama in Hoofddorp, in de bebouwde kom van Rijsenhout en Vijfhuizen en in de sloten tussen Rijsenhout en Burgerveen. Meldingen: Het is waarschijnlijk dat de Zwanenbloem op meer plaatsen voorkomt. Graag worden we door oplettende lezers op de hoogte gehouden van standplaatsen van deze bijzondere soort.

 bomenZomereik7 nov 2010november

Zomereik, 7 nov 2010

 zomereik2

De Heimanshof deed 6 november de 6e keer mee aan de nationale natuurwerkdag. Dit jaar werd een eikenbos in de Groene Weelde ´ecologisch gepimpt´. Het betreffende eikenbos was op rijen van 1 m aangeplant en bestond uit 9000 bomen van 5- 15 cm dik, die elkaar stonden te verdringen. Een dergelijk bos is net als een gazon een soort ecologische woestijn van maar 1 soort. Met recreatieschap Spaarnwoude was afgesproken dat dit bos gedund en ecologisch en recreatief interessanter gemaakt kon worden. De eerste stap daarbij was dunnen in de vorm van nieuwe paden, open plekken en het maken van ruimte waar andere soorten zich al spontaan hadden gevestigd. Rond de boomplantdag in 2011 zullen er andere soorten aangeplant worden. Opvallend bij het zagen aan de duizenden boompjes was dat in de zaagsnede het hout blauwpaars kleurde (zie foto). Dit komt door een reactie van tannine met het ijzer van de zaag. Eiken

zijn zeer rijk aan tannine dat ook voor leerlooien wordt gebruikt. De inlandse of zomereik wordt eeuwen oud en levert hardhout. Dit hout is hard, taai, zeer duurzaam en goed te bewerken. Het is te gebruiken in woningen, voor spoorbielzen, palen en masten, in de scheepsbouw, voor meubels, etc.

Bijzonder

Eiken worden vooral door Vlaamse gaaien verspreid. Ze kunnen wel 9 eikels in hun bek meenemen als ze hun wintervoorraad aanleggen. De door tannine voor mensen ongenietbare eikels (´mast´) zijn zeer voedzaam en bevatten tot 38 % vet. In de Middeleeuwen werden varkens in de herfst de bossen ingedreven en ´vetgemast´. In die tijd ontstond ook het gezegde ´op eiken groeit het beste spek´. De eik mocht daarom niet zomaar gekapt worden en werd steeds belangrijker in de bossen. Omdat de zomereik meer eikels produceert dan de wintereik, werd deze veel meer aangeplant. Door de tannine verteren eikenbladen ook langzaam, wat een positieve invloed heeft op de strooisellaag in het bos.

Waar

De zomereik is een algemene Europese boomsoort, die wel 25 m hoog en 40 m breed kan worden.

 kleine dierenZoetwaterspons13 jul 2006juli

Zoetwaterspons, 13 jul 2006

 zoetwaterspons

Van de 5000 verschillende soorten sponzen komen er maar een vijftal in zoetwater voor.
Sponzen zijn kolonievormende organismen. Sponzen hebben geen duidelijke vorm. Meestal vormen zij kussenvormige of vlakke korsten die vol zitten met poriën en kanaaltjes. Fraaie vinger- of geweivormige exemplaren ontstaan alleen bij gunstige omstandigheden in de zomer. Die omstandigheden zijn helder stromend en zuurstofrijk water. De vingers kunnen wel een meter lang worden, maar zijn meestal maar 10-20 cm. Ze groeien vaak verscholen onder een overhangende rand op een vaste ondergrond van hout of steen en zijn meestal vaal geel- of groenachtig van kleur. In sommige gevallen kunnen de kolonies enige vierkante meters groot zijn. Sponzen geven vaak onderdak aan vele andere organismen. Zo kunnen algen ook binnen de lichaamweefsels van de spons leven en geven deze hun groenachtige kleur.
In de winter sterven grote stukken af, die in het voorjaar weer aangroeien.

Bijzonder

: Sponzenkolonies ontlenen

hun stevigheid aan een flexibel wandeiwit (spongine), dat vol zit met kiezelzuurnaaldjes. Hierdoor zijn levende kolonies breekbaar en enigszins hard. Deze skeletnaaldjes worden bij badkamersponzen chemisch opgelost om ze zacht te maken voor gebruik.
Levende zoetwatersponzen hebben een sterke jodiumachtige geur.
Sponzen zijn een zeer primitieve levensvorm. Ze bestaan uit kolonies van een aantal soorten cellen, die elk een andere functie hebben en samen een soort organisme vormen. Deze celtypen zijn echter niet zoals bij hogere diersoorten in organen georganiseerd. Ze zitten allemaal apart in het labyrintachtige skelet opgesloten. Verder hebben ze geen zenuwstelsel of bloedvatensysteem. Ze eten en ademen door water met daarin zuurstof en plankton aan te zuigen en te filteren. De benodigde waterstroom wordt door zweepcellen op gang gehouden.

Waar

De afgebeelde fraaie geweispons werd op het sluisje van Fort Rijsenhout aangetroffen. Graag vernemen we andere locaties waar zoetwatersponzen groeien in de Haarlemmermeer.

 zoetwaterspons2

 kleine dierenZoetwaterkwal9 nov 2015november

Zoetwaterkwal, 9 nov 2015

 zzoetwaterkwal

Iedereen kent wel de kwallen aan de Noordzeekust. Dat er ook kwallen (kwalletjes) in zoet water voorkwamen wist ik zelf ook niet, totdat de Baseline duikers in het meer van het Haarlemmermeerse Bos de hierbij geplaatste foto maakten en opstuurden. Het is niet de eerste keer dat zij deze zoetwater kwalletjes waarnamen. De soort heeft geen Nederlandse naam en heet Craspedacusta sowerbii en werd rond 1880 in Londen ontdekt en voor het eerst beschreven , maar bleek later uit China te komen. Inmiddels heeft het kwalletje zich over de hele wereld verspreid (behalve in Antarctica). Je hoeft er niet bang voor te zijn bij het zwemmen, want groter dan 2,5 cm worden ze niet. Hij leeft van watervlooien en andere kleine diertjes die hij net als grote kwallen verdoofd en vangt met ca 600 minuscule tentakels bezet met netelcellen. De netelcellen

zijn zo klein dat ze niet door onze huid heen kunnen dringen.

Bijzonder

Een kwal is de vrij levende vorm van een poliep met als taak om geslachtelijke voortplanting te ‘regelen’. Deze soort komt het hele jaar door als poliepenkolonie. Die kolonies zitten vast op planten en stenen en zijn nog kleiner dan de kwallen: 0.5 - 2 mm. De poliepen kunnen zich ongeslachtelijk delen ( klonen) en bestaan dus alleen uit mannetjes of vrouwtjes. De soort overwintert ook als poliepenkolonie die zich in een soort beschermende rust fase kan terugtrekken. De poliepenkolonies (vooral in de ingekapselde fase) kunnen losbreken en in ballastwater, met transport van waterplanten en tussen de veren van watervogels overal komen. Indien de omstandigheden gunstig zijn en dat is lang niet elk jaar het geval, kunnen er ook individuen van de poliepenkolonies afbreken, die zich ontwikkelen tot vrij levende kwallen. Dat gebeurt alleen als het water tot rond 25 graden opwarmt.

Waar

Deze soort zoetwaterkwallen komt wereldwijd voor in stilstaande zoete meren, in de vorm van poliepen kolonies. Alleen onder warme omstandigheden ook vrijlevende kwalletjes.

 kleine dierenZoetwaterkreeften25 aug 2006augustus

Zoetwaterkreeften, 25 aug 2006

 zoetamerikaanse rivierkreeft

Oorspronkelijk kwam er in Nederland 1 soort rivierkreeft voor. Een paar honderd jaar geleden was dit dier was dit dier zo algemeen, dat het beschouwd werd als voedsel voor de armen. In de loop van de 19e eeuw brak de zogenaamde kreeftenpest uit. Hierdoor is onze inheemse kreeft (tot 25 cm lang) vrijwel uitgestorven, behalve in een geïsoleerde vijver in Arnhem. Dit uitsterven is mogelijk te wijten aan het importeren van buitenlandse rivierkreeften, die resistent zijn tegen deze ziekte en daarom waarschijnlijk drager. Dit geldt vooral voor de Amerikaanse of gevlekte rivierkreeft ( tot 16 cm lang)en de Rode Amerikaanse rivierkreeft (tot 15 cm lang). Beide soorten zijn aan een opmars bezig in Nederland. De Amerikaanse rivierkreeft werd voor het eerst in 1968 waargenomen, maar komt nu bijna overal voor. Op sommige plaatsen is deze zo algemeen, b.v. in het Ijselmeer, dat zij fuiken van palingvissers volledig vullen. Een 4e ingevoerde soort is de Turkse rivierkreeft (tot 25 cm lang) terwijl een 5e, de Californische rivierkreeft, tot bijna aan onze grens is opgerukt.

Bijzonder

:

Rivierkreeften leven van aas, kleine diertjes en plantaardig materiaal. Ze hebben een ingewikkeld leven, want ze lopen met 10 poten (inclusief de scharen) en eten daarnaast met nog eens 5 paar mondpoten. De meeste zijn actief in de schemering en nacht, maar b.v. de Rode Amerikaanse kreeft is ook overdag actief. Deze soort heeft ook de gewoonte over land van sloot naar sloot te trekken, soms in grote aantallen.

Waar

: Ook in de Haarlemmermeer komen de Rode en de Amerikaanse rivierkreeft voor. Vooral de Rode Amerikaanse kreeft is algemeen. Hij is te herkennen aan het feit dat hij zwart en rood gekleurd is, met helderrode vlekken en stekels op zijn scharen. De Amerikaanse Rivierkreeft is bruingroen van kleur en is te herkennen aan donkerrode vlekken op de bovenkant van zijn achterlijf. Wie de kreeften wil zien: van de Haarlemmermeerse beroepsvisser hebben we van elke soort een paar exemplaren op de Heimanshof te gast gekregen.

 zoetRodeAmerikaanserivierkreeft

 kleine dierenZoetwatergarnaal2 aug 2009augustus

Zoetwatergarnaal, 2 aug 2009

 zoetwatergarnaal

Bij garnalen denkt iedereen bijna vanzelfsprekend aan zeewater. Het is echter maar weinig bekend dat er ook zoetwatergarnalen bestaan en zelfs een Europese zoetwatergarnalensoort. De vondst van een aantal van deze zoetwatergarnalen in een sloot in Burgerveen, bij één van onze Heimansvrijwilligers, was de reden om mij eens in deze soort te verdiepen. De zoetwatergarnaal kan maximaal 2,5 cm groot worden, maar is meestal tussen de 15 en 20 mm groot. Het garnaaltje wordt meestal niet ouder dan 13-16 maanden. De voorjaarsgeneratie is al geslachtsrijp na een maand of 3 bij 15-17 mm lengte. Deze tweede generatie uit augustus/september plant zich voort rond april/mei van het volgende jaar. Een vrouwtje draagt

tussen de 500 en 1000 eitjes met zich mee tot de larfjes uitkomen.

Bijzonder

Het vinden van zoetwatergarnalen in een waterlichaam is een teken dat het water van goede kwaliteit is, want deze soort is, net als soorten als kokerwormen, eendagsvliegen en waternimfen, erg gevoelig voor vervuiling. De zoetwatergarnaal leeft bij voorkeur tussen oevervegetatie en liefst, maar niet uitsluitend in stromend water.

Waar

De Europese zoetwatergarnaal komt oorspronkelijk uit het Middellandse zeegebied en Noord-Afrika. Sinds een jaar of honderd wordt hij ook in Nederland en België aan getroffen en sinds kort rukt hij ook op naar het Oosten zoals in Tsjechië. Behalve uit Burgerveen vond ik in onze regio waarnemingen uit de Ringvaart bij Badhoevedorp, de Fortgracht bij Fort Aasmeer en in andere vaarten en kanalen rond Amsterdam. De soort lijkt daarom vrij algemeen maar wordt eigenlijk weinig waargenomen omdat bij inventarisaties grote zoete wateren niet vaak bemonsterd worden en omdat hij net als zijn zeewaterverwanten doorzichtig is en daardoor weinig opvalt.

 insectenZilvervisje5 nov 2015november

Zilvervisje, 5 nov 2015

 zzilvervisje

Zo nu en dan kom je ze in huis tegen, vaak in een bad of wastafel, waar ze niet tegen de gladde wanden op kunnen lopen. Als je zo’n zilvervisje van 1- 1.5 cm lang tegen komt, hoef je niet meteen alarm te slaan. Ze zijn namelijk geen teken dat je huishouding niet op orde is en ze zijn ook niet of nauwelijks schadelijk of smerig. Ze leven van suikers en zetmeel achtige stoffen en zijn vooral actief in het donker. Ze kunnen niet tegen koude en droogte en daarom zijn vochtige huizen hun ideale woonplaats. Zilvervisjes heten zo, omdat de schubben waarmee hun lichaam bedekt is een zilverachtige glans hebben. Het zijn een primitieve soort insecten: ze hebben nl wel 3 paar poten, maar ze missen het voor insecten karakteristieke harde uitwendig skelet dat bestaat uit chitine. Omdat ze geen hard buitenskelet hebben, zijn ze buiengewoon fragiel en kwetsbaar. En net als een iets minder primitieve

groep insecten de sprinkhanen. ontwikkelen ze zich niet van een rups of een larve via een verpopping tot een volwassen insecten, maar lijken hun larven op de ouders en worden de larfjes bij elke vervelling iets groter.

Bijzonder

Naast zilvervisjes bestaan er 2 verwante soorten: de papiervisjes, die juist wel goed tegen droogte kunnen en van papier leven en ovenvisjes die juist onder hele warme omstandigheden kunnen gedijen. Alle drie de soort hebben karakteristieke staart draden. Ondanks hun fragiele bouw en hun kleine verschijning kunnen zilvervisjes bijzonder oud worden: de meeste insecten leven maar 6-10 weken, maar zij kunnen 3- 8 jaar oud worden en blijven hun hele leven vervellen. En daarbij kunnen ze ook zeer lang zonder eten: tussen 100 dagen en een jaar. Indien het aantal zilvervisjes de spuigaten uit loopt, volstaat het dichten van kieren, maar vooral het verlagen van de luchtvochtigheid tot onder de 50 %.

Waar

Zilvervisjes zijn een permanente begeleider van de mensheid en cultuurvolger geworden en komen wereldwijd voor in bij voorkeur vochtige huizen.

 plantenZegekruid25 nov 2009november

Zegekruid, 25 nov 2009

 zegekruid2

We zitten midden in de herfst, het blad valt massaal van de bomen en er zijn nog maar weinig plantensoorten die energie hebben om te bloeien. Toch zijn er nog een paar dappere doorzetters die wat kleur geven aan deze grijze tijden. Eén daarvan is zegekruid. De hoofdbloei van deze plant is van juni tot september, maar zonder strenge nachtvorst bloeit deze plant veel langer door. Je vindt de plant zowel in het wild als in tuinen. Zegekruid is eenjarig en wordt meestal niet meer dan 80cm hoog, maar op voedselrijke grond kunnen de planten veel hoger worden. Zegekruid is de enige soort in het geslacht Nicandra. De klokvormige bloemen van maximaal 4 cm groot, zijn lichtblauw en wit en bloeien meestal maar 1 dag. Het zegekruid is verwant aan de lampionplant en maakt net als deze soort een soort lampion van kelkbladen met daarin een grote bruine bes. Deze decoratieve zaaddozen kunnen gedroogd worden voor droogboeketten.

Bijzonder

Zegekruid is een plant, die

zichzelfmakkelijk uitzaait en handhaaft. Het is een plant uit de nachtschade familie, die berucht is om zijn giftigheid, maar in ieder geval de bladeren van Zegekruid zijn dat niet. Verschillende bronnen zijn echter strijdig over de giftigheid van de zaden. Omdat de plant behoort tot de nachtschadefamilie, is voorzichtigheid geboden. Het zegekruid is een plant die in de biologische groenteteelt wel ingezet wordt om witte vlieg af te schrikken. Deze soort kan veel schade aan b.v koolplanten toebrengen. Of dit de reden is voor de intrigerende naam zegekruid, heb ik niet kunnen achterhalen.

Waar

Zegekruid heeft een voorkeur voor zonnige, open plaatsen op voedselrijke, vrij droge, omgewerkte grond. Je vindt de soort in moestuinen, aardappelakkers, ruderale plaatsen, omgewerkte bermen, ruigten en braakliggende grond. De soort komt oorspronkelijk uit Zuid- Amerika (Peru) en is in West-Europa en Nederland inmiddels vrij algemeen. In De Heimanshof heeft de soort een voorkeur voor de schooltuintjes.

 zegekruid3

 kleine dierenZandhagedis29 aug 2006augustus

Zandhagedis, 29 aug 2006

 zandhagedisvrouw

De zandhagedis kwam vroeger algemeen voor in de Hollandse duingebieden, op enkele eilanden en in andere heidegebieden, maar is sterk achteruitgegaan als gevolg van de vergrassing (door stikstof uit de lucht). De warme zomers van de afgelopen tijd en beheersmaatregelen om duinen en heide te laten stuiven hebben voor enig herstel gezorgd.
Een volwassen hagedis kan twintig centimeter lang worden en leeft van insecten. Zandhagedissen hebben kaal zand nodig om hun eieren in af te zetten. Als het vrouwtje de eieren in een zelf gegraven holletje heeft gelegd, worden ze verder door de zon uitgebroed. De zandhagedis houdt een winterslaap en doet dit bij voorkeur in een verlaten muizenhol.
Zandhagedissen leven solitair of als paartje. De mannetjes zijn groen van kleur en hebben een territorium waarin wel meerdere vrouwtjes kunnen voorkomen. Vrouwtjes en jongen zijn bruin. De soort staat als kwetsbare soort op de Rode Lijst. Hij heeft een sterk afwisselend terrein nodig: zonnige, open plekken om op te warmen en schaduw om een teveel aan warmte weer kwijt te kunnen raken;

een hoge soortenrijkdom aan planten levert veel verschillende insecten om te eten en dicht struikgewas dient als schuilplaats voor vijanden (fazanten, vossen, meeuwen, roofvogels)

Waar

In de Haarlemmermeer is een populatie ontstaan op de zandheuvels rond de Toolensburgse plas. Hoe groot deze populatie is, is niet bekend.

Bijzonder

De manier waarop ontdekt is, dat er ook in de Haarlemmermeer, met al zijn klei, ook zandhagedissen voorkomen is vrij bijzonder. Tot twee maal toe werd door de beheerder van de Torenvalknestkasten die in de buurt van de Toolenburgse plas hangen, geconstateerd dat de torenvalkouders met een vreemde prooi aan kwamen vliegen. In beide gevallen kon de hagedis in de kast ontfutselt worden aan de jongen. In een geval was de hagedis al half opgegeten. In het tweede geval bleek het een gaaf vrouwtje te zijn, dat zelfs nog eieren in haar buik had. Hoewel geprobeerd is de eieren kunstmatig uit te broeden is dit helaas niet gelukt.

 zandhagedisman

 paddenstoelenZadelzwam4 okt 2012oktober

Zadelzwam, 4 okt 2012

 zadelzwam

In september is de buitentemperatuur nog tegen de 20 graden en begint de hoeveelheid neerslag toe te nemen. Dat zijn ideale omstandigheden voor slakken, bacteriën en schimmels die de in de zomer opgebouwde biomassa te lijf gaan. In deze periode waarin de groeikracht van verse groene planten afneemt, is het afbraakproces van bladeren, hout en humus op zijn hevigst. Het meest zichtbare kenmerk daarvan is, dat er overal paddenstoelen opduiken. Paddenstoelen zijn de zichtbare bovengrondse voortplantingsorganen van de schimmeldraden die zich onder de grond of in hout bevinden. Er zijn inmiddels 6000 soorten schimmels ontdekt in Nederland. Een bijzonder opvallende soort (zie foto) viel op langs de Hoofdvaart west tussen Lijnden en Hoofddorp. Hij groeide in een 100-jarige kastanjeboom die er duidelijk niet beter van werd. Het was een zadelzwam waarvan drie bundels met een oppervlakte van

een grote waaiervormige pannenkoek uit de stam staken. Er zijn 4 hoofdgroepen van paddenstoelen: soorten waarvan de sporen aan lamellen onder de hoed groeien, soorten waarvan de sporen in buisjes onder de hoed groeien, soorten waarvan de sporen op de oppervlakte van een gewelfde hoed groeien en bolvormige stuifzwammen waarvan de inhoud van de paddenstoel geheel in sporen uit elkaar valt. De zadelzwam behoort bij de buisjesvormende groep. Een opvallend kenmerk zijn de donkerbruine schubben die bij jonge exemplaren in concentrische cirkels op de hoed zitten (inzet)

Bijzonder

De zadelzwam is een van de grootste soorten in Nederland en leeft op hout van loofbomen, met een bijzondere voorkeur voor iep en beuk. Hij vormt zowel in het voorjaar als in de herfst nieuwe vruchtlichamen. De paddenstoel ruikt melig en is eetbaar zolang hij niet verhout is.

Waar

De zadelzwam groeit zowel op dood hout, maar kan zich via een boomwond ook nestelen in een levende boom als parasiet. Bij deze kastanje was dat gebeurt en de kastanje gaat dat niet overleven. De zadelzwam is een algemene soort in Nederland.