bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 10 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 sijsgrootvogelsSijs5 mrt 2011maart

Sijs, 5 mrt 2011

 sijsgroot

De laatste weken is het een lust voor het oor om door De Heimanshof te lopen. Naast een elke minuut roepende groene specht en een miauwende buizerd telde ik vandaag maar liefst 10 soorten roepende en fluitende zangvogels met de lente in het hoofd. Het betrof de pimpel- en de koolmees, zanglijster, putter, vink, heggenmus, winterkoning, roodborst en groenling en 1 soort die ik maar niet thuis kon brengen. Het was een klein bewegelijk vogeltje dat in groepen hoog in de lariksen, berken en elzen zat en zich duidelijk te goed deed aan de eindeloze voorraad zaadjes die daar bij warm weer uit vrij komen. En daarbij stroomde een onafgebroken stroom van gezellige geluidjes naar beneden. Maar zien lieten ze zich niet- tot vandaag. Ik twijfelde tussen sijs, barmsijs en Europese

kanarie en het bleken sijsjes.

Bijzonder

De sijs behoort tot de vinkachtigen, net als de vink, de putter en de groenling en is een van de kleinste soorten. Net iets groter dan een pimpelmees. Als vinkachtige eet hij voornamelijk zaden en hangt daarbij vaak behendig aan het uiteinde van een dunne tak.

Waar

De sijs is vooral een vogel van naaldbossen. Enkele decennia geleden was de sijs als broedvogel nog zeldzaam in Nederland. Tegenwoordig broeden jaarlijks enkele duizenden sijzen in Nederland en dan vooral in het oosten van het land. Veel vogels uit Scandinavië en Rusland overwinteren in Nederland, waardoor de vogel ´s winters in veel grotere aantallen aanwezig is. In de winter komt de sijs ook meer buiten naaldbossen voor. En dat verklaart de sijsjes in De Heimanshof. Dat ze al ruim 2 maanden hier verblijven, geeft hoop dat ze hier misschien ook genoeg voedsel vinden om te blijven broeden. Gezien hun gezellige stemmingmakerij in het vroege voorjaar zou dat een aanwinst voor de flora en fauna van de Haarlemmermeer zijn. Graag hoor ik waar ze nog meer in onze polder zijn waargenomen

 schorshorentje1kleine dierenSchorshoorntje (Balea perversa)9 nov 2008november

Schorshoorntje (Balea perversa), 9 nov 2008

 schorshorentje1

Als het kouder en donkerder wordt, wordt de natuur niet minder interessant. ‘s Winters wordt ons land b.v. overspoeld door trekvogels, die ons klimaat hier perfect vinden. En wat te denken van slakken. Het droge en warme deel van de zomer brengen slakken vaak in schuilplaatsen door, maar echt actief worden ze pas weer in de herfst. 80-90 % van de gevallen bladeren worden door miljoenen slakken opgepeuzeld. Sommige slakken doen dat zo netjes, b.v. bij populierenbladeren, dat ze het complete geraamte van nerven intact laten. Naast de bekende naakt- en huisjesslakken bestaan er honderden soorten minder bekende slakken, zowel op het land als in het water. Voor één van die onbekende slakjes wil ik vandaag uw aandacht vragen. Het is een minuscuul 6-8 mm lang huisjesslakje dat Schorshoorntje heet (zie foto met mm strepen). Van dit soort kleine hoorntjesvormende slakjes bestaan er tientallen soorten. Met een sterke loep kan een kenner de soort bepalen aan het aantal welvingen en tandjes en aan de vorm van de opening. Het schorshoorntje wordt gekenmerkt door een vrij mooie en gave ronde opening zonder welvingen of tandjes.

Bijzonder

Slakken

zijn hermafrodiet, d.w.z. elk dier kan zowel de rol van man als vrouw spelen. Verder planten slakken zich voort met eieren. Die eieren lijken op mini- pingpongballen en worden in groepjes van 50-100 in vochtige holtes gelegd. Het schorshoorntje doet dat helemaal anders. Het diertje is weliswaar ook hermafrodiet, maar het legt geen eieren. De soort is nl. ovovivipaar: de eieren blijven in het lichaam tot ze uitgekomen zijn. Bijzonder is ook nog dat er maar één jong per keer ′uitkomt′. Het schorshoorntje komt, zoal de naam al zegt, bij voorkeur voor op en onder schors van bomen en dan vooral van wilgen. Daar vindt het ook zijn voedsel: het schorshoorntje leeft van korstmossen.

Waar

Het schorshoorntje komt in heel Europa voor van het uiterste zuiden tot vrij noordelijk. In Nederland komt de soort vooral in de duinen voor en sporadisch in het binnenland. De soort werd recentelijk voor het eerst in de Haarlemmermeer waargenomen onder schors van dode wilgen in De Heimanshof

 schorshorentje2

 scheleposvissenSchele Pos1 feb 2016februari

Schele Pos, 1 feb 2016

 schelepos

Op De Heimanshof hebben we nu een jaar of drie onze onderwaterontdekwereld in ontwikkeling. Het idee daarachter is dat de meeste kinderen geïntrigeerd worden door wat er in de vaarten en sloten aan onderwaterleven zit. De onderwaterontdekwereld bestaat uit een tiental grote aquaria die we zelf gebouwd hebben en een tiental kleinere ′krijgertjes′. Daarin maken we de soorten van de in de Haarlemmermeer meest voor komende vissen, mossels, krabben, kreeften, amfibieën en kleine beestjes voor educatieve doelen goed zichtbaar en aanschouwelijk. Door deze activiteiten leren we zelf ook weer veel over de onderwaterwereld. Een van de soorten die ik op deze manier heb leren kennen, is de schele pos. Dat is een visje dat meestal niet groter dan 10-15 cm wordt. Hij is volwassen na 2-3 jaar en wordt meestal niet ouder dan een jaar of 6-7.

Bijzonder

De schele pos is

familie van de baarzen. Net als de baars, die wij voor de kinderen ′tijgervis′ noemen vanwege zijn verticale strepen, heeft de schele pos stekels in zijn rugvin. Maar waar de baars twee vinnen heeft, zijn die bij de pos samengegroeid. Daarnaast heeft hij nog een lelijke (want effectieve!) stekel op zijn kieuwdeksels. De schele pos heeft geen strepen maar stippen op zijn lichaam. Hij heet ′schele′ pos omdat zijn ogen boven op zijn kop staan en als je hem dan van voren aankijkt, lijkt het of de vis twee kanten op kijkt. De pos is een belangrijke bron van voedsel voor de aalscholver en heeft nauwelijks commerciële of hengelsport waarde.

Waar

Voor zo′n klein visje is het opmerkelijk dat hij vooral in grote wateren voorkomt en nauwelijks in sloten en vaarten. De meeste pos in de buurt zit dan ook in de Westeinderplas. De schele pos komt in bijna heel Europa voor behalve in de uiterste zuiden en noorden.

Indien u geïnteresseerd bent in de onderwaterwereld: de Heimanshoflezing op 7 februari (14.30) wordt gehouden door de beroepsvisser van de Westeinder. En dan komen er ongetwijfeld veel leuke en sterke visverhalen los.

 sachembijen3insectenSachembijen328 apr 2012april

Sachembijen3, 28 apr 2012

 sachembijen3

In de broedkolonies zijn naast de vele cellen met inhoud (voedselvoorraad met ei of larve) vaak verlaten cellen aan te treffen. Dat komt omdat nestplaatsen soms jaren achtereen worden gebruikt en deels worden hergebruikt en opgeknapt (zie foto van sachembij bij nestholte). Onder gunstige omstandigheden kunnen honderden individuen bij elkaar nestelen. De voedselvoorraad bestaat uit stuifmeel en nectar. Het vrouwtje verzamelt eerst stuifmeel dat ze op een hoopje op de bodem van de broedcel neerlegt. Daarna verzamelt ze nectar tot de helft hiermee vol is. Van de twee componenten wordt geen homogeen mengsel gemaakt, de verzamelde nectar is erg vloeibaar. Of er nog een afscheiding van de bij zelf aan toe wordt gevoegd is niet bekend. De voedselvoorraad heeft een sterke geur die aan blauwe kaas doet denken. Het ei wordt bovenop het vloeibare voedsel gelegd, zodanig dat het slechts op twee punten in contact komt met het voedsel. Nadat het ei is gelegd wordt de broedcel afgesloten.

De larve die uit het ei komt, begint eerst aan het vloeibare gedeelte (nectar) te eten en daarna wordt ook het vaste gedeelte (stuifmeel) gegeten. Het laatste restje van de voedselvoorraad wordt door de larve zorgvuldig op de buik bij elkaar gehouden, zodat niets verspild wordt. Wanneer de larven de voedselvoorraad volledig hebben opgegeten, kunnen zij beginnen met verpoppen. Eerst zal de larve al het verteerde voedsel uitscheiden. Tijdens het verpoppen mag er geen voedsel meer in het lichaam aanwezig zijn om infecties te voorkomen.

Waar

De 4 nog niet uitgestorven Sachembijsoorten komen vooral nog in Zuid Limburg voor. De gewone Sachembij is plaatselijk algemeen en komt voor zover bekend op 2 plaatsen in De Haarlemmermeer voor. Deze soort is afhankelijk van grote bestanden van zijn waardplanten zoals longkruid en ander ruwbladigen, sleutelbloemen en/of dovenetels, zoals hij die in De Heimanshof nog wel vindt.

 sachembijen3a

 sachembijen2insectenSachembijen (2)22 apr 2012april

Sachembijen (2), 22 apr 2012

 sachembijen2

De Kattenkruidbij heeft een voorkeur voor steile wanden en muren waar zij beperkt is tot Midden- en vooral Zuid-Nederland, maar in Duitsland ook in het stedelijk gebied. Zijn voedselplanten zijn Kattenkruid, Stinkende ballote, Veldsalie, Betonie maar ook Vlinderbloemigen, Vetplanten en Slangenkruid. De Zwarte sachembij was vroeger ruim verspreid in Nederland, maar is nu beperkt tot Zuid-Limburg. Deze soort heeft wat bloembezoek betreft geen bepaalde voorkeur. De Gewone sachembij is de meest algemene, maar nog steeds vrij zeldzame sachembij in Nederland. In De Heimanshof en een ander gebied in Hoofddorp zijn de voornaamste waardplanten Holwortel en Gevlekt longkruid . Uit andere plekken van Nederland kunnen het ook zijn gewone smeerwortel Gewone ossentong , alle

sleutelbloem-en dovenetelsoorten, Hondsdraf , Voorjaarshelmkruid, en Kruipend zenegroen.

Bijzonder

Veel solitaire bijen hebben een korte tong waardoor ze alleen bloemen met oppervlakkig liggend nectar bezoeken. De meeste Sachembijen hebben een lange tong en bezoeken daarom veelal planten met een lange kroonbuis. Voor de bloemen zijn ze vliegend als een kolibrie te zien. Deze tong is met 13 mm bijna net zo lang als hun lichaam (Zie foto). Sachembijen broeden zo mogelijk in kolonies in steile wanden van rivieren, dijken, weg talud’s of muren. Dus niet in holle stokjes in insectenhotels. De broedcellen liggen ongeveer 5-10 cm onder de grond aan een korte hoofdgang. De doorsnede van de gang is ongeveer 9-10 mm. De broedcellen worden aan korte zijgangen van de hoofdgang aangelegd en liggen in clusters tegen elkaar aan, met de celingangen dicht bij elkaar. De broedcellen worden aan de binnenkant met een perkamentachtige, witte klierafscheiding bekleed. De cellen worden schuin naar beneden aangelegd waarbij het dekseltje aan de bovenzijde ligt. Dit is noodzakelijk omdat de voedselvoorraad erg vloeibaar is. Een horizontaal georiënteerd broedcel zou meteen leeglopen.

 sachembijen1insectenSachembijen (1)14 apr 2012april

Sachembijen (1), 14 apr 2012

 sachembijen1

Zoals vorige week aangeven, gaan we in het kader van het Jaar van de Bij de komende weken een kijkje nemen in de fascinerende wereld van de bijen en dan vooral van de solitaire bijen. Eerst de sachembijen in 3 afleveringen. Sachembijen hebben een beetje hommelachtig uiterlijk: een dikke beharing en een lange tong omdat ze al vroeg in het jaar als het koud is, vliegen. Sachembijen herken je aan de verlengde middelste poten (behalve de Andoornbij). Die zijn merkwaardig dun en bieden bij het staan nauwelijks steun, daarvoor zijn ze ook te lang. Deze middelste poten zijn voorzien van flinke haren, die aan het 1e voetlid lange zwarte kwastjes vormen. Aan deze haren hebben ze de naam sachembij te danken, volgens Jac. P. Thijsse, lijken de kwastjes op de franje aan de broek van een indiaans opperhoofd

(sachem). Zie foto. De andoornbij beschikt niet over zulke kwastjes. Het is onbekend wat de eventuele functie van deze lange haren is. Er kwamen in Nederland 8 soorten sachembijen voor, waarvan er voor 1975 al 4 soorten waren uitgestorven. Ik zal ze behandelen met de waard- of voedselplanten. Indien vele van de waardplanten u onbekend in de oren klinken: Dat komt omdat ze nauwelijks meer voorkomen in onze steeds sterielere stedelijke gebieden. De mooie sachembij werd het laatst gemeld in 1946 in Epe; de noordelijke sachembij in 1949 in Helenaveen; de schoorsteen sachembij in 1961 in Herpen. De tweevlekkige sachembij is het laatst op het station van Tienray in 1973 gezien; zij bezocht de grote centaurie, speerdistel, gewoon biggenkruid, slangenkruid, gewone ossentong, zandblauwtje, witte klaver en grote kattenstaart. De overige 4 sachembijen komen - zoals veel bijzondere solitaire bijen vooral in Zuid-Limburg voor. De Andoornbij nestelt in vermolmd hout en als voedselplant is zij afhankelijk van lipbloemen van Bosandoorn, Moerasandoorn , Echte gamander en Slangenkruid. Deze soort komt nog in duinen van Noord-Holland en in Midden- en Zuid-Nederland voor.

 sabelsprinkhaaninsectenSabelsprinkhaan2 jul 2007juli

Sabelsprinkhaan, 2 jul 2007

 sabelsprinkhaan

De grote groene sabelsprinkhaan is met 8 cm een van de grootste insecten van Nederland. Van de lengte bepalen de vleugels en de legbuis ongeveer de helft. Door zijn grasgroene kleur valt deze grote sprinkhaan niet op tussen planten en struiken. De achterpoten zijn ongeveer twee keer zo lang als de andere poten. De twee voelsprieten zijn even lang als het lichaam. De sabelsprinkhaan is een goede springer en vliegt weg bij verstoring of gevaar. De mannetjes ′zingen′ door de voorvleugels langs elkaar te wrijven, en zijn te horen van de middag tot diep in de nacht. De vrouwtjes leggen rond september eitjes die met de legbuis, in schorsspleten of in de bodem worden afgezet. De nimfen komen in de lente uit het ei. De jonge groene sabelsprinkhanen blijven de eerste vervellingen nog in de lagere begroeiing omdat ze nog niet

kunnen vliegen. Pas als ze volwassen worden, rond eind juni wordt wat meer op bomen en hogere planten gekropen om beter te kunnen jagen en te zonnen.

Bijzonder

: De sabelsprinkhaan heeft een goede schutkleur, maar hij verraadt zich door zijn lied’, dat klinkt als her ratelen van een naaimachine. Het is tot op 100m ver te horen en kan minutenlang aanhouden. De legbuis die alleen bij het vrouwtje voorkomt, heeft het dier zijn naam gegeven. De legbuis wordt onterecht nog wel eens aangezien voor een angel. Hoewel sprinkhanen als schadelijk worden gezien, is deze soort vrij nuttig. Het voedsel bestaat naast planten voor een groot deel uit andere insecten. Prooien worden met de stekelige voorpoten gegrepen en met de sterke kaken in stukjes geknipt.

Waar

: Sabelsprinkhanen zijn zo algemeen in de Haarlemmermeer, dat ze gedurende de zomer (dit jaar begon het zingen precies op 21 juni) tot eind september overal te horen zijn en om die reden als een van de karakteristieke geluiden van de Haarlemmermeer in het Kunstproject 2006 zijn opgenomen.

 ruigpootbuizerdvogelsRuigpootbuizerd19 mrt 2010maart

Ruigpootbuizerd, 19 mrt 2010

 ruigpootbuizerd

De buizerd is in onze polder de laatste jaren gelukkig weer een gewone verschijning geworden. Dat hebben we voor een groot deel te danken aan het terugdringen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Overal zie je ze vooral in de winter op paaltjes, in bermen en in bomen zitten. Daar wachten ze op het moment dat hun voornaamste prooidier, de woelmuizen belieft omuit hun holletjes te komen. De meeste van deze vogels komen uit noordelijke streken, maar talloos zijn al de paartjes, die ook hier blijven en broeden. Een veel minder algemene en bekende wintergast is de ruigpootbuizerd. Niet weinig verrast was ik dan ook toen ik er vorige week (voor het eerst in 15 jaar) langs de spoorweg tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep wel zes in een groep zag jagen. De ruigpootbuizerd herken je aan

zijn witte stuit en aan zijn zwarte polsvlekken op de ondervleugel.

Bijzonder

De ruigpootbuizerd is groter dan de buizerd en kan een spanwijdte tot wel 1,5 m hebben. De naam ruigpootbuizerd komt van het feit dat zijn poten tot aan de tenen bevederd zijn. Bij de meeste ander Nederlandse roofvogels zijn de poten kaal. De manier van jagen is ook anders. Hij leeft vooral van op de grond levend kleine zoogdieren, die hij vangt door er net als een torenvalk vanuit ´bidstand´ of na een korte stootduik vanaf een zitplaats op te duiken.

Waar

Ruigpootbuizerds komen voor in een groot gebied rond de Noordpool in Noord-Europa, Azië en Noord-Amerika. Broedvogels uit Scandinavië komen in de winter in een groot deel van Europa voor. Ook in Nederland zijn ze alleen ´s winters aan te treffen. In de zomer broeden de vogels, die in Nederland overwinteren, in de Noorse berggebieden in boomloze moerassige terreinen, afgewisseld met heide, wilgenstruweel en rotsen. Het voorkomen in Nederland in de winter heeft een grillig karakter met kleine aantallen. Sinds het jaar 2000 lijken deze wintergasten in aantal toe te nemen.

 rugstreeppadkleine dierenRugstreeppad22 dec 2006december

Rugstreeppad, 22 dec 2006

 rugstreeppad

De Raugstreeppad wordt ongeveer 8 centimeter lang en is te herkennen aan een lichtgekleurde streep op de rug. De kleur is meestal bruin tot groen met donkere vlekken op de rug. De kop is zeer stomp en heeft kleine ogen en grote gifklieren; voor een mens is het gif niet zo gevaarlijk en zorgt alleen voor irritaties. Het dier is actief in de schemering en nacht. Overdag schuilt het in een meestal zelf gegraven kuiltje van 5- 50 cm diep. De rugstreeppad heeft aanzienlijk kortere poten dan een gewone pad en kan dan ook niet springen, maar alleen lopen. Echter dat kan hij wel hard. In het donker ligt verwarring met een gewone pad daarom niet voor de hand, maar soms wel met een muis! Behalve in de paartijd is het dier niet aan water gebonden. De mannetjes maken dan een geluid dat tot enkele kilometers te horen is. Volwassen padden eten wormen, slakken en insecten. De kikkervisjes eten eerst planten en later insecten en aas.

Bijzonder

De rugstreeppad is een echte pioniersoort. Door zijn ingraafgedrag heeft hij een voorkeur voor

zandige losse grond. Dat zijn vaak bouwterreinen, afgravingen of zanddepots. Vaak wordt hij ingegraven en wel met grondtransporten meegevoerd. Aan de vaak tijdelijke poeltjes in dit soort terreinen heeft hij zich aangepast door een razendsnelle ontwikkeling van ei, via larve tot (piep)klein padje. Ook heeft deze soort verschillende opeenvolgende paartijden, zodat een mislukte poging niet meteen een mislukt jaar is. Het voordeel van deze poeltjes is dat in kleine plasjes geen vissen of andere roofdieren leven en het water snel wordt opgewarmd door de zon.
De rugstreeppad komt wel eens in het nieuws bij bouwprojecten. Het vinden van deze pad leidt namelijk tot onmiddellijke stillegging van de werkzaamheden.

Waar

Deze soort is niet zeldzaam in Nederland, maar omdat hij buiten de Benelux niet veel voorkomt staat hij wel op de rode lijst en is daarom streng beschermd. Het zal geen verbazing wekken dat de graafactiviteit van de mens in de Haarlemmermeer voor deze soort gunstig is. Er waren een aantal populaties bekend, b.v. rond Cruquius, bij Vijfhuizen en natuurlijk rond Schiphol. Of al deze populaties nog lang standhouden na het beëindigen van de graafactiviteiten, is niet bekend. We houden ons daarom van harte aanbevolen voor waarnemingen over de huidige verspreiding in andere recente ‘graafterreinen’ zoals Sportdorp, Floriande, Getsewoud, rond de Toolenburgse plas, etc.

 rozenmarijngoudhaantjeinsectenRozenmarijngoudhaantje9 okt 2010oktober

Rozenmarijngoudhaantje, 9 okt 2010

 rozenmarijngoudhaantje

De zomer ligt al weer achter ons. Dus de tijd van insecten zou voorbij moeten zijn. Maar niets is minder waar. Ik wordt de laatste weken overspoeld met interessante waarnemingen over torren, kevers en andere kruipers. Opvallend is dat er veel ´exoten´ of zo u wilt ´allochtonen´ of ´asielzoekers´ bij zitten. Sommige daarvan zijn absoluut een verrijking van onze fauna, terwijl ander soorten de potentie van een plaag in zich hebben. Een soort die in beide categorieën valt, is het rozenmarijngoudhaantje. Deze prachtige koperrood en -groen gekleurde soort werd in Cruquius waargenomen door een trouwe lezeres en ook al meteen correct op naam gebracht! Zoals de naam al zegt leeft hij (o.a.) op rozemarijn, maar ook lavendel, salie, tijm en munt worden niet versmaad.

Het is een prachtige kever, echter hij kan zo algemeen worden dat van deze soorten niet veel meer overblijft.

Bijzonder

Insecten en speciaal mediterrane soorten hebben de naam warmte minaars te zijn. Het rozemarijngoudhaantje echter niet. In de zomer gaat deze soort in het warme zuiden al in zomerrust als de temperatuur boven de 14 graden Celsius komt. En pas als de dagen korter en koeler worden, wordt hij weer actief. In Nederland is al waargenomen dat de kevers zich pas half december verschuilen voor de koude, om al weer half januari actief te worden. In Nederland worden de meeste waarnemingen wel in de zomer gedaan.

Waar

De latijnse naam van dit goudhaantje is Chrysolina americana. Echter uit Amerika zijn geen waarnemingen bekend. Het is een Zuid-Europese soort die voorkomt van Spanje tot in Frankrijk. Ook in Groot-Brittannië rukt het rozemarijngoudhaantje de laatste jaren op. En nu begint deze soort ook als dwaalgast in Nederland op te duiken. Op Waarneming.nl staan 63 waarneming van ruim 600 exemplaren vermeld over de laatste 5 jaar. De waarneming uit Cruquius met 18 volwassen exemplaren en een paar larven is de eerste uit de Haarlemmermeer.

 rosse_woelmuiskleine dierenRosse woelmuis7 jul 2013juli

Rosse woelmuis, 7 jul 2013

 rosse_woelmuis

Er bestaan een 20-tal muizensoorten in Nederland, die allemaal een verborgen leven leiden omdat ze zwaar bejaagd worden door roofdieren en de mens. Het meest komen we de huismuis tegen. Het is een van de ‘ware’ muizen soorten, d.w.z. hij heeft net als de mensen knobbelkiezen,is een alleseter en heeft grote afstaande oren, een lange staart, net als de bruine en de zwarte rat, de bosmuis en de dwergmuis. Veel algemener zijn de woelmuizen. Dat merk je pas als je braakballen uitpluist van uilen. De veldmuis is daarvan het meest algemeen. In een ha wegberm kunnen er wel 1000 leven. Woelmuizen zijn net als koeien vegetariërs, die maalkiezen hebben om gras en zaadjes fijn te malen en korte platte oren en korte staarten. Waar de veldmuis in weiden en akkers leeft, leeft de rosse woelmuis in dicht begroeide bosjes. Hij heet zo omdat hij een rossige gloed in zijn vacht heeft (zie foto). Afhankelijk van het seizoen

en het voedselaanbod leven er 5-100 dieren/ha. De rosse woelmuis wordt gemiddeld 3 maanden, maximaal 18 maanden en tot 40 maanden in gevangenschap.

Bijzonder

Rosse woelmuizen eten zachte zaden, vruchten, bladeren, kruiden en boomschors (tot op 5 m. hoogte), aangevuld met paddenstoelen, mossen, wortels, knoppen en gras, en ook insecten, wormen en slakken. In noordelijke streken leggen ze voedselvoorraden aan. Ze houden geen winterslaap. De rosse woelmuis maakt gebruik van routes door het kreupelhout, ondiepe ondergrondse gangen en voldoende dichte ondergroei. Hij graaft minder dan andere woelmuizen maar legt toch gangen aan.

Waar

In grote delen van Europa komen rosse woelmuizen voor, behalve in het uiterste zuiden. Ze leven vooral in loofwouden en struikgewas, maar ook in gebieden met hoge grassen en kruiden en in een parklandschap. Deze soort was tot op heden niet uit de Haarlemmermeer bekend, maar werd afgelopen week in De Heimanshof aangetroffen. In Nederland zijn ze aan te treffen op hogere gronden, in struikgewas, bos en plaatsen met veel vegetatie.

 roomsekervelplantenRoomse Kervel12 mei 2018mei

Roomse Kervel, 12 mei 2018

 roomsekervel

In deze tijd van het jaar staan de bermen en bosranden vol met fluitenkruid. Fluitenkruid is een soort van de schermbloemenfamilie, die in Nederland honderden soorten kent. Bij voorbeeld ook de bij velen beruchte reuzenberenklauw hoort daarbij. Naast de reuzenberenklauw is de Europese berenklauw heel algemeen, die nauwelijks problemen geeft met blaarvorming. Maar de geelbloeiende pastinaak heeft ook variëteiten die dat wel doen. En wat dacht u van de gewone wortel, peterselie, selderij, kervel, dille, koriander en ga zo maar door. Zonder de schermbloemfamilie was ons leven lang zo leuk en lekker niet. Er is op dit moment een soort die bloeit, die de moeite waard is om beter bekend te worden.

Bijzonder

Net als fluitenkruid bloeit de Roomse Kervel met witte schermen. De bloeiwijze is iets rommeliger dwz het scherm is minder vlak) en iets romiger

van kleur en niet spierwit. En net als fluitenkruid wordt deze soort 1-1.5 m hoog ( foto). Een heel duidelijk kenmerk is dat de grote varenachtig geveerde bladeren lichtgroene plekjes hebben bij de nerf van het blad inzet). En het duidelijkste kenmerk is dat het blad bij kneuzing naar anijs ruikt. Er zijn restaurants waar ik dit blad aan lever om er toetjes of salades van te maken. Dat kan van februari tot september. Niet alleen de bladeren zijn (alleen vers) te gebruiken, ook de zaden, de stengels en de wortels. En zoals de meeste schermbloemigen is de Roomse Kervel een sieraad in een tuin die garant staat voor veel nectar en stuifmeel voor insecten: een biodiversiteitsaanrader dus.

Waar

Oorspronkelijk komt de roomse kervel uit Zuid-Europa ,bv de Pyreneeën, maar het werd al door de romeinen gebruikt en is waarschijnlijk door hen meegenomen en is sindsdien ingeburgerd, net als wijngaardslakken en konijnen. De soort is een zeldzame vaste plant die graag op kalkrijke bodem staat in bosranden/half schaduw. In de Haarlemmermeer zijn verschillende groeiplekken, meestal op plaatsen waar De Heimanshof of MEERgroen actief zijn geweest.