bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 8 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 paddenstoelenKrulhaarkelkzwam1 feb 2008februari

Krulhaarkelkzwam, 1 feb 2008

 krulhaarkelkzwam

Paddenstoelen hebben de naam dat ze vooral in de herfst groeien. Maar niets is minder waar. Er zijn paddestoelen die elk jaar in april opduiken (b.v de cedergrondbekerzwam, waar deze column mee begon), of in mei (morieljes) en zo zijn er ook zwammen die een voorkeur hebben voor het eind van de winter. Een voorbeeld daarvan is de spectaculair gekleurde krulhaarkelkzwam, die nu voor het derde opeenvolgende jaar in de Heimanshof z’n kopje boven de grond steekt. De kelk van deze zwam is prachtig oranjerood gekleurd. De echte gemeenschappelijke noemer voor het opduiken van paddestoelen is dat het erg vochtig moet zijn. En dat is het de afgelopen weken weer geweest. Op sommige plaatsen stond het grondwater 10-15 cm boven het maaiveld. Hoewel die nattigheid niet leuk is, is het opduiken van deze prachtige paddestoel, die wat mij betreft ook vuurbekerzwam mag heten, een pleister op de wonde. Z’n kelkjes zijn zo’n 2 tot maximaal 5 cm groot, voelen aan als kraakbeen hebben geen geur of smaak en zijn niet eetbaar

(giftig).

Bijzonder

De krukhaarkelkzwam lijkt als 2 druppels water op de rode kelkzwam. Alleen door microscopisch onderzoek kunnen de soorten onderscheiden worden. Hierbij heeft de rode kelkzwam rechte haren op de buitenkant van de kelk en de krulhaarkelkzwam wollig in elkaar gedraaide haren. Beide soorten komen voor, op in de grond begraven takjes van wilg, els, es of esdoorn in voedselrijke loofbossen en leven van het hout dat ze verteren.

Waar

De krulhaarkelkzwam is zeldzaam in Nederland en de rode kelkzwam zeer zeldzaam. Opvallend is dat de soorten vaak samen voorkomen (zijn het dan wel 2 soorten?).

Waar

ze voorkomen komen ze soms massaal voor zoals in vochtige bossen. Vooral uit Flevoland zijn een aantal van dergelijke plekken bekend en ook een uit het Amsterdamse Bos.

Terugmeldingen

Op tenminste drie plaatsen in de Haarlemmermeer zijn ijsvogels teruggekomen na het smelten van het ijs. Het feit dat ze zich daar nu (met het voorjaar in de lucht) voor langere tijd ophouden, wijst op het feit dat ze overwegen te gaan broeden en op een langstrekkende partner wachten. Vorig jaar was dit een maand lang het geval op tenminste 1 plek. Toen is het niet gelukt om tot broeden te komen. Wellicht dit jaar wel?

 vogelsAalscholver10 feb 2008februari

Aalscholver, 10 feb 2008

 aalscholver

Jaarlijks komen er meer aalscholvers naar de Haarlemmermeer. Hun naam is misleidend, want paling vormt maar een zeer klein deel van zijn menu, dat vooral uit brasem en voorn bestaat. Commercieel is de brasem niet interessant en aalscholvers vormen dus niet of nauwelijks een concurrent van de binnenvisserij. Wel weten ze in de winter feilloos de plekken te vinden waar vissen overwinteren. Zo’n plek bezoeken ze tot alle vissen van de voor hun geschikte jaarklassen op zijn. Hun dagrantsoen van 0.5 - 1 kg bestaat uit zo’n 5-10 vissen. De ongeveer 250 vogels die onze polder bezoeken eten dus zo’n 125-250 kg vis per dag. Door de vermeende concurrentie om paling is de aalscholver erg vervolgd, waardoor er rond 1960 minder dan 1000 paar over waren. Door bescherming, maar ook door toename van hun prooidieren

(fosfaat), heeft de stand zich weten te herstellen tot zo’n 20.000 broedparen verdeeld over 25 kolonies.

Bijzonder

Aalscholvers broeden in kolonies, meestal in moerasbossen met elzen. Door de uitwerpselen van de aalscholvers, die rijk zijn aan salpeterzuur, sterven de bomen waarin de nesten worden gemaakt. Anders dan de meeste andere watervogels, bevat hun verenkleed slechts zeer weinig vet. Daardoor is het niet waterdicht en wordt een duikende aalscholver drijfnat. De vogels drogen zich door met kenmerkend half gespreide vleugels op een paal of in een boom te gaan zitten.

Waar

Aalscholvers komen wereldwijd voor. Onze vogels trekken alleen in heel koude winters weg naar Frankrijk en Spanje tot in Tunesië. In normale winters worden onze vogels aangevuld met dieren uit vooral Denemarken. Waar vossen leven, broedt de aalscholver in bomen. Op eilanden, zoals Vlieland, wordt ook op de grond gebroed. Het belangrijkste broedgebied is rond het IJsselmeer. De grootste kolonie is in de Oostvaardersplassen (8400 paar). Op het IJselmeer wordt meestal in grote groepen samen gejaagd. Daarbuiten, zoals in de Haarlemmermeer, wordt vooral solitair gevist.

 kleine dierenHaas17 feb 2008februari

Haas, 17 feb 2008

 haas

Op dit moment verzamelen de hazen zich in kleinere en grotere groepen voor het paringsritueel. Bij Schiphol- Rijk zag ik er 30 bij elkaar. De haas is vooral een nachtdier. Overdag ligt hij meestal plat tegen de grond. Hij is zeer honkvast binnen zijn leefgebied van zo’n 300 ha en raakt daarbuiten in stress. De paartijd ("rammeltijd") loopt van januari tot april. Als meerdere rammelaars op een moerhaas afkomen, vechten zij om het recht om te paren. Deze gevechten lijken op kickboksen. Na een tijdje zal de moer wegrennen. Alleen voor de grootste volhouder zal zij stoppen. De haas krijgt 1-4 worpen per jaar. De jongen zijn nestvlieders. Pasgeboren haasjes zijn geheel geurloos, zodat roofdieren ze niet kunnen ontdekken. Een moeder zoogt ze slechts 5 minuten per dag, meestal na het invallen van het donker. Jonge haasjes die alleen aangetroffen worden, zijn

dus niet verlaten en kunnen het beste met rust gelaten worden.

Bijzonder

Een haas drinkt zelden en haalt het meeste vocht uit zijn voedsel. Het gedrag van hazen zijn in het vroege voorjaar is zo wild en onvoorspelbaar dat de uitdrukking "as mad as a March hare" is ontstaan. Tijdens de vlucht kan hij sprongen maken van 3,5 meter lang en 1,5 meter hoog en snelheden tot 75 kilometer per uur halen.

Waar

Hazen leven het liefst in open grasvlakten met een gevarieerde begroeiing De haas is een cultuurvolger. Oorspronkelijk komt hij uit de Midden- en Oost- Europese steppen. Door de opkomst van landbouw heeft hij het grootste deel van Europa weten te veroveren. De haas is geen bedreigde soort maar heeft veel te leiden van moderne landbouw, verkeer en ziekte. Een haas kan 13 jaar oud worden, maar haalt gemiddeld 1 jaar.

Terugmeldingen

Van de 15 zeldzame velduilen op Toolenburg- Zuid heeft zich 1 exemplaar te pletter gevlogen tegen de ruiten van een kantoor bij de President.

 plantenSteenbreekvaren24 feb 2008februari

Steenbreekvaren, 24 feb 2008

 steenbreekvaren

Steenbreekvarentjes zijn rotsplanten, met een voorkeur voor beschaduwde vochtige noordhellingen. Soms staan ze ook op de zonkant, maar dan moet de standplaats vochtig genoeg zijn. De naam komt van de misvatting dat deze varen stenen zou splijten en verweren. De werkelijkheid is anders. Alleen als stenen en met name het cement ertussen verweerd is, maakt de plant een kans om zich te vestigen. Het is een fraai plantje dat zomers en ’s winters groen blijft. De geveerde bladen zijn meestal 20 cm lang. De blaadjes vallen in het 2e jaar van de nerf. De steenbreekvaren heeft net als andere varens en mossen geen bloemen, maar vormt sporen. De sporen zijn rijp tussen mei en oktober.

Bijzonder

In Nederland komt de steenbreekvaren vooral voor op oude muren met verwerend cement. De Nederlandse neiging om alles netjes te restaureren en op te knappen is de grootste bedreiging. De soort staat in Nederland op de Rode lijst van bedreigde soorten. Dit lot staat ook binnenkort 33 steenbreekvarens in Haarlem te wachten. De gemeente Haarlem zoekt naar een alternatieve locatie. Mogelijk komen deze

als logee’s in De Heimanshof terecht of elders in de Haarlemmermeer.

Waar

De steenbreekvaren komt overal ter wereld in gematigde streken voor. Omdat In Nederland zo weinig rotsen voorkomen, is de soort zeldzaam in Limburg en daarbuiten zeer zeldzaam. Op waarneming.nl worden 92 vindplaatsen in Nederland vermeld, waaronder geen enkele in de Haarlemmermeer. Toch komt het plantje hier voor. Natuurlijk is het plantje te bewonderen in De Heimanshof. Maar ook in het wild is 1 vindplaats bekend op één van de oude vervallen sluisjes in de Geniedijk. Daar staan sinds lange tijd een stuk of 4 kleine plantjes en een groot cluster van vele planten (totaal 50?) . Ook in de Haarlemmermeer is het niet denkbeeldig dat de oude muren in de Geniedijk gerestaureerd gaan worden. Indien dit niet zorgvuldig gebeurt met in achtneming van de regels van de Flora en Fauna wet zal onze unieke steenbreekvaren zeker het loodje leggen. En niet alleen de steenbreekvaren maar ook andere muur- en rotsplanten zoals de muurvaren. Graag worden we daarom op de hoogte gesteld van andere groeiplaatsen van deze en andere muurplanten.

 steenbreekvarenhmeer2

 kleine dierenTijgerslak2 mrt 2008maart

Tijgerslak, 2 mrt 2008

 tijgerslak

Door het zachte en natte weer kroop er vorige week een grote tijgerslak door mijn tuin. De tijgerslak of Grote aardslak is een van de grootste naaktslakken in Europa en wordt wel 20 centimeter lang en tot 3 jaar oud. De kleur is grijsbruin met donkere strepen op het lichaam en vlekken op het mantelschild. De Grote aardslak is een grote eter. Hij eet niet alleen planten, maar ook voorraden in kelders, honden- en kattenvoer, paddenstoelen en zelfs andere naaktslakken. Bij droog weer kruipt deze naaktslak onder stenen of in de grond. Vorst overleeft geen enkele slakkensoort door hun hoge watergehalte (meer dan 90%)

Bijzonder

Slakken zijn hermafrodiet en 2 willekeurige dieren kunnen elkaar dus wederzijds bevruchten. De paring van de tijgerslak is bijzonder spectaculair en duurt zo’n 25 minuten: Twee slakken maken samen een dikke slijmlaag op een hoger punt, waarna ze zich aan een slijmdraad in elkaar gedraaid laten zakken. Elk dier tovert een orgaan van wel 5 cm lang tevoorschijn, die samen ook in elkaar strengelen. De einden stulpen

zich breed uit en vormen een bal van 2 cm waarin geslachtscellen worden uitgewisseld. Daarna worden ze weer snel teruggetrokken. De doorzichtige ovale eieren worden onder planken en losse stenen gelegd, in groepjes van 100. Deze zijn van augustus tot in de herfst te vinden en komen na ongeveer 3 weken uit.

Waar

Tijgerslakken leven vooral in tuinen, plantsoenen, afvalhopen, kelders, schuren en andere vochtige plekken in de buurt van woningen. In Noord-Italië komt de soort wel voor in natuurlijk terrein. Waarschijnlijk is deze soort via plantgoed in de rest van Europa terechtgekomen. Ook is hij onopzettelijk naar andere continenten overgebracht, waar hij zich uitstekend handhaaft. Hij houdt geen winterslaap, maar kruipt in de grond als het gaat vriezen.

Terugmeldingen

De voorjaarstrek is al weer op gang. De eerste ooievaars en lepelaars werden deze week waargenomen. Ook de houtsnippen zijn weer op weg terug en de eerste scholeksters nemen hun territoria in.

 tijgerslakparing

 plantenVroegeling9 mrt 2008maart

Vroegeling, 9 mrt 2008

 vroegeling

Bolgewassen zoals sneeuwklokjes, narcissen en winteraconieten kunnen met het reservevoedsel in de bol een snelle start na de winter maken. Een van de eerste planten die dit reservevoedsel niet hebben en daarmee (voor sommigen) de echte start van het voorjaar aangeven, is de vroegeling. De vroegeling is een onooglijk klein plantje van soms maar 1 cm hoog , maar meestal zo’n 4-10 cm. Het is een kruisbloemige, die b.v. familie is van koolzaad. Dit plantje bloeit van februari tot mei met kleine 2 tot 5 mm grote, witte bloempjes. Vroegeling plant zich voort via zaad. Vaak komt de plant massaal voor op geschikte standplaatsen. De grote aantallen kleine bloempjes en later in het jaar de zaaddoosjes, zien er vanuit menselijk perspectief uit als een witte waas over de grond.

Bijzonder

Vroegeling is een winterannuel. Dit zijn éénjarige planten die als zaad ′overzomeren′. De ecologische verklaring

hiervoor is, dat vroegeling bij voorkeur voorkomt op schrale zandige plekken. En die plekken worden in de zomer zeer droog en gloeiend heet. Door in de herfst te kiemen, als bladrozet te overwinteren en dan vroeg te bloeien en zaad te vormen heeft dit plantje een werkbare levenscyclus gevonden.

Waar

De plant groeit op open zandgrond. Vroegeling komt in alle streken met een gematigd klimaat voor. In de Haarlemmermeer is de vroegeling vaak in boomspiegels en tussen stoeptegels te vinden.

Terugmeldingen

Uit vele meldingen wordt duidelijk dat er op veel plaatsen in de Haarlemmermeer ijsvogels aanwezig zijn. Op tenminste 1 plaats is inmiddels bevestigd dat zich een paartje gevormd heeft, dat bezig is met het graven van nestgangen in een aangelegde ijsvogelnestwand. Bergeenden die in de winter in de Waddenzee verblijven, keren weer terug naar hun nestholen op akkerranden, terwijl de grote zaagbekken nog aarzelen om naar Oost- en Noord-Europa terug te keren. Overal in de bebouwde kom zijn er paartjes te zien die net als aalscholvers aan het vissen zijn. Groene Spechten slaken soms om de 10 minuten hun schallende territoriumroep, die wel een km ver draagt en die lijkt op een uitdagende lach.

 bomenGinkgo20 mrt 2008maart

Ginkgo, 20 mrt 2008

 ginkgoboom+blad

In het kader van de Nationale boomfeestdag, waar in de Haarlemmermeer ook 9 scholen aan meedoen, aandacht voor een bijzondere boom. De Ginkgo of tempelboom is een levend fossiel, dat in zijn eentje een eigen orde vormt. In het Perm, zo’n 270 miljoen jaar geleden, bestonden er a1 8 soorten. Dat is nog voor het tijdperk van de dinosauriërs. Ook in de Limburgse steenkool zijn vaak afdrukken van Ginkgobladeren te vinden. De kroonvorm van de Ginkgo is bijzonder onregelmatig. Soms blijven de takken kort en soms groeien ze heel ver uit. De ginkgo kent zowel vrouwelijke als mannelijke exemplaren. Het verschil tussen beide geslachten is pas te zien wanneer de boom volwassen is. De boom wordt 40 meter hoog. In Nederland en België worden kleinere kweekvormen gebruikt.

Bijzonder

De Ginkgo is een evolutionaire overgangsvorm tussen naaldbomen en loofbomen. Dat is te zien aan de bladeren die lijken te bestaan

uit netjes naast elkaar liggende naalden.
De zaden zijn abrikoosvormig met een zilveren gloed (vandaar de naam Ginkgo: gin = zilver; kyo = abrikoos). Wereldwijd zijn er minder vrouwelijke Ginkgobomen dan mannelijke. Dit komt omdat de mens selectief mannelijke bomen aanplant: De zaadhuid van de zaden ruikt nl als ranzige boter na het op de grond vallen. De inhoud van de zaden wordt in China en Japan beschouwd als delicatesse, waaraan ook veel heilzame werkingen wordt toegeschreven. In Japan wordt de boom als een god vereerd. Het feit dat 4 bomen in Hiroshima de atoombom overleefden, heeft hier ook aan bijgedragen.

Waar

Ongeveer 7 miljoen jaar geleden verdween de Ginkgo uit Noord-Amerika en ongeveer 2.5 miljoen jaar geleden uit Europa. Wetenschappers dachten dat de boom was uitgestorven maar iemand herontdekte ze in 1691 in China. Daar werden ze door Boeddhistische monniken als heilige boom gekweekt. De oudste Ginkgo in de Haarlemmermeer staat op het kerkhof van de Hoofdvaartkerk en dateert uit de eerste jaren na de drooglegging. In de Bijbelse tuin achter de Katholieke Kerk aan de Kruisweg staan een groot mannelijk en vrouwelijk exemplaar van zo’n 100 jaar oud, naast elkaar. Ze staan ook in het bomenpad in het Haarlemmermeerse Bos en op het Aalburgplein in Floriande.

 bomenOudste bomen24 mrt 2008maart

Oudste bomen, 24 mrt 2008

 oudsteboom1_300jaarminstens

Vorige week schreven we n.a.v. de boomfeestdag een prijsvraag uit naar de oudste Boom in de Haarlemmermeer. De polder is in 1852 drooggelegd. De meeste mensen zullen dus verwachten dat de oudste boom niet ouder dan 156 jaar oud kan zijn. Verrassend genoeg is dat wel zo.

Bijzonder

Er bestaan namelijk een aantal kleine stukjes oud land, die met het graven van de ringvaart ‘mee zijn ingepolderd’. Dat zijn het eiland Abbenes, een stukje polder bij Lisserbroek rond het Turfspoor en een stukje polder bij Vijfhuizen rond de eendenkooi.
Als onze gegevens kloppen zijn alle oudste bomen rond Abbenes en bij Lisserbroek verdwenen. De eendenkooi is echter eeuwenlang uitstekend beheerd. De oudste harde informatie over het bestaan van deze kooi is een brief uit het jaar 1700, waarin ene Jan Willems de kooi overneemt uit de nalatenschap van een priester Paelsteyn. Mogelijk dateert de kooi van rond 1647, toen een naburige kooi deels in het meer verdween (en deze ‘nieuwe kooi’ opgericht werd). Van 1757 af is de kooi in beheer van de familie Stokman.
De eendenkooi zelf bestaat uit een hakhoutbosje van vooral essen. Al die eeuwen werden de essen om de 10 jaar afgezet (geknot). Het lange rechte hout was uitstekend voor palen, brandhout en gereedschap. Dit soort beheer verlengt de levensduur van bomen aanzienlijk. Van wilgen is bekend dat deze normaliter niet ouder worden dan 40 jaar, terwijl een knotwilg wel 250 jaar oud kan worden. Een es wordt normaliter 250-300 jaar. Een ring van essen rond de kooi dateert grotendeels van het originele ontwerp van 308-361 jaar geleden. De mooiste boom staat bij de ingang van de kooi. De machtige onderstam meet 5 m in omtrek

en 1.30 m in doorsnede (zie foto). Op deze onderstam staan 3 enorme takken. Van andere, waarschijnlijk even oude exemplaren is de onderstam in het midden weggerot en staan de verschillende onderdelen van dezelfde boom los van elkaar in een cirkel. De kooi kan alleen onder begeleiding bezocht worden in de maanden april en mei. Voor reservering bel:5581343 (Simone Stokman).

Resultaat prijsvraag

Op de prijsvraag hebben tot maandagavond 24 maart nog maar vrij weinig mensen gereageerd. De fles Haarlemmermeerse polderwijn voor de juiste inzending gaat naar Mieke Ooms. Hoewel zij de soort niet wist, gaf zij de juiste locatie en leeftijd van de kooi van ruim 300 jaar aan. Interessante bomen die ook gemeld zijn, waren: tot 3x toe de Ginkgo uit de column van vorige week. Een doordenkertje van Mieke waar we nog niet uit zijn, is de voor de Floriade van 2002 aangevoerde ‘stokoude’ olijfboom in een kist. Hoe oud die is zoeken we nog uit, maar zijn 6 Haarlemmermeerse jaren tellen voor ons nog niet zo mee.
Voor wie van mooie oude bomen houdt, zijn er een aantal aanraders:
Naast de oude essen aan de rand van de eendenkooi, staat er ook in het centrum van de kooi een monumentale paardekastanje. Deze is geen 300 jaar oud, maar zeer de moeite waard. De oudste boom in de Haarlemmermeerse klei is de rode beuk die bij een van de eerste boerderijen staat aan de Kromme Spieringweg (zie foto). Deze boom meet ook 5 m in omtrek en bereikte deze omvang in 156 jaar. Naast deze boom staat een waarschijnlijk even oude paardekastanje. Verder horen de Ginkgoboom op het kerkhof van de Hoofdwegkerk (150 jaar) en natuurlijk de Kaukasische Vleugelnoot (70 jaar) in het centrum van Hoofddorp naast het Dik Tromplein bij mijn favorieten.

 oudste2beukhabitus

 vogelsWintertaling30 mrt 2008maart

Wintertaling, 30 mrt 2008

 wintertaling

Ook vanuit de trein kun je leuke dingen zien. Van Hoofddorp tot Nieuw-Vennep ligt langs de spoorlijn aan de westkant een ecologische oever (herkenbaar aan riet en glooiende en golvende oevers).
Zulke waterpartijen zijn een paradijs voor allerlei waterdieren, zoals wilde eenden, meerkoeten en waterhoentjes, maar ook voor bijzondere soorten zoals de krakeend, de slobeend, de smient en tot mijn verrassing ook 2 paartjes wintertalingen. Al die watervogels maken zich klaar voor, of zijn reeds aan het broeden.
Een wintertaling is het kleinste eendje van Nederland. Hij meet nog niet de helft van een wilde eend. Vooral het mannetje heeft een prachtig kleed (zie foto). Met de kop onder water zoeken ze kleine waterdieren en plantaardig materiaal. Waterrijke gebieden met een welige begroeiing van de oevers vormen zijn favoriete leefgebied, maar alleen op voorwaarde dat het er rustig is. Watersport en recreatie verjagen deze soort heel snel. Met het sterk groeiend aantal ecologische oevers zou de Haarlemmermeer

een nieuwe uitwijkplaats voor deze bijzondere soort kunnen worden.

Bijzonder

Sinds de jaren tachtig is het aantal broedende wintertalingen flink afgenomen. Hoewel deze soort, in tegenstelling tot de zomertaling, geen beschermde Rode Lijstsoort is, betekent dat niet dat de wintertaling heel algemeen zou zijn of niet wordt bedreigd. In veel kleinere moerasgebiedjes, vennen en in hoogveengebieden is deze soort inmiddels zeldzaam geworden. Dit effect is vooral merkbaar in het oosten en in het zuiden van Nederland. Vooral als het voorjaar erg droog is, heeft de wintertaling het moeilijk. Het aantal wintertalingen zit in de lift - omlaag, welteverstaan. In de periode 1998 - 2000 is vastgesteld dat er zo′n 2000 tot 2.500 paren in Nederland broeden, maar dat de soort sterk inlevert aan verspreidingsgebied.

Waar

In de winter komen vaak hoge aantallen voor. Bij wintertellingen in de jaren negentig zijn wel eens 25.000 exemplaren geteld. In koude jaren trekt de soort naar Zuidwest- Europa. In ons land mag hij niet bejaagd worden, maar in die regio vallen er tienduizenden slachtoffers per jaar. In onze regio komt de wintertaling het hele jaar voor, als broedvogel en wintergast. In het noordoosten van Europa komt het dier alleen in de zomer voor, terwijl in het Middellandse Zeegebied wintertalingen alleen ′s winters te vinden zijn. Meldingen bijzo

 bomenOudste boom: de Olijf (650 jaar)6 apr 2008april

Oudste boom: de Olijf (650 jaar), 6 apr 2008

 oudste3olijf650jaar

Bij de prijsvraag van 2 weken geleden over de oudste boom van de Haarlemmermeer had ik u beloofd het gerucht uit te zoeken dat er nog veel oudere bomen in de Haarlemmermeer staan dan de essen op de eendenkooi te Vijfhuizen. Navraag naar een oude olijvenboom die in 2002 op de Floriade was geplaatst leverde niet alleen een antwoord op, maar ook weer een aantal nieuwe verrassingen. Deze olijf was namelijk afkomstig van een tuincentrum dat zich in dit soort bomen heeft gespecialiseerd en was maar liefst 450 jaar oud.
De tweede verrassing was, dat dit niet eens de oudste boom was. Er is inmiddels een hele familie van olijven aanwezig in onze jonge polder:
- 2 exemplaren van ongeveer 300 jaar oud staan in de Bijbelse tuin
- en 2 blikvangers op dit

centrum zelf (die ook nog te koop zijn) zijn respectievelijk ongeveer 650 jaar en 575 jaar oud.

Bijzonder

Al deze bomen komen oorspronkelijk uit Toscane in Italië of uit Spanje. De twee oudste exemplaren moesten een jaar of 5 geleden in Toscane wijken voor een weguitbreiding. Het oudste exemplaar is met zijn enorme stam (1 meter 20 in diameter) en kluit van tezamen 3, 5 ton in een dieplader aangevoerd (zie foto) Al deze olijfbomen zijn van rassen, die goed bestand zijn tegen Nederlandse winters en kunnen 15 tot 16 graden vorst doorstaan.

Waar

De oudste bomen met hun 360 jaar, die hun hele leven in de Haarlemmermeerse grond hebben gestaan blijven de essen die in de buitenring van Eendenkooi van Vijfhuizen op de ‘oude grond’ staan. De oudste boom op de ‘nieuw ingepolderde’ grond is de bruine beuk van 156 jaar aan de Kromme Spiering weg bij de eerste boerderij. De alleroudste boom in leeftijd is de olijf van 650 jaar (maar met nog maar 5 jaar in de Haarlemmermeer) bij Global garden in Zwaanshoek. Wie deze alleroudste boom in zijn tuin wil hebben, heeft die mogelijkheid nog. Meldingen bijzo

 insectenVeenmol13 apr 2008april

Veenmol, 13 apr 2008

 veenmol

Met het voorjaar in de lucht worden allerlei insecten weer actief. Eén daarvan is de veenmol, een ver familielid van krekels. Hij leeft grotendeels onder de grond en is vooral ′s nachts actief. De veenmol gebruikt zijn grote voorpoten als graafwerktuig en kan er ook goed mee zwemmen. Hij heeft een voorkeur voor dierlijk voedsel: o.a. ritnaalden, engerlingen, rupsen, regenwormen e.d. Dat is nuttig in de tuin maar met zijn gegraaf woelt hij jonge plantjes om en knaagt ook aan plantenwortels. Een echte plaag wordt hij echter nooit.
Volwassen veenmollen worden het meest gezien van eind april tot eind mei tijdens de balts. Het vrouwtje bouwt 8 - 30 cm onder de grond een nesthol zo groot als een kippenei met 200 -300 eitjes. Dit nest wordt voorzien van afwateringstunnels. Bovengronds knaagt ze alle planten weg zodat de zon het nest goed kan verwarmen. Na 10 - 45 dagen komen de jongen uit. Het vrouwtje likt de eitjes schoon en bewaakt de nymfen tot ze 2 -3 weken oud zijn. In het nest eten ze wortels en humus, die vrijkomen als de moeder de nestholte schoonmaakt. Pas na 500 dagen en 2 winters is een veenmol volwassen. Volwassen dieren leven dan nog 70 - 600 dagen. Vijanden van de veenmol zijn: katten, uilen, kraaien, reigers, vossen, egels, mollen, spitsmuizen en loopkevers. Eind juli

tot in augustus zoeken zij hun overwinteringsplaats weer op.

Bijzonder

De veenmol is met 5-6 centimeter één van onze grootste insecten. De soort is hier sterk achteruitgegaan en vrij zeldzaam geworden. Daarom staan ze de Rode lijst als kwetsbare en beschermde diersoort. Belangrijke bedreigingen zijn verdroging van hun leefgebied en verstedelijking. Ook zijn ze gevoelig voor intensief agrarisch beheer en insecticiden. Niet professionele tuinders gedogen vaak dat de veenmol wel eens een worteltje of meer ′trekt’. Bij oppakken steekt de veenmol niet, maar hij kan wel bijten of een bruin vocht afscheiden.

Waar

Onze veenmol komt voor in een brede strook van West-Europa via Rusland en China tot in Australië. Hij heeft een voorkeur voor natte veenweidegebieden en vochtige valleien, maar kan ook goed leven in lichte zand- en zware leemgrond. Daarbij zijn moestuinen een geliefde plaats vanwege de kale omgewerkte humusrijke grond en voldoende voedsel. In de Haarlemmermeer hebben we waarnemingen uit de veengebieden bij Rijsenhout en Vijfhuizen, zandige schooltuintjes in De Heimanshof en uit de klei langs de Geniedijk in Hoofddorp-Centrum.

 veenmol1

 vogelsBoerenzwaluw20 apr 2008april

Boerenzwaluw, 20 apr 2008

 boerenzwaluw

Het voorjaar is wel koud geweest tot dusver, maar onafwendbaar komt de zomer dichterbij. Vorige week zag ik de 1e boerenzwaluwen, zoals meestal. Deze vogels hebben een reis uit Afrika achter de rug, vaak zelfs van beneden de Sahara. Zijn lange vleugels en zijn slanke lijf maken hem zeer geschikt om in de lucht achter insecten aan te jagen. De boerenzwaluw komt veel voor in de omgeving van water, waar ze rakelings overheen scheren om muggen te verzamelen. Zijn zang bestaat uit een druk gekwetter dat vaak tijdens de vlucht te horen is of vanaf een telefoondraad. De boerenzwaluw leeft vooral in de buurt van boerderijen, en aan de rand van steden waar hij al vliegend muggen, motten, vliegen en kevertjes vangt. Water drinken doet hij ook tijdens de vlucht door laag over het water te scheren . Hij bouwt nesten in boerenstallen, onder bruggen en afdaken. Er zijn 2-3 legsels per jaar. Meestal komen de zwaluwen weer terug op hun oude nest. Het nest is een halve cirkelvormige kom die van boven open is. Het wordt gemetseld met vochtige aarde

en speeksel en verstevigd met gras en haar. Het nest wordt altijd zo geplaatst dat er een dak, brug of dakgoot boven zit zodat het vanuit de lucht niet opvalt.

Bijzonder

De naam boerenzwaluw verraadt de band die deze vogel met de mens heeft. Van april tot oktober verblijven deze trekvogels in Nederland. De winter wordt in Afrika doorgebracht. Boerenzwaluwen zijn echte luchtacrobaten. Het is bekend dat een mannetje meer succes heeft bij de vrouwtjes naarmate zijn staartpunten langer zijn.

Waar

schijnlijk zijn mannetjes met lange staarten wendbaarder en daardoor in staat meer insecten te vangen.

Waar

De boerenzwaluw broedt in geheel Europa. Verder behoren ook grote delen van Rusland, West Siberië en van Turkije tot NW India tot zijn broedgebied. De voorkeur van boerenzwaluwen voor melkveestallen, manegegebouwen e.d. maken, dat de soort bij vogeltellingen nauwelijks wordt geteld. Door veranderingen in de bedrijfsvoering bij veel boerderijen is de boerenzwaluwstand in West-Europa teruggelopen. Sinds de jaren negentig lijkt de populatie in ons land echter redelijk stabiel. Volgens een ruwe schatting broeden er in Nederland zo′n 100.000 tot 200.000 paar.