bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

fluweelpootje, 6 jan 2018

 fluweelpootjecombi

Dit is de tijd van de winterpaddenstoelen. In herfst en zomer schieten de paddenstoelen als rakketten uit de grond en zijn ook binnen een paar dagen weer weg. Die moeten dus heel snel hun sporen rijp laten worden. In de winter gaat alles veel langzamer. De winterpaddenstoelen zijn daarom ook maandenlang te bewonderen en de hebben lange tijd om zoveel mogelijk sporen te laten verwaaien. Vele winterpaddenstoelen zijn eetbaar. Dat geldt bv voor de Judasoor die je veel in Chinese gerechten vindt. Ze ontlenen hun naam aan hun oorvorm en de overlevering dat ze er groeien sinds Judas met z’n oor aan de scherpe punt van de afgebroken vliertak bleef hangen toen hij er uit schuldgevoel een einde aan wilde maken. Ze smaken zoals ze eruit zien: Een stevige bite van kraakbeen met een peperachtige nasmaak. Het fluweelpootje is ook een heel algemene winterpaddenstoel, die als delicatesse geldt in de horeca en zoetig smaakt. Vooral

de hoed. In Azië worden ze gekweekt zonder licht en zien ze er heel wit uit (inzet).

Bijzonder

Hoewel de hoed het lekkerst smaakt (ook rauw) bevat de wat taaiere steel eens immuunsysteem versterkende stof en het mycelium in het hout een werkzame stof tegen kanker. Fluweelpootjes smaken zoetig omdat ze een antivries aanmaken in de vorm van suiker. Dat komt ze goed van pas, want ze komen in de witter pas tevoorschijn na de eerst vorst en kunnen ook vorst goed verdragen. Pas recentelijk is ontdekt dat de makkelijk herkenbare soort toch complexer in elkaar zit. Op basis van sporenkenmerken zijn 3 soorten een variëteit onderscheiden.

De kweekversie van Fluweel pootje is door de NASA meegenomen in de ruimte om het effect van zwaartekracht te onderzoeken. In de ruimte werden de strak gerichte dichte bundels paddenstoelen een wirwar van steeltjes en hoedjes.

Waar

Fluweelpootjes zijn een onmiskenbare en algemene paddenstoel door z’n steel die met fluweel begroeid lijkt en in bundels voorkomt op dood en ziekloofhout van wilgen ,elzen, populieren e.d.(foto)





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 6 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vlindersBont zandoogje25 aug 2007augustus

Bont zandoogje, 25 aug 2007

 bontzandoogje

Het bont zandoogje is een kleine dagvlinder met een spanwijdte van 32 -42 mm. Het vrouwtje legt haar eitjes op half in de schaduw staand gras. De vlinder leeft ongeveer drie weken. Er zijn twee tot drie generaties per jaar, tussen midden april en midden oktober. De mannetjes zijn vrij fel tegenover soortgenoten en jagen andere mannetjes van dezelfde soort weg. Volwassen vlinders voeden zich voornamelijk met honingdauw, maar ook met nectar en boomsappen.

Bijzonder

: Veel in het leven van (deze) vlinders draait om het vinden van de juiste temperatuur. In het voorjaar en het najaar leggen de wijfjes vooral eitjes op zonbeschenen planten terwijl ze in de zomer beschaduwde planten kiezen. Het afzetten van de eitjes gebeurt meestal op het warmste moment van de dag en de eitjes worden meestal afgezet op planten met een temperatuur tussen 24-30°C, omdat de overlevingskans van de eitjes en de jonge rupsen dan het hoogst is. Toch valt ongeveer 30% van de eitjes ten prooi aan sluipwespen en ook mieren, wantsen en kevers eisen hun tol. Er

zijn traag- en snelgroeiende rupsen. Bij hogere temperaturen ontwikkelen de snelgroeiende rupsen zich in gemiddeld 25 dagen en de traaggroeiende rupsen in ongeveer 30 dagen. Bij lagere temperaturen zijn de verschillen groter. De vliegactiviteit van de vlinders hangt samen met het streven om hun lichaamstemperatuur tussen 32-34,5 °C te houden. Bij lage temperatuur worden de zonneplekjes energiek verdedigd door mannetjes, omdat ze de ideale plaatsen zijn voor het zonnen en het paren; bij hogere temperaturen vliegen de mannetjes zoekend naar vrouwtjes rond.

Waar

Het bont zandoogje is vrij algemeen in droge zandige bosranden in b.v. Zuid- en Oost- Nederland. In West Nederland en in de Haarlemmermeer kwam dit vlindertje nooit voor. Vorig jaar werd een eerste exemplaar waargenomen in het Haarlemmermeerse Bos en dit jaar zijn er al verschillende waarnemingen gedaan. Daarmee lijkt het Bont Zandoogje een nieuwe soort te zijn die zijn weg naar de Haarlemmermeer heeft gevonden. Om dat het een warmteminnende soort is, is het waarschijnlijk dat de klimaatverandering hierin een rol speelt.

Terugmeldingen

De ransuilen hebben het nog nooit zo goed gedaan als dit jaar, o.a. doordat er erg veel veldmuizen zijn. Er hebben dit jaar ten minste 22 paar gebroed in de polder, terwijl dit er vorig jaar maar 10 waren.

 vlindersKolibrievlinder28 aug 2007augustus

Kolibrievlinder, 28 aug 2007

 kolibrievlinder

De kolibrievlinder hoort bij de pijlstaartvlinders. Dit zijn meestal nachtvlinders, maar kolibrievlinders zijn zogenaamd dagactieve nachtvlinders en worden vooral op warme windstille dagen in de middag en vroege avond gezien.
Het is een regelmatig voorkomende migrant die ieder jaar in wisselende aantallen gezien wordt in Nederland. De vlinder hangt stil in de lucht voor een bloem om nectar te drinken. Vanwege deze eigenschap heeft deze vlinder de naam kolibrievlinder gekregen. Alle pijlstaartvlinders hebben een lange roltong om nectar te halen uit planten met lange buisbloemen, die voor de meeste insecten niet toegankelijk zijn, zoals kamperfoelie, petunia′s, zeepkruid of slangekruid. De vliegtijd is van mei tot november in twee tot drie generaties. De tot 5 centimeter lange rups leeft vooral van walstrosoorten,

waar ook meekrab toe behoord. Vandaar dat de vlinder ook wel meekrapvlinder genoemd wordt.

Bijzonder

: Het fourageren (nectar eten) van de kolibrievlinder is een spectaculair gezicht. Het is een grote vlinder met een spanwijdte van ongeveer 4 tot 6 centimeter. Omdat de vlinder zich constant van bloem tot bloem verplaatst en daar even stil blijft hangen heeft hij ook de naam onrustvlinder gekregen. Ook bijzonder aan deze soort is dat de exemplaren die je in mei en juni ziet al een hele reis achter de rug hebben. Het is een Zuid-Europese soort, waarvan een deel jaarlijks over de Pyreneeën en de Alpen trekt naar onze streken. Ze leggen hier eieren die in september uitkomen. Deze tweede generatie vlinders kan zich hier verder niet voortplanten, want onze winters zijn te koud. Het is mogelijk dat een deel weer terugtrekt, maar dat is niet helemaal zeker.

Waar

De eerste kolibrievlinder is in 2006 in juni al weer waargenomen in Hoofddorp noord op kamperfoelie en in 2007 in mei in Hoofddorp Oost op lavendel.

 vlindersNachtvlinders29 aug 2007augustus

Nachtvlinders, 29 aug 2007

 nachtvlinderhuismoeder

Lievelingen en huismoeders gezocht. Er zijn veel meer nachtvlinders dan dagvlinders. Vrijwel alle nachtvlinders vliegen ‘s nachts, maar ruim honderd soorten zijn ook overdag actief. Nachtvlinders zijn van dagvlinders te onderscheiden door de vorm van hun voelsprieten. In Nederland zijn er meer dan 2000 nachtvlinders bekend, waarvan 1300 kleine vlinders of motten en zo’n 700 grote soorten. De Nationale NachtvlinderNacht richt zich op deze laatste groep.

Bijzonder

: Om in het donker te kunnen leven hebben nachtvlinders zich op allerlei manieren aangepast. ’s Nachts zijn ogen niet zo nuttig. Nachtvlinders gebruiken daarom hun voelsprieten als ‘neus’ om voedsel of een partner te vinden. Bij sommige soorten hebben de mannetjes extreem grote sprieten, waarmee ze een vrouwtje al op kilometers afstand kunnen ruiken. Ook felle kleuren om vijanden af te schrikken, zijn niet zichtbaar in het donker. Veel soorten nachtvlinders hebben daarom geen felle kleur, maar een camouflagepatroon. Soorten als de huismoeder hebben alleen een felle kleur op de ondervleugels. In rust zijn deze niet zichtbaar, maar bij verstoring laat hij ze

zien terafschrikking. ’s Nachts is het een stuk koeler dan overdag en een nachtvlinder kan zich niet opwarmen in de zon. Veel soorten hebben daarom stevige vliegspieren. Door met de spieren te trillen warmen ze zich op tot de juiste temperatuur om te vliegen. De dichte beharing die veel nachtvlinders hebben, zorgt ervoor dat de warmte wordt vastgehouden.

Waar

Nachtvlinders zijn zonder hulpmiddelen vaak moeilijk te vinden. Maar met lampen die lakens beschijnen en met de geur van overrijp fruit kunnen ze heel goed gelokt worden. Op vrijdag 7 september van 19.00 tot middernacht is iedereen welkom op De Heimanshof tijdens de nationale nacht van de nachtvlinders. We hebben goede hoop op het aantreffen van grote pijlstaartvlinders, zoals de ligusterpijlstaart, de populierenpijlstaart en misschien zelfs de kolibrievlinder of een avondrood. Huismoeders en Lievelingen (foto‘s) zullen we zeker zien.

Terugmeldingen

Naar aanleiding van het artikel over de groene specht, waarin 2 paartjes gemeld werden, zijn er nog 4 extra paartjes gemeld, op de Geniedijk en in het Haarlemmermeerse Bos.

 nachtvlinderlieveling

 plantenPijlkruid9 sep 2007september

Pijlkruid, 9 sep 2007

 pijlkruid

Pijlkruid is een fraai bloeiende plant uit de Waterweegbree-familie. De naam verwijst naar de vorm van de bladeren. Het is een overblijvende, 70 - 100 cm grote plant met knolachtig verdikte wortels. De knollen zijn rond, wit of groen van kleur, 4-5 cm groot en bedekt met schubben. De driekante stengels kunnen tot een halve meter boven het water uitsteken. De witte bloemen bloeien van juli tot september en hebben in het midden een fraaie bruine tot donkerpaarse vlek, waardoor de plant ook geliefd is in tuinvijvers. De plant kan tot 15 - 20 graden vorst verdragen, en groeit in water tussen de 10 en 60 cm diep.
Mannelijke bloemen bevinden zich bovenaan de bloem, vrouwelijke onderaan. De zaden verspreiden zich drijvend over het water en kunnen pas kiemen als ze zijn blootgesteld aan een vorstperiode.

Bijzonder

De zetmeelhoudende, zoet-aromatisch smakende knolletjes worden in China

en Japan als groente gegeten, vooral rond nieuwjaar. De knolletjes worden geschild en gekookt. De knollen bevatten 20% zetmeel en 5% eiwit. Ook de jonge bladeren zijn eetbaar.

Waar

Pijlkruid is een moerasplant van de gematigde streken in Europa en Azië. Het gebeurt niet vaak dat er iets interessants te melden is uit de Hoofdvaart, omdat er zo rigoureus beheerd wordt, dat er weinig of geen ruimte is voor oeverbegroeiing. Zeker na de ingrijpende werkzaamheden om de walkantbeschoeiingen te vervangen in 2006 was dat niet te verwachten. Echter de natuur is altijd vol verrassingen, en de verrassing in dit geval is het op vrij grote schaal opduiken van het fraaie Pijlkruid. Honderden exemplaren groeien er dit jaar langs de nieuwe beschoeiing en vooral aan de westkant van het deel tussen Nieuw-Vennep en Hoofddorp.

Terugmeldingen

Na het artikel over bont kroonkruid kwamen er vele nieuwe meldingen binnen over groeiplaatsen, b.v.: zeker 50 planten op de oude spoorlijn tussen Hoofddorp en Vijfhuizen, bij het Vlinderpad in het Haarlemmermeerse Bos, langs de Boslaan in Hoofddorp en op het Arnolduspark en langs de Van Heuven Goedhartlaan bij de GSM mast van Bornholm.

 andersGallen10 sep 2007september

Gallen, 10 sep 2007

 gallenlensgaldetail

Augustus is een goede tijd om eens op gallen te letten. Gallen zijn woekeringen op planten (meestal bomen) die veelal veroorzaakt worden door galwespen. Het doel is om hun larven bescherming en voedsel te bieden. 75 % van alle gallen komt voor op berken, populieren, wilgen, pruimen en vooral op eiken. In het Nederlandse gallenboek worden ruim 1400 soorten gallen besproken. Gallen ontstaan omdat galwespen en hun larven hormonale stoffen uitscheiden, die de plant aanzetten tot die woekering. Bekende gallen zijn de lensgal, aardappelgal (op eikenblad), de ananasgal (eikenbladknop) de knoppergal (eikels), en de de knikkergal (tak). Ook op de stam, de bloem en de wortel kunnen gallen voorkomen. Een bekende gal op de roos is de mosgal en een leuke gal op de iep die veel in de Haarlemmermeer voorkomt is de knotsgal(blad). De reden waarom de eik zo populair is, is hoogst waarschijnlijk vanwege het feit dat de

boom pas laat in het seizoen de bladeren verliest en dus tot laat in het jaar een (voedende) sapstroom heeft. De plantengallen zijn met een los weefsel gevuld, dat meestal door een verharde laag omgeven is. Het binnenste bestaat uit olie en eiwitrijke cellen die als voedsel dienen voor de larven. Als de larve dood gaat, houdt ook de groei van de gal op.

Bijzonder

: Gallen werden vroeger veel gebruikt voor het maken van looistof en inkt. Er leven veel parasieten van de galwespenlarven in de gal. Dat zijn dus hyperparasieten: parasieten op parasieten. Het geeft wel aan dat een gal een geliefd plekje is om in op te groeien. Overigens blijft de galwesplarve wel in leven, want deze levert immers het zo belangrijke groei-hormoon voor de gal, zolang hij leeft.

Waar

Een oplettende waar

 galananasgaleik

 andersGallen10 sep 2007september

Gallen, 10 sep 2007

 galeikenlensgal

Augustus is een goede tijd om eens op gallen te letten. Gallen zijn woekeringen op planten (meestal bomen) die veelal veroorzaakt worden door galwespen. Het doel is om hun larven bescherming en voedsel te bieden. 75 % van alle gallen komt voor op berken, populieren, wilgen, pruimen en vooral op eiken. In het Nederlandse gallenboek worden ruim 1400 soorten gallen besproken. Gallen ontstaan omdat galwespen en hun larven hormonale stoffen uitscheiden, die de plant aanzetten tot die woekering. Bekende gallen zijn de lensgal, aardappelgal (op eikenblad), de ananasgal (eikenbladknop) de knoppergal (eikels), en de de knikkergal (tak). Ook op de stam, de bloem en de wortel kunnen gallen voorkomen. Een bekende gal op de roos is de mosgal en een leuke gal op de iep die veel in de Haarlemmermeer voorkomt is de knotsgal(blad).
De reden waarom de eik zo populair is, is hoogst waarschijnlijk vanwege het feit dat de boom pas laat in het seizoen de bladeren verliest en dus tot laat in het jaar een (voedende) sapstroom heeft.
De plantengallen zijn met een los weefsel gevuld, dat

meestal door een verharde laag omgeven is. Het binnenste bestaat uit olie en eiwitrijke cellen die als voedsel dienen voor de larven. Als de larve dood gaat, houdt ook de groei van de gal op.

Bijzonder

: Gallen werden vroeger veel gebruikt voor het maken van looistof en inkt. Er leven veel parasieten van de galwespenlarven in de gal. Dat zijn dus hyperparasieten: parasieten op parasieten. Het geeft wel aan dat een gal een geliefd plekje is om in op te groeien. Overigens blijft de galwesplarve wel in leven, want deze levert immers het zo belangrijke groei-hormoon voor de gal, zolang hij leeft.

Waar

Een oplettende waarnemer kan overal gallen vinden. Voor een minder geoefende waarnemer is De Heimanshof of het bomenpad in het Haarlemmermeerse bos een goede start. Alle genoemde gallen en nog vele meer kunnen in de eiken, iepen en rozen worden aangetroffen.
Voorkomen: vooral in de zomer
Status: Geen speciale bescherming bekend

 gallenlensgaldetail

 plantenheelblaadjes15 sep 2007september

heelblaadjes, 15 sep 2007

 heelblaadjes

Heelblaadjes is een plant uit de Composietenfamilie, net als b.v. de margriet. De plant wordt 60 tot 90 cm hoog. Als hij eenmaal ergens gevestigd is, ontstaan er vrij grote groepen planten omdat hij zich uitbreidt met wortelstokken. Dergelijke groepen Heelblaadjes, met hun gele bloemen, zijn een aanwinst voor het landschap omdat ze lang bloeien van juli tot september. De bloemen zijn ongeveer 3 cm breed. De plant komt voor op droge tot vochtige, matig voedselrijke tot brakke grond in grasland langs sloten en vaarten.

Bijzonder

De naam heelblaadjes komt van het feit dat de plant een werkzame stof bevat die wonden heelt. Maar de plant heeft nog veel meer ‘helende werkingen’. De wetenschappelijke naam is namelijk Pulicaria dysenterica. De geslachtsnaam Pulicaria betekent: vlooienkruid, omdat de plant vlooien op een afstand zou houden. Vlooienkruid is ook de Duitse naam van de plant. De tweede naam dysenterica wijst op het feit, dat de plant ook werkzaam is

tegen buikloop of dysenterie. Als al deze werkingen waar zijn, is Heelblaadjes inderdaad een zeer toepasselijk naam. Overigens was in het verleden de naam Heelblaadjes een populaire (streek)naam voor veel planten. Dat is vergelijkbaar met de wetenschappelijke naam ‘officinalis’ wat betekent: ‘geneeskrachtig’
Heelblaadjes is een plant die veel stuifmeel levert. Stuifmeel is b.v. voor bijen de eiwitbron waarmee ze hun larven grootbrengen. Honing is alleen een energiebron. Het stuifmeel uit de dooiergele bloemhoofdjes van Heelblaadjesis is opvallend donkerrood.
De zuidelijke zijdebij is helemaal afhankelijk van deze plant. Het is een solitaire bij die zijn nestholletjes bekleed met een soort stof die er zijdeachtig uitziet.

Waar

Heelblaadjes is een inheemse plant van in West-, Midden- en Zuid-Europa. In de Haarlemmermeer is de plant met een opvallende opmars bezig in groengebieden zoals De Groene Weelde en in het Haarlemmermeerse Bos. Ook is de plant natuurlijk in De Heimanshof te bewonderen

Terugmeldingen

Door het uitzonderlijke goede muizenjaar zijn alle roofvogelbroedrecords dit jaar gebroken. Er zijn inmiddels al meer dan 700 roofvogel- en uilenjongen geringd door de Roofvogelwerkgroep in de Haarlemmermeer.

 paddenstoelenGeschubde inktzwam23 sep 2007september

Geschubde inktzwam, 23 sep 2007

 geschubde_inktzwam

Inktzwammen zijn een groep van ongeveer 100 soorten paddenstoelen, waarvan bij het rijp worden van de sporen, de hoed lijkt weg te smelten als een soort zwarte inkt. Een van de meest algemene en goed te herkennen soorten is de geschubde inktzwam. Als deze jong is, is de 5 - 15 cm hoge witte hoed ei- tot klokvormig en bedekt met karakteristieke opkrullende schubben (zie foto) De holle steel wordt uiteindelijk 10 - 20 cm hoog met een lage, beweegbare, vrij snel afvallende ring. De sporenlamellen, waaraan de sporen groeien zijn eerst wit. Later verkleuren deze vanaf de onderrand rand via roze naar zwart. Als de sporen rijp zijn, smelt de hoed van onderaf weg als een dikke vloeistof. Uiteindelijk blijft alleen de steel over met resten van de hoed.

Bijzonder

De "inkt", met daarin de sporen, is kleverig en trekt vliegen aan, door wie de sporen verspreid worden. Jonge exemplaren zijn eetbaar en smakelijk (maar alleen zolang

de hoed nog wit is) maar moet wel direct na het plukken verwerkt worden. De zwam is niet meer eetbaar als eenmaal vervloeiing of verkleuring optreedt. Check bij het nuttigen van de paddenstoel, dat het de geschubde inktzwam is. De veel grijzere en gladde ‘kale inktzwam’, die geen schubben heeft, bevat namelijk een stof die in combinatie met alcohol wel giftig is. En dat geldt voor alcohol die van 2 dagen voor tot 2 dagen erna wordt genuttigd!

Waar

Vanaf mei tot in november is de Geschubde inktzwam vaak in groepen te vinden op grond die pas is omgewerkt op akkers, weilanden, parken en wegbermen. Ook in de bebouwde kom is deze paddenstoel vaak te zien op gazons. In een zwaarbemest grasland of op composthopen, zijn de inktzwammen vaak de enige paddestoelen, die zich kunnen handhaven. Grote groepen staan op de gazons en weiden van het Haarlemmermeerse bos en op de oude spoorwegberm aan de Burg. Pabstlaan. Sommige vormen complete heksenkringen, vooral rond recent verplante bomen.

Terugmeldingen

Een doodgereden bunzing op de N201 bij Hoofddorp. Een 3e groeiplaats van de zeer zeldzame en beschermde grote keverorchis in de bebouwde kom van Nieuw-Vennep, die overwoekerd lijkt te raken door bosplantsoen.

 vogelsTorenvalk24 sep 2007september

Torenvalk, 24 sep 2007

 torenvalk

De torenvalk is de meest algemene roofvogel in Nederland. Vrouwtjes en jongen hebben een volledig bruin kleed. Mannetjes zijn te herkennen aan een grijze kop en staart. De torenvalk leeft vooral van muizen, die hij op karakteristieke wijze vangt, door stil in de lucht te ‘bidden’. Als een torenvalk stil hangt, heeft hij een muis gezien en wacht hij op een geschikt moment om erop te duiken. De oudst bekende torenvalk is ruim 23 jaar oud geworden maar de gemiddelde leeftijd is 3-4 jaar, doordat 75% van de jongen het 2e jaar niet haalt. De belangrijkste doodsoorzaak is het verkeer, gevolgd door verzwakking als gevolg van honger en ziekte.

Waar

In de Haarlemmermeer wordt al lange tijd intensief onderzoek gedaan naar de Torenvalk door de Roofvogelwerkgroep en in het bijzonder door Bert Jan Bol. Hoewel de stand erg kan fluctueren leven er gemiddeld 50 paren in de Haarlemmermeer. Vooral rond Schiphol. De trend is langzaam stijgend. Dat komt doordat het gras rond landingsbanen en langs wegen een zeer geschikt jachtterrein is voor deze valk. 2007 is een zeer

goed muizenjaar. Voor roofvogels is er daarom overvloedig voedsel. Dit jaar zijn er tenminste 68 broedparen geteld. 80% van de paren broedde in nestkasten, de rest in dakgoten en overkappingen, in oude schuren en boerderijen, in oude nesten van eksters en zwarte kraaien, in hangars op Schiphol en in spleten onder bruggen en viaducten.

Bijzonder

Door de vele muizen was het aantal eieren per nest met 5-6 erg hoog. In Lijnden was er zelfs een nest met 8 eieren; het hoogste aantal dat ooit in de Haarlemmermeer is geregistreerd en door één vrouwtje gelegd. Alle 8 de jongen zijn succesvol uitgevlogen (zie foto). Op het knooppunt Raasdorp had een mannetje torenvalk twee vrouwtjes. Toen hij de jongen van het eerste nest van muizen voorzag, zat het tweede vrouwtje enkele meters verderop te broeden op de eieren van het andere nest. Het eerste vrouwtje is zelfs nog aan een tweede broedsel begonnen.

Terugmeldingen

Alle torenvalkjongen en hun ouders worden zoveel mogelijk geringd. Na een jaar wordt ongeveer een kwart van de nestjongen teruggemeld uit een straal van ongeveer 100 kilometer. De ouders zijn tot op enkele kilometers na honkvast. Een klein deel van de torenvalken uit de polder gaat ook verder weg; er zijn diverse meldingen uit bijvoorbeeld Denemarken, Duitsland, Schotland, Frankrijk, Spanje en zelfs een enkeling uit Noord-Afrika.

 plantenHerfsttijloos14 okt 2007oktober

Herfsttijloos, 14 okt 2007

 herfsttijloos

Herfsttijloos is een is een knolgewas dat veel op de krokus lijkt, maar diat niet in het voorjaar maar in de herfst bloeit met lichtpaarse bloemen. De naam komt van het feit dat de plant geen bladeren heeft tijdens de bloeitijd. Die bladeren en ook de vruchten komen pas in het voorjaar te voorschijn. Het is een zogenaamde droogbloeier. Dat wil zeggen dat de bol geen water opneemt en geen wortels en bladeren vormt tijdens de bloei. De herfsttijloosfamilie kent wereldwijd ongeveer 200 soorten. De enige soort daarvan die inheems is in Nederland is herfsttijloos zelf.

Bijzonder

De plant is zeer giftig en mag ook niet door dieren gegeten worden. De stof die daarvoor verantwoordelijk is, is colchicine. Dit komt zowel in de knol als in de bloemen en zaden voor.De werking van colchicine is, dat het bij celdeling het splitsen van het DNA ontregeld. In een beperkt aantal gevallen blijven dan dubbelle sets chromosomen achter in een cel. In de plantenveredeling

wordt colchicine daarom gebruikt voor het verdubbelen van het aantal chromosomen in celkweken. Als deze celkweken levensvatbaar zijn, leveren zij grotere planten met 4 of 8 in plaats van 2 of 4 sets DNA. Voorbeelden hiervan zijn b.v. rassenlijnen met steeds grotere pompoenen of aardbeien.
Colchicine wordt soms bij een aantal ziektes gebruikt, zoals jicht, kanker en geelzucht. Het is echter een gevaarlijk middel, met een klein verschil tussen een werkzame en een giftige dosering.
Herfsttijloos is in het wild in Nederland zeldzaam en gaat steeds verder achteruit: de plant staat op de Nederlandse Rode lijst (planten) en is in Nederland ook wettelijk beschermd.

Waar

Herfsttijloos heeft zich uit West-Azië en het Middellandse Zeegebied, door bijna heel Europa verspreidt. De voorkeursgroeiplaatsen zijn in bossen, langs duinpaden en in vochtige weilanden. De gekweekte herfsttijloos, die veel in tuinen voorkomt is een Oosterse soort, die veel meer en grotere bloemen heeft. In de Heimanshof staat de inheemse soort in bloei.

Terugmeldingen

Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe. Ook de vlinder het Bont zandoogje wordt met het mooie herfstweer nog op veel plaatsen waargenomen.

 vogelsVisdief16 okt 2007oktober

Visdief, 16 okt 2007

 Visdief

Visdieven zijn koloniegewijs broedende vogels van kustgebieden en visrijke wateren in het binnenland. Bij voorkeur op eilandjes en andere moeilijk bereikbare plaatsen met een vrijwel kale bodem. Het voedsel bestaat uit kleine visjes, die meestal met spectaculaire duiken bemachtigd worden. Onze visdieven overwinteren langs de Westafrikaanse kust, van Mauretanië tot Nigeria.

Bijzonder

Rond 1900 broedden meer dan 30.000 paar visdieven in ons land. Afschot voor een dameshoeden-modegril en het rapen van eieren leiden tot een forse afname. Na beschermingsacties namen de aantallen weer toe tot 45.000 paar in 1939. Door DDT e.d. en het vernietigen van een broedkolonie van 20.000 paar, waren er in 1965 nog 5000 paar over, waarna een voorzichtig herstel inzette. Momenteel broeden jaarlijks 15.000 tot 17.000 paar visdieven in ons land. De soort staat op de Rode Lijst vanwege de grote afname van het aantal broedparen en

hun beperkte verspreiding.

Waar

Hoewel het visdiefje al weer op weg is naar Afrika om te overwinteren is deze soort toch het onderwerp van deze week. Visdiefjes maken nl sinds 2001 gebruik van het dak van het PWN gebouw bij Hoofddorp (hoek Kruisweg, Driemerenweg) en er is recent vastgesteld dat de vogels van deze kolonie afgelopen zomer de oorzaak zijn geweest van de besmetting van het drinkwater met E-Coli bacterie. PWN bestudeert nu de mogelijkheden om te verhinderen dat de vogels zich in 2008 weer op het dak gaan vestigen. Op dit sedumdak broeden niet alleen sterns, maar in ook steeds meer meeuwen. De grotere meeuwen waren al bezig het visdiefje weg te drukken, want in 2007 waren er nog 44 paar over van de top van 200 in 2003. In 2003 was ook de zeer zeldzame zwartkopmeeuw nog aanwezig met 6 paar. Die komt al niet meer tot broeden. Als dit dak als nestgelegenheid wegvalt is er nog 1 broedkolonie over in de Haarlemmermeer, ook op een dak in Nieuw-Vennep, waar dit jaar ongeveer 70 broedparen werden vastgesteld. Bron gegevens Haarlemmermeer: Erik Wokke.

Terugmeldingen

Let vanaf nu op de houtsnip, een bruine vogel met een lange snavel en een zeer goede camouflage, die nu doortrekt en zich overdag vaak in tuinen onder bosjes ophoudt. Veel vogels vliegen zich elk jaar tegen ramen te pletter als ze opgeschrikt worden.

 vogelsGoudhaantje21 okt 2007oktober

Goudhaantje, 21 okt 2007

 goudhaantje

Het goudhaantje en zijn neefje het vuurgoudhaantje zijn de kleinste broedvogels van Europa, die nu in gezelschap van mezen in grote getale aan het trekken zijn en daarbij ook de tuinen en parken van de Haarlemmermeer bezoeken. De kans daarop is het grootst als er ergens naaldbomen staan. Het goudhaantje is een schuw en teruggetrokken levend dier. Het ijle ziee, ziee geluid waarmee de vogeltjes non-stop contact houden, is vaak de beste manier om ze te ontdekken. Het goudhaantje leeft bij voorkeur in naaldbossen en gemengde bossen. Het eet veel spinnensoorten en insecten, vooral vliegen, luizen en kevers en hun larven, maar af en toe pakt hij ook grotere insecten zoals nachtvlinders. Overdag zoekt hij constant eten, springend of ondersteboven hangend aan een tak. De paartijd is van april tot mei. Ongebruikelijk voor de meeste vogels is dat goudhaantjes vaak twee nesten bouwen. Het is gemaakt van mos en korstmos en het wordt bij elkaar gehouden door spinnenwebben. De bouw kan wel twee weken duren. Hoewel het vrouwtje de eieren uitbroedt, worden de kuikens eerst alleen maar door het mannetje gevoerd.

Daardoor kan het vrouwtje in het andere nest opnieuw eieren leggen en uitbroeden. Een legsel bestaat meestal uit 7-10 eieren.

Bijzonder

Goudhaantjes zijn ongeveer 9 cm lang en wegen 4-7 gram. Hoe klein dit is blijkt uit het feit dat een gewone enkelvoudige brief maar 20 gram weegt. Voor zo’n klein dier is het daarom een grote prestatie om over land en zee, naar Spanje, Oost-Europa en delen van noordelijk Afrika te trekken. Het vindingrijke goudhaantje zweeft vaak boven een spinnenweb, en wacht totdat hij gevangen insecten kan pakken.

Waar

Goudhaantjes komen wijdverspreid voor, vooral in de duinen en in Oost en Zuid- Nederland. De schattingen van het aantal broedparen in ons land variëren van 40.000-60.000. Of er veel in de Haarlemmermeer broeden is niet bekend. Wel trekken er grote aantallen door in de herfst en winter. Deze kleine vogels hebben veel last van slecht weer en strenge winters en daardoor schommelt hun aantal soms dramatisch. Goudhaantjes zijn vooral kwetsbaar tijdens de trek. Afname van leefgebied in het bos vormt ook een bedreiging.

Terugmeldingen

: Vele meldingen van ijsvogels uit de hele Haarlemmermeer, tot in tuinen toe en een doortrekkende slechtvalk en haviken langs de Geniedijk.