bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 2 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 tijgerspininsectenTijgerspin of Wespspin17 aug 2006augustus

Tijgerspin of Wespspin, 17 aug 2006

 tijgerspin

De invloed van de klimaatsverandering is goed merkbaar aan het opduiken van bijzondere, zuidelijke soorten. In augustus 2006 dook een wesp- of tijgerspin in De Heimanshof is op. De tijgerspin is een indrukwekkend grote spin van met een achterlijf dat prachtig zwart en geel gestreept is. Dit geldt tenminste voor het 3 cm grote vrouwtje, want het mannetjes wordt maar 1 cm. In Nederland werd deze soort pas in 1980 ontdekt in Limburg. Het web wordt dicht boven de grond tussen grashalmen en stengels gespannen. Ruige, zonnige open plaatsen in graslanden en heidevelden zijn een geschikte biotoop. Het favoriete voedsel van deze spin is sprinkhanen. De beet van de tijgerspin is voor de mens niet gevaarlijk.

Bijzonder

:

De tijgerspin hangt altijd ondersteboven in haar web, dat te herkennen is aan de twee extra zigzag bandjes, die straalsgewijze vanuit het centrum zijn gesponnen. De functie van deze zigzagband in haar web is niet geheel duidelijk. Er zijn verschillende theorieën in omloop. Het kan bedoeld zijn om insecten aan te trekken, omdat de witte zijde UV-licht weerkaatst. Een andere verklaring is dat het rovers zou afschrikken. Als de spin gestoord wordt, begint zij hevig te trillen in haar web zodat de spin een wazige witte vlek lijkt te worden. Een andere verklaring is dat de witte band het web duidelijk zichtbaar maakt, zodat er geen dieren doorheen lopen. Waarschijnlijk zijn alle theorieën een beetje waar en helpt het de spin te overleven

Waar

: In tegenstelling tot veel wilde dieren is de tijgerspin zeer honkvast. Ongeveer 5 weken lang zat zij op dezelfde plaats. Of zij stierf bij het eieren leggen of door de koude is niet bekend. In 2007 werd er geen tijgerspin aangetroffen.

Voorkomen: onbekend

Status: Klimaatmigrant; niet beschermd

 zoetamerikaanse rivierkreeftkleine dierenZoetwaterkreeften25 aug 2006augustus

Zoetwaterkreeften, 25 aug 2006

 zoetamerikaanse rivierkreeft

Oorspronkelijk kwam er in Nederland 1 soort rivierkreeft voor. Een paar honderd jaar geleden was dit dier was dit dier zo algemeen, dat het beschouwd werd als voedsel voor de armen. In de loop van de 19e eeuw brak de zogenaamde kreeftenpest uit. Hierdoor is onze inheemse kreeft (tot 25 cm lang) vrijwel uitgestorven, behalve in een geïsoleerde vijver in Arnhem. Dit uitsterven is mogelijk te wijten aan het importeren van buitenlandse rivierkreeften, die resistent zijn tegen deze ziekte en daarom waarschijnlijk drager. Dit geldt vooral voor de Amerikaanse of gevlekte rivierkreeft ( tot 16 cm lang)en de Rode Amerikaanse rivierkreeft (tot 15 cm lang). Beide soorten zijn aan een opmars bezig in Nederland. De Amerikaanse rivierkreeft werd voor het eerst in 1968 waargenomen, maar komt nu bijna overal voor. Op sommige plaatsen is deze zo algemeen, b.v. in het Ijselmeer, dat zij fuiken van palingvissers volledig vullen. Een 4e ingevoerde soort is de Turkse rivierkreeft (tot 25 cm lang) terwijl een 5e, de Californische rivierkreeft, tot bijna aan onze grens is opgerukt.

Bijzonder

:

Rivierkreeften leven van aas, kleine diertjes en plantaardig materiaal. Ze hebben een ingewikkeld leven, want ze lopen met 10 poten (inclusief de scharen) en eten daarnaast met nog eens 5 paar mondpoten. De meeste zijn actief in de schemering en nacht, maar b.v. de Rode Amerikaanse kreeft is ook overdag actief. Deze soort heeft ook de gewoonte over land van sloot naar sloot te trekken, soms in grote aantallen.

Waar

: Ook in de Haarlemmermeer komen de Rode en de Amerikaanse rivierkreeft voor. Vooral de Rode Amerikaanse kreeft is algemeen. Hij is te herkennen aan het feit dat hij zwart en rood gekleurd is, met helderrode vlekken en stekels op zijn scharen. De Amerikaanse Rivierkreeft is bruingroen van kleur en is te herkennen aan donkerrode vlekken op de bovenkant van zijn achterlijf. Wie de kreeften wil zien: van de Haarlemmermeerse beroepsvisser hebben we van elke soort een paar exemplaren op de Heimanshof te gast gekregen.

 zoetRodeAmerikaanserivierkreeft

 zandhagedisvrouwkleine dierenZandhagedis29 aug 2006augustus

Zandhagedis, 29 aug 2006

 zandhagedisvrouw

De zandhagedis kwam vroeger algemeen voor in de Hollandse duingebieden, op enkele eilanden en in andere heidegebieden, maar is sterk achteruitgegaan als gevolg van de vergrassing (door stikstof uit de lucht). De warme zomers van de afgelopen tijd en beheersmaatregelen om duinen en heide te laten stuiven hebben voor enig herstel gezorgd.
Een volwassen hagedis kan twintig centimeter lang worden en leeft van insecten. Zandhagedissen hebben kaal zand nodig om hun eieren in af te zetten. Als het vrouwtje de eieren in een zelf gegraven holletje heeft gelegd, worden ze verder door de zon uitgebroed. De zandhagedis houdt een winterslaap en doet dit bij voorkeur in een verlaten muizenhol.
Zandhagedissen leven solitair of als paartje. De mannetjes zijn groen van kleur en hebben een territorium waarin wel meerdere vrouwtjes kunnen voorkomen. Vrouwtjes en jongen zijn bruin. De soort staat als kwetsbare soort op de Rode Lijst. Hij heeft een sterk afwisselend terrein nodig: zonnige, open plekken om op te warmen en schaduw om een teveel aan warmte weer kwijt te kunnen raken;

een hoge soortenrijkdom aan planten levert veel verschillende insecten om te eten en dicht struikgewas dient als schuilplaats voor vijanden (fazanten, vossen, meeuwen, roofvogels)

Waar

In de Haarlemmermeer is een populatie ontstaan op de zandheuvels rond de Toolensburgse plas. Hoe groot deze populatie is, is niet bekend.

Bijzonder

De manier waarop ontdekt is, dat er ook in de Haarlemmermeer, met al zijn klei, ook zandhagedissen voorkomen is vrij bijzonder. Tot twee maal toe werd door de beheerder van de Torenvalknestkasten die in de buurt van de Toolenburgse plas hangen, geconstateerd dat de torenvalkouders met een vreemde prooi aan kwamen vliegen. In beide gevallen kon de hagedis in de kast ontfutselt worden aan de jongen. In een geval was de hagedis al half opgegeten. In het tweede geval bleek het een gaaf vrouwtje te zijn, dat zelfs nog eieren in haar buik had. Hoewel geprobeerd is de eieren kunstmatig uit te broeden is dit helaas niet gelukt.

 zandhagedisman

 paddestoelnestzwampaddenstoelenPaddestoelen8 sep 2006september

Paddestoelen, 8 sep 2006

 paddestoelnestzwam

Dankzij de natte warme omstandigheden van deze nazomer belooft het een goed paddestoelenjaar te worden. De meeste paddestoelen vind je in oude bossen en landgoederen. Toch hoef je de Haarlemmermeer niet uit om bijzondere paddestoelen te vinden. Dankzij het speciale beheer, waarmee een groot aantal verschillende landschapstypen wordt ingericht en onderhouden, vinden een groot aantal bijzondere paddestoelen in De Heimanshof de voor hen geschikte omstandigheden.

Waar

: Voor wie in paddestoelen geinteresseerd is en Het Gooi of de binnenduinrand te ver vindt, moet daarom zeker eens in De Heimanshof komen kijken.

Bijzonder

: Naast talloze gewone paddestoelen troffen wij deze week de volgende bijzondere soorten aan:
- Nestzwammetjes, maken eivormige sporencapsules in een kommetje

(1 cm groot), die daar door vallende regendruppels uit worden geschoten.
- Aardsterren zijn 6-10 cm groot en barsten stervormig open.
- Slijmzwammen, zijn eigenlijk geen echte paddestoelen. Ze bestaan uit losse cellen die boven de grond of hout samen komen. Deze kolonies zijn in staat om nog een aantal meters weg te kruipen voor ze sporen vormen.
- Tonderzwammen, werden voor de komst van lucifers in poedervorm gebruikt om het begin van een vuurtje te maken.
- Kluifjeszwammen hebben echt de vorm van een afgekloven kraakbeen.
- Koraal zwammetjes zijn prachtig oranje.
- De kleine stinkzwam lijkt op een gènant lichaamsdeel van een hondje.
- Verder waren er zadelzwammen, knotszwammen, en nog veel meer.
Paddestoelen komen en gaan in snel tempo. Het is niet gegarandeerd dat dezelfde zwammen er volgende week er nog staan, maar dan zijn er wel weer andere. Op woensdagen om 2 uur kunt u met een rondleiding mee.

 paddestoelaardster

 dwergruigedwergvleermuiskleine dierenDwergvleermuizen28 sep 2006september

Dwergvleermuizen, 28 sep 2006

 dwergruigedwergvleermuis

Als je in de bebouwde kom een klein vleermuisje ziet vliegen, is dat meestal een gewone dwergvleermuis. Deze beestjes zijn zo klein dat ze via luchtspleten in spouwmuren kunnen komen. Daardoor zijn zelfs nieuwbouwwoningen voor hen geschikte plaatsen om een kolonie te stichten.
Naast de gewone dwergvleermuis komt ook de ruige dwergvleermuis voor. Deze is iets groter, d.w.z 6- 15 gram (n.b een brief weegt 20 gram) en heeft een spanwijdte van zo’n 24 cm. De ruige dwergvleermuis houdt van een halfopen landschap met bosranden en water en liever niet bij bebouwing zoals de gewone. Muggen vormen zijn voorkeursvoedsel.

Waar

: De ruige dwergvleermuis komt bijna overal in Nederland voor.

Na de vleermuislezing van 16/17 september werden twee mannetjes gezien, die elkaar achterna zaten..

Bijzonder

: De ruige dwergvleermuizen zijn bijzonder omdat ze (met name de vrouwtjes) grote afstanden afleggen. De kraamkolonies zijn vooral in Noord Duitsland en de Baltische staten. Op weg naar het zuiden, zo rond eind augustus, trekken ze (net als veel vogels) langs de kust en kunnen ze bij oostenwind ook ver boven zee terecht komen. De mannetjes trekken niet met de vrouwtjes mee en blijven in deze regio gedurende voorjaar en zomer. Het kan zijn dat dit een gedrag is dat teruggaat op de laatste ijstijd.
In het najaar worden veel vleermuismannetjes territoriaal en jagen dan mannelijke rivalen weg uit hun territorium terwijl ze juist vrouwelijke soortgenoten proberen te lokken om mee te paren. Dat doen ze met harde geluiden die ′social calls′ worden genoemd en die lijken op een metalig raspgeluid. Deze geluiden liggen rond onze bovenste gehoorgrens, maar kinderen kunnen ze meestal goed horen. De normale echolocatiegeluiden zijn ruim twee keer zo hoog en absoluut niet te horen zonder bat-detector.
Zoals alle vleermuizen zijn ook de dwergvleermuizen streng beschermd.

 houtsnipvogelsHoutsnip8 okt 2006oktober

Houtsnip, 8 okt 2006

 houtsnip

De houtsnip is een bosvogel van ongeveer 35 cm lang. Het is een schuwe vogel, die erg goed gecamoufleerd is. Hij leeft van wormen, larven en insecten, die hij vindt door met zijn lange snavel in de grond te boren. Hij is vooral bekend door zijn intrigerende baltsvlucht. Het mannetje vliegt daarbij met snelle, schokkerige vleugelslagen over bosranden en open plekken en laat daarbij een serie knorrende geluiden horen, gevolgd door een hoog explosief geluid. De houtsnip is helaas erg geliefd bij jagers omdat de vogels door hun typische vlucht moeilijk te raken zijn. Toch worden er alleen al in Frankrijk jaarlijks zo’n 200.000 vogels geschoten.

Waar

:

In Nederland broeden ongeveer 3000 paar. Broedgevallen zijn niet bekend uit de Haarlemmermeer, maar dat zegt niet alles bij een vogel met zo’n goede schutkleur.

Bijzonder

: Hoewel de vogel waarschijnlijk niet broedt bij ons, kan hij toch vaak in de Haarlemmermeer worden waargenomen. Dit artikel is dan ook voorspellend bedoeld, zodat u er op kan letten.
Talloze overwinteraars trekken namelijk door Nederland in oktober-november uit Noord-Oost Europa, op de vlucht voor sneeuw en vorst. De terugtrek is in maart-april. Uit eigen waarneming lijkt het erop, dat de vogels ’s nachts trekken en zich overdag in bosjes ophouden. Deze bosjes zijn niet zelden gewoon tuinen in de bebouwde kom. De vogel heeft daarbij de gewoonte om op zijn camouflage te vertrouwen tot u er bijna op trapt. Door hun explosieve manier van opvliegen, komt het helaas vaak voor dat ze zich tegen ramen te pletter vliegen. Elk jaar in oktober en maart is er daarom een hausse aan gewonde en dode houtsnippen bij de dierenambulance.

 wijngaardslakkleine dierenWijngaardslak13 okt 2006oktober

Wijngaardslak, 13 okt 2006

 wijngaardslak

De wijngaardslak is een grote huisjesslak, die de respectabele leeftijd van 5 jaar kan bereiken. Buiten de Benelux, waar de wijngaardslak vrij zeldzaam is, komt deze soort algemeen voor in grote delen van Europa en is over de hele wereld uitgezet. In Nederland is de wijngaardslak beschermd, en mag niet worden gevangen, laat staan opgegeten.
De wijngaardslak komt voor in bossen, tuinen en graslanden. Een levensvoorwaarde voor deze slak is, dat er flink wat kalk aanwezig moet zijn om zijn huisje van op te bouwen. In de herfst zoekt de slak een schuilplaats op, bijvoorbeeld in een houtstapel, en maakt een dekseltje om zich te beschermen. Zoals bij alle slakken is vorst funest vanwege het waterige lichaam.

Bijzonder

De wijngaardslak is hermafrodiet ofwel tweeslachtig en als twee exemplaren

elkaar in de juiste stemming tegenkomen, vindt paring plaats. Hierbij is één dier passief, en gedraagt zich als vrouwtje. De andere is actief en brengt zaadcellen in het lichaam van de partner door een harde, kalkachtige pijl in het lichaam van het ′vrouwtje′ te schieten, waarna de zaadcellen de eicellen opzoeken. Nadat de ene slak ′geschoten′ heeft, worden de rollen omgedraaid en er vindt dus wederzijdse bevruchting plaats. De eitjes worden in kleine holletjes gelegd en komen na enkele weken uit.

Waar

: De wijngaardslak komt voor in Zuid-Limburg, waar hij door de Romeinen geïntroduceerd zou zijn. Verder is hij door de mens op vele plekken gebracht. Vooral in het Gooi en de kalkrijke Noord- en Zuid-Hollandse Duinen zijn er redelijke populaties. In de Haarlemmermeer is een grote populatie van enige duizenden exemplaren al 30 jaar in De Heimanshof aanwezig. De schelpenpaden, de Mergelheuvel en de grote massa en variatie aan plantensoorten zullen hieraan debet zijn. Het is bekend dat er andere plekken zijn waar de slak voorkomt in de Haarlemmermeer, maar een precies beeld ontbreekt.

Status:Beschermde rode lijst soort

 krooneendvogelsKrooneend20 okt 2006oktober

Krooneend, 20 okt 2006

 krooneend

Krooneenden en vooral de mannetjes, zijn bijzonder mooie bijna tropisch aandoende vogels in meren en plassen met een riet- of kruidenrijke oever. Een rijke onderwatervegetatie, liefst van kranswieren, is een vereiste, omdat deze planten de hoofdmoot van het menu uitmaken. Dierlijk voedsel als slakjes en insecten vormt slechts een aanvulling hierop.

Bijzonder

Het voedsel van de krooneend bestaat vooral uit kranswieren. Dat is een bijzonder hard onappetijtelijk wier dat vol zit met silicium (zandkristallen) en daarom erg onaangenaam aanvoelt bij aanraking tijdens b.v. zwemmen. Het is een weinig concurrentiekrachtige onderwaterplant

die vooral in helder en voedselarm water voorkomt. En daar hebben we in Nederland niet veel van, zoals het voorkomen van de zeldzame krooneend illustreert.

Waar

Krooneenden zijn oorspronkelijk afkomstig uit Azië, waar de soort in ondiepe steppemeren voorkomt. Aangenomen wordt dat de krooneend naar West-Europa uitweek omdat de kwaliteit van het oorspronkelijke leefgebied sterk afnam. Pas sinds 1942 worden krooneenden in Nederland waargenomen, vooral in de Utrechts/Hollandse veenplassen en wat later de Randmeren. Lange tijd schommelde het aantal broedparen tussen de 30 en de 65. Eind jaren tachtig waren daarvan nog 15 paren over. Sinds 1990 is sprake van een kleine opleving; het huidige bestand wordt geschat op 120 tot 170 paren, die broeden in Botshol, de Vinkeveense Plassen en bij Rotterdam.
Gezien de zeldzaamheid van de eend en zijn hoge eisen, mag het bijzonder heten dat begin oktober 2006 (en ook in 2005 om dezelfde tijd) een mannetjes krooneend een tijd verbleef aan de ecologische oever in Toolenburg.

Waar te nemen: af en toe als passant

Status:Niet beschermd

 ijsvogelvogelsIJsvogel24 okt 2006oktober

IJsvogel, 24 okt 2006

 ijsvogel

De ijsvogel staat op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten in Nederland. Tussen 1995 en 2002 schommelde hun aantal in ons land tussen 30-70 broedpaar (1997) en 650-700 broedpaar (2002). Anders dan zijn naam doet vermoeden, moet de ijsvogel niets van strenge winters hebben. Bij strenge vorst hebben ze het als standvogel zwaar. Hun voornaamste voedsel, kleine visjes zoals stekelbaarzen, zijn dan gedurende lange tijd onbereikbaar onder een dikke laag ijs. Tijdens strenge winters krijgt de populatie dan gevoelige klappen. Een verlies van 80- 95% is dan geen uitzondering.
Grote verliezen waren er recentelijk tijdens de strenge winters van 1995/96 en 1996/97. De soort

kent dan ook van nature grote schommelingen. Maar gelukkig kan de stand zich in 5-7 jaar weer herstellen tot een niveau van voor een strenge winter.

Waar

: Van de Haarlemmermeer is één broedgeval bekend. Doortrekkers, van augustus tot de vorst invalt daarentegen, zijn er elk jaar vrij veel, vooral langs de Geniedijk. Op dit moment staat de teller op 3, in sommige jaren zien wij er wel 8-10. Soms blijven de vogels vele weken op dezelfde plaats.

Bijzonder

: De ijsvogel is een zeer opvallende vogel die zowel aan de lichaamsbouw, de kleur, roep en het gedrag gemakkelijk te herkennen is. Kleine visjes vormen het belangrijkste voedsel en de ijsvogel komt dan ook vooral voor in de buurt van helder, visrijk water. De vogel jaagt vanaf een post boven het water of biddend in de lucht en stort zich vervolgens loodrecht naar beneden. De ijsvogel vliegt doorgaans in een rechte lijn snel en laag over het water. Een goede manier om de vogel te ontdekken is door zijn luide en opgewonden roep, die klinkt als wi-wi-wi-wi-wi.

 sleedoornplantenSleedoorn3 nov 2006november

Sleedoorn, 3 nov 2006

 sleedoorn

Niet voor alle planten is het vreemde weer van 2006 slecht geweest (resp. een koud voorjaar, daarna heet en droog en vervolgens kletsnat in augustus). De peren- en appeloogst is dit jaar bijzonder groot. Ook een inheemse struik, de sleedoorn, buigt dit jaar bijna door van zijn vracht aan diepblauwe pruimpjes. Ze zien er verleidelijk uit, maar de smaak is zuur en vooral wrang. Niet zo vreemd dat een van de volksnamen voor dit gewas ′trekkebek′ is. Hoe gezond de bes ook mag zijn, met zijn hoge gehalte aan vruchtenzuren, aroma′s en vitamine C, hij is rauw niet te ‘pruimen’. Vooral de looistoffen dragen bij aan deze wrangheid en alleen langdurig koken en het toevoegen van suiker geeft een acceptabele sleedoornjam. Gelukkig helpt de natuur wel een handje, want als het in de herfst heeft gevroren, smaken

de pruimpjes al aanzienlijk beter. Hoe meer vorst er overheen gaat, hoe zachter de smaak.

Waar

: De sleedoorn is een vrij algemene struik in de Haarlemmermeer, die vooral voorkomt aan de rand van bossen en bosplantsoen.

Bijzonder

: De Sleedoorn is een struik die zich rijkelijk vertakt en een dicht struweel kan opleveren. Het is deze groeivorm met de overvloedige aanwezigheid van doorns, die model heeft gestaan voor het sprookje van Doornroosje.
De sleedoorn levert het hardste hout van alle inheemse bomen en struiken. Sleedoornbloesems vormen het zachtste laxeermiddel dat er bestaat. Eén theelepel bloesems dient daarvoor met een kop kokend water overgoten te worden en een minuutje te trekken.
Omdat de sleedoorn in Europa zo overvloedig voorkomt, zijn er al vroeg veredelingspogingen gedaan, vooral door de Kelten. Uit archeologische vondsten is gebleken dat de pitten van de pruimen steeds groter werden en dat zij dus succes hadden. Zo zijn veel van de huidige pruimenrassen afstammelingen van de sleedoorn.

 Hermelijnkleine dierenHermelijn10 nov 2006november

Hermelijn, 10 nov 2006

 Hermelijn

De hermelijn behoort tot de marterachtigen. Hij lijkt veel op de wezel, maar is groter en heeft een langere staart met een zwarte (pluim)punt. De rug is bruin en de buik is wit of geel. Hermelijnen kunnen in de winter geheel of gedeeltelijk wit worden, maar de staartpunt blijft altijd zwart.
De hermelijn is zowel dag en nacht actief, met rustpauzes tussendoor. Het is een carnivoor, die voornamelijk op muizen jaagt. Ook vogels en konijnen (die groter zijn dan hijzelf) worden gedood. De prooidieren worden met een beet in de nek gedood. Het dier kan 16 tot 31 cm lang worden met een gewicht van 90 tot 445 gram. Mannetjes zijn veel groter dan vrouwtjes. Ze leven solitair in territoria. Binnen een territorium bevinden zich twee tot tien nesten. Hermelijnen gebruiken een holle boom, een ruimte tussen stenen of een verlaten hol als nest. In april en mei worden vijf tot twaalf jongen geboren. Na twaalf weken kunnen de jongen goed jagen en verlaten ze het nest.

Hermelijnen kunnen tien jaar oud worden, maar gemiddeld worden ze slechts anderhalf jaar oud.

Bijzonder

In vroegere tijden werden de wintervachten van hermelijnen verwerkt in de bontafzettingen van koningsmantels, vandaar de overdadige zwarte stippen daarop. De paring van hermelijnen gebeurt in het late voorjaar. De vrouwtjes zijn in staat na de bevruchting het embryo 280 dagen in rust te houden, tot deze pas het volgende jaar weer gaat groeien en dan na 3-4 weken geboren wordt.

Waar

De hermelijn komt in grote delen van Europa voor, behalve in het zuiden. In Nederland komt de soort overal voor, maar niet op Vlieland en Ameland.
De hermelijn leeft in zeer verschillende gebieden, van beboste terreinen en houtwallen tot polders. In vergelijking met de wezel houdt de hermelijn zich op in vochtiger terrein, zoals slootkanten, rietvelden en broekbossen.
In de Haarlemmermeer worden bijna elk jaar hermelijnen gemeld bij de dierenambulance of het opvangcentrum in Lisse. Vaak zijn het aangereden dieren. In 2006 werd in mei een jonge hermelijn aan de IJweg opgevangen, die na 5 dagen aansterken weer uitgezet kon worden.

Status: Rode lijst?

 witte kluifjeszwampaddenstoelenWitte Kluifjeszwam17 nov 2006november

Witte Kluifjeszwam, 17 nov 2006

 witte kluifjeszwam

Of het nu komt door het bijzondere verloop van het jaar of dat het najaar zo zacht is, de witte kluifjeszwam is dit jaar een meer dan gebruikelijk algemene verschijning. De paddestoel dankt zijn naam aan de gelijkenis met een kluif (afgekloven bot). De steel is hol en gegroefd en gaat over in gekrulde lobben die een vage hoed vormen.

De kluifjeszwam is een famillielid van morielje en de bekerzwammen.

Bijzonder

De volledige oppervlak van de grillig gevormde hoed is bedekt met sporen. Het is bij deze paddestoel bijzonder goed te zien hoe de sporen verstuiven. De grillig gevormde steel en hoed worden vaak aangevreten door slakken en andere dieren. Ook voor mensen is hij eetbaar, maar pas na gekookt te zijn.

Waar

De witte kluifjeszwam vind je in een open bosgedeelte, waar nog licht de grond bereikt. Vooral tussen wat lichte onderbegroeiing en langs paden en open plekken. Dit jaar komt hij op veel plaatsen voor aan de rand van bosplantsoen. Andere vindplaatsen zijn het Wandelbos in Hoofddorp en natuurlijk De Heimanshof.