bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 10 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 knortorinsectenKnortor10 aug 2008augustus

Knortor, 10 aug 2008

 knortor

In de 2e helft van de zomer bruist het in de sloten van het leven. Bij de open dagen van De Heimanshof van 2 en 3 augustus, die vooral op de jeugd gericht waren, namen de waterbeestjes dan ook een belangrijke plaats in. Eén van grootste en opvallendste onderwaterinsecten was daarbij de grote spinnende waterkever. Deze kever die wel 5 cm groot kan worden en glanzend zwart van kleur is heeft als bijnaam ‘knortor’ omdat hij als larve in staat is om een knorrend geluid te maken. De larve heeft een dik donkerbruin lichaam en wordt wel 7 cm lang. Niet alleen de larve kan geluid maken, ook de kever kan dat: deze maakt soms een gillend geluid. En zoals alle waterkevers kan hij vliegen en maakt dan een zwaar brommend geluid. Onder het lichaam van de kever is een 2 cm lange stekel verborgen, die wordt uitgeklapt bij gevaar, zoals bij de beet van een snoek. Tijdens het zwemmen beweegt de kever zijn achterpoten afwisselend, waardoor hij op een schommelende manier zwemt. Alle waterkevers zijn ontstaan uit landbewonende kevers, die naar het water trokken. Daarom

moeten zij allemaal adem halen aan de oppervlakte. Alleen de larven van veel soorten hebben kieuwachtige structuren en leven op de bodem of in waterplanten.

Bijzonder

De kever voedt zich vooral met planten, maar ook met slakken en aas. De larve voedt zich bijna uitsluitend met waterslakken. Van kleine slakken wordt het huisje gekraakt met de krachtige kaken en grote slakken worden met verteringssappen bewerkt. De slakkenbrij wordt daarna naar binnen gezogen. De naam spinnende waterkever komt van het feit dat het vrouwtje voor de eieren een prachtig waterdicht nestkamertje onder water spint, voorzien van een soort schoorsteen die voor de luchtverversing zorgt

Waar

De grote spinnende waterkever komt voor in stilstaand plantenrijk water in heel Europa. Mogelijk door de verbeterde waterkwaliteit en het toenemend aantal ecologische oevers kan deze bijzondere kever in onze Haarlemmermeerse wateren steeds vaker aangetroffen worden.

 knortorlarve

 ramshoorngalandersRamshoorngal17 aug 2008augustus

Ramshoorngal, 17 aug 2008

 ramshoorngal

Augustus is een goede tijd om eens op gallen te letten. Gallen zijn woekeringen op planten (meestal bomen) die veelal veroorzaakt worden door galwespen. Ze ontstaan doordat galwespen en hun larven hormonale stoffen uitscheiden, die de plant aanzetten tot die woekering. Gallen bieden galwespenlarven bescherming en voedsel. Vooral op eiken komen ze vaak voor. In het Nederlandse gallenboek staan ruim 1400 soorten. Bekende gallen zijn de lensgal, rode erwtengal, galappel (eikenblad), de ananasgal (eikenbladknop), de knoppergal (eikels), de knikkergal (eikentak). Een bekende gal op de roos is de mosgal (tak) en op de iep de knotsgal (blad). Dat de natuur altijd in beweging is, bleek vorige week toen we op een eikenboompje in De Heimanshof naast 4 bekende galsoorten een onbekende soort ontdekten, die ook niet in het grote gallenboek bleek te staan. Bij nader onderzoek bleek het om de Ramshoorngal te gaan. Deze soort is in Nederland pas voor

het eerst aangetroffen in 2003.

Bijzonder

Plantengallen zijn met een los weefsel gevuld, dat meestal door een verharde laag omgeven is. Het binnenste bestaat uit olie en eiwitrijke cellen, dat als voedsel dient voor de in één of meer kamers wonende larven. Als de larve dood gaat, houdt ook de groei van de gal op. Gallen werden vroeger veel gebruikt voor het maken van looistof en inkt. Er leven ook veel parasieten van de galwespenlarven in de gal. Dat zijn dus hyperparasieten: parasieten die op andere parasieten leven. Het geeft wel aan dat een gal een geliefd plekje is om in op te groeien.

Waar

Geloof het of niet, maar het voorkomen van de Ramshoorngal heeft alles met de eenwording van Europa te maken. Deze soort komt nl. uit Hongarije. Door het toegenomen vrachtverkeer sinds de toetreding van Hongarije, is deze soort hier verzeild geraakt (net als een ander organisme: de kastanjemineermot, die al onze paardenkastanjes bruin kleurt door alle bladgroen tussen de boven- en onderkant van het blad weg te eten). Hoewel de ramshoorngal op een gewone zomereik voorkomt, heeft deze soort in zijn levenscyclus een andere eik nodig: de moseik. Deze moseik staat ook in De Heimanshof en dat verklaart mede het voorkomen daar. Graag horen wij van andere vindplaatsen in de Haarlemmermeer.

 aarddistelplantenAarddistel24 aug 2008augustus

Aarddistel, 24 aug 2008

 aarddistel

Distels hebben geen goed imago. Hun stekels en het feit dat er distels zijn, die zich met hun pluizige zaden makkelijk verspreiden, heeft ze vooral bij boeren en groenbeheerders gehaat gemaakt. Vooral de akkerdistel en in mindere mate de speerdistel zijn verantwoordelijk voor deze reputatie. Dit zijn pionierplanten die zich snel en over grote afstanden kunnen verspreiden en op braakland en in akkers explosief in aantal kunnen toenemen. De akkerdistel is daarnaast een hartnekkige vaste plant die wortelstokken vormt, waaruit nieuwe planten kunnen groeien. Naast deze algemene distels komen er in Nederland nog 18 andere distelachtigen voor, waaronder een aantal bijzonder mooie soorten en vele soorten die heel kieskeurig zijn en om die reden bijna uitgestorven. Eén van die soorten is de aarddistel. Net als veel andere distels is de aarddistel een tweejarige plant. Het eerste jaar vormt hij een bladrozet en pas in het 2e jaar bloeit hij. De aarddistel onderscheidt zich van de andere distels, die hun bloemen meestal 1-3 m hoog dragen, door het feit dat zijn bloemen erg laag blijven. Hij

bloeit in juli tot september. De aarddistel komt vooral voor in kalkrijke weilanden en is zo ernstig bedreigd, dat hij zowel in Nederland en België op de rode lijst staat.

Bijzonder

De ecologische rol van distels is groot. Hun bloemen zijn een belangrijke nectarbron voor vlinders en andere insecten en veel vogels eten het zaad. Het puttertje of distelvinkje heeft er zijn naam aan te danken. Een distel die het tot voedingsgewas heeft geschopt, is de kardoen. Dit is de noordelijke variant van de artisjok, die vroeger (en schoorvoetend opnieuw als streekgroente) ook in de Haarlemmermeer werd geteeld voor de bladnerven (eetbaar als bleekselderij).

Waar

In De Heimanshof kunnen we 13 van de 20 Nederlandse distelachtigen laten zien in een ‘distelrondleiding’. Naast de algemene soorten zoals akker- en speerdistel treffen we er aan: de grote klis (bosrand), de donzige klis (zeldzaam) en de mariadistel op arme zandgrond, de driedistel (op het duin), de moesdistel (bedreigd) en de kale jonker aan oevers en in moerassen, de al genoemde aarddistel, de tengere distel (zeldzaam) op wintergraanakkers, de kruldistel (akkers en ruigten), de knikkende distel (rivierdijken) en de kardoen (akkers). Van deze soorten komen de akker- de krul- en de speerdistel algemeen in de Haarlemmermeer voor.

 eekhoorntjesbroodpaddenstoelenEekhoorntjesbrood31 aug 2008augustus

Eekhoorntjesbrood, 31 aug 2008

 eekhoorntjesbrood

Vorig jaar had ik voor Hotel de Beurs langs de Kruisweg al eens een grote paddestoel gezien. Tegen de tijd dat ik er met een kenner bij was, was deze al verdwenen. Hij was of door slakken opgegeten of door iemand meegenomen. De kans dat iemand er met ‘mijn’ paddestoel vandoor was, was redelijk groot want deze grote jongen leek verdacht veel op de lekkerste paddestoel die er bestaat: het eekhoorntjesbrood of Porcini. Als dit waar was, zou het redelijk uniek zijn. Het eekhoorntjes brood is namelijk redelijk algemeen, maar bijna alleen in dennen-, eiken of beukenbossen. Op de Haarlemmermeerse klei is deze soort naar mijn weten nog niet eerder waargenomen. Als ecoloog blijft zo’n ervaring je helder bij en een snelle blik uit de auto vorige week, maakte duidelijk dat het weer tijd was. Onder de linden en tussen de struikjes stonden er dit jaar maar liefst 10 exemplaren. Sommige wel bijna een kilo zwaar. En het was inderdaad de koning onder de paddestoelen, waar Italianen, Duitsers, Polen en ander volken die dichter bij natuur staan, graag een stuk voor omrijden of een dag voor door het bos struinen. Eekhoorntjesbrood behoort tot de familie van de boleten, die geen plaatjes onder

de hoed hebben waaraan de sporen groeien, maar buisjes.

Bijzonder

De meeste boleten en ook veel andere paddestoelen hebben een symbiotische relatie met bomen. Een dergelijke symbiotische relatie, zoals de naam al zegt, is tot wederzijds voordeel. Bomen zoals de beuk, eik, wilg, haagbeuk, tamme kastanje, linde, den, hazelaar en larix kunnen vaak niet zonder. Symbiotische schimmels vormen b.v. een schimmelnetwerk om de wortels heen, dat het wortelstelsel beschermd tegen uitdroging, tegen het opnemen van zware metalen en tegen ongewenste, als parasiet levende organismen. Verder helpen de schimmels om voedingszouten op te lossen, waar de boom anders geen toegang toe krijgt en helpen zo mee aan de voeding van de boom. De schimmel profiteert op zijn beurt van de door de boom vervaardigde suikers.

Waar

Eekhoorntjesbrood tref je aan bij loofbomen en naaldbomen, vooral in lanen, bermen en bosranden op zandige of lemige bodem. Hij kan in de zomer en in de herfst gevonden worden. Deze soort komt met een aantal nauw verwante soorten overal voor in Europa en Noord-Amerika.

 eekhoorntjesbrood2

 kleine vuurvlindervlindersKleine Vuurvlinder7 sep 2008september

Kleine Vuurvlinder, 7 sep 2008

 kleine vuurvlinder

Tijdens een rondleiding op het insectenpad met een schoolklas in het mooie weekend van 28-31 augustus, zagen we naast tientallen Icarusblauwtjes en andere bekende vlinders ook 4 mooie onbekende oranje vlindertjes. Nader onderzoek leerde, dat het ging om de kleine vuurvlinder. Deze heeft als waardplant (waar zijn rupsen van eten) schapenzuring en veldzuring. In de voorjaarsgeneratie (mei t/m juni) zetten de wijfjes de eieren af op schapenzuring en soms op veldzuring in hoge vegetatie. De wijfjes van de 2e generatie (juli t/m oktober) gebruiken kleine planten van schapenzuring in vrij korte, schrale vegetatie. De eiafzet gebeurt alleen bij volle zonneschijn aan de onderkant van het blad. Zodra een wolk schaduw geeft, wordt de eiafzet gestaakt. De rupsen eten alleen van de onderzijde van het blad . Van de bovenzijde van het blad zijn de vraatsporen als kleine venstertjes te zien. Om te overwinteren, spint de rups een zijden kussentje op de stengel of een blad, dat ze af en toe verlaat om zich, tijdens perioden met zachtere temperaturen, te voeden. De volgroeide rups verlaat de

waardplant om te verpoppen in de strooisellaag of op een dood blad. Daarom is maaien van korte vegetatie funest voor het handhaven van een populatie van de Kleine vuurvlinder.

Bijzonder

In de Haarlemmermeer werd deze soort maar heel af en toe waargenomen. Het gaat dan waarschijnlijk meestal om exemplaren die door de overheersende ZW wind uit de duinen is ‘overgewaaid’. Het feit dat er op het insectenpad (aan de ‘duinkant’ van het Haarlemmermeerse Bos) 4 exemplaren zijn waargenomen zou er op kunnen wijzen dat een aantal ‘overgewaaide exemplaren’ ook bij ons levensmogelijkheden hebben gevonden. De schrale bermen van de N201 ter plaatse en het inrichten van natuurstroken langs de IJtocht en bij het insectenpad, zouden hier mede debet aan kunnen zijn.

Waar

De kleine vuurvlinder is een vrij algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt, maar meestal niet in grote aantallen. Op de verspreidingskaart van de Vlinderstichting staan er voor deze vlinder in alle poldergebieden met vette kleigrond grote witte vlekken en zo ook in de Haarlemmermeer. De soort heeft namelijk een voorkeur voor vrij open en meestal droge gebieden, zoals schrale plekken op de zandgronden in graslanden, heidevelden, kapvlakten, duinen, braakliggende gronden, tuinen en bermen.

 moseikpaddenstoelenMoseik12 sep 2008september

Moseik, 12 sep 2008

 moseik

Bijna iedereen kent de zomereik. Deze is vanwege zijn grotere productie aan eikels, die vroeger essentieel waren om varkens op vet te mesten, veel algemener aangeplant dan de -ook inlandse- wintereik. Ook de Amerikaanse eik met zijn mooie rode blad in de herfst, zullen velen nog wel kennen. Maar wie kent de Moseik of Turkse eik? Toch groeit ook de moseik in de Haarlemmermeer. B.v in de Wieger Bruinlaan, pal naast De Heimanshof staan 3 prachtige volgroeide bomen. Ook elders staan ze wel als straatboom. En de moseik doet het hier prima. Zoals met alle eiken is de Vlaamse Gaai zijn grote verspreider. Steeds meer moseiken komen er in De Heimanshof op, dankzij een familie van inmiddels 8-10 van deze vogels. Een Vlaamse Gaai kan wel 9 eikels in zijn keelzak bergen.Totdat alle eikels verdwenen zijn, doen deze vogels bijna niets anders dan overal wintervoorraden in de grond stoppen. Als u onverwacht een eikenboompje ziet opkomen in uw tuin, dan kunt u er zeker van zijn, dat deze door een Vlaamse Gaai is geplant - en dat die daarna de locatie heeft vergeten. Voor de naam moseik heb ik 2 verklaringen gehoord. De eerste is dat de kroon zo dicht is dat er alleen mos onder groeit. Een verklaring die mij meer aanspreekt, is dat het eikendopje waar de

eikel aan vastzit, bedekt is met schubben die eruit zien als mos (zie foto). Voor kinderen (of ouders) die wel eens poppetjes maken van kastanjes of eikels is dit moseikdopje wellicht een prachtige bontmuts voor zo’n poppetje. De bladeren van de moseik zijn groot, glanzend groen van boven en met rechthoekige lobben.

Bijzonder

Hoewel de moseik meestal niet zoveel gallen heeft als de zomereik, speelt deze boom een belangrijke rol in het leven van galwespen die gallen maken op gewone zomereiken. De galwespen verantwoordelijk voor de vorming van de ramshoorngal (zie Flora en Fauna column van 21-8) en de knoppergal (die eikels van de zomereik misvormd) hebben in hun levenscyclus de moseik nodig. Het hout van de moseik heeft geen bijzonder toepassingen, behalve voor de productie van looizuur. Uit de eikels kan, als de tannine eruit gewassen is, een koffiesurrogaat worden vervaardigd.

Waar

De moseik is een boom die van nature voorkomt in ZW-Azië en het zuiden en midden van Europa. De boom wordt aangeplant voor de sier of om schaduw te bieden. Het is een snelgroeiende soort die maximaal 40 m hoog kan worden.

 moseik2

 reuzenbovistpaddenstoelenReuzenbovist21 sep 2008september

Reuzenbovist, 21 sep 2008

 reuzenbovist

Met vochtig weer in september als de temperatuur nog aangenaam is, is het ideaal weer voor paddestoelen. Naar 1 bijzondere soort kijk ik elk jaar uit en voor het eerst sinds een jaar of 8 vond ik er deze week weer een paar: de reuzenbovist. 9 jaar geleden stonden er een aantal exemplaren op het schootsveld van het fort Hoofddorp. Deze week verschenen er een stuk of 6 op de met houtsnippers bedekte paden in De Heimanshof. Het bijna bolvormige witte vruchtlichaam van de reuzenbovist is al snel 20-30 cm en soms zelfs 80-100 cm (zie foto). Door deze enorme afmetingen is de zwam met geen enkele andere soort te verwarren Een reuzenbovist groeit altijd op de grond, in weilanden, tuinen of bossen. De reuzenbovist is een saprofyt. Dit betekent dat hij leeft van organisch materiaal in de bodem. Het witte vruchtlichaam is eerst leerachtig en soms glanzend aan de bovenkant en aan de onderzijde iets gegroefd. Het inwendige is eerst wit en vlezig, maar wordt later geelachtig. Als de sporen rijp zijn, verandert de kleur in olijfbruin. Het vruchtlichaam valt dan uit elkaar in sporen die tussen vezelige draden zitten. De bevestiging in de grond met dikke myceliumstrengen is maar losjes. Wanneer de vruchtlichamen loslaten en gaan rollen

worden de miljarden sporen door de wind verspreid.

Bijzonder

Zolang het vruchtvlees wit is, is de reuzenbovist eetbaar. Het is wel zo dat deze (en andere) paddestoelen selectief zware metalen en radioactieve stoffen in hun vruchtlichamen kunnen opslaan. De concentratie hiervan kan oplopen tot waarden die voor voedingsmiddelen in Nederland niet is toegestaan. Dat het vruchtlichaam eetbaar is, blijkt ook uit de grote happen die er door slakken ‘s nachts uit worden genomen. Vroeger werden met de "valse tondel"* van de Reuzenbovist (de sporen) bloedende wonden gestelpt en bijennesten uitgerookt. Uit verse exemplaren werden ook dunne vochtopnemende wondlappen gesneden. *: echte tondel is het poeder dat verkregen werd door tonderzwammen te verpulveren. Hiermee werden, toen er nog geen lucifers waren, vuurtjes aangemaakt.

Waar

De reuzenbovist is niet heel zeldzaam in Nederland en staat meestal op voedselrijke (zandige) klei- en veengrond in sterk bemeste weilanden, in boomgaarden, bermen en parken, in loofbossen en vaak op recent verstoorde grond of ingedroogde modder.

 reuzenbovistmetkind

 tuinbladsnijderinsectenTuinbladsnijder28 sep 2008september

Tuinbladsnijder, 28 sep 2008

 tuinbladsnijder

Tuinbladsnijder, behangersbij of buikschuiver

Van de 330 soorten bijen in Nederland is vooral de honingbij bekend. Dat is een volkenvormende soort, waarvan de koningin als enige eieren legt. Zij wordt geholpen door 20.000 tot 100.000 werksters. Naast deze volkenvormende of sociale bijen bestaan er nog ruimt 300 andere solitaire soorten. Bij deze soorten is de koningin behalve degene die eieren legt ook haar eigen werkster. Zoals vaak in de insectenwereld hebben de solitaire bijen, zich op een fascinerende wijze aangepast en gespecialiseerd: Zo zijn sommige bijen zijn heel groot geworden en andere heel klein. Andere soorten vliegen vroeg in het jaar en andere laat. Eén van de meest interessantste vormen van specialisatie komt tot uitdrukking in het materiaal waarmee zij hun nesten maken. In mei vermelde ik de metselbij die holletjes (in b.v een insectenhotel) afsluit met kleipropjes. Een andere soort produceert een soort uithardend speeksel, waarna zij zijdebij is genoemd. De soort van deze week, de tuinbladsnijder heeft weer een andere aanpak. Deze soort snijdt stukjes blad af waarmee zij haar holletjes bekleedt. Daarom

wordt deze groep van bijen ook wel de ‘behangersbijen’ genoemd (zie foto’s). Wellicht heeft u het werk van deze bij wel eens in uw tuin gezien. Bladeren van sommige struiken (bij mij thuis de laurier) hebben een gekartelde vorm gekregen door alle rondjes die eruit geknipt zijn. Behalve bladeren gebruiken deze bijen ook stukjes bloemblad (ter decoratie?)

Bijzonder

Nog een naam van deze soort is ‘buikschuiver’. Dit heeft te maken met de manier waarop deze bij stuifmeel verzameld, waarop haar larven groot worden. Honingbijen en hommels verzamelen stuifmeel aan korfjes die gevormd worden door lange haren op de achterpoten. Bij de buikschuiversoorten zit een dergelijk korfje onder de buik. Door met haar buik over stuifmeelrijke bloemen te schuiven zoals heelblaadjes en andere composieten, wordt het stuifmeel daarin verzameld.

Waar

De tuinbladsnijderbij is niet zeldzaam en komt door heel Nederland voor. Buiten het stedelijk gebied wordt deze soort weinig aangetroffen, wat erop wijst dat het een cultuurvolger is.

 tuinbladsnijder2

 paardekastanjemineermotbomenPaardenkastanje5 okt 2008oktober

Paardenkastanje, 5 okt 2008

 paardekastanjemineermot

Het is volop kastanjetijd. Onze gewone kastanje heet eigenlijk paardenkastanje. Zo’n boom kan 20 tot 25 m hoog worden en 200- 400 jaar oud. Er bestaat een rode en een witte soort, waarvan de witte veel algemener is. De latijnse geslachtsnaam ′Aesculus′ betekent "Eik met eetbare eikels", maar eigenlijk zijn kastanjes niet echt eetbaar, door het hoge tanninegehalte, behalve voor geiten en varkens. De soortnaam ′hippocastanum′ slaat op het feit dat de kastanjes aan paarden werden gegeven om ze van hoest te genezen. Op dit moment zijn de knoppen voor volgend jaar al aangemaakt. In zo’n knop wordt het tere weefsel van nieuwe bloemen en bladeren met een wollig dons tegen kou en vocht beschermd. Het hout van de paardenkastanje is licht en niet duurzaam, net zoals de wilg. Duurzaam kastanjehout komt van de tamme kastanje, die ook de eetbare kastanjes levert.

Bijzonder

Sinds ongeveer 1995 hebben kastanjebomen

veel last van vroeg bruin wordend blad. Dit wordt veroorzaakt door mineermotjes die grote aantallen eitjes op de bladeren leggen. Daaruit ontwikkelen zich piepkleine larfjes, die leven van de bladgroenkorrels tussen de onder- en bovenkant van het blad. De kastanjemineermot komt uit Roemenië, Bulgarije en Hongarije. Door de eenwording van Europa zijn deze motjes met opkomend vrachtverkeer meegelift naar West-Europa. Hoewel het bruine blad niet mooi is, gaan er zelden bomen door dood. In 2002 werd voor het eerst in Nederland en wel in de Haarlemmermeer, een nieuwe ziekte op de kastanje geconstateerd, waaraan de bomen wel kunnen doodgaan. Deze ziekte wordt voorlopig de bloedingsziekte genoemd. Op de bast van de boom ontstaan roestbruine, vochtige plekken, die gaan bloeden met een dikke bruinrode vloeistof. De ziekte heeft zich inmiddels over het gehele land verspreid. Ruim 30 % van de bomen heeft deze ziekte inmiddels. Het lijkt er steeds meer op dat een vorm van bacteriekanker de oorzaak is. Tegen deze ziekte is door een Nederlands bedrijf een middel ontwikkeld, maar resultaten zijn nog niet beschikbaar.

Waar

De paardenkastanje komt in ongeveer 20 soorten op het Noordelijk halfrond voor, voornamelijk in N-Amerika,en van ZO-Europa tot China en Japan. Pas in de 17e eeuw is de boom ingevoerd in Nederland om landgoederen te verfraaie

 elzenhaantjeinsectenElzenhaantje12 okt 2008oktober

Elzenhaantje, 12 okt 2008

 elzenhaantje

De aanleiding voor deze week is een explosie van ‘rupsen’ in Getsewoud- Noord vorige week. Deze rupsen trokken massaal tuinen in en langs muren omhoog op zoek naar voedsel, nadat zij de elzen in de straat van al hun blad hadden ontdaan. Deze rupsen bleken de larven van het elzenhaantje. Dit 6-7 mm lange kevertje, met een opvallende glanzend donkerblauwe kleur, behoort tot de familie van de bladhaantjes. Dit kevertje is het belangrijkste bladetende insect op de els, maar komt ook voor op de populier, de hazelaar en de wilg. De elzenhaantjes overwinteren als kever op de grond onder bladeren en afgestorven plantenresten. Van april tot juni planten zij zich voort op elzen. De volwassen kevers knagen aan de bovenkant van het blad, terwijl de larven aan de onderkant hun best doen. Er blijft soms niet veel meer over dan kale takken of takken met bladsteeltjes en enkele nerfrestanten. De vrouwtjes leggen tot 900 oranje eitjes, die in groepjes aan de onderkant van een blad worden afgezet.

Uit de eitjes komen na 5 tot 14 dagen olijfgroene en later zwart wordende keverlarven, die zich na drie weken, vanaf juli, op de grond onder afgestorven plantenresten gaan verpoppen. Na 8 tot 11 dagen komt de nieuwe generatie kevertjes uit de poppen. Die daar normaliter blijven tot het volgende voorjaar.

Bijzonder

In Getsewoud waren het vorige week de jonge olijfgroene larven van het Elzenhaantje die, toen de elzen op waren, massaal op zoek gingen naar nieuw voedsel. Het Elzenhaantje vormt meestal geen echte plaag en ook de elzen die kaal worden gevreten, gaan daar meestal niet dood aan en lopen weer opnieuw uit. Het bijzondere aan deze uitbraak was dat deze zich voordeed in september, wanneer de nieuwe generatie kevers van dit jaar zich normaliter onder de grond stil houdt tot het volgende voorjaar. Het van slag raken van het bioritme van deze kevers kan te maken hebben met het veranderende klimaat, maar ook met andere nog onbekende ecologische factoren. Het probleem heeft zich inmiddels opgelost doordat de jonge larven door gebrek aan eten grotendeels omgekomen zijn.

Waar

Het elzenhaantje is een van de algemeenste bladkevers en komt in het hele noordelijke halfrond voor, overal waar Elzen staan.

 patrijsvogelsPatrijs14 okt 2008oktober

Patrijs, 14 okt 2008

 patrijs

De velden zijn weer kaal en vaak is er nog veel eetbaars achtergebleven voor een schuwe en steeds zeldzamer vogel: De patrijs. Een patrijs wordt zo’n 30 cm groot. Zijn poten zijn grijs en kop en keel zijn bruin. Mannetjes hebben een donkerbruine buikvlek in de vorm van een hoefijzer. De vrouwtjes hebben een kleinere vlek en de jongen nog geen. Voor de rest is er weinig verschil tussen mannetjes en vrouwtjes (in tegenstelling tot zijn naaste familielid de fazant). Een patrijzenpaartje blijft i.t.t. kwartels, fazanten en kippen levenslang bij elkaar. De patrijs is moeilijk te houden in gevangenschap omdat hij zeer gevoelig is voor infecties. Patrijzen eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel, maar de jongen leven de eerste weken alleen van insecten en ander klein gedierte.

Bijzonder

Tot ver in de 20e eeuw was de patrijs een algemene broedvogel, met enkele honderdduizenden broedparen. Vanaf de jaren vijftig namde stand sterk af. dit teruggang duurt nog steeds voort. Rond 1975 bedroeg het aantal broedparen minder dan 50.000 en begin jaren negentig was het verder geslonken tot 20.000-25.000 paar. De meest recente schattingen

gaan uit van 9000-13000 paar. De afname is het sterkst in het oosten en midden van het land. De patrijs staat daarom op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten in Nederland met als status ′kwetsbaar′. De reden voor de teruggang is o.a. dat ze een gebrek hebben aan insecten, wat weer komt doordat er nauwelijks kruidenrijke overhoekjes meer zijn. Bovendien zijn er onvoldoende stoppelakkers om te overwinteren. Verder sneuvelen er in het broedseizoen veel nesten door maaien. Op de patrijs mag daarom op dit moment in Nederland niet gejaagd worden.

Waar

In de Haarlemmermeer kun je op verschillende plaatsen nog patrijzenfamilies tegenkomen. SOVON schat dat er hier nog 4-10 paartjes per kilometerhok (5x 5 km) voorkomen, maar dat lijkt mij zeer aan de ruime kant. De patrijs is een standvogel die in het overgrote deel van Europa voorkomt met uitzondering van het uiterste zuiden en noorden. Oorspronkelijk waren het steppebewoners, maar de soort heeft zich aangepast aan het leven in kleinschalig agrarisch landschap. Akkerland is het meest in trek, vooral als dit wordt afgewisseld met ruige dijken, slootranden, wegbermen en houtwallen.

 patrijsgroot

 koperwiekvogelsKoperwiek26 okt 2008oktober

Koperwiek, 26 okt 2008

 koperwiek

Een week geleden is het weer volop begonnen: het ijle ‘tsieie’ geluid in de nacht en ook wel overdag. Dat betekent dat de koperwieken uit Scandinavië, Noord-Rusland en IJsland weer bij miljoenen door ons land trekken, omdat het daar te koud aan het worden is. Koperwieken zijn lijsterachtigen die op zanglijsters lijken. Ze zijn daarvan te onderscheiden door duidelijke witte strepen onder en boven hun oog en de grote koperkleurige vlek in hun vleugeloksel, die soms ook te zien is als ze hun vleugels opgevouwen hebben (zie foto). Vandaar hun naam. De vlucht van koperwieken is krachtig en rechttoe rechtaan en lijkt op die van de spreeuw en totaal niet op de vlucht van merels en zanglijsters, die echte bosvogels zijn, die het liefst in dekking blijven. Koperwieken trekken meestal in groepen van 50- 200 individuen en doen dat vaak in het gezelschap van kramsvogels, een andere lijsterachtige, die veel groter is en geen

bescheiden ‘tsieie’ geluid maakt maar een veel ‘zelfbewuster’ ‘tjak-tsjak’ laat horen.

Bijzonder

De koperwieken hebben een speciale reden om naar en door Nederland te trekken. Nederland staat namelijk vol met bessenstruiken: Lijsterbessen, vuurdoorns, zuurbessen, duindoorns, meidoorns en ga zo maar door. Deze bessen vormen een groot deel van het wintervoedsel voor deze vogels. Verder vullen zij hun dieet aan met wormen en slakken en andere kleine dieren uit gazons en weilanden.

Waar

De koperwiek zien we in Nederland alleen in de winter. In Noord-Europa is de Koperwiek een talrijke broedvogel van naaldbossen en berkenbossen. De populatie van Noord-Europa wordt geschat op 30-40 miljoen exemplaren. Dit aantal kent grote variaties door vooral strenge winters of in jaren met een nat voorjaar en daardoor een slecht broedresultaat. In de winter trekken ze, meestal ′s nachts, naar het zuidwesten. Veel koperwieken blijven in Nederland overwinteren. Alleen als de winter te koud wordt, verlaten ze ons land weer en trekken verder naar het zuiden, of verplaatsen ze zich naar de stad, waar het warmer is.