bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Muizendoorn, 9 dec 2017

 muizendoorn

Ik hamer er maar weer eens op. Veel mensen denken dat het in december buiten koud en guur is en dat er niets meer bloeit en weinig interessants te zien is. Niets is minder waar als je maar weet waar je moet kijken. Het muizendoornstruikje is er een mooi voorbeeld van. Het is een bescheiden struikje tot max 1 m hoog dat in diepe schaduw kan groeien. En het bloeit nu massaal. En wel op een bijzondere manier. Maar liefst elk ‘blaadje ‘ draagt een bloem. Blaadje staat tussen aanhalingstekens want officieel is het geen blad, maar een ‘cladode’. Dat zijn platte takscheuten, waar de hele struik uit bestaat, en die allemaal eindigen op een scherpe punt. Het struikje is altijd groen. En niet alleen dat, de bloemen van vorig jaar dragen nu prachtige 1 cm grote knalrode bessen( foto). Deze bloempjes zijn alleen minuscuul en zitten op

de nerf van elke cladode.

Bijzonder

Muizendoorn zou wel eens een goede vervanger kunnen zijn voor de zeer populaire buxusstruik, die sinds vorig jaar massaal te lijden heeft van een combinatie van de oprukkende mediterrane buxusmot en een schimmel. En persoonlijk vind ik de muizendoorstruik nog mooier ook en hij is zeer onderhoudsvriendelijk. Daarnaast is de muizendoorn ook nog medicinaal toepasbaar. Vooral de wortelstokken die ook eetbaar zijn als asperges. De meest genoemde toepassingen betreffen bloedvat gerelateerde zaken zoals spataderen, oedemen, slecht genezende wonden, aderontstekingen, aambeiklachten en winterhanden. Een andere naam van muizendoorn is slagersbezem. De stugge stekelige takken werden namelijk veel in bezems gebruikt. En slagers maakten daar veel gebruik van omdat de geur muizen en ander knaagdieren bij drogende hammen en vlees weghielden.

Waar

Muizendoorn is een plant die overal voorkomt in Europa, Azië en Noord Afrika. Het is een plant van diep beschaduwde bossen op allerlei gronden, maar als tuinplant is deze soort op vele plekken ingevoerd en ingeburgerd. Natuurlijk hebben we mooie exemplaren in de Heimanshof staan.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 1 ] Ga naar 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 paddenstoelenCedergrondbekerzwam20 apr 2006april

Cedergrondbekerzwam, 20 apr 2006

 cedergrondbekerzwam

Iedereen ziet wel eens een dier of plant die hij niet thuis kan brengen. Lang niet altijd is dat iets bijzonders, maar toch komen ook in de Haarlemmermeer veel echt bijzondere planten en dieren voor. Als je nieuwsgierig bent naar wat het is, zoals mevrouw Steenbrink aan de Kruisweg in Hoofddorp, die vreemde knollen in haar tuin vond onder een blauwe ceder, kan het een lange zoektocht worden. Buren noch kennissen, radio noch internet leverden haar een antwoord op. Uiteindelijk kwam ze bij De Heimanshof terecht, die een aanzienlijke ervaring heeft op het gebied van veldbiologie en een uitgebreide determinatie-bibliotheek voor inheemse soorten.
Echter ook in die bibliotheek werd niets gevonden. Uiteindelijk bracht de Nederlandse Mycologische Vereniging (paddestoelenvereniging) uitkomst. Het bleek een Cedergrondbekerzwam, die eigenlijk uit Zuid-Europa komt en waarschijnlijk door de klimaatopwarming steeds verder naar het noorden voorkomt. Voor meer informatie en een foto, zie de algemene informatie

onderstaand. De Heimanshof houdt zich aanbevolen voor vragen over onbekende planten en dieren die in de Haarlemmermeer gezien worden.

Achtergrondinformatie over de Cedergrondbekerzwam:
Op de grond rond de stam van Ceders kan volgens de paddestoelendeskundige Hans Adema, de Cedergrondbekerzwam (zie afbeelding), Geopora sumneriana, worden gevonden. Dat is een vrij grote cirkelronde bekerzwam, die meestal half ingegraven (geopora, =aardgaatje) in de grond zit. Van buiten is zij donker reebruin, van binnen grijsbeige.
Meestal verschijnt zij eind januari en blijft zij aanwezig tot eind april. Het is dus een echte winter- en voorjaarssoort.
Het is niet helemaal zeker of het een soort is dat van de afgevallen naalden leeft ( = saprotrofe soort), of dat het een soort is dat heel sterk aan de wortels van de Ceder is gebonden ( = mycorrhizasymbiont).
In de Leidse Hortus heeft zij het tot 2 maal verplanten van de Ceder overleefd, hetgeen een vingerwijzing is in de richting van mycorrhizasymbiont. Deze zwam was tot voor kort (5 jaar) een extreem zeldzame soort, maar is in korte tijd heel gewoon geworden. Zij heeft evenals de Ceder een zuidelijke herkomst. Net als veel andere natuurverschijnselen wijst dit op een stijging van de gemiddelde temperatuur gedurende de laatste jaren.
Zij kan bij elke Cedersoort groeien.

 vogelsGroene Specht21 mei 2006mei

Groene Specht, 21 mei 2006

 groenespecht

De groene specht is een spectaculair dier met een heel bijzondere levenswijze. Hij houdt het liefst van een parkachtig landschap met grote bomen. 30 jaar geleden waren er nog zo’n 7000 broedparen in Nederland. Dat aantal is afgenomen tot ongeveer 4000.
Bijzonder aan de groene specht is allereerst zijn kleurenpracht. De felgroene vogel met zijn rode kop en gele stuit zou in een tropisch bos niet misstaan.
Ook zijn voedsel is bijzonder. Het is het enige dier in Nederland dat (grotendeels) leeft van mieren. Die zoekt hij net als ander voedsel op de grond, waarbij hij verwoed in het rond kan hakken.
Een derde bijzondere karakteristiek is zijn roep. Die bestaat uit een schallende lach,

die wel een kilometer ver te horen is. In maart tot eind april kan het mannetje deze roep wel om de 10 minuten laten horen. Maar ook in de rest van het jaar is de vogel niet stil.
Ondanks de opvallende kleuren weet de groene specht zich goed verborgen te houden. Zijn groene kleur is een goede schutkleur. Het is vooral zijn roep die zijn aanwezigheid verraadt.

Waar

In de Haarlemmermeer zijn ons tenminste 2 broedparen bekend. Jarenlang broedt er al een paartje bij de Geniedijk in het centrum van Hoofddorp en de laatste tijd lijkt er een tweede paar in de buurt van de Heimanshof bijgekomen te zijn.

Meldingen: Dat deze spectaculaire vogel, die landelijk onder druk staat zich in de Haarlemmermeer thuis voelt is een goed teken. Een ontmoeting met een dergelijk dier kan een onvergetelijke ervaring zijn en daarom attenderen wij u er graag op. Daarnaast worden wij graag op de hoogte gehouden van het voorkomen van de groene specht in andere delen van de Haarlemmermeer.

 plantenZwanebloem25 mei 2006mei

Zwanebloem, 25 mei 2006

 zwanebloem

De Zwanebloem is een moerasplant die zich thuis voelt in sloten en plassen die aan het verlanden zijn, d.w.z. er moet er flinke laag blubber in staan. Hoe onsmakelijk zijn ondergrond is, zo sierlijk is zijn bloeiwijze, met een krans van roze bloemen van ongelijke lengte op een lange steel . De plant staat nu, eind mei op het punt om in bloei te komen. De zwanebloem is een bijzondere plant, die in zijn eentje een geslacht en een familie vormt. Verder is hij enigszins verwant aan pijlkruid en waterweegbree, planten die ook aan oevers en in verlandende sloten voorkomen.
Als de plant ergens voorkomt, staat hij meestal

in een grote groep, waarvan er echter maar een paar bloeien.
De plant heeft veel last van het feit dat wij Nederlanders de sloten voor de afwatering regelmatig uitbaggeren. De zwanebloem is o.a. daarom een beschermde soort onder tabel 1 van de Flora en Fauna wet. Dat wil zeggen dat er voor beheer (=baggeren) geen aparte ontheffing nodig is, zolang de soort maar niet bedreigd wordt in zijn voorkomen. Voor alle andere activiteiten (= plukken of uitsteken) is wel een vergunning nodig.

Waar

: Er zijn een aantal groeiplaatsen van de zwanebloem bekend in de Haarlemmermeer, b.v. in de wijk Kalorama in Hoofddorp, in de bebouwde kom van Rijsenhout en Vijfhuizen en in de sloten tussen Rijsenhout en Burgerveen. Meldingen: Het is waarschijnlijk dat de Zwanenbloem op meer plaatsen voorkomt. Graag worden we door oplettende lezers op de hoogte gehouden van standplaatsen van deze bijzondere soort.

 insectenHoornaar2 jun 2006juni

Hoornaar, 2 jun 2006

 Hoornaar

De hoornaar is de grootste sociale wesp. Een hoornaarkoningin kan wel 3,5 cm worden! Tot de sociale wespen behoren ook de bekende en vaak lastige gewone wespen. Je herkent een hoornaar vooral aan de omvang en het rood aan kop en poten. Alle andere wespen zijn daar geel met zwart. Ondanks zijn grootte is de hoornaar veel minder agressief dan de andere wespensoorten en laat ons met onze zoete drankjes met rust. Hij steekt daardoor minder snel. De beruchte reputatie die deze soort heeft is geheel ten onrechte. Alleen bij het bewaken van zijn nest wil de hoornaar wel eens steken. Omdat zijn gifklier groter is dan die van de gewone wesp, kan dat gemeen zeer doen. Zijn verdedigingsneiging treedt pas op als

een mens of dier binnen een straal van 5 m van het nest komt en als er snel en dus bedreigend bewogen wordt.

Bijzonder

: De hoornaar jaagt op insecten. Dit kunnen ook grote insecten als libellen zijn. De larven worden gevoed met dierlijk materiaal. Als actieve jager op insecten, is de hoornaar een bijzonder nuttig dier. De larven op hun beurt produceren voor de werksters een zoetige vloeistof, die door de werksters wordt opgezogen. De werksters worden dus gezoogd door de larven. Dat is de omgekeerde situatie als bij zoogdieren!

Waar

De hoornaar kwam vroeger ook veel in Nederland voor, maar is in de jaren vijftig/zestig bijna helemaal verdwenen. Landbouwgiffen als DDT zullen een erg grote rol hebben gespeeld. Sinds de jaren ′90 neemt het aantal hoornaarsnesten echter weer sterk toe, vooral op de zandgronden in het zuiden en oosten en in de duinen. Dat er in mei werd er een exemplaar in De Heimanshof aangetroffen werd, was dus opvallend. Graag worden wij op de hoogte gebracht van andere waarnemingen in de Haarlemmermeer.

 vogelsLepelaars7 jun 2006juni

Lepelaars, 7 jun 2006

 lepelaar

Sinds Hemelvaartsdag komen dagelijks 1-3 lepelaars waarschijnlijk vanuit de kolonie in het Naardermeer in de Haarlemmermeer fourageren. Ze houden zich op in de ondiepe gedeeltes van ecologische oevers in de buurt van de Toolenburgse plas. Waarschijnlijk zijn dit ouders, die voedsel zoeken voor zichzelf en hun jongen die nu uit het ei gekomen zijn.
In de loop van de avond vertrekken ze weer. Ze doen dat door langzaam circelend met opstijgende lucht (thermiek) hoogte te winnen. Als ze voldoende hoogte hebben zweven ze bijna zonder hun vleugels te bewegen helemaal naar het Naardermeer (30-35 km ver). Dit omhoog cirkelen gebeurt pal boven de bebouwde kom van Hoofddorp.

Bijzonder

Lepelaars hebben een onmiskenbare bouw: sneeuwwit met een opvallende lepelvormige snavel. Hiermee zoeken ze

stekelbaarzen, jonge vissen, garnalen en andere kleine waterdieren. Het feit dat Lepelaars de Haarlemmermeer bezoeken mag als een succes worden beschouwd van het beleid van de gemeente en ander instanties om op verschillende plaatsen ecologische oevers aan te leggen.

Waar

Vroeger was de lepelaar een talrijke broedvogel in Nederland. Al voor 1900 verdwenen de laatste kolonies van meer dan duizend broedparen. Het dieptepunt was in 1969: 150 paar. Rond 1990 werd echter weer de 500-parengrens gehaald. Nu zijn er dank zij allerlei maatregelen weer meer dan 1300 paren. Lepelaars broeden op slechts enkele plaatsen in Europa. Nederland is na Denemarken en Duitsland de meest noordelijke broedplaats. Behalve in het Naardermeer zijn er kolonies op de Waddeneilanden en in de Oostvaardersplassen. Ze overwinteren vooral aan de West-Afrikaanse kust en op natte plaatsen in de Sahara.

Terugmeldingen

In 2007 werden in augustus, na afloop van het broedseizoen weer verscheidene lepelaars fouragerend in de Haarlemmermeer aangetroffen.

Status: Rode lijst soort

 plantenOrchideeen18 jun 2006juni

Orchideeen, 18 jun 2006

 orchisbijenorchis

Hoewel je bij de gemeente Haarlemmermeer eerder denkt aan landbouw en aan VINEX en kantorenparken, is er op vele plekken bijzondere natuur te vinden. Een van de meest bijzondere ontwikkelingen op natuurgebied van de afgelopen 10 jaar is het massale voorkomen van verschillende soorten orchideeën. In Hoofdoorp komen in totaal 10 verschillende soorten orchideeën voor.
De meest talrijke orchidee is de Rietorchis. Deze vind je vooral langs slootkanten van niet te steile oevers. De Rietorchis staat nu volop in bloei.
Ook de Vleeskleurige orchis staat op deze plekken, is veel minder algemeen en is inmiddels uitgebloeid.
De Moeraswespenorchis komt voor op nog nattere plekken, en bloeit eind juni/ begin juli.
De Brede wespenorchis staat op drogere plekken in plantsoenen, gazons en parken. Deze soort bloeit eind juli/ begin augustus.
De Grote Keverorchis prefereert vochtiger standplaatsen en komt veel voor in het Hoofddorpse wandelbos bij de Kinderboerderij. Het gaat om een van de grootste standplaatsen in Nederland! Deze soort bloeit in mei en is dus inmiddels uitgebloeid.
De meest bijzondere orchidee die in de Haarlemmermeer voorkomt is de Bijenorchis. Deze soort prefereert drogere standplaatsen met kalkrijke grond en laag gras. Ook deze soort bloeit nu volop. Van deze soort is de Haarlemmermeer waarschijnlijk zelfs de grootste vindplaats in Nederland.

Bijzonder

: Orchideeën zijn op verschillende manieren bijzondere planten. Allereerst hun zaad. Dat is zo fijn dat het stofzaad wordt genoemd.

Dat zaad kan met de wind over de hele aarde verspreid worden. Dit is een verspreidingstactiek van de plant. Door dit vele fijne zaad komt er altijd wel een deel op gunstige plekken terecht. Verder kan het zaad kan alleen kiemen onder bijzondere omstandigheden: onmiddellijk bij het ontkiemen dient zo’n zaadje contact te maken met een bepaalde schimmel. Die is voor elke soort orchidee anders, maar heeft altijd de functie dat hij voedsel toelevert. Als de orchidee groot is levert deze weer voedsel aan de schimmel. Dat heet symbiose. Omdat alle orchideen afhankelijk zijn van schimmels kunnen ze niet uitgestoken of overgeplant worden.Dan gaat namelijk de schimmel altijd dood en daarmee dus ook de orchidee.
Ook bijzonder aan de orchidee zijn zijn bloemen die bij een aantal soorten op een vrouwelijk insect lijken. Mannetjesinsecten worden zo tot paren verleid. Bij het paren krijgt hij stuifmeel op zijn kop, dat bij een volgend bezoek weer opgepikt wordt door een andere bloem.

Waar

De meeste orchideeën in Hoofddorp staan in Beukenhorst en langs de Van Heuven Goedhartlaan met verbindende kanalen en oevers. In Hoofddorp is al aardig bekend waar en welke soorten voorkomen, maar niet van andere woonkernen in de gemeente Haarlemmermeer. Graag krijgen we meldingen van andere vindplaatsen uit de rest van de Haarlemmermeer. Elke melding is welkom!

Extra: Op zaterdag 24 juni 2006 om 9:00 uur start er vanuit de atletiekvereniging in Hoofddorp (direct achter de Heimanshof) een orchideeënexcursie. Deze duurt ongeveer twee uur.

 orchisgevlekte_rietorchis

 vogelsHavik25 jun 2006juni

Havik, 25 jun 2006

 havik

Afgelopen week werd de dierenambulance gebeld voor een roofvogel, die zich dood had gevlogen tegen een raam in de Hoek. Het bleek een havikmannetje van ongeveer drie jaar oud. Hij liet een wijfje en 2 jongen achter, waarvan er inmiddels een is overleden, d.w.z. opgepeuzeld door zijn sterkere broer of zus. Dit opeten van nestgenoten is bij roofvogels een slimme overlevingsstrategie om in noodsituaties te kunnen overleven. Het andere jong heeft grote kans om te overleven met alleen de moeder als ouder. Net als veel andere roofvogels profiteert de havik van het feit dat er met minder giftige stoffen gespoten wordt. In de jaren 50-60 was de stand in heel Nederland slechts 500-600 paar. Sinds 1980 beweegt het aantal paren zich tussen de 1700 en 2000. De havik is een roofvogel die vooral jaagt op vogels, b.v. houtduiven, stadsduiven, kraaien en eksters. De grote aantallen van deze minder gewenste vogels maakt het waarschijnlijk dat de stand van de havik nog wel verder zal toenemen.
De havik is een standvogel van bosgebieden of gebieden waar bosjes afgewisseld worden met velden. Door zijn korte ronde vleugels en lange staart is hij zeer wendbaar en kan hij tussen bomen door jagen. Het doden van de prooi gebeurt

met de klauwen. Het nest wordt hoog in bomen gemaakt en kan soms 1 meter in doorsnede zijn.

Bijzonder

Het tegen een raam vliegen is bij haviken (en ook bij sperwers, zijn kleine broertje) doodsoorzaak nummer 1. Alle dode of zieke roofvogels uit de Haarlemmermeer terecht bij het vogelasiel in Haarlem. Een aantal jaren geleden werd daar ook een havik binnengebracht, die dwars door een ruit was gevlogen en in een klaslokaal van een school gewond bleef rondvliegen. Deze havik kon na behandeling een aantal weken later weer uitgezet worden.

Waar

Tot de zeventiger jaren kwam de havik vrijwel uitsluitend in Oost- en Zuid Nederland voor. Door het vervangen van graanvelden door maïsvelden ging de houtduivenstand zodanig achteruit dat de haviken gingen zwerven. Halverwege jaren negentig werden de eerste broedgevallen in Spaarnwoude en het Amsterdamse Bos gemeld. Vandaaruit werd het noordelijk deel van de Haarlemmermeer als eerste bevolkt door waarschijnlijk instroom van jonge vogels. Het nest van de omgekomen havik is een van de 4 nesten die bekend is uit de Haarlemmermeer. Het eerste broedgeval in de polder dateert van 2002. Sindsdien komt er bijna elk jaar een nest bij. Het aantal jongen per nest varieert van 1 tot maximaal 4.Het merendeel van de jongen vliegt succesvol uit. Broedgevallen van roofvogels en uilen kunnen worden gemeld bij de Werkgroep Roofvogels en Uilen Haarlemmermeer (bjbol@hetnet.nl).

 plantenAardaker9 jul 2006juli

Aardaker, 9 jul 2006

 aardakerbloem

Op dit moment bloeit de Aardaker met opvallende trossen van lichtpaarse bloemen. De plant klimt omhoog tussen andere planten met behulp van ranken. De Aardaker is een van de tien beschermde vlinderbloemige planten in Nederland. Deze dankbare bloeier groeit in akkerranden en in wegbermen op kleigrond. Het is een soort die op schrale grond groeit tussen de akkerkruiden bij graanvelden. De plant heeft meerdere lokale namen, die allemaal verband houden met het feit dat de plant eetbare knolletjes produceert: aardeikel, aardmuis, muizen met staartjes, varkensnoot, aardnoot, aardkastanje, grondboon,

koffieboon, zeugboon en grondpeer.

Bijzonder

Vroeger werd de soort commercieel verbouwd, onder andere in de provincie Zeeland en op de Zuid-hollandse eilanden. De eetbare knolletjes zijn pas na 3 - 4 jaar volgroeid en zijn dan net zo groot als hazelnoten. De plant wortelt tot 70 cm in de aarde. De knolletjes bevatten vooral suikers en zetmeel en ook eiwitten en vetten. Ze werden als aardappels gekookt of net als tamme kastanjes gepoft. Vaak dienden ze ook als koffiesurrogaat of als varkensvoer. Ze konden ook tot plantaardige olie verwerkt worden. Ook werd in de zestiende eeuw uit de bloemen parfum gewonnen. Als peulvruchtensoort draagt deze plant bij aan de bodemverbetering (stikstof), vergelijkbaar met de lupine en luzerne.

Waar

Uit de Haarlemmermeer zijn een paar vindplaatsen bekend, langs de Boslaan en de Vrije Busbaan in Overbos in Hoofddorp en één vindplaats in Vijfhuizen. Graag horen wij van andere groeiplaatsen.

 kleine dierenZoetwaterspons13 jul 2006juli

Zoetwaterspons, 13 jul 2006

 zoetwaterspons

Van de 5000 verschillende soorten sponzen komen er maar een vijftal in zoetwater voor.
Sponzen zijn kolonievormende organismen. Sponzen hebben geen duidelijke vorm. Meestal vormen zij kussenvormige of vlakke korsten die vol zitten met poriën en kanaaltjes. Fraaie vinger- of geweivormige exemplaren ontstaan alleen bij gunstige omstandigheden in de zomer. Die omstandigheden zijn helder stromend en zuurstofrijk water. De vingers kunnen wel een meter lang worden, maar zijn meestal maar 10-20 cm. Ze groeien vaak verscholen onder een overhangende rand op een vaste ondergrond van hout of steen en zijn meestal vaal geel- of groenachtig van kleur. In sommige gevallen kunnen de kolonies enige vierkante meters groot zijn. Sponzen geven vaak onderdak aan vele andere organismen. Zo kunnen algen ook binnen de lichaamweefsels van de spons leven en geven deze hun groenachtige kleur.
In de winter sterven grote stukken af, die in het voorjaar weer aangroeien.

Bijzonder

: Sponzenkolonies ontlenen

hun stevigheid aan een flexibel wandeiwit (spongine), dat vol zit met kiezelzuurnaaldjes. Hierdoor zijn levende kolonies breekbaar en enigszins hard. Deze skeletnaaldjes worden bij badkamersponzen chemisch opgelost om ze zacht te maken voor gebruik.
Levende zoetwatersponzen hebben een sterke jodiumachtige geur.
Sponzen zijn een zeer primitieve levensvorm. Ze bestaan uit kolonies van een aantal soorten cellen, die elk een andere functie hebben en samen een soort organisme vormen. Deze celtypen zijn echter niet zoals bij hogere diersoorten in organen georganiseerd. Ze zitten allemaal apart in het labyrintachtige skelet opgesloten. Verder hebben ze geen zenuwstelsel of bloedvatensysteem. Ze eten en ademen door water met daarin zuurstof en plankton aan te zuigen en te filteren. De benodigde waterstroom wordt door zweepcellen op gang gehouden.

Waar

De afgebeelde fraaie geweispons werd op het sluisje van Fort Rijsenhout aangetroffen. Graag vernemen we andere locaties waar zoetwatersponzen groeien in de Haarlemmermeer.

 zoetwaterspons2

 plantenJacobskruiskruid en Jacobsvlinder15 jul 2006juli

Jacobskruiskruid en Jacobsvlinder, 15 jul 2006

 jacobskruiskruiden rupsen

Op dit moment is het Jacobskruiskruid in bloei. Jacobskruiskruid kan overal op dijken en in bermen aangetroffen worden. De plant is berucht bij houders van grote grazers zoals paarden en koeien. Zowel Jacobskruidkruid als alle andere 13 soorten kruiskruiden in Nederland bevatten namelijk giftige pyrolizidine alkaloïden. Dat zijn stoffen die zich ophopen in de lever en bij grote hoeveelheden (10 -20 % van het gewicht van het dier over zijn hele leven) tot de dood kunnen leiden. Echter de levende plant smaakt door deze stof dermate afschuwelijk dat geen dier het in zijn hoofd zal halen om er meer dan één hap van te nemen. Alleen als Jacobskruiskruid in hooi terechtkomt, kunnen de dieren geen onderscheid meer maken. Het is dus zaak om geen hooi te maken van bermen waarin veel kruiskruiden groeien.

Bijzonder

: Een dier dat juist baat

heeft bij de giftigheid van de plant is de Jacobsvlinder. Dat is een prachtig rood met blauw gekleurd nachtvlindertje dat ook overdag actief is. De geel met zwart gestreepte zebrarupsen, die uit zijn eieren komen zijn namelijk resistent tegen het gif. Ze hopen het gif zelfs op en zijn daardoor voor vogels en andere rovers levensgevaarlijk. Na het verpoppen is de rups het gif kwijt. De vlinder is te zien van half mei tot en met begin augustus. Zoals zoveel giftige planten werd het Jacobskruiskruid ook als geneesmiddel gebruikt b.v. bij reuma en ooginfecties.

Waar

: Het Jacobskruiskruid komt op vele plekken voor in de Haarlemmermeer. De Jacobsvlinder kennen wij alleen van De Heimanshof. Graag horen wij van andere plekken waar de rupsen of de vlinder gesignaleerd wordt.

 jacobsvlinder

 insectenNeushoornkever16 jul 2006juli

Neushoornkever, 16 jul 2006

 neushoornkever

De neushoornkever is in Nederland met het vliegend hert één van de grootste inheemse soorten en kan iets langer dan 4 centimeter worden. De kever komt voor in loofbossen maar is zelden algemeen. Waar hij wel massaal kan voorkomen is in hopen met rottend hout. De kevers zijn in verhouding tot andere Nederlandse soorten al bij 15 graden traag. Dit zou kunnen verklaren waarom ze in Nederland over het algemeen zo zeldzaam zijn en alleen soms talrijk voorkomen in broeihopen.
De kever zelf leeft maar enkele weken en eet niet meer. De larven echter kunnen wel twee tot drie jaar in rottend hout leven van diverse loofboomsoorten. De lengte van het larvestadium hangt af van het voedselaanbod maar vooral van de temperatuur. Larven die in houthopen leven waarin compostering plaats vindt (broei), leven in veel hogere temperaturen en kunnen zich al binnen enkele maanden volledig ontwikkelen.
De larve wordt 7 tot 12 centimeter lang en kent drie stadia voordat verpopping plaatsvindt.

Bijzonder

: De kever is te herkennen aan het grote bruinrode, glanzende lichaam, alleen mannetjes hebben de neushoorn-achtige punt vooraan de kop. Deze dient om elkaar om te duwen in gevechten om de vrouwtjes, en niet om te steken. De neushoornkever behoort tot een groep tropische soorten, die voor insecten in biomassa de grootste insecten ter wereld herbergen, onder andere

De herculeskever (onderfamilie Dynastinae). De neushoornkever is de enige Europese vertegenwoordiger van deze groep. Hij heeft in de loop der eeuwen zijn habitat en levenswijze meerdere malen moeten veranderen en blijkt daaraan opmerkelijk goed aangepast. Oorspronkelijk moet de larve (178 1b g) in vermolmd hout hebben geleefd. Later bij het verdwijnen van grote hoeveelheden oerbos moet de ontwikkeling verplaatst hebben naar onder andere leerlooierij-afvalhopen en in zaagmeel van houtzagerijen. Tegenwoordig wordt hij veelal bij en in composthopen gevonden en neemt zelfs weer wat in aantal toe.
De larve kan de bij rottingsprocessen, ontstane warmte goed voor haar meerjarige ontwikkeling gebruiken. Afhankelijk van de omstandigheden kan de engerling na 3-5 jaar een lengte van 12 cm. bereiken. Voor de verpopping maakt zij met behulp van uitwerpselen een popkamer die doet denken aan een kippenei. Bij gebrek aan voedsel komen er hongervormen voor: bij de mannetjes resulteert dat bijvoorbeeld in de afname van de grootte van de hoorn ten opzichte van de lichaamsgrootte. Kleine mannetjes zijn dan van uiterlijk nog nauwelijks van vrouwtjes te onderscheiden. De volwassen kevers nemen geen of weinig voedsel meer tot zich. In warme nachten vertonen ze zwermgedrag en vliegen dan rond en worden vaak aangetrokken door lichtbronnen als straatlantaarns. Als zij tegen een lamp aanvliegen en op een glad oppervlak op hun rug vallen hebben zij grote moeite zich weer om te draaien en op hun poten terecht te komen.

Waar

: Een stervend vrouwtje van de neushoornkever werd begin juli in de nieuwbouwwijk Floriande aangetroffen. Mogelijk is zij afkomstig uit houtsnippers die voor tuinaanleg zijn aangevoerd. Graag horen wij van andere waarnemingen.

 vogelsKerkuil17 jul 2006juli

Kerkuil, 17 jul 2006

 Kerkuil

De kerkuil leeft vaak in de menselijke omgeving, maar weinig mensen krijgen hem te zien. Broedplaatsen zijn boerenschuren, kerktorens en soms holle bomen. Het voedsel bestaat vooral uit veldmuizen en spitsmuizen. Het aantal veldmuizen vertoont een driejarige cyclus, die de kerkuil met enige vertraging volgt. Jonge kerkuilen kunnen flinke zwerftochten maken, maar eenmaal gevestigde vogels verblijven meestal in hetzelfde leefgebied. De kerkuil houdt niet van koude winters; zijn verenkleed houdt slecht warmte vast. In de vijftiger jaren broedden er jaarlijks 1500 tot 3000 paar in vooral het midden en oosten des lands. Verkavelingen, intensiever graslandgebruik, muizenbestrijding, e.d. maakten het leven van kerkuilen niet makkelijk. Daardoor waren er na de strenge winter van 1963 en vooral die van 1979 nog maar 100 paar over. Sindsdien gaat het weer beter. In de 90′er jaren waren er weer 700-1200 paar en na de warme en muizenrijke topjaren 2004 en 2005 werd het aantal paren geschat op 2800. Deze uilen broeden vooral in nestkasten en hebben zich gedwongen door de veranderingen op het platteland gevestigd in hele andere

gebieden zoals bossen, Flevoland en in steden.

Bijzonder

: De kerkuil vangt muizen op het oog, maar vooral op het gehoor. Het karakteristieke hartvormige ‘gezicht’ van de uil dient om licht en geluid te focussen. Een kerkuil kan wel 10 jaar oud worden, maar gemiddeld wordt hij maar 2 jaar. Dat komt omdat de meeste jongen vroeg sterven.
Sommige uilenmannetjes bedienen tegelijkertijd meerdere vrouwtjes. Een beroemde uil uit de Haarlemmermeer had op enig moment 3 vrouwtjes met broedsels tegelijkertijd.

Waar

: In de vijftiger jaren verdween de Kerkuil uit de Haarlemmermeer. De laatste melding was uit 1956. In de negentiger jaren kwam de soort weer terug. Vooral door het werk van de roofvogel- en kerkuilenwerkgroep en de welwillende medewerking van veel agrariërs nam de stand toe van 1 paar in 1991 tot 9-10 paar in 2005. 2006 lijkt weer een slecht jaar. Tot op heden zijn er niet meer dan 2-3 broedende paartjes geconstateerd. We houden ons dus aanbevolen voor meldingen.

 kerkuil1