bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 9 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 plantenGewone duivenkervel11 mei 2014mei

Gewone duivenkervel, 11 mei 2014

duivenkervel

Het leuke van de natuur is, dat je op de gekste momenten en de gekste plaatsen bijzondere ontmoetingen en ervaringen op kunt doen. Het enige wat vereist is, om ogen, oren en soms ook neus alert te houden.
Zo zag ik gisteren de eerste gierzwaluw terug uit centraal Afrika, eergisteren het eerste sterntje uit Zuid-Afrika en de dag ervoor hoorde ik op eenzelfde dag de eerste nachtegaal, braamsluiper en tuinfluiter zingen. Zo leef je elke dag in een blijde verwachting van altijd weer nieuwe verrassingen.

Aan tegen elkaar indraaiende verkeerslichtschema´s heb ik een broertje dood. Als ik ooit besluit uit Nederland weg te gaan is een van de hoofdredenen mijn ergernis over de tijd en energie die daarmee verspild wordt. Maar toen ik vandaag sacherijnig

bij de nieuwe aansluiting van de A4 en de N196 (naast de busbaan bij De Hoek) gestuit werd door een licht dat op rood sprong, was dat gevoel op slag weg. Pal naast het verkeerslicht stond een prachtige, roze bloeiende plant te bloeien. Deze Gewone Duivenkervel was vroeger misschien gewoon, maar tegenwoordig zie je hem niet meer zo vaak. De naam is ook een beetje intrigerend, komt het van duiven of duivels?

Bijzonder

Het delicate plantje is geen familie van kervel, maar van helmbloemen. De bloem heeft een honingspoor met veel nectar. De Latijnse naam Fumaris geeft de oude naam: Aardrook, weer. Het fijn vertakte plantje geeft namelijk de indruk als rook uit de aarde op te stijgen (zie foto). Het is ook geneeskrachtig en mag als 2e naam daarom ´officinalis´ dragen. Het sap van de plant werkt tegen eczeem, zou eetlustopwekkend zijn en laxerend. Het rode melksap werd vroeger ook als rouge op de wangen gesmeerd.

Waar

Duivenkervel is een van de pioniersoorten , die net als klaproos en koolzaad het liefst of omgewoelde aarde (akkers) groeit op voedselarme grond. Het staat hier en daar op een akker, in De Heimanshof natuurlijk en bij de afrit van de A4 bij de Hoek en bloeit nog tot september.

 plantenGrote Keverorchis24 apr 2014april

Grote Keverorchis, 24 apr 2014

grote keverorchisVeel mensen die ik vertel over de 70 in Nederland en de 14 in de Haarlemmermeer voorkomende soorten orchideeënsoorten zijn verbaasd. Ze kennen vaak alleen de gekweekte tropische soorten. Bij de megabloemen van die soorten vallen de meeste van onze orchideeën enigszins in het niet. Maar ze zijn zeker even interessant door hun symbiose met schimmels en de bijzondere bestuivingsprocessen. Een van de minst spectaculaire inheemse orchideeënsoorten is de Grote Keverorchis, die in mei bloeit met groene bloemen. De aanleiding voor deze column was een ontdekking deze week, toen we aan het werk waren in het Hoofddorpse Wandelbos. Dat die soort daar voorkomt is bekend. Tien jaar geleden waren er zelfs wel eens 300 exemplaren. Maar

mede door het onderhoud van het bos met zware machines is de stand achteruit gegaan: vorig jaar vonden we maar 30 stuks. Daarom zijn we vanuit MEERGroen het bos met de hand gaan beheren. Bij het opknappen van de ondergroei kwamen wel 120 stuks te voorschijn, waarvan 80 op nieuwe plekken; ecologisch beheer loont?

Bijzonder

Orchideeën zijn de meest gespecialiseerde planten in het plantenrijk. Ze hebben vernuftige bestuivingsmechanismen ontwikkeld. Bv het aanmaken van lokstoffen (feromonen) van allerlei soorten insecten. Daarom heb je keverorchissen, wespenorchissen en bijenorchissen! De Grote keverorchissen trekt met zijn geuren vooral sluipwespen en kevers aan, die eindeloos over de bloemen heen en weer blijven lopen. En daarbij bevruchten ze alle bloemen. Als een bloem bevrucht is, buigt een bloemslip over de stamper om zelfbestuiving verder tegen te gaan. Deze orchis is wettelijk beschermd, maar niet meer bedreigd.

Waar

Een Grote Keverorchis houdt van vochtige tot droge loofbossen, liefst met wat kalk. In de Haarlemmermeer zijn nu 3 groeiplaatsen bekend: vanouds in het Wandelbos Hoofddorp (> 120) , in de Heimanshof (20 jaar lang 1 heel mooie en sinds 2013 7 stuks) en het Haarlemmermeerse Bos (ca 30- 50).

 vogelsZwartkop6 apr 2014april

Zwartkop, 6 apr 2014

zwartkopIn april barst het voorjaar altijd los. Behalve met de hoge temperaturen dit jaar kun je elk jaar het voorjaar intens beleven door de ontwikkelingen in de natuur nauwlettend te volgen: dan word je in deze tijd van het jaar elke dag weer verrast door nieuwe planten die in bloei komen, insecten die uit hun winterslaap verschijnen of vogels die opeens na 6-9 maanden afwezigheid weer volop in elke tuin zingen. Het bijhouden van deze veranderingen heet met een duur woord: fenologie. Behalve dat je dan elke dag blij verrast wordt (en je veel over de natuur leert) is er de mogelijkheid om dat jaren achter elkaar te doen. Dan leer je bijvoorbeeld wanneer een soort gaat verschijnen en ga je patronen zien die samenhangen met mooi, nat, koud weer en de klimaatverandering. Om je daarbij te helpen

hebben we bij De Heimanshof fenologie boekjes samengesteld, waarin je die aantekeningen kan bij houden (zie www.deheimanshof.nl/jeugd/struinkids/kids-downloads). Zo ontdek je dat elk jaar rond 21 maart de tjiftjaf verschijnt en in de 1e week van april de zwartkop.

Bijzonder

De zwartkop is een van de goed nieuwsverhalen in de natuur. Het is een klein zangvogeltje dat zingt als een merel die op dubbele snelheid wordt afgedraaid. Hij heet zwartkop, maar alleen het volwassen mannetje heeft een zwart petje. Jonge dieren en vrouwtjes hebben een bruin petje. De zwartkop is in 20 jaar tijd bijna 2x zo algemeen geworden en zit bijna in elke tuin waar wat bomen staan: in heel Nederland inmiddels meer dan 200.000 broedparen. De zwartkop is een trekvogel. Hij broedt hier en overwintert in Zuid-Europa, Marokko en Algerije. De laatste jaren heeft deze soort ook Ierland als overwintergebied ontdekt. De zwartkop is in principe een insecteneter, maar eentje die ook zaden en vruchten eet: een alleseter dus. Dat zal zeker hebben bijgedragen aan zijn opkomst in stedelijk gebied.

Waar

De zwartkop is een algemene broedvogel, vooral in parken en bossen met dicht kreupelhout.

 vogelsKleine Bonte Specht23 mrt 2014maart

Kleine Bonte Specht, 23 mrt 2014

Kleine_Bonte_SpechtIedereen kent inmiddels wel de Grote Bonte Specht.
Deze soort heeft zich de laatste 10- 20 jaar zo aan een stedelijke omgeving aangepast dat zijn verschijning vooral in wat oudere wijken gewoon is geworden.
Een 2e spechtensoort (waarmee ik deze column in 2006 ben begonnen) is de groene specht. In 2006 kende ik slechts 3 - 4 paartjes in de polder. Inmiddels ben ik de tel bij minstens 50 kwijt. Deze specht is zo schuw en goed gecamoufleerd dat je hem eigenlijk alleen opmerkt door zijn opvallende roep: een keiharde, uitdagende kakelende lach. Alsof je uitgelachen wordt.

De laatste tijd is er weer een nieuwe spechtensoort aan het verschijnen: De kleine bonte specht. Dit voorjaar kreeg ik een aantal meldingen uit Hoofddorp en

het Haarlemmermeerse Bos. Een reden dat spechten in aantal toenemen, is dat zij profiteren van het feit dat we tegenwoordig toleranter zijn in het laten staan van dode bomen en takken. In de ogen van een ecoloog is het nog lang niet genoeg. Zie De Heimanshof. Als dit hout van allerlei soorten bomen versnipperd wordt, dan profiteren slechts een paar soorten. Als we de verschillende houtsoorten in 10 - 40 jaar op natuurlijke wijze laten gaan, profiteren honderden of zelfs duizenden soorten.

Bijzonder

Een van die soorten is de kleine bonte specht, nauwelijks groter dan een mus, die houdt van kleinere takken die op de grond liggen, terwijl zijn grote neef grote takken hoog in de boom prefereert. De kleine bonte specht kwam niet of nauwelijks in het open laagland van Holland voor. Wel in de bossen van Oost- en Zuid Nederland en in de duinen. Het lijkt er nu op dat er een soort overloop van de duinen naar onze polder aan de gang is. Dat hebben we 3 jaar geleden ook zien gebeuren met de boomklever.

Waar

Er zijn kleine bonte spechten gemeld uit het Haarlemmermeerse Bos en uit Pax. Als deze soort in onze polder ook een broedplek vindt, zou dat weer een verrijking van onze flora en fauna zijn. Graag hoor ik meldingen daarvan.

 paddenstoelenSpleetlippen9 mrt 2014maart

Spleetlippen, 9 mrt 2014

 dennennaaldspleetlip

Reeds 8 jaar schrijf ik deze columns en mijn indruk wordt steeds sterker dat de variatie in de natuur onuitputtelijk is.

Zo’n 500 soorten zijn er inmiddels behandeld. Maar aan kruiden en grassen alleen zijn er al 1500 soorten, aan paddenstoelen 6000 en aan vogels 400, om maar een greep te doen. Van alle soorten is wel iets bijzonders te vermelden: anders hadden ze zich in de felle overlevingsstrijd niet kunnen handhaven.

Mijn verrassing van deze week kwam van Lou van de Linde, een natuurfotograaf, die zijn ogen niet in zijn zak heeft. In De Heimanshof toverde hij 2 paddenstoelensoorten tevoorschijn waar ik zelfs nog nooit van had gehoord.

Het waren leden van de curieuze familie van spleetlipzwammen: ze zaten op rietstengels en op dennennaalden: en heten dan ook toepasselijk

rietspleetlip en dennennaald spleetlip (foto). Op zijn foto van een stukje dennennaald is goed te zien hoe piepklein deze soort is.

Bijzonder

Op de afbeelding is ook goed te zien waarom deze groep spleetlippen genoemd wordt.

De rietspleetlip is net zo klein en ook behoorlijk zeldzaam.

Op de grove den komt de opgezwollen spleetlip voor en dan is er de jeneverbesbes spleetlip en de braamspleetlip die te vinden zijn. In sommige gevallen kunnen de dennenspleetlippen zo algemeen worden, dat ze een plaag vormen. Maar de meeste soorten worden als zeldzaam betiteld. Of dat zo is omdat ze echt zeldzaam zijn, of omdat iedereen er over heen kijkt, laat ik maar in het midden. Wereldwijd zijn er van de familie van de spleetlippen 9 geslachten onderscheiden met bijna 800 soorten. Ze hebben allemaal de karakteristieke spleet in het midden, waardoor ze in de 19e eeuw ook wel venuszwammetjes werden genoemd.

Waar

De spleetlipzwammen komen wereldwijd voor in gematigde regio’s. Ze groeien in of op de oppervlakte van cellulose bevattende biomassa of op schors. Vele soorten zijn specifiek in hun voorkeur voor een bepaalde gastheerplant

 paddenstoelenKogelhoutskoolzwam22 feb 2014februari

Kogelhoutskoolzwam, 22 feb 2014

 kogelhoutskoolzwam

Op dood hout van de es kun je donkerbruine tot zwarte halve bollen van 1-9 cm diameter vinden. Deze kogelhoutskoolzwammen lijken op verkoolde cakes.

Volwassen exemplaren zijn voorzien van uiterst fijne openingen waardoor in april en mei donkere sporen naar buiten gestoten worden, die je dan als een ring zwart sporenstof om de zwam kunt aantreffen. Deze worden in een soort mini-kamertjes, vlak onder het oppervlak gevormd. Wanneer je een exemplaar doorsnijdt zijn er meer dan 10 verschillende laagjes te zien (foto). Deze zijn wit-grijzig en van elkaar gescheiden door een donkere strook.

Ze doen denken aan de jaarringen van bomen, maar kogelhoutskoolzwammen groeien van oktober tot maart. In die tijd worden de verschillende laagjes dus gevormd.

Alleen de buitenste laag maakt sporen. Die ziet er dan ook anders uit dan de onderliggende laagjes.

Kogelhoutzwammen spelen een rol bij de houtafbraak en maken geen levende bomen dood. In Nederland is de soort vrij zeldzaam.

Bijzonder

Een bijnaam van de kogelhoutskoolzwam in Engeland is Cramp Balls: in verpulverde vorm zou deze als middel (norit) tegen maag- en darmbezwaren hebben gediend.

Recent onderzoek toonde aan dat loofhoutwespen of zwaardwespen een nauwe relatie met houtskoolzwammen hebben. Vrouwtjes van deze houtwesp dragen mycelium van een houtskoolzwam met zich mee in speciale toegeruste organen. Als ze eitjes leggen in het hout van de boom van hun voorkeur, dan infecteren ze daarmee het hout tegelijkertijd met de schimmel. Als de wespeneitjes uitkomen, leven de larven van de schimmel en van het door de schimmel ‘voorverteerde’ hout.

Waar

Kogelhoutskoolzwammen zijn, dankzij hun stevigheid, jaarrond te vinden op loofhoutboomstronken en takken, speciaal op essenhakhout. Het mooiste en oudste essenhakhout in de Haarlemmermeer (350 jaar oud) is te vinden in de Eendenkooi van Vijfhuizen. Hier is deze zwam dan ook algemeen. Ook in natuurspeelplaats Meermond troffen we hem aan deze week.

 plantenKraailook16 feb 2014februari

Kraailook, 16 feb 2014

 kraailook

Alle planten die we als voedingsgewassen gebruiken, zijn uit het wild afkomstig en naar onze smaak en voorkeuren veredeld.

Een van de meest gebruikte plantensoorten is de ui.

In het wild bestaan nog veel andere uiensoorten. Allemaal met de karakteristieke smaak en geur van een zwavelhoudende vluchtige stof die in ons traanvocht omgezet wordt in zwavelzuur.

Maar elke soort voegt daar weer zijn eigen elementen aan toe. Zo werkt het altijd in de natuur: als een soort een nuttige aanpassing doormaakt (in dit geval onappetijtelijk worden voor insectenvraat) ontwikkelen zich variëteiten en soorten voor allerlei specifieke omstandigheden: een ui voor de bosrand, voor het bos, op de velden, een moerasvorm, etc.

Alleen in De Heimanshof hebben we minstens 8 soorten staan: armbloemig

look, daslook, driekantig look, slangenlook, bieslook, berglook, moeslook en kraailook.

Bijzonder

Kraailook staat vooral in (blauw)graslanden.

Het vormt zoals alle uien een (zeer klein) bolletje. Het ronde blad van de kraailook (foto) is blauwgroen en vezeliger dan de andere soorten.

Hoe algemeen kraailook wel is, is vooral in deze tijd van het jaar te zien. Op de ca. 300 m2 weidegebied van de heemtuin staan er miljoenen. Dat ze nu zo goed te zien zijn, komt door een andere uieneigenschap: de meeste plantensoorten en ook grassen gedijen pas bij temperaturen boven de 10 graden, maar uien (mede dankzij de reservestoffen in hun bolletje) groeien de hele winter door zolang de temperatuur maar boven 0-5 graden is.

Zo kleuren al onze voedselarme graslanden blauwgroen mede door deze kraailookbladen. Kraailook bloeit van juni-augustus. Omdat ze vanaf mei geduchte concurrentie ondervinden van grassen en andere soorten komen er maar een paar honderd tot 1000 in de tuin tot bloei. Zo zijn uiensoorten ideale gewassen in een groentetuin: je plant ze in september en ze groeien de hele winter door.

Waar

Kraailook staat vooral in bermen, maar gedijt ook in bossen in heel Europa en een deel van Amerika.

 paddenstoelenGekraagde Aardster5 jan 2014januari

Gekraagde Aardster, 5 jan 2014

 gekraagdeaardster

De natuur lijkt in rust in de winter, maar niets is minder waar.

Voor de goede waarnemer is er volop activiteit waar te nemen.

Zo zwerven er miljoenen wintergasten door ons land die overleven op de bessen en grassen van onze rijke rivierdeltagronden.

In de bossen is het al een gekrioel van planten. Dat komt omdat de bosplanten hun levenscyclus rond moeten hebben voor het bladerdek van de bomen gesloten is. Dat is goed te zien in De Heimanshof waar nu al weer 3 soorten planten bloeien en 40 soorten stinsenplanten zich massaal uit de strooisellaag omhoog werken. Dat doen ze vanuit reservestoffen in bolletjes en wortelstokken.

Spiedend naar de bolletjes valt ook op dat er ook gedurende de winter nog veel paddenstoelen te vinden zijn: bv judasoren en vele soorten elfenbankjes, kogelzwammen en opvallende gele

trilzwammen. De meest curieuze zwam die plaatselijk algemeen uit de strooisellaag tevoorschijn komt, is de gekraagde aardster.

Bijzonder

De gekraagde aardster is een zogenaamde buikzwam, die verwant is aan de bovisten. Deze soorten maken bolvormige vruchtlichamen die grotendeels verstuiven in de vorm van sporen.

De gekraagde aardster barst in 2 niveaus open.

De buitenste wand is heel dik en barst in de vorm van een ster open, waarmee hij zich naar boven drukt uit de strooisellaag.

Daarbij komt een 2-5 cm dikke bol vrij met een heel dun velletje, waarin bovenin een gaatje valt. Door regendruppels en dieren die er op stappen, worden de rijpe sporen in dit bolletje als een soort vulkaan explosie weggeblazen. (Zie foto). Heel leuk voor kinderen (en volwassenen) om eens te proberen. Veel bovisten zijn eetbaar zolang de sporen niet rijp zijn. Van de gekraagde aardster is dit niet zo bekend, want hij drukt zich pas boven de grond uit als de sporen rijp zijn. De sporen werden in traditionele geneeskunst gebruikt om ontstekingen en bloedingen tegen te gaan.

Waar

De Gekraagde Aardster komt wereld wijd voor in gematigde streken. In de Heimanshof staan veel exemplaren.

 plantenpluimzegge30 dec 2013december

pluimzegge, 30 dec 2013

 pluimzegge

Sinds de zomer van dit jaar is MEERGroen ook met een werkgroep in Heemstede vertegenwoordigd. Daar hebben we een natuurspeelplaats van 5.5 ha in beheer genomen op nauwelijks 100 m van de Haarlemmermeer. Deze natuurspeelplaats is 3 jaar geleden gemaakt op de oude vuilnisbelt van Heemstede en heet Meermond. Op 100 m van het Cruquius gemaal ligt dit terrein op de plek waar het Spaarne begint en wat ik hartelijk in uw aandacht wil aanbevelen om eens te gaan ontdekken. Een semi-wild terrein van 5.5 ha is nl een heerlijke ruimte voor kinderen ( en volwassenen) om los te gaan. Zeker met de kabelbanen, pontje, wilgen labyrint, heel veel hout om mee te slepen en heuvel partijen. Wij zorgen voor de talloze bessendragende stuiken, bloemenweides, het insectenhotel, de ijsvogel poel en de talloze paddenstoelenlocaties, bouwen aan uitbreiding van het wilgenlabyrint en maken ruimte vrij voor

een boomgaard. We werken er elke vrijdag en vonden er afgelopen week een prachtig vergeten moerasje met bijzondere vegetatie waarvan de Pluimzegge het meest opviel(foto). Dit is een bedreigde en dus beschermde polvormende soort zegge die zeer oud kan woorden en daardoor ook zeer groot. Sommige van de exemplaren waren ruim een meter hoog.

Bijzonder

De pluimzegge hoort in veenmoerassen en is door zijn grootte en massa soms een levensredder voor mensen en dieren die in moerassen verdwalen. Je kunt nl van de ene pol naar de ander springen of waden. Maar ook door zijn grootte vormt hij een aansprekende en beeldbepalende soort. Er zijn ca 200 zegge soorten in Nederland, waarvan veel soorten makkelijk met elkaar kruisen en daardoor moeilijk uit elkaar te houden zijn. De pluimzegge is echter zeer karakteristiek. Het woord zegge is afkomstig van een oud Germaans woord, dat snijden betekent. De bladeren kunnen nl zeer scherp zijn.

Waar

De ca 50 pluimzegges van Meermond staan in de oever van het Spaarne, maar ook op De Heimanshof zijn een 10-tal pluimzegges van een jaar of 40 oud te bewonderen.

 vissenGiebel (2)9 dec 2013december

Giebel (2), 9 dec 2013

 giebel2goudvis

De Giebel is de wilde vorm van de goudvis (foto). Naast de normale wijze van voortplanting, blijkt de giebel over een bijzondere strategie te beschikken: Paairijpe vrouwtjes giebels dringen zich tussen de paaiende karpers en zetten hun eieren af. Daarbij bleek, dat de zaadcellen van (kroes)karpers, de eicellen van de giebel prikkelden om zich te gaan ontwikkelen. De zaadcellen dringen hiervoor de eicel binnen, maar er vindt geen versmelting plaats zoals in het normale voortplantingsproces. Er is daarom geen sprake van bevruchting. De eicellen bevatten daardoor uitsluitend vrouwelijke eigenschappen, met als gevolg dat er ook alleen maar vrouwelijke nakomelingen uit worden geboren. Deze zijn in uiterlijk en erfelijk opzicht precies gelijk aan de oudergiebel. Men noemt dit ook wel "klonen". Deze unieke wijze van voortplanting (gynogenese), heeft ertoe heeft bijgedragen dat de giebel zich in korte tijd over grote delen

van Azië en Europa heeft kunnen verspreiden.

Buiten de "hulp" van karper en kroeskarper, bleek de giebel zich ook succesvol te kunnen voortplanten met behulp van blankvoorn, zeelt, grote modderkruiper en zelfs regenboogforel.

Gynogese is dus een bijzondere vorm van maagdelijke voortplanting.

Extra bijzonder bij de Giebel is ook nog dat deze vis niet 2 sets chromosomen heeft in zijn celkern (dat heet diploid: zoals bijna alle hogere planten en dieren) maar drie: de soort is dus triploid.

Waar

De natuurlijke verspreiding van de Giebel is van West-Siberië tot Roemenië, Bulgarije, Griekenland en Turkije. De soort komt al sinds de zeventiende eeuw in Duitsland voor. Er is maar weinig bekend over de levenswijze van de giebel. In grote lijn komt deze waarschijnlijk overeen met de levenswijze van de kroeskarper. Water met een weelderige plantengroei en een zachte modderige bodem hebben de voorkeur van de giebel. De giebel is een sterke vis die goed tegen vervuild water kan. Het is vaak een van de laatste vissoorten die in vervuild water gevonden wordt.

 vissenGiebel (1)27 nov 2013november

Giebel (1), 27 nov 2013

 giebel1

In de Heimanshof hebben we sinds juni een nieuw element aan de ecologische variatie in de tuin toegevoegd: onze onderwater-ontdekwereld.

Inmiddels leven in onze 12 aquaria zo’n 30 soorten vissen, kreeften, mossels, amfibieën en andere onderwater dieren en planten. Het is fascinerend om meer te leren over het gedrag en de leefcondities van de vele organismen die er onzichtbaar onder water naast ons leven.

Een van mijn vele onderwater ontdekkingen was de Giebel. Achter deze ietwat lachwekkende naam schuilt een brons- of goudkleurige vis, die niet inheems was, maar inmiddels zoals zoveel soorten wel ingeburgerd is (foto). Het is een Aziatische karpersoort waaruit in China, al zo’n 4000 jaar geleden, goudvissen zijn gekweekt.

De giebel is een grondelaar. Daardoor draagt hij bij aan vertroebeling

van het water, net als brasems en kapers. Het is een alleseter: naast dierlijk voedsel als dierlijk plankton, insectenlarven en kleine kreeftachtigen, eet de giebel ook algen en plantendelen. In de winter stopt de voedselopname. Veel Giebels zijn waarschijnlijk afstammelingen van uitgezette goudvissen die hun rode of oranje kleur verloren hebben. In de vrije natuur verdwijnen deze kleurvormen doordat ze te veel opvallen en als eerste ten prooi vallen aan rovers. Zo blijven er op termijn alleen wildkleurige exemplaren over.

Bijzonder

De giebel kan vanaf het tweede jaar geslachtsrijp zijn. Het aantal eieren kan oplopen tot circa 400.000 per vis per jaar. Daardoor is de giebel in staat voor grote aantallen nakomelingen te zorgen. Bij afwezigheid van regulerende roofvissen treedt binnen enkele jaren "vergiebeling" op. Naast de normale wijze van voortplanting, blijkt de giebel over een bijzondere strategie te beschikken: Paairijpe vrouwtjesgiebels dringen zich tussen de paaiende karpers en zetten hun eieren af. Daarbij bleek dat de zaadcellen van (kroes)karpers de eicellen van de giebel prikkelden om zich te gaan ontwikkelen. Volgende column meer (over 2 weken).

 plantenWaternetje13 nov 2013november

Waternetje, 13 nov 2013

 waternetje

Zowel in de Toolenburgse plas als in het meer van het Haarlemmermeerse bos is het water vrij helder en diep. Daardoor worden deze meren druk bezocht door toenemende aantallen duikliefhebbers. En onder water zijn er natuurlijk weer intrigerende flora en fauna zaken te ontdekken. Onlangs stuitte een van de duikers tussen 2-7 m diepte op netvormige wolken bestaande uit groene bolletjes. Deze bolletjes bestaan uit netvormige structuren van 5- 30 mm groot (foto). De netvormige structuur van het waternetje is een kolonie, bestaande uit meerdere cellen. Een volgroeid netje kan een paar cm groot worden.

De groei van waternetjes wordt door hogere temperaturen versterkt. De klimaat verandering heeft veroorzaakt dat waternetjes zich op sommige plekken

tot een plaag kunnen ontwikkelen.

Het is in de zomer veel aanwezig, maar sterft af als het water kouder wordt. Het waternetje overleeft de winter door dikwandige sporen te maken die naar de bodem zakken.

Bijzonder

Een jong netje ontstaat al binnen een volwassen cel. Elk bolletje ontstaat uit één zich opdelende cel binnen een moedercel. Dit worden sporen die zich met zweepdraden binnen de moedercel kunnen bewegen. Al voor het uiteenvallen van de moedercelwand verliezen deze sporen hun zweepdraden en groeperen ze zich in de vorm van een nieuw jong netje. Door het strekken van de cellen groeit het nieuwe netje verder.

Waar

Waternetje is een groenwier, waarvan in (Midden- en West-) Europa 1 en in de wereld 5 soorten bestaan. De foto is gemaakt in het meer van het Haarlemmermeerse Bos waar deze algen voorkomen op 2- 7 m diepte. Het waternetje is bekend uit voedselrijke, vooral stikstofrijke wateren, sloten en plassen. Het kan ook in het kustgebied in water met een hoog zoutgehalte voorkomen.