bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 6 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 tapuitvogelTapuit11 apr 2016april

Tapuit, 11 apr 2016

 tapuit

Midden op het open veld bij de Geniedijk en de A4 zag ik deze week een vogel die ik nog nooit in de Haarlemmermeer had gezien: hij viel op door z′n opvallende zwart wit geblokte staart bij het opvliegen: onmiskenbaar een tapuit. Dit kleine vogeltje uit de familie van de vliegenvangers kwam vroeger veel meer voor. Dit exemplaar zou een broedgeval kunnen zijn, maar is meer waarschijnlijk een doortrekker. Het voorkomen van tapuiten is sterk gebonden aan de aanwezigheid van konijnen, die de vegetatie kort grazen en met hun gegraaf zorgen voor plekken met open zand en nestgelegenheid in konijnenholen. In heideterreinen nestelt een groot deel van de tapuiten echter in ingerotte boomstobben die na kapwerkzaamheden zijn achtergebleven. Maar daar kunnen roofdieren er makkelijk bij.

Bijzonder

Tapuiten zijn trekvogels die in Afrika

op de savannen ten zuiden van de Sahara overwinteren en vroeg in de lente terugkomen. De tapuit legt van alle zangvogels de grootste afstand af tijdens de jaarlijkse trek. De soort broedde vooral op de Waddeneilanden en in mindere mate in de duinen van Noord-Holland en Zuid-Holland. Reeds in de jaren 1960 waren er aanwijzingen dat de stand achteruit ging. In de jaren 1990 werd de tapuit schaars in de duinen op het vaste land. In het binnenland komt de tapuit nog voor op heidevelden en zandverstuivingen op de Veluwe, in Drenthe en Zuidoost-Friesland. Door het intensieve gebruik van de grond in Nederland voor bebouwing, landbouw, bosaanplant, etc. is de hoeveelheid oppervlakte die geschikt is als broedgebied voor de tapuit enorm afgenomen. Door atmosferische stikstofdepositie zijn er steeds minder schrale open, zandige plekken, die onmisbaar zijn.

Waar

Tapuiten houden van open terrein zonder struiken en bomen. Ze zijn te vinden op weiden en akkers met stenen muren, hoogveen- en duingebieden, stuifzanden, rotsachtig terrein, eilanden, kusten, berghellingen en morenen. Ze nestelen in rotsspleten, stenen muren, steenhopen, konijnenholen, etc.

 blauwereigervogelsBlauwe reiger1 apr 2016april

Blauwe reiger, 1 apr 2016

 blauwereiger

Het Wandelbos Hoofddorp is een van de terreinen, waar we wekelijks beheer uitvoeren. Daardoor raken we goed bekend met de flora en fauna van dit park waarvan de oorspronkelijke bomen (uit 1935) al 100 jaar zijn. Een van de bekendste en luidruchtigste bewoners van het park is de blauwe reiger. Al lange tijd nestelen daar in de hoogste toppen van de bomen ( 30-35 m!) een 40-tal broedparen van deze soort. Het rauwe geluid van de volwassen reigers wordt al sinds januari steeds meer vergezeld van een beschaafder (maar onophoudelijk) ′kekkekkek′. Dat is het geluid van jongen die permanent om eten bedelen. Dat er in januari al jongen zijn, is bijzonder voor inheemse soorten. Ook nijlganzen en halsbandparkieten hebben zo vroeg al jongen, maar dat komt omdat zijn geen weet hebben of rekening houden met winterse condities en broeds worden zodra de dagen na kerst gaan lengen. Maar reigers zijn inheemse soorten

die moeten weten dat het tot ver in maart koud en guur kan zijn (zeker op 30 m hoogte).

Bijzonder

Dat betekent dat reigers, die er in de winter meestal nogal kleumerig bijstaan, een heel uitgekiende warmtehuishouding en jaagtechniek moeten hebben. Misschien moeten we in die jaagtechniek het bedelen om voedsel bij winkels, burgers en snackbars meenemen. Verder leven reigers van vis, amfibieën, muizen en mollen (foto). Reigers maken dan ook braakballen. Maar ze hebben zo′n sterk maagzuur dat alleen nagels en haren overblijven. Tegenwoordig zijn kolonies van 30- 40 nesten redelijk normaal, maar een paar 100 jaar geleden waren kolonies van 500-1000 nesten normaal. Dat wijst toch weer op een achteruitgang van het natuurlijke terrein door verstedelijking en landbouw.

Waar

Behalve in het Hoofddorp is er een kolonie in het Badhoevedorpse wandelbos. Maar die zal wel ten prooi vallen aan de ′ontwikkeling′ van de omlegging van de A9. Bij ons zijn reigers standvogels. Ten noorden van Denemarken zijn het zomergasten en rond de Middellandse zee komen ze voor als wintergasten.

 gewoneesdoornbomenGewone Esdoorn13 mrt 2016maart

Gewone Esdoorn, 13 mrt 2016

 gewoneesdoorn

Op de woensdag voor 21 maart wordt in heel Nederland de Nationale Boomfeestdag gehouden. Bij veel scholen en in parken worden dan ceremonieel bomen geplant om de waarde van bomen te onderstrepen. De waarde van bomen wordt niet alleen door hun aantal bepaald, maar eerder door hun kroonvolume en ecologische relaties met andere soorten: een kroon van een gekapte boom van 10 x 10 x 10 meter, heeft dan een waarde van 1000, en dat wordt niet gecompenseerd door een boom met een kroon van 1 x 1 x 3 meter met een waarde van 3! (zoals maar al te vaak gebeurt). Ook veel burgers die hun tuin liever bestraten omdat dat ′makkelijker′ is, doen zichzelf, de flora en fauna en de samenleving tekort (omdat al die bestrate oppervlaktes grote problemen geven met opvang van regenwater). Daarom is De Heimanshof al 9 jaar geleden gestart met de boomweggeef-traditie: uit de tuin en de gebieden onder beheer van MEERgroen

verzamelen we boompjes die meerwaarde in tuinen en terreinen hebben. Dit jaar zijn er tussen 16 maart en 1 april 10.000 boompjes van 60 soorten te vergeven. De enige tegenprestatie die verlangd wordt voor het natuurvriendelijk inrichten van uw eigen terrein, is het lid worden of sponsoren van De Heimanshof.

Bijzonder

Een van de best uitzaaiende soorten in Nederland is de Gewone Esdoorn. De esdoorn is een soort die 35m hoog en 500 jaar oud kan worden en opvalt door z′n vlammende herfstkleuren. Esdoornbladeren zijn kenmerkend handvormig ingesneden met groffe punten (foto) en de zaden bestaan uit dubbel gevleugelde ′helikoptertjes′. Esdoorns kunnen last hebben van een schimmel die ronde zwarte vlekken op de bladeren geeft. De meeste van de weggeef-esdoorns komen uit het Groenendaalse bos, waar een paar moederbomen miljoenen zaailingen hebben geproduceerd, die niet in de smaak vallen van de Schotse Hooglanders die er grazen.

Waar

De Esdoorn komt oorspronkelijke uit Zuid-Europa, maar voelt zich al sinds de Middeleeuwen in onze regio op elke bodem thuis, zolang die niet te nat is.

 roodwittecelspininsectenRoodwitte celspin7 mrt 2016maart

Roodwitte celspin, 7 mrt 2016

 roodwittecelspin

De afgelopen tijd zijn we op De Heimanshof bezig met het bouwen van een nieuwe natuurmuur. Die bouwen we van stenen die elders niet meer van pas komen. De tegels, klinkers en andere minder mooie stenen vormen de achterwand en aan de voorkant en bovenop komen mooie natuurstenen met daartussen planten. Al met al gaat het om tienduizenden stenen. Bij het af- en opstapelen kwamen vele diertjes te voorschijn: pissebedden, duizendpoten, wormen en wat vandaag erg opviel was een aantal soorten wolfspinnen. De meeste mensen kennen vooral webspinnen zoals de kruisspin. Maar zoals altijd in de natuur zijn er vanuit het ′spinnenconcept′ weer talloze soortvertakkingen ontstaan. Een van de grotere spinnenfamilies bestaat uit wolfspinnen. Zij maken geen web, maar vangen hun prooi door ze te bespringen. De celspinnen binnen

die groep kunnen wel draden spinnen, maar gebruiken die om voor zichzelf een cel te spinnen, van waaruit ze in hinderlaag liggen.

Bijzonder

We kwamen wel 3-4 soorten overwinterende wolfspinnensoorten tegen, maar de meest herkenbare daarvan was een rode spin met een bleek opgezwollen achterlijf, dat ongetwijfeld vol zat met eitjes. En dat was dus de Roodwitte celspin. Het bijzondere van deze spin is dat hij (vrijwel) uitsluitend leeft van pissebedden. Om door het stevige pantser van die pissebedden heen te komen, is deze spin uitgerust met vervaarlijke kaken(foto). Deze kaken, die bij vrouwtjes soms een halve cm. lang zijn, kunnen ook door onze huid steken en pijnlijke blaasjes geven. Het is een nachtjager die slecht ziet met z′n 6 oogjes. De vrouwtjes kunnen ruim 2 cm. groot worden en zijn - zoals bij alle spinnen - aanmerkelijk groter dan de mannetjes.

Waar

De Roodwitte celspin komt bijna wereldwijd voor in de gematigde streken. Dat komt omdat hij met de mensen is meegelift. Oorspronkelijk zou de soort uit Zuid Europa of Noord Afrika komen. Zijn leefgebied is tussen stenen, tussen rottend hout en in composterend materiaal.

 groenestinkwantsinsectenGroene Stink- of Schildwants15 feb 2016februari

Groene Stink- of Schildwants, 15 feb 2016

 groenestinkwants

Het zou nog midden in de winter moeten zijn, maar het weer is al maanden zo zacht dat veel planten zes weken eerder bloeien. En niet alleen temperatuur-gevoelige planten reageren (er zijn ook daglengte-gevoelige planten die niet reageren) maar ook insecten beginnen zich te roeren. De eerste hommels zijn er, honingbijen vliegen volop en recentelijk zag ik ook al een aantal wantsen. Er bestaan tienduizenden soorten wantsen, waarvan er in Nederland ruim zeshonderd soorten voorkomen. Wantsen voeden zich met een steeksnuit, waarmee ze (meestal planten) sappen opzuigen. Zo zijn bladluizen ook verwant aan wantsen en de bekende schaatsenrijders. Verder zijn ze over het algemeen platter dan de meestal bolronde kevers. Wantsen hebben net als sprinkhanen een ontwikkeling die niet van rups of made gaat via een verpopping, maar in vijf nimfenstadia die steeds meer op een volwassen dier gaan lijken. Minder bekend is dat

vele wantsen zich kunnen beschermen door het afscheiden van geurstoffen. Een van de meest algemene wantsensoorten die hier bijzonder goed in is, is de Groene Stinkwants.

Bijzonder

Groene Stinkwantsen zijn ‘s zomers helder groen, maar bij overwinteren worden ze bruin, waarschijnlijk om in de bladloze tijd minder op te vallen. Ze hebben zo′n sterke geur dat als ze aan bramen gesnoept hebben deze zo weeïg ruiken dat ze oneetbaar gevonden worden. En als deze soort door vogels wordt opgepikt, kan hij een druppel geurstof afscheiden die moeilijk afwasbaar is en in de mond tot blaren kan leiden. Hierdoor kan deze wants het zich veroorloven open en bloot te leven in tegenstelling tot de meeste andere insecten die zich liever verstoppen. De foto van deze wants is gemaakt door Theo Terwiel die al jaren in De Heimanshof fotografeert. Hij heeft deze week bijna 1500 foto′s van ca 800 soorten gedoneerd, waar u nog vaak voorbeelden van zult zien. Van veel soorten die hij documenteerde, kende ik zelfs de familie nog niet.

Waar

Deze soort tref je heel vaak aan op braamstruiken en hazelaars.

 scheleposvissenSchele Pos1 feb 2016februari

Schele Pos, 1 feb 2016

 schelepos

Op De Heimanshof hebben we nu een jaar of drie onze onderwaterontdekwereld in ontwikkeling. Het idee daarachter is dat de meeste kinderen geïntrigeerd worden door wat er in de vaarten en sloten aan onderwaterleven zit. De onderwaterontdekwereld bestaat uit een tiental grote aquaria die we zelf gebouwd hebben en een tiental kleinere ′krijgertjes′. Daarin maken we de soorten van de in de Haarlemmermeer meest voor komende vissen, mossels, krabben, kreeften, amfibieën en kleine beestjes voor educatieve doelen goed zichtbaar en aanschouwelijk. Door deze activiteiten leren we zelf ook weer veel over de onderwaterwereld. Een van de soorten die ik op deze manier heb leren kennen, is de schele pos. Dat is een visje dat meestal niet groter dan 10-15 cm wordt. Hij is volwassen na 2-3 jaar en wordt meestal niet ouder dan een jaar of 6-7.

Bijzonder

De schele pos is

familie van de baarzen. Net als de baars, die wij voor de kinderen ′tijgervis′ noemen vanwege zijn verticale strepen, heeft de schele pos stekels in zijn rugvin. Maar waar de baars twee vinnen heeft, zijn die bij de pos samengegroeid. Daarnaast heeft hij nog een lelijke (want effectieve!) stekel op zijn kieuwdeksels. De schele pos heeft geen strepen maar stippen op zijn lichaam. Hij heet ′schele′ pos omdat zijn ogen boven op zijn kop staan en als je hem dan van voren aankijkt, lijkt het of de vis twee kanten op kijkt. De pos is een belangrijke bron van voedsel voor de aalscholver en heeft nauwelijks commerciële of hengelsport waarde.

Waar

Voor zo′n klein visje is het opmerkelijk dat hij vooral in grote wateren voorkomt en nauwelijks in sloten en vaarten. De meeste pos in de buurt zit dan ook in de Westeinderplas. De schele pos komt in bijna heel Europa voor behalve in de uiterste zuiden en noorden.

Indien u geïnteresseerd bent in de onderwaterwereld: de Heimanshoflezing op 7 februari (14.30) wordt gehouden door de beroepsvisser van de Westeinder. En dan komen er ongetwijfeld veel leuke en sterke visverhalen los.

 gelekornoeljebomenGele Kornoelje19 jan 2016januari

Gele Kornoelje, 19 jan 2016

 gelekornoelje

De Gele Kornoelje is een groot deel van het jaar een onopvallend struikje of kleine boom. Het is een zeer langzaam groeiende plant, waarvan het hout om die reden erg hard is. In maart doet de gele kornoelje zijn naam eer aan. Voordat er blad aan zit en voordat andere bomen en stuiken in blad komen, wordt het hele struikje knalgeel van de bloesem (foto). Ik zou deze column dus eigenlijk in maart moeten schrijven, maar ik doe het nu omdat door het vreemde weer van deze winter de gele kornoeljes al sinds de eerste week van januari in bloei zijn gekomen. Ik hoop dat ze die bloei tot in maart volhouden. Ook in september is de struik weer opvallend: uit de bloesem komen namelijk eetbare vruchten. De hele struik kan dan rood zijn. Ze zijn wat zuur, maar er kan jam en sap van worden gemaakt.

Bijzonder

De naamgeving van de kornoelje familie is wat bizar.

De gele kornoelje heet geel vanwege zijn bloesem. De rode kornoelje die in Haarlemmermeerse bossen een plaagplant is, heeft echter geen rode bloemen, maar witte. Deze heet rode kornoelje omdat zijn groene takken in de winter rood kleuren. Wel niet zo rood als de Japanse sierkornoelje, maar toch. Zijn zwarte bessen zijn niet eetbaar voor ons mensen, maar wel voor vogels. En wat voor bloesem zou de witte (sier) kornoelje hebben: ook wit. Want deze struik heet wit om dat hij witte bessen heeft. De gele kornoelje staat graag op kalkhoudende grond, dus dat past wel bij de Haarlemmermeer. Hij is in Nederland zo zeldzaam dat hij op een wettelijke bescherming geniet en op de zogeheten rode lijst staat als ‘zeldzaam, maar stabiel’.

Waar

Er stonden een paar prachtige gele kornoeljes langs de Hoofdvaart in Hoofddorp. Maar die zijn het afgelopen jaar gesneuveld. De enige gele kornoeljes die ik ken in de Haarlemmermeer, staan in De Heimanshof en in het bomenpad van het Haarlemmermeerse bos. Gele kornoelje komt in een groot deel van Europa tot ver in Turkije van nature voor. De struiken groeien in en langs randen van bossen.

 munthaantjeinsectenBlauw Munthaantje14 jan 2016januari

Blauw Munthaantje, 14 jan 2016

 munthaantje

Elke plant (en dier) probeert zo effectief mogelijk te overleven. Daartoe hebben ze een heel arsenaal aan ′trucs′ ontwikkeld. Het zijn al die trucs die de natuur zo interessant maken, als je er op gaat letten. Heel veel van mijn columns gaan over die fascinerende mechanismen. Deze week wil ik het hebben over de chemische oorlogvoering. Elke plant en misschien wel elke cel is een soort chemische fabriek. Heeft u zich wel eens afgevraagd waarom er zo veel al of lekker geurende planten zijn: sommige ruiken naar citroen, sommige naar munt, sommige naar ui en zo zijn er duizenden geuren ( en smaken) te onderscheiden, waar wij als mens ons voordeel mee doen. Veel van die stoffen zijn etherische oliën of alkaloïden. Planten maken die stoffen niet voor ons plezier maar omdat die stoffen bewezen hebben, dat ze effectief zijn tegen vraat. Insecten houden niet van de smaak, en

de effectiviteit van de chemische fabriek in die plant valt af te lezen aan de mate waarin bladeren van deze planen niet zijn aangevreten. De natuur zou echter de natuur niet zijn als er niet een beest vroeg of laat ontdekt dat er een tafeltje dekje voor hem klaar ligt als hij zijn tegen zin m.b.t. die bepaalde smaak of geur overwint. Het klassieke voorbeeld daarvan is de Jacobsvlinder die het gif van zijn waardplant op weet te slaan en daarmee zelf oneetbaar wordt. Een ander voorbeeld is het munthaantje, dat gespecialiseerd is in het eten van muntsoorten.

Bijzonder

Het munthaantje is een opvallende fel blauwe kever (foto) die van maart tot september aan te treffen is op populaties van muntplanten. In de Heimanshof staan veel muntsoorten en de munthaantjes die daar altijd in grote aantallen op aan te treffen zijn, vormen een groot succes bij kinderen die in de tuin op bezoek komen. Het munthaantje en zijn larven leven van de bladeren van verschillende muntsoorten.

Waar

Het munt haantje is algemeen in Nederland. Op sommige plaatsen kan hij zich tot een plaag ontwikkelen.

 rodekelkzwampaddenstoelenRode kelkzwam14 jan 2016januari

Rode kelkzwam, 14 jan 2016

 rodekelkzwam

In de winter is het niet alleen wat frisser, de kleuren buiten zijn ook minder uitgesproken. Daarom is het extra leuk dat er ook midden in de winter vrolijk stemmende kleurige verschijnselen zijn te vinden, die een wandeling of zelfs een hele dag kunnen opvrolijken. Recentelijk noemde ik al de heldergele Gele trilzwam. Winterpaddenstoelen hebben een manier weten te vinden om midden in de winter te groeien: dat gaat wel langzamer maar ze hebben weken of zelfs maanden om hun sporen te verspreiden. En blijkbaar is dat een goede overlevingsstrategie. Deze week kwam ik de mooiste kleur die je in de winter kan vinden tegen in het wandelbos Hoofddorp: het scharlakenrood van de rode kelkzwam.

Bijzonder

Rode kelkzwammen zijn echte winterpaddenstoelen. Ze verschijnen als het koud wordt, soms al in november, en verdwijnen medio maart. Hoewel de vruchtlichamen slecht tegen droogte kunnen, is uit experimenten gebleken dat het mycelium daar wel goed tegen kan en zelfs

tot tien jaar later onder gunstige omstandigheden weer vruchtlichamen produceert. Het lijkt erop dat kelkzwammen nog levende takken infecteren waarbij het houtweefsel gedurende gunstige (vochtige) perioden verteerd wordt. Pas nadat de takken afgevallen zijn en permanent in een vochtige omgeving liggen, waarbij ze vaak bedekt raken met mos, beginnen zich op de takken vruchtlichamen te vormen. Daarna gebeurt dit ieder jaar opnieuw totdat de tak volledig verteerd is.

Slakken, springstaarten en insectenlarven eten er graag van. Wellicht speelt de rode kleur een rol in het lokken van deze dieren. Zodra het weer wat opwarmt, zullen de kelkzwammen als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Waar

In Nederland komen 2 soorten rode kelkzwammen voor. De Krulhaarkelkzwam die we ooit in De Heimanshof gehad hebben, heeft een voorkeur voor rottend elzen- of essenhout. De Rode kelkzwam in het wandelbos is een stuk zeldzamer en heeft een voorkeur voor rottend essenhout.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl

 mmuurschotelkorstandersMuurschotelkorst5 jan 2016januari

Muurschotelkorst, 5 jan 2016

 mmuurschotelkorst

In deze herfstige periode verliezen de bomen hun bladeren, trekken de grassen en kruiden zich terug in de grond . Maar om ons heen is er nog steeds van alles te zien, dus er is volop gelegenheid om buiten te genieten: van paddenstoelen, van trekvogels zoals koperwieken, kramsvogels, ganzen en houtsnippen die massaal door trekken , maar ook van prachtige kleine planten die in de zomerse overvloed niet op vallen zoals mossen en korstmossen. Deze kleine plantjes en vooral korstmossen zijn bestand tegen extreme temperaturen en groeien juist s ’winters gewoon door. Omdat ze klein zijn kunnen ze alleen op kale oppervlakten groeien zoals steen of schors. Korstmossen zijn eigenlijk niet een soort, maar 2: het zijn schimmels die al miljoenen jaren geleden het concept landbouw hebben uit gevonden: de schimmel ’houden de algen die ze vasthechten en beschermen tegen uitdrogen en in

ruil krijgen ze voedingsstoffen terug. De schimmel en de alg kunnen ook los voor komen. Alleen onder extreme voedselarme omstandigheden kunnen ze niet zonder elkaar; het wordt wel eens ene honger verbond genoemd. De korstmos plakkaten groeien zeer langzaam: soms maar 1 mm per jaar. Er zijn korst vormige korstmossen, maar ook rechtopstaande en hangende soorten zoals als rendiermos en baard mos.

Bijzonder

Een van de meest algemene korstmossen op steen is muurschotelkorst. . De foto is gemaakt op de basaltkeien van het Haarlemmermeerse Bosmeer. Korstmossen zijn zeer gevoelig voor de zuurgraad van stenen en schors. Te basisch vinden ze niet lekker ( beton en cement) en te zuur ook niet (klinkers) Op oude stenen gedijen ze beter. Op bomen komen vaak specifieke soorten voor. En veel soorten zijn erg gevoelig voor luchtvervuiling. Ondanks de grote dynamiek en fijn stof in de lucht in Nederland is er overal volop van prachtige korstmossen soorten te genieten als je er eenmaal oog voor hebt.

Waar

Muurschotelmos is een zeer algemeen korstmos, dat vooral op onbelopen stenen voor komt.

 graanklanderinsectenGraanklander19 dec 2015december

Graanklander, 19 dec 2015

 graanklander

In de zaadvoorraad van onze granen ontdekten we deze week honderden kleine zwarte kevertjes. Deze 3-4 mm waren graanklanders, een snuitkeversoort. De snuitkevers zijn met 35000 soorten wereldwijd een van de meest soortenrijke families van alle diergroepen. Graanklanders zijn oorspronkelijk geen inheemse soort. Ze leven in tropische en mediterrane streken en zijn met graantransporten hier lang geleden al terecht gekomen om niet meer te verdwijnen. Ze planten zich niet voort als de temperatuur lager dan 13 of hoger dan 30 graden is en hebben een hoge relatieve vochtigheid nodig.I.t.t vele andere keversoorten ,waaronder de verwante rijstklander en maisklander kunnen ze niet vliegen om zich te verspreiden. Lopen doen ze echter als de beste en ze zijn ook heel goed in staat om gebruik te maken van allerlei transportmogelijkheden. Hun voorkeurvoedsel bestaat uit graankorrels, maar bij gebrek daaraan nemen ze soms ook

genoegen met andere zetmeelproducten zoals koekjes of dierenvoer. De kwaliteit van graanvoorraden gaat achteruit doordat het graan muf wordt en door de achtergelaten uitwerpselen.

Bijzonder

Een graanklander kan 100 dagen tot een jaar oud worden onder gunstige omstandigheden en 3 -4 generaties per jaar produceren. De wijfjes leggen maar 2-3 eieren per dag, maar door hun lange leefduur kan het aantal dieren toch flink oplopen. Ze hebben in graan voorraden een voorkeur voor het midden van hopen omdat het daar iets warmer is. Het wijfje ligt 1 ei per graankorrel, door er een gaatje in de knagen, daarin een ei in te leggen en het gat weer af te dekken met een soort stopverf in dezelfde kleur als de korrel. Bij het bestrijden van graanklanders helpen bestrijdingsmiddelen niet, al was het maar om dat de graanvoorraden dan onbruikbaar worden. Droog en koel bewaren en liefst invriezen is een probaat middel of in een afgesloten zak of vat weggooien.

Waar

Graanklanders komen wereldwijd voor zowel in huiselijke voorraden als professionele graan opslagplaatsen.

 vlaamsegaaibomenVlaamse Gaai19 nov 2015november

Vlaamse Gaai, 19 nov 2015

 vlaamsegaai

Gaaien of Vlaamse Gaaien zijn het hel jaar aanwezig in Nederland. De Nederlandse gaaien zijn standvogels. In heel Nederland leven er zo’n 60000 paar. In deze periode van het jaar neemt het aantal gaaien toe om dat noordelijke vogels zich hier komen melden. In de Heimanshof hebben we jaarrond een paar of 3 ,maar nu is er een groep van soms wel 10- 15 dieren actief. Vroeger was de gaai een schuwe bosvogel. Deze vogels zijn, meer dan kraaien en eksters, waarmee ze verwant zijn gesteld op beboste en parkachtige landschappen. Net als de merel, de grote bonte specht en een paar andere soorten zoals de hals band parkiet hebben ze zich zeer goed aan gepast aan het leven in en om de mensen in steden en dorpen.

Bijzonder

De Vlaamse Gaai is een vogel met een veelkleurig verenpak, waarbij vooral de blauwe veertjes

aan de vleugel op vallen. Het is een zeer alerte soort en de alarmroep van de gaaien is voor vele dieren een signaal om zich gedekt te houden. De Vlaamse gaai is een alleseter, die leeft van insecten, kleine dieren, eieren en jonge vogels die niet oppassen, maar hij is vooral verzot op noten, eikels en beuken nootjes. In deze periode van het jaar heet hij het extra druk. Het is zoals de meeste kraaiachtigen een redelijk intelligente soort. Zijn voorkeur voor eikels gebruikt hij om tijdens de ‘mast’ zoveel mogelijk eikels te verzamelen en te verbergen als wintervoorraad. Je ziet dan ook de eikels die onder eiken liggen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Een Gaai kan maar liefst 9 eikels tegelijk in zijn keel zak vervoeren en die stopt hij in zachte bodems in de grond als wintervoorraad. Voor groentetuinders kan dat een heel probleem worden, want een deel van die eikels vergeet hij. Daarmee is de Gaai de grootste verspreider van eikenbomen en daarmee ook een verwoed bosbouwer.

Waar

De Vlaamse gaai is Nederland een strandvogel van beboste gebieden en steden. Hij komt in heel Europa voor behalve dicht bij de pool cirkel.