bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 5 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 insectenGrote Wolbij21 jul 2016juli

Grote Wolbij, 21 jul 2016

 grotewolbij

In de zomer wordt ik bijna elke week wel een keer gebeld door mensen die last hebben van wespen of bijen. Soms is zo’n telefoontje interessant omdat het een zwerm honingbijen betreft, die we kunnen vangen. In andere gevallen denken mensen dat wij een soort destructiebedrijf zijn om hun van een wespenvolk af te helpen. Dat doen we als natuurvereniging nooit. In weer andere gevallen blijkt het dat mensen niet het verschil weten tussen bijen en hommels. Ik kan dan ook niet vaak genoeg herhalen dat er ca 450 soorten bijen en duizenden soorten wespen zijn die allemaal ( behalve 2 of 3) volledig onschuldig zijn om dat ze niet eens een angel hebben! Honingbijen hebben nl alleen een angeltje om hun honingvoorraad (van soms 25 kg) te beschermen waarmee hun volk de winter mee door moet komen. De andere bijen zijn geen volkenvormende, maar alleen levende soorten, die zo weinig honing verzamelen dat het de

moeite van een angel niet eens waard is. En die soorten zijn fascinerend in hun verscheidenheid waarmee ze hun leven hebben ingericht. Recentelijk kreeg ik een mooie foto van zo’n fascinerende soort: de grote wolbij

Bijzonder

De meeste solitaire bijen benutten natuurlijke holletjes om cocons voor hun jongen te maken. Metselbijen gebruiken daarvoor klei, tronkenbijen maken van hars en zandkorrels een soort beton, behangersbijen maken veilige cocons met stukjes blad en wolbijen maken een prachtig huisje door haren af te knippen van soorten zoals toortsen. De grote wolbij is een van de 4 soorten in Nederland en is sterk territoriaal. Het mannetje verdedigd een territorium fel tegen andere soorten zodat vrouwtjes bij hem komen om nectar te halen. Terwijl ze dat doen kan hij met ze paren. Deze soort lijkt op een wesp, maar kan niet steken (mimicry). Mannetjes hebben wel stekels aan hun achterlijf, waarmee ze van andere soorten de vleugels kunnen beschadigen of zelfs afrukken.

Waar

De grote wolbij komt over een groot deel van de wereld voor in Eurazië en Noord en Zuid Amerika.

 vlindersHermelijnvlinder rups16 jul 2016juli

Hermelijnvlinder rups, 16 jul 2016

 hhermelijnvlinderrups

Door een van mijn oplettende medespotters in de polder (Lou van der Linden) werd afgelopen week een groep van 40 vrij bijzondere rupsen waar genomen op de Geniedijk (zie foto). Lou is fotograaf en heeft en meer dan gemiddeld oog voor kleine details, waardoor hij zeer regelmatig met de meest bijzondere waarnemingen op de proppen komt. De hermelijnvlinder is een nachtvlindersoort die nu eens niet meer in het binnenland voor komt, zoals heel vaak, maar vooral in de kust provincies. De naam hermelijnvlinder dankt deze soort aan zijn wit met zwarte gestreepte camouflagetekening. Hoewel de meeste vlinders naar hun volwassen stadium worden genoemd is de rupsenfase vaak veel belangrijker en langer en duurt niet zelden jaren terwijl de vlinders soms maar 4-14 dagen leeft. Ook de hermelijnvlinder leeft maar kort en heeft geen monddelen omdat ze niet eet en alleen leeft van de reservestoffen

die de rups heeft opgeslagen. De vlinder is alleen het medium om snel te paren en eieren te leggen. De rups is met zijn lengte van 7 cm zeer groot en de vlinder mag er met een spanwijdte tussen 4 en 7 cm ook zijn.

Bijzonder

De hermelijnvlinder hoort bij de tandvlinders, een naam ontleent aan een of meer tandvorminge uitsteeksels die in rust op de rug uitsteekt. Er zijn ca 3200 soorten wereldwijd en in Nederland een stuk of 40. Een beruchte daarvan is is de eikenprocessie rups. De rups van de hermelijnvlinder is prachtig gekleurd. Bij bedreiging trekt hij zijn kop terug in binnen de rode rand en steekt een paar bewegelijke uitsteeksels op z’n achterlijf naar boven. De rups kan ook scherp bijtend mierenzuur weg spuiten ter verdediging. De rups leeft van wilgen of populieren soorten en overwintert in een zeer harde met hout verstevigde cocon. Er vliegt maar een generatie vlinders tussen april en augustus.

Waar

De hermelijn vlinder is een beschermde rode lijst soort ( kwetsbaar), die vooral in halfopen wilgen- en populierenlandschappen aan de kust voor komt.

 insectenKleine WespenBoktor2 jul 2016juli

Kleine WespenBoktor, 2 jul 2016

 kleinewespenboktor

Deze week kwamen we een zwart met geel gestreepte kever tegen in De Heimanshof. Het bleek te gaan om de kleine wespenboktor. Deze soort heet zo omdat zijn uiterlijke verschijning doet denken aan de gewone wesp. Alle vogels en rovers die wel eens uit onervarenheid een gewone wesp hebben op gepikt zullen dat niet gauw een 2e keer doen. Heel veel onschuldige insecten zoals deze boktor, maar ook zweefvliegen maken gebruik van het feit dat felle zwart met gele kleuren om die reden een behoorlijke bescherming bieden. De wespenboktor heeft die gelijkenis nog verder door gevoerd door ook op dezelfde manier te bewegen zoals wespen. De soort is zeer beweeglijk en druk; hij is altijd in beweging, loopt net zoals wespen een beetje zijwaarts en zwaait onrustig met de antennes, hij vliegt een beetje zijwaarts zoals wespen en aan zijn achterlichaam

ziet een punt die wel een beetje lijkt op een angel, maar dat niet is.

Bijzonder

Boktorren hebben een slechte naam. Dat komt vooral door 1 soort, waarvan de larven leven in droog hout. Als deze huisboktor z’n eitjes afzet op de balken van een monumentaal huis of boerderij, dan kunnen deze aan stevigheid in boeten. Alle andere inheemse boktorren hebben deze eigenschap niet. Ze zetten hun eitjes af op levend of vermolmd hout van een specifieke soort boom. Zo bestaat er een populieren boktor, de grote wespenboktor prefereert vers gezaagd eikenhout waar de schors nog om heen zit en de larven van deze kleine wespen boktor leven bij voor keur in vermolmd beukenhout. En dan nog specifiek in hout waar een bepaalde schimmel in voor komt. Welke deze schimmel dat is, heb ik niet kunnen uit vinden. Boktorren hebben meestal zeer lange antennes, maar dat heeft deze soort net weet niet om z´n gelijkenis met de wesp niet te verstoren.

Waar

De kleine wespenbok komt voor in Europa, Klein-Azië en Rusland en is in Nederland een vrij algemene soort die leeft in loofbossen en voornamelijk op boomschors en bladeren wordt aangetroffen.

 plantenVingerhoedskruid20 jun 2016juni

Vingerhoedskruid, 20 jun 2016

 vvingerhoedskruid

Al 5 jaar hebben we vanuit Stichting MEERGroen het Wandelbos Hoofddorp in beheer. Dit park is het oudste park in de Haarlemmermeer met bomen van ca 100 jaar oud. Een jaar of 10 geleden hebben we er al voorjaarsplanten zoals daslook, sneeuwklokjes, longkruid en narcissen geïntroduceerd die inmiddels sfeerbepalend zijn geworden in de periode januari tm mei. Vorig jaar zijn we aan de slag gegaan met zomerplanten. De meest opvallende soort daarbij is het vingerhoedskruid. Deze soort hoort thuis in half beschaduwde open plekken in het bos het bos. Het is een zgn. kapvlaktesoort waar 2 variëteiten van bestaan: een paarse vorm en een witte. Beide variëteiten zijn te vinden.

Bijzonder

Vingerhoedskruid is een soort die vooral door hommels bezocht wordt. De bloem van ca 5 cm diep moet door de hommels ‘bestormd’

worden om achterin bij de nectar te komen en de hommel wordt daarbij dik onder het stuifmeel bestoven. De bloem heeft een stippelpatroon die de insecten de weg wijst naast binnen. Vingerhoedskruid behoort tot de zogenaamde heksenkruiden: 20-30 soorten die hallucinerende, verdovende, geneeskrachtige, rustgevende of andere werkingen hebben en die voor allerlei toepassingen in zalfjes en drankjes verwerkt werden. Vingerhoedskruid bevat stoffen die effect hebben op het hart. De stoffen zijn erg giftig en een verkeerde dosis kan fataal zijn. Overigens zijn alle plantensoorten kleine chemische fabriekjes, met als enig gemeenschappelijk doel: ze willen niet door het leger van kevers en larven worden opgegeten en maken zich elk op hun eigen manier onaantrekkelijk. Dat werkt bij de ene soort beter dan de ander, zoals geconstateerd kan worden aan de mate van vraat. Soms maakt een plant een bijzondere veelzijdig symmetrische top bloem: een pelorische bloem. Toevallig meldde een lezer deze week dat hij zo’n bloem voor het eerst in 30 jaar in zijn tuin had, (foto)

Waar

Vingerhoedskruid is een Europese plant van open plekken (kapvlaktes) in bossen.

 plantenHeksenmelk13 jun 2016juni

Heksenmelk, 13 jun 2016

 heksenmelk

Iedereen weet dat bijen nectar verzamelen en daar honing van maken. Een van de manieren waarop bijen die nectar vinden, is dat ze gericht zijn op bloemen die zo hoog mogelijk opgericht worden om ze onder de aandacht van hun bestuivers te brengen. Maar nectar is bij sommige planten ook te ruiken. Bijen zijn daar natuurlijk veel beter in dan wij mensen, met onze vrij armzalige reukorganen. Maar er is een groep van planten, waarbij zelfs wij de geur van nectar al op 30m afstand kunnen ruiken. En de periode om dat te ervaren is net aangebroken. De planten met de sterkste honingzoete geur die ik ken, zijn namelijk de wolfsmelkachtigen. Daar zijn heel veel soorten van, maar een van de meest algemene heet heksenmelk.

Bijzonder

Op De Heimanshof staan minstens 8 soorten wolfsmelk: naast heksenmelk, is er cypreswolfsmelk (op het

duin), moeraswolfsmelk (aan de waterkant), kruisbladwolfsmelk en stinkende gouwe (op natuurmuren), amandelwolfsmelk (in het bos), en stijve wolfsmelk en kroontjeskruid (op akkers en tuinen). Alle wolfsmelkachtigen produceren een wit melksap, dat irriterend is in de mond. Bij allemaal is dat melksap wit, behalve bij stinkende gouwe, waarbij dat sap een gouden kleur heeft (en werkt tegen wratten). Waar de naam heksenmelk vandaan komt heeft daarom nauwelijks meer een verklaring nodig: een heksenmelkplant die gebroken wordt produceert veel latex-achtig melksap, dat niet lekker smaakt. Wolfsmelkbloemen zijn niet alleen bijzonder omdat ze zo sterk naar nectar ruiken. Hun bloemen zijn ook sowieso bijzonder: het zijn zogenaamde schijnbloemen die omgeven zijn door geelgroene schutbladen. Daarbinnen bevindt zich één vrouwelijke bloem, omringd door meerdere mannelijke bloemen die gereduceerd zijn tot één meeldraad. En natuurlijk de honingklieren (foto).

Waar

De wolfsmelkfamilie of Euphorbia is zeer groot en komt wereldwijd voor. Blijkbaar is de combi van irriterend melksap en de sterke nectar evolutionair een gouden greep geweest.

 vogelsRoodhalsgans24 mei 2016mei

Roodhalsgans, 24 mei 2016

 roodhalsgansmetbrandgans

Eind april, begin mei verbleef er een bijzondere gans in De Haarlemmermeer langs de Fokkerweg op Schiphol-Oost. Roodhalsganzen broeden in noordelijke Arctische streken in Centraal Siberië en de meeste dieren overwinteren rond de Zwarte zee in Bulgarije en Roemenië. Dat zijn er überhaupt niet zoveel. De hele wereldpopulatie wordt geschat op een kleine 60.000 dieren en jaarlijks worden het er minder. Dat komt vooral door illegale jacht en verstoring bij legale jacht op andere soorten ganzen. Om deze reden is de roodhalsgans een bedreigde diersoort. Jaarlijks dwalen er een aantal exemplaren af naar West-Europa die meevliegen met andere ganzen. En een paar daarvan komen in Nederland terecht. Meestal zijn het er per jaar niet meer dan een stuk of 20. Dit exemplaar was waarschijnlijk een afgedwaalde trekvogel die inmiddels zijn reis weer heeft hervat. Een roodhalsgans leeft van

gras en zaden. Hij kan 20 jaar oud worden en is volwassen na een jaar of 3, waarbij het paartje - zoals bij vele ganzen- en zwanensoorten - levenslang bij elkaar blijft.

Bijzonder

De roodhalsgans heeft een bijzonder fraaie tekening (zie foto). Maar je ziet hem niet snel. Het is een kleine ganzensoort, die meestal onopvallend tussen groepen van andere soorten verblijft. Meestal brandganzen, wat ook een arctische gans is. Behalve z’n bijzondere tekening heeft deze soort ook een bijzonder broedgedrag. Hij nestelt graag op steile kliffen en dan liefst in de buurt van nesten van grote roofvogels zoals slechtvalken en sneeuwuilen. Deze roofvogels houden wellicht andere roofdieren op een afstand. En het wordt vaker vermeld dat roofvogels geen ‘buren’ aanvallen of opeten. Mogelijk omdat zij weer baat zouden hebben bij alerte en waakzame buren die mee op de uitkijk staan voor naderend gevaar.

Waar

In de zomer leeft de roodhalsgans op de noordelijke toendra’s en moerassen van Centraal Siberië. In de winter zoekt hij graslanden en stoppelvelden of wintergraanakkers in Europa op.

 plantenVingerhoedje9 mei 2016mei

Vingerhoedje, 9 mei 2016

 vingerhoedje

Het is in deze column al vaak aangegeven: je vindt niet alleen paddenstoelen in de herfst, maar je kunt ze het hele jaar door vinden. April en mei zijn daarbij de maanden dat paddenstoelenliefhebbers uitkijken naar morieljes. Dat zijn prachtige paddenstoelen met ruitvorming ingesneden hoeden, zoals de kapjesmorielje (bovenste foto). En ze zijn nog lekker om te eten ook. Lou van der Linde vond deze in het Haarlemmermeerse bos. Maar daar in de buurt stond nog een paddenstoel die ooit tot de morieljes werd gerekend, maar die nu bij de valse morieljes staat: het vingerhoedje. Deze paddenstoel heeft een lange taps toelopende steel, waar het hoedje bijna los op lijkt te balanceren. Dit hoedje is ook nauwelijks ruitvorming ingesneden. Bij de echte morieljes zit het

hoedje over zijn gehele lengte aan de steel vast (foto onder).

Bijzonder

En belangrijker nog: het vingerhoedje is wel eetbaar, maar pas na een degelijk voorbereiding. Hij bevat benzine-achtige stoffen die pas bij flink verhitten verdampen. Maar je weet nooit wanneer ze er helemaal uit zijn en waar die stoffen blijven in de lucht. Dus het is daarom beter om deze paddenstoelen (en ook bijna alle andere) lekker te laten staan zodat andere mensen er ook van kunnen genieten en ze hun sporen kunnen produceren en verspreiden.

Waar

Morieljes zijn paddenstoelen die organisch materiaal verteren uit de humuslaag (saprofiet) en ze houden van losgewoelde aarde die wat kalk bevat. In die zin passen ze bij de Haarlemmermeerse grond (die in de zeeklei nog schelpen bevat).Het vingerhoedje wordt gedacht naast saprofitische ook mycorrhiza eigenschappen te hebben. Dat wil zeggen dat hij samenleeft met een boom waarmee hij mineralen uitwisselt en daarvoor suikers terug ontvangt. En waarschijnlijk is het de meidoorn waarmee hij deze wederzijds voordelige (symbiotische) relatie heeft.

 bomenBeuk25 apr 2016april

Beuk, 25 apr 2016

 beuk_staand

Eind april, begin mei is er een explosieve groei gaande in de natuur. In vier weken tijd verandert onze omgeving van grijs en grauw naar fris groen in duizend tinten. Een van de meest indrukwekkende gedaanteverwisselingen om te volgen, is die van de beuk. Meestal gebeurt dat in de eerste week van mei, maar door het zachte weer lijkt ook deze boom zich te laten verleiden om eerder in blad te gaan. De beuk maakt namelijk lange winterknoppen die zich in luttele dagen lijken uit te rollen. En dan komt er niet alleen een blad uit, maar een hele twijg met een stuk of 6 bladeren. De beuk maakt zo’n dicht bladerdak dat er bijna geen andere planten onder kunnen groeien.

Bijzonder

De beuk is een boom die niet erg houdt van de zware Haarlemmermeerse klei. Op goed doorlatende zandgrond staan er veel meer. Toch staan er in onze polder vaak mooiere exemplaren

dan op de arme ‘voorkeursgronden’. Een paar van de mooiste bomen uit de ‘Bomenroutes om bij weg te dromen’ zijn beuken. Let maar eens op langs de Hoofdvaart in Hoofdorp bij de afrit van de N201, waar een prachtige treurbeuk staat. Honderd meter verder, bij de inrit van Industrieterrein Noord (Woodward) staat een prachtige beuk van 5 meter omtrek. De allermooiste beuk staat aan de Kromme Spieringweg bij een van de eerste boerderijen van de polder. Die is echt net zou oud als de polder + 10 jaar en meet 6 meter in omtrek. De oudste beuk van polder staat bij gemaal Buitenkaag. Die is waarschijnlijk geplant als 20 jarige rond 1845. Helaas is er om deze boom te ruw gemaaid, zodat een platte tonderzwam vat heeft gekregen op het hout en deze boom binnen 20-30 jaar dood zal zijn.

Waar

De beuk is een van de inheemse bomen van Europa, die verder alleen in de Verenigde Staten is ingevoerd. Mede om dat hij op arme grond groeit, maakt de beuk gebruik van schimmels om aan moeilijk beschikbare voedingsmiddelen te komen. Zulke schimmels die ook weer profiteren van suikers die de boom hen teruglevert, zijn bijvoorbeeld het eekhoorntjesbrood en andere smakelijke boleten.

 vogelTapuit11 apr 2016april

Tapuit, 11 apr 2016

 tapuit

Midden op het open veld bij de Geniedijk en de A4 zag ik deze week een vogel die ik nog nooit in de Haarlemmermeer had gezien: hij viel op door z′n opvallende zwart wit geblokte staart bij het opvliegen: onmiskenbaar een tapuit. Dit kleine vogeltje uit de familie van de vliegenvangers kwam vroeger veel meer voor. Dit exemplaar zou een broedgeval kunnen zijn, maar is meer waarschijnlijk een doortrekker. Het voorkomen van tapuiten is sterk gebonden aan de aanwezigheid van konijnen, die de vegetatie kort grazen en met hun gegraaf zorgen voor plekken met open zand en nestgelegenheid in konijnenholen. In heideterreinen nestelt een groot deel van de tapuiten echter in ingerotte boomstobben die na kapwerkzaamheden zijn achtergebleven. Maar daar kunnen roofdieren er makkelijk bij.

Bijzonder

Tapuiten zijn trekvogels die in Afrika

op de savannen ten zuiden van de Sahara overwinteren en vroeg in de lente terugkomen. De tapuit legt van alle zangvogels de grootste afstand af tijdens de jaarlijkse trek. De soort broedde vooral op de Waddeneilanden en in mindere mate in de duinen van Noord-Holland en Zuid-Holland. Reeds in de jaren 1960 waren er aanwijzingen dat de stand achteruit ging. In de jaren 1990 werd de tapuit schaars in de duinen op het vaste land. In het binnenland komt de tapuit nog voor op heidevelden en zandverstuivingen op de Veluwe, in Drenthe en Zuidoost-Friesland. Door het intensieve gebruik van de grond in Nederland voor bebouwing, landbouw, bosaanplant, etc. is de hoeveelheid oppervlakte die geschikt is als broedgebied voor de tapuit enorm afgenomen. Door atmosferische stikstofdepositie zijn er steeds minder schrale open, zandige plekken, die onmisbaar zijn.

Waar

Tapuiten houden van open terrein zonder struiken en bomen. Ze zijn te vinden op weiden en akkers met stenen muren, hoogveen- en duingebieden, stuifzanden, rotsachtig terrein, eilanden, kusten, berghellingen en morenen. Ze nestelen in rotsspleten, stenen muren, steenhopen, konijnenholen, etc.

 vogelsBlauwe reiger1 apr 2016april

Blauwe reiger, 1 apr 2016

 blauwereiger

Het Wandelbos Hoofddorp is een van de terreinen, waar we wekelijks beheer uitvoeren. Daardoor raken we goed bekend met de flora en fauna van dit park waarvan de oorspronkelijke bomen (uit 1935) al 100 jaar zijn. Een van de bekendste en luidruchtigste bewoners van het park is de blauwe reiger. Al lange tijd nestelen daar in de hoogste toppen van de bomen ( 30-35 m!) een 40-tal broedparen van deze soort. Het rauwe geluid van de volwassen reigers wordt al sinds januari steeds meer vergezeld van een beschaafder (maar onophoudelijk) ′kekkekkek′. Dat is het geluid van jongen die permanent om eten bedelen. Dat er in januari al jongen zijn, is bijzonder voor inheemse soorten. Ook nijlganzen en halsbandparkieten hebben zo vroeg al jongen, maar dat komt omdat zijn geen weet hebben of rekening houden met winterse condities en broeds worden zodra de dagen na kerst gaan lengen. Maar reigers zijn inheemse soorten

die moeten weten dat het tot ver in maart koud en guur kan zijn (zeker op 30 m hoogte).

Bijzonder

Dat betekent dat reigers, die er in de winter meestal nogal kleumerig bijstaan, een heel uitgekiende warmtehuishouding en jaagtechniek moeten hebben. Misschien moeten we in die jaagtechniek het bedelen om voedsel bij winkels, burgers en snackbars meenemen. Verder leven reigers van vis, amfibieën, muizen en mollen (foto). Reigers maken dan ook braakballen. Maar ze hebben zo′n sterk maagzuur dat alleen nagels en haren overblijven. Tegenwoordig zijn kolonies van 30- 40 nesten redelijk normaal, maar een paar 100 jaar geleden waren kolonies van 500-1000 nesten normaal. Dat wijst toch weer op een achteruitgang van het natuurlijke terrein door verstedelijking en landbouw.

Waar

Behalve in het Hoofddorp is er een kolonie in het Badhoevedorpse wandelbos. Maar die zal wel ten prooi vallen aan de ′ontwikkeling′ van de omlegging van de A9. Bij ons zijn reigers standvogels. Ten noorden van Denemarken zijn het zomergasten en rond de Middellandse zee komen ze voor als wintergasten.

 bomenGewone Esdoorn13 mrt 2016maart

Gewone Esdoorn, 13 mrt 2016

 gewoneesdoorn

Op de woensdag voor 21 maart wordt in heel Nederland de Nationale Boomfeestdag gehouden. Bij veel scholen en in parken worden dan ceremonieel bomen geplant om de waarde van bomen te onderstrepen. De waarde van bomen wordt niet alleen door hun aantal bepaald, maar eerder door hun kroonvolume en ecologische relaties met andere soorten: een kroon van een gekapte boom van 10 x 10 x 10 meter, heeft dan een waarde van 1000, en dat wordt niet gecompenseerd door een boom met een kroon van 1 x 1 x 3 meter met een waarde van 3! (zoals maar al te vaak gebeurt). Ook veel burgers die hun tuin liever bestraten omdat dat ′makkelijker′ is, doen zichzelf, de flora en fauna en de samenleving tekort (omdat al die bestrate oppervlaktes grote problemen geven met opvang van regenwater). Daarom is De Heimanshof al 9 jaar geleden gestart met de boomweggeef-traditie: uit de tuin en de gebieden onder beheer van MEERgroen

verzamelen we boompjes die meerwaarde in tuinen en terreinen hebben. Dit jaar zijn er tussen 16 maart en 1 april 10.000 boompjes van 60 soorten te vergeven. De enige tegenprestatie die verlangd wordt voor het natuurvriendelijk inrichten van uw eigen terrein, is het lid worden of sponsoren van De Heimanshof.

Bijzonder

Een van de best uitzaaiende soorten in Nederland is de Gewone Esdoorn. De esdoorn is een soort die 35m hoog en 500 jaar oud kan worden en opvalt door z′n vlammende herfstkleuren. Esdoornbladeren zijn kenmerkend handvormig ingesneden met groffe punten (foto) en de zaden bestaan uit dubbel gevleugelde ′helikoptertjes′. Esdoorns kunnen last hebben van een schimmel die ronde zwarte vlekken op de bladeren geeft. De meeste van de weggeef-esdoorns komen uit het Groenendaalse bos, waar een paar moederbomen miljoenen zaailingen hebben geproduceerd, die niet in de smaak vallen van de Schotse Hooglanders die er grazen.

Waar

De Esdoorn komt oorspronkelijke uit Zuid-Europa, maar voelt zich al sinds de Middeleeuwen in onze regio op elke bodem thuis, zolang die niet te nat is.

 insectenRoodwitte celspin7 mrt 2016maart

Roodwitte celspin, 7 mrt 2016

 roodwittecelspin

De afgelopen tijd zijn we op De Heimanshof bezig met het bouwen van een nieuwe natuurmuur. Die bouwen we van stenen die elders niet meer van pas komen. De tegels, klinkers en andere minder mooie stenen vormen de achterwand en aan de voorkant en bovenop komen mooie natuurstenen met daartussen planten. Al met al gaat het om tienduizenden stenen. Bij het af- en opstapelen kwamen vele diertjes te voorschijn: pissebedden, duizendpoten, wormen en wat vandaag erg opviel was een aantal soorten wolfspinnen. De meeste mensen kennen vooral webspinnen zoals de kruisspin. Maar zoals altijd in de natuur zijn er vanuit het ′spinnenconcept′ weer talloze soortvertakkingen ontstaan. Een van de grotere spinnenfamilies bestaat uit wolfspinnen. Zij maken geen web, maar vangen hun prooi door ze te bespringen. De celspinnen binnen

die groep kunnen wel draden spinnen, maar gebruiken die om voor zichzelf een cel te spinnen, van waaruit ze in hinderlaag liggen.

Bijzonder

We kwamen wel 3-4 soorten overwinterende wolfspinnensoorten tegen, maar de meest herkenbare daarvan was een rode spin met een bleek opgezwollen achterlijf, dat ongetwijfeld vol zat met eitjes. En dat was dus de Roodwitte celspin. Het bijzondere van deze spin is dat hij (vrijwel) uitsluitend leeft van pissebedden. Om door het stevige pantser van die pissebedden heen te komen, is deze spin uitgerust met vervaarlijke kaken(foto). Deze kaken, die bij vrouwtjes soms een halve cm. lang zijn, kunnen ook door onze huid steken en pijnlijke blaasjes geven. Het is een nachtjager die slecht ziet met z′n 6 oogjes. De vrouwtjes kunnen ruim 2 cm. groot worden en zijn - zoals bij alle spinnen - aanmerkelijk groter dan de mannetjes.

Waar

De Roodwitte celspin komt bijna wereldwijd voor in de gematigde streken. Dat komt omdat hij met de mensen is meegelift. Oorspronkelijk zou de soort uit Zuid Europa of Noord Afrika komen. Zijn leefgebied is tussen stenen, tussen rottend hout en in composterend materiaal.