bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Buxusproblemen?, 20 jul 2018

 buxusproblemen

Dit jaar heb ik bij het lopen voor collectes wel 1000 huizen, dus ook voortuinen bezocht. In wel 400 van die tuinen stonden buxusstruikjes. Hetzij solitair of in al-of-niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxuscreaties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxusmot hadden zien aankomen en met (veel) gif gestrooid hadden. De buxusmot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te rekenen naar de impact in de hele Haarlemmermeer, laat staan heel Nederland.

Bijzonder

In De Heimanshof hebben we ook buxusstruiken, vooral als heggetjes in de klooster-/kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxusmot in en ik had me als beheerder al verzoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar

wie schetst mijn verbazing dat week na week verstreek en dat ondanks het ideale (warme en droge) buxusmotweer de heggetjes geen schade kregen en de aangetaste stukken zich zelfs herstelden. (foto). Dat vraagt natuurlijk om een verklaring. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het normale stedelijke milieu de biodiversiteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvangen van de te verwachten hoosbuien en hittestress van de klimaatverandering die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heimanshof hebben we een maximale biodiversiteit, zowel veel vogels (in aantal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lusten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel biodiversiteit zoals in De Heimanshof het probleem zich zelf oplost of niet de vorm van de catastrofe aanneemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar

?

Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus probleem niet optreedt. Wie weet komt daar een structurele oplossing uit. Maar meer gevarieerd ecologisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 10 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 paddenstoelenKogelhoutskoolzwam22 feb 2014februari

Kogelhoutskoolzwam, 22 feb 2014

 kogelhoutskoolzwam

Op dood hout van de es kun je donkerbruine tot zwarte halve bollen van 1-9 cm diameter vinden. Deze kogelhoutskoolzwammen lijken op verkoolde cakes.

Volwassen exemplaren zijn voorzien van uiterst fijne openingen waardoor in april en mei donkere sporen naar buiten gestoten worden, die je dan als een ring zwart sporenstof om de zwam kunt aantreffen. Deze worden in een soort mini-kamertjes, vlak onder het oppervlak gevormd. Wanneer je een exemplaar doorsnijdt zijn er meer dan 10 verschillende laagjes te zien (foto). Deze zijn wit-grijzig en van elkaar gescheiden door een donkere strook.

Ze doen denken aan de jaarringen van bomen, maar kogelhoutskoolzwammen groeien van oktober tot maart. In die tijd worden de verschillende laagjes dus gevormd.

Alleen de buitenste laag maakt sporen. Die ziet er dan ook anders uit dan de onderliggende laagjes.

Kogelhoutzwammen spelen een rol bij de houtafbraak en maken geen levende bomen dood. In Nederland is de soort vrij zeldzaam.

Bijzonder

Een bijnaam van de kogelhoutskoolzwam in Engeland is Cramp Balls: in verpulverde vorm zou deze als middel (norit) tegen maag- en darmbezwaren hebben gediend.

Recent onderzoek toonde aan dat loofhoutwespen of zwaardwespen een nauwe relatie met houtskoolzwammen hebben. Vrouwtjes van deze houtwesp dragen mycelium van een houtskoolzwam met zich mee in speciale toegeruste organen. Als ze eitjes leggen in het hout van de boom van hun voorkeur, dan infecteren ze daarmee het hout tegelijkertijd met de schimmel. Als de wespeneitjes uitkomen, leven de larven van de schimmel en van het door de schimmel ‘voorverteerde’ hout.

Waar

Kogelhoutskoolzwammen zijn, dankzij hun stevigheid, jaarrond te vinden op loofhoutboomstronken en takken, speciaal op essenhakhout. Het mooiste en oudste essenhakhout in de Haarlemmermeer (350 jaar oud) is te vinden in de Eendenkooi van Vijfhuizen. Hier is deze zwam dan ook algemeen. Ook in natuurspeelplaats Meermond troffen we hem aan deze week.

 plantenKraailook16 feb 2014februari

Kraailook, 16 feb 2014

 kraailook

Alle planten die we als voedingsgewassen gebruiken, zijn uit het wild afkomstig en naar onze smaak en voorkeuren veredeld.

Een van de meest gebruikte plantensoorten is de ui.

In het wild bestaan nog veel andere uiensoorten. Allemaal met de karakteristieke smaak en geur van een zwavelhoudende vluchtige stof die in ons traanvocht omgezet wordt in zwavelzuur.

Maar elke soort voegt daar weer zijn eigen elementen aan toe. Zo werkt het altijd in de natuur: als een soort een nuttige aanpassing doormaakt (in dit geval onappetijtelijk worden voor insectenvraat) ontwikkelen zich variëteiten en soorten voor allerlei specifieke omstandigheden: een ui voor de bosrand, voor het bos, op de velden, een moerasvorm, etc.

Alleen in De Heimanshof hebben we minstens 8 soorten staan: armbloemig

look, daslook, driekantig look, slangenlook, bieslook, berglook, moeslook en kraailook.

Bijzonder

Kraailook staat vooral in (blauw)graslanden.

Het vormt zoals alle uien een (zeer klein) bolletje. Het ronde blad van de kraailook (foto) is blauwgroen en vezeliger dan de andere soorten.

Hoe algemeen kraailook wel is, is vooral in deze tijd van het jaar te zien. Op de ca. 300 m2 weidegebied van de heemtuin staan er miljoenen. Dat ze nu zo goed te zien zijn, komt door een andere uieneigenschap: de meeste plantensoorten en ook grassen gedijen pas bij temperaturen boven de 10 graden, maar uien (mede dankzij de reservestoffen in hun bolletje) groeien de hele winter door zolang de temperatuur maar boven 0-5 graden is.

Zo kleuren al onze voedselarme graslanden blauwgroen mede door deze kraailookbladen. Kraailook bloeit van juni-augustus. Omdat ze vanaf mei geduchte concurrentie ondervinden van grassen en andere soorten komen er maar een paar honderd tot 1000 in de tuin tot bloei. Zo zijn uiensoorten ideale gewassen in een groentetuin: je plant ze in september en ze groeien de hele winter door.

Waar

Kraailook staat vooral in bermen, maar gedijt ook in bossen in heel Europa en een deel van Amerika.

 paddenstoelenGekraagde Aardster5 jan 2014januari

Gekraagde Aardster, 5 jan 2014

 gekraagdeaardster

De natuur lijkt in rust in de winter, maar niets is minder waar.

Voor de goede waarnemer is er volop activiteit waar te nemen.

Zo zwerven er miljoenen wintergasten door ons land die overleven op de bessen en grassen van onze rijke rivierdeltagronden.

In de bossen is het al een gekrioel van planten. Dat komt omdat de bosplanten hun levenscyclus rond moeten hebben voor het bladerdek van de bomen gesloten is. Dat is goed te zien in De Heimanshof waar nu al weer 3 soorten planten bloeien en 40 soorten stinsenplanten zich massaal uit de strooisellaag omhoog werken. Dat doen ze vanuit reservestoffen in bolletjes en wortelstokken.

Spiedend naar de bolletjes valt ook op dat er ook gedurende de winter nog veel paddenstoelen te vinden zijn: bv judasoren en vele soorten elfenbankjes, kogelzwammen en opvallende gele

trilzwammen. De meest curieuze zwam die plaatselijk algemeen uit de strooisellaag tevoorschijn komt, is de gekraagde aardster.

Bijzonder

De gekraagde aardster is een zogenaamde buikzwam, die verwant is aan de bovisten. Deze soorten maken bolvormige vruchtlichamen die grotendeels verstuiven in de vorm van sporen.

De gekraagde aardster barst in 2 niveaus open.

De buitenste wand is heel dik en barst in de vorm van een ster open, waarmee hij zich naar boven drukt uit de strooisellaag.

Daarbij komt een 2-5 cm dikke bol vrij met een heel dun velletje, waarin bovenin een gaatje valt. Door regendruppels en dieren die er op stappen, worden de rijpe sporen in dit bolletje als een soort vulkaan explosie weggeblazen. (Zie foto). Heel leuk voor kinderen (en volwassenen) om eens te proberen. Veel bovisten zijn eetbaar zolang de sporen niet rijp zijn. Van de gekraagde aardster is dit niet zo bekend, want hij drukt zich pas boven de grond uit als de sporen rijp zijn. De sporen werden in traditionele geneeskunst gebruikt om ontstekingen en bloedingen tegen te gaan.

Waar

De Gekraagde Aardster komt wereld wijd voor in gematigde streken. In de Heimanshof staan veel exemplaren.

 plantenpluimzegge30 dec 2013december

pluimzegge, 30 dec 2013

 pluimzegge

Sinds de zomer van dit jaar is MEERGroen ook met een werkgroep in Heemstede vertegenwoordigd. Daar hebben we een natuurspeelplaats van 5.5 ha in beheer genomen op nauwelijks 100 m van de Haarlemmermeer. Deze natuurspeelplaats is 3 jaar geleden gemaakt op de oude vuilnisbelt van Heemstede en heet Meermond. Op 100 m van het Cruquius gemaal ligt dit terrein op de plek waar het Spaarne begint en wat ik hartelijk in uw aandacht wil aanbevelen om eens te gaan ontdekken. Een semi-wild terrein van 5.5 ha is nl een heerlijke ruimte voor kinderen ( en volwassenen) om los te gaan. Zeker met de kabelbanen, pontje, wilgen labyrint, heel veel hout om mee te slepen en heuvel partijen. Wij zorgen voor de talloze bessendragende stuiken, bloemenweides, het insectenhotel, de ijsvogel poel en de talloze paddenstoelenlocaties, bouwen aan uitbreiding van het wilgenlabyrint en maken ruimte vrij voor

een boomgaard. We werken er elke vrijdag en vonden er afgelopen week een prachtig vergeten moerasje met bijzondere vegetatie waarvan de Pluimzegge het meest opviel(foto). Dit is een bedreigde en dus beschermde polvormende soort zegge die zeer oud kan woorden en daardoor ook zeer groot. Sommige van de exemplaren waren ruim een meter hoog.

Bijzonder

De pluimzegge hoort in veenmoerassen en is door zijn grootte en massa soms een levensredder voor mensen en dieren die in moerassen verdwalen. Je kunt nl van de ene pol naar de ander springen of waden. Maar ook door zijn grootte vormt hij een aansprekende en beeldbepalende soort. Er zijn ca 200 zegge soorten in Nederland, waarvan veel soorten makkelijk met elkaar kruisen en daardoor moeilijk uit elkaar te houden zijn. De pluimzegge is echter zeer karakteristiek. Het woord zegge is afkomstig van een oud Germaans woord, dat snijden betekent. De bladeren kunnen nl zeer scherp zijn.

Waar

De ca 50 pluimzegges van Meermond staan in de oever van het Spaarne, maar ook op De Heimanshof zijn een 10-tal pluimzegges van een jaar of 40 oud te bewonderen.

 vissenGiebel (2)9 dec 2013december

Giebel (2), 9 dec 2013

 giebel2goudvis

De Giebel is de wilde vorm van de goudvis (foto). Naast de normale wijze van voortplanting, blijkt de giebel over een bijzondere strategie te beschikken: Paairijpe vrouwtjes giebels dringen zich tussen de paaiende karpers en zetten hun eieren af. Daarbij bleek, dat de zaadcellen van (kroes)karpers, de eicellen van de giebel prikkelden om zich te gaan ontwikkelen. De zaadcellen dringen hiervoor de eicel binnen, maar er vindt geen versmelting plaats zoals in het normale voortplantingsproces. Er is daarom geen sprake van bevruchting. De eicellen bevatten daardoor uitsluitend vrouwelijke eigenschappen, met als gevolg dat er ook alleen maar vrouwelijke nakomelingen uit worden geboren. Deze zijn in uiterlijk en erfelijk opzicht precies gelijk aan de oudergiebel. Men noemt dit ook wel "klonen". Deze unieke wijze van voortplanting (gynogenese), heeft ertoe heeft bijgedragen dat de giebel zich in korte tijd over grote delen

van Azië en Europa heeft kunnen verspreiden.

Buiten de "hulp" van karper en kroeskarper, bleek de giebel zich ook succesvol te kunnen voortplanten met behulp van blankvoorn, zeelt, grote modderkruiper en zelfs regenboogforel.

Gynogese is dus een bijzondere vorm van maagdelijke voortplanting.

Extra bijzonder bij de Giebel is ook nog dat deze vis niet 2 sets chromosomen heeft in zijn celkern (dat heet diploid: zoals bijna alle hogere planten en dieren) maar drie: de soort is dus triploid.

Waar

De natuurlijke verspreiding van de Giebel is van West-Siberië tot Roemenië, Bulgarije, Griekenland en Turkije. De soort komt al sinds de zeventiende eeuw in Duitsland voor. Er is maar weinig bekend over de levenswijze van de giebel. In grote lijn komt deze waarschijnlijk overeen met de levenswijze van de kroeskarper. Water met een weelderige plantengroei en een zachte modderige bodem hebben de voorkeur van de giebel. De giebel is een sterke vis die goed tegen vervuild water kan. Het is vaak een van de laatste vissoorten die in vervuild water gevonden wordt.

 vissenGiebel (1)27 nov 2013november

Giebel (1), 27 nov 2013

 giebel1

In de Heimanshof hebben we sinds juni een nieuw element aan de ecologische variatie in de tuin toegevoegd: onze onderwater-ontdekwereld.

Inmiddels leven in onze 12 aquaria zo’n 30 soorten vissen, kreeften, mossels, amfibieën en andere onderwater dieren en planten. Het is fascinerend om meer te leren over het gedrag en de leefcondities van de vele organismen die er onzichtbaar onder water naast ons leven.

Een van mijn vele onderwater ontdekkingen was de Giebel. Achter deze ietwat lachwekkende naam schuilt een brons- of goudkleurige vis, die niet inheems was, maar inmiddels zoals zoveel soorten wel ingeburgerd is (foto). Het is een Aziatische karpersoort waaruit in China, al zo’n 4000 jaar geleden, goudvissen zijn gekweekt.

De giebel is een grondelaar. Daardoor draagt hij bij aan vertroebeling

van het water, net als brasems en kapers. Het is een alleseter: naast dierlijk voedsel als dierlijk plankton, insectenlarven en kleine kreeftachtigen, eet de giebel ook algen en plantendelen. In de winter stopt de voedselopname. Veel Giebels zijn waarschijnlijk afstammelingen van uitgezette goudvissen die hun rode of oranje kleur verloren hebben. In de vrije natuur verdwijnen deze kleurvormen doordat ze te veel opvallen en als eerste ten prooi vallen aan rovers. Zo blijven er op termijn alleen wildkleurige exemplaren over.

Bijzonder

De giebel kan vanaf het tweede jaar geslachtsrijp zijn. Het aantal eieren kan oplopen tot circa 400.000 per vis per jaar. Daardoor is de giebel in staat voor grote aantallen nakomelingen te zorgen. Bij afwezigheid van regulerende roofvissen treedt binnen enkele jaren "vergiebeling" op. Naast de normale wijze van voortplanting, blijkt de giebel over een bijzondere strategie te beschikken: Paairijpe vrouwtjesgiebels dringen zich tussen de paaiende karpers en zetten hun eieren af. Daarbij bleek dat de zaadcellen van (kroes)karpers de eicellen van de giebel prikkelden om zich te gaan ontwikkelen. Volgende column meer (over 2 weken).

 plantenWaternetje13 nov 2013november

Waternetje, 13 nov 2013

 waternetje

Zowel in de Toolenburgse plas als in het meer van het Haarlemmermeerse bos is het water vrij helder en diep. Daardoor worden deze meren druk bezocht door toenemende aantallen duikliefhebbers. En onder water zijn er natuurlijk weer intrigerende flora en fauna zaken te ontdekken. Onlangs stuitte een van de duikers tussen 2-7 m diepte op netvormige wolken bestaande uit groene bolletjes. Deze bolletjes bestaan uit netvormige structuren van 5- 30 mm groot (foto). De netvormige structuur van het waternetje is een kolonie, bestaande uit meerdere cellen. Een volgroeid netje kan een paar cm groot worden.

De groei van waternetjes wordt door hogere temperaturen versterkt. De klimaat verandering heeft veroorzaakt dat waternetjes zich op sommige plekken

tot een plaag kunnen ontwikkelen.

Het is in de zomer veel aanwezig, maar sterft af als het water kouder wordt. Het waternetje overleeft de winter door dikwandige sporen te maken die naar de bodem zakken.

Bijzonder

Een jong netje ontstaat al binnen een volwassen cel. Elk bolletje ontstaat uit één zich opdelende cel binnen een moedercel. Dit worden sporen die zich met zweepdraden binnen de moedercel kunnen bewegen. Al voor het uiteenvallen van de moedercelwand verliezen deze sporen hun zweepdraden en groeperen ze zich in de vorm van een nieuw jong netje. Door het strekken van de cellen groeit het nieuwe netje verder.

Waar

Waternetje is een groenwier, waarvan in (Midden- en West-) Europa 1 en in de wereld 5 soorten bestaan. De foto is gemaakt in het meer van het Haarlemmermeerse Bos waar deze algen voorkomen op 2- 7 m diepte. Het waternetje is bekend uit voedselrijke, vooral stikstofrijke wateren, sloten en plassen. Het kan ook in het kustgebied in water met een hoog zoutgehalte voorkomen.

 insectenkruisspin (4)13 nov 2013november

kruisspin (4), 13 nov 2013

 Kruisspin4Urntjesspinnendoder1

Bij verstoring begint de spin hevig heen en weer te schudden in haar web. Bij ernstige verstoring laat de spin zich loodrecht naar beneden vallen waarbij het lichaam met een spindraad wordt geankerd. De spin houdt zich op de bodem een tijdje schijndood. Na enige tijd klimt de spin hieraan weer naar boven. Kruisspinnen hebben gifkaken maar gebruiken deze alleen om op prooien te jagen en niet om vijanden af te weren. Alleen als een spin tussen de vingers wordt vastgeklemd zal deze in het uiterste geval bijten. Dit voel je wel maar is niet gevaarlijk.

De grootste vijand van de spinnen is het klimaat. Ze lijden vooral onder droogte en zware regenval. Ook de mens is een belangrijke vijand, omdat deze spinnen doodt en hun web vernielt.

De spinnen moeten ook opletten voor sommige sluipwespen zoals spinnendoders, die de spin verlammen en naar het nest brengen. Alle spinnendoders behoren tot wespachtigen, zoals graafwespen. Er zin wereldwijd bijna 5000 soorten bekend. In Nederland komen

ongeveer 65 soorten voor (foto′s Urntjesspinnendoder). De verlamde spin wordt in een holletje gebracht en er wordt een ei bij afgezet. Als de larve van de sluipwesp uit het ei kruipt wordt de kruisspin levend en van binnenuit opgegeten.

Waar

De kruisspin bouwt haar web op open plekken tussen lage boomtakken of in struiken, die van de wind zijn afgeschermd. Het web wordt gemakkelijk door regen en wind vernield, waardoor de kruisspin alleen voorkomt op beschutte plaatsen. Tuinen zijn voor de kruisspin ideaal, omdat deze vaak hogere begroeiing bevatten en relatief goed zijn afgeschermd van felle zon en van wind. De kruisspin heeft een vochtige leefomgeving nodig en kan slecht tegen droogte en komt vooral voor in laaglanden. Een andere weersomstandigheid waar de spin onder lijdt is hevige regenval. De kruisspin komt in grote delen van Europa en delen van Noord-Amerika. In Europa komt de kruisspin voor van noordelijk Scandinavië tot in landen aan de Middellandse Zee.

 Kruisspin4Urntjesspinnendoder2

 insectenKruisspin (3)20 okt 2013oktober

Kruisspin (3), 20 okt 2013

 kruisspinmetprooi

De kruisspin is een groot deel van het leven bezig met het bouwen van een web. Het web is vergelijkbaar met dat van andere wielwebspinnen. Deze spinnenfamilie bouwt een vierkant frame met een spiraalvormige vangdraad in het midden. Deze wordt ondersteund door een aantal draden die van het frame naar het midden van het web lopen waardoor ze doen denken aan spaken. Het web in zijn geheel lijkt hierdoor op een fietswiel waaraan de naam van de spinnen te danken is.

Het web raakt gemakkelijk beschadigd en snel vervuild. Bovendien drogen de draden snel uit, zodat het web iedere dag vervangen moet worden. Dit duurt ongeveer 20 minuten. Ook na iedere vangst moet het web gerepareerd worden, omdat een spartelend prooidier het web beschadigt. De kruisspin bouwt het web op enige hoogte

boven de bodem in struiken en lagere takken van bomen.

Het web is bedoeld om kleine en grotere vliegende insecten te vangen. Bekende prooien zijn vliegen en muggen, wespen en bijen maar ook grotere insecten zoals vlinders worden gegeten. Heel kleine prooien, zoals bladluizen, worden genegeerd. Zodra een prooi het web invliegt, wordt de spin gealarmeerd door de trillingen in de zogenaamde signaaldraden. De spin wikkelt deze snel in een spinselpakket (foto). Pas daarna wordt een beet toegediend die de prooi verlamt. De ingepakte prooi wordt dan uit het web gehaald en in een schuilplaats opgegeten. In de zomer van het tweede levensjaar zijn de wijfjes zo groot dat ze een web van ongeveer 60 cm doorsnede maken. Vooral bij vochtige weersomstandigheden zijn de webben duidelijk te zien doordat ze bedekt zijn met dauwdruppels. Het grootste deel van de volwassen spinnen overleeft de eerste nachtvorst niet.

De voornaamste vijanden van de kruisspin zijn insectenetende vogels, die de spin uit het web plukken. Er zijn ook spinnensoorten die alleen op andere spinnen jagen en hen in hun eigen web aanvallen. Daarnaast zijn kruisspinnen kannibalen en eten ze kleinere soortgenoten.

 insectenKruisspin (2)20 okt 2013oktober

Kruisspin (2), 20 okt 2013

 kruisspinbabies1

De paring is voor een mannetje een hachelijke zaak. De vrouwtjes blijven in hun web terwijl de mannetjes op zoek gaan. Hij laat weten dat hij geen prooi is door trillingen te maken in het web van het vrouwtje. De paring van spinnen is uitwendig. Het mannetje heeft aan de monddelen een ballonnetje. Dit heeft een pipet-achtige werking zodat sperma kan worden opgezogen en later in het vrouwelijke geslachtsorgaan kan worden afgegeven. De geslachtsdelen van het mannetje en het vrouwtje passen exact in elkaar. Als het ballonetje is gevuld, wordt het als een spermapakketje ingebracht.

Na de bevruchting wordt het sperma opgeslagen in een speciaal kamertje. Het vrouwtje heeft een eileider waar de eicellen worden bevrucht en de eieren worden gevormd. Hierbij zwelt het achterlichaam enorm op. De eitjes worden afgezet in een cocon.

Het aantal eitjes varieert met de grootte van het vrouwtje van enige tientallen tot honderden. Als de cocon af is, wordt

deze voorzien van pluizige spinseldraden ter bescherming. De cocon wordt de eerste tijd bewaakt door het vrouwtje. De cocons worden in de herfst afgezet op verborgen plekken in planten en zien er uit als een pluk watten met in het midden de gelige eitjes (foto 1). Het vrouwtje stopt met jagen en sterft korte tijd nadat haar eiercocon is afgezet. De eieren overwinteren; in de lente komen de jonge spinnetjes tevoorschijn, ze hebben een kenmerkende gele kleur. (foto 2).

Jonge kruisspinnen verspreiden zich als het nest wordt verstoord, om enige tijd later weer samen te komen. Ze leven de eerste 7-10 dagen van het voedsel in hun dooier. Daarna klimmen ze zo hoog mogelijk in een plant en spinnen een lange draad. Deze draad wordt door de wind opgepakt en neemt de jonge spin mee de lucht in. Zo verspreiden de kleine spinnetjes zich door de lucht en kunnen ze honderden meters of kilometers verder terechtkomen. Spinnen zijn hierdoor vaak de eerste kolonisatoren van nieuwe geïsoleerde (bv vulkanische) eilanden.

 kruisspinbabies2

 insectenKruisspin (1)7 okt 2013oktober

Kruisspin (1), 7 okt 2013

 kruisspin1

De kruisspin is in tegenstelling tot veel andere spinnen geen schuwe soort, maar eentje die vaak midden in het web zit en moeilijk over het hoofd is te zien.

De naam is te danken aan de op een kruis gelijkend patroon op het achterlijf (foto).

Bij spinnen zien mannetjes en vrouwtjes er totaal anders uit. Vrouwtjes worden 12-17 mm, exclusief poten, terwijl mannetjes ongeveer 5 -10 mm worden. Als spinnen nog jong zijn, verschillen de mannetjes en wijfjes niet veel van elkaar. Na verloop van tijd groeien de wijfjes harder dan de mannetjes. In de zomer van hun 2e levensjaar, als de wijfjes volwassen worden, groeien ze zeer snel. Mannetjes hebben naar verhouding langere poten maar een veel kleiner achterlijf dan een vrouwtje. Vooral vrouwtjes die eieren dragen, hebben een opvallend dik achterlijf.

Wat direct opvalt aan de spin zijn de vier paar lange harige poten. De haartjes dienen om trillingen te voelen. Het lichaam van de spin bestaat uit het achterlijf en het gefuseerde kopborststuk. Een kruisspin heeft 8 puntogen: 4 aan de voorzijde en 2x 2 opzij. In tegenstelling tot insecten die samengestelde facetogen hebben, bestaan spinnenogen uit een enkele structuur met ieder een eigen lens.

Onder de kop bevinden zich 2 paar kaken. De bovenkaken zijn voorzien van klauw-achtige structuren en bevatten een gifkanaal. De spin neemt voedsel op door eerst verteringssappen in de prooi te brengen en deze vervolgens weer op te zuigen.

Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben 3 paar spintepels. Dit zijn de uitscheidingsorganen waarmee het spinnenweb wordt gebouwd, maar waarmee ook prooien en eicocons worden omwikkeld. De spintepels kunnen verschillende soorten draden produceren; stevige en niet-kleverige draden om het frame van het web te maken en de eitjes te voorzien van een beschermende laag.

Aan het einde van de zomer is de kruisspin volwassen. Eenmaal volwassen maken de spinnen veel grotere webben dan jonge spinnen, waardoor ze goed opvallen.

 paddenstoelenHazenpootje29 sep 2013september

Hazenpootje, 29 sep 2013

 hazenpootje

Nu we een paar weken flink regen gehad hebben en de temperaturen nog vrij hoog zijn, is aan het einde van dit groeiseizoen de vertering van de biomassa die zich dit jaar gevormd heeft, volop op stoom gekomen. Er zijn daarom volop paddenstoelen te vinden. (Op 6 oktober is daarover om half 3 een interessante lezing op de Heimanshof).

Deze week bereikten mij een aantal meldingen van inktzwammen.

Inktzwammen groeien op voedselrijke ondergrond. De geschubde inktzwam is, zolang hij wit is, een delicatesse.

De kale inktzwam is ook eetbaar, maar alleen als je ver van alcohol blijft. Alcohol en deze paddenstoel gaan binnen 24 uur ervoor en erna niet goed samen. Je gaat er niet dood van, maar misselijkheid en ander verschijnselen maken het een prima anti-alcoholmiddel. Geen aanrader vooreen restaurant dus.

De

derde inktzwam van deze week was een fragiele beauty, die groeide op houtsnippers in het Wandelbos Hoofddorp. Deze paddenstoel heet hazenpootje omdat de jonge nog niet uitgevouwen hoed dicht bezet is met donzige haartjes.

Bijzonder

Als het paddenstoeltje net verschijnt, is het hoedje hoog en smal, maar wordt stilaan breder en klokvormig, en later vlak en stilaan komvormig en transparant(foto). Naarmate het zwammetje ouder wordt, wordt het hoedje langzaamaan doorschijnend. De plaatjes van het hazenpootje zijn eerst bleekwit, maar verkleuren naar grijs en vervloeien uiteindelijk tot een zwarte inktachtige vloeistof, een typisch kenmerk van de meeste inktzwammen. Het vervloeien van de plaatjes is een ingenieuze strategie waardoor de sporen efficiënter verspreid worden. Bij de meeste inktzwammen, waaronder het hazenpootje, krult het hoedje tegelijkertijd op, waardoor de net afgerijpte sporen steeds in een optimale positie komen om door de wind of aan inectenpoten te worden meegevoerd.

Waar

Het hazenpootje is een inktzwam die bij voorkeur groeit op dode houtresten, en die wereldwijd te vinden is in bossen, maar die je ook in tuinen vaak terugvindt op gehakseld hout.