bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 1 ] Ga naar 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 aalscholvercombivogelsWinterperikelen:Meerkoet en Aalscholver18 mrt 2018maart

Winterperikelen:Meerkoet en Aalscholver, 18 mrt 2018

 aalscholvercombi

Deze maand hadden we voor het eerst in 5-6 jaar echt winterweer met temperaturen rond de -10. Door de sterke zonnestraling en de wind wilde het ijs niet echt betrouwbaar worden. Pas op de laatste dag toen het al weer dooide vond ik een plekje waar ik meer dan 200 m niet door wind wakken gestuit werd. Winterweer heeft ook veel impact op het dieren leven. Zo was de ijsvogel van De Heimanshof al op 12 februari met zijn vrouwtje present om te gaan nestelen. Maar na de vorstperiode heb ik hem nog niet terug gezien. Ik vrees het ergste. Op weg naar m’n schaatsplek nam ik de uitvalsweg naar de A4 door Park 2020: de weg die zo raar kronkelt, dat er elke week wel een auto uit de bocht vliegt…. Op die bewuste zondag had een groep meerkoeten zich verzameld in een windwak naast die weg (foto onder)en graasden op de oever. De auto’s voor mij reden zo belachelijk hard met brullende motoren dat ze de vogels

opjoegen, waardoor er maar liefst 8 tegelijk op de weg fladderden en dood/aangereden werden. Een triest voorbeeld van hoever mens en natuur uit elkaar gegroeid zijn

Bijzonder

Bij het schaatsen zelf liep ik nog zo’n voorbeeld tegen het lijf. Op het ijs lag een dode aalscholver. Bij nadere inspectie bleek hij visdraad om z’n kop te hebben en niet alleen dat: aan de buitenkant zat een gemene snoekhaak in z’n hals zo vast dat we hem er niet eens uit konden krijgen (foto boven) en ook had hij nog zo’n haak met 4 weerhaken vast in zijn keel. Wat een verschrikkelijke manier om dood te gaan. Is vis’plezier’ zoiets waard?

Waar

Meerkoetenzijn zeer algemene water vogels die van alles eten, zowel groen als dierlijk. Bijna elke vijver en kanaal wordt wel door een paartje in bezit genomen. In de winter komen er veel vogels bij uit Centraal Europa. Ook de aalscholver is na een periode van zware vervolging halverwege de vorige eeuw weer met een opmars bezig. Ook in de Haarlemmermeer kunnen ze overal op lantaarnpalen, in bomen en vissend in het water waargenomen worden.

 vlaamsegaaimet_eikelvogelsVlaamse Gaai20 sep 2016september

Vlaamse Gaai, 20 sep 2016

 vlaamsegaaimet_eikel

De Vlaamse gaai is een vogel die het goed doet in de stedelijke omgeving. Oorspronkelijk was het een schuwe bosvogel net als de merel.

Het is een zeer alert dier, waarvan het waarschuwingsroep voor alle dieren in het bos een signaal is om op te passen. Een streek naam is dan ook de schreeuwekster. De naam Vlaamse gaai is wellicht een verbastering van de Franse benaming: gai flamant ( Gaai met de vlammende kleuren). De vogel is nl ook mooi gekleurd ( zie foto). Met name de blauwe veertjes op de vleugels zijn geliefd bij jagers als ornament op hun hoed of pet.

De Gaai is een alleseter: insecten, knoppen, eieren, slakken, noten, vruchten, etc. Er bestaan meer dan 40 ondersoorten van de Vlaamse Gaai. In Nederland is het een standvogel, maar uit noordelijke gebieden komen in de herfst en

winter trekvogels bij ons overwinteren.

Bijzonder

De Vlaamse Gaai heeft het vermogen om veel verschillende geluiden voort te brengen. Naast de krassnede waarschuwingsroep ook totaal onverwachte geluiden. De soort heef een zeer sterke snavel. Daarmee kan hij ook noten en eikels openhakken. Eikels vormen in hersft en winter een hoofdbestanddeel van zijn menu. Zodra in deze tijd de eikenbomen eikels beginnen te produceren breekt er voor de Gaai een drukke tijd aan. Behalve het eten van vele eikels verzamelt hij tot 9 eikels in zijn keelzak, die hij overal en nergens op zachte grond( dus liefst in gespitte tuinen en akkers ) in de grond stopt al wintervoorraad. Een deel van de eikels die hij vergeet ontkiemen tot een boom. Daarmee is de Vlaamse gaai een belangrijke bos bouwer uit de natuur en de voornaamste verspreider van de eik.

Waar

De Vlaamse gaai en een vogel die bos en tuinen als leefgebied prefereert en zich steeds meer aan de menselijke omgeving (steden en recreatie gebieden) aanpast. In Nederland zijn er meer dan 50.00 broed paren end e soort neemt toe. Wereld wijd komt de soort in heel Eurazië voor in beboste gebieden buiten de pool gebieden en de woestijnen.

 roodhalsgansmetbrandgansvogelsRoodhalsgans24 mei 2016mei

Roodhalsgans, 24 mei 2016

 roodhalsgansmetbrandgans

Eind april, begin mei verbleef er een bijzondere gans in De Haarlemmermeer langs de Fokkerweg op Schiphol-Oost. Roodhalsganzen broeden in noordelijke Arctische streken in Centraal Siberië en de meeste dieren overwinteren rond de Zwarte zee in Bulgarije en Roemenië. Dat zijn er überhaupt niet zoveel. De hele wereldpopulatie wordt geschat op een kleine 60.000 dieren en jaarlijks worden het er minder. Dat komt vooral door illegale jacht en verstoring bij legale jacht op andere soorten ganzen. Om deze reden is de roodhalsgans een bedreigde diersoort. Jaarlijks dwalen er een aantal exemplaren af naar West-Europa die meevliegen met andere ganzen. En een paar daarvan komen in Nederland terecht. Meestal zijn het er per jaar niet meer dan een stuk of 20. Dit exemplaar was waarschijnlijk een afgedwaalde trekvogel die inmiddels zijn reis weer heeft hervat. Een roodhalsgans leeft van

gras en zaden. Hij kan 20 jaar oud worden en is volwassen na een jaar of 3, waarbij het paartje - zoals bij vele ganzen- en zwanensoorten - levenslang bij elkaar blijft.

Bijzonder

De roodhalsgans heeft een bijzonder fraaie tekening (zie foto). Maar je ziet hem niet snel. Het is een kleine ganzensoort, die meestal onopvallend tussen groepen van andere soorten verblijft. Meestal brandganzen, wat ook een arctische gans is. Behalve z’n bijzondere tekening heeft deze soort ook een bijzonder broedgedrag. Hij nestelt graag op steile kliffen en dan liefst in de buurt van nesten van grote roofvogels zoals slechtvalken en sneeuwuilen. Deze roofvogels houden wellicht andere roofdieren op een afstand. En het wordt vaker vermeld dat roofvogels geen ‘buren’ aanvallen of opeten. Mogelijk omdat zij weer baat zouden hebben bij alerte en waakzame buren die mee op de uitkijk staan voor naderend gevaar.

Waar

In de zomer leeft de roodhalsgans op de noordelijke toendra’s en moerassen van Centraal Siberië. In de winter zoekt hij graslanden en stoppelvelden of wintergraanakkers in Europa op.

 blauwereigervogelsBlauwe reiger1 apr 2016april

Blauwe reiger, 1 apr 2016

 blauwereiger

Het Wandelbos Hoofddorp is een van de terreinen, waar we wekelijks beheer uitvoeren. Daardoor raken we goed bekend met de flora en fauna van dit park waarvan de oorspronkelijke bomen (uit 1935) al 100 jaar zijn. Een van de bekendste en luidruchtigste bewoners van het park is de blauwe reiger. Al lange tijd nestelen daar in de hoogste toppen van de bomen ( 30-35 m!) een 40-tal broedparen van deze soort. Het rauwe geluid van de volwassen reigers wordt al sinds januari steeds meer vergezeld van een beschaafder (maar onophoudelijk) ′kekkekkek′. Dat is het geluid van jongen die permanent om eten bedelen. Dat er in januari al jongen zijn, is bijzonder voor inheemse soorten. Ook nijlganzen en halsbandparkieten hebben zo vroeg al jongen, maar dat komt omdat zijn geen weet hebben of rekening houden met winterse condities en broeds worden zodra de dagen na kerst gaan lengen. Maar reigers zijn inheemse soorten

die moeten weten dat het tot ver in maart koud en guur kan zijn (zeker op 30 m hoogte).

Bijzonder

Dat betekent dat reigers, die er in de winter meestal nogal kleumerig bijstaan, een heel uitgekiende warmtehuishouding en jaagtechniek moeten hebben. Misschien moeten we in die jaagtechniek het bedelen om voedsel bij winkels, burgers en snackbars meenemen. Verder leven reigers van vis, amfibieën, muizen en mollen (foto). Reigers maken dan ook braakballen. Maar ze hebben zo′n sterk maagzuur dat alleen nagels en haren overblijven. Tegenwoordig zijn kolonies van 30- 40 nesten redelijk normaal, maar een paar 100 jaar geleden waren kolonies van 500-1000 nesten normaal. Dat wijst toch weer op een achteruitgang van het natuurlijke terrein door verstedelijking en landbouw.

Waar

Behalve in het Hoofddorp is er een kolonie in het Badhoevedorpse wandelbos. Maar die zal wel ten prooi vallen aan de ′ontwikkeling′ van de omlegging van de A9. Bij ons zijn reigers standvogels. Ten noorden van Denemarken zijn het zomergasten en rond de Middellandse zee komen ze voor als wintergasten.

 zwartewouwvogelsZwarte Wouw14 aug 2015augustus

Zwarte Wouw, 14 aug 2015

 zwartewouw

Een week geleden zag ik in de buurt van de Meerlanden bij Schiphol Rijk een Zwarte Wouw. Dit is een grote donkere roofvogel die in grote delen van de wereld en ook elders in Europa zeer algemeen is, zoiets als de buizerd bij ons. Wereldwijd gezien is de zwarte wouw zelfs de meest verbreide roofvogel. Maar in Nederland is het een zeldzame doortrekker, waarvan 1of 2 broedparen in Brabant bekend zijn al een aantal jaren. Omdat de jongen nu zelfstandig zijn kan het een dier zijn dat op zwerftocht uit Duitsland of Scandinavië hier verzeild is geraakt. Uit waarneming.nl bleek dat mogelijk ook dit exemplaar ook rond die tijd in Heemstede is gesignaleerd. De Zwarte wouw is verwant aan de havik en heeft een duidelijk herkenbare gevorkte staart. De zwarte wouw is voornamelijk een aaseter die zijn kostje soms in de directe nabijheid van mensen bij elkaar zoekt. Ook struint hij graag

vuilnisbelten en visafslagen af omdat daar altijd wel wat eetbaars is. Mogelijk verklaart dat ook z’n nabijheid bij de Meerlanden.

Bijzonder

De zwarte wouw staat er ook om bekend dat hij prooien afpakt van andere roofvogels, ook van reigers en aalscholvers. De soort kan ook uitstekend vissen, waarbij hij visjes grijpt die net onder de wateroppervlakte verblijven. De zwarte wouw komt vaak in groepen voor en heeft in sommige delen van de wereld ( zoals Australië) de rol van gieren op zich genomen. Soms leven ze vooral van verkeersslachtoffers. Als we een wat minder geordend en aangeharkt land hadden zouden er vast meer wouwen ( en andere dieren en planten ) leven

Waar

De Zwarte wouw kom overal voor in Europa, Azië en Australië, maar niet in Amerika. In Nederland is de soort een zeldzame doortrekker. Maar al net over de grens in Duitsland is hij vaak te zien. Vaak cirkelen en ze boven rivieren op zoek naar vis. Maar de zwarte wouw past zich heel makkelijk aan en komt in zeer veel biotopen voor van moeras tot woestijn en gebergtes.

 zwarte-ooievaarvogelsZwarte Ooievaar18 apr 2015april

Zwarte Ooievaar, 18 apr 2015

 zwarte-ooievaar

Hoewel er veel slecht nieuws te melden is over biodiversiteit, is het ook niet moeilijk om hartverwarmende verhalen te vinden. Zo rukt de ooievaar steeds verder op en het lijkt slechts een kwestie van tijd tot dat zich een of meer paartjes laat verleiden tot broeden door de keur aan ooievaarspalen die er her en der in de Haarlemmermeer al staan. De lepelaar heeft die stap al gezet, hoewel het aantal paren niet of nauwelijks toeneemt. In de kolonie van de Liede wordt al druk gebroed, maar in Hoofddorp zijn ze nog niet begonnen. Entoen verscheen er 26 maart opeens een wel heel bijzondere langpoot: een zwarte ooievaar. Dit exemplaar, hoogst waarschijnlijk op doortrek heef zich een kleine week op gehouden rond de startbanen van Schiphol.

Bijzonder

Nederland ligt aan het NW puntje van het verspreidingsgebied van de

zwarte ooievaar. Voor 1800 broedde de soort hier wel. Door het verlies van ooibossen langs de rivieren is daar een eind aan gekomen. In de 20ste eeuw was de vogel een schaarse, maar regelmatige gast. Sinds de eeuwwisseling is het een doortrekker die steeds vaker wordt aangetroffen. Het gaat dan om tientallen tot honderden waarnemingen per jaar. Dat gebeurt voor al in augustus als de net uitgevlogen jongen gaan zwerven. Dat er nu al een exemplaar eind maart verschijnt is dus ook bijzonder. In gebieden als de Ooipolder is het een kwestie van tijd voor er een paartje gaat broeden. De zwarte ooievaar leeft vooral van vis, maar eet ook amfibieën en insecten.

Waar

De zwarte ooievaar broedt in een brede strook door Midden Europa en Siberië van Denemarken tot aan de Stille Oceaan en overwintert ten zuiden van de Sahara en de Gobi woestijn. Anders dan zijn verwant de witte ooievaar, die in open weiden broedt, bestaat het leefgebied van de zwarte ooievaar uit bos met open plekken. De zwarte ooievaar leeft onopvallend in dicht, gemengd bos langs stromend water of in de buurt van poelen en plassen met dichte begroeiing, vaak in heuvelachtig gebied.

 stormmeeuwvogelsStormmeeuw4 apr 2015april

Stormmeeuw, 4 apr 2015

 stormmeeuw

De Haarlemmermeer ligt niet ver van de zee en dat kun je merken aan het feit dat er waar en wanneer je naar de lucht kijkt altijd wel ergens wat meeuwen ziet rondvliegen. Meeuwen leven van afval, vis, aas, wormen en in feite alles wat ze te pakken kunnen krijgen. Zoals overal in de natuur heeft deze succesvolle groep vogels zich gaandeweg uit gesplitst in soorten die verschillende ‘niches’ benutten. Niches zijn combinaties van eigenschappen om te overleven en dat betekent meestal het benutten van verschillende soorten voedsel. Zo ontwikkelt zich meestal een reeks van kleinere en grotere soorten, die kleinere en grotere prooien eten. Bij meeuwen is de dwergmeeuw de kleinste en de grote mantelmeeuw de grootste soort. In onze polder zie je vooral kokmeeuwen ( met zomers een zwart kapje), stormmeeuwen en zilvermeeuwen ( met grijze vleugels), kleine en grote mantelmeeuwen (met zwarte vleugels).De

aanleiding voor deze column is dat er tekenen zijn dat zich stormmeeuwen die vooral in de duinen en op de Waddeneilanden broeden bezig zijn om ook 2 kolonies op daken te vormen. Eentje in Industriepark Hoofddorp Noord en eentje in de President.

Bijzonder

De stormmeeuw is kleiner dan de zilvermeeuw en heeft met een ronde kop en en een zwarte iris een vriendelijker uitstraling dan de zilvermeeuw, die in kustplaatsen soms al een plaag wordt ervaren. Zowel zilvermeeuwen als stormmeeuwen zoeken vaak voedsel door de trillingen van een mol na te bootsen in grasvelden waardoor wormen naar boven vluchten. Stormmeeuwen zijn helemaal niet zo al gemeen: naar schatting 7000 paar in Nederland. Een jaar of 5 geleden hadden we een grote meeuwen en sternen kolonie op het dak van de het PWN gebouw. Doordat het dak lekte, kwam er vogelpoep in het drinkwater. In plaats van het lek te maken is de kolonie verstoord. De vogels zoeken nog steeds naar een nieuwe plek, vaak op daken van gebouwen.

Waar

Stormmeeuwen komen in heel het Noordelijk halfrond voor in 4 ondersoorten. Vooral langs kusten.

afbeelding niet gevondenvogelsOnder water ont­dek­w­ereld12 aug 2014augustus

Onder water ont­dek­w­ereld, 12 aug 2014

onderwatersnoek

Alle activiteiten van De Heiman­shof en Sticht­ing MEER­Groen hebben tot doel om de waarde van de natuur onder de aan­dacht te bren­gen. De heem­tuin laat de planten en de bijbe­horende insecten zien, we leggen wan­del­routes aan om natuur – en cul­tu­urhis­torische par­elt­jes toe­ganke­lijk te maken en we beheren inmid­dels zo’n 130 ha open­baar groen waar­door (zeldzame) planten en dieren meer lev­en­sruimte hebben.

Een onderdeel van de natuur die nog niet zoveel aan­dacht heeft gekre­gen is de onder­wa­ter­w­ereld. Alles wat onder water zit, leeft ver­bor­gen en buiten onze aan­dacht. Dat vis­sen niet (hoor­baar) schree­uwen als ze met een haak in hun bek uit het water wor­den getrokken, helpt ook niet echt om aaibaar of aan­doen­lijk gevon­den te wor­den. Het gros van de mensen bek­ijkt de natuur en ook vis­sen vanuit het per­spec­tief van of het eet­baar of eng is.

Wij

vin­den dat alle planten en dieren net zo veel recht op een plaats onder zon hebben als de mens. Alle soorten die er nu leven hebben net als wij mensen ca 3 mil­jard jaar evo­lu­tie achter de rug.

Bij­zon­der

Om die rede­nen hebben we in De Heiman­shof een onder­wa­teront­dek­w­ereld gebouwd. Daar kun­nen bezoek­ers ongeveer alle soorten die er in de Haar­lem­meer­meer onder water leven van dicht­bij bek­ijken. Inmid­dels zijn dat een 30 tal zoet­wa­ter vis­sen, 4 soorten mos­sels, krabben, kreeften, amfi­bieën, kev­ers en tal­loze soorten kleine onder­wa­ter beestjes. Het doel van onze onder­wa­teront­dek­w­ereld ( ca 20 aquaria) is meer ken­nis en affiniteit en daarmee respect te creëren. Als je oog in oog met een zeelt, een school baarzen, een snoek, een geel­gerande of spin­nende waterkever staat zie je er ook de schoonheid van.

Waar

De onder­wa­teront­dek­w­ereld is het afgelopen jaar opge­bouwd in de kas van de Heiman­shof. Rondlei­din­gen zijn mogelijk op ver­zoek. De tuin is dagelijks geopend door de week en van1 5 april tot 1 okto­ber ook op zater­dag– en zondag­mid­dag. Op 23 en 24 augus­tus is het 3e fes­ti­val week­end van dit jaar met per­ma­nent rondlei­din­gen. Meer infor­matie over dit fes­ti­val week­end kunt u vin­den op www.deheimanshof.nl

afbeelding niet gevondenvogelsKoekoek29 mei 2014mei

Koekoek, 29 mei 2014

koekoek

De meeste mensen hebben geen idee van de rijkdom aan vogelgeluiden die er overal om ons heen te horen zijn, maar er is een soort die iedereen herkent: de koekoek.

Twee weken geleden zijn ze weer in onze polder verschenen. Ik hoorde er een 3-tal inmiddels. De koekoek is met de gierzwaluw en de boomvalk een van de laatste soorten die eind april uit het warme zuiden terugkomen om te broeden. Onze koekoeken hebben de winter door gebracht in de savannes van het oosten en zuiden van Afrika.

Bijzonder

De koekoek neemt elk jaar af in aantal om de volgende redenen:

  1. - hij heeft afwisselende en overzichtelijke landschappen nodig met uitzichtbomen. Wij als mensen maken die landschappen steeds monotoner.
  2. - Ook verdwijnen

veel waardvogels (zie later) en zijn voornaamste voedsel bron: grote rupsen en insecten worden steeds schaarser door de menselijke smetvrees en netheidsidealen. Zoals bekend legt de koekoek zijn eieren in nesten van een tiental kleine zangvogels: vooral heggenmussen en rietzangers. Van 45 soorten is broedsucces bekend, want 10- 30% van de zangvogelouders verlaat hun nest als er een koekoek uitkomt. De koekoekmoeder kan haar cloaca als een buis uitstulpen om een ei in een klein nestje te leggen. Vaak leidt het mannetje daarbij de ouders af. De koekoek legt wel 20-25 eieren en toch neemt de stand sterk af.
  • - Deels komt dit ook door de klimaatverandering, waardoor de aankomst van de koekoek niet meer goed past op het broedseizoen van de waardvogels. Het koekoeksjong moet namelijk eerder uit het ei komen dan de andere jongen om ze succesvol uit het nest te werken. Met een paar dagen verschil werkt dat niet meer. Van moeder op dochter wordt er een zekere specialisatie op een soort waardvogel meegegeven inclusief een bijpassende eikleur.

  • Waar

    De broedstand van de koekoek in Nederland ligt rond de 7000 paar. Geschikte half open landschappen vindt de koekoek nog in de Groene Weelde en het Haarlemmermeerse bos en ook net buiten de polder in park Meermond (Heemstede) en de eilandjes bij Aalsmeer.

    afbeelding niet gevondenvogelsZwartkop6 apr 2014april

    Zwartkop, 6 apr 2014

    zwartkopIn april barst het voorjaar altijd los. Behalve met de hoge temperaturen dit jaar kun je elk jaar het voorjaar intens beleven door de ontwikkelingen in de natuur nauwlettend te volgen: dan word je in deze tijd van het jaar elke dag weer verrast door nieuwe planten die in bloei komen, insecten die uit hun winterslaap verschijnen of vogels die opeens na 6-9 maanden afwezigheid weer volop in elke tuin zingen. Het bijhouden van deze veranderingen heet met een duur woord: fenologie. Behalve dat je dan elke dag blij verrast wordt (en je veel over de natuur leert) is er de mogelijkheid om dat jaren achter elkaar te doen. Dan leer je bijvoorbeeld wanneer een soort gaat verschijnen en ga je patronen zien die samenhangen met mooi, nat, koud weer en de klimaatverandering. Om je daarbij te helpen

    hebben we bij De Heimanshof fenologie boekjes samengesteld, waarin je die aantekeningen kan bij houden (zie www.deheimanshof.nl/jeugd/struinkids/kids-downloads). Zo ontdek je dat elk jaar rond 21 maart de tjiftjaf verschijnt en in de 1e week van april de zwartkop.

    Bijzonder

    De zwartkop is een van de goed nieuwsverhalen in de natuur. Het is een klein zangvogeltje dat zingt als een merel die op dubbele snelheid wordt afgedraaid. Hij heet zwartkop, maar alleen het volwassen mannetje heeft een zwart petje. Jonge dieren en vrouwtjes hebben een bruin petje. De zwartkop is in 20 jaar tijd bijna 2x zo algemeen geworden en zit bijna in elke tuin waar wat bomen staan: in heel Nederland inmiddels meer dan 200.000 broedparen. De zwartkop is een trekvogel. Hij broedt hier en overwintert in Zuid-Europa, Marokko en Algerije. De laatste jaren heeft deze soort ook Ierland als overwintergebied ontdekt. De zwartkop is in principe een insecteneter, maar eentje die ook zaden en vruchten eet: een alleseter dus. Dat zal zeker hebben bijgedragen aan zijn opkomst in stedelijk gebied.

    Waar

    De zwartkop is een algemene broedvogel, vooral in parken en bossen met dicht kreupelhout.

    afbeelding niet gevondenvogelsKleine Bonte Specht23 mrt 2014maart

    Kleine Bonte Specht, 23 mrt 2014

    Kleine_Bonte_SpechtIedereen kent inmiddels wel de Grote Bonte Specht.
    Deze soort heeft zich de laatste 10- 20 jaar zo aan een stedelijke omgeving aangepast dat zijn verschijning vooral in wat oudere wijken gewoon is geworden.
    Een 2e spechtensoort (waarmee ik deze column in 2006 ben begonnen) is de groene specht. In 2006 kende ik slechts 3 - 4 paartjes in de polder. Inmiddels ben ik de tel bij minstens 50 kwijt. Deze specht is zo schuw en goed gecamoufleerd dat je hem eigenlijk alleen opmerkt door zijn opvallende roep: een keiharde, uitdagende kakelende lach. Alsof je uitgelachen wordt.

    De laatste tijd is er weer een nieuwe spechtensoort aan het verschijnen: De kleine bonte specht. Dit voorjaar kreeg ik een aantal meldingen uit Hoofddorp en

    het Haarlemmermeerse Bos. Een reden dat spechten in aantal toenemen, is dat zij profiteren van het feit dat we tegenwoordig toleranter zijn in het laten staan van dode bomen en takken. In de ogen van een ecoloog is het nog lang niet genoeg. Zie De Heimanshof. Als dit hout van allerlei soorten bomen versnipperd wordt, dan profiteren slechts een paar soorten. Als we de verschillende houtsoorten in 10 - 40 jaar op natuurlijke wijze laten gaan, profiteren honderden of zelfs duizenden soorten.

    Bijzonder

    Een van die soorten is de kleine bonte specht, nauwelijks groter dan een mus, die houdt van kleinere takken die op de grond liggen, terwijl zijn grote neef grote takken hoog in de boom prefereert. De kleine bonte specht kwam niet of nauwelijks in het open laagland van Holland voor. Wel in de bossen van Oost- en Zuid Nederland en in de duinen. Het lijkt er nu op dat er een soort overloop van de duinen naar onze polder aan de gang is. Dat hebben we 3 jaar geleden ook zien gebeuren met de boomklever.

    Waar

    Er zijn kleine bonte spechten gemeld uit het Haarlemmermeerse Bos en uit Pax. Als deze soort in onze polder ook een broedplek vindt, zou dat weer een verrijking van onze flora en fauna zijn. Graag hoor ik meldingen daarvan.

     oeverlopervogelsOeverloper25 mei 2013mei

    Oeverloper, 25 mei 2013

     oeverloper

    Vorige week hebben we de kluut besproken. Dit is een van de grotere soorten steltlopers. Deze week liep ik een aantal keren tegen een oeverloper op. Dat is een van de kleinere soorten. De oeverloper heet niet voor niets zo. Hij fourageert langs de oevers van sloten , meren en plassen. Ik zag een aantal langs het kanaal achter het Groene Carré en voor het eerst een achter mijn huis langs de Geniedijk in Hoofddorp.

    Veel onervaren vogelaars verbazen zich erover hoe een ervaren vogelaar op grote afstand zo trefzeker soorten kan herkennen. De oeverloper is een soort waarbij dat op grote afstand kan. Ten eerste maakt hij een zeer karakteristiek ‘tjiewiewie’ geluid en verder vliegt hij altijd op een zeer kenmerkende manier weg: namelijk laag over het water in bochtjes langs de oever met karakteristiek laaggehouden trillende vleugels. Er is geen

    andere vogel die dit zo doet. Als je hem ergens foeragerend aantreft, doet hij dat ook heel karakteristiek, met een permanent nerveus wippend achterlijf.

    Bijzonder

    De oeverloper zoekt zijn voedsel aan de rand van kleine modderpoelen, waterplassen en meren waar hij kleine insecten uit de bodem haalt. Hij vangt soms kleine insecten uit de lucht. De oeverloper nestelt op de grond in de buurt van zoetwater. Als er een dreiging is, klimmen de jongen op de rug zodat ze in veiligheid gebracht kunnen worden doordat de moeder ze naar een andere plek vliegt.

    Waar

    De oeverloper zoekt zijn broedseizoen altijd langs beken, rivieren en meren, meestal met rotsachtige oevers. Op trek is hij op veel plekken aan te treffen. De oeverloper broedt vooral in Scandinavië en Oost-Europa en slechts bij hoge uitzondering in Nederland. Op weg naar het overwintergebied rond het Middellandse zee gebied trekken veel vogels door Nederland, een klein aantal vogels blijft in Nederland overwinteren. In de Haarlemmermeer is de soort regelmatig aan te treffen langs sloten en vaarten met ondiepe oevers zoals langs het Groene Carré Zuid.