bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 9 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 groeneglazenmaker2vrouwtjeinsectenGroene Glazenmaker (2)18 aug 2012augustus

Groene Glazenmaker (2), 18 aug 2012

 groeneglazenmaker2vrouwtje

Het gedrag van groene glazenmakers wijkt af van dat van alle andere soorten. De mannetjes vliegen b.v. al rond zonsopkomst, met bedauwde vleugels, over de krabbenscheerplanten op zoek naar vrouwtjes die daar de nacht doorgebracht hebben. Deze vroege paring is uniek in de libellen wereld. De mannetjes van de groene glazenmaker zijn nl in staat zichzelf op te warmen door hun vleugels in een zeer snelle trilling te brengen. Daarna rusten ze tot ongeveer 9.00 uur. De grootste aantallen mannetjes zijn tussen 12.00 en 15.00 uur te zien bij water. Tussen 10-30 minuten na zonsondergang, verschijnen zowel mannetjes als vrouwtjes massaal om te jagen. Ook deze spectaculaire, massale vluchten in de avondschemering van de groene glazenmaker zijn uniek in de libellenwereld. Na de paring en het leggen van de eieren leven de groene glazenmakers

nog een paar weken. Het leven van groene glazenmakers is vrij kort: vanaf eind juni tot eind september. De grootste aantallen vliegen in augustus. De groene glazenmaker is zo uniek dat hij een eigen soortspecifiek wettelijke beschermplan heeft. De kern daarvan is dat krabbenscheervelden niet met grote baggeroperaties mogen worden weggebaggerd en de diepte van de sloten niet dieper mag worden dan de 80 cm waarop de krabbenscheer kan blijven wortelen. En de waterkwaliteit (zuurstof en ijzergehalte door stroming en/of kwel) moet op peil gehouden worden.(Foto:vrouwtje)

Waar

In Nederland komt de Groene glazenmaker vooral voor in laagveengebieden van NW Overijssel, Friesland, Utrecht, Noord- en Zuid Holland en in de provincie Groningen. De geschatte aantallen zijn: Utrecht, Noord- en Zuid Holland: 1000, NW Overijssel: 1000, Friesland: 1000, Groningen: 3000. Het areaal van de groene glazenmaker loopt van Nederland tot in het West-Siberisch laagland. In Europa is de groene glazenmaker overal zeldzaam en beperkt tot enkele ge�soleerde populaties. Elke extra populatie zoals die ontdekt in De Heimanshof is dus een aanwinst.

 groeneglazenmakerman en vrouwinsectenGroene Glazenmaker (1)10 aug 2012augustus

Groene Glazenmaker (1), 10 aug 2012

 groeneglazenmakerman en vrouw

In De Heimanshof zijn we altijd bezig met het ontwikkelen van de ecologische variatie in te tuin. Zo heeft het een aantal jaren gekost om het water in de vijver geschikt te krijgen voor een redelijke populatie krabbenscheer. Dit is een karakteristieke plant in het verlandingsproces van vaarten en meren. Een onverwacht heugelijk bij-effect daarvan bleek deze week: met de krabbenscheer verscheen een nieuwe soort grote libel: de groene glazenmaker. Vrouwtjes zijn geheel groen en mannetjes groen met een blauw achterlijf (zie foto van paring).

Bijzonder

De groene glazenmaker is niet alleen bijzonder omdat het een beschermde inheemse diersoort is volgens de Natuurbeschermingswet en op de Rode lijst van bedreigde dieren staat als ’ernstig bedreigd’, maar ook door zijn afwijkende gedrag. Het vrouwtje legt haar eieren uitsluitend op de bladeren van de krabbenscheer. De groene glazenmaker is de enige libel

die haar eieren alleen maar in de bladeren van één plantensoort legt. Deze eieren overwinteren en pas in het voorjaar komen de larven uit. Tussen de getande bladeren zijn ze er de 2-3 jaren van hun larventijd redelijk veilig. In de winter zakken de krabbenscheerplanten naar de bodem en daarmee ook de eieren en de libellenlarven daartussen. Dit is een gevaarlijke periode, want het water op de bodem is door de grote hoeveelheid verterende waterplanten snel te arm aan zuurstof. Enige stroming in het water door kwel of natuurlijke stroming is daarom essentieel. De volgroeide larven vervellen vanaf juni tot volwassen libellen. Bij de meeste libellensoorten brengen de mannetjes het grootste deel van de dag bij het water door. In de loop van de ochtend verschijnen ze bij het water, jagen, kibbelen met andere mannetjes en kijken uit naar de vrouwtjes. De vrouwtjes worden maar zelden bij het water waargenomen. Ze zoeken beschutte en warme plekken in de omgeving op. Het leven van de groene glazenmaker verloopt heel anders.

 groenglazenmakeropkrabbenscheer

 vroegeglazenmakerinsectenVroege glazenmaker30 jun 2012juni

Vroege glazenmaker, 30 jun 2012

 vroegeglazenmaker

Libellen komen in Nederland voor in 3 types. De kleinste soorten heten waterjuffers en vouwen hun vleugels in rust boven hun lijf. De middelgrote soorten zijn ca 4-5 cm lang en houden hun vleugels breed uitgestrekt. De grootste soorten zijn vaak 6-8 cm lang en worden glazenmakers genoemd omdat ze deden denken aan glazenmakers uit vroeger tijden. Deze droegen glas in een raamwerk van latten op de rug waardoor het wel vleugels leken. Alle libellen zijn een wonder van esthetische schoonheid. Voor de leek zijn ze niet allemaal makkelijk te onderscheiden. Maar dat geldt niet voor de soort van deze week. In de Haarlemmermeer komt maar 1 bruine glazenmaker voor (terwijl er 4-5 groene en blauwe soorten zijn). Op 20 m afstand is deze soort te herkennen. En zijn prachtige groene ogen zijn een extra toegift als je hem ergens zittend vindt. De vroege glazenmaker heet zo, omdat hij als eerste van de glazenmakers volwassen wordt en rondvliegt. Vaak al in mei. En hij vliegt tot ver

in juli.

Bijzonder

De vroege glazenmaker leeft het grootste deel van zijn leven als larve onder water. Veel libellen overwinteren als ei en het ei komt pas uit in het voorjaar. Bij de vroege glazenmaker komt het ei onmiddellijk uit en de larve overwintert. Daarom kan deze soort ook eerder in het jaar volwassen worden dan andere soorten. Zowel de larven als de volwassen libellen zijn jagers. Libellenlarven zijn echte onderwaterdieren die zuurstof uit het water kunnen opnemen. Ze vangen prooien groter dan zichzelf met razendsnel uitklapbare kaken. Volwassen libellen leven een paar weken om zich voort te planten en vangen prooien als muggen en vlinders.

Waar

De vroege glazenmaker is een soort van vooral West-Nederland. Hij houdt van sloten en poeltjes met voedselrijk water die dicht met vegetatie omzoomt zijn, zoals die veel in veengebieden te vinden zijn. Maar ook in De Heimanshof, langs de Geniedijk en bij natuurvriendelijke oevers is dit een soort die vaak aan te treffen is.

 vroegeglazenmaker2

 hommel5steenhommelinsectenHommels522 jun 2012juni

Hommels5, 22 jun 2012

 hommel5steenhommel

Waar

: Hommels zijn aangepast aan een wat kouder klimaat. Hun lichaam is voor een insect relatief groot en is zowel lang- als dichtbehaard, waardoor de warmte goed wordt vastgehouden. Daardoor komen hommels zelfs voor op de koude toendra’s in het hoge noorden. De lange beharing is echter een nadeel bij warm weer, ze moeten dan veel rusten. In noordelijke landen zoals Noorwegen en Zweden zijn hommels voor de bestuiving zeer belangrijke insecten, omdat ze bij lage temperatuur nog vliegen. In de zuidelijke landen is de bij belangrijker voor de bestuiving. De nestplaats is een beetje soortspecifiek: de aardhommel legt haar nest in de grond in oude muizenholen en onder strooisel in tuinen, de akkerhommel in muizennesten of in bomen, de boomhommel in boomholten

en vogelnestkasten, de steenhommel (foto) onder stenen, in muurspleten of in schuren, de veldhommel in ondergronds oude muizennesten, de weidehommel bovengronds in de strooisellaag en oude vogelnestjes. In Nederland kwamen 22 soorten gewone hommels en 7 soorten koekoekshommels voor, waarvan enkele intussen verdwenen zijn (Boloog, waddenhommel, donkere tuinhommel), de lichte koekoekshommel is ernstig bedreigd en 13 soorten zijn zeer tot vrij zeldzaam. In de Haarlemmermeer leven 10 soorten gewone hommels: boomhommel, de steenhommel, de veldhommel de akkerhommel ,de weidehommel en de aardhommel. Zeer zeldzaam is de gele hommel met ten minste een zeer kleine populatie in De Heimanshof, zeldzaam zijn de grote aardhommel de moshommel, de tuinhommel en de grote tuinhommel. Van de koekoekshommels komen 4 soorten voor: de tweekleurige koekoekshommel de gewone koekoekshommel,de veelkleurige Koekoekshommel en de grote koekoekshommel, die alle de kleurpatronen van hun gastheer nabootsen maar door kale glanzende plekken op het achterlijf van gewone hommels en hun zenuwachtige vliegpatroon te onderscheiden zijn. Koekoekshommels parasiteren op gewone hommels door hun eieren door hen te laten groot te laten brengen.

 hommel4akkerhommeldondkerevorminsectenHommels (4)15 jun 2012juni

Hommels (4), 15 jun 2012

 hommel4akkerhommeldondkerevorm

Bloemen geven een mengsel aan geuren af om bestuivers aan te trekken. Bij sommige wolfsmelksoorten (heksenmelk en cypreswolfsmelk) kan deze honinggeur zo sterk zijn dat we deze ook als mensen op 10- 20 m afstand kunnen ruiken. Insecten ruiken deze geuren al van veel grotere afstanden. Wanneer een bestuiving uitblijft (bijv. in een regenperiode) wordt de geur en soms ook het aanbod aan nectar verhoogd om hommels aan te trekken. Sommige bloemen hebben helemaal geen nectar, zoals de moerasspirea. Andere bloemen geven op heel verschillende tijden pollen en nectar af. B.v de cichorei. Vanaf 8 -10 uur is alleen stuifmeel beschikbaar en van 10-12 uur is er alleen nectar beschikbaar. De bloem is wel tot 13 uur open, maar de hommel kan niets meer vinden. In trosachtige bloeiwijzen is in de eerste bloem alleen stuifmeel beschikbaar en in de latere bloemen pas nectar. Daarom begint een hommel in vingerhoedskruid eerst beneden met nectar verzamelen en werkt zich dan naar

boven naar het stuifmeel. Enkele hommelsoorten zijn in hun kleurpatroon niet constant. Bij de aardhommel komen individuen en hele populaties voor waar het gele band op het borststuk nagenoeg ontbreekt. Verder kan ook nog het gele band op de achterlijf verdwijnen en alleen een witte haar pluk aan het achterlijf overblijven, de vorm ’nigra’. Dit jaar is in De Heimanshof een nest met werksters van deze zwarte vorm. Van de veldhommel was enkele jaren geleden de Arnolduspark zelfs een individu dat m.u.v. enkele haren op borststuk helemaal geen haren had en die nauwelijks als hommel te herkennen was. Bij de akkerhommel komen 2 ondersoorten voor, een donkere vorm en een lichte vorm. Op de illustratie zijn deze vormen samen afgebeeld. Dan kan bij beide ondersoorten nog een variëteit voor, die op het borststuk een zwarte driehoekige figuur heeft. Beide ondersoorten en ook deze zeer schaarse variëteit ’tricuspis’ komen in de Haarlemmermeer voor.

 hommel4akkerhommellichtevorm

 hommel2_boomhommelinsectenHommels (2)2 jun 2012juni

Hommels (2), 2 jun 2012

 hommel2_boomhommel

Vervolg van vorige week. Veel aandacht voor bijen in dit jaar van de bij. De koningin bevrucht de eieren met zaad van het mannetje waarmee ze gepaard heeft en dat ze de hele winter in haar lichaam heeft bewaard. Ze broedt de eerste 5-15 eitjes deels zelf uit. Door met haar borstspieren te trillen, houdt ze de temperatuur op peil. Elke larve spint zijn eigen cocon. Na 2-3 weken komen ze uit. Larven die meer voedsel krijgen groeien niet uit tot werksters maar tot volwassen koninginnen, ze krijgen dus geen beter of ander voedsel. De jonge koninginnen komen na 30 dagen uit hun pop en blijven dan nog 5 dagen in het nest om hun vetlichaam te vormen, dat ze nodig hebben voor de winterslaap. O.i.v de nieuwe koninginnen gaan de werksters ook eitjes leggen en dit levert strijd op. De koningin rooft de eitjes van de werksters en de werksters

roven haar eitjes weer. Dit is het begin van het einde van de kolonie. Hommelkolonies zijn niet allemaal even groot: Het aantal werkster is bij de aardhommel: 300-600; de akkerhommel: 60-200; de boomhommel (foto) 80-400; de steenhommel: 100-300; de veldhommel: 100-400 en de weidehommel: 50-120;

Bijzonder

Een hommel heeft een groot lichaam en erg kleine vleugeltjes. Met de wetten van de aerodynamica kon men lang niet verklaren dat een hommel kan vliegen. Het bleek dat hommels een trucje hebben waardoor ze toch kunnen opstijgen. Door de op- en neergaande beweging van de vleugels ontstaan luchtwervelingen die zorgen voor een extra opwaartse kracht. Hommels halen dus extra energie uit de manier waarop de vleugels bewegen en dit fenomeen wordt diepgaand bestudeerd. Mannetjeshommels hebben geen angel en geen stuifmeelkorfjes. Bij de werksters is de legbuis omgevormd tot een angel. Omdat alleen de vrouwtjes een angel hebben kunnen alleen de werksters en de koninginnen steken. De angel kan bij vrouwtjes echter niet meer als eilegapparaat worden gebruikt; de eitjes verlaten het lichaam via een andere opening. Volgende week meer.

 hommel3rodekoekoeksinsectenHommels (3)2 jun 2012juni

Hommels (3), 2 jun 2012

 hommel3rodekoekoeks

Over hommels zijn veel bijzonderheden te melden: De angel van de hommel blijft niet achter na een steek zoals bij de honingbij. Een hommel kan net als wespen de angel telkens opnieuw gebruiken. Hommels en bijen zien kleuren anders dan de mens. Ze zien geen rode kleuren, maar wel de kleuren in het ultraviolette deel van het licht. Veel zogenaamde honingmerken in bloemen reflecteren UV-licht, waardoor ze voor hommels goed zichtbaar zijn. Hommels, vooral de aardhommel, wordt tegenwoordig ook gekweekt voor bestuiving van gewassen in kassen. Hommels zijn goede bestuivers, omdat ze met de bovenkaken en klauwtjes meeldraden kunnen vastpakken en m.b.v. de borstspieren heen en weer kunnen schudden. Koekoekshommels hebben zelf geen werksters en leiden een zwervend en parasiterend bestaan. Een

koekoekshommel lijkt op de hommelsoort waarbij ze haar eieren afzet, maar is te herkennen doordat ze zenuwachtig vliegt , geen stuifmeelkorfjes heeft en een glanzend achterlijf(foto). Zij bijt soms de koningin dood, deponeert de eitjes in het bestaande nest en laat de eieren en larven verder verzorgen door de aanwezige werksters. Ook komt het voor dat ze ongemerkt het nest binnen sluipt en zich verstopt tot ze de geur van het nest heeft aangenomen. Hommels hebben veel vijanden. Insectenetende vogels b.v. Ook vlinders als de hommelnestmot vormen een bedreiging omdat de larven de voedselvoorraad leegvreten. Verder vreten insecteneters als veldmuizen en spitsmuizen hommelnesten leeg. Andere vijanden zijn roofvliegen die een eitje in het achterlijf van hommels brengen, waarna de larve de hommel van binnenuit leeg eet, met als laatste het borststuk. Zo worden de vitale organen het langst gespaard en blijft de hommel vers. Aaltjes kruipen in een koningin tijdens haar winterslaap. Bacteriën kunnen voor diarree zorgen. Ook de mens speelt een rol, door vervuiling, het gebruik van pesticiden en landschapsvernietiging, en het voortijdig maaien van nectar- en stuifmeelplanten.

 hommel1kleurencodesinsectenHommels (1)27 mei 2012mei

Hommels (1), 27 mei 2012

 hommel1kleurencodes

Hommels (1 van 5) I.v.m. het Jaar van de Bij volgt nu een serie over hommels. Er zijn 2 groepen hommels: 22 volkenvormende soorten en 7 solitaire soorten die zelf geen nest maken maar eitjes in het nest van andere soorten leggen: de koekoekshommels. Een hommel is een vrij grote bij met meer beharing. Dit is een aanpassing aan koude en noordelijke streken. Hommelsoorten zijn herkenbaar aan de kleurencodes op hun lichaam(zie foto). Hommels leven net als alle andere bijen van nectar en stuifmeel. De suikerrijke nectar is de energiebron, stuifmeel de eiwitbron. Hommels kunnen per tocht stuifmeel verzamelen tot 60% van hun lichaamsgewicht. Het stuifmeel kunnen de vrouwtjes met behulp van nectar en hun voorpoten tot een klompje samen plakken aan hun achterpoten. Omdat hommels geen grote honingvoorraad

aanleggen moeten er van maart tot september bloeiende planten aanwezig zijn. Een hommel heeft een lange tong waarmee ze nectar uit de bloemen opzuigen. De tong wordt beschermd door een schede. Wanneer de hommel haar tong niet gebruikt zit de schede onder haar lichaam gevouwen. De lengte van de uitrolbare hommeltong varieert van soort tot soort. Hierdoor treedt er specialisatie in bloembezoek op, waardoor hommels minder onderlinge concurrentie hebben. I.t.t. andere bijen hebben hommels stevige kaken. Wanneer nectar te diep in een bloem verborgen is, bijt de hommel een gaatje in de zijkant van de bloemkroon. Een kolonie hommels sterft elk najaar, alleen de bevruchte jonge koninginnen overwinteren. Slechts enkele hommelsoorten gebruiken meerdere keren hetzelfde nest, mogelijk vanwege nestparasieten. Hergebruik van het nest komt voor bij soorten als de boomhommel. De hommel kan zelf zijn lichaamstemperatuur regelen, door het trillen van de borstspieren, zonder dat de vleugels meebewegen. Hij kan zo een lichaamstemperatuur van 30-32 �C handhaven. De koningin vliegt al bij een buitentemperatuur van 2 �C, de werksters bij 6 �C. De volgende weken volgt meer over hommels.

 wespbijroodspriet3insectenWespbijen (3)20 mei 2012mei

Wespbijen (3), 20 mei 2012

 wespbijroodspriet3

Dit is de laatste van 3 columns over wespbijen en hun gastheren, de zandbijen. Alle genoemde soorten zijn solitaire bijensoorten, die i.t.t. volkvormende (sociale) honingbijen zo weinig honing verzamelen dat zij geen angel nodig hebben om hun voorraad tegen (grote) rovers te beschermen. Van de 71 zandbijsoorten, die in Nederland waargenomen zijn, komen 14 in de Haarlemmermeer voor, nagenoeg alle in De Heimanshof en Arnolduspark. Van de 43 wespbijsoorten die in Nederland vastgesteld zijn, komen 11 soorten met zekerheid in onze polder voor, ook vooral in en om De Heimanshof. Dat er zoveel soorten in en bij de heemtuin voorkomen, komt door de grote verscheidenheid aan waardplanten die daar voorhanden zijn. Bijna de helft van de wespbijen in de Haarlemmermeer heeft meer dan één gastheer. De gewone wespbij, de gewone kleine wespbij en de sierlijke wespbij hebben ieder twee gastheren, de donkere wespbij en de smalbandwespbij zelfs drie. Het is ondoenlijk om alle soorten zandbijen en wespenbijen te behandelen. Bij wijze van uitzondering is het wellicht een keer illustratief om de veelheid aan soorten en relaties eens op een rij te zetten. Daarom hierbij de door Prof Ernst gedocumenteerde

zandbijen en hun wespbij-parasieten op een rij:

Zandbijen en hun wespbijen in de Haarlemmermeer

Zandbij soort Parasiterende Wespbij
Witbaardzandbij Bleekvlekwespbij
Meidoornzandbij Gewone wespbij (foto bij column1)
Donkere wespbij
Signaalwespbij
Goudpootzandbij Roodzwarte dubbeltand
Grasbij Kortsprietwespbij
Signaalwespbij
Vosje Sierlijke wespbij (foto bij column2)
Roodgatje Gewone dubbeltand
Gewone dwergzandbij Gewone kleine wespbij
Zwartbronzen zandbij Smalbandwespbij
Donkere wespbij
Viltvlekzandbij Gewone wespbij
Smalbandwespbij
Donkere wespbij
Vroege zandbij Geelschouderwespbij
Fluitenkruidbij Langsprietwespbij
Witkopdwergzandbij Gewone kleine wespbij
Grijze rimpelrug Roodsprietwespbij (foto bij column3)

 wespbijsierlijke2insectenWespbijen (2)12 mei 2012mei

Wespbijen (2), 12 mei 2012

 wespbijsierlijke2

Wanneer een gastheernest eenmaal gelokaliseerd is, bezoekt het wespbijvrouwtje het nest verschillende keren. Een nest dat reeds voorzien is van stuifmeel, is qua geur aantrekkelijker dan een leeg nest. Wanneer twee wespbijvrouwtjes van dezelfde soort elkaar tegen komen bij een gastheernest, dan gedragen ze zich agressief en proberen elkaar weg te jagen. De vrouwtjes van de zandbijen gedragen zich vreemd genoeg niet agressief t.o.v. wespbijvrouwtjes. Dit komt omdat het wespbijvrouwtje een zelfde geur heeft als het zandbijvrouwtje. Deze geur hebben de wespbijvrouwtjes niet van zichzelf maar komt van klieren van wespbijmannetjes. Tijdens het paren krijgen de vrouwtjes deze geur mee en die blijft lang aan haar hangen. Dit is weer een prachtige 'uitvinding' van de natuur (gezien

van uit de wespbij), dat alleen bevruchte vrouwtjes effectief in zandbijnesten kunnen binnendringen. Een eenmaal gevonden gastheernest wordt regelmatig opnieuw bezocht en in de gaten gehouden. Indien het zandbijvrouwtje zelf aanwezig is, dan blijft het wespbijvrouwtje vaak vlak bij de nestingang. Hierbij gaat ze in een 'loerhouding' roerloos, met de kop in de richting van de nestingang zitten. Wanneer de gastheer wegvliegt, gaat het wespbijvrouwtje het nest in. Ze gebruikt alleen cellen, die pas afgesloten zijn, dus voorzien zijn van voldoende voedsel (stuifmeel). Ze legt meestal twee eieren per broedcel, op voor de soort vaste plekken in de wand van de broedcel. De eitjes komen na ongeveer een week uit. De pas uitgekomen larve gaat eerst op zoek naar het andere Wespbij eitje en vernietigt dat. Het wordt echter niet opgegeten. Vervolgens gaat de larve naar het ei van de gastheer en voedt zich daar mee. Pas daarna gaat de larve eten van de opgeslagen stuifmeelvoorraad. Gedurende deze periode vervelt de larve enkele keren. De gehele ontwikkeling van ei tot volwassen wespbij duurt een paar weken. Op de foto een van de 43 wespbijsoorten: de sierlijke wespbij.

 wespbijgewone1insectenWespbijen (1)5 mei 2012mei

Wespbijen (1), 5 mei 2012

 wespbijgewone1

2012 is uitgeroepen tot het jaar van bij, om aandacht te vragen voor het belang van bijen en de problemen waar bijen mee kampen . In deze serie columns over solitaire bijen probeer ik u te interesseren voor de fascinerende verscheidenheid in bijen soorten (allen zonder angels!). Na de sachembijen nu een serie over wespbijen. De naam wespbijen zal velen al merkwaardig in de oren klinken, maar in de insectenwereld is de werkelijkheid vaak vreemder dan de wildste fantasieën. In Nederland zijn tot dusver 43 soorten wespbijen ontdekt. Ze heten wespbijen omdat ze op wespen lijken, maar het zijn bijen omdat ze op stuifmeel en nectar worden grootgebracht en niet zoals bij wespen met dierlijke prooien. Maar echt bijachtig gedragen zij zich niet. Ze verzamelen namelijk het stuifmeel en nectar niet zelf en hebben daarom ook geen stuifmeel

korfjes aan hun poten. In gedrag lijken ze ook op wespen, want wespen zijn veelal rovers en ook wespbijen komen aan de kost door roven.

Bijzonder

Wespbijen zijn cleptoparasieten, ook wel koekoeksbijen genoemd. De vrouwtjes maken zelf geen nest, maar leggen hun eitjes in het nest van andere solitaire bijen. Dit gedrag komt bij veel meer bijengeslachten voor. Verreweg de meeste wespbijsoorten parasiteren op één of meer soorten zandbijen. (De 64 soorten zandbijen heten zo omdat zij hun nest uitgraven in spaars begroeide zandplekken; ook zandbijen hebben het relatief zwaar in onze polder omdat er weinig geschikte broedplekken beschikbaar zijn; Een ieder kan daar wat aan doen door in de eigen tuin in de zon een zandhoop in te richten; voor een voorbeeld, bezoek De Heimanshof) Sommige wespbijen zijn parasiet van groefbijen, roetbijen of dikpootbijen. Wespbijen hebben geen vaste woon- of verblijfplaats. 's Nachts slapen ze verborgen in bloemen, of ze bijten zich vast aan plantendelen zoals stengels en bladeren. Bij het zoeken naar de nesten van de gastheer speelt zicht een belangrijke rol. Volgende week meer.

 sachembijen3insectenSachembijen328 apr 2012april

Sachembijen3, 28 apr 2012

 sachembijen3

In de broedkolonies zijn naast de vele cellen met inhoud (voedselvoorraad met ei of larve) vaak verlaten cellen aan te treffen. Dat komt omdat nestplaatsen soms jaren achtereen worden gebruikt en deels worden hergebruikt en opgeknapt (zie foto van sachembij bij nestholte). Onder gunstige omstandigheden kunnen honderden individuen bij elkaar nestelen. De voedselvoorraad bestaat uit stuifmeel en nectar. Het vrouwtje verzamelt eerst stuifmeel dat ze op een hoopje op de bodem van de broedcel neerlegt. Daarna verzamelt ze nectar tot de helft hiermee vol is. Van de twee componenten wordt geen homogeen mengsel gemaakt, de verzamelde nectar is erg vloeibaar. Of er nog een afscheiding van de bij zelf aan toe wordt gevoegd is niet bekend. De voedselvoorraad heeft een sterke geur die aan blauwe kaas doet denken. Het ei wordt bovenop het vloeibare voedsel gelegd, zodanig dat het slechts op twee punten in contact komt met het voedsel. Nadat het ei is gelegd wordt de broedcel afgesloten.

De larve die uit het ei komt, begint eerst aan het vloeibare gedeelte (nectar) te eten en daarna wordt ook het vaste gedeelte (stuifmeel) gegeten. Het laatste restje van de voedselvoorraad wordt door de larve zorgvuldig op de buik bij elkaar gehouden, zodat niets verspild wordt. Wanneer de larven de voedselvoorraad volledig hebben opgegeten, kunnen zij beginnen met verpoppen. Eerst zal de larve al het verteerde voedsel uitscheiden. Tijdens het verpoppen mag er geen voedsel meer in het lichaam aanwezig zijn om infecties te voorkomen.

Waar

De 4 nog niet uitgestorven Sachembijsoorten komen vooral nog in Zuid Limburg voor. De gewone Sachembij is plaatselijk algemeen en komt voor zover bekend op 2 plaatsen in De Haarlemmermeer voor. Deze soort is afhankelijk van grote bestanden van zijn waardplanten zoals longkruid en ander ruwbladigen, sleutelbloemen en/of dovenetels, zoals hij die in De Heimanshof nog wel vindt.

 sachembijen3a