bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 7 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 insectenGraanklander19 dec 2015december

Graanklander, 19 dec 2015

 graanklander

In de zaadvoorraad van onze granen ontdekten we deze week honderden kleine zwarte kevertjes. Deze 3-4 mm waren graanklanders, een snuitkeversoort. De snuitkevers zijn met 35000 soorten wereldwijd een van de meest soortenrijke families van alle diergroepen. Graanklanders zijn oorspronkelijk geen inheemse soort. Ze leven in tropische en mediterrane streken en zijn met graantransporten hier lang geleden al terecht gekomen om niet meer te verdwijnen. Ze planten zich niet voort als de temperatuur lager dan 13 of hoger dan 30 graden is en hebben een hoge relatieve vochtigheid nodig.I.t.t vele andere keversoorten ,waaronder de verwante rijstklander en maisklander kunnen ze niet vliegen om zich te verspreiden. Lopen doen ze echter als de beste en ze zijn ook heel goed in staat om gebruik te maken van allerlei transportmogelijkheden. Hun voorkeurvoedsel bestaat uit graankorrels, maar bij gebrek daaraan nemen ze soms ook

genoegen met andere zetmeelproducten zoals koekjes of dierenvoer. De kwaliteit van graanvoorraden gaat achteruit doordat het graan muf wordt en door de achtergelaten uitwerpselen.

Bijzonder

Een graanklander kan 100 dagen tot een jaar oud worden onder gunstige omstandigheden en 3 -4 generaties per jaar produceren. De wijfjes leggen maar 2-3 eieren per dag, maar door hun lange leefduur kan het aantal dieren toch flink oplopen. Ze hebben in graan voorraden een voorkeur voor het midden van hopen omdat het daar iets warmer is. Het wijfje ligt 1 ei per graankorrel, door er een gaatje in de knagen, daarin een ei in te leggen en het gat weer af te dekken met een soort stopverf in dezelfde kleur als de korrel. Bij het bestrijden van graanklanders helpen bestrijdingsmiddelen niet, al was het maar om dat de graanvoorraden dan onbruikbaar worden. Droog en koel bewaren en liefst invriezen is een probaat middel of in een afgesloten zak of vat weggooien.

Waar

Graanklanders komen wereldwijd voor zowel in huiselijke voorraden als professionele graan opslagplaatsen.

 insectenZilvervisje5 nov 2015november

Zilvervisje, 5 nov 2015

 zzilvervisje

Zo nu en dan kom je ze in huis tegen, vaak in een bad of wastafel, waar ze niet tegen de gladde wanden op kunnen lopen. Als je zo’n zilvervisje van 1- 1.5 cm lang tegen komt, hoef je niet meteen alarm te slaan. Ze zijn namelijk geen teken dat je huishouding niet op orde is en ze zijn ook niet of nauwelijks schadelijk of smerig. Ze leven van suikers en zetmeel achtige stoffen en zijn vooral actief in het donker. Ze kunnen niet tegen koude en droogte en daarom zijn vochtige huizen hun ideale woonplaats. Zilvervisjes heten zo, omdat de schubben waarmee hun lichaam bedekt is een zilverachtige glans hebben. Het zijn een primitieve soort insecten: ze hebben nl wel 3 paar poten, maar ze missen het voor insecten karakteristieke harde uitwendig skelet dat bestaat uit chitine. Omdat ze geen hard buitenskelet hebben, zijn ze buiengewoon fragiel en kwetsbaar. En net als een iets minder primitieve

groep insecten de sprinkhanen. ontwikkelen ze zich niet van een rups of een larve via een verpopping tot een volwassen insecten, maar lijken hun larven op de ouders en worden de larfjes bij elke vervelling iets groter.

Bijzonder

Naast zilvervisjes bestaan er 2 verwante soorten: de papiervisjes, die juist wel goed tegen droogte kunnen en van papier leven en ovenvisjes die juist onder hele warme omstandigheden kunnen gedijen. Alle drie de soort hebben karakteristieke staart draden. Ondanks hun fragiele bouw en hun kleine verschijning kunnen zilvervisjes bijzonder oud worden: de meeste insecten leven maar 6-10 weken, maar zij kunnen 3- 8 jaar oud worden en blijven hun hele leven vervellen. En daarbij kunnen ze ook zeer lang zonder eten: tussen 100 dagen en een jaar. Indien het aantal zilvervisjes de spuigaten uit loopt, volstaat het dichten van kieren, maar vooral het verlagen van de luchtvochtigheid tot onder de 50 %.

Waar

Zilvervisjes zijn een permanente begeleider van de mensheid en cultuurvolger geworden en komen wereldwijd voor in bij voorkeur vochtige huizen.

 insectenVarroa Mijt24 jun 2015juni

Varroa Mijt, 24 jun 2015

 varroamijt

Het droge weer van dit voorjaar maakt het tot een goed bijenjaar. In De Heimanshof kwamen we de winter uit met 3 bijenvolken en door het grote aantal zwermen zijn het er nu al 9. Zo kan het gaan in een goed jaar. Maar andere jaren waren minder goed. Iedereen weet dat de bijen het moeilijk hebben. Wat niet iedereen weet, is dat de 3 belangrijkste oorzaken daarvan allemaal aan mensen te wijten zijn. De voornaamste is het ’netheids’ ideaal van de burgers waardoor er in de steden vooral kale bloemloze gazons overblijven. Het gebruik van insecticiden draagt ook niet bij. Maar ik wil het nu vooral hebben over de varroa mijten. Dat zijn parasieten die het op het bloed van bijen en hun larven gemunt hebben. Als wij zelf een bij zouden zijn, zouden de mijten bij ons zo groot als muizen zijn en vele larven en bijen dragen er 3-10 met zich mee (foto van bijenlarf met mijten en

uitvergroting). Daardoor komen er uit larven vaak mismaakte bijen en worden de bijen verzwakt. Het is nl. een parasiet die van nature op Aziatische bijen voorkomt. Maar die hebben een poetsreflex ontwikkeld waarmee ze zich van de mijten kunnen ontdoen. Door de introductie van Aziatische bijen door imkers om te proberen de honing opbrengst te vergroten zijn de varroa mijten hier terecht gekomen. En onze bijen hebben die poets reflex Niet. Een soortgelijke kruisactie in Amerika met Afrikaanse bijen heeft daar de killer bijen op geleverd. Deze bijen passen zo goed op hun honig dat ze niet rusten voor een verstorend element afgemaakt is. Dat kost jaarlijks honderden mensen het leven

Bijzonder

De varroa mijt is te bestrijden met het toedienen van zuur op de bijenkast en door aangetaste ramen en volken te verwijderen. Maar helemaal kwijtraken lukt niet meer.Toch lijkt natuurlijke selectie ook hier op te treden. Want wilde bijen volken die niet behandeld worden, overleven ook.

Waar

Varroa mijten komen nu overal in Europa voor en komen oorspronkelijk uit Azië.

 insectenGeleklisboorvlieg30 mei 2015mei

Geleklisboorvlieg, 30 mei 2015

 geleklisboorvlieg

Het droge voorjaar van 2015 lijkt zeer insectenvriendelijk te zijn.

Zo hebben zich in de afgelopen 2 weken zeker 14 honingbijzwermen in en om De Heimanshof vertoond. Maar ook andere insectensoorten lijken te gedijen en de plantengroei lijkt van de droogte weinig last te hebben.

Zo is de grote klis aan een groeispurt bezig die in de komende maand planten van wel 2- 2.5 m hoog gaat opleveren en die de stekelige klitten maken die in haar en kleren vast blijven zitten.

Bij het verwijderen van een groot deel van deze dominante planten viel ons oog op een bijzonder insect (foto Lou vd Linden), die weer inzicht in een hele nieuwe wereld van insectenleven opleverde. Het was de Gele Klisboorvlieg.

Bijzonder

Boorvliegen zijn een familie van insecten uit de orde vliegen en muggen of tweevleugeligen. Ze

heten ook wel fruitvliegen, maar horen niet tot de bekende laboratorium fruitvliegjes familie.

Wereldwijd zijn er wel 5000 soorten boorvliegen beken in ca 500 geslachten.

Boorvliegen onderscheiden zich van deze soorten en van andere insecten door de mooie tekeningen van vlekken, banden of zigzagstrepen op de vleugels, waardoor ze op het eerste zicht op een springspin kunnen lijken. Zij danken hun naam aan het feit dat de vrouwtjes de eitjes in een plant leggen met behulp van hun puntige legboor, die vaak langer is dan de rest van het lichaam. De lichaamslengte bedraagt maximaal 1,5 cm.

De larve van aantal boorvliegsoorten is heel klein en vreet gangen uit tussen de onder- en bovenkant van bladeren. Andere soorten leven parasitair op andere insecten.

Volwassen vliegen voeden zich met plantensappen en vocht uit rottend plantenmateriaal. De eieren worden apart of groepsgewijs afgezet onder de schil van vruchten.

Enkele boorvliegsoorten staan bekend als plaagsoorten van fruitbomen zoals de appelvlieg uit Noord-Amerika en kersenvliegen uit Zuid-Europa, die via transport hier terechtgekomen zijn.

Waar

De Gele klisboorvlieg is gebonden aan de Grote klis als waardplant.

 insectenAspergehaantje16 mei 2015mei

Aspergehaantje, 16 mei 2015

 aspergehaantje

In april en mei explodeert de natuur in volume en soortenrijkdom.

Het is de tijd van de blijde verwachting als je er oog voor hebt: of het nu de 1e gierzwaluw is in de lucht of de 1e orchidee, het houdt niet op.

Bij al dat rondspeuren is het natuurlijk een uitdaging om bijzondere soorten op te merken. Zo liep ik deze week langs het duinbiotoop op De Heimanshof om te kijken of onze wilde asperges al boven de grond kwamen. Behalve dat het leuk is bezoekers te wijzen op een eetbare wilde soort en hoe die er in het wild uitziet is het ook de moeite waard om de prachtig gekleurde aspergehaantjes te ‘spotten’.

Want zo werkt het in de natuur: bij elke plantensoort hoort een hele gemeenschap van soorten die ‘mee liften’.

Bijzonder

Aspergehaantjes horen bij de familie van bladhaantjes. Ze zijn ca 6 mm lang. Er zijn veel soorten bladhaantjes: munthaantjes,

elzenhaantjes, wilgenhaantjes, leliehaantjes en ga zo maar door, voor bijna elke plantengroep wel een.

Ze zijn bijna allemaal fel gekleurd als waarschuwing dat ze niet lekker smaken.

De aspergehaantjes maken 2 generaties per jaar en volwassen kevers overwinteren in de grond. Ze leven alleen op asperge en de larven kunnen in een productieveld schade doen, maar in De Heimanshof mogen ze hun gang gaan.

Vogels lusten de haantjes niet, maar de natuur zou de natuur niet zijn als er niet een andere soort een ongebreidelde voortplanting onder controle zou houden.

Bijna alle larven van de aspergehaantjes worden namelijk belaagd door sluipwespen die hun eitjes daarin leggen. Terwijl de larve de asperge aanvreet, eten de larfjes van de sluipwerp de larve van binnenuit leeg. Net voor hij volwassen is, barst hij open en komt er geen aspergekever uit maar een groep sluipwespjes. Zo gaat dat bij de meeste insecten.

Daarom zijn er honderden tot duizenden sluipwespen soorten, die we nooit zien, maar permanent hun ‘regulerende’ taak vervullen.

Waar

Aspergehaantjes leven alleen van asperge. Ze komen overal voor waar asperge groeit.

 insectenKameleonspin2 mei 2015mei

Kameleonspin, 2 mei 2015

 kameleonspin

Een van de leuke dingen van het schrijven van deze column, is dat mensen met bijzondere zaken langs komen. Een paar weken geleden meldde zich iemand, die zich zorgen maakte over het feit dat er in haar sierdistel in de tuin elk jaar grote aantallen dode bijen hingen.

Deze oplettende lezer kwam op het spoor ven een witte spin, die in de bloem zat en wel eens de oorzaak kon zijn. Omdat haar kogeldistel een niet inheemse tuinplant is, bestond het vermoeden dat ook de spin wel eens een exoot kon zijn, die mogelijk gevaarlijk voor onze inheemse bijen kon zijn. De oplossing kwam zoals zovaak weer van professor Ernst. Het bleek te gaan om een soort krabspin en wel de gewone kameleonspin, die hier van nature voorkomt.

Bijzonder

Er bestaan in Nederland tientallen soorten krabspinnen. Ze ontlenen

hun naam aan het feit dat ze niet zoals andere spinnen vooruit kruipen, maar net als krabben een zijwaartse gang hebben. Deze soort leeft vooral van bijen en hommels. Ze maken geen web en wachten geduldig op de bloem tot haar prooien de bloemen komen bestuiven. Zo kunnen ze dagen tot weken in eenzelfde hinderlaag blijven zitten. Kameleonspinnen ontlenen hun naam aan het feit dat ze geel ( inzet) of wit ( grote foto) zijn, wat afhangt van de kleur van de bloem waarin ze zich ophouden. Dankzij deze camouflage kunnen ze hun prooien verrassen. Die prooi kan tot 3x groter zijn. Hun gif is snelwerkend en sterk. De leeggezogen prooi blijft soms aan de bloem hangen, wat de aanwezigheid van de spin kan verraden.

Het bijzondere aan deze spin is dat ze net als een kameleon de kleur van de bloem waarop ze kruipen aannemen. Om van kleur te veranderen doet deze spin er echter langer over dan een kameleon. De kleurverandering van wit naar geel duurt 10 tot 25 dagen en terug van geel naar wit duurt 6 dagen.

Waar

Kameleonspinnen hebben een voorkeur voor witte en gele bloemen, waarbij hun schutkleur strategie optimaal werkt.

 insectenwc-motmug7 mrt 2015maart

wc-motmug, 7 mrt 2015

 wcmotmuggestippelde

U bent van mij gewend om intrigerende natuurverschijnselen overal vandaan te toveren. Deze week een tropische soort die recentelijk (10 -20 jaar geleden of zo) is meegelift met internationale reizigers.

Zijn levenscyclus is niet heel appetijtelijk, want hij legt z’n eitjes (soms massaal) in de slijmerige prut van gootsteen- en wc-zwanenhalzen. Daar kauwen de larfjes zich door die prut. De volwassen exemplaren houden zich in en bij gootstenen en wc-potten op. Daar kunnen ze jaar rond aangetroffen worden.

Ze heten motmuggen. En om preciezer te zijn wc-motmuggen.

Het zijn circa 5 mm grote zwarte insecten met donkere zware beharing. Die beharing valt af als ze wat ouder worden.

Er zijn inmiddels 2 soorten bekend: de gestippelde wc motmug, die zijn vleugels horizontaal houdt en rijen witte stippels op de randen heeft (foto) en de gewone wc-motmug

die wat kleiner is zonder stippen en die zijn vleugels dakpansgewijs boven zijn lichaam houdt.

In de zomer kunnen de wc-motmuggen ook buiten leven. Daar worden ze soms aangetroffen in compostvaten en -hopen, vooral als deze vol met natte inhoud zitten.

Hoewel hun larvale stadium zich niet afspeelt in de meest fantasievolle omgeving, brengen ze voor zover bekend geen ziekten en plagen met zich mee.

Bijzonder

De wc-motmuggen ken ik zelf al een jaar of 10, maar naar nu blijkt stonden ze tot voor kort niet eens geregistreerd als een soort die in Nederland voorkomt. Dat heeft waarschijnlijk meer te maken met de aandacht voor deze soortgroep dan met hun daadwerkelijke voorkomen.

De levenscyclus van de motmuggen is heel snel: van ei tot volwassen exemplaar duurt ca. 17 dagen. De motmugjes zelf leven ca 10 dagen en na ongeveer 9 uur kunnen ze zich al voort planten met 200-300 eitjes per vrouwtje. Dat kan in korte tijd duizenden nakomelingen opleveren.

Waar

Voor het waarnemen van motmugjes hoeft u de deur niet uit. Ze leven in gootstenen, wcpotten en blubberige composthopen.

 insectenRamshoorn­gal­we­sp­pa­rasiet24 jan 2015januari

Ramshoorn­gal­we­sp­pa­rasiet, 24 jan 2015

 Ramshoorngalcomb1

Al 8 jaar mag ik u eerst wekelijks en nu 2-wekelijks van de HC op de hoogte houden van de verbazingwekkende flora en fauna in onze polder.

In augustus 2008 kon ik u melden dat de EU-eenwording ook ecologische invloeden had: met vrachtwagens was uit Hongarije en omstreken de ramshoorngalwesp meegelift.

Tot 1990 was de Ramshoorngalwesp bekend van Oost-Europa tot Iran.

Vanaf 1990 heeft de Ramshoorngalwesp zich naar West-Europa uitgebreid. In het jaar 1990 komt de eerste waarneming uit Duitsland. In de omgeving van London was de eerste waarneming in 1998, nog voor het eerste exemplaar in Nederland (2003), in Diemen werd gezien.

In Nederland heeft zich deze galwesp vooral in het zuiden van Noord-Holland en in Zuid-Holland sterk uitgebreid en

is nauwelijks in Oost-Nederland te vinden.

In De Heimanshof was de eerste gal in de zomer van 2008 op een jonge zomereik.

Bijzonder

Nieuwe soorten kunnen zich vaak snel ontwikkelen omdat ze geen vijanden hebben. Hoe snel de natuur zich soms kan aanpassen, bleek deze winter toen de galwespjes in hun ’veilige’ gallen opgepeuzeld bleken: De vrouwtjes van zogenaamde bronswespen (foto) kunnen met hun sprieten waarnemen waar de larve van de galwesp in de gal zit. Ze boren met hun legboor dan door de buitenschil van de gal en leggen een ei in de galwesplarve. Zodra de parasiet uit het ei kruipt, wordt de galwesplarve opgepeuzeld. Bij kweekexperimenten bleek dat in de late herfst zowel wijfjes als mannetjes van de parasitaire bronswesp Sycophila biguttata uitkwamen.

Ramshoorngalwespen zelf zijn ook bijzonder. Zij kennen twee generaties per jaar die elk een andere soort eik nodig hebben; de moseik of Turkse eik en de inheemse zomereik. In de Wieger Bruinlaan groeien moseiken en overal staan zomereiken. Uit de gallen op de zomereik komen alleen vrouwtjes, uit de gallen op de moseik komen mannetje en vrouwtjes.

Waar

De parasitaire bronswesp komt overal in Europa en West-Azië voor waar ook de Ramshoorngalwesp aanwezig is.

 insectenkruisspin (4)13 nov 2013november

kruisspin (4), 13 nov 2013

 Kruisspin4Urntjesspinnendoder1

Bij verstoring begint de spin hevig heen en weer te schudden in haar web. Bij ernstige verstoring laat de spin zich loodrecht naar beneden vallen waarbij het lichaam met een spindraad wordt geankerd. De spin houdt zich op de bodem een tijdje schijndood. Na enige tijd klimt de spin hieraan weer naar boven. Kruisspinnen hebben gifkaken maar gebruiken deze alleen om op prooien te jagen en niet om vijanden af te weren. Alleen als een spin tussen de vingers wordt vastgeklemd zal deze in het uiterste geval bijten. Dit voel je wel maar is niet gevaarlijk.

De grootste vijand van de spinnen is het klimaat. Ze lijden vooral onder droogte en zware regenval. Ook de mens is een belangrijke vijand, omdat deze spinnen doodt en hun web vernielt.

De spinnen moeten ook opletten voor sommige sluipwespen zoals spinnendoders, die de spin verlammen en naar het nest brengen. Alle spinnendoders behoren tot wespachtigen, zoals graafwespen. Er zin wereldwijd bijna 5000 soorten bekend. In Nederland komen

ongeveer 65 soorten voor (foto′s Urntjesspinnendoder). De verlamde spin wordt in een holletje gebracht en er wordt een ei bij afgezet. Als de larve van de sluipwesp uit het ei kruipt wordt de kruisspin levend en van binnenuit opgegeten.

Waar

De kruisspin bouwt haar web op open plekken tussen lage boomtakken of in struiken, die van de wind zijn afgeschermd. Het web wordt gemakkelijk door regen en wind vernield, waardoor de kruisspin alleen voorkomt op beschutte plaatsen. Tuinen zijn voor de kruisspin ideaal, omdat deze vaak hogere begroeiing bevatten en relatief goed zijn afgeschermd van felle zon en van wind. De kruisspin heeft een vochtige leefomgeving nodig en kan slecht tegen droogte en komt vooral voor in laaglanden. Een andere weersomstandigheid waar de spin onder lijdt is hevige regenval. De kruisspin komt in grote delen van Europa en delen van Noord-Amerika. In Europa komt de kruisspin voor van noordelijk Scandinavië tot in landen aan de Middellandse Zee.

 Kruisspin4Urntjesspinnendoder2

 insectenKruisspin (3)20 okt 2013oktober

Kruisspin (3), 20 okt 2013

 kruisspinmetprooi

De kruisspin is een groot deel van het leven bezig met het bouwen van een web. Het web is vergelijkbaar met dat van andere wielwebspinnen. Deze spinnenfamilie bouwt een vierkant frame met een spiraalvormige vangdraad in het midden. Deze wordt ondersteund door een aantal draden die van het frame naar het midden van het web lopen waardoor ze doen denken aan spaken. Het web in zijn geheel lijkt hierdoor op een fietswiel waaraan de naam van de spinnen te danken is.

Het web raakt gemakkelijk beschadigd en snel vervuild. Bovendien drogen de draden snel uit, zodat het web iedere dag vervangen moet worden. Dit duurt ongeveer 20 minuten. Ook na iedere vangst moet het web gerepareerd worden, omdat een spartelend prooidier het web beschadigt. De kruisspin bouwt het web op enige hoogte

boven de bodem in struiken en lagere takken van bomen.

Het web is bedoeld om kleine en grotere vliegende insecten te vangen. Bekende prooien zijn vliegen en muggen, wespen en bijen maar ook grotere insecten zoals vlinders worden gegeten. Heel kleine prooien, zoals bladluizen, worden genegeerd. Zodra een prooi het web invliegt, wordt de spin gealarmeerd door de trillingen in de zogenaamde signaaldraden. De spin wikkelt deze snel in een spinselpakket (foto). Pas daarna wordt een beet toegediend die de prooi verlamt. De ingepakte prooi wordt dan uit het web gehaald en in een schuilplaats opgegeten. In de zomer van het tweede levensjaar zijn de wijfjes zo groot dat ze een web van ongeveer 60 cm doorsnede maken. Vooral bij vochtige weersomstandigheden zijn de webben duidelijk te zien doordat ze bedekt zijn met dauwdruppels. Het grootste deel van de volwassen spinnen overleeft de eerste nachtvorst niet.

De voornaamste vijanden van de kruisspin zijn insectenetende vogels, die de spin uit het web plukken. Er zijn ook spinnensoorten die alleen op andere spinnen jagen en hen in hun eigen web aanvallen. Daarnaast zijn kruisspinnen kannibalen en eten ze kleinere soortgenoten.

 insectenKruisspin (2)20 okt 2013oktober

Kruisspin (2), 20 okt 2013

 kruisspinbabies1

De paring is voor een mannetje een hachelijke zaak. De vrouwtjes blijven in hun web terwijl de mannetjes op zoek gaan. Hij laat weten dat hij geen prooi is door trillingen te maken in het web van het vrouwtje. De paring van spinnen is uitwendig. Het mannetje heeft aan de monddelen een ballonnetje. Dit heeft een pipet-achtige werking zodat sperma kan worden opgezogen en later in het vrouwelijke geslachtsorgaan kan worden afgegeven. De geslachtsdelen van het mannetje en het vrouwtje passen exact in elkaar. Als het ballonetje is gevuld, wordt het als een spermapakketje ingebracht.

Na de bevruchting wordt het sperma opgeslagen in een speciaal kamertje. Het vrouwtje heeft een eileider waar de eicellen worden bevrucht en de eieren worden gevormd. Hierbij zwelt het achterlichaam enorm op. De eitjes worden afgezet in een cocon.

Het aantal eitjes varieert met de grootte van het vrouwtje van enige tientallen tot honderden. Als de cocon af is, wordt

deze voorzien van pluizige spinseldraden ter bescherming. De cocon wordt de eerste tijd bewaakt door het vrouwtje. De cocons worden in de herfst afgezet op verborgen plekken in planten en zien er uit als een pluk watten met in het midden de gelige eitjes (foto 1). Het vrouwtje stopt met jagen en sterft korte tijd nadat haar eiercocon is afgezet. De eieren overwinteren; in de lente komen de jonge spinnetjes tevoorschijn, ze hebben een kenmerkende gele kleur. (foto 2).

Jonge kruisspinnen verspreiden zich als het nest wordt verstoord, om enige tijd later weer samen te komen. Ze leven de eerste 7-10 dagen van het voedsel in hun dooier. Daarna klimmen ze zo hoog mogelijk in een plant en spinnen een lange draad. Deze draad wordt door de wind opgepakt en neemt de jonge spin mee de lucht in. Zo verspreiden de kleine spinnetjes zich door de lucht en kunnen ze honderden meters of kilometers verder terechtkomen. Spinnen zijn hierdoor vaak de eerste kolonisatoren van nieuwe geïsoleerde (bv vulkanische) eilanden.

 kruisspinbabies2

 insectenKruisspin (1)7 okt 2013oktober

Kruisspin (1), 7 okt 2013

 kruisspin1

De kruisspin is in tegenstelling tot veel andere spinnen geen schuwe soort, maar eentje die vaak midden in het web zit en moeilijk over het hoofd is te zien.

De naam is te danken aan de op een kruis gelijkend patroon op het achterlijf (foto).

Bij spinnen zien mannetjes en vrouwtjes er totaal anders uit. Vrouwtjes worden 12-17 mm, exclusief poten, terwijl mannetjes ongeveer 5 -10 mm worden. Als spinnen nog jong zijn, verschillen de mannetjes en wijfjes niet veel van elkaar. Na verloop van tijd groeien de wijfjes harder dan de mannetjes. In de zomer van hun 2e levensjaar, als de wijfjes volwassen worden, groeien ze zeer snel. Mannetjes hebben naar verhouding langere poten maar een veel kleiner achterlijf dan een vrouwtje. Vooral vrouwtjes die eieren dragen, hebben een opvallend dik achterlijf.

Wat direct opvalt aan de spin zijn de vier paar lange harige poten. De haartjes dienen om trillingen te voelen. Het lichaam van de spin bestaat uit het achterlijf en het gefuseerde kopborststuk. Een kruisspin heeft 8 puntogen: 4 aan de voorzijde en 2x 2 opzij. In tegenstelling tot insecten die samengestelde facetogen hebben, bestaan spinnenogen uit een enkele structuur met ieder een eigen lens.

Onder de kop bevinden zich 2 paar kaken. De bovenkaken zijn voorzien van klauw-achtige structuren en bevatten een gifkanaal. De spin neemt voedsel op door eerst verteringssappen in de prooi te brengen en deze vervolgens weer op te zuigen.

Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben 3 paar spintepels. Dit zijn de uitscheidingsorganen waarmee het spinnenweb wordt gebouwd, maar waarmee ook prooien en eicocons worden omwikkeld. De spintepels kunnen verschillende soorten draden produceren; stevige en niet-kleverige draden om het frame van het web te maken en de eitjes te voorzien van een beschermende laag.

Aan het einde van de zomer is de kruisspin volwassen. Eenmaal volwassen maken de spinnen veel grotere webben dan jonge spinnen, waardoor ze goed opvallen.