bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 3 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 bomenEikenbijzonderheden (4)25 feb 2013februari

Eikenbijzonderheden (4), 25 feb 2013

 eik4

Ook de naam Holland heeft met eiken te maken. Holland komt niet van ‘hol’ maar van ‘Holt’. Onze veengebieden bestonden vroeger uit machtige eikenbossen. Veeboeren op veenweides stuiten nog steeds elk jaar op enorme stammen van eiken die in het veen verzonken waren en die door het inklinken en vervliegen van het veen bovengronds komen, zogenaamde veeneiken (foto).

De grootste eik van Groot-Brittannië is ca 1000 jaar en heeft een stamomtrek van 12,7 m. De Chêne du Tronjoli (ook 1000 jaar) staat op een boerderij in Bretagne. De Kongeegen in Denemarken wordt op 1000 - 1400 jaar oud geschat. Op de Veluwe zijn eikenhakhoutbosjes gevonden die mogelijk al meer dan 1500 jaar om de 8- 10 jaar zijn ‘geoogst’. In vroeger tijden waren eikels vooral belangrijk als varkensvoer. Eikenhout is hard en sterk. En wordt nog steeds

gebruikt als constructiehout, voor parket, deuren en voor de bouw van bruggen en steigers.

De bast bevat, evenals het hout van de oudere bomen, looistoffen die gebruikt worden bij de leerindustrie. Door koken komen de waardevolle looizuren vrij die gebruikt worden voor het looien van huiden. Als dit looizuur met ijzer reageert ontstaat Oost-Indische inkt. Dat proces is te zien bij het omzagen van een eik: op de zaagsnede vormen zich zwarte vlekken. Op eiken komen zeer veel gallen voor. Wel 40 soorten galwespen gebruiken alle onderdelen van de eik:het blad, bladknoppen, eikels, takken en zelfs wortels. De galwesp en zijn larve geven een soort plantenhormoon af dat de plant aanzet tot het vormen van een verdikking. Deze is meestal hard aan de buitenkant en zacht en smakelijk van binnen en vormt een veilige en ideale plek om op te groeien voor jonge galwespen.

Waar

In alle gebieden boven de evenaar groeien eiken. Uitgestrekte eikenwouden besloegen ooit grote delen van Europa. Van deze oerbossen is er nog maar weinig overgebleven. Groot-Brittannië heeft de grootste en mooiste ongerepte oerbossen van Noordwest-Europa waar nog veel eiken staan.

 bomenEik (3)17 feb 2013februari

Eik (3), 17 feb 2013

 eik3b

De Steeneik kan 20 m hoog worden, maar is meestal vele kleiner omdat hij vooral op onvruchtbare rotsige plekken groeit. Hij heeft een korte stam en een brede, ronde kroon. De bladeren zijn hard en leerachtig en glanzend donkergroen en blijven jaren aan de boom, terwijl alle andere eiken bladverliezend zijn. Ze lijken op hulstbladeren en hebben ook stekels. Hij komt voor in het Middellandse Zeegebied tot aan de zuidrand van de Alpen. De boom is niet winterhard en staat daarom in de mediterrane kas van De Heimanshof. Vroeger bedekten wouden van steeneiken grote delen van het Middellandse Zeegebied. Hij is nu teruggedrongen tot steeds kleiner wordende arealen. De steeneik levert zeer hard, zwaar hout dat azijnhout genoemd wordt. Het leent zich voor onderdelen die zwaar belast worden, in de wagenmakerij en in molens voor de kammen van de wielen.

De Libanese eik blijft een vrij kleine boom van maximaal 8 m. Zijn bladeren zijn langwerpig en zaagvormig gelobt met een punt. Hij komt voor van Libanon tot in Iran

en is beperkt winterhard. Ook deze groeit daarom in de mediterrane kas van De Heimanshof.

Bijzonder

Eik is een Oud-Germaans woord en betekent boom. In Nederland en België kennen wij de zomer- en wintereik (Quercus robur en Quercus petraea). Robur betekent hard (eiken)hout en petraea van de rotsen omdat deze eik met arme grond, zelfs rotsgrond, genoegen neemt.

Het Griekse woord voor eik is drus en dat lijkt op het woord druïde voor de Keltische priesters, die ook wel eikmensen genoemd werden. Eiken waren voor de Kelten Heilige bomen en werden vereerd. Bij de Hettiten, Perzen, Grieken en Romeinen was de eik symbool voor wilskracht. De eik was voor veel volkeren een magische boom. De Griekse geschiedschrijver Tracitus schrijft dat de Germanen geen tempels kenden, alleen heilige wouden. Hij was erg onder de indruk van de machtige eikenbossen in Duitsland. Aan de voet van eiken spraken zij recht, brachten zij offers en begroeven zij hun doden.

 eik3a

 bomenEik (2)10 feb 2013februari

Eik (2), 10 feb 2013

 eik2

De Hongaarse Eik kan tot 40 m hoog worden en heeft een brede kroon en hoogopgaande takken.

Langs de Hoofdweg-Oost in Hoofddorp tussen het Griekse restaurant en Quick-fit staan de enige drie Hongaarse eiken die wij ontdekt hebben, maar die mogen er dan ook zijn. Ze zijn ca 90 jaar oud en de dikste is ruim 2.5 m in omtrek. Deze soort komt uit de Balkan en met je vindt hem met name in Servië, Bulgarije en Roemenie. Het gekke is dat de boom nauwelijks in Hongarije voorkomt.

Deze eik houdt van zware, voedzame, iets zure gronden die in het voorjaar nat is en in de zomer kurkdroog. Hij houdt niet van een hoge grondwaterstand en heeft een hekel aan kalk. Opvallend is dat de bladeren aan de uiteinden van de takken zitten. Daardoor krijgt de boom een open kroon.

De

bladeren zijn met 10- 20 cm, erg groot en glanzend groen met ronde lobben en verkleuren in de herfst van geel naar bruin(Zie foto). De eikels worden voor 1/3 tot de helft omsloten door het napje.

De Amerikaanse eik komt, zoals de naam zegt uit Amerika en is goed winterhard. Het mooiste exemplaar in onze polder staat langs de Kromme Spiering weg (bij nr 289) en ook langs de Hoofdvaart voor het Oude Raadhuis staan er een aantal. Deze eik krijgt in de herfst mooi rood blad. Dit blad is opvallend groot (tot 22 cm) en geeft geen ronde maar puntige lobben. Hij kan 25 m hoog worden en groeit extra breed uit (foto). De Amerikaanse eik wordt niet zo oud. Met 80 jaar is het meestal wel gebeurd. Het hout van de Amerikaanse eik is minder waardevol dan dat van de zomer- en wintereik. Het rode herfstblad wordt veel gebruikt voor bloemstukken, meestal in combinatie met chrysanten. De eikels hebben een 2-jarige ontwikkelingscyclus. In het eerste jaar worden ze bestoven. Het worden dan kleine groene vruchtjes. Pas in het tweede jaar vindt de echte rijping plaats. De eikels worden dan groter dan die van zomer-en wintereik. Ze hebben ook een extra puntje waardoor ze als tolletjes zijn te gebruiken.

 bomenEik (1)7 feb 2013februari

Eik (1), 7 feb 2013

 eik1

Na de lindesoorten in polder is het nu de beurt aan de eiken. In onze polder heb ik tot dusver 7 soorten gevonden. Graag laat ik u in de komende weken weten waar ze staan en wat er voor bijzonderheden aan te ontdekken zijn. Over eiken is een heel boek te schrijven. Ik ga dat proberen in 4 afleveringen samen te persen.

De meest algemene inheemse eikensoort is de zomereik. Deze boom kan een hoge ouderdom bereiken. De stam gaat gauw over in krachtige, maar kromme takken waardoor zich de kroon onregelmatig ontwikkelt en lichtdoorlatend is. De naam zomereik wijst erop dat de boom slechts in de zomer bladeren draagt in tegenstelling tot de wintereik. De bladeren ontluiken in de eerste helft van mei, hebben ronde lobben en korte stelen. Zomereiken zijn door de mens bevoordeeld boven wintereiken

omdat deze soort meer eikels produceert (de ‘mast’). Op deze mast werden de varkens vroeger vetgemest in de herfst.

Ook de wintereik is inheems. Ik heb maar 2 exemplaren gevonden in de polder: in het Wandelbos Hoofddorp en langs de Bennebroekerdijk. Het herfstblad van deze boom blijft gedurende de hele winter aan de takken, net als bij sommige beuken. De bladeren zijn glanzend en leerachtig, vrij regelmatig van vorm en hebben een lange steel. Ook deze soort kan zeer oud worden.

Een uitheemse soort die het erg goed doet, is de Turkse of Moseik (bv in het centrale parkje in Vijfhuizen of langs de Wieger Bruinlaan in Hoofddorp) Deze eik kan 35 m hoog worden. De bladeren zijn 10- 15 cm lang, glanzend groen aan de bovenkant en met kleine rechthoekige lobben. De rijping van de kleine vruchten vindt pas in het 2e jaar na bevruchting van de bloemen plaats. Ze zijn voor de helft omgeven door een vruchtbeker met draadachtige, lange schubben. Aan deze draadachtige schubben dankt de soort zijn naam van moseik. Dit ‘mos’ lijkt als een eskimomuts op de eikel te zitten. De schors is grijsbruin tot zwart en diep gekloofd. Hij groeit vooral in Zuidoost-Europa en West-Azië.

 bomenLinde (3)28 jan 2013januari

Linde (3), 28 jan 2013

 linde3

Lindenhout is een houtsoort die zich zeer goed leent voor houtsnijwerk, draaiwerk en beeldhouwwerk, omdat het vrij zacht is, een fijne nerf heeft en gelijkmatig is opgebouwd. De linde van Sambeek wordt vaak de oudste boom van Nederland genoemd. Of dat waar is, kan niemand met zekerheid zeggen, want de bepaling wordt bemoeilijkt doordat de boom hol is en er dus geen jaarringen geteld kunnen worden. Wel is zeker dat deze boom een van de oudste van Nederland is. De boom zou 1000 jaar oud zijn, maar deskundigen houden het op 400- 500 jaar. Het is in elk geval de dikste linde van Nederland, met een stamomvang van 775 cm. Oorspronkelijk was het een etagelinde, in drie etages. In 1901 zijn de bovenste twee etages gesneuveld. In het centrum van de holle stam is een nieuwe stam gegroeid uit het

oude wortelstelsel; dit is inmiddels zelf weer een forse boom van circa 2,5 m. omtrek.

Waar

Er bestaan ca 25 soorten lindes wereldwijd, die vooral voorkomen op het noordelijk halfrond in Europa, Noord-Amerika en Azië. De kleinbladige en de grootbladige linde komen van nature in de Benelux voor. Linden gelden als een van de grootste loofboomsoorten en heeft zijn biotoop van nature met name in beekdalen. Mooie voorbeelden van de Winterlinde of kleinbladige linde (op foto: links) staan in het Generaal Snijdersplantsoen in Badhoevedorp. Zomerlindes of grootbladige lindes (op foto: rechts) zijn aangeplant in het oude centrum van Hoofddorp (Fortweg, Managelaan, Terveen laan, etc) en Gewone lindes (op foto: midden) staan daar vlak bij langs de Hoofdvaart. Krimlindes zijn aangeplant op kerkhof Iepenhof. De dikste en mogelijk dus oudste linde van de polder staat bij de boerderij aan de Schipholweg 569. Een van de 6 daarvan is bijna 3 m in omvang. De meeste andere oude lindes zijn 2- 2.5 m in omvang. Een boom die ook deze omvang benadert staat in het Wandelbos van Hoofddorp. In de loop van 2013 en 2014 zullen de ca 20 routes langs monumentale en bijzondere bomen door de gehele polder uitkomen.

 bomenLinde (2)20 jan 2013januari

Linde (2), 20 jan 2013

 linde2

Kenmerkend voor lindebomen is de krans van wortelopslag rond de voet van bijna elke boom. De lindeboom werd bij de Kelten en de Germanen gezien als heilige boom. De geest van de linde gold als beschermer voor huizen, bronnen en kerken. Ook later werd de lindeboom als ′goede boom′ beschouwd. Huwelijken werden gesloten onder de linde. Duimen van de geliefden werden dan in de bast gedrukt.

De linde wordt veel gebruikt als leiboom. De boom vormt een dicht bladerscherm dat in de zomer verkoeling biedt. Lindes worden veelvuldig aangeplant als herdenkingsboom. De dikste herdenkingsboom staat op de Geniedijk, kruising Spieringweg. Deze Wilhelminaboom (foto) is in 1923 geplant tgv het 25-jarig regeringsjubileum van Wilhelmina. Jongere gedenklindes staan in vele parken en gazons.

Bijzonder

In

juni bloeit de linde rijkelijk en wordt door bijen en hommels bestoven. Voordat riet- en bietsuiker rijkelijk beschikbaar kwam, was honing de belangrijkste zoetstof. De linde was de grootste producent van honing. Door voedselconcurrentie kunnen onder laatbloeiende lindebomen, vooral onder alleenstaande bomen, veel dode hommels liggen. Hommels verhongeren doordat er meer energie bij het rondvliegen verbruikt wordt dan er in de vorm van nectar verzameld kan worden. Het verhaal dat bv koningslinden giftig zouden zijn is hierop gebaseerd maar klopt niet. Van de bloemen van de linde kan kruidenthee gemaakt worden, ook wel tilleul genaamd, de Franse naam voor linde.

De linde kan zeer veel last hebben van de lindebladluis. De zilverlinde heeft hier echter weinig last van. De lindebladluis scheidt honingdauw, een suikerhoudend vocht, af, waarop weer schimmels zoals roetdauw groeien. Insecten zoals mieren en bijen oogsten deze ′bladhoning′ ook. De honingdauw kan voor zeer veel overlast zorgen (op geparkeerde auto′s bv). Gemeenten plaatsen om dit tegen te gaan soms zakjes met gekweekte lieveheersbeestjes. Jammer genoeg verdringen de gebruikte buitenlandse soorten nu onze inheemse soorten.

 bomenLinde (1)12 jan 2013januari

Linde (1), 12 jan 2013

 linde1

Al ruim een jaar zijn we met onderzoek bezig naar monumentale en bijzondere bomen om daar wandel- en fietsroutes langs te maken. Inmiddels hebben we ca 500 locaties gevonden met ca 3000 bomen die de moeite van een bezoek waard kunnen zijn. Graag houden we ons nog steeds aanbevolen indien u een bijzondere boom heeft en wij nog niet langs geweest zijn.

Er komen allerlei leuke zaken boven tafel, waarvan ik er vast een aantal met u wil delen. De dikste boom die wij gevonden hebben, mat ruim 9 m in omvang, de oudste (in onze polder van 160 jaar oud) minstens 320 jaar en we hebben er 1 van 7 m, 2 van 6 m, 5 van 5m en 12 van 4 m of meer gevonden. Het waren indrukwekkende ontmoetingen met bomen die veel meegemaakt hebben. De dikste bomen zijn meest wilgen, treurwilgen en beuken. Ook essen en kastanjes komen soms

boven de 4 m. Opvallend was dat eiken en lindes, die meestal doorgaan voor de oudste en dikste soorten, niet of nauwelijks boven de 3 m omvang te vinden zijn. Vandaar dat we ons in een aantal columns wat nader verdiepen in lindebomen.

Lindes en eiken groeien zeker minder snel dan wilgen (6,7,9 m in 100 jaar) of beuken (dikte 5.20 m in 180 jaar of 5 m in 160 jaar).We moeten dus nog 100 of 200 jaargeduld hebben voor een 5 m exemplaar in onze polder. De dikste linde in de polder, die we gevonden hebben mat 3 m en groeit op een boerenerf langs de Schipholweg bij Badhoevedorp. Laten we in de tussentijd zuinig met onze monumentale bomen zijn en niet zo snel met de zaag als tot dusver. Er komen in Nederland een 5 tal soorten lindes voor, waarvan we er 3 gevonden hebben. Dit zijn de inheemse soorten zomerlinde of grootbladige linde, de winterlinde en de kruising van beide soorten, de Hollandse of gewone linde. De koningslinde en de Krimlinde zijn kweekvariëteiten van de Hollandse linde. Lindebomen kunnen zeer oud worden en afhankelijk van de variëteit 15 -30 m hoog. De linde heeft een kenmerkende ronde kroon met steil opgaande takken (foto).
Volgende week verder.

 bomenZwarte Els (3)17 nov 2012november

Zwarte Els (3), 17 nov 2012

 zwarteelzenvlag3

Als reactie op de columns over de zwarte els kreeg ik een aantal meldingen van Lou van der Linde, een natuurfotograaf met een scherp waarnemingsvermogen. In de Groene Weelde kwam hij op en bij de els 2 organismen tegen die beide zeldzaam tot zeer zeldzaam en er nauw verbonden mee zijn.

Elzenvlag

De zwarte els vormt houtige, eivormige vrouwelijke vruchten, ook wel elzenproppen genoemd, die eerst groen zijn en later bruin tot zwart worden. In de winter maakt de boom een zwarte indruk door zijn donkere schors en de elzenproppen, vandaar zijn Nederlandse naam. Op deze elzenpropjes kan soms een gal worden aangetroffen. Deze gal wordt veroorzaakt door een parasitaire schimmel. Deze vestigt zich via sporen in het jonge vrouwelijk elzenkatje. De schimmel zorgt ervoor dat één van de schutbladen

van het elzenkatje een abnormaal groeipatroon vertoont en enkele centimeters lang kan worden. Dit vreemd verschijnsel kreeg de mooie en passende Nederlandse naam 'Elzenvlag' (foto). Heksenbezems in berken worden op soortgelijke wijze door een schimmel veroorzaakt. Deze schimmels produceren of remmen groeihormonen, die de plant aanzetten tot per schimmelsoort karakteristieke uitgroeisels. Elzenvlaggen zijn in de winter bruin gekleurd. In het begin van de zomer is de elzenvlag frisgroen, later geel tot roze, oranjerood tot paarsachtig(zie inzet in foto) . In het najaar wordt de gal net zo bruin of zwart als het rijpe elzenkatje. Op het wimpelvormig uitsteeksel van de elzenvlag ontwikkelen zich dan nieuwe schimmelsporen die door de wind worden verspreid, waarna een nieuwe schimmelcyclus kan starten. Tijdens de wintermaanden blijft enkel de zwarte vlag aan de elzenprop over. Elzenkrulzoom De elzenkrulzoom is een paddenstoel die een symbiotische relatie met de els heeft. Zijn zwamdraden ontvangen suikers van de boom en leveren mineralen terug.(Zie inzet in foto)

Waar

Beide soorten groeien op of aan de voet van elzen langs het voetpad tussen de Big Spotters Hill en de golfbaan.

 bomenZwarte Els (2)10 nov 2012november

Zwarte Els (2), 10 nov 2012

 zwarteels2

Naast de wortelknollen heeft de els nog meer bijzondere eigenschappen. Bij doorzagen, kleurt het witte hout na 5 minuten sterk oranjerood (foto met inzet blad, katjes en elzenproppen). De achtergrond daarvan heeft een anologie met menieverf. Die verf gaat roestvorming op ijzer tegen. Nu groeit de els altijd met zijn voeten in het water en daar liggen permanent schimmels op de loer om het hout aan te tasten. De rode kleur bestaat uit een ijzerverbinding die aan de lucht rood kleurt. De els maakt deze ijzerverbinding die schimmelwerend werkt op dezelfde manier als menieverf. Elzenhout heeft geen hoge kwaliteit. Het is zacht en kan makkelijk bewerkt worden. Maar onder water (buiten bereik van zuurstof) is het bijzonder duurzaam. De palen waar Amsterdam op gebouwd is, bestaan vooral uit elzenhout. Elzen zijn sterke bomen die weinig ziekten en plagen kennen. Een vaste begeleider van de els is het elzenhaantje. De kever leeft ook op de populier, hazelaar en wilg. Elzenhaantjes overwinteren op de grond onder

bladeren en afgestorven plantenresten. Van april tot juni komen ze voor op de bladeren van de els. Hierin worden ronde tot langwerpige gaten gevreten. De vrouwtjes leggen tot 1000 oranje eitjes aan de onderkant van een blad. Uit de eitjes komen na 5-14 dagen olijfgroene, later zwart wordende keverlarven, die zich na 3 weken, vanaf juli, op de grond onder afgestorven plantenresten gaan verpoppen. Na 8-11 dagen komt de nieuwe generatie kevertjes uit. Een ander insect dat in of bij elzen kan worden aangetroffen is de tot 8 cm lang vingerdikke wilgenhoutrups. Deze kan in 2-3 jaar zoveel gaten in het hout vreten dat de boom kan breken. De vraatopeningen van deze rups ruiken naar azijn. Uit de rups komt de wilgenhoutvlinder.

Waar

Elzen horen bij de berkenfamilie. Ze hebben beide lange hangende mannelijke katjes, die zeer veel stuifmeel produceren tbv windbestuiving. Elzen komen verspreid voor op het noordelijk halfrond.

 zwarteelswortelknolvers2

 bomenZwarte Els (1)3 nov 2012november

Zwarte Els (1), 3 nov 2012

 zwarteels1frankiaalni

Een Heimanshof vrijwilliger bracht vorige week een paar curieuze ondergrondse wortelknollen mee uit zijn tuin. Voor een truffel waren deze knollen te los van structuur. Deze ondergrondse woekering leek wel wat op een heksen bezem in een berk. Navraag leerde dat deze knollen afkomstig waren van de wortels van een de algemeenste bomen van Nederland: De zwarte els. Sommige ervan waren zo groot als een mannenvuist (foto) De els tref je heel veel bij oevers aan. Dat komt omdat de zaadjes uit de 'elzenpropjes' op het water tegen de oever drijven en daar kiemen. Zoals altijd zit er achter zowel de wortelknolletjes, maar ook achter de zwarte els een interessant verhaal. Eerst de knollen. Deze worden door de boomwortels gevormd als verblijfplaats van een speciale soort bacteriën. In feite heeft de els (net als de meest vlinderbloemigen) al miljoenen jaren een soort 'veeteelt' ontwikkeld. De boom voorziet deze bacteriën, die alleen een Latijnse naam hebben

(Frankia alni) met een schuilplaats en voedsel in de vorm van suikers en zetmeel. In ruil daarvoor leggen deze bacteriën stikstof uit de lucht vast. En deze stikstof komt beschikbaar voor de boom. Stikstof in de vorm van nitraten is de belangrijkste bouwstof voor eiwitten. Voor een boom die aan de waterkant groeit is dit een belangrijk ecologisch voordeel. Oevers zijn vaak nat en zuurstofloos en onder zuurstofloze omstandigheden treedt verzuring van de grond op waardoor organisch materiaal niet verteerd en er dus weinig of geen mineralen en stikstof beschikbaar komen. In feite heeft de els met deze wortelknollen een eigen kunstmestfabriekje te beschikking, dat dit probleem oplost en waarmee de els dus goed kan concurreren met anders soorten. Zo heeft elke soort kwaliteiten die hem in staat stellen om te overleven onder speciale of minder speciale omstandigheden. Dat elzen stikstof in de grond brengen, is vaak bovengronds te zien aan de rijke ondergroei van brandnetels en bramen. Volgende week meer over de els.

 zwarteelshout

 bomenPrinsessenboom5 feb 2012februari

Prinsessenboom, 5 feb 2012

 prinsessenboomcombi

Anna Paulownaboom Na 7 columns over bijzondere bomen beginnen de meldingen van andere bomen binnen te komen. De Anna Paulowna- of Prinsessenboom wil ik u niet onthouden in de hoop op meer van dit soort meldingen. Koningin Anna Paulowna (1795-1865) had iets met bomen en ook iets met de Haarlemmermeer (b.v. een bankje onder de oudste beuk van de polder bij het gemaal Leeghwater in Buitenkaag waar zij regelmatig langsging). Ter harer ere werd deze "koninklijke" boom naar haar vernoemd. De Anna Paulownaboom is het enige boomvormende geslacht in de familie van de Leeuwenbekjes. De boom vormt in mei een indrukwekkende kroon van paarsblauwe, trompetvormige, aangenaam geurende bloemen (Zie foto met inzet een bloementuil). Ook de bladeren zijn bijzonder. Ze zijn extreem groot met 15-40 centimeter en lijken op

die van de trompetboom (zie 2e inzet van de foto).

Bijzonder

Ook de groei van de boom is bijzonder. Hij wordt een meter of 15 hoog, maar groeit in een enorm tempo. Met 4-5 m per jaar groeit hij sneller dan een wilg (2-3 m per jaar). In vele landen is het een traditie om deze boom te planten bij de geboorte van een kind. Hij is dan bij zijn of haar trouwen zo groot dat er uit het hout meubelen kunnen worden gemaakt. En afzagen is geen probleem. Vanuit de wortels groeit hij in rap tempo weer uit. Om zijn grote groeisnelheid en de bruikbaarheid van het hout lopen er onderzoeken of de Anna Paulownaboom gebruikt kan worden voor het vastleggen van CO2 uit de dampkring om de klimaat crisis te beteugelen.

Waar

De Anna Paulownasoorten komen oorspronkelijk uit ZO Azië. Hoewel ze van warmte houden, doen sommige soorten het ook in koelere regio's zoals in Nederland goed, zolang de wortels maar niet te nat staan. In Hoofddorp staat in het Oude buurtje een mooi exemplaar, ook geplant ter gelegenheid van een geboorte. Graag ontvangen wij meldingen van andere bijzondere of monumentale bomen overal uit de Haarlemmermeer t.b.v. het samenstellen van wandel- en fietsroutes.

 bomenHollandse Iep29 jan 2012januari

Hollandse Iep, 29 jan 2012

 hollandse-iepcombi

Deze week één van de monumentale bomen die ik afgelopen week ontdekte bij het onderzoek naar leuke wandel- en fietsroutes langs bijzondere bomen overal in de polder. Talloze malen had ik de afgelopen weken een gevoel van ontzag en bewondering bij bomen die al 80, 100, 160, en zelfs 360 of 450 jaar de mens en het klimaat getrotseerd hebben in onze polder.

Bijzonder

De Hollandse iep van deze week heeft een aantal bijzonderheden. Zijn omtrek (op borsthoogte) was een formidabele 340 cm. Het feit dat de dikste en oudste iep in Nederland 440 cm meet en dat er maar 13 iepen in Nederland (bekend) zijn van meer dan 340 cm, zegt al veel. Deze iepen zijn afhankelijk van de vruchtbaarheid van de grond 100- 200 jaar oud en hebben allemaal de gevreesde iepeziekte overleefd. Deze iepeziekte heeft tot

3x toe (vanaf 1930) elke keer 90-95 % van alle iepen gedood. Deze oude bomen hebben waarschijnlijk een natuurlijke resistentie tegen deze ziekte en zijn om die reden wetenschappelijk en cultuurhistorisch zeer waardevol. Ook de locatie van deze boom is bijzonder. Bijna iedereen weet dat de Haarlemmermeer in 1852 is drooggemalen en dat er in het meer 2 eilandjes lagen: Vennip en Abbenes. Maar ook bij Lijnden lag een eilandje met het restant van het verzwolgen dorp Nieuwerkerk. Uit de verhalen van de bewoner van de boerderij Nieuwerkerk lijkt het erop dat het begraafplaatsje van Nieuwerkerk (op een terp?) de vraatzucht van de stormen heeft weerstaan tot de inpoldering. Of onze iep er toen al stond is niet bekend.

Waar

Een Hollandse iep is een kruising tussen de ruwe iep en de gladde iep, die ook in het wild voorkomt. Ze bloeien nu met rode bloesem (zie inzet foto) en maken massaal zaad bij het eerste blad in april. De Hollandse iep kan goed tegen wind en wordt vooral in de kustprovincies veel aangeplant. Amsterdam is de iepenhoofdstad van de wereld. De iep is een gewaardeerde stadsboom met hardhout dat zelden breekt en wortels die weinig schade aan leidingen ondergronds toebrengt.