bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 11 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 insectenHartdragende Smalboktor15 aug 2010augustus

Hartdragende Smalboktor, 15 aug 2010

 hartdragendesmalboktor

De afgelopen maand was het nationaal nieuws dat na de eerste vondst van de Oost-Aziatische boktor in Boskoop er maar liefst 2 x een exemplaar (mannetje én vrouwtje) opdook in Floriande. Deze boktor is schadelijk omdat de larve in veel soorten levende bomen leeft en deze dat vaak op den duur niet overleven. Andere soorten schadelijke boktorren zoals de huisbok leven in dood hout en hun larven kunnen de draagkracht van steunbalken ernstig aantasten. Hun larven leven 2-4 jaar in het hout voordat de kevers verpoppen en uitvliegen. Voor mensen die bij het woord boktor nu rillingen over hun rug krijgen, wil ik graag een andere kant van het verhaal belichten. Zo bestaan er wereldwijd wel 20.000 soorten boktorren en in Nederland een stuk op 90. Verreweg de meeste soorten zijn volledig onschadelijk. En niet alleen dat, boktorren behoren tot de mooiste en kleurrijkste

insecten. Je herkent een boktor of hij nu 4 mm of 4 cm groot is, vooral aan zijn voelsprieten, die bijna net zo lang of langer dan zijn lichaam zijn.

Bijzonder

Afgelopen maand werd niet alleen de Oost-Azialtisch boktor in Hoofddorp gevonden. Een bekend bioloog en mijn steun en toeverlaat bij moeilijke vragen van lezers van deze column (professor Ernst) trof op een plant op de parkeerplaats van de Fanny Blankers KoenHal (naast De Heimanshof) ook een interessante boktor aan. Dit bleek na controle in wetenschappelijke kring het eerste ooit in Nederland waargenomen exemplaar van de Hartdragende smalbok te zijn. Deze soort komt normaliter niet ten noorden van de Alpen voor. Ik denk dat dit weer een voorbeeld van een klimaatvolger is. Deze smalbok komt vaak op bloeiende roosachtigen af, maar ook op schermbloemigen en composieten. De larve ontwikkelt zich vermoedelijk in vermolmd loofhout.

Waar

Het waargenomen exemplaar van de Hartdragende smalbok is zo bijzonder, dat hij in de wetenschappelijke collectie van Naturalis in Leiden is opgenomen. Of hij daar bezoek mag ontvangen, weet ik niet.

 insectenCitroenlieveheersbeestje29 mei 2010mei

Citroenlieveheersbeestje, 29 mei 2010

 citroenlieveheersbeestje

Lieveheersbeestjes zijn zeer bekende en ook wel gewaardeerde insectensoorten. In Nederland komen een zestigtal soorten voor, die lang niet allemaal rood met zwarte stippen zijn. De grootte van de Nederlandse soorten ligt tussen 2 en 10 mm. De kevers en de larven zijn meestal roofdieren, die vooral leven van bladluizen, maar er zijn ook lieveheersbeestjes met een plantaardig dieet. Een van die vegetarische lieveheersbeestjes is het citroenlieveheersbeestje of 22-stippelig lieveheersbeestje. Dit kleine kevertje wordt 3 tot 4,5 mm lang. In tegenstelling tot de bekende rode lieveheersbeestjes leeft deze soort als volwassen insect niet van bladluizen maar van een schimmelsoort genaamd meeldauw. Meeldauw is een beruchte plantenschimmel. Behalve dat het citroenlieveheersbeestje deze schimmels onschadelijk maakt draagt hij ook bij aan de verspreiding daarvan. Het citroenlieveheersbeestje

dankt zijn naam aan zijn gele kleur, en heeft 22 kleine, ronde zwarte stippen op de dekschilden, het halsschild en de kop. Ook de larve en de pop hebben dezelfde kleuren. Ook de larve leeft van meeldauw. Omdat deze niet kan vliegen draagt de larve veel minder bij aan de verspreiding.

Bijzonder

Als je een lieveheersbeestje plaagt door zachtjes op hem te drukken dan produceert hij een gele vloeistof. Dit gedrag heet ´reflexbloeden´. De vloeistof (hemolymfe), die tevoorschijn komt bij een pootgewricht, heeft een kwalijk geurtje en smaakt erg bitter. Vogels die een lieveheersbeestje oppakken, proeven dit bloed en laten hem dan soms snel vallen. De felle kleur van lieveheersbeestjes is dan ook te beschouwen als een waarschuwing. Dit zie je vaak bij insecten of andere dieren met een giftige of vieze smaak. De vieze smaak wordt veroorzaakt door een stof die per soort verschilt.

Waar

Het citroenlieveheersbeestje heeft een voorkeur voor bosranden en houtwallen. Het is een vrij algemene soort in heel Europa. Door zijn kleine postuur wordt hij vaak over het hoofd gezien.

 insectenMuurwesp25 apr 2010april

Muurwesp, 25 apr 2010

 muurwesp

Al 3 weken is het behoorlijk droog en warm. Dat betekent dat een stimulans voor de insectenwereld. De hoogste tijd dus om het insectenhotelproject af te ronden wat we in november gestart zijn. De rijkdom aan mogelijke bouwsels en fascinerende insecten wordt goed geschreven in de website: biodiversiteitsjaar-2010.nl onder ´overzicht´. Daar staan ook de Heimanshoftypen en de aan te treffen soorten. 24 april droegen we 20 van de 24 insectenhotels over aan de nieuwe eigenaars. Een nieuw ontdekte insectenhotel´gast´ is de muurwesp. Deze is verwant aan de gewone wesp, maar is volledig onschuldig, heeft geen angel en leeft niet in kolonies maar alleen. Na de overwintering zoekt het vrouwtje een holle rietstengel, een oude kevergang in hout of een ander holletje. Per broedcel brengt ze 2-4 larven van kleine vlinders en bladkevers en sluit deze met klei af. De aantallen kever- en/of vlinderlarven bepalen de broedcellen in een gang. Uiteindelijk wordt het hele nest met een extra dikke prop afgesloten, bestaand uit zaagsel gemengd met klei dat met in de

krop meegevoerd water vermengd wordt. Om die reden werden muurwespen vroeger metselwespen genoemd. De muurwesp kent 2 generaties per jaar van half april tot begin oktober.

Bijzonder

Als de nesten eieren van beide seksen bevatten dan worden de eieren die later vrouwtjes leveren het eerst gelegd en aan het eind volgen de eieren van toekomstige mannetjes, die dus ook meer aan parasieten blootstaan. De muurwespen worden geparasiteerd door de schitterende gekleurde goudwesp. De goudwesplarve komt iets eerder uit en vreet eerst het eitje van de muurwesp op, en daarna de aanwezige prooidieren.

Waar

De muurwesp is in de Haarlemmermeer nog vooral bekend uit Hoofddorp. In de Heimanshof komen drie soorten muurwespen voor die moeilijk uit elkaar te houden zijn. In Europa komen tientallen soorten voor, sommige in noordelijk landen en andere in zuidelijke. We houden ons aanbevolen voor meldingen van muurwespen van buiten Hoofddorp.

 muurwespmanenvrouw

 insectenHoutbij23 okt 2009oktober

Houtbij, 23 okt 2009

 houtbij1

Op het Tolheksbos meldde een oplettende lezer, dat bijzonder grote pikzwarte bijen zich in haar tuin in een berkenstammetje hadden ingevreten. Zij had zelfs al de naam van deze bij gevonden: de blauwzwarte houtbij. Een mannetje was zo vriendelijk bij mijn bezoek (20 oktober!) bij een waterig herfstzonnetje naar buiten te komen en vertoonde daarbij gedrag dat ik uit Italië kende:linea recta vloog hij naar een naburige passiebloem om na luttele seconden volgetankt met nectar weer naar zijn holletje terug te keren. De blauwzwarte houtbij is een solitaire bijensoort (zie ook de columns over de wormkruidzijdebij en de muurrrouwzwever op De Heimanshofwebsite). Terwijl een hommel- of honingbijenkoningin vele werksters heeft, werkt een solitaire bijenvrouw alleen, met af en toe bezoek van een mannetje.

Bijzonder

De houtbij is één van de grootste bijen van Europa. Behalve de grootte is ook de kleur bijzonder: zwart met een dieppaarse glans. De houtbij is niet agressief

en steekt alleen in uiterste nood, en dan alleen de vrouwtjes (3 cm) want mannetjes (2 cm) hebben geen angel. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes overwinteren, om in het voorjaar te paren. De eitjes worden afgezet in pas afgestorven hout, dat nog een harde structuur heeft, b.v. in lariks, pruim, kers of berk. Het vrouwtje knaagt nesttunnels die 30 centimeter lang kunnen zijn en stouwt het einde vol met nectar en stuifmeel als voedsel voor de larven. Op iedere voedselvoorraad wordt een eitje afgezet, de eitjes worden in aparte kamertjes afgezet en gescheiden door houtsnipperschotjes.

Waar

De houtbij is een zuidelijke soort die de laatste jaren vaker gesignaleerd wordt: op de Veluwe, bij Rotterdam, in het Gooi en bij Uithoorn. De waarneming in het Tolheksbos is de eerste uit de Haarlemmermeer. De betreffende tuin ligt vlak bij de bloemrijke ecologische IJtochtzone die De Heimanshof i.s.m. de gemeente heeft aangelegd. Mogelijk is deze bloemenrijkdom mede een reden dat deze soort daar is neergestreken.

 houtbij2

 insectenCompostduizendpoot27 sep 2009september

Compostduizendpoot, 27 sep 2009

 compostduizendpootgroot

De aanleiding voor deze column was de groentetuinactiviteit van de jeugdnatuurclub. De deelnemende kinderen worden steeds alerter op de natuur om hen heen en proberen elkaar af te troeven met nieuwe ontdekkingen. Er kwam zoals gebruikelijk van alles boven water, zoals koolrupsen, parelstuifzwammen, lieveheersbeestjes en zelfs een heuse koekoekshommel. Maar de topper van een dag was voor Kenmar Kuiper met een lichtschuw, zeer dun en 7 cm lang rennend wezen, dat een compostduizendpoot bleek te zijn. Duizendpoten hebben per segment één paar poten, kunnen hard lopen, zijn felle rovers en hebben gif, waarmee ze hun prooi kunnen verlammen. Ze eten insecten, slakken en wormen, pissebedden en spinnen, die ze verlammen en daarna in stukjes knippen. De kop van een duizendpoot heeft ook 2 grote voelsprieten en puntogen, waarmee ze alleen licht en donker mee kunnen onderscheiden. Nederlandse soorten zijn ongevaarlijk maar kunnen wel bijten. De beet voelt aan als een wespensteek. Vijanden van duizendpoten zijn grotere roofinsecten, zoals loopkevers, amfibieën en vogels.

Bijzonder

Duizendpoten worden in het Engels

(centipede) en in het Duits (Hundertfüsser) "honderdpoot" genoemd. Wat wij in Nederland ´miljoenpoot´ noemen, heet in het Engels millipede (dus ´duizendpoot´). Duizendpoten zijn gevoeliger voor droogte dan miljoenpoten. Ze zijn daarom vooral ondergronds of ´s nachts en na regen actief. Eitjes worden meestal bewaakt door het vrouwtje, die ze ook schoonhoudt om beschimmeling en uitdroging te voorkomen. Als de nimfen net uit het ei kruipen hebben ze altijd minder segmenten en poten dan volwassen dieren. Bij iedere vervelling komt er een segment met potenpaar bij. Het duurt vaak enkele jaren voor een nimf volwassen is. De gewone duizendpoot kan 5-6 jaar worden.

Waar

In Nederland komen 2 typen duizendpoten voor: de kortere, bredere en vaak donkere soorten, die hard kunnen lopen en de langere, blekere soorten, die wat minder snel zijn en in de grond leven. Beide typen vind je vooral onder stenen en hout. De compostduizendpoot is met ruim 110 paar poten één van de langste soorten van ons land. Zijn vorm maakt het deze soort mogelijk om in wormengangen onder de grond en in losse aarde van onder andere composthopen te leven

 compstduizendpoot2

 insectenHazelnootboorder5 sep 2009september

Hazelnootboorder, 5 sep 2009

 hazelnootboordervrouw

Deze week landde de hiernaast afgebeelde kever op de schouder van iemand waarmee ik stond te praten. Een dergelijk vreemd creatuur van 8 mm lang, met een kop die bijna 2 keer zolang is als zijn lichaam, wekt natuurlijk mijn nieuwsgierigheid op en het duurde dan ook niet lang voor we uitgevonden hadden dat we te doen hadden met een hazelnootboorder. En wel met een vrouwelijk exemplaar. Die onderscheiden zich van mannetjes door de extreem lange smalle kop met zaagvormige tanden aan het eind en een paar voelsprieten halverwege. De hazelnootboorder behoort tot de snuitkevers. Voor de voortplanting is deze kever streng gebonden aan hazelnoten. De kever komt in het voorjaar uit de pop. Hij bezoekt in juni vooral roosachtigen zoals kers en meidoorn en voedt zich met bloesem, bladeren en vruchten. Voor de voortplanting vliegt het vrouwtje naar een hazelaar en bijt met haar lange snuit een diepe schacht in de jonge, nog groene noten. Het vrouwtje legt ongeveer 40 eieren. Meestal wordt er één ei in het gat van een noot geschoven. Het ei komt na een dag of 10 uit. De larve ontwikkelt zich in 4-5 weken in de noot. In de herfst bevrijdt de volgroeide

larve zich uit de inmiddels afgevallen noot door zich een weg naar buiten te knagen. De larve overwintert in een zelf gesponnen zijden cocon in een holletje in de bodem en verpopt zich pas in het voorjaar. Sommige larven kunnen ook 2-3 jaar in rust blijven. De witte, vrijwel onbehaarde larve lijkt op een vliegenmade, maar is daarvan te onderscheiden door een goed ontwikkelde kop met stevige kaken. Een vliegenmade heeft sterk gereduceerde kaken en voedt zich met vloeibaar voedsel.

Bijzonder

De hazelnootboorder wordt in de literatuur beschouwd als een schadelijk insect en kan in zuidelijke landen zoals Turkije een aanzienlijk deel van de hazelnootoogst ´verpesten´.

Waar

De hazelnootboorder leeft wijd verspreid in grote delen van Europa, Noord-Afrika, Azië en Noord-Amerika, maar natuurlijk alleen waar hazelaars staan. In Nederland is deze soort vooral bekend uit het binnenland. Dat blijkt ook op waarneming.nl, waar een paar tientallen waarnemingen staan. Maar ook in onze polder komt hij dus voor.

 hazelnootboorderman

 insectenWormkruidzijdebij9 aug 2009augustus

Wormkruidzijdebij, 9 aug 2009

 wormkruidbijvrouw

Sinds kort bloeit het boerenwormkruid. Dat is een plant uit de composietenfamilie (waar ook margriet, madeliefje en paardenbloem bij horen), die zijn lintbloemen heeft afgeschaft en alleen zijn gele nectar- en stuifmeelbloemhoofdjes heeft overgehouden. Deze plant is de waardplant van een soort solitaire bij, die om die reden ook nu pas verschenen is op de insectenhotels in De Heimanshof. Hij is op dit moment zelfs bijna de enige bijensoort die druk nesten aan het bouwen is. Zijdebijen hebben in verhouding een korte tong en een niet echt goed ontwikkeld verzamelapparaat voor het vervoer van stuifmeel: gewoon vrij los in de haren aan de achterpoten(zie foto). De soort nestelt van nature in vrij harde leem- en zandwanden en maakt daarin nestgangen tot zo´n 5 cm diep. Deze zijn min of meer horizontaal en soms vertakt. Vaak liggen honderden of zelfs duizenden nestopeningen dicht bij elkaar. Ze hebben stevige kaken waarmee ze zelfs in zachte steensoorten een nestgang kunnen uitkauwen. Een nestblok met gaten van 6 mm is ook aantrekkelijk. De larven overwinteren als ´rustlarve´ in een cocon en verpopping vindt

plaats in het voorjaar.

Bijzonder

De wormkruidzijdebij volgt in de insectenhotels in De Heimanshof de metselbij (maart - juni), en de behangersbij (juni-juli) op, die respectievelijk hun larven beveiligen met propjes klei en met stukjes blad, waarmee het hele hol kunstige bekleed wordt. De zijdebij heeft weer een andere manier om zijn jongen te beschermen tegen rovers: zijn naam dankt zij aan de zijdeachtige weerschijn van hun nestruimte. Ze bekleden de nestgang met een zelf via een mondklier geproduceerde vloeistof. Deze bekleding lijkt op cellofaan, wat een zijdeglans geeft.

Waar

Wormkruidzijdebijen hebben een voorkeur voor zonnige, zandige of lemige steilwanden, b.v. in groeven, langs grindafgravingen of holle wegen. Het is de meest algemene soort van de 10 zijdebijen, die in Nederland en België voorkomen. De wormkruidzijde komt voor vooral voor op de hogere zandgronden in het Oosten en Zuiden van Nederland en is in het westen zeldzamer. En natuurlijk moet er boerenwormkruid in de buurt staan. In de Haarlemmermeer kennen we deze bij alleen uit De Heimanshof, maar we houden ons aanbevolen voor meldingen uit andere locaties.

 wormkruidbijman

 insectenElzenhaantje12 okt 2008oktober

Elzenhaantje, 12 okt 2008

 elzenhaantje

De aanleiding voor deze week is een explosie van ‘rupsen’ in Getsewoud- Noord vorige week. Deze rupsen trokken massaal tuinen in en langs muren omhoog op zoek naar voedsel, nadat zij de elzen in de straat van al hun blad hadden ontdaan. Deze rupsen bleken de larven van het elzenhaantje. Dit 6-7 mm lange kevertje, met een opvallende glanzend donkerblauwe kleur, behoort tot de familie van de bladhaantjes. Dit kevertje is het belangrijkste bladetende insect op de els, maar komt ook voor op de populier, de hazelaar en de wilg. De elzenhaantjes overwinteren als kever op de grond onder bladeren en afgestorven plantenresten. Van april tot juni planten zij zich voort op elzen. De volwassen kevers knagen aan de bovenkant van het blad, terwijl de larven aan de onderkant hun best doen. Er blijft soms niet veel meer over dan kale takken of takken met bladsteeltjes en enkele nerfrestanten. De vrouwtjes leggen tot 900 oranje eitjes, die in groepjes aan de onderkant van een blad worden afgezet.

Uit de eitjes komen na 5 tot 14 dagen olijfgroene en later zwart wordende keverlarven, die zich na drie weken, vanaf juli, op de grond onder afgestorven plantenresten gaan verpoppen. Na 8 tot 11 dagen komt de nieuwe generatie kevertjes uit de poppen. Die daar normaliter blijven tot het volgende voorjaar.

Bijzonder

In Getsewoud waren het vorige week de jonge olijfgroene larven van het Elzenhaantje die, toen de elzen op waren, massaal op zoek gingen naar nieuw voedsel. Het Elzenhaantje vormt meestal geen echte plaag en ook de elzen die kaal worden gevreten, gaan daar meestal niet dood aan en lopen weer opnieuw uit. Het bijzondere aan deze uitbraak was dat deze zich voordeed in september, wanneer de nieuwe generatie kevers van dit jaar zich normaliter onder de grond stil houdt tot het volgende voorjaar. Het van slag raken van het bioritme van deze kevers kan te maken hebben met het veranderende klimaat, maar ook met andere nog onbekende ecologische factoren. Het probleem heeft zich inmiddels opgelost doordat de jonge larven door gebrek aan eten grotendeels omgekomen zijn.

Waar

Het elzenhaantje is een van de algemeenste bladkevers en komt in het hele noordelijke halfrond voor, overal waar Elzen staan.

 insectenTuinbladsnijder28 sep 2008september

Tuinbladsnijder, 28 sep 2008

 tuinbladsnijder

Tuinbladsnijder, behangersbij of buikschuiver

Van de 330 soorten bijen in Nederland is vooral de honingbij bekend. Dat is een volkenvormende soort, waarvan de koningin als enige eieren legt. Zij wordt geholpen door 20.000 tot 100.000 werksters. Naast deze volkenvormende of sociale bijen bestaan er nog ruimt 300 andere solitaire soorten. Bij deze soorten is de koningin behalve degene die eieren legt ook haar eigen werkster. Zoals vaak in de insectenwereld hebben de solitaire bijen, zich op een fascinerende wijze aangepast en gespecialiseerd: Zo zijn sommige bijen zijn heel groot geworden en andere heel klein. Andere soorten vliegen vroeg in het jaar en andere laat. Eén van de meest interessantste vormen van specialisatie komt tot uitdrukking in het materiaal waarmee zij hun nesten maken. In mei vermelde ik de metselbij die holletjes (in b.v een insectenhotel) afsluit met kleipropjes. Een andere soort produceert een soort uithardend speeksel, waarna zij zijdebij is genoemd. De soort van deze week, de tuinbladsnijder heeft weer een andere aanpak. Deze soort snijdt stukjes blad af waarmee zij haar holletjes bekleedt. Daarom

wordt deze groep van bijen ook wel de ‘behangersbijen’ genoemd (zie foto’s). Wellicht heeft u het werk van deze bij wel eens in uw tuin gezien. Bladeren van sommige struiken (bij mij thuis de laurier) hebben een gekartelde vorm gekregen door alle rondjes die eruit geknipt zijn. Behalve bladeren gebruiken deze bijen ook stukjes bloemblad (ter decoratie?)

Bijzonder

Nog een naam van deze soort is ‘buikschuiver’. Dit heeft te maken met de manier waarop deze bij stuifmeel verzameld, waarop haar larven groot worden. Honingbijen en hommels verzamelen stuifmeel aan korfjes die gevormd worden door lange haren op de achterpoten. Bij de buikschuiversoorten zit een dergelijk korfje onder de buik. Door met haar buik over stuifmeelrijke bloemen te schuiven zoals heelblaadjes en andere composieten, wordt het stuifmeel daarin verzameld.

Waar

De tuinbladsnijderbij is niet zeldzaam en komt door heel Nederland voor. Buiten het stedelijk gebied wordt deze soort weinig aangetroffen, wat erop wijst dat het een cultuurvolger is.

 tuinbladsnijder2

 insectenKnortor10 aug 2008augustus

Knortor, 10 aug 2008

 knortor

In de 2e helft van de zomer bruist het in de sloten van het leven. Bij de open dagen van De Heimanshof van 2 en 3 augustus, die vooral op de jeugd gericht waren, namen de waterbeestjes dan ook een belangrijke plaats in. Eén van grootste en opvallendste onderwaterinsecten was daarbij de grote spinnende waterkever. Deze kever die wel 5 cm groot kan worden en glanzend zwart van kleur is heeft als bijnaam ‘knortor’ omdat hij als larve in staat is om een knorrend geluid te maken. De larve heeft een dik donkerbruin lichaam en wordt wel 7 cm lang. Niet alleen de larve kan geluid maken, ook de kever kan dat: deze maakt soms een gillend geluid. En zoals alle waterkevers kan hij vliegen en maakt dan een zwaar brommend geluid. Onder het lichaam van de kever is een 2 cm lange stekel verborgen, die wordt uitgeklapt bij gevaar, zoals bij de beet van een snoek. Tijdens het zwemmen beweegt de kever zijn achterpoten afwisselend, waardoor hij op een schommelende manier zwemt. Alle waterkevers zijn ontstaan uit landbewonende kevers, die naar het water trokken. Daarom

moeten zij allemaal adem halen aan de oppervlakte. Alleen de larven van veel soorten hebben kieuwachtige structuren en leven op de bodem of in waterplanten.

Bijzonder

De kever voedt zich vooral met planten, maar ook met slakken en aas. De larve voedt zich bijna uitsluitend met waterslakken. Van kleine slakken wordt het huisje gekraakt met de krachtige kaken en grote slakken worden met verteringssappen bewerkt. De slakkenbrij wordt daarna naar binnen gezogen. De naam spinnende waterkever komt van het feit dat het vrouwtje voor de eieren een prachtig waterdicht nestkamertje onder water spint, voorzien van een soort schoorsteen die voor de luchtverversing zorgt

Waar

De grote spinnende waterkever komt voor in stilstaand plantenrijk water in heel Europa. Mogelijk door de verbeterde waterkwaliteit en het toenemend aantal ecologische oevers kan deze bijzondere kever in onze Haarlemmermeerse wateren steeds vaker aangetroffen worden.

 knortorlarve

 insectenEikenprocessierups3 aug 2008augustus

Eikenprocessierups, 3 aug 2008

 eikenprocessierups

Deze week een insect dat (nog) niet in de Haarlemmermeer is waargenomen. Echter de eikenprocessierups is al wel onverwacht dichtbij waargenomen (bij Sassenheim) en de grote vraag is of en zo ja wanneer hij ook hier opduikt. Onze oplettende medewerking wordt daarom gevraagd vanuit het instituut in Wageningen dat zich met dit plaaginsect bezighoudt. De eitjes van de rups komen uit zodra de eerste jonge eikenbladen uitlopen. Na de 3e vervelling (half mei- eind juni) krijgen de rupsen de gevreesde brandharen op de rug. De rupsen worden 3.5 cm lang. Overdag zitten de rupsen in nesten aan de zonnige kant van eikenstammen. De nesten bestaan uit een dicht spinsel vol met vervellingshuidjes, (brand)haren en uitwerpselen. De rupsen eten ’s nachts, waarbij ze zich in lange slierten ‘kop aan staart’ verplaatsen. Hieraan hebben zij hun naam processierups te danken. De rups ontwikkelt zich vooral tot een plaag in zomereiken langs lanen en in erfbeplantingen. In bosgebieden lijkt er een biologisch evenwicht te bestaan met zijn natuurlijke vijanden, waardoor er nauwelijks problemen ontstaan.

Bijzonder

De

brandharen van de rups vormen voor mens en dier (vooral hond) het probleem. De meeste haren zijn 0,2 -0,3 mm lang. Elke rups heeft er tot een miljoen van. De pijlvormige haren kunnen huid, ogen en luchtwegen binnendringen. De stoffen die van de haren afkomen, veroorzaken een op allergie lijkende huiduitslag, rode ogen en hevige jeuk, die tot 2 weken kan aanhouden. Meestal verdwijnen de klachten vanzelf. In zeldzame gevallen kan braken, duizeligheid en koorts optreden. De rupsen hoeven niet te worden aangeraakt om last te krijgen. Ook door de wind verspreide haren kunnen voor passanten gevaarlijk zijn. De brandharen blijven ook na het vertrek van de rupsen (jarenlang) in de nesten aanwezig.

Waar

De plaag van de eikenprocessierups begon in 1991 in Nederland met de ontdekking van enkele nesten bij Hilvarenbeek. De soort verspreidde zich daarna over de zuidelijke provincies. In 1997 verdween de soort vrijwel en er werd gedacht dat dit insect wel weer uit Nederland zou verdwijnen. Maar door de warme zomers en droge winters sinds 2004 is de opmars dit jaar tot Sassenheim gekomen.

 eikenprocessierups2

 insectenKoekoekshommels22 jun 2008juni

Koekoekshommels, 22 jun 2008

 koekoekshommel

I.v.m. de opening van het insectenpad in het Haarlemmermeerse Bos op 21 juni, deze week een insect als onderwerp: Iedereen kent de altijd bedrijvige hommels, waarvan een tiental soorten lgemeen zijn in Nederland. Het bedrijvige gezoem maakt vaak een idyllische indruk, maar schijn bedriegt soms. Deze week wil ik u attent maken op een bijzondere groep van hommels die maar weinig bekend is: de koekoekshommels en hoe deze aan hun naam gekomen zijn. Het beste onderscheid tussen hommel en koekoekshommels is de beharing. De beharing van een hommel is dicht en die van koekoekshommels is wat spaarzamer waardoor het pantser glanzend zichtbaar is. Het gedrag van koekoekshommels is opvallend zenuwachtiger dan dat van hommels en bij het vliegen maken ze een zwaar brommend geluid

Bijzonder

Koekoekshommels heten zo, omdat ze zelf geen nest bouwen, maar een nest binnendringen en eitjes leggen die door de werksters van de ‘overgenomen kolonie’ verzorgd worden. Bij koekoekshommels kennen we alleen vrouwtjes en mannetjes (en dus geen werksters, die bij hommel- en bijenvolken het grootste

deel van een volk uitmaken). De vrouwtjes overwinteren en komen iets later te voorschijn dan de hommelkoninginnen, die op dat moment al een kolonie hebben gesticht. Hommels verdedigen hun nest tegen indringers en het feit dat de koekoekshommel een dik pantser heeft, kan een voordeel zijn bij zo’n confrontatie. De koekoekshommel verbergt zich enige dagen in het hommelnest, waarschijnlijk om de geur van het nest aan te nemen. Op een gegeven moment gaat ze in de aanval en kan daarbij, maar dat hoeft niet altijd, de koningin en een aantal werksters dood steken. De koekoekshommel vernielt dan de hommellarven en eieren. Ze legt zelf een aantal eieren, waaruit dan larven komen die door de hommelwerksters worden verzorgd. Er zijn bijna net zoveel koekoekshommelsoorten als er hommelsoorten zijn.

Waar

Hommels en koekoekshommels zijn veel voorkomende insecten. Ze kunnen in principe overal worden aangetroffen waar er zonnige luwe plekjes zijn met een variatie aan hoge en lage planten. Per soort verschillend zijn dan nog de planten waaruit stuifmeel (b.v wilgen) en nectar (b.v paardebloemen of vlinderbloemigen) wordt gewonnen.

 koekoekshommel2