bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 10 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 insectenGroene Stinkwants (2)26 okt 2011oktober

Groene Stinkwants (2), 26 okt 2011

 groenestinkwantsgroot

Dit is het vervolg van de column van vorige week.

Waar

andere insecten zich vaak zoveel mogelijk proberen te verstoppen wordt de groene stinkwants vaak zonnend op bladeren aangetroffen. De stinkstof die bij gevaar wordt uitgescheiden is zeer moeilijk afwasbaar en kan door volwassen wantsen en nimfen worden afgescheiden. De druppel kan blaren veroorzaken als ze in de mondholte terechtkomt. De wants laat een typische weeïge geur achter op bezochte plantendelen zoals bramen, waardoor de soort als schadelijk wordt gezien. Van wantsen is bekend dat ze niet alleen stoffen uitscheiden om vijanden af te weren, maar ook om het lichaam vrij te houden van schimmels en bacteriën. Ook de stinkstof heeft componenten met bacteriedodende eigenschappen en stoffen die bacteriële voortplanting tot stilstand brengen. De merel is een van de weinige natuurlijke vijanden. Deze vogels leren gaandeweg dat ze de wantsen in een keer moeten doorslikken om de afscheiding van hun afweerstof

voor te zijn. Ook roofwantsen zijn een vijand. Zij hebben net als de groene stinkwants een zuigsnuit, maar zuigen hiermee lichaamssappen op. De wants wordt ook belaagd door insecten uit andere insectengroepen, zoals vliegen die als larve andere insecten van binnenuit opeten.

Waar

De wants leeft op verschillende soorten waardplanten, waaronder kruiden als brandnetel en distels, struiken b.v. uit de rozenfamilie en bomen zoals hazelaar en zwarte els. Van al deze soorten is de hazelaar favoriet. In landen waar op grote schaal hazelnoten commercieel worden geteeld, wordt de wants als een plaaginsect beschouwd. De wants onttrekt voedingsstoffen aan de noot wat tot beschadiging leidt en de noten onverkoopbaar maakt. Ook aan vruchten zuigt de groene stinkwant: van o.a. appel, braam, framboos en peer. De groene stinkwants is een soort die voorkomt in grote delen van Europa, het noorden van Afrika en in de meer gematigde delen van Azië. In Nederland is hij algemeen in alle delen van het land.

 groenestinkwant1snymfen

 insectenGroene Stinkwants (1)15 okt 2011oktober

Groene Stinkwants (1), 15 okt 2011

 groenestinkwant1snymfen

Bij het plukken van bramen (dat kan tot ver in oktober als je de plant vanaf augustus systematisch oogst) vielen er overal groene wantsen van de bladeren en vruchten. Het waren stinkwantsen. De groene stinkwants is een planteneter die zijn steeksnuit in de groene delen van planten prikt en de sappen opzuigt. De naam stinkwants, slaat op de smerig ruikende substantie die uit klieren aan de zijkant van het borststuk worden afgescheiden ter verdediging. De groene stinkwants heeft net als alle schildwantsen de vorm van een (wapen)schild. De soort wordt 12-14 mm en de sexen zijn identiek. Wantsen en ook bv sprinkhanen kennen een onvolledige gedaanteverwisseling waarbij de onvolwassen dieren (nymfen) vleugelloos zijn maar al op de ouderdieren lijken. Andere insecten, zoals vliegen kennen

een volledige gedaanteverwisseling met een wormachtige larve, die na de laatste vervelling een popstadium krijgt waarna ze in één keer veranderen naar het volwassen insect. De nimf van de groene stinkwants doorloopt 5 stadia, met telkens een vervelling ertussen. Opmerkelijk is dat ieder nimfstadium een eigen bouw maar ook kleurpatroon heeft (zie foto). Bij de paring lopen de identiek uitziende partners met de achterlijven tegen elkaar een tijdje rond. Bij de meeste andere insecten klimt het mannetje op het vrouwtje en is zo te herkennen. De groene stinkwants produceert ongeveer 100 eitjes.

Bijzonder

De stinkwants leeft van plantensappen die met de steeksnuit worden opgezogen. Hierdoor wordt schade aangericht aan gewassen en bovendien krijgen de planten een typische "wantsengeur". De groene stinkwants kan van kleur veranderen. Vlak voor de winterslaap kleurt de wants bruin om in de lente weer groen te worden. Met hun normale groene kleur zouden ze te veel opvallen in de scheuren in bomen waar ze overwinteren. Dit was het eerste deel over de stinkwants. Volgende week het 2e deel.

 insectenTronkenbij (3)9 okt 2011oktober

Tronkenbij (3), 9 okt 2011

 tronkenbij3

Door een olieachtige uitscheiding kleven de kaken van de tronkenbij niet vast aan de hars die ze verzamelen. Oude hars wordt opnieuw gebruikt. Ook verzamelen ze nieuwe hars of stelen die bij de buurvrouw. Stuifmeel en nectar worden bijna alleen verzameld op planten met een hartje met gele buisbloempjes, zoals gele ganzenbloem, kruiskruiden e.d.(zie foto) Tronkenbijen verzamelen stuifmeel op een speciale manier. Het zijn zgn "buikschuivers", die stuifmeel tussen haren op hun buik verzamelen i.t.t. honingbijen en hommels die stuifmeel in klompjes aan hun achterpoten verzamelen. Buikschuivers slaan in hoog tempo met hun achterlijf op de meeldradenbuisjes, zodat het stuifmeel vanzelf tussen de haren terecht komt. Intussen zuigen ze enkele bloemtjes verder nectar op. Door deze manier van stuifmeel verzamelen, zijn ze zeer effectieve bestuivers. Alleen vrouwtjes verzamelen stuifmeel voor hun broed en mannetjes hebben dan ook geen buikharen. De tronkenbij

heeft een aantal gespecialiseerde parasieten: De gewone tubebij is een koekoeksbij, die haar eieren in nesten van tronkenbijen legt en om die reden erg op de tronkenbij lijkt. De kleine knotswesp is altijd te vinden in de buurt van de nesten van tronkenbijen. Net als de hongerwespen (een soort sluipwesp) liggen ze vaak op enkele centimeters afstand van de nestingang plat tegen het hout gedrukt, te wachten op een goede gelegenheid. Al deze parasieten zijn tussen de tronkenbijen op de bloemen in de buurt aan te treffen. Daar herkennen deze hen niet als rovers. Pas als ze binnendringers bij thuiskomst verrassen, worden die er met de kaken uitgetrokken. Ook mannetjes van tronkenbijen doen onbewust wel mee aan het verkleinen van de kansen voor parasieten, door hun zeer fanatieke patrouilles voor de nestgangen. Dat is mogelijk een van de redenen dat dit voor de vrouwtjes lastige gedrag toch evolutionair voordeel oplevert. Ik wens u veel plezier met het bestuderen van activiteit rond insectenhotels.

 tronkenbij3b

 insectenTronkenbij (2)2 okt 2011oktober

Tronkenbij (2), 2 okt 2011

 tronkenbij2metstuifmeelenhars

Mannetjes tronkenbijen overvallen de vrouwtjes als die landen bij hun nestgang. Na een 1e paring weert het vrouwtje hen meestal af. Zolang de mannen leven, blijven ze met grote energie deze enige levenstaak verrichten. Ze slapen meestal bij elkaar in lege gangen. Tronkenbijen hebben een kenmerkende manier om hun nestjes te maken. Daarvoor zoeken de vrouwtjes bestaande gangen van 2,5 tot 7 mm doorsnee. Dat kan zijn in dakriet, kevergangen in dood hout en ook boorgangen in insectenhotels. Ze maken oude nesten schoon en blijven trouw terugkomen op hun geboorteplek of dicht daarbij. Een deel van de populatie zwermt uit, want ze bezetten ook snel nieuwe nestmogelijkheden op andere plaatsen. In een gang wordt eerst van hars een vertikaal wandje gemaakt, vaak niet meer dan 1 mm

dik (zie foto van bij met hars en stuifmeel). Daar tegenaan wordt stuifmeel gebracht, dat bij de volgende binnenkomst wordt bevochtigd met nectar. Dan volgt weer een laag stuifmeel, dat wordt bevochtigd met nectar. Op deze manier ontstaat een "bijenbroodje", dat vrijwel altijd geel is. Als de voedselvoorraad voldoende is, wordt er een ei in de laatst gemaakte verticale wand gestoken. De bijen kennen maar één generatie per jaar en per vrouwtje worden er vaak niet meer dan 8 eitjes gelegd. Dat betekent dat hun manier van voortplanten ecologisch heel veilig is, anders werden er wel veel meer jongen grootgebracht. Bijzonder is, dat veel van de tronkenbijen vooruit lijken te denken. Als ze hars binnenbrengen voor een celwand, stippen ze vaak met kleine druppeltjes al de plekjes aan waar de volgende celwanden moeten komen. Ze weten dus al tevoren hoe lang ze die zullen maken. De laatste celwand is meestal meer dan een cm van de voorkant van de gang gelegen, waarna de gang helemaal aan de voorkant met een harsprop van 5 mm dik wordt verzegeld. Gewoonlijk worden er kleine steentjes, houtpulp en soms ook wel strootjes of stokjes in vastgelijmd als "wapening".

 insectenTronkenbij (1 )25 sep 2011september

Tronkenbij (1 ), 25 sep 2011

 tronkenbijgroot

Er zijn afgelopen week 3 nieuwe natuurkunstwerken verschenen in de Haarlemmermeer. 1 in de fruittuinen, 1 in Overbos langs de Ijtocht bij de Braambosschool en 1 in Jeugdland Nieuw-Vennep. Net als het in 2008 geplaatste kunstwerk in het insectenpad in het Haarlemmermeerse Bos (hoek N201/Ijtocht) zijn het insectenhotels, die tot doel hebben u te interesseren voor de fascinerende wereld van de insecten. Het zijn nl "holletjesparadijzen" voor een 300-tal soorten (niet stekende) bijen en een 200-tal eveneens onschuldige wespensoorten. In tegenstelling tot een algemeen vooroordeel dat alle insecten steken, jeuken of prikken, geldt dit maar voor maar 10 van de ruim 25.000 soorten in ons land. Verreweg de meeste soorten zijn fascinerend in hun leefgedrag, nuttig en prachtig mooi om te bekijken. En dat geldt zeker voor de 500 solitaire bijen- en wespensoorten die veelal afhankelijk zijn van natuurlijke holletjes, en die bij gebrek daaraan (door overijverig snoeien, klepelen en zagen van de mens) vaak dreigen uit te

sterven. Om die reden is De Heimanshof i.s.m. de nieuwe Stichting M.E.E.R.Groen bezig om deze waardevolle medebewoners de plek te gunnen die zij verdienen. Reeds 50 insectenhotels zijn de afgelopen 3 jaar bij scholen, instellingen en bedrijven geplaatst en nu staan er door samenwerking met de gemeente dus ook een 4-tal in openbaar terrein. In deze periode van het jaar is b.v. de tronkenbij nog aan te treffen. Dit is een klein zwart bijtje van 6-10 mm, die de meeste mensen niet als bij zouden herkennen, maar die in levenswijze een goed voorbeeld is van de fascinerende insectenwereld op en rond insectenhotels.

Bijzonder

Tronkenbijen ontlenen hun naam aan het feit dat ze van nature vaak in oude boomstronken nestelen. Ze zijn de meest honkvaste van alle solitaire bijen. Vele generaties achter elkaar vertrouwen ze hun nakomelingen aan steeds dezelfde nestgelegenheden toe. Mannelijke tronkenbijen verschijnen gelijk met de vrouwen. Volgende week meer.

 tronkenbij1-insectenhotel

 insectenPaardenbijter17 sep 2011september

Paardenbijter, 17 sep 2011

 paardenbijter

Je kunt de Nederlandse libellen in 3 groepen indelen. Waterjuffers zijn de kleinste soorten. Zij hebben een smal lichaam van 3-4 cm lang en vouwen hun vleugels net als nachtvlinders boven hun lichaam. De grotere libellen houden hun vleugels uitgespreid. Dat deed de mensen vroeger denken aan glazenmakers, die glasplaten op dezelfde manier op hun rug droegen. De grotere libellen bestaan weer in twee groepen: de middelgrote libellen (van 4- 5 cm lang) en de grootste soorten, die wel 6- 8 cm lang kunnen zijn. Dit zijn de echte glazenmakers. Een van de kleinste en meest algemene glazenmakers is de soort met de intrigerende naam paardenbijter. Alle libellen zijn zeer fotogeniek (zie foto) en hebben een dubbelleven. Uit de overwinterende eitjes komen larven, die in water leven en zeer roofzuchtig zijn. Ze zijn voorzien met uitklapbare kaken, die prooien die flink groter zijn dan

zichzelf aankunnen. Zonder popstadium kruipen de larven het water uit en de volwassen libel kruipt met vleugels en al uit de larve. Dit altijd weer wonderbaarlijke proces vereist alleen nog maar het oppompen van de vleugels. Ook de volwassen libellen zijn rovers die op vliegen en andere prooien jagen in en daarbij vaak 8-vormige banen volgen.

Bijzonder

De naam van de paardenbijter vindt zijn oorsprong in een misverstand. Paarden zijn zeer schrikachtig en kunnen panisch reageren op horzels en dazen. Wat boeren opmerkten was, dat paarden soms panisch werden als er een glazenmaker om hun paard heen vloog. Wat ze niet opmerkten, was dat die paardenbijter bezig was om de dazen en horzels te vangen, waar hun paard zo panisch van werd.

Waar

De paardenbijter houdt van stilstaande en zwak stromende wateren met een rijke moerasvegetatie. Hij komt in heel Eurazië voor en is een goede vlieger die ver kan trekken. Het is een soort die ook in de Haarlemmermeer plaatselijk algemeen is. In augustus en september is hij het talrijkst en kan in groepen en in tuinen worden waargenomen bij het jagen.

 insectenGewone vliegendoder28 aug 2011augustus

Gewone vliegendoder, 28 aug 2011

 gewonevliegendoder

De meeste mensen krijgen geen positieve gedachten bij wespen. Dat is te "danken" aan de gewone limonade wesp. Dat er duizenden andere wespensoorten in Nederland leven, waar we nooit last van hebben en die een fascinerende verscheidenheid van leefwijzen hebben is niet zo bekend. Wat (de meeste) wespensoorten van bijen onderscheid, is dat zij hun jongen groot brengen met levende prooien, terwijl bijen hun larven voeren met stuifmeel als eiwitbron. Verreweg de meeste wespensoorten zijn sluipwespen. Bijna voor elke soort insect bestaat er wel een gespecialiseerde sluipwespensoort. Daarmee vervullen ze een belangrijke rol in het handhaven van evenwicht in de natuur. Een andere groep wespen bestaat uit graafwespen. Zij ontlenen hun naam aan het feit dat ze gangen graven en deze vullen met 1 of meer prooien, waarbij zij hun eieren leggen. Graafwespen zijn vanwege dit

zware werk meestal nogal groot (2-4 cm). Ook bij deze groep bestaat er een specialisatie naar prooidieren, die in hun namen tot uitdrukking komt: vliegendoders, rupsendoders, spinnendoders, etc. De meeste graafwespen maken nesten in los zand in de zon. Afgelopen week ontdekten we een hele kolonie van graafwespen, die in een diep beschaduwd bos op De Heimanshof tientallen gangen had gegraven.

Bijzonder

De graafwespnesten waren van de gewone vliegendoder. Deze wespen maken holen die loodrecht 30- 40 cm de grond in gaan. Prooidieren zijn vliegen uit de dazen-, wapenvliegen- en snipvliegenfamilies. Afhankelijk van hun grootte, worden er tussen 5-10 vliegen in een nest gebracht. Elk vrouwtje graaft zo"n 10 holen. Om de vliegen te vangen, worden schermbloemigen en vooral berenklauw bloeiwijzen afgezocht, maar ook bij mest wordt er gejaagd. De gewone vliegendoder is een soort die tot diep in oktober actief blijft.

Waar

De gewone vliegendoder is een vrij algemene graafwespensoort. De soort heeft een voorkeur voor open, zandige tot lemige plekken en komt ook voor in stedelijke gebieden.

 insectenEikenbladwesp11 aug 2011augustus

Eikenbladwesp, 11 aug 2011

 eikenbladwesp

Eiken zijn bomen die al heel lang in deze regio groeien. Hoe langer een soort ergens voorkomt, hoe meer andere soorten de neiging hebben om de mogelijkheden van die soort te benutten. De eik is daar een perfect voorbeeld van. Er leven honderden soorten met en van de eik. Bv. de Vlaamse gaai en de bosmuis verspreiden zijn eikels. Een paar honderd soorten schimmels leven samen met zijn wortels en krijgen suikers geleverd en zorgen zelf voor mineralen in retour. Ook het legioen insecten dat in en van de eik leeft is groot de vliegend hert larve en boktorren leven in zijn hout en wel 40 soorten galwespen hebben ontdekt dat het veilig toeven is in zwellingen (gallen) die zij produceren door het uitscheiden en inspuiten van een plantenhormoon: de buitenkant van die gallen is een veilige harde beschermlaag en de binnenkant is zacht en geschikt als voedsel voor de larve. En dan zijn

er ook nog tientallen tot honderden kevers en (nacht) vlinders, die van de eikengastvrijheid ge- en misbruik maken.

Bijzonder

De meeste wespen brengen hun larven groot met dierlijke prooien. Daarmee zijn wespen belangrijke plaagbestrijders. Maar in de natuur zijn er altijd uitzonderingen. Bij een heel andere groep wespen, die bladwespen genoemd worden, voeden de larven zich met plantendelen en kunnen bij massaoptreden vooral in rozen en in elzen economische schade veroorzaken. Op de eik komt een groep wespen voor waarvan de larven er uitzien als een kleine naaktslak. Vanwege hun uiterlijk worden ze ook wel bastaardrupsen genoemd. Zij hebben zich gespecialiseerd in het "skelletiseren" van bladeren, d.w.z. zij ontdoen het blad van alle cellen met bladgroen en laten alleen bovenste doorzichtige beschermlaag intact. Je vindt die larfjes door goed op deels licht verkleurende eikenbladeren te letten. Als je die om draait zie je groepjes larven zoals op de foto.

Waar

Eikenbladwespen zijn gebonden aan het voorkomen van eiken in de gematigde loofbossen van het noordelijk halfrond.

 insectenWilgenhaantje16 okt 2010oktober

Wilgenhaantje, 16 okt 2010

 wilgenhaantje

Kleine Populierenhaan

De Heimanshof heeft inmiddels met de gemeente en Recreatieschap Spaarnwoude 6 ha aan bloemenweides in beheer rond Ravensbos, in Floriande, bij het insectenpad, in de Fruittuinen en op het Groene Carré Zuid. Deze bloemenweides moeten om volgend jaar weer te bloeien, voor 15 oktober weer losgewoelde grond krijgen. De wilgenaanplant in het verlaagde eerste gedeelte van het Groene Carré leek er bij mijn werkbezoeken steeds minder vitaal bij te staan. Bijna alle bladeren vielen weg en dat kwam niet door de herfst, meldde prof. Ernst, mijn vaste steun en toeverlaat voor moeilijke insectenvragen. Het kwam door de kleine populierenhaan, een soort wilgenhaantje. Zowel de larven als de volwassen kevers van deze soort, eten in groepen van het blad van de wilg of populier. Net als het rozemarijngoudhaantje

van vorige week behoort het wilgenhaantje tot de ´goudhaantjes´.

Bijzonder

De meeste goudhaantjes eten van een bepaalde groep planten. Veel Nederlandse namen wijzen hierop: aspergehaantje, elzenhaantje, zuringhaantje enz. Kevers die slechts één plantengeslacht eten, worden monofaag genoemd. Soms gaat dit zover dat de kevers eerder sterven dan een andere plant eten! Het merendeel eet echter van meerdere plantengeslachten. Deze kevers (waaronder de kleine populierenhaan) worden oligofaag genoemd. Zowel de voorkeur om eieren te leggen, als de mogelijkheid om de plant te kunnen eten, zijn genetisch in de kever vastgelegd. De kevers kunnen de afweerstoffen van hun waardplanten opslaan en zijn daardoor zelf giftig worden voor roofdieren. Opvallend gekleurd zijn, heeft daarom een belangrijke afschrikkende functie. Meestal geldt dat blauw meer voorkomt in bos en een goudkleur meer in het open veld.

Waar

De waardplanten van wilgenhaantjes komen vooral voor bij water en staan vaak periodiek in het water. De wilgenhaantjes zijn van oorsprong Europese soorten die zich sinds de ijstijden over een groot deel van de wereld verspreid hebben.

 insectenRozenmarijngoudhaantje9 okt 2010oktober

Rozenmarijngoudhaantje, 9 okt 2010

 rozenmarijngoudhaantje

De zomer ligt al weer achter ons. Dus de tijd van insecten zou voorbij moeten zijn. Maar niets is minder waar. Ik wordt de laatste weken overspoeld met interessante waarnemingen over torren, kevers en andere kruipers. Opvallend is dat er veel ´exoten´ of zo u wilt ´allochtonen´ of ´asielzoekers´ bij zitten. Sommige daarvan zijn absoluut een verrijking van onze fauna, terwijl ander soorten de potentie van een plaag in zich hebben. Een soort die in beide categorieën valt, is het rozenmarijngoudhaantje. Deze prachtige koperrood en -groen gekleurde soort werd in Cruquius waargenomen door een trouwe lezeres en ook al meteen correct op naam gebracht! Zoals de naam al zegt leeft hij (o.a.) op rozemarijn, maar ook lavendel, salie, tijm en munt worden niet versmaad.

Het is een prachtige kever, echter hij kan zo algemeen worden dat van deze soorten niet veel meer overblijft.

Bijzonder

Insecten en speciaal mediterrane soorten hebben de naam warmte minaars te zijn. Het rozemarijngoudhaantje echter niet. In de zomer gaat deze soort in het warme zuiden al in zomerrust als de temperatuur boven de 14 graden Celsius komt. En pas als de dagen korter en koeler worden, wordt hij weer actief. In Nederland is al waargenomen dat de kevers zich pas half december verschuilen voor de koude, om al weer half januari actief te worden. In Nederland worden de meeste waarnemingen wel in de zomer gedaan.

Waar

De latijnse naam van dit goudhaantje is Chrysolina americana. Echter uit Amerika zijn geen waarnemingen bekend. Het is een Zuid-Europese soort die voorkomt van Spanje tot in Frankrijk. Ook in Groot-Brittannië rukt het rozemarijngoudhaantje de laatste jaren op. En nu begint deze soort ook als dwaalgast in Nederland op te duiken. Op Waarneming.nl staan 63 waarneming van ruim 600 exemplaren vermeld over de laatste 5 jaar. De waarneming uit Cruquius met 18 volwassen exemplaren en een paar larven is de eerste uit de Haarlemmermeer.

 insectenBramengalmijt5 sep 2010september

Bramengalmijt, 5 sep 2010

 bramengalmijtmetmijt

Deze column gaat over een dier dat nauwelijks te zien is en dat op bramen leeft. Sommige braamstruiken krijgen bramen die niet rijp worden. Vooral de bovenste helft van de braam wordt wel rijp, maar de onderste helft blijft rood en smakeloos. Dat wordt veroorzaakt door een miniscuul beestje dat familie is van de spinnen: de bramengalmijt. Dit heet ook wel rode vruchtziekte. Rode vruchtziekte dankt zijn naam aan de rood en onrijp blijvende korrels van bramen. De rode vruchten blijven tot het volgende voorjaar aan de struik hangen.

Bijzonder

De bramengalmijt is 0,18 mm lang, wittig van kleur en heeft twee paar ´poten´. Je hebt een 10-15x vergrotende loep nodig om hem te kunnen zien. Aangezien de bramengalmijt een vrij verborgen levenswijze heeft, is bestrijding niet eenvoudig. De enige

vorm van natuurlijke bestrijding is het verwijderen van aangetaste vruchten om de populatie mijten laag te houden het verwijderen en verbranden van afgedragen stengels vòòr de winter.

Waar

Aantasting van de vruchten ontstaat doordat de bramengalmijt zijn eieren legt in de bloem. De daaruit ontwikkelende mijten zitten in de vrucht en spuiten een stof in de korrels, waardoor deze niet verder rijpen. Van de bramengalmijt overwintert alleen het vrouwtje als volwassen mijt achter de knopschubben of diep in knoppen. Vanaf oktober gaat ze in rust en begin maart komt ze weer tevoorschijn. Ze begint zich te voeden aan de openbrekende knop en de ontvouwende blaadjes. Vanaf begin april legt ze haar eieren tussen de haren aan de onderkant van het blad. Na enkele weken ontwikkelen zich daaruit de larven, die zuigen aan het blad. Vanaf half mei zijn ze ontwikkeld tot volwassen mijten, die vanaf begin juni hun eieren afzetten in de bloemen. Deze ontwikkelen zich vrij snel weer tot een nieuwe generatie mijten en zo kunnen er vanaf augustus tot oktober verscheidene generaties mijten ontstaan. Het zijn de mijten van deze generaties die de deels onrijp blijvende vruchten veroorzaken.

 insectenGrote Populierenboktor29 aug 2010augustus

Grote Populierenboktor, 29 aug 2010

 populierenboktorcombi

Op het artikel over de boktorren van twee weken geleden, kwamen allerlei reacties over nog minstens 7 in onze polder gesignaleerde soorten. Een aantal hiervan wil ik u niet onthouden. Deze week de Grote Populierenboktor. Deze soort voldoet redelijk aan het imago van boktorren. De grote populierenboktor wordt 2-3 cm groot. Hij leeft in 1 generatie van juli tot november. De volwassen kevers leven van de bladeren van de populier waardoor er gaten in ontstaan. De kever wordt niet vaak gezien omdat hij alleen in de schemer actief is en zich na zonsondergang in de kruin van de boom terugtrekt. Aan het eind van de zomer worden de eitjes één voor één afgezet in de schors van de stam.

Bijzonder

Als de larven uitkomen, leven ze het eerste jaar nog van schors. Pas in het tweede jaar maken ze gangen in het hout waarna uiteindelijk een kamertje wordt uitgeknaagd waarin de verpopping plaatsvindt. De

keverlarve kan ruim 3 centimeter lang worden. De larve is vanwege zijn voedselvoorkeur voor hout van levende populieren schadelijk omdat de gangen de boom verzwakken waardoor deze makkelijker omwaait (Zie foto inzet) Ook tasten de gangen de gezondheid van de boom aan waardoor de bladeren kunnen vergelen. Het is echter vaak moeilijk te zien of een boom is aangetast. Alleen de uitvlieggaten van de kever zijn een aanwijzing maar dan is het al te laat. De uitvlieggaten zijn te herkennen aan hun grootte en de grove boorspaanders.

Waar

De grote populierenbok komt voor in een zeer groot deel van Europa tot in Scandinavië, en is ook in Nederland en België vrij algemeen. Ondanks de nachtelijke levenswijze, waardoor de kever zelden overdag wordt aangetroffen, worden ze wel eens ´s avonds gezien op een zomeravond omdat de kevers op licht afkomen. In onze polder die vol staat met populieren komt hij ook voor, maar wordt zelden gezien.

 populierenboktorlarf