bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 9 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vlindersKoninginnepage28 mei 2011mei

Koninginnepage, 28 mei 2011

 koninginnepage

9 mei was een bijzondere dag voor de natuur in De Haarlemmermeer. Behalve de draaihals van vorige week, werden er zoveel bijzondere soorten gemeld, dat ik er nog weken mee vooruit kan. Vandaag de Koninginnepage. Een van de grootste en mooiste vlinders van ons land, en de Koninginnepage die in de buurt van de Heimanshof werd waargenomen, was de eerst in heel West-Nederland van dit jaar. De Koninginnepage plant zich voornamelijk voort in droge of vochtige graslanden, maar in ook in moestuinen. De wijfjes zetten de eitjes af op jonge bladeren van verschillende schermbloemigen zoals gecultiveerde en wilde peen, engelwortel, pastinaak, venkel, melkeppe en kleine bevernel. De vlinder vliegt in 2 generaties per jaar: de 1e vliegt van eind april tot eind juni (met een piek in mei) en de 2e van eind juni tot eind augustus.

Bijzonder

Pas uitgeslopen rupsen lijken op vogeluitwerpselen en eten van de bovenkant van de bladeren. Vanaf het vierde rupsenstadium

krijgt de rups haar typische kleuren (groen met zwarte banden en oranje stippen). Als de rupsen verstoord worden, tonen ze een oranje klier die zowel met de oranje kleur als met de geur predatoren probeert af te schrikken. De mannetjes komen meestal voor de wijfjes uit de poppen. Een typisch gedrag van de koninginnepage is hill-topping (heuveltoppen), waarbij mannetjes het hoogste punt in de omgeving opzoeken om daar wijfjes te ontmoeten voor de paring. Op zonnige dagen kunnen op een dergelijk hoog punt tientallen vlinders gezien worden die naar de top van een heuvel vliegen.

Waar

Het areaal van de Koninginnepage strekt zich uit van Noord-Scandinavië tot Noord-Afrika en van West-Frankrijk tot Japan. De soort is vooral te vinden in bloemrijke graslanden in heuvelachtige streken zoals de Ardennen en in Limburg. Aangezien de Koninginnepage een goede vlieger is, wordt ze ook buiten deze gebieden regelmatig waargenomen, maar is het elders in Nederland het een vrij zeldzame soort.

 koninginnepage2

 vlindersPauwoogpijlstaart19 jun 2010juni

Pauwoogpijlstaart, 19 jun 2010

 pauwoogpijlstaarthhof

Komende zaterdag houden we op De Heimanshof met de Jeugdclub en belangstellenden een nachtvlindernacht. Zie voor meer informatie elders in deze krant of op de Heimanshof website. Het verhaal van onze vlinder van deze column begint bij de nachtvlindernacht van vorig jaar. Toen brachten een aantal leerlingen van de Klippeholm een vingerdikke rups, waarvan wij toen dachten dat het een ligusterpijlstaart was. Deze rups heeft zich verpopt in een terrarium en werd recentelijk wakker als vlinder door het meizonnetje. Het duurde 2 dagen voor zijn vleugels waren opgepompt. En tot die tijd leek hij niet op een ligusterpijlstaart maar op een populierenpijlstaart. Toen dit proces afgerond was en wij hem wilden fotograferen voor zijn vrijlating, werd hij onrustig en liet daardoor zijn ware aard zien: 2 prachtige oogvlekken op zijn ondervleugels: het was dus een pauwoogpijlstaart! Dit verhaal

illustreert dat het bij nachtvlinders niet zo makkelijk is om de soort te bepalen. Gelukkig hebben we de hulp van een paar experts, zowel bij de vangsttechnieken als bij de determinatie van de soorten.

Bijzonder

De Pauwoogpijlstaart heeft in Nederland meestal van april tot eind augustus één generatie. De vlinder heeft i.t.t. andere vlinders geen roltong en kan dus geen voedsel opnemen. Alle reserves worden opgebouwd in het rupsstadium. De vlinders vliegen in de avondschemering, en laten zich overdag niet of nauwelijks tot opvliegen bewegen en zijn dus goed te bekijken. De voornaamste waardplanten van de pauwoogpijlstaart zijn wilg, populier, sleedoorn, fruitbomen en vogelkers.

Waar

De pauwoogpijlstaart komt voor in de buurt van rivierbeddingen, moerassen en vochtig grasland waar waardplanten als de wilg in ruime mate voorkomen. Het zijn vaak lokale populaties waarvan het nageslacht zich niet van de betreffende plek verplaatst. De vlinder is wijdverspreid in Europa en Klein-Azië. De pauwoogpijlstaart is de afgelopen 20 jaar niet in de Haarlemmermeer en rond Amsterdam gemeld.

 vlindersLigusterpijlstaart23 aug 2009augustus

Ligusterpijlstaart, 23 aug 2009

 ligusterpijlstaartrups

Morgen, 28 augustus is het nationale nachtvlindernacht. Ook bij De Heimanshof kunt u terecht van 21-24 uur om zich in de wereld van de 2000 Nederlandse soorten nachtvlinders te verdiepen en als extra doen we er de vleermuizen ook nog bij (neem zaklantaarn mee). Bij zo´n nachtvlindernacht hoort een column over een (aansprekende) nachtvlindersoort. Ik werd op mijn wenken bediend door Job Bresser en Tobias Smits van de Klippeholmschool, die deze week een enorme rups van wel bijna 8 cm lang vonden ´met op zijn kont een stekel´(zie foto). Dit was de rups van één van onze grootste vlinders: de ligusterpijlstaart die een spanwijdte van 9-12 cm kan hebben. Deze rupsen kunnen gevonden worden van juli tot begin november. Onze rups was uitgevreten van zijn waardplant (liguster, sering, es, sneeuwbes, Gelderse roos, moerasspirea of vlier) en zocht naar een stukje zachte grond, om zich op een diepte tot 30 cm te verpoppen. Dit popstadium duurt tot mei of soms zelf nog een jaar langer. Op De Heimanshof heeft de rups zich in een bak onmiddellijk ingegraven. Morgen gaan we kijken hoe de pop eruit ziet. De vlinders vliegen ´s nachts van half mei tot begin september in één generatie en kunnen soms

overdag op verticale objecten worden aangetroffen.

Bijzonder

Zoals alle pijlstaartvlinders hebben zij een lange roltong en bezoeken vooral diepe bloemen (waar andere insecten niet bij kunnen), die ´s nachts bloeien en geuren zoals kamperfoelie, tabak, zeepkruid, Phloxen, teunisbloem, gele lis, rhododendrons, azalea´s, slangenkruid, e.d. Kenmerken van "pijlstaartbloemen" zijn behalve diepliggende nectar en nachtelijke bloei ook een lichte bloemkleur en een sterke geur. Nachtvlinders vinden hun nectarplanten via hun reukzin. Sterk geurende bloemen kunnen vlinders van grote afstand naar de bloem lokken en licht gekleurde bloemen zijn ´s nachts bij het minste maanlicht nog duidelijk waar te nemen. Het bloembezoek vindt vooral in het eerste uur na zonsondergang plaats maar ook wel ´s ochtends.

Waar

De ligusterpijlstaart komt voor in heel Europa en heeft een voorkeur voor graslanden, open bossen, tuinen en moerassen. Het is een relatief vaak voorkomende soort in het grootste deel van het land, maar wordt in Drenthe, Overijssel, Gelderland en Noord-Brabant minder gezien dan elder

 ligusterpijlstaartgroot

 vlindersLandkaartje26 jul 2009juli

Landkaartje, 26 jul 2009

 landkaartjeonderkant

De eerste associatie met insecten van veel mensen is ´eng´ tot ´steekt´ of ´jeukt´. Dat de meeste insecten eerder een oordeel verdienen als ´fascinerend´ of ´nuttig´ heb ik al vaker proberen te onderstrepen. U kunt dit zelf op het insectenpad in het Haarlememrmeerse Bos constateren. Gelukkig zijn er ook insectengroepen die aan dit oordeel ontsnappen en de vlinders is daar één van. Dat vlinders heel populair zijn blijkt uit de aandacht voor vlindertuinen, maar ook aan de grote aantallen mensen die aan vlindertellingen meedoen. Dit weekend (1 en 2 augustus) is er een grote landelijke tuinvlindertelling waar iedereen aan mee kan doen. Ik roep iedereen hierbij op om daaraan mee te doen en de vlinderpopulatie van onze polder ´op de kaart´ te zetten. Alle informatie vindt u op www.vlindermee.nl. Een van de vlinders die u daarbij kunt tegenkomen is het landkaartje. Het is een dagvlinder uit de familie van de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders. Het landkaartje dankt zijn naam aan het netwerk van lijnen op de onderkant van zijn vleugels (zie foto 1). De waardplant van de rupsen is de brandnetel. De eitjes worden in snoertjes aan de onderkant van de bladeren gelegd.

De rups van het landkaartje is zwart met roodbruine doorns. Ook de verpopping vindt op de waardplant plaats. De pop overwintert.

Bijzonder

Het landkaartje komt voor in twee totaal verschillende vormen. De eerste generatie in het voorjaar (eind april tot juni) is oranjerood (zie foto 2) met zwarte vlekken terwijl de zomergeneratie (eind juli tot oktober) zwart is met een witte band (zie foto3) . De zomervorm vliegt op dit moment. Het landkaartje is één van de dagvlindersoorten die de laatste decennia algemener zijn geworden.

Waar

Het landkaartje komt voor in gemengd bos, zoals stedelijke parken en tuinen als daar maar brandnetels staan. Er bestaan trekvlinders (die van Afrika komen), zwerfvlinders(die het hele land doortrekken) en standvlinders. Het landkaartje is van het laatste type en vliegt niet ver van waar hij uit de pop komt. Op de Heimanshof zit er al 2 weten een stel op een vaste plaats. Het is een vrij algemeen soort van heel Europa, die het ook in Nederland goed doet. De soort heeft zijn leefgebied weten uit te breiden van alleen het oosten en zuiden van Nederland (vroeger) tot het gehele land (nu).

 landkaartjevorm2

 vlindersKleine Wintervlinder20 dec 2008december

Kleine Wintervlinder, 20 dec 2008

 kleinewintervlinder

Bij insecten denkt iedereen aan warme dagen. Toch zijn er het hele jaar door insecten waar te nemen, ook bij koud en nat weer. Zo zijn de gallen van galwespen, zoals de knikkergal op de eik juist in de winter beter te vinden. Maar ook zijn er midden in de winter, verrassend genoeg, nog actieve insecten te vinden. Deze week gaan we het hebben over de kleine wintervlinder die op dit moment vrij algemeen is waar te nemen in de bebouwde kom. Het is een nachtvlindertje van ongeveer 1.5 cm lang met weinig spectaculaire kleuren (zie foto). Op de foto is de beharing goed te zien waarmee ze de, voor insecten, barre temperaturen in de winter kunnen weerstaan. Rupsen van de kleine wintervlinder zijn te vinden van april-juni. Als ze volgroeid zijn laten zich aan een zijden draad op de grond zakken, waarna ze zich in een stevige cocon verpoppen. De soort overwintert als ei op een twijg of in een bastspleet dicht bij een bladknop. De mannetjes vliegen meestal pas uit na de eerste nachtvorst vanaf oktober tot en met december. Ze vliegen hoofdzakelijk in de avondschemering bij

vochtig en nevelig weer en bij een temperatuur net boven 0°C. Tijdens zachte winters vliegen ze soms tot half januari. De vlinders zijn vaak op verlichte vensters aan te treffen. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes kunnen in het donker rustend of omhoog kruipend op boomstammen worden waargenomen.

Bijzonder

Alleen de mannetjes van de kleine wintervlinder kunnen vliegen. De vrouwtjes hebben alleen vleugelstompjes en kruipen wat rond op takken, tot de mannetjes ze vinden en bevruchten. De mannetjes nemen de vrouwtjes tijdens de paring soms mee in de vlucht. De kleine wintervlinder is één van de vlinders die verantwoordelijk is voor de "rupsenpiek" in het voorjaar, die ervoor zorgt dat zangvogels na de trek en voor hun jongen aan extra veel voedsel kunnen komen. Door stijging van de temperatuur bleken, op zeker moment, de rupsen echter al uit het ei te komen voordat er blad aan de bomen was, waardoor deze rupsen stierven door gebrek aan voedsel. Andere rupsen die later uitkwamen hadden meer geluk en hebben de soort behoed voor uitsterven.De rupsen kunnen in sommige jaren, door hun grote aantallen, schade veroorzaken aan vruchtbomen

Waar

De kleine wintervlinder komt in heel Nederland voor in tuinen, parken, loofbossen, boomgaarden en andere lommerrijke gebieden.

 vlindersKleine Vuurvlinder7 sep 2008september

Kleine Vuurvlinder, 7 sep 2008

 kleine vuurvlinder

Tijdens een rondleiding op het insectenpad met een schoolklas in het mooie weekend van 28-31 augustus, zagen we naast tientallen Icarusblauwtjes en andere bekende vlinders ook 4 mooie onbekende oranje vlindertjes. Nader onderzoek leerde, dat het ging om de kleine vuurvlinder. Deze heeft als waardplant (waar zijn rupsen van eten) schapenzuring en veldzuring. In de voorjaarsgeneratie (mei t/m juni) zetten de wijfjes de eieren af op schapenzuring en soms op veldzuring in hoge vegetatie. De wijfjes van de 2e generatie (juli t/m oktober) gebruiken kleine planten van schapenzuring in vrij korte, schrale vegetatie. De eiafzet gebeurt alleen bij volle zonneschijn aan de onderkant van het blad. Zodra een wolk schaduw geeft, wordt de eiafzet gestaakt. De rupsen eten alleen van de onderzijde van het blad . Van de bovenzijde van het blad zijn de vraatsporen als kleine venstertjes te zien. Om te overwinteren, spint de rups een zijden kussentje op de stengel of een blad, dat ze af en toe verlaat om zich, tijdens perioden met zachtere temperaturen, te voeden. De volgroeide rups verlaat de

waardplant om te verpoppen in de strooisellaag of op een dood blad. Daarom is maaien van korte vegetatie funest voor het handhaven van een populatie van de Kleine vuurvlinder.

Bijzonder

In de Haarlemmermeer werd deze soort maar heel af en toe waargenomen. Het gaat dan waarschijnlijk meestal om exemplaren die door de overheersende ZW wind uit de duinen is ‘overgewaaid’. Het feit dat er op het insectenpad (aan de ‘duinkant’ van het Haarlemmermeerse Bos) 4 exemplaren zijn waargenomen zou er op kunnen wijzen dat een aantal ‘overgewaaide exemplaren’ ook bij ons levensmogelijkheden hebben gevonden. De schrale bermen van de N201 ter plaatse en het inrichten van natuurstroken langs de IJtocht en bij het insectenpad, zouden hier mede debet aan kunnen zijn.

Waar

De kleine vuurvlinder is een vrij algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt, maar meestal niet in grote aantallen. Op de verspreidingskaart van de Vlinderstichting staan er voor deze vlinder in alle poldergebieden met vette kleigrond grote witte vlekken en zo ook in de Haarlemmermeer. De soort heeft namelijk een voorkeur voor vrij open en meestal droge gebieden, zoals schrale plekken op de zandgronden in graslanden, heidevelden, kapvlakten, duinen, braakliggende gronden, tuinen en bermen.

 vlindersGroot avondrood27 jul 2008juli

Groot avondrood, 27 jul 2008

 grootavondrood2

Eind juni was er op eiland 8 in Floriande enige commotie toen er een gigantische roze ‘mot’ verscheen. Het bleek te gaan om één van de 19 in Nederland voorkomende pijlstaartvlinders en wel het Groot avondrood. Dit is een grote nachtvlinder met een spanwijdte van 4,5 tot 6 cm, die vliegt van mei tot en met augustus. De meeste pijlstaartvlinder zijn prachtig van kleur, maar de vlinders leven erg verborgen, zodat weinig mensen ze kennen. Ook het Groot avondrood mag er zijn in zijn roze en olijfgroene tenue. Pijlstaartvlinders danken hun familienaam aan een uitsteeksel op de staart van de rups. De waardplant voor de rups is bij voorkeur het wilgenroosje, maar hij kan ook op walstrosoorten, springzaad en op kattestaart gevonden worden. In de tuin is hij wel eens te vinden op Fuchsia. Volwassen pijlstaartvlinders zijn gespecialiseerd in het opzuigen van nectar uit diepe bloemen van ’s nachts bloeiende planten, zoals de kamperfoelie, rondondendron en azalea soorten. Daarvoor beschikken ze over een zeer lange tong, die

ze in de bloem steken terwijl ze als een kolibrie voor de bloem zweven. Deze bloemen worden door hen ook bestoven.

Bijzonder

De tot 8 centimeter lange bruine rups wordt olifantsrups genoemd. Deze trekt bij verstoring zijn kop iets in en beweegt dan zijn ′nek′ heen en weer. Door de oog- achtige vlekken en spits toelopende ′kop′ (eigenlijk de voorzijde van het lichaam) lijkt hij dan op een slang. Met deze bewegingen maakt hij zelfs tuinierende mensen aan het schrikken.’s. De olifantsrups komt voor in 3 kleur variëteiten, een zwarte, groene en bruine vorm.krachtige vliegers en halen makkelijk 50 km/uur.

Waar

Het groot avondrood komt voor in heel Europa en kan ook in Nederland overal worden aangetroffen, maar is nergens algemeen. Uit de Haarlemmermeer staat nog 1 waarneming uit de Haarlemmermeer op www.waarneming.nl en verder zijn er meldingen uit de duinen en uit Amsterdam.

 grootavondroodrups

 vlindersNachtvlinders29 aug 2007augustus

Nachtvlinders, 29 aug 2007

 nachtvlinderhuismoeder

Lievelingen en huismoeders gezocht. Er zijn veel meer nachtvlinders dan dagvlinders. Vrijwel alle nachtvlinders vliegen ‘s nachts, maar ruim honderd soorten zijn ook overdag actief. Nachtvlinders zijn van dagvlinders te onderscheiden door de vorm van hun voelsprieten. In Nederland zijn er meer dan 2000 nachtvlinders bekend, waarvan 1300 kleine vlinders of motten en zo’n 700 grote soorten. De Nationale NachtvlinderNacht richt zich op deze laatste groep.

Bijzonder

: Om in het donker te kunnen leven hebben nachtvlinders zich op allerlei manieren aangepast. ’s Nachts zijn ogen niet zo nuttig. Nachtvlinders gebruiken daarom hun voelsprieten als ‘neus’ om voedsel of een partner te vinden. Bij sommige soorten hebben de mannetjes extreem grote sprieten, waarmee ze een vrouwtje al op kilometers afstand kunnen ruiken. Ook felle kleuren om vijanden af te schrikken, zijn niet zichtbaar in het donker. Veel soorten nachtvlinders hebben daarom geen felle kleur, maar een camouflagepatroon. Soorten als de huismoeder hebben alleen een felle kleur op de ondervleugels. In rust zijn deze niet zichtbaar, maar bij verstoring laat hij ze

zien terafschrikking. ’s Nachts is het een stuk koeler dan overdag en een nachtvlinder kan zich niet opwarmen in de zon. Veel soorten hebben daarom stevige vliegspieren. Door met de spieren te trillen warmen ze zich op tot de juiste temperatuur om te vliegen. De dichte beharing die veel nachtvlinders hebben, zorgt ervoor dat de warmte wordt vastgehouden.

Waar

Nachtvlinders zijn zonder hulpmiddelen vaak moeilijk te vinden. Maar met lampen die lakens beschijnen en met de geur van overrijp fruit kunnen ze heel goed gelokt worden. Op vrijdag 7 september van 19.00 tot middernacht is iedereen welkom op De Heimanshof tijdens de nationale nacht van de nachtvlinders. We hebben goede hoop op het aantreffen van grote pijlstaartvlinders, zoals de ligusterpijlstaart, de populierenpijlstaart en misschien zelfs de kolibrievlinder of een avondrood. Huismoeders en Lievelingen (foto‘s) zullen we zeker zien.

Terugmeldingen

Naar aanleiding van het artikel over de groene specht, waarin 2 paartjes gemeld werden, zijn er nog 4 extra paartjes gemeld, op de Geniedijk en in het Haarlemmermeerse Bos.

 nachtvlinderlieveling

 vlindersKolibrievlinder28 aug 2007augustus

Kolibrievlinder, 28 aug 2007

 kolibrievlinder

De kolibrievlinder hoort bij de pijlstaartvlinders. Dit zijn meestal nachtvlinders, maar kolibrievlinders zijn zogenaamd dagactieve nachtvlinders en worden vooral op warme windstille dagen in de middag en vroege avond gezien.
Het is een regelmatig voorkomende migrant die ieder jaar in wisselende aantallen gezien wordt in Nederland. De vlinder hangt stil in de lucht voor een bloem om nectar te drinken. Vanwege deze eigenschap heeft deze vlinder de naam kolibrievlinder gekregen. Alle pijlstaartvlinders hebben een lange roltong om nectar te halen uit planten met lange buisbloemen, die voor de meeste insecten niet toegankelijk zijn, zoals kamperfoelie, petunia′s, zeepkruid of slangekruid. De vliegtijd is van mei tot november in twee tot drie generaties. De tot 5 centimeter lange rups leeft vooral van walstrosoorten,

waar ook meekrab toe behoord. Vandaar dat de vlinder ook wel meekrapvlinder genoemd wordt.

Bijzonder

: Het fourageren (nectar eten) van de kolibrievlinder is een spectaculair gezicht. Het is een grote vlinder met een spanwijdte van ongeveer 4 tot 6 centimeter. Omdat de vlinder zich constant van bloem tot bloem verplaatst en daar even stil blijft hangen heeft hij ook de naam onrustvlinder gekregen. Ook bijzonder aan deze soort is dat de exemplaren die je in mei en juni ziet al een hele reis achter de rug hebben. Het is een Zuid-Europese soort, waarvan een deel jaarlijks over de Pyreneeën en de Alpen trekt naar onze streken. Ze leggen hier eieren die in september uitkomen. Deze tweede generatie vlinders kan zich hier verder niet voortplanten, want onze winters zijn te koud. Het is mogelijk dat een deel weer terugtrekt, maar dat is niet helemaal zeker.

Waar

De eerste kolibrievlinder is in 2006 in juni al weer waargenomen in Hoofddorp noord op kamperfoelie en in 2007 in mei in Hoofddorp Oost op lavendel.

 vlindersBont zandoogje25 aug 2007augustus

Bont zandoogje, 25 aug 2007

 bontzandoogje

Het bont zandoogje is een kleine dagvlinder met een spanwijdte van 32 -42 mm. Het vrouwtje legt haar eitjes op half in de schaduw staand gras. De vlinder leeft ongeveer drie weken. Er zijn twee tot drie generaties per jaar, tussen midden april en midden oktober. De mannetjes zijn vrij fel tegenover soortgenoten en jagen andere mannetjes van dezelfde soort weg. Volwassen vlinders voeden zich voornamelijk met honingdauw, maar ook met nectar en boomsappen.

Bijzonder

: Veel in het leven van (deze) vlinders draait om het vinden van de juiste temperatuur. In het voorjaar en het najaar leggen de wijfjes vooral eitjes op zonbeschenen planten terwijl ze in de zomer beschaduwde planten kiezen. Het afzetten van de eitjes gebeurt meestal op het warmste moment van de dag en de eitjes worden meestal afgezet op planten met een temperatuur tussen 24-30°C, omdat de overlevingskans van de eitjes en de jonge rupsen dan het hoogst is. Toch valt ongeveer 30% van de eitjes ten prooi aan sluipwespen en ook mieren, wantsen en kevers eisen hun tol. Er

zijn traag- en snelgroeiende rupsen. Bij hogere temperaturen ontwikkelen de snelgroeiende rupsen zich in gemiddeld 25 dagen en de traaggroeiende rupsen in ongeveer 30 dagen. Bij lagere temperaturen zijn de verschillen groter. De vliegactiviteit van de vlinders hangt samen met het streven om hun lichaamstemperatuur tussen 32-34,5 °C te houden. Bij lage temperatuur worden de zonneplekjes energiek verdedigd door mannetjes, omdat ze de ideale plaatsen zijn voor het zonnen en het paren; bij hogere temperaturen vliegen de mannetjes zoekend naar vrouwtjes rond.

Waar

Het bont zandoogje is vrij algemeen in droge zandige bosranden in b.v. Zuid- en Oost- Nederland. In West Nederland en in de Haarlemmermeer kwam dit vlindertje nooit voor. Vorig jaar werd een eerste exemplaar waargenomen in het Haarlemmermeerse Bos en dit jaar zijn er al verschillende waarnemingen gedaan. Daarmee lijkt het Bont Zandoogje een nieuwe soort te zijn die zijn weg naar de Haarlemmermeer heeft gevonden. Om dat het een warmteminnende soort is, is het waarschijnlijk dat de klimaatverandering hierin een rol speelt.

Terugmeldingen

De ransuilen hebben het nog nooit zo goed gedaan als dit jaar, o.a. doordat er erg veel veldmuizen zijn. Er hebben dit jaar ten minste 22 paar gebroed in de polder, terwijl dit er vorig jaar maar 10 waren.

 vissenDriedoornige Stekelbaars23 apr 2017april

Driedoornige Stekelbaars, 23 apr 2017

 driedoornige_stekelbaars

Driedoornige Stekelbaars

Het is voorjaar en dat blijkt niet alleen uit de bomen die in blad komen en de plantensoorten die bloeien. Ook onder water explodeert het leven, hoewel dat de meeste mensen ontgaat. Om die reden hebben we de onderwaterontdekwereld gemaakt op De Heimanshof met een 15-tal aquaria waar zichtbaar gemaakt wordt wat er allemaal aan interessant onderwater leven in de sloten en vaarten leeft. Natuurlijk zijn de kikkervisjes zich aan het ontwikkelen, die doen zich net als de meeste vissoorten tegoed aan de massale ontwikkeling van watervlooien. Een van de soorten die dat ook doet en in deze tijd extra aandacht vraagt, is het driedoornig stekelbaarsje. Daar hebben we een aantal exemplaren van en die hebben zich in deze tijd in een schitterend bruidskleed gestoken van felrood met lichtgevende blauwe ogen en die zijn druk met elkaar het hof maken en nestjes bouwen

(foto). Net als de 10-doornige stekelbaars meer of minder dan 10 stekels kan hebben, heeft de 3-doornige vaak meer of minder dan 3 stekels (2-4).

Bijzonder

Stekelbaarsjes zijn een ingewikkelde soort. Ze zijn namelijk geen familie van baarzen, maar van zeenaalden en zeepaardjes. Ze hebben geen schubben, maar beenplaten. Het is een algemene soort die voor veel dieren, waaronder lepelaars een belangrijke voedselbron is.

Waar

3-doornige stekelbaarzen komen met name voor langs kusten van Europa, Amerika en Azië op het Noordelijk halfrond. En er bestaan allerlei soorten of rassen van, gerelateerd aan de plek waar ze voorkomen. De kleinste soort blijft altijd in zoet water voor en kan 8 cm lang worden. In brak water komt een soort voor die 9 cm lang kan worden en op zee een soort, die wel 11 cm kan halen. Maar zo groot worden ze maar zelden. En de brakke en zoute soorten hebben zoet water nodig om zich voort te planten. De stekelbaars heeft bij die migratie veel last van de dijken en gemalen die wij als mens bouwen, waardoor hij in veel gebieden toch weer bedreigd raakt. De soort kan 4 jaar oud worden.

 vissenSchele Pos1 feb 2016februari

Schele Pos, 1 feb 2016

 schelepos

Op De Heimanshof hebben we nu een jaar of drie onze onderwaterontdekwereld in ontwikkeling. Het idee daarachter is dat de meeste kinderen geïntrigeerd worden door wat er in de vaarten en sloten aan onderwaterleven zit. De onderwaterontdekwereld bestaat uit een tiental grote aquaria die we zelf gebouwd hebben en een tiental kleinere ′krijgertjes′. Daarin maken we de soorten van de in de Haarlemmermeer meest voor komende vissen, mossels, krabben, kreeften, amfibieën en kleine beestjes voor educatieve doelen goed zichtbaar en aanschouwelijk. Door deze activiteiten leren we zelf ook weer veel over de onderwaterwereld. Een van de soorten die ik op deze manier heb leren kennen, is de schele pos. Dat is een visje dat meestal niet groter dan 10-15 cm wordt. Hij is volwassen na 2-3 jaar en wordt meestal niet ouder dan een jaar of 6-7.

Bijzonder

De schele pos is

familie van de baarzen. Net als de baars, die wij voor de kinderen ′tijgervis′ noemen vanwege zijn verticale strepen, heeft de schele pos stekels in zijn rugvin. Maar waar de baars twee vinnen heeft, zijn die bij de pos samengegroeid. Daarnaast heeft hij nog een lelijke (want effectieve!) stekel op zijn kieuwdeksels. De schele pos heeft geen strepen maar stippen op zijn lichaam. Hij heet ′schele′ pos omdat zijn ogen boven op zijn kop staan en als je hem dan van voren aankijkt, lijkt het of de vis twee kanten op kijkt. De pos is een belangrijke bron van voedsel voor de aalscholver en heeft nauwelijks commerciële of hengelsport waarde.

Waar

Voor zo′n klein visje is het opmerkelijk dat hij vooral in grote wateren voorkomt en nauwelijks in sloten en vaarten. De meeste pos in de buurt zit dan ook in de Westeinderplas. De schele pos komt in bijna heel Europa voor behalve in de uiterste zuiden en noorden.

Indien u geïnteresseerd bent in de onderwaterwereld: de Heimanshoflezing op 7 februari (14.30) wordt gehouden door de beroepsvisser van de Westeinder. En dan komen er ongetwijfeld veel leuke en sterke visverhalen los.