bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 8 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 tapuitvogelTapuit11 apr 2016april

Tapuit, 11 apr 2016

 tapuit

Midden op het open veld bij de Geniedijk en de A4 zag ik deze week een vogel die ik nog nooit in de Haarlemmermeer had gezien: hij viel op door z′n opvallende zwart wit geblokte staart bij het opvliegen: onmiskenbaar een tapuit. Dit kleine vogeltje uit de familie van de vliegenvangers kwam vroeger veel meer voor. Dit exemplaar zou een broedgeval kunnen zijn, maar is meer waarschijnlijk een doortrekker. Het voorkomen van tapuiten is sterk gebonden aan de aanwezigheid van konijnen, die de vegetatie kort grazen en met hun gegraaf zorgen voor plekken met open zand en nestgelegenheid in konijnenholen. In heideterreinen nestelt een groot deel van de tapuiten echter in ingerotte boomstobben die na kapwerkzaamheden zijn achtergebleven. Maar daar kunnen roofdieren er makkelijk bij.

Bijzonder

Tapuiten zijn trekvogels die in Afrika

op de savannen ten zuiden van de Sahara overwinteren en vroeg in de lente terugkomen. De tapuit legt van alle zangvogels de grootste afstand af tijdens de jaarlijkse trek. De soort broedde vooral op de Waddeneilanden en in mindere mate in de duinen van Noord-Holland en Zuid-Holland. Reeds in de jaren 1960 waren er aanwijzingen dat de stand achteruit ging. In de jaren 1990 werd de tapuit schaars in de duinen op het vaste land. In het binnenland komt de tapuit nog voor op heidevelden en zandverstuivingen op de Veluwe, in Drenthe en Zuidoost-Friesland. Door het intensieve gebruik van de grond in Nederland voor bebouwing, landbouw, bosaanplant, etc. is de hoeveelheid oppervlakte die geschikt is als broedgebied voor de tapuit enorm afgenomen. Door atmosferische stikstofdepositie zijn er steeds minder schrale open, zandige plekken, die onmisbaar zijn.

Waar

Tapuiten houden van open terrein zonder struiken en bomen. Ze zijn te vinden op weiden en akkers met stenen muren, hoogveen- en duingebieden, stuifzanden, rotsachtig terrein, eilanden, kusten, berghellingen en morenen. Ze nestelen in rotsspleten, stenen muren, steenhopen, konijnenholen, etc.

 kkleinewintervlindervlindersKleine Wintervlinder30 dec 2016december

Kleine Wintervlinder, 30 dec 2016

 kkleinewintervlinder

Bij insecten denken we meestal aan dieren die in de warme dagen van voorjaar, zomer en herfst actief zijn. Toch zou de natuur de natuur niet zijn, als er niet ook insecten waren die zich aan de koude winter hebben aangepast. Zo’n soort is de kleine wintervlinder. Het is een soort die van november tot in januari vliegt bij temperaturen tussen 0 en10 graden en liefst in mistig rustig weer. Het is een mot of nachtvlinder, dus doet hij dan ook bij voorkeur in de avond en nacht. Daarbij wordt deze soort sterk door licht aangetrokken, dus als er een vlinder op uw verlichte raam zit in de winter is het in de meeste gevallen deze soort. En het is altijd een mannetje ( foto). De vrouwtjes van deze soort hebben nl geen vleugels en kruipen uit hun pop in de grond omhoog op boomstammen om door de mannetjes gevonden en meegedragen te worden in de lucht om te paren. Ze vinden elkaar

met feromonen of lokgeurstoffen. Beide seksen eten niet (er is in de winter ook geen nectar).Ze teren op de reserves die de rups heeft verzameld.

Bijzonder

De kleine wintervlinder is een soort uit de grote familie van de spanners. De naam spanners komt van de rupsen, die zich niet stap voor stap voortbewegen, maar door zich met de poten en schijnpoten aan de voor en achterkant van het lichaam te stekken en op te vouwen. U heeft vast wel eens zo’n koddig rupsje gezien. De kleine wintervlinder is een van de rupsen die de voedsel voorraad (rupsenpiek!) vormt voor de jonge vogeltje die in mei uit hun ei komen. Door de klimaatverandering lopen die 2 processen elkaar steeds vaker mis. Dat corrigeert de natuur door de variatie in uitkomst tijden: Late rupsen hebben nu een grotere kans om vlinder te worden en vroege jonge vogeltjes krijgen niet genoeg eten. Zo sterven de minst aangepaste individuen uit en de beter aangepaste nemen in aantal toe.

Waar

De kleine wintervlinder komt voor in heel Nederland in tuinen, parken, loofbossen, boomgaarden en andere bosrijke gebieden.

 bbuxusmotvlindersBuxusmot6 okt 2016oktober

Buxusmot, 6 okt 2016

 bbuxusmot

De natuur is permanent in beweging en in ontwikkeling. De laatste tijd speelt de mens daar een belangrijke rol is. Al honderden jaren introduceren we bewust planten en dieren die we overal op de wereld tegen komen, het zij als voeding- of siergewas of huisdier. En met het massale reizen, wat de mondiale economie met zich mee heeft gebracht, is dat is dat de laatste 20-30 jaar eufemistisch gezegd, niet minder geworden. Regelmatig blijken soorten die we van ver weg mee nemen zich tot een plaag te ontwikkelen. Iedereen kent wel voorbeelden zoals de nijlgans, de tijgermug, en de waterhyacint bv. De meeste tuinplanten zijn ook exoten. Een bekende tuinplant is het buxus struikje. Rond 2006 is met een zending buxusstruikjes uit China de busxusmot in Duitsland verzeild geraakt. En die mot of nachtvlinder is in een flink tempo Europa aan het veroveren (Duitsland 2006, Zwitserland en Nederland 2007, Engeland 2008, Frankrijk en Oosten

rijk in 2009, Italië 2013.Dennemarken 2013) . Vorige maand is deze mot ook voor het eerst in de Haarlemmermeer waargenomen en gefotografeerd door Lou vd Linden, die mij regel matig verrast met bijzonderheden.

Bijzonder

De Buxus mot maakt 2-3 generaties per jaar. Vraat aan de bladeren begint binnen in de struik. Daardoor wordt een aantasting vaak pas (te ) laat ontdekt als de grotere rupsen in steeds sneller tempo een struik ontbladeren. In zijn natuurlijke gebied heeft de soort natuurlijke vijanden, die de ontwikkeling van de aantallen in balans houdt. Dat is in Europa niet het geval. Alleen in Zuid- Frankrijk is per toeval eerder de Aziatische wesp geïntroduceerd, die de buxusmot op z’n menu heeft staan.

De buxusmot heeft een vleugelspanwijde van 4-4.5 cm en komt voor in twee kleurvariëteiten: een bijna geheel witte en een bijna bruine (Foto)

Waar

De busxusmot is inheems in Oost Azië en komt sinds zijn introductie in Duitsland in een groot gedeelte van West- Europa voor en werd dit jaar verschillende keren in Hoofddorp gemeld.

 hhermelijnvlinderrupsvlindersHermelijnvlinder rups16 jul 2016juli

Hermelijnvlinder rups, 16 jul 2016

 hhermelijnvlinderrups

Door een van mijn oplettende medespotters in de polder (Lou van der Linden) werd afgelopen week een groep van 40 vrij bijzondere rupsen waar genomen op de Geniedijk (zie foto). Lou is fotograaf en heeft en meer dan gemiddeld oog voor kleine details, waardoor hij zeer regelmatig met de meest bijzondere waarnemingen op de proppen komt. De hermelijnvlinder is een nachtvlindersoort die nu eens niet meer in het binnenland voor komt, zoals heel vaak, maar vooral in de kust provincies. De naam hermelijnvlinder dankt deze soort aan zijn wit met zwarte gestreepte camouflagetekening. Hoewel de meeste vlinders naar hun volwassen stadium worden genoemd is de rupsenfase vaak veel belangrijker en langer en duurt niet zelden jaren terwijl de vlinders soms maar 4-14 dagen leeft. Ook de hermelijnvlinder leeft maar kort en heeft geen monddelen omdat ze niet eet en alleen leeft van de reservestoffen

die de rups heeft opgeslagen. De vlinder is alleen het medium om snel te paren en eieren te leggen. De rups is met zijn lengte van 7 cm zeer groot en de vlinder mag er met een spanwijdte tussen 4 en 7 cm ook zijn.

Bijzonder

De hermelijnvlinder hoort bij de tandvlinders, een naam ontleent aan een of meer tandvorminge uitsteeksels die in rust op de rug uitsteekt. Er zijn ca 3200 soorten wereldwijd en in Nederland een stuk of 40. Een beruchte daarvan is is de eikenprocessie rups. De rups van de hermelijnvlinder is prachtig gekleurd. Bij bedreiging trekt hij zijn kop terug in binnen de rode rand en steekt een paar bewegelijke uitsteeksels op z’n achterlijf naar boven. De rups kan ook scherp bijtend mierenzuur weg spuiten ter verdediging. De rups leeft van wilgen of populieren soorten en overwintert in een zeer harde met hout verstevigde cocon. Er vliegt maar een generatie vlinders tussen april en augustus.

Waar

De hermelijn vlinder is een beschermde rode lijst soort ( kwetsbaar), die vooral in halfopen wilgen- en populierenlandschappen aan de kust voor komt.

 windevedermot1vlindersWindevedermot22 sep 2013september

Windevedermot, 22 sep 2013

 windevedermot1

Deze week zat er op m’n raam een T-vormige nachtvlinder (foto). Het zoeken op ‘T-mot’ leverde de ‘windevedermot’ op. Deze nachtvlinder leeft als rups op en van allerlei soorten windes, zoals de haagwinde of de akkerwinde. De haagwinde komt helaas nogal algemeen voor. Het is ongeveer de enige soort ongewenst kruid in mijn tuinen waar ik vrijwel geen (biologisch verantwoord) antwoord op heb. In tegenstelling tot de veel bekendere dagvlinders, waarvan er in Nederland ca 50 soorten voorkomen, zijn er wel 2400 nachtvlindersoorten, waarvan er ca 1500 tot de microsoorten worden gerekend. De Windevedermot is een van die kleinere soorten met een spanwijdte van 2.5- 3 cm.

Bijzonder

Er komen ca 35 soorten vedermotten voor in Nederland, die allemaal zeer strikt afhankelijk zijn van een of meerdere waardplanten. De windevedermot is een van de 4 meer algemene soorten. Kenmerkend voor vedermotten is dat de 2 paar vleugels die alle vlinders hebben, zulke diepe insnijdingen

hebben dat ze niet 2 x 2 maar 2 x 5 veervormige vleugels lijken te hebben, maar de twee gekliefde vleugels laten in hun beweging zien dat het 2 x 2 vleugels zijn (inzet foto). Daarbij is elk element net als echte veren ook weer dwars ingesneden. De onderkant van de gekliefde vleugels zit vol met soort-specifieke geurstoffen. Ook hebben niet alle vedermotten ingesneden vleugels. De nauw verwante familie van de Waaiermotten met 2 soorten in Nederland heeft nog sterker gekliefde vleugels, 2 x 6 in voor- en achtervleugel. Die veervormige vleugels zijn meestal niet te zien, omdat ze net als op de foto bij rust worden samengevouwen.

Waar

De windevedermot komt overal in Europa voor waar zijn waardplanten voorkomen. Het is een soort die als volwassen insect overwintert en het hele jaar gezien kan worden. Deze soort wordt erg door licht aangetrokken en wordt daarom vaak op ramen aangetroffen. Er komen verschillende generaties per jaar voor, met een kleinere piek in het voorjaar en een grote piek van augustus tot november.

 windevedermot2

 oranje_luzernevlindervlindersOranje Luzernevlinder25 aug 2013augustus

Oranje Luzernevlinder, 25 aug 2013

 oranje_luzernevlinder

Vorige week was het onderwerp de distelvlinder; een trekvlinder die dankzij het mooie weer in grote aantallen van Afrika naar onze steken was afgereisd.

Deze week meldde zich een ander soort die waarschijnlijk ook vanwege dezelfde omstandigheden een invasie pleegt. Nu is invasie een groot woord. Er zullen niet tientallen vlinders tegen uw autoruit te pletter vliegen per rit.

De Oranje Luzernevlinder heeft als rups een voorkeur voor vlinderbloemigen zoals de luzerne, rode klaver, rolklaver e.d.

Mijn hele leven heb ik er geen gezien, hoewel ze elk jaar wel eens waargenomen worden. Maar deze week zag ik ze op 4 plaatsen: De Heimanshof, de rolklaver rijke bermen van de N201 bij het Haarlemmermeerse Bos, in het Groen Carré en net buiten de Haarlemmermeer in de

natuurspeelplaats Meermond, die sinds deze zomer door Meergroen voor de gemeente Heemstede in beheer is genomen.

Bijzonder

De Oranje Luzerne vlinder is verwant aan de koolwitjes, maar heeft een lichtoranje kleur. Er bestaat ook een Gele Luzerne vlinder. Tot de 60-er jaren werden er landelijk regelmatig duizenden exemplaren waargenomen. Tot begin deze eeuw ging dat achteruit tot 1000-1500. Sinds de eeuwwisseling nemen de aantallen weer toe. De oranje luzernevlinder is een zeer mobiele vlinder die tot de trekvlinders wordt gerekend en zeer grote afstanden kan afleggen. Ze trekken afzonderlijk of in kleine groepjes en volgen kanalen, rivieren, dijken en de kustlijn ter oriëntatie. In het najaar trekt de soort zuidwaarts. In de herfst is het in de Pyreneeën de talrijkste vlinder die zuidwaarts trekt. In Nederland zijn echter weinig waarnemingen van zo′n terugtrek bekend.

Waar

De oranje luzernevlinder is een trekvlinder die ieder voorjaar vanuit Zuid-Europa en Noord-Afrika naar het noorden vliegt. De eerste vlinders arriveren in mei en juni in ons land. De volgende generaties vliegen van begin augustus-eind oktober, aangevuld met nieuwe immigranten. In Zuid-Europa vliegt deze soort in 4-6 generaties.

 distelvlindervlindersDistelvlinder19 aug 2013augustus

Distelvlinder, 19 aug 2013

 distelvlinder

Vorige week was het nationale tuinvlindertelling. De planning daarvan had niet beter kunnen zijn na 4-5 weken prachtig ‘insecten’ weer. In geen 10 jaar tijd had ik zoveel vlinders gezien als in deze week. In De Heimanshof telde ik 16 soorten met in totaal ca 250 exemplaren in een half uurtje. Persoonlijk was ik het meest geraakt door de grote aantallen distelvlinders die er dat weekend opdoken. De naam distelvlinder komt van het feit dat de waardplant voor hun rupsen veelal bestaat uit verschillende soorten distels, zoals de akkerdistels, de kale jonker of de speerdistel. Maar de rupsen eten ook van klissen, brandnetels of zonnebloemen. Ook als nectar plant zijn distels geliefd.

Bijzonder

Er zijn, zoals altijd, allerlei strategieën die vlinders gebruiken om te overleven. Sommige vlinders zoals

het Icarusblauwtje blijven altijd dichtbij de plek waar hij als rups geboren wordt. Dat zijn standvlinders. Een heel ander strategie wordt gevolgd door de trekvlinders. De distelvlinder is daarvan een voorbeeld, net als de Atalanta of de kolibrievlinder.

Waar

De meeste distelvlinders die wij in Nederland zien zijn geboren in Centraal Afrika of Noord Afrika. Ze leggen dus voor deze kleine wezens onvoorstelbare afstanden af. Daarbij moet wel gezegd worden dat ze gebruik maken van de wind. Elk jaar zijn er distelvlinders, maar om de 8-10 jaar is er een massale invasie. En dat gebeurt vaak gelijktijdig met het neerdalen van Sahara stof. De aantallen vlinders zijn vooral afhankelijk van jaren met veel regenval in Afrika rond de Sahara. Distelvlinders leggen onderweg eieren waaruit nieuwe generaties vlinders voortkomen tot in Noord Scandinavië . In de herfst gaat de trek in omgekeerde richting, ook geholpen door gunstige winden. Maar vele vlinders vinden de weg niet tijdig terug en komen om. Overwinteren kunnen ze bij ons niet. Alleen de vlinders die in Noord of Centraal Afrika terugkomen zorgen voor een nieuwe generatie voor het volgende jaar.

 wilgenhoutvlindervlindersWilgenhoutvlinder26 feb 2012februari

Wilgenhoutvlinder, 26 feb 2012

 wilgenhoutvlinder

De meeste insecten worden vernoemd naar de volwassen verschijningsvorm ('imago'). Maar bij een niet onaanzienlijk aantal soorten is het imago een zeer kort levende 'omhulling', die alleen dient om te paren en eieren te leggen. Deze kortlevende imago's eten bv niet eens meer, terwijl hun rups of larve jarenlang leeft. Dat is bv het geval bij de wilgenhoutrups. Onze polder is een zeer geschikt biotoop van deze soort, maar pas vorige week kwam ik hem (massaal) tegen op een erf op mijn zoektocht naar bijzondere bomen. De wilgenhoutvlinder is een soort die hoort bij de houtboorders. Zijn rupsen leven in hout van allerlei soorten loofbomen. In dit geval in zwarte elzen van een aanzienlijke leeftijd. De rupsen vreten zich een jaar of 3-5 lang door het hout, verpoppen regelmatige en overwinteren een aantal jaren. Soms verwisselen ze ook van boom en kun je de vingerlange en -dikke rupsen over de weg zien lopen. Meestal in mei.(Zie inzet) De vlinders vliegen in één generatie ergens tussen april en augustus. De individuele vlinders leven niet langer

dan 8-10 dagen

Bijzonder

De boorgaten van de wilgenhoutvlinderrupsen kunnen makkelijk onderscheiden worden van andere boorders. De rups geeft nl een karakeristieke azijnachtige geur af. Om deze geur werd deze rups wel als lekkernij gegeten. Als je hem zou willen beetpakken moet je een beetje oppassen. Want zijn sterke kaken kunnen een flinke beet bezorgen, want met deze kaken vreet de rups zich een weg door wilg, populier, els en ook wel door eikenhout. De vlinder legt eieren laag op de stam en het liefst bij beschadigingen van de bast. De kleine en de grote rupsen zouden (bijna) niet door bast heen kunnen vreten.

Waar

De wilgenhoutvlinders komt voor bij rivieroevers, moerassen, bosranden, en graslanden, met een duidelijke voorkeur voor een vochtige omgeving. Het is een vrij algemene soort die verspreid over het hele land voorkomt, vaak in polderlandschappen en meer in het westen van het land dan in het oosten.

 wilgenhoutvlinderrrups

 agaatvlindervlindersAgaatvlinder10 sep 2011september

Agaatvlinder, 10 sep 2011

 agaatvlinder

De herfst lijkt al in volle gang en met al die regen verwacht je nauwelijks meer insecten te zien. Maar er zijn soorten die zich ook in kil weer en zelfs in de winter goed kunnen handhaven en actief blijven. Een van die soorten is de agaatvlinder. Dat is een nachtvlinder die ook overdag actief is. De vlinder is het gehele jaar waar te nemen, maar er zijn twee pieken in de vliegperiode: april tot juni en augustus tot oktober. Ook de rups is het gehele jaar aan te treffen. De rups is een echte alleseter, die voorkomt in een groene vorm en een bruine vorm. Hij wordt ca. 4 cm lang en 6 mm dik Waardplanten van de rups zijn vooral brandnetel, dovenetel, zuring. Maar ook op ooievaarsbek, winde, framboos en wilg komt de rups voor. Overdag rust de agaatvlinder onbeschut op muren en paaltjes of in de vegetatie. Daarbij vertrouwd hij op zijn prachtige schutkleur (zie foto), waardoor hij er uit ziet als een verdord blaadje.

Bijzonder

Zowel de vlinder, pop en rups

kunnen in Nederland de winter overleven. Veel rupsen, poppen en volwassen insecten komen in de winter en tijdens natte perioden om door verdrinking of verschimmeling. Doordat de rups van de agaatvlinder in de winter actief blijft, is de soort minder gevoelig voor biotopen die "s winters onder water staan. Dat draagt met zijn niet kieskeurige voedselvoorkeur eraan bij dat deze vlinder zo algemeen is. Tijdens milde winterdagen gaat de rups door met foerageren. De verpopping vindt gewoonlijk plaats in een cocon in de grond; soms in een voeg in een muur.

Waar

De agaatvlinder is een vrij algemene soort, die in Nederland op allerlei grondsoorten voorkomt. Vooral in meer vochtige gebieden, maar ook in de steden (onder andere in tuinen en parken). De vlinders vertonen zowel zwerf- als trekgedrag. De agaatvlinder trekt jaarlijks in wisselende aantallen in het voorjaar vanuit het Middellandse Zeegebied naar het noorden. Een deel van de vlinders trekt in de herfst weer terug naar het zuiden.

 agaatvlinder2

 witvlakvlinder3manvlindersWitvlakvlinder 3 mannetje14 jul 2011juli

Witvlakvlinder 3 mannetje, 14 jul 2011

 witvlakvlinder3man

Direct nadat een vrouwtje uit de pop komt, begint zij met het verspreiden van feromonen (sekslokstoffen). Deze worden door de mannetjes met hun sterk geveerde voelsprieten opgemerkt (zie foto). Door tegen de wind in te vliegen en zo een steeds hogere concentratie van de feromonen te meten, zijn de mannetjes in staat om de vrouwtjes al van grote afstand te vinden. Meestal paart een wijfje al binnen een kwartier nadat zij ontpopt is. Doordat witvlakvlinders kort leven is het van belang om alle eitjes zo snel mogelijk af te zetten. Bij soorten die wel voedsel kunnen opnemen zijn de eitjes vaak nog niet volledig ontwikkeld als het wijfje uitkomt. Deze strategie zie je vooral terug bij soorten die afhankelijk zijn van één voedselplant (en van deze soort dus verschillende exemplaren moeten zoeken). Iedere strategie heeft zijn voor-

en nadelen. Een van de voordelen van de levensstrategie van de witvlakvlinder is dat er veel grote eitjes met veel reservevoedsel afgezet kunnen worden in korte tijd. Wanneer de omstandigheden ongunstig zijn, kan de rups toch overleven doordat het ei veel reservevoedsel bevat. Omdat de eitjes in een korte periode afgezet worden, is de kans dat ze sneuvelen, doordat bijvoorbeeld het vrouwtje opgegeten wordt, relatief klein. Nadelen zijn dat de eitjes niet op een geschikte plek afgezet worden en dat de eitjes niet verspreid worden, maar allemaal op dezelfde plek terechtkomen. De levenswijze van de rupsen is afgestemd op deze manier van ei-afzetten. De rups is niet kieskeurig, verspreid zich met de wind en eet van veel loofbomen en struiken, waaronder berk, hazelaar en wilg. Hierdoor is de kans op het vinden van geschikt voedsel erg groot.

Waar

De witvlakvlinder kotm voor van van Noord-Spanje, via heel West- en Midden-Europa tot in Oost-Azië. In het zuiden in Italië en op de Balkan; Naar het noorden tot IJsland en Scandinavië, ook boven de poolcirkel. In Canada en Chili is hij met mensen meegereisd.

 wtvlakvlinder1rupsvlindersWitvlakvlinder 1 rups25 jun 2011juni

Witvlakvlinder 1 rups, 25 jun 2011

 wtvlakvlinder1rups

Uit Nieuw-Vennep kwam de melding van de zeer fraaie op de foto afgebeelde rups. Vanwege het exotische uiterlijk en het feit dat deze op een paprikaplant was aangetroffen dacht ik in eerste instantie aan een buitenlandse soort. Tot mijn niet geringe verrassing kon prof. Ernst, die mij al eerder bij lastige insectenvragen geholpen heeft, de rups thuisbrengen als een Nederlandse nachtvlinder: de witvlakvlinder. Deze vlinder is niet zeldzaam, maar uit de Haarlemmmermeer is hij niet eerder gerapporteerd. Mijn zoektocht naar wetenswaardigheden leverde genoeg materiaal op voor 3 columns. De vlinders vliegen van mei tot ver in oktober. Normaliter vindt de overwintering plaats in het ei-stadium, maar soms ook in het popstadium.

Bijzonder

Veel mensen denken

bij vlinders zelden aan de rups, maar je kunt de vlinder ook zien als de manier van de rups om zich voort te planten. De rupsen van de witvlakvlinder zijn in staat om zich over vele honderden meters te verspreiden. Ze maken hierbij gebruik van de wind. Pas uitgekomen rupsjes hebben al lange haren en beginnen direct na het uitkomen met het spinnen van lange draden. De rupsjes laten zich aan deze draden, als een soort pluisjes, meevoeren door de wind en verspreiden zich op die manier. Bij de witvlakvlinder is het opvallend dat de eitjes niet allemaal tegelijkertijd uitkomen; sommige eitjes komen al enkele weken na de bevruchting uit, andere pas vele weken later. Dit is een voorbeeld van risicospreiding. De rupsen van de familie van de donsvlinders, waartoe ook de witvlakvlinder behoort, hebben allemaal op segment 6 en 7 van het achterlijf aan de rugzijde een klier. De functie van deze klier is onbekend. Het zou met afweer tegen predatie te maken kunnen hebben. Ook wordt gedacht dat de klieren een stof produceren die voor verharding van de haren zorgt, wat weer gunstig zou zijn voor de windverspreiding. Het is in ieder geval opmerkelijk dat de klieren uitgestulpt worden bij aanraking. Volgende week deel 2

 witvlakvlinder2vrouwvlindersWitvlakvlinder 2 vrouwtje21 jun 2011juni

Witvlakvlinder 2 vrouwtje, 21 jun 2011

 witvlakvlinder2vrouw

Deel 2 van 3: Bij sommige soorten vlinders vindt verspreiding plaats in het rupsstadium en is de volwassen vlinder alleen verantwoordelijk voor het maken van nageslacht. Bij de witvlakvlinder is deze strategie zeer ver doorgevoerd. Volwassen witvlakvlinders kunnen geen voedsel opnemen omdat zij geen bruikbare roltong meer hebben. Ze teren op de vetreserves die in het rupsstadium zijn opgebouwd. De vrouwtjes zijn ook nog eens vleugelloos en hebben een dermate dik lichaam - vol met eitjes - dat ze zich nauwelijks kunnen verplaatsen (zie foto) . Het verspreiden van de eitjes door de vrouwtjes is hierdoor onmogelijk. De plek waar de eitjes afgezet worden, moet niet alleen voldoende bescherming bieden aan de eitjes, maar later ook voedsel en bescherming aan de jonge pas uitgekomen

rupsjes. De meeste vlindervrouwtjes zijn erg kieskeurig als het gaat om geschikte ei-afzet locaties. Er zijn ook soorten die het minder nauw nemen en de eitjes bijvoorbeeld gewoon tijdens de vlucht uitstrooien boven de vegetatie. Vrouwtjes van de witvlakvlinder zetten meestal alle eitjes af op de cocon waar ze uitgekomen zijn en beginnen daar al vrij snel na de paring mee. Wat direct opvalt bij deze eitjes is dat ze groot zijn voor een vlinder en ook dat er veel eitjes worden afgezet. Grote eitjes bevatten meer reservevoedsel en daardoor kan het uitgekomen rupsje enige dagen zonder voedsel overleven. Nadeel van grote eitjes is natuurlijk dat er minder eitjes in het lichaam van het vrouwtje passen. Ook neemt het vliegvermogen sterk af naarmate er meer (zware) eitjes in het lichaam worden meegedragen. Bij de sommige vlinders zijn vrouwtjes zo zwaar dat zij de eerste lading eitjes meestal klakkeloos afzetten (om gewicht te verliezen) en daarna pas vliegend op zoek gaan naar echt geschikte locaties om de overige eitjes af te zetten. Dergelijke strategieën zie je vooral terug bij kortlevende vlindersoorten die niet over een werkende roltong beschikken.